Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 december 2020, nr. 2020-0000168830, houdende wijziging van bedragen en vaststelling van percentages, bedragen en aantallen voor enkele wetten en regelingen voor 2021

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 60, derde lid, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, artikel 2.22, eerste lid, van het Besluit Wfsv, artikel 673, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 10b, vierde lid, en artikel 31, vierde lid, van de Participatiewet, artikel 2, eerste en tweede lid, en artikel 3, eerste en tweede lid, van het Remigratiebesluit, artikel 38f, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen en artikel 3.1, vierde lid, van de Wet tegemoetkomingen loondomein;

Besluit:

ARTIKEL I VASTSTELLING PERCENTAGE BESLUIT BIJSTANDVERLENING ZELFSTANDIGEN 2004

Het percentage, genoemd in artikel 6, tweede lid, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, wordt vastgesteld op 17,0%.

ARTIKEL II WIJZIGING BEDRAG BOEK 7 BURGERLIJK WETBOEK

In artikel 673, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt ‘€ 83.000,–’ vervangen door ‘€ 84.000,–’.

ARTIKEL III WIJZIGING REGELING PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ

De Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 6 wordt ‘In de bijlage’ vervangen door ‘In bijlage I’.

B

In artikel 9 wordt ‘in het kalenderjaar 2020’ vervangen door ‘in het kalenderjaar 2021’.

C

In artikel 11 komt de tabel te luiden:

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

673,23

8,00%

x ink

 

673,23

727,06

5,40%

x ink

 

727,06

804,83

8,00%

x ink

– € 18,91

804,83

1521,20

8,00%

x ink

– € 2,61

1521,20

5,20%

x ink

– € 1,70

D

In artikel 12 komt de tabel te luiden:

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

590,05

8,00%

x ink

 

590,05

637,25

5,03%

x ink

 

637,25

1257,77

8,00%

x ink

– € 18,91

1257,77

1339,47

7,24%

x ink

– € 17,12

1339,47

8,00%

x ink

– € 27,30

E

In artikel 13 komt de tabel te luiden:

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

   

8,00 %

x ink

 

F

De onderdelen a tot en met c van artikel 14, eerste lid, komen te luiden:

a. alleenstaande

     

5,68%

x ink

   

b. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt

5,99%

x ink

   

c. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien:

     

- het inkomen € 1.224,90 of meer bedraagt

5,99%

x ink

– € 15,84

 

- het inkomen lager is dan € 1.224,90

 

5,99%

x ink

   

G

In artikel 15a, tweede lid, vervalt ‘en tweede lid’.

H

Na paragraaf 7a wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 7b. Vaststelling aantallen beschut werk

Artikel 15b. Aantallen beschut werk

Het aantal ten minste te realiseren dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 10b, vierde lid, van de wet wordt voor het jaar 2021 vastgesteld op het in bijlage II bij deze regeling bepaalde aantal per gemeente.

I

In het opschrift van de bijlage behorende bij artikel 6 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ wordt ‘Bijlage’ vervangen door ‘Bijlage I’.

J

Na bijlage I wordt de eerste bijlage bij deze regeling toegevoegd.

ARTIKEL IV WIJZIGING REGELING WFSV

De Regeling Wfsv wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3.35 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan onderdeel d wordt onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma een regel toegevoegd, luidende:

2021: 1.084.046,22.

2. Aan onderdeel f wordt onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma een regel toegevoegd, luidende:

2021: – 283,25.

B

Aan artikel 3.37 worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 7. Het quotumpercentage, bedoeld in artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv bedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2021: 2,56 procent.

  • 8. De berekeningen overeenkomstig de formule in artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het zevende lid, hebben geleid, zijn als volgt:

ARTIKEL V WIJZIGING REMIGRATIEREGELING

Bijlage 2, behorend bij artikel 5 van de Remigratieregeling, wordt vervangen door de tweede bijlage bij deze regeling.

ARTIKEL VI WIJZIGING WET TEGEMOETKOMINGEN LOONDOMEIN

In artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet tegemoetkomingen loondomein wordt ‘€ 10,29’ vervangen door ‘€ 10,48’ en wordt ‘€ 12,87’ vervangen door ‘€ 13,12’.

ARTIKEL VII INTREKKING REGELING VASTSTELLING AANTALLEN BESCHUT WERK 2020

De Regeling vaststelling aantallen beschut werk 2020 wordt ingetrokken.

ARTIKEL VIII

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 11 december 2020

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

EERSTE BIJLAGE BIJ DE REGELING VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID VAN 11 DECEMBER 2020, NR. 2020-0000168830, TOT WIJZIGING VAN DE REGELING PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ IN VERBAND MET HET VASTSTELLEN VAN HET AANTAL TEN MINSTE TE REALISEREN DIENSTBETREKKINGEN PER GEMEENTE

Bijlage II. behorende bij artikel 15b van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

Indeling 2021

8597

     

CBS-code

Gemeente

ultimo 2021

1680

Aa en Hunze

7

358

Aalsmeer

7

197

Aalten

8

59

Achtkarspelen

10

482

Alblasserdam

8

613

Albrandswaard

15

361

Alkmaar

71

141

Almelo

75

34

Almere

93

484

Alphen aan den Rijn

52

1723

Alphen-Chaam

1

1959

Altena

25

60

Ameland

1

307

Amersfoort

58

362

Amstelveen

27

363

Amsterdam

454

200

Apeldoorn

89

202

Arnhem

182

106

Assen

50

743

Asten

6

744

Baarle-Nassau

2

308

Baarn

4

489

Barendrecht

10

203

Barneveld

14

888

Beek

4

1954

Beekdaelen

11

370

Beemster

3

889

Beesel

6

1945

Berg en Dal

16

1724

Bergeijk

8

893

Bergen (L.)

9

373

Bergen (NH.)

7

748

Bergen op Zoom

38

1859

Berkelland

19

1721

Bernheze

18

753

Best

13

209

Beuningen

11

375

Beverwijk

21

1728

Bladel

13

376

Blaricum

1

377

Bloemendaal

4

1901

Bodegraven-Reeuwijk

9

755

Boekel

7

1681

Borger-Odoorn

16

147

Borne

7

654

Borsele

7

756

Boxmeer

22

757

Boxtel

40

758

Breda

91

501

Brielle

4

1876

Bronckhorst

15

213

Brummen

9

899

Brunssum

17

312

Bunnik

2

313

Bunschoten

3

214

Buren

10

502

Capelle aan den IJssel

27

383

Castricum

10

109

Coevorden

16

1706

Cranendonck

8

1684

Cuijk

22

216

Culemborg

16

148

Dalfsen

7

1891

Dantumadiel

7

310

De Bilt

8

1940

De Fryske Marren

10

736

De Ronde Venen

10

1690

De Wolden

5

503

Delft

65

400

Den Helder

52

762

Deurne

20

150

Deventer

99

384

Diemen

10

1774

Dinkelland

6

221

Doesburg

7

222

Doetinchem

38

766

Dongen

7

505

Dordrecht

95

498

Drechterland

5

1719

Drimmelen

6

303

Dronten

11

225

Druten

7

226

Duiven

11

1711

Echt-Susteren

14

385

Edam-Volendam

8

228

Ede

61

317

Eemnes

1

1979

Eemsdelta

36

770

Eersel

9

1903

Eijsden-Margraten

14

772

Eindhoven

154

230

Elburg

14

114

Emmen

65

388

Enkhuizen

10

153

Enschede

100

232

Epe

13

233

Ermelo

14

777

Etten-Leur

18

779

Geertruidenberg

13

1771

Geldrop-Mierlo

21

1652

Gemert-Bakel

18

907

Gennep

13

784

Gilze en Rijen

7

1924

Goeree-Overflakkee

16

664

Goes

21

785

Goirle

10

1942

Gooise Meren

9

512

Gorinchem

28

513

Gouda

67

786

Grave

8

14

Groningen

138

1729

Gulpen-Wittem

2

158

Haaksbergen

9

392

Haarlem

75

394

Haarlemmermeer

39

1655

Halderberge

15

160

Hardenberg

30

243

Harderwijk

23

523

Hardinxveld-Giessendam

7

72

Harlingen

7

244

Hattem

3

396

Heemskerk

18

397

Heemstede

7

246

Heerde

9

74

Heerenveen

13

398

Heerhugowaard

33

917

Heerlen

77

1658

Heeze-Leende

4

399

Heiloo

12

163

Hellendoorn

11

530

Hellevoetsluis

13

794

Helmond

88

531

Hendrik-Ido-Ambacht

8

164

Hengelo

48

1966

Het Hogeland

34

252

Heumen

6

797

Heusden

19

534

Hillegom

11

798

Hilvarenbeek

2

402

Hilversum

26

1963

Hoeksche Waard

21

1735

Hof van Twente

9

1911

Hollands Kroon

18

118

Hoogeveen

37

405

Hoorn

57

1507

Horst aan de Maas

11

321

Houten

13

406

Huizen

11

677

Hulst

14

353

IJsselstein

14

1884

Kaag en Braassem

6

166

Kampen

20

678

Kapelle

5

537

Katwijk

25

928

Kerkrade

35

1598

Koggenland

7

542

Krimpen aan den IJssel

10

1931

Krimpenerwaard

19

1659

Laarbeek

7

1685

Landerd

9

882

Landgraaf

17

415

Landsmeer

3

416

Langedijk

12

1621

Lansingerland

9

417

Laren

1

80

Leeuwarden

65

546

Leiden

85

547

Leiderdorp

13

1916

Leidschendam-Voorburg

30

995

Lelystad

41

1640

Leudal

8

327

Leusden

4

1705

Lingewaard

15

553

Lisse

8

262

Lochem

10

809

Loon op Zand

8

331

Lopik

3

168

Losser

7

263

Maasdriel

13

1641

Maasgouw

6

556

Maassluis

15

935

Maastricht

101

420

Medemblik

19

938

Meerssen

8

1948

Meierijstad

61

119

Meppel

18

687

Middelburg

18

1842

Midden-Delfland

6

1731

Midden-Drenthe

13

1952

Midden-Groningen

37

815

Mill en Sint Hubert

9

1709

Moerdijk

13

1978

Molenlanden

9

1955

Montferland

21

335

Montfoort

3

944

Mook en Middelaar

3

1740

Neder-Betuwe

9

946

Nederweert

4

356

Nieuwegein

27

569

Nieuwkoop

8

267

Nijkerk

12

268

Nijmegen

148

1930

Nissewaard

33

1970

Noardeast-Fryslân

16

1695

Noord-Beveland

4

1699

Noordenveld

9

171

Noordoostpolder

14

575

Noordwijk

14

820

Nuenen, Gerwen en Nederwetten

9

302

Nunspeet

13

579

Oegstgeest

6

823

Oirschot

6

824

Oisterwijk

13

1895

Oldambt

29

269

Oldebroek

10

173

Oldenzaal

17

1773

Olst-Wijhe

7

175

Ommen

8

1586

Oost Gelre

10

826

Oosterhout

36

85

Ooststellingwerf

9

431

Oostzaan

2

432

Opmeer

5

86

Opsterland

11

828

Oss

123

1509

Oude IJsselstreek

22

437

Ouder-Amstel

2

589

Oudewater

1

1734

Overbetuwe

23

590

Papendrecht

11

1894

Peel en Maas

13

765

Pekela

11

1926

Pijnacker-Nootdorp

13

439

Purmerend

52

273

Putten

7

177

Raalte

11

703

Reimerswaal

8

274

Renkum

19

339

Renswoude

2

1667

Reusel-De Mierden

6

275

Rheden

30

340

Rhenen

5

597

Ridderkerk

15

1742

Rijssen-Holten

11

603

Rijswijk

24

1669

Roerdalen

9

957

Roermond

53

1674

Roosendaal

52

599

Rotterdam

321

277

Rozendaal

1

840

Rucphen

19

441

Schagen

18

279

Scherpenzeel

3

606

Schiedam

38

88

Schiermonnikoog

1

1676

Schouwen-Duiveland

18

518

's-Gravenhage

238

796

's-Hertogenbosch

168

965

Simpelveld

4

1702

Sint Anthonis

4

845

Sint-Michielsgestel

16

1883

Sittard-Geleen

52

610

Sliedrecht

10

1714

Sluis

11

90

Smallingerland

37

342

Soest

9

847

Someren

5

848

Son en Breugel

5

37

Stadskanaal

38

180

Staphorst

5

532

Stede Broec

11

851

Steenbergen

9

1708

Steenwijkerland

19

971

Stein

8

1904

Stichtse Vecht

20

1900

Súdwest-Fryslân

25

715

Terneuzen

49

93

Terschelling

1

448

Texel

8

1525

Teylingen

15

716

Tholen

10

281

Tiel

42

855

Tilburg

133

183

Tubbergen

4

1700

Twenterand

16

1730

Tynaarlo

13

737

Tytsjerksteradiel

10

856

Uden

35

450

Uitgeest

5

451

Uithoorn

9

184

Urk

4

344

Utrecht

123

1581

Utrechtse Heuvelrug

11

981

Vaals

3

994

Valkenburg aan de Geul

6

858

Valkenswaard

10

47

Veendam

28

345

Veenendaal

29

717

Veere

3

861

Veldhoven

17

453

Velsen

39

983

Venlo

50

984

Venray

28

1961

Vijfheerenlanden

19

622

Vlaardingen

36

96

Vlieland

1

718

Vlissingen

20

986

Voerendaal

2

626

Voorschoten

8

285

Voorst

10

865

Vught

23

1949

Waadhoeke

17

866

Waalre

3

867

Waalwijk

21

627

Waddinxveen

17

289

Wageningen

18

629

Wassenaar

5

852

Waterland

5

988

Weert

29

457

Weesp

4

668

West Maas en Waal

5

1960

West-Betuwe

18

1969

Westerkwartier

23

1701

Westerveld

8

293

Westervoort

12

1950

Westerwolde

15

1783

Westland

31

98

Weststellingwerf

10

614

Westvoorne

3

189

Wierden

4

296

Wijchen

20

1696

Wijdemeren

4

352

Wijk bij Duurstede

7

294

Winterswijk

11

873

Woensdrecht

9

632

Woerden

15

880

Wormerland

6

351

Woudenberg

2

479

Zaanstad

90

297

Zaltbommel

12

473

Zandvoort

5

50

Zeewolde

5

355

Zeist

35

299

Zevenaar

25

637

Zoetermeer

59

638

Zoeterwoude

2

1892

Zuidplas

12

879

Zundert

6

301

Zutphen

51

1896

Zwartewaterland

10

642

Zwijndrecht

20

193

Zwolle

74

TWEEDE BIJLAGE BIJ DE REGELING VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID VAN 11 DECEMBER 2020, NR. 2020-0000168830, TOT WIJZIGING VAN DE REGELING PENSIOENWET EN WET VERPLICHTE BEROEPSPENSIOENREGELING, DE REGELING PARTICIPATIEWET, DE REMIGRATIEREGELING, IOAW EN IOAZ EN DE WET TEGEMOETKOMING LOONDOMEIN IN VERBAND MET DE HERZIENING VAN ENKELE BEDRAGEN EN PERCENTAGES

Bijlage 2. behorend bij artikel 5 van de Remigratieregeling

Vaststelling bedragen remigratie-uitkering per categorie van bestemmingslanden op basis van de indeling in bijlage 1 van de regeling
   

Remigratie vóór 1-april-2000

Remigratie op of na 1-april-2000

Leefsituatie,

 

Geen Zvw

Zvw

Geen Zvw

Zvw

 

categorie

Geen AOW

AOW

Geen AOW

AOW

Geen AOW

AOW

Geen AOW

AOW

Samenwonend

               
 

A

422,02

422,02

422,02

424,09

529,09

529,09

550,05

552,75

 

B

490,08

490,08

490,08

495,40

614,42

614,42

660,85

667,69

 

C

703,36

703,36

710,01

746,18

881,81

881,81

950,72

976,76

 

D

465,77

465,77

465,77

466,21

583,92

583,92

588,45

589,01

 

E

541,08

541,08

490,08

501,18

678,17

678,17

677,76

691,71

 

F

776,44

776,44

793,10

829,19

973,64

973,64

1.061,55

1.085,99

Frankrijk

G

422,02

422,02

422,02

444,82

529,09

529,09

571,77

602,67

Griekenland

H

422,02

422,02

422,02

428,04

529,09

529,09

589,34

597,74

Italië

I

490,08

490,08

490,08

505,55

614,42

614,42

673,20

692,71

Tsjechië

J

490,08

490,08

490,08

496,76

614,42

614,42

672,83

681,26

Slovenië

K

490,08

490,08

490,08

499,68

614,42

614,42

680,12

692,09

Portugal

L

541,08

541,08

490,08

497,51

678,17

678,17

679,40

688,76

                   

Eén-ouder

                 
 

A

381,18

381,18

381,18

383,05

477,89

477,89

488,37

490,77

 

B

444,70

444,70

444,70

449,53

557,53

557,53

580,57

586,88

 

C

630,75

630,75

630,75

669,15

790,78

790,78

824,60

855,84

 

D

420,68

420,68

420,68

421,08

527,64

527,64

529,70

530,20

 

E

491,03

491,03

444,70

454,78

615,36

615,36

585,01

598,27

 

F

696,16

696,16

703,24

743,58

872,78

872,78

920,78

951,30

Frankrijk

G

381,18

381,18

381,18

401,78

477,89

477,89

495,73

522,52

Griekenland

H

381,18

381,18

381,18

386,61

477,89

477,89

508,02

515,26

Italië

I

444,70

444,70

444,70

458,73

557,53

557,53

582,08

600,45

Tsjechië

J

444,70

444,70

444,70

450,76

557,53

557,53

586,36

594,36

Slovenië

K

444,70

444,70

444,70

453,41

557,53

557,53

585,72

597,20

Portugal

L

491,03

491,03

444,70

451,44

615,36

615,36

587,55

596,46

                   

Alleenstaand

               
 

A

294,96

294,96

294,96

296,41

369,80

369,80

380,28

382,14

 

B

344,87

344,87

344,87

348,62

432,37

432,37

455,41

460,36

 

C

490,08

490,08

490,08

519,92

614,42

614,42

630,36

668,74

 

D

325,54

325,54

325,54

325,85

408,05

408,05

410,52

410,91

 

E

380,53

380,53

344,87

352,68

476,95

476,95

459,85

470,27

 

F

541,08

541,08

541,08

577,70

678,17

678,17

703,08

743,41

Frankrijk

G

294,96

294,96

294,96

310,90

369,80

369,80

387,64

408,59

Griekenland

H

294,96

294,96

294,96

299,16

369,80

369,80

399,93

405,63

Italië

I

344,87

344,87

344,87

355,75

432,37

432,37

456,92

471,34

Tsjechië

J

344,87

344,87

344,87

349,57

432,37

432,37

461,20

467,49

Slovenië

K

344,87

344,87

344,87

351,63

432,37

432,37

460,56

469,58

Portugal

L

380,53

380,53

344,87

350,10

476,95

476,95

462,39

469,40

TOELICHTING

Algemeen

Per 1 januari 2021 zijn allerlei bedragen, percentages en aantallen in de SZW-regelgeving herzien. In deze verzamelregeling zijn de nieuwe bedragen gepubliceerd, zoals voorgeschreven door de genoemde regelgeving. De wijzigingen van alle bedragen zijn zo veel mogelijk gebundeld. In tegenstelling tot voorgaande jaren is in deze regeling ook de vaststelling van de aantallen beschut werk voor het jaar 2021 opgenomen. Naast deze verzamelregeling is op 27 november 2020 een verzamelmededeling gepubliceerd (Stcrt. 2020, 61666). Daarnaast wordt er nog een tweede mededeling gepubliceerd.

Artikelsgewijs

Artikel I Vaststelling percentage Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz)

Het in artikel 6, tweede lid, van het Bbz genoemde percentage wordt op grond van artikel 60, derde lid, van het Bbz, zodanig vastgesteld dat dit gelijk is aan het gemiddeld bedrag, dat voor personen jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd over de algemene bijstand, verschuldigd is aan loonbelasting en premies volksverzekeringen, uitgedrukt als een percentage van de algemene bijstand verhoogd met deze loonbelasting en premies. Op basis van deze berekening is het percentage verlaagd van 18 naar 17 procent.

Artikel II Wijziging bedrag Boek 7 Burgerlijk Wetboek

Op grond van artikel 7:673, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek wordt de hoogte van het bedrag genoemd in het tweede lid van dat artikel, betreffende de hoogte van de maximale transitievergoeding, jaarlijks met ingang van 1 januari bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de ontwikkeling van de marktcontractlonen. In de Macro-Economische Verkenningen (MEV) is deze ontwikkeling van de marktcontractlonen voor het komende jaar geraamd. Daarbij wordt het bedrag afgerond op het naaste veelvoud van € 1.000,–.

De ontwikkeling van de contractlonen wordt blijkens de MEV geraamd op 1,4%.1 Momenteel is het bedrag € 83.000,–. Bij verhoging met 1,4% resulteert dit in een bedrag van € 84.162,–. Dit bedrag wordt afgerond op het naaste veelvoud van € 1.000,–. Met de onderhavige regeling wordt daarom met ingang van 1 januari 2021 het bedrag van € 83.000,– gewijzigd in € 84.000,–.

Artikel III Wijziging Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

In paragraaf 6 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ zijn formules opgenomen voor de aanspraak op vakantietoeslag over inkomen in 2021. Deze formules worden jaarlijks, overeenkomstig artikel 38, vierde lid, van de Participatiewet, geactualiseerd vanwege de wijzigingen in de fiscaliteit.

Onderdeel G

Artikel VII, tweede lid, van Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 september 2019 tot wijziging van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ en de Regeling statistiek Participatiewet, IOAZ en IOAW 2015 en tot intrekking van enkele andere regelingen onder meer in verband met de vernieuwing van de financieringssystematiek Bbz 2004 (Stcrt. 2019, 53169) regelt dat artikel 15a, tweede lid, van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ wordt ingetrokken per 1 januari 2021. Met die wijziging wordt het derde lid vernummerd tot tweede lid. Daarmee moet ook de verwijzing in het nieuwe tweede lid worden aangepast. Dat regelt dit onderdeel.

Onderdeel H

Sinds 1 januari 2017 moeten gemeenten de voorziening beschut werk aanbieden aan personen die daarop zijn aangewezen. De Participatiewet regelt met artikel 10b, vierde lid, dat bij ministeriële regeling het aantal te realiseren beschut werkplekken kan worden vastgesteld per gemeente. Deze aantallen zullen in 2048 bij elkaar opgeteld overeenkomen met de aantallen in de raming en daarmee de financiering vanuit het Rijk.

Het Rijk heeft via de integratie-uitkering Participatie aan gemeenten financiële middelen beschikbaar gesteld voor de begeleiding van de nieuwe doelgroep naar beschut werk. De Colleges van burgemeester en wethouders moeten in een jaar, voor zover de behoefte daartoe bestaat (de behoefte wordt bepaald door het aantal door UWV afgegeven positieve adviezen), ten minste het aantal beschut werkplekken realiseren als vastgelegd in deze ministeriële regeling. Bij de totstandkoming van de Participatiewet in 2015 zijn middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld, voor oplopend tot structureel ruim 30.000 beschut werkplekken tegen een gemiddeld dienstverband van 31 uur per week in 2048. Dit betekent dat gemeenten evenredig meer moeten realiseren bij dienstverbanden van minder dan 31 uur per week en evenredig minder behoeven te realiseren bij dienstverbanden van meer dan 31 uur.

Bij inwerkingtreding per 1 januari 2017 is afgesproken om een ingroeipad te hanteren om de niet gerealiseerde aantallen beschut werk over 2015 en 2016 (in totaal circa drieduizend plekken) in te halen in de periode 2017 tot en met 2021, dus vijf jaar. Het budget is daarbij niet aangepast. Voor de komende vijf jaar gaat het om de volgende aantallen:

Aantallen

2021

2022

2023

2024

2025

Ultimo stand nieuw

8.600

9.500

10.300

11.100

11.900

De aantallen zijn (net als de financiële middelen voor beschut werk) verdeeld over de gemeenten op basis van de gemeentelijke instroom in de Wajong werkregeling en de Wsw-wachtlijst in de periode 2012-2014.

Artikel IV Wijziging Regeling Wfsv

Met deze regeling wordt het quotumpercentage over 2021 voor de sector overheid vastgesteld op 2,56 procent. Het quotumpercentage is berekend met toepassing van de formule, bedoeld in artikel 38f, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). De quotumheffing is geactiveerd voor de sector overheid voor quotumtekorten over het jaar 2018 en verder2 en is van toepassing op alle overheidswerkgevers met 25 of meer werknemers. Bij de berekening van het quotumpercentage gaat het om de verhouding tussen het aantal banen dat conform de banenafspraak moet worden ingevuld door mensen uit de doelgroep ten opzichte van het totale aantal banen in de sector overheid.

Het quotumpercentage wordt op grond van artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv bij ministeriële regeling vastgesteld in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarover het quotumtekort wordt bepaald. De waarden van zes van de acht variabelen zijn eerder vastgesteld in artikel 2.32 van het Besluit Wfsv en artikel 3.35 van de Regeling Wfsv. Het totaal aantal banen bij werkgevers die quotumheffing verschuldigd zijn in de sector overheid (variabele D) en het aantal gerealiseerde extra banen voor arbeidsbeperkten bij kleine werkgevers (variabele H) zijn echter variabel en moeten jaarlijks worden vastgesteld. Deze regeling voorziet daarom tevens in de vaststelling van variabelen D en H voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2021. Door het aantal banen jaarlijks vast te stellen sluit de berekening zoveel mogelijk aan bij de actuele situatie op de arbeidsmarkt.

Om variabele D te bepalen moet het totaal aantal banen bij grote werkgevers in de sector overheid worden bepaald en het aantal banen van uitgeleend personeel in de sector overheid. Bij bedrijven die personeel mogen uitlenen, bijvoorbeeld uitzendbureaus en sw-bedrijven, speelt het volgende. Ze krijgen een nulquotum over het personeel dat ze uitlenen, waardoor het quotumpercentage voor deze bedrijven niet voor uitgeleend personeel geldt. Voor het personeel dat ze niet uitlenen, geldt het reguliere quotumpercentage. Met ingang van 1 juli 20173 is daarom op grond van artikel 38f, derde lid, van de Wfsv in het Besluit Wfsv geregeld dat het aantal banen van uitgeleend personeel in mindering gebracht moet worden op het totaal aantal banen bij grote werkgevers. Op basis van deze berekening heeft UWV variabele D voor de sector overheid bepaald op 1.084.046,224 banen.

Variabele H weerspiegelt het aantal gerealiseerde extra banen bij kleine werkgevers in de sector overheid. Variabele H wordt bepaald door het aantal banen bij kleine overheidswerkgevers eind 2019 te verminderen met het aantal banen bij overheidswerkgevers ten tijde van de nulmeting eind 2012. Gebleken is dat het aantal banen bij kleine overheidswerkgevers sinds 2012 met 283,25 is afgenomen. Variabele H bedraagt daarom -283,25. Een mogelijke verklaring voor deze afname is dat overheidswerkgevers die voorheen ‘klein’ waren, door groei of fusie nu in de categorie ‘groot’ vallen. In deze gevallen is er slechts sprake van een administratieve verschuiving van waar de banen meetellen.

De formule voor de berekening van het quotumpercentage op grond van artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv luidt als volgt:

De variabelen van de formule voor het quotumpercentage voor 2021 zijn ingevolge artikel 2.32 van het Besluit Wfsv en artikel 3.35 van de Regeling Wfsv:

  • Variabele A = 13.504: Het aantal banen vervuld door mensen met een arbeidsbeperking bij grote werkgevers in de sector overheid op grond van de nulmeting.

  • Variabele B = 18.750: Het aantal extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking dat grote overheidswerkgevers moeten realiseren in 2021. Bij de vaststelling van de 18.750 banen is rekening gehouden met het feit dat werkgevers gedurende 2021 de tijd hebben om het extra aantal banen te realiseren. Dit is gedaan door uit te gaan van een gewogen gemiddelde waarbij de extra banen uit 2021 voor 50% worden meegeteld.

  • Variabele C = 1.331: Het gemiddeld aantal verloonde uren van mensen met een arbeidsbeperking in de sector overheid en de sector niet-overheid tezamen. 1.331 verloonde uren per jaar komen overeen met gemiddeld 25,5 uur per week.

  • Variabele D = 1.084.046,22: Het totaal aantal banen bij grote werkgevers in de sector overheid.

  • Variabele E = 1.623: Het gemiddeld aantal verloonde uren van een werknemer bij grote werkgevers in de sector overheid. 1.623 verloonde uren per jaar komen overeen met gemiddeld 31,1 uur per week.

  • Variabele F = 1.367: Het aantal mensen met een arbeidsbeperking, bedoeld in artikel 38b, tweede lid, voor de sector overheid in 2021. Het betreft het aantal mensen met een medische beperking die is ontstaan voor hun 18e verjaardag of tijdens hun studie, die zonder een voorziening niet in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen, maar met een voorziening wel.

  • Variabele G = 1.331: Het gemiddeld aantal verloonde uren van mensen met een arbeidsbeperking, bedoeld in artikel 38b, tweede lid, in de sector overheid. 1.331 verloonde uren per jaar komen overeen met gemiddeld 25,5 uur per week.

  • Variabele H = -283,25: Het aantal gerealiseerde extra banen voor arbeidsbeperkten bij werkgevers als bedoeld in artikel 34, vierde en zesde lid, in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid.

Dit leidt tot de volgende formule voor de berekening van het quotumpercentage:

Het quotumpercentage voor grote werkgevers in de sector overheid in 2021 bedraagt op grond hiervan 2,56 procent. Dit betekent dat van alle verloonde uren van grote werkgevers in de sector overheid 2,56 procent ingevuld moet worden door mensen met een arbeidsbeperking.

Onderdeel A

In artikel 3.35, onderdeel d, wordt de waarde van variabele D voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2021 toegevoegd. In onderdeel f van dit artikel wordt de waarde van variabele H toegevoegd voor 2021. Voor de berekening van de hoogte van de variabelen D en H wordt verwezen naar het algemene deel van deze toelichting.

Onderdeel B

In artikel 3.37 van de Regeling Wfsv wordt het quotumpercentage voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2021 toegevoegd. Het quotumpercentage voor 2021 wordt vastgesteld op 2,56%. Omdat de quotumheffing voor de sector overheid is geactiveerd vanaf 1 januari 2018, moet op grond van artikel 38f, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen voorafgaand aan ieder kalenderjaar het quotumpercentage worden vastgesteld. Het gaat daarbij om het percentage van de verloonde uren dat bij de betreffende werkgever door arbeidsbeperkten moet worden vervuld op grond van de banenafspraak.

Artikel V Wijziging Remigratieregeling

De wijziging van de Remigratieregeling betreft de wijziging van de bij de regeling behorende bijlage 2. In deze bijlage zijn de brutobedragen van de remigratie-uitkeringen opgenomen.

In bijlage 2 van deze regeling zijn de gewijzigde bedragen voor een remigratie-uitkering opgenomen. Op grond van artikel 3, eerste lid, van het Remigratiebesluit worden de brutobedragen van de remigratie-uitkeringen jaarlijks aangepast aan de hand van de helft van het percentage waarmee in het voorafgaande kalenderjaar de bijstandsnormen zijn gewijzigd. De bedragen zijn in de berekening geïndexeerd aan de hand van de helft van de stijging van de bijstandsnorm voor gehuwden (inclusief vakantie-uitkering) die geldt op 31 december van het voorgaande jaar ten opzichte van dezelfde norm die geldt op 31 december in het jaar daarvoor.

Artikel VI Wijziging Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl)

Uitgangspunt van hoofdstuk 3 van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) is dat het lage-inkomensvoordeel (LIV) terecht komt bij de werkgevers die werknemers in dienst hebben of nemen die een minimumloon van 100% tot en met 125% van het wettelijk minimumloon verdienen. Het doel is om het arbeidsmarktperspectief van laaggeschoolde werknemers te vergroten en daarmee de werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt te stimuleren.

Op grond van artikel 3.1, vierde lid, van de Wtl worden de uurloongrenzen, genoemd in artikel 3.1, eerste lid, Wtl bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid jaarlijks aan het begin van het kalenderjaar geïndexeerd overeenkomstig de wijziging van het wettelijk minimumloon per 1 januari van het betreffende jaar. Dit betekent dat de aan het begin van het jaar vastgestelde uurloongrenzen voor het gehele betreffende jaar van toepassing zijn.

Per 1 januari 2021 bedraagt het wettelijk minimummaandloon € 1684,80. Het wettelijk minimumloon per 1 januari 2020 was € 1653,60. De indexeringsfactor is dan 1,01887. Deze rekenregel resulteert in de volgende uurloongrenzen5:

Koppeling aan het WML

Uurloongrens

100% WML

€ 10,48

125% WML

€ 13,12

Artikel VII Intrekking Regeling vaststelling aantallen beschut werk 2020

Met artikel VII wordt de Regeling vaststelling aantallen beschut werk 2020 ingetrokken. De inhoud van die regeling is met artikel I, onderdeel H, opgenomen in artikel 15b van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ. Op deze manier hoeft er niet jaarlijks een nieuwe regeling te worden vastgesteld, maar kan worden volstaan met een actualisatie van het aantal ten minste te realiseren dienstbetrekkingen voor personen die op beschut werk zijn aangewezen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
1

Centraal Planbureau (2020), Macro Economische Verkenning 2021, p. 63, Den Haag.

X Noot
2

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

van 10 oktober 2017 tot wijziging van de Regeling Wfsv in verband met activering van de quotumheffing voor de sector overheid (Stcrt. 2017, 58942).

X Noot
3

Besluit van 28 maart 2017 tot wijziging van het Besluit Wfsv en het Besluit SUWI in verband met het Besluit aanwijzing categorieën arbeidsbeperkten en werknemers voor berekening quotumtekort (Stb. 2017, 164).

X Noot
4

In artikel 2.22 van het Besluit Wfsv is bepaald dat variabelen in de formule van het quotumpercentage naar beneden worden afgerond op twee cijfers achter de komma.

X Noot
5

De tussengrens van 110% WML is met de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd komen te vervallen.

Naar boven