Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische Zaken en KlimaatStaatscourant 2019, 38034Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 3 juli 2019, nr. WJZ/ 19151179, houdende maatregelen aanpak stuwmeer schademeldingen Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (Regeling Stuwmeer TCMG)

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op artikel 4:81 en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Besluit:

Besluit mijnbouwschade Groningen;

fysieke schade:

fysieke schade aan gebouwen en werken die is ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg;

Commissie:

Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit;

gebouwen en werken:

gebouwen en werken met uitzondering van:

  • a. industriegebouwen zoals gebouwen voor de vervaardiging van chemische producten;

  • b. infrastructurele werken zoals openbare wegen, openbare bruggen, openbare riolering, dijken en netten als bedoeld in artikel 1 van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 1 van de Gaswet;

overige schade:
  • a. materiële schade die het gevolg is van fysieke schade, waaronder de bijkomende kosten genoemd in bijlage 2 van het Besluit;

  • b. overlastvergoeding als bedoeld in bijlage 2 van het Besluit;

  • c. wettelijke rente.

Artikel 2

  • 1. De Commissie heeft tot taak te besluiten op verzoeken om vergoeding als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, het nemen van beslissingen op bezwaren tegen die besluiten, het voeren van verweer in beroepsprocedures tegen de beslissingen op bezwaar en het voeren van hoger beroepsprocedures tegen uitspraken van de rechtbank.

  • 2. Aan de leden van de Commissie wordt ieder voor zich mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden die verband houden met de in het eerste lid bedoelde taak waaronder begrepen het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, de Algemene verordening gegevensbescherming, de Wet hergebruik overheidsinformatie en voor de afhandeling van interne klachten en verzoeken van de Nationale Ombudsman.

  • 3. De leden van de Commissie, het aan haar ter beschikking gestelde personeel en de door de Commissie ingeschakelde deskundigen verlangen of ontvangen geen instructies van derden die op een individuele zaak betrekking hebben.

Artikel 3

  • 1. Een aanvrager die vóór 13 juni 2019 een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit heeft ingediend, kan, indien ten tijde van zijn verzoek op grond van dit artikel nog geen besluit op die aanvraag is genomen door de Commissie, de Commissie verzoeken zijn aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit te wijzigen in een aanvraag op grond van deze regeling om eenmalig een vaste vergoeding in geld toe te kennen ter hoogte van € 5.000,-, bestaande uit;

    • a. een vergoeding van € 4.000,– voor alle tot de datum van het besluit aan de gebouwen of werken van aanvrager waarop de aanvraag betrekking had ontstane fysieke schade en;

    • b. een vaste forfaitaire vergoeding van € 1.000,– voor overige schade.

  • 2. Een aanvrager die vóór 1 januari 2019 een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit heeft ingediend, kan, indien ten tijde van zijn verzoek op grond van deze regeling nog geen besluit op die aanvraag is genomen door de Commissie en nog geen rapport als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van Bijlage I bij het Besluit is uitgebracht, in plaats van het bepaalde in het eerste lid, de Commissie verzoeken zijn aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit te wijzigen in een aanvraag op grond van deze regeling om toe te kennen:

    • a. een eenmalige variabele vergoeding ter hoogte van maximaal € 10.000,– voor de ten tijde van het besluit aan de gebouwen of werken van aanvrager waarop de aanvraag betrekking had, ontstane fysieke schade, uit te betalen aan de hand van door de aanvrager ná het besluit bij de Commissie in te dienen facturen, en:

    • b. een eenmalige vaste forfaitaire vergoeding van € 1.000,– voor overige schade.

  • 3. Een aanvrager kan geen gebruik meer maken van deze regeling:

    • a. indien de Commissie voorafgaand aan het indienen van een verzoek op grond van deze regeling, een besluit op de aanvraag op grond van het Besluit heeft genomen,

    • b. na 31 december 2019, of

    • c. indien de aanvrager er ná 14 juli 2019 voor heeft gekozen om de procedure uit bijlage I van het Besluit voort te zetten, door:

      • in te stemmen met een opname van de schade of rapportage over de aard van de schade door een deskundige als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van bijlage I van het Besluit, of;

      • een zienswijze te geven op een uitgebracht rapport van een deskundige als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van bijlage I van het Besluit of de daarvoor geldende termijn ongebruikt te laten verstrijken zonder een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid in te dienen.

  • 4. Indien een aanvrager met betrekking tot hetzelfde gebouw, werk of adres meerdere aanvragen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit heeft gedaan waarop ten tijde van het verzoek als bedoeld in het eerste of het tweede lid nog geen besluit is genomen, wordt door de Commissie op al deze aanvragen, in één keer op grond van deze regeling beslist.

  • 5. De Commissie informeert aanvragers die aanvragen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit hebben ingediend schriftelijk vóór 14 juli 2019 of zij in aanmerking komen voor het gebruik van deze regeling en, voor zover zij voor het gebruik van deze regeling in aanmerking komen, dat het voortzetten van de procedure op grond van het Besluit na die datum er ingevolge het derde lid, onderdeel c, toe leidt dat zij geen beroep kunnen doen op deze regeling.

Artikel 4

  • 1. De Commissie verbindt aan een besluit op een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, de voorwaarde dat aanvrager desgevraagd medewerking verleent of laat verlenen aan het uitvoeren van een nulmeting aan het gebouw of werk waarop de aanvraag betrekking had.

  • 2. Uit de facturen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, blijkt in voldoende mate dat de kosten zijn gemaakt ten behoeve van herstel van de schade waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 3. De Commissie kan aan haar besluit op een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, nadere voorwaarden stellen waaraan de facturen moeten voldoen. De Commissie publiceert deze voorwaarden ook op haar website.

Artikel 5

  • 1. Het verzoek tot wijziging van een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit in een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, wordt bij de Commissie ingediend door middel van een door de Commissie vastgesteld digitaal formulier.

  • 2. Het verzoek bevat ten minste:

    • a. de naam en het adres van de aanvrager;

    • b. het dossiernummer van de aanvraag, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit;

    • c. het adres van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • d. het rekeningnummer van de aanvrager.

  • 3. Het verzoek heeft betrekking op een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit die ziet op een gebouw of werk dat is gelegen op een locatie:

    • a. binnen een afstand van 6 km of minder van het Groningenveld of de Gasopslag Norg, of

    • b. waar als gevolg van een beving met een epicentrum in het Groningenveld of de Gasopslag Norg een trillingssterkte van 2 mm/s met een overschrijdingskans van 1% is opgetreden.

  • 4. De aanvrager is ten tijde van het besluit op de aanvraag, bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, rechthebbende tot de schadevergoeding voor de fysieke schade aan het gebouw of werk.

  • 5. Indien de aanvraag, bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, niet voldoet aan één van de in deze regeling bedoelde voorwaarden, wijst de Commissie de aanvraag af.

  • 6. De Commissie kan:

    • a. in afwijking van artikel 3, tweede lid, een variabele vergoeding toekennen ten aanzien van een aanvraag waarvoor een rapport als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van Bijlage I bij het Besluit is uitgebracht, en

    • b. afwijken van artikel 3, derde lid, onderdeel c, ten einde onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen.

Artikel 6

  • 1. Een verzoek als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, wijzigt alle aanvragen die de aanvrager heeft ingediend op grond van artikel 3, tweede lid, van het Besluit waarop ten tijde van het verzoek tot wijziging van de aanvraag nog geen besluit is genomen door de Commissie.

  • 2. Indien de Commissie een aanvraag, bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, afwijst, herleeft de aanvraag op grond van artikel 3, tweede lid, van het Besluit zodra het afwijzende besluit op grond van deze regeling onherroepelijk is geworden.

Artikel 7

Het Besluit mijnbouwschade Groningen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste en het tweede lid komen te luiden;

  • 1. Er is een Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen.

  • 2. De Commissie heeft tot taak:

    • te besluiten op aanvragen tot vergoeding van schade en de overlastvergoeding als bedoeld in bijlage 2, met overeenkomstige toepassing van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht;

    • het nemen van beslissingen op bezwaar tegen besluiten als hiervoor bedoeld;

    • het voeren van beroepsprocedures tegen beslissingen op bezwaar en het voeren van hoger beroepsprocedures tegen uitspraken van de rechtbank over de genomen beslissingen op bezwaar.

2. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde tot en met negende lid tot het derde tot en met achtste lid.

3. In het zesde lid (nieuw) wordt ‘Elke deelcommissie’ vervangen door ‘De Commissie’.

4. Het zevende lid (nieuw) komt te luiden:

  • 7. Aan de leden van de Commissie wordt, ieder voor zich mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden die verband houden met de in het tweede respectievelijk derde lid bedoelde taken waaronder begrepen het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, de Algemene verordening gegevensbescherming, de Wet hergebruik overheidsinformatie en voor de afhandeling van interne klachten en verzoeken van de Nationale Ombudsman.

5. Het tiende lid vervalt, onder vernummering van het elfde tot het tiende lid.

B

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, vervalt onder vernummering van het tweede tot en met zesde lid tot eerste tot en met vijfde lid.

2. In het eerste lid (nieuw) wordt na ‘De voorzitter’ ingevoegd ‘van de Commissie’.

3. In het tweede lid (nieuw) wordt ‘beide deelcommissies’ vervangen door ‘de Commissie’.

4. Het zevende tot en met negende lid worden vervangen door:

  • 6. Er kunnen voor de voorzitter van de Commissie en andere leden plaatsvervangers worden benoemd. Het eerste tot en met het vijfde lid en het zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 7. De uit dit besluit voor de voorzitter van de Commissie voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van zijn afwezigheid over op zijn plaatsvervanger.

C

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘voorzitters’ vervangen door ‘voorzitter’.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De arbeidsduurfactor wordt vastgesteld op 0,444 en kan worden aangepast door de Minister van Economische Zaken en Klimaat indien hiertoe aanleiding is. Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat maakt de aanpassing bekend in de Staatscourant.

3. Het derde en het vierde lid vervallen onder vernummering van het vijfde lid tot het derde lid.

D

In artikel 9, eerste lid, wordt ‘deelcommissie bezwaar’ vervangen door ‘Commissie’.

E

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt ‘artikelen 3, vierde tot en met zevende lid, 4, tweede tot en met achtste lid’ vervangen door ‘artikelen 3, derde tot en met zesde lid, 4’.

2. Na het tweede lid wordt een nieuw lid toegevoegd luidende:

  • 2. De Minister van Economische Zaken en Klimaat kan er, in afwijking van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, ook voor kiezen om aan de niet-technische leden van de Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften een vergoeding toe te kennen op grond van het bepaalde in artikel 5, eerste lid, onder b.

F

In artikel 15 vervalt ‘en derde’.

G

Artikel 7, derde lid, van bijlage I komt te luiden:

  • 3. De Commissie kan, afhankelijk van de aanvraag, bij een positief besluit op de aanvraag de schadevergoeding vaststellen als betaling van de in opdracht van aanvrager herstelde schade, als geldbedrag of als vergoeding in natura.

H

Artikel 8 van bijlage I vervalt onder vernummering van artikel 9 van bijlage I naar artikel 8 van bijlage I.

I

Artikel 8 (nieuw) van bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Tegen het besluit van de Commissie staat bezwaar open.

2. In het tweede lid wordt ‘deelcommissie bezwaar’ vervangen door ‘Commissie’.

Artikel 8

Aan artikel 2, eerste lid, van de Regeling waardevermeerdering woningen gaswinning Groningenveld wordt een onderdeel toegevoegd luidende:

  • d. door de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen een vergoeding is toegekend op grond van artikel 3, eerste of tweede lid, van de Regeling Stuwmeer Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 3 juli 2019.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Stuwmeer Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 3 juli 2019

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

TOELICHTING

1. Inleiding

In januari 2018 heb ik, na overleg met provinciale en gemeentelijke bestuurders, in het Besluit mijnbouwschade Groningen (hierna: het Besluit) een nieuwe manier van afhandeling van schades vastgelegd (Kamerstukken II 2017/2018, 33 529, nr. 423). Op grond van het Besluit worden schades die zijn gemeld na 31 maart 2017 afgehandeld door de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen (hierna: de Commissie). Bij het ontwerp van het Besluit is veel aandacht gegeven aan zorgvuldigheid en onafhankelijke oordeelsvorming. Dat heeft geleid tot een procedure met veel juridische waarborgen, technische precisie, ruime mogelijkheden voor maatwerk en een zo breed mogelijk draagvlak. Met die procedure voor schadeafhandeling komen we tot een betere, rechtvaardigere, ruimhartigere en zorgvuldigere schadeafhandeling.

Na ruim een jaar moet echter worden geconstateerd dat, hoewel er veel waardering bestaat voor de zorgvuldigheid van de afhandeling, de snelheid waarmee aanvragen worden afgehandeld onvoldoende is in het licht van de omvang van de werkvoorraad. Bij de start nam de Commissie 13.472 meldingen over van het Centrum Veilig Wonen (CVW) en daar kwamen er wekelijks zo’n 200 bij. De bevingen van 22 mei jl. bij Westerwijtwerd en 9 juni jl. bij Garrelsweer droegen bij aan een nog snellere groei van de werkvoorraad. Het «stuwmeer» aan nog af te handelen schademeldingen bedraagt inmiddels 22.357 meldingen (op 24 juni 2019). De Commissie heeft inmiddels verschillende maatregelen doorgevoerd om de schadeafhandeling te versnellen, zoals het werven van meer deskundigen en de invoering van de aannemersvariant (Kamerstukken 2018-2019, 33 529, nr. 593). Het tempo van de schadeafhandeling is, ondanks deze maatregelen, echter nog niet hoog genoeg om de werkvoorraad voldoende voortvarend af te handelen.

In brieven van 3 juni 2019 (Kamerstukken II 2018/19, 33 529, nr. 639) en 13 juni 2019 (Kamerstukken II 2018/19, 33 529, nr. 644) is aan de Tweede Kamer aangekondigd dat er een eenmalige maatregel wordt getroffen om het «stuwmeer» aan schademeldingen dat is ontstaan bij de afhandeling van aanvragen om schadevergoeding door de Commissie zo snel mogelijk weg te werken. Ook is aangekondigd dat er verdere maatregelen worden getroffen om de schadeafhandeling op grond van het Besluit te versnellen (Kamerstukken II 2018/19, 33 529, nr. 639).

In deze regeling wordt de eenmalige maatregel ten behoeve van de aanpak van het «stuwmeer» aan schademeldingen uitgewerkt. Ook worden met deze regeling, ten behoeve van het versnellen van de schadeafhandeling op grond van het Besluit, enkele wijzigingen doorgevoerd in het Besluit. Tot slot wordt met deze regeling de Regeling waardevermeerdering woningen gaswinning Groningenveld (hierna: waardevermeerderingsregeling) aangepast, zodat ook woningeigenaren die op grond van onderhavige regeling een vergoeding ontvangen gebruik kunnen maken van waardevermeerderingsregeling.

2. Eenmalige maatregel aanpak «stuwmeer»

2.1 Bevoegdheidsstructuur

Dit besluit legt een vorm van onverplicht, buitenwettelijk beleid vast. Het laat de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de exploitant onverlet en loopt vooruit op een wettelijke regeling van de schadeafhandeling. Vooruitlopend op die regeling ligt al een publieke taak besloten in de zorg voor een goede afhandeling van schade. Gegeven de aard van het in deze regeling neergelegde beleid is het de Minister van Economische Zaken en Klimaat die bevoegd bestuursorgaan is.

Op grond van deze regeling (artikel 2) zijn bevoegdheden op basis van mandaat, machtiging of volmacht toegedeeld aan de leden van Commissie. De leden zijn bevoegd deze bevoegdheden onder te mandateren aan medewerkers van de Commissie. Ondanks deze mandaatverhouding werkt de Commissie, evenals bij de uitvoering van het Besluit, zelfstandig. Dit betekent dat de Commissie, haar personeel en de door haar ingeschakelde deskundigen ten aanzien van individuele zaken geen instructies ontvangen of vragen van de minister of derden.

2.2 Inhoud van de maatregel

Op grond van deze maatregel kunnen gedupeerden bij de Commissie een verzoek indienen om de aanvraag om vergoeding van schade die zij hebben ingediend op grond van het Besluit te wijzigen in een aanvraag op grond van deze regeling (artikel 3, eerste en tweede lid).

Op grond van deze regeling ontvangen zij op basis van hun aanvraag:

  • A. een vast bedrag van 4.000 euro schadevergoeding en een vaste vergoeding voor overige schade van 1.000 euro (artikel 3, eerste lid), of

  • B. een variabele vergoeding tot een bedrag van 10.000 euro (inclusief btw) voor de door henzelf voor herstel van fysieke schade gemaakte kosten, zoals de inzet van een aannemer, en een vaste vergoeding voor overige schade van 1.000 euro (artikel 3, tweede lid).

Als een aanvrager met betrekking tot hetzelfde gebouw, werk of adres meerdere aanvragen om vergoeding van schade heeft gedaan bij de Commissie wordt door de Commissie als ware het één aanvraag, in één keer besloten op alle aanvragen waarvoor nog geen beslissing genomen was op grond van het Besluit (artikel 3, vierde lid, en artikel 6, eerste lid). Dit betekent dat voor deze aanvragen slechts één keer een vaste of variabele vergoeding wordt uitgekeerd op grond van deze regeling. Dit omvat ook aanvragen die zijn ingediend na 1 januari 2019 respectievelijk 13 juni 2019.

Verwacht effect van de maatregel

Met deze maatregel kan in één keer voor zo’n negentig procent van de meldingen die van vóór 1 januari 2019 stammen een oplossing worden geboden. Daarnaast zal de maatregel een oplossing kunnen zijn voor circa twee derde van de schademeldingen die tussen 1 januari 2019 en 13 juni 2019 zijn binnengekomen. Zodoende is de verwachting dat met deze maatregel circa 15.000 schademeldingen kunnen worden afgehandeld. Dit is niet alleen gunstig voor de aanvragers die gebruik maken van de maatregel. Het wordt door de afname van de werkvoorraad mogelijk om de doorlooptijd voor de resterende aanvragen te normaliseren.

2.3 Wie komen er in aanmerking voor deze maatregel?

2.3.1 Geografische reikwijdte

Om in aanmerking te komen voor deze maatregel moet de aanvraag die de gedupeerde heeft ingediend bij de Commissie in de eerste plaats betrekking hebben op gebouwen of werken die binnen het effectgebied voor toepassing van het wettelijk bewijsvermoeden liggen (artikel 5, derde lid). Dit betekent dat het gebouw of werk gelegen moet zijn op een locatie binnen een afstand van 6 km of minder van het Groningenveld of de Gasopslag Norg of waar als gevolg van een beving met een epicentrum in het Groningenveld of de Gasopslag Norg een trillingssterkte van 2 mm/s met een overschrijdingskans van 1% is opgetreden. De Commissie heeft aan de hand van deze criteria een concreet gebied bepaald. Deze informatie is te raadplegen via de website van de Commissie1. Zo nodig wordt door de Commissie per gebouw of werk getoetst of het binnen het effectgebied valt, door middel van een onafhankelijk gevalideerde methode om de genoemde trillingssterkte te bepalen. Die methodiek, zoals geadviseerd in het advies van het panel van deskundigen, is uiteindelijk doorslaggevend.

2.3.2 Moment indiening aanvraag

De maatregel bevat twee soorten vergoeding, een vaste vergoeding (artikel 3, eerste lid) en een variabele vergoeding (artikel 3, tweede lid). Om in aanmerking te komen voor de verschillende vergoedingen gelden verschillende voorwaarden:

  • 1. Vaste vergoeding 4.000 euro

    Om in aanmerking te komen voor een vaste bedrag van 4.000 euro schadevergoeding en een vaste vergoeding voor overige schade van 1.000 euro moet de gedupeerde vóór 13 juni 2019 een aanvraag om vergoeding van schade hebben ingediend bij de Commissie. Op die aanvraag mag, om in aanmerking te komen voor deze vergoeding, ten tijde van het verzoek op grond van deze regeling nog geen besluit zijn genomen door de Commissie.

  • 2. Variabele vergoeding tot 10.000 euro

    Om in aanmerking te komen voor een variabele vergoeding tot een bedrag van 10.000 euro (inclusief btw) voor de kosten van een door aanvrager zelf geregeld schadeherstel, bijvoorbeeld door de inzet van een aannemer, en een vaste vergoeding voor overige schade van 1.000 euro, moet de gedupeerde vóór 1 januari 2019 een aanvraag op grond van het Besluit hebben ingediend. Ook op die aanvraag mag, om in aanmerking te komen voor de variabele vergoeding, ten tijde van het verzoek op grond van deze regeling nog geen besluit zijn genomen door de Commissie. Daarnaast mag de aanvrager nog geen adviesrapport van een deskundige hebben ontvangen. De Commissie heeft op grond van artikel 5, zesde lid, een (discretionaire) bevoegdheid om te besluiten om indien er aan adviesrapport van een deskundige ontvangen is te besluiten toch een variabele vergoeding toe te kennen.

Alle gedupeerden die een aanvraag hebben ingediend bij de Commissie worden door de Commissie vóór 14 juli 2019 schriftelijk geïnformeerd of zij in aanmerking komen voor het gebruik van deze regeling (artikel 3, vijfde lid). Zij hebben vervolgens tot 1 januari 2020 de tijd om te beslissen of zij gebruik willen maken van deze maatregel. Vanzelfsprekend is, ongeacht de door de Commissie verstrekte informatie, uiteindelijk de inhoud van deze regeling doorslaggevend voor of een aanvrager voor toepassing van deze regeling in aanmerking komt.

2.3.3 Rechthebbende

Om in aanmerking te komen voor deze maatregel moet de aanvrager rechthebbende zijn tot de schadevergoeding voor de fysieke schade aan het gebouw of werk (artikel 5, vierde lid). Doorgaans betekent dit dat de aanvrager de eigenaar van het gebouw is. Het kan echter voorkomen dat de eigenaar van het gebouw of werk de vordering tot schadevergoeding heeft overgedragen aan de aanvrager.

2.3.4 Wanneer kan een aanvrager geen gebruik meer maken van de maatregel?

Een aanvrager die voldoet aan de in paragraaf 2.3.1-2.3.3 genoemde voorwaarden kan in drie gevallen geen gebruik meer maken van de maatregel (artikel 3, derde lid), namelijk als:

  • 1) de Commissie voordat hij een verzoek tot wijziging van zijn aanvraag heeft ingediend een besluit op de aanvraag op grond van het Besluit heeft genomen;

  • 2) het verzoek tot wijziging van de aanvraag wordt ingediend na 31 december 2019, of

  • 3) de aanvrager er ná 14 juli 2019 voor heeft gekozen om de procedure uit het schadeprotocol (bijlage I bij het besluit) voort te zetten. Dit doet de aanvrager door:

    • a) in te stemmen met een opname van de schade of rapportage over de aard van de schade door een deskundige als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het schadeprotocol, of;

    • b) een zienswijze als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van het schadeprotocol te geven op een uitgebracht rapport van een deskundige of de daarvoor geldende termijn ongebruikt te laten verstrijken, zonder een verzoek in te dienen om zijn aanvraag te wijzigen in een aanvraag op grond van deze regeling.

De Commissie zal in de periode vanaf bekendmaking van deze regeling tot en met 14 juli 2019 geen besluiten nemen of adviesrapporten verzenden ten aanzien van aanvragen waarvan aangenomen kan worden dat de aanvrager gebruik zou willen maken van deze regeling (m.n. met een schadebedrag van minder dan € 4.000,–). Na 14 juli 2019 zal de Commissie de afhandeling van deze aanvragen echter weer gaan hervatten volgens het reguliere proces, teneinde onnodige vertraging te voorkomen en voortvarendheid in de afhandeling te bewerkstelligen. Indien door de Commissie eenmaal op grond van het Besluit mijnbouwschade Groningen een besluit op de aanvraag is genomen, vervalt de mogelijkheid tot gebruikmaking van de stuwmeerregeling. Het gaat hierbij om het moment van besluitvorming (niet van bekendmaking). Deze regeling is dus ook niet van toepassing op dossiers waarin bezwaar is gemaakt tegen een reeds genomen besluit op de aanvraag - die dossiers maken immers geen onderdeel uit van het stuwmeer dat met deze regeling wordt beoogd weg te werken.

Om de aanvragers erop te wijzen dat zij door in te stemmen met een schadeopname door een deskundige of het geven van een zienswijze op een rapport van een deskundige de mogelijkheid verliezen om gebruik te maken van deze maatregel informeert de Commissie aanvragers hier vóór 14 juli 2019 schriftelijk over (artikel 3, vijfde lid). Dit gebeurt in (de bijlage bij) dezelfde brief als de brief waarin de aanvrager geïnformeerd wordt dat hij in aanmerking komt voor de maatregel. De reden dat in die gevallen de mogelijkheid tot gebruik van de stuwmeerregeling vervalt, is dat het behoud van de mogelijkheid om te kiezen voor de stuwmeerregeling tijdens het voortzetten van de procedure onder het Besluit afbreuk doet aan de effectiviteit van de regeling. Deze strekt er immers juist toe om de capaciteit van de Commissie in te zetten op de dossiers van aanvragers die géén gebruik van de stuwmeerregeling kunnen of willen maken, teneinde op die manier de doorlooptijden te verkorten. In dossiers waarin al op of vóór 14 juli 2019 een opname was gepland of een zienswijze was ingediend, bestaat wel de mogelijkheid om gebruik te maken van de regeling. Als een aanvrager meer tijd wil om na te denken over of hij gebruik wil maken van de stuwmeerregeling, kan hij ervoor kiezen om nog geen opname in te laten plannen of om de termijn voor het indienen van een zienswijze te laten verlengen. De Commissie zal daaraan meewerken. In gevallen waarin de toepassing van deze voorwaarden leidt tot een evident onbillijke uitkomst heeft de Commissie op grond van artikel 5, zesde lid, onderdeel b, een discretionaire bevoegdheid om van deze van deze voorwaarde af te wijken.

2.4 Gevolgen van het gebruik van de maatregel voor aanvragers

Als een aanvrager kiest voor deelname aan deze maatregel worden vrijwel alle stappen van de procedure die zijn voorzien in het Besluit overgeslagen. Zo hoeft er niet meer gewacht te worden op een schade-opname, is er geen adviesrapport meer nodig en ook geen zienswijze met eventuele benodigde wijzigingen op het adviesrapport. Juist deze stappen kosten nu de meeste tijd. De Commissie kan na ontvangst van het verzoek van de aanvrager vrijwel direct een besluit nemen.

Als de aanvraag op grond van het Besluit naar aanleiding van een verzoek van de aanvrager wordt gewijzigd in een aanvraag op grond van deze regeling, dan worden daarmee alle aanvragen op grond van het Besluit die de aanvrager bij de Commissie heeft ingediend op het moment van dat de vergoeding wordt toegekend afgehandeld (artikel 6, eerste lid), dit omvat dus ook de aanvragen die normaliter niet in aanmerking zouden komen voor deze maatregel op grond van artikel 3, eerste of tweede lid. De Commissie kan nadat het besluit is genomen (achteraf) een nulmeting laten uitvoeren om te documenteren welke schade met deze aanvraag is afgehandeld (artikel 4, eerste lid). De Commissie kan daarvan afzien, als zij dat niet nodig acht, bijvoorbeeld als er al een opname had plaatsgevonden.

Met de vergoeding van € 1.000,– voor overige schade worden in één keer diverse vormen van schade afgedaan. Het gaat hierbij om een vergoeding voor overige schades waaronder wordt verstaan directe materiële gevolgschade, waaronder de bijkomende kosten waarvoor in de tabel van bijlage 2 van het Besluit een vaste vergoeding is opgenomen, de in bijlage 2 van het Besluit genoemden bijkomende kosten waarvoor op grond van werkelijke kosten een vergoeding wordt toegekend, de overlastvergoeding of eventuele wettelijke rente. Vanzelfsprekend wordt hieronder geen vergoeding voor een eventuele schade door waardevermindering van het gebouw of werk verstaan los van eventuele fysieke schade.

Mocht op een later moment, dat wil zeggen na het toekennen van een vergoeding op grond van deze regeling, nieuwe schade ontstaan, bijvoorbeeld als gevolg van een nieuwe beving, dan kan daarvoor een nieuwe aanvraag bij de Commissie worden gedaan.

2.5 Factuuroptie

De regeling biedt voor bepaalde aanvragen de mogelijkheid om een variabele vergoeding toegekend te krijgen, die wordt uitbetaald aan de hand van facturen (artikel 3, tweede lid, onderdeel a). Deze facturen moeten voldoen aan één algemene voorwaarde, namelijk dat daaruit voldoende moet blijken dat de kosten zijn gemaakt ter herstel van de mijnbouwschade (artikel 4, tweede lid). De Commissie kan in het besluit op het verzoek tot toepassing van de factuuroptie nadere voorwaarden stellen waaraan de facturen moeten voldoen (artikel 4, derde lid). Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om administratieve regels, zoals de vermelding van een KvK- of btw-nummer, om regels over de specificaties waaraan de factuur moet voldoen en om voorwaarden over van wie de factuur afkomstig mag zijn. Het zal hierbij niet slechts gaan om aannemers, maar ook om andere bedrijven die zich professioneel bezig houden met het herstel van mijnbouwschade, zoals een metselaar of een stukadoor. De Commissie zal deze voorwaarden ook vooraf publiceren op haar website. Dergelijke facturen behoeven niet te zijn ingediend voor 1 januari 2020, maar kunnen tot vijf jaar na het besluit op het verzoek worden ingediend.

2.6 Reguliere proces

Aanvragers die niet in aanmerking komen voor deze maatregel of die hier geen gebruik van willen maken, kunnen gebruik blijven maken van de reguliere procedure voor de afhandeling van hun aanvraag om schadevergoeding zoals voorzien in het Besluit. Die procedure loopt als uitgangspunt zo veel mogelijk op de reguliere wijze door.

2.7 Herleven aanvraag bij afwijzing

Het kan voorkomen dat een aanvrager een verzoek op grond van deze regeling doet, maar de aanvraag uiteindelijk wordt afgewezen omdat deze niet aan de regeling voldoet. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de aanvrager er na 14 juli 2019 voor kiest om de procedure uit het schadeprotocol voort te zetten door een zienswijze in te dienen ten aanzien van een adviesrapport. In zo’n geval herleeft de originele aanvraag op grond van het Besluit mijnbouwschade Groningen op het moment dat het afwijzende besluit op grond van de regeling onherroepelijk is geworden (artikel 6, tweede lid). Dat wil zeggen nadat de bezwaar- en beroepsprocedures doorlopen zijn of de termijnen voor het instellen daarvan verlopen zijn. Dit omdat voorkomen moet worden dat de behandeling op grond van het Besluit mijnbouwschade Groningen en een eventueel bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek op grond van de regeling door elkaar heen gaan lopen. Zodra de afwijzing onherroepelijk is geworden, herleeft de aanvraag op grond van het Besluit dus en hervat de Commissie de behandeling daarvan.

2.7 Rechtsbescherming

De besluiten die de Commissie op grond van deze regeling neemt zijn besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen deze besluiten staat op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar open bij de Commissie en tegen besluiten op bezwaar van de Commissie kan beroep en hoger beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter.

Deze regeling doet geen afbreuk aan de bestaande civiele rechten van belanghebbenden. Vanzelfsprekend komt dezelfde schade echter niet tweemaal voor vergoeding in aanmerking. De aanvrager kan na toekenning van de vergoeding op grond van deze regeling door de Commissie geen schadevergoeding eisen van NAM bij de burgerlijk rechter voor schade waarvoor door de Commissie op grond van deze regeling een vergoeding is uitgekeerd.

2.8 Financiële dekking

Met deze maatregel wordt de werkvoorraad van de Commissie versneld weggewerkt door aan aanvragers een vaste vergoeding voor hun schade toe te kennen. Wanneer de aanvrager gebruik maakt van deze mogelijkheid kan hij voor de schade waarop zijn aanvraag betrekking heeft geen vergoeding meer aanvragen via de Commissie of bij de exploitant. Dit betekent dat deze vergoeding dient ter vervanging van schadeafhandeling op grond van het Besluit. De kosten van de uitvoering van deze de stuwmeerregeling komen, evenals de kosten van de uitvoering van het Besluit, in eerste instantie ten laste van de Rijksbegroting van de Minister van Economische Zaken en Klimaat. Met de Nederlandse Aardolie Maatschappij NV en haar aandeelhouders wordt overleg gevoerd over de uiteindelijke dekking van de kosten van de uitvoering van deze de stuwmeerregeling.

2.9 Staatssteun

De aanvragers die gebruik kunnen maken van deze regeling zijn voor het overgrote deel particuliere eigenaren van woningen, waardoor er in deze gevallen geen sprake is van staatssteun. Voor zover de aanvragers ondernemingen zijn, is evenmin sprake van staatssteun. De tegemoetkoming die op grond van deze regeling aan aanvragers wordt verstrekt dient ter vergoeding van de door hen door bodembeweging als gevolg van gaswinning geleden schade. Het gebruik van vaste vergoedingen brengt een beperkt risico van overcompensatie met zich. Uit de ervaringscijfers van de Commissie blijkt dat 64% van de aanvragen betrekking heeft op schade ter hoogte van een bedrag van 4.000 euro of minder. Het risico op overcompensatie dat voortvloeit uit het gebruik van een vaste vergoeding voor fysieke schade van 4.000 euro en een vergoeding van 1.000 euro voor overige schade en de eventuele hoogte daarvan is dusdanig laag dat dit niet kan worden aangemerkt als een voordeel voor de onderneming dat de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen of het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig kan beïnvloeden. Voor de variabele vergoeding geldt dat het risico op overcompensatie in nog mindere mate aanwezig is omdat de aanvrager deze vergoeding ontvangt op basis van de voor de kosten van het herstel gemaakte overlegde facturen. Indachtig hoofdstuk 6 van Mededeling van de Commissie betreffende het begrip „staatssteun’ in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, PbEU C 262, van 19 juli 2016, kan worden betoogd dat het effect zodanig lokaal is dat het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig wordt beïnvloed.

2.10 Gevolgen van de maatregel voor uitvoerings- en administratieve lasten

Op dit moment kan nog geen concrete inschatting worden gemaakt van de uitvoeringskosten van de stuwmeermaatregel en het effect van deze maatregel op de uitvoeringskosten op grond van het Besluit. Als gevolg van deze regeling kunnen voor aanvragen waarvoor gebruik wordt gemaakt van deze regeling vrijwel alle stappen van de procedure die zijn voorzien in het Besluit worden overgeslagen. De verwachting is dat de kosten van uitvoering van deze regeling lager zullen uitvallen dan de kosten van de uitvoering van het Besluit waardoor de totale uitvoeringskosten voor de Commissie en RVO, als uitvoeringsorganisatie die de ondersteuning van de Commissie verzorgt, zullen dalen.

Deze regeling heeft naar verwachting een positief effect op de administratieve lasten van aanvragers. Hoe groot deze besparing is kan slechts ruw worden geraamd, omdat bij het opstellen van het Besluit de gevolgen voor de regeldruk voor aanvragers niet in kaart zijn gebracht. Zoals is aangegeven in paragraaf 2.4 kan een aanvrager die kiest voor deelname aan deze regeling voor alle door hem ingediende aanvragen vrijwel alle stappen van de procedure die zijn voorzien in het Besluit overslaan. Voor de administratieve lasten van de aanvrager betekent dit dat concreet er geen kennis meer hoeft te worden genomen van een adviesrapport en geen zienswijze meer hoeft te worden gegeven op het adviesrapport. Dit leidt per aanvraag tot een besparing van ca. 4 uur. Indien, zoals aangegeven in paragraaf 2.2, voor ca. 15.000 aanvragen gebruik wordt gemaakt van deze regeling levert dit een besparing op van 60.000 uur. Voor het overige blijven de administratieve lasten voor de aanvrager naar verwachting gelijk. Voor de berekening van de regeldruk van burgers wordt uitgegaan van een omrekenfactor van € 15,– per uur. Dit betekent dat deze regeling naar verwachting een administratieve lasten besparing van ca. € 900.000,– oplevert.

3. Versnellen van de schadeafhandeling op grond van het Besluit

Om de reguliere schadeafhandelingsprocedure op grond van het Besluit verder te versnellen werkt de Commissie aan een combinatie van het versimpelen en optimaliseren van de procedure voor afhandeling van schade en het ophogen van capaciteit, door nog meer schademeldingen zonder deskundige (maar door aannemers) te laten afhandelen (bijlage bij Kamerstukken II 2018/19, 33 529, nr. 639).

Daarnaast zijn in de huidige procedure, die in breed overleg met alle belanghebbenden is vastgesteld, de waarborgen opnieuw bekeken om te bezien waar versnelling mogelijk is zonder dat dit afbreuk doet aan de waarborgen van bezwaar- en beroepsprocedures die normaliter gelden voor bestuursrechtelijke beslissingen. Daarbij is geconstateerd dat de gekozen structuur waarbij twee afzonderlijke deelcommissies verantwoordelijk waren voor het nemen van de primaire besluiten op aanvragen om schadevergoeding en het nemen van besluiten op bezwaar, in combinatie met de advisering van de Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften afbreuk deed aan de efficiënte afhandeling van aanvragen en bezwaarschriften. Tegelijkertijd is geconstateerd dat de rechtsbescherming van aanvragers in de bezwaarfase reeds in voldoende mate geborgd wordt door de rol van de onafhankelijke Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften.

Om deze reden wordt met deze regeling de deelcommissie bezwaar geschrapt (artikel 7, onderdelen A, B, C, D, E, F en I). De leden van de deelcommissie bezwaar zullen in beginsel lid worden van de Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften, waarmee die commissie ook meer capaciteit krijgt om (nog) sneller te adviseren over het bezwaar. Als gevolg van deze wijziging kunnen beslissingen op bezwaar – net als de beslissingen op de aanvraag – genomen worden door een lid van de Commissie. Gelet op artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zal dit echter een ander lid zijn dan het lid dat de beslissing op de aanvraag heeft genomen. Het beleggen van de taken bij één Commissie past bovendien beter in mijn streven om onnodige splitsingen in taken te voorkomen.

Voorts wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om in het Besluit te verduidelijken (artikel 7, onderdeel G) dat de Commissie tevens bevoegd is om in plaats van een vergoeding in geld uit te keren, de schade in natura te herstellen, bijvoorbeeld door een door de Commissie ingehuurde aannemer de schade te laten herstellen. Een aanvrager kan desgewenst vragen om gebruik van de mogelijkheid om de schade in natura te herstellen. Het is vervolgens aan de Commissie om in het besluit op de aanvraag te beslissen of zij het opportuun acht om de betreffende schade ook daadwerkelijk in natura te herstellen of dat zij – toch – kiest voor een vergoeding in geld. Deze keuze van de Commissie zal, naar het zich laat aanzien, onder meer afhankelijk kunnen zijn van de aard en omvang van de schade, de locatie van het gebouw of werk waaraan schade is ontstaan, en – uiteraard – de uitvoeringscapaciteit voor herstel in natura.

Tot slot wordt met deze regeling de verplichting voor de Commissie geschrapt om aanvragers bij een besluit op hun aanvraag de mogelijkheid te bieden om een bouwkundige opname te laten verrichten, tenzij er voor hetzelfde gebouw of werk al eerder een bouwkundige opname is gedaan (artikel 7, onderdeel H). De Commissie heeft tot heden vrijwel steeds gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een dergelijke opname uit te voeren in de vorm van een nulmeting. Met het oog op de versnelling van de schadeafhandeling is het evenwel niet wenselijk dat een dergelijke nulmeting in alle gevallen uitgevoerd moet worden, omdat dit een aanzienlijk en onnodig beslag legt op de uitvoeringscapaciteit van de Commissie. Met deze wijziging kan de Commissie per geval beoordelen of het opportuun is om een dergelijke opname uit te laten voeren (bijv. afhankelijk van de omvang én de functie van het gebouw).

4. Wijziging Regeling waardevermeerdering woningen gaswinning Groningenveld

Gedupeerden die een vergoeding ontvangen voor de schade die zij geleden hebben door bodembeweging als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld of de gasopslag bij Norg kunnen gebruik maken van de waardevermeerderingsregeling. Op grond van die regeling kunnen woningeigenaren een subsidie aanvragen voor een verduurzamingsmaatregel of een maatwerkadviesrapport. Met deze wijziging in artikel 8 van deze regeling (het toevoegen van een nieuw onderdeel d aan artikel 2, eerste lid van de waardevermeerderingsregeling) wordt de waardevermeerderingsregeling ook opengesteld voor woningeigenaren die op grond van Regeling Stuwmeer Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen een vergoeding voor hun schade hebben ontvangen van de Commissie. Voor het overige blijven de voorwaarden waaronder een woningeigenaar in aanmerking kan komen voor subsidie gelijk.

5. Inwerkingtreding

Voor de inwerkingtreding van deze regeling is voorzien in terugwerkende kracht tot en met 3 juli 2019. Voor deze datum is gekozen omdat de Commissie vanaf die datum brieven als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, aan gedupeerden die aanvragen hebben ingediend op grond van het Besluit heeft verzonden.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes