Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201833529 nr. 423

33 529 Gaswinning

Nr. 423 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 januari 2018

Vandaag heb ik overeenstemming bereikt met provinciale en gemeentelijke bestuurders in Groningen over een nieuwe manier van afhandelen van schade door bodembeweging als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld. De maatschappelijke organisaties Groninger Bodem Beweging (GBB) en Groninger Gasberaad zijn actief en constructief betrokken geweest bij de totstandkoming.

Met dit schadeprotocol wordt de schadeafhandeling publiekrechtelijk georganiseerd; de overheid handelt voortaan de schade af. Dit betekent dat bewoners, gemeenten en provincie geen zaken meer hoeven te doen met NAM. Aanvragen tot schadevergoeding zullen in het vervolg worden afgehandeld door de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen (hierna: commissie). De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) neemt in opdracht van de commissie de praktische uitvoering van het protocol ter hand. Vanaf 19 maart kan iedere bewoner met een melding van nieuwe schade of met vragen over een schademelding die na 31 maart 2017 bij het Centrum Veilig Wonen (CVW) is gedaan, terecht bij de commissie.

Met de nieuwe werkwijze wordt fundamenteel afstand genomen van de gang van zaken tot nu toe waarbij NAM de partij was die vaststelde wat de oorzaak van die schade was en tevens besloot over de hoogte van de eventuele vergoeding. Dit is een grote stap. Alle betrokkenen, de inwoners en bestuurders van de regio, het kabinet en uw Kamer, delen de conclusie dat aan deze situatie een einde moest komen. De nieuwe werkwijze wordt vastgelegd in het Besluit mijnbouwschade Groningen en het bijbehorende protocol.

Het overleg met de bestuurders verliep constructief en in een goede sfeer. Ook de maatschappelijke organisaties Groninger Bodem Beweging (GBB) en Groninger Gasberaad hebben een positieve en constructieve rol gespeeld bij de totstandkoming van het schadeprotocol. De betrokken vertegenwoordigers van deze organisaties hebben aangegeven het schadeprotocol met een positief advies aan hun achterban voor te leggen.

De nieuwe werkwijze is een gezamenlijk product. Alle betrokkenen zijn overtuigd van de noodzaak van deze grote stap. Tegelijkertijd vergt het nog een forse inspanning om dit nieuwe systeem op korte termijn te laten functioneren. De organisatie moet immers vanaf de grond worden opgebouwd en ingewerkt. Alle deelnemers aan het overleg beseffen dat dit nog een grote opgave is. De uitvoering van het protocol krijgt de hoogste prioriteit en zal zo snel als redelijkerwijs mogelijk is worden georganiseerd.

Hieronder licht ik toe hoe het nieuwe protocol tot stand is gekomen, wat hierin wordt geregeld, hoe de uitvoering van het protocol is geregeld en wat dit in de praktijk betekent voor gedupeerden van de gaswinning.

Totstandkoming protocol

Bij het opstellen van besluit en protocol is dankbaar gebruik gemaakt van alle stukken die door de betrokken partijen zijn ingebracht. Het protocol zoals het er nu ligt, voldoet naar het oordeel van de regionale bestuurders en mijzelf aan de vier pijlers die bestuurders en maatschappelijke organisaties in mei 2017 gezamenlijk hebben geformuleerd als onmisbaar voor maatschappelijk draagvlak:

  • 1. Verantwoordelijke Staat

    De uitzonderlijke omstandigheid dat zich in één regio van Nederland een groot aantal relatief gelijksoortige gevallen van schade voordoet in korte tijd, in combinatie met het feit dat de afhandeling van de schade onvoldoende voortvarend is, rechtvaardigt dat de overheid zelf verantwoordelijkheid neemt. Daarom wordt de afhandeling van schademeldingen voortaan volledig publiekrechtelijk uitgevoerd. RVO ondersteunt de commissie bij de uitvoering van het schadeprotocol. NAM heeft geen plaats in dit systeem. De individuele schademelder zal niet worden belast met het financieel verhalen op NAM door de Staat van de uitgekeerde schadevergoeding. Tussen Staat en NAM is een overeenkomst afgesloten over de vergoeding van de kosten.

  • 2. Rechtvaardige schadebepaling

    Uitgangspunt van het protocol zijn de normen voor vergoeding van schade op basis van het Burgerlijk Wetboek, waaronder artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek waarin het bewijsvermoeden gaswinning Groningenveld is vastgelegd.

    Artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek regelt dat als er schade is aan gebouwen en werken die naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van het winnen van gas uit het Groningenveld kan zijn, de schade wordt vermoed veroorzaakt te zijn door de gaswinning uit het Groningenveld. De commissie past deze bepaling toe bij de beoordeling of schade voor vergoeding in aanmerking komt.

  • 3. Menselijke maat

    Alle meldingen van schade worden door de commissie individueel behandeld en inhoudelijk beoordeeld, ongeacht de omvang of geografische locatie. De in het protocol vastgelegde procedure behelst een laagdrempelige, voortvarende en met rechtswaarborgen omklede mogelijkheid voor schademelders om een vergoeding te krijgen voor de door hen geleden schade die is ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van de gaswinning in het Groningenveld. Aan iedere schademelder wordt een zaakbegeleider aangeboden. Deze zaakbegeleider staat de schademelder bij in de procedure bij de commissie. De zaakbegeleider verschaft bijvoorbeeld uitleg en informatie te verschaffen over het advies van de deskundige, het besluit van de commissie en de procedurele mogelijkheden.

  • 4. Onafhankelijk

    De commissie functioneert niet alleen onafhankelijk van NAM, maar ook onafhankelijk van het kabinet en decentrale overheden. De Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister voor Rechtsbescherming dragen alleen systeemverantwoordelijkheid. De Minister voor Rechtsbescherming benoemt de leden van de commissie. De commissie voert haar werkzaamheden zelfstandig uit en ontvangt geen instructies van derden. De commissie maakt gebruik van onafhankelijke deskundigen die voldoen aan door de commissie vast te stellen kwaliteitseisen. Dit zijn kwaliteitseisen die rekening houden met de omstandigheid dat voor het beoordelen van schade aan een monument, bedrijf of boerderij, andere expertise noodzakelijk kan zijn dan voor het beoordelen van schade aan een gemiddelde gezinswoning.

Procedure schadeafhandeling

Als bijlage bij deze brief gaat het Besluit mijnbouwschade Groningen (hierna: besluit)1, waarmee de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen wordt ingesteld en het schadeprotocol wordt vastgesteld. Dit besluit zal binnen enkele dagen in de Staatscourant worden gepubliceerd. Met het besluit wordt de commissie in het leven geroepen die onafhankelijk beslissingen neemt over schadeoorzaken en bijbehorende vergoeding. De commissie functioneert totdat er, zoals aangekondigd in het Regeerakkoord, een onafhankelijk schadefonds onder publieke regie is ingericht, dat verzoeken om schadevergoeding zal behandelen. Dit vergt een wetswijziging.

De onafhankelijkheid van de commissie is van groot belang voor de geloofwaardigheid van het nieuwe stelsel en voor het vertrouwen van burgers in de schadeafhandeling. Om die reden opereert zij niet alleen volledig onafhankelijk van NAM, maar in de afhandeling van individuele schadegevallen ook op afstand van het kabinet: de commissie beoordeelt individuele zaken op inhoudelijke gronden. Het systeem staat onder publieke regie. Als Minister van Economische Zaken en Klimaat draag ik samen met de Minister voor Rechtsbescherming systeemverantwoordelijkheid voor de schadeafhandeling.

De commissie stelt binnen de kaders van het besluit haar eigen werkwijze vast. Uit deze werkwijze zal volgen welke procedure wordt gevolgd bij de afhandeling van nieuwe schades en bestaande schades die nog niet in behandeling zijn. Uitgangspunt bij deze procedure is een adequate beoordeling van individuele schades die voor de aanvrager zo eenvoudig mogelijk is en waarvan de proceskosten redelijk zijn.

Bij de inrichting van werkwijzen houdt de commissie rekening met de waargenomen bodembeweging, de soort schade en de hoogte van de kosten van herstel. Iedere aanvraag wordt op zijn eigen merites beoordeeld. Afhankelijk van de aard en de omstandigheden, bepaalt de commissie welke procedure van toepassing is. Nadrukkelijk wordt in haar opdracht waarde gehecht aan het ontzorgen van bewoners met het proactief en ruimhartig bijstaan, en eenvoudige, duidelijke procedures.

Bij NAM is ook schade gemeld door bewoners in de omgeving van de gasopslag Norg in Drenthe. Gezien de rol van deze gasopslag in het systeem van de levering van Groningengas, is er voor gekozen om ook deze schademeldingen te betrekken in de taakopdracht van de commissie. Ook deze bewoners kunnen dus met hun schademelding naar de commissie voor beoordeling. Door de Technische commissie bodembeweging wordt gewerkt aan een beschouwing van hoe de afhandeling van schade veroorzaakt door mijnbouw in Nederland kan worden verbeterd (zie ook Kamerstuk, 33 529, nr. 377). Inzichten die dit oplevert kunnen ook op termijn in het schadeprotocol worden vertaald.

In het protocol is vastgelegd dat bij de beoordeling van de schademeldingen de relevante bepalingen van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht tot uitgangspunt worden genomen. Dit betekent dat de commissie haar werkwijze in overeenstemming met die regels en het daarin opgenomen bewijsvermoeden vormgeeft.

Bij de procedure staat het onderzoek naar de oorzaak van de schade en van hoor en wederhoor over de bevindingen centraal. Voor het beoordelen van verzoeken om vergoeding wijst de commissie onafhankelijke deskundigen toe. De aanvrager kan in alle gevallen zijn zienswijze geven over een deskundige die wordt aangewezen. Indien uit de zienswijze, naar het oordeel van de commissie, blijkt dat de deskundige niet voldoet aan de kwaliteitseisen, of aan de eisen van onpartijdigheid, wijst zij een andere deskundige aan.

Beslissingen van de commissie zijn besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar en beroep open staat. Om een adequate heroverweging van genomen besluiten te waarborgen wordt een separate commissie bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen ingesteld die adviseert over de behandeling van bezwaarschriften. In de bezwaarprocedure wordt een aanvullende deskundige ingeschakeld, tenzij hier evident geen aanleiding voor is. De aanvrager zal worden betrokken bij de keuze van een deskundige.

Uitvoering

Ook de uitvoering van schadeafhandeling wordt voortaan door de overheid opgepakt. De commissie wordt bij haar taken ondersteund door RVO. In opdracht van de commissie voert RVO de praktische werkzaamheden uit rond registratie van schademeldingen en aansturing van de schade-experts. RVO fungeert hiermee als eerste contactpunt voor de bewoners. Hiermee staat ook de uitvoering los van de NAM. RVO neemt de taken over met betrekking tot de uitvoering van alle schademeldingen die na 31 maart 2017 zijn ingediend. RVO zal voor de uitvoering van deze taken waar nodig zo snel mogelijk de personele capaciteit opschalen. RVO streeft een goede samenwerking met het CVW na ten aanzien van de opgebouwde expertise, maar opereert nadrukkelijk als publiek orgaan. Daar hoort bijvoorbeeld ook een andere fysieke locatie bij. NAM laat weten volledige medewerking te verlenen aan een soepele overdracht van taken en dossiers door CVW aan RVO en de commissie.

Ook de nog openstaande schademeldingen die momenteel worden behandeld door de afdeling complexe schade van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG), worden overgedragen voor afhandeling door RVO en de commissie. Dit betreft schademeldingen die door een samenloop van schade door gaswinning en andere factoren als complex zijn aangemerkt en waarin de NCG tot op heden als bemiddelaar optrad.

De inspanningen van RVO zijn er op gericht om op 19 maart operationeel te zijn. Vanaf dat moment wordt burgers in ieder geval een loket geboden. RVO brengt de commissie in de positie om relatief eenvoudige schadegevallen voortvarend af te handelen.

Dit is de eerste stap. Ik kan niet anders dan een beroep doen op het begrip van de Groningers als in het begin de uitvoering nog wat trager dan gewenst of hier en daar nog niet gestructureerd verloopt. Er wordt nog gewerkt om voor alle voorkomende gevallen tot een passende oplossing te komen.

Praktische betekenis en vooruitblik

Vanaf 19 maart kan iedere bewoner met een melding van nieuwe schade of met vragen over een schademelding die na 31 maart 2017 bij CVW is gedaan, terecht bij de commissie.

Vanwege discussies over aansprakelijkheid wachten zo’n zesduizend bewoners met openstaande schademeldingen van vóór 31 maart 2017 al lang op afhandeling van deze schademeldingen, wat tot veel onzekerheid leidt. Ik heb met NAM afgesproken dat zij voor deze oude schadegevallen een ultieme poging zal doen om deze voor 1 juli naar tevredenheid van bewoners af te handelen. Dit betekent niet dat alle geclaimde schade te allen tijde overal volledig wordt vergoed, maar wél dat NAM werkt aan een snelle en ruimhartige oplossing. NAM stelt daarvoor 50 miljoen euro beschikbaar boven op haar aansprakelijkheid. Bovendien blijft het aanbod van de Schone Lei op tafel. De komende maanden zal ik nauwlettend volgen of NAM haar intenties waarmaakt.

Dat er nu een nieuw schadeprotocol ligt is een goede stap vooruit, maar alleen een eerste stap. Schade is een onderdeel van de bredere problematiek van de gaswinning in Groningen. Ik blijf in gesprek met bestuurders en maatschappelijke organisaties om te werken aan structurele oplossingen. Dit gaat over de definitieve inrichting van schadeafhandeling via het publieke schadefonds, over een verbeterde aanpak van de versterkingsopgave en over het samen werken aan een nieuw toekomstperspectief voor Groningen.

Ik wil met de regionale bestuurders en maatschappelijke organisaties proberen om uiterlijk in april van dit jaar tot een akkoord te komen over deze onderwerpen. Ik zal uw Kamer op de hoogte houden van de voortgang.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl