Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201933529 nr. 593

33 529 Gaswinning

Nr. 593 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 april 2019

Het kabinet heeft de ambitie de afhandeling van schade veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld en de gasopslag te Norg onafhankelijk van de NAM af te wikkelen. Hiervoor zijn het afgelopen jaar belangrijke stappen gezet. Een belangrijke mijlpaal was het Besluit Mijnbouwschade Groningen. Met dit Besluit heeft de overheid de afhandeling van fysieke schade aan gebouwen en werken (en directe materiële gevolgschade) ter hand genomen. Met ingang van 19 maart 2018 is hiervoor Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) opgericht.

In mijn brief van 1 oktober 20181 heb ik mijn zorgen over de voortgang van de TCMG met uw Kamer gedeeld. In deze brief heb ik ook gemeld dat de TCMG ernaar streeft eind 2019 de daarin genoemde werkvoorraad van 16.000 te hebben afgehandeld. In de afgelopen periode heeft de TCMG een aantal versnellingsopties doorgevoerd die tot een forse stijging van het aantal schadeopnames (tot ruim 10.000) heeft geleid.

Het aantal genomen schadebesluiten houdt echter nog geen gelijke tred. De TCMG geeft mij aan dat dit binnenkort wel gaat gebeuren en dat eind dit jaar de inschatting is dat minimaal 16.000 schademeldingen zijn afgehandeld, met perspectief tot 19.000. Ik houd nadrukkelijk vinger aan de pols en zal uw Kamer over de voortgang blijven informeren.

Hieronder ga ik eerst in op de versnelling van de schadeafhandeling door de TCMG. Voorts maak ik van de gelegenheid gebruik om de jaarrapportage van de Onafhankelijke Raadsman aan uw Kamer aan te bieden2.

Versnelling van de schadeafhandeling door de TCMG

Conform toezegging3 informeer ik uw Kamer hierbij over de stand van zaken van de zes door de TCMG doorgevoerde versnellingsopties:

  • 1. Een groot knelpunt bij de snelheid van de schadeafhandeling was de beschikbaarheid van onafhankelijke deskundigen. Medio 2018 lag het aantal schade-opnames rond de 40 per week. De TCMG heeft na een Europese aanbesteding het aantal onafhankelijke deskundigen per december 2018 sterk kunnen verhogen. Als gevolg hiervan is het gemiddeld aantal schadeopnames sterk toegenomen tot 400 per week.

  • 2. De TCMG heeft de zogenaamde aannemersvariant ingevoerd. Hiermee wordt uitvoering aan de motie Van der Lee c.s.4 gegeven. In deze aannemersvariant verricht een door een deskundigenbureau geselecteerde aannemer de schadeopname in eenvoudigere dossiers. Vervolgens kan door dit bureau volstaan worden met een bureautoets. Inmiddels zijn er 475 aanvragers die gebruik maken van de aannemersvariant. Aanvragers kunnen zelf een keuze maken uit de geselecteerde aannemers. Recent is het aantal deelnemende aannemers uitgebreid van 3 naar 7. Op dit moment handelt de TCMG 250 schademeldingen per maand af via de aannemersvariant. Vanaf april wordt de capaciteit uitgebreid naar 400 per maand.

  • 3. De TCMG heeft een panel van deskundigen gevraagd te adviseren over de wijze waarop toepassing gegeven kan worden aan het bewijsvermoeden. De TCMG heeft het advies op 24 januari jl. gepubliceerd5. Het advies biedt concrete handvatten voor voortvarender en grootschaliger schade-afhandeling door versimpeling van de wijze waarop het wettelijk bewijsvermoeden kan worden gehanteerd, met behoud van zorgvuldigheid. De TCMG handelt deels al overeenkomstig dit advies.

  • 4. Bij de start van de TCMG bedroeg de werkvoorraad 13.500 schademeldingen. Bij 2.000 van deze meldingen was er reeds door het Centrum Veilig Wonen een eerste vastlegging van schade gedaan. Op de helft van deze meldingen is al beslist. Van de resterende meldingen is 90% inmiddels in behandeling.

  • 5. Circa 10% van het totaal aan schademeldingen betreft complexe schade. Het gaat dan veelal om schade aan rijks- en gemeentelijke monumenten en (agrarische) bedrijven. De TCMG is onlangs gestart met het doen van opnames bij deze complexe schades: inmiddels bevinden zich ruim 400 meldingen in het behandelproces.

  • 6. Ten slotte heeft de TCMG op 14 februari jl. met 13 woningcorporaties een convenant afgesloten. Afspraak in dit convenant is dat deze met eigen personeel schadeopnames kunnen verrichten. Via deze weg zijn inmiddels 850 schademeldingen ingediend door de woningcorporaties.

Al deze inspanningen van de TCMG hebben tot de volgende resultaten geleid:

  • De TCMG heeft inmiddels 10.583 schadeopnames verricht.

  • De TCMG heeft 4.685 besluiten genomen. In een fors aantal gevallen konden met 1 besluit meerdere meldingen per adres worden afgesloten, waardoor nu in totaal 6.246 schademeldingen zijn afgehandeld.

  • Op dit moment is er een werkvoorraad van 15.855 meldingen. 5.979 meldingen daarvan zijn in de fase van completering van het dossier ter voorbereiding op een opname. 3.978 meldingen zijn gereed voor opname, of er is reeds voor een opname voor gepland. Ten aanzien van 3.717 meldingen wordt op dit moment een schaderapport opgesteld, en 2.181 rapporten liggen voor een zienswijze bij de melder of worden gereed gemaakt voor besluitvorming door de commissie.

De TCMG denkt eind 2019 in totaal tussen de 16.000–19.000 schademeldingen te hebben afgehandeld.

Conclusie

De TCMG heeft de afgelopen maanden versnellingsopties in kaart gebracht en doorgevoerd. Dit heeft voor een forse toename van het aantal schade-opnames gezorgd. Het aantal genomen schadebesluiten houdt echter nog geen gelijke tred. In de eerste twee maanden van dit jaar is de werkvoorraad van openstaande schademeldingen nagenoeg gelijk gebleven. De tijd tussen een opname en een besluit wordt gebruikt voor het opstellen van het schaderapport en het voorleggen hiervan aan de betreffende bewoner. Hierbij waren er knelpunten bij het omzetten van opnames in rapporten. De laatste weken laten inmiddels een stijgende lijn zien in de afgifte van het aantal schaderapporten en het aantal genomen besluiten. De TCMG heeft mij aangegeven dat de stijgende lijn zich doorzet en in te schatten dat eind dit jaar minimaal 16.000 schademeldingen zijn afgehandeld, met perspectief tot 19.000 eind dit jaar. De stijging van het aantal schadebesluiten en voornoemde prognose zijn positieve ontwikkelingen, maar op dit moment nog onvoldoende robuust. Ik blijf intensief in gesprek met de TCMG en zal uw Kamer over de voortgang blijven informeren.

Jaarrapportage Onafhankelijke Raadsman

De Onafhankelijke Raadsman (OR) brengt twee keer per jaar een rapportage uit over de signalen/klachten die hij heeft ontvangen over de schadeafhandeling en versterking. De halfjaarrapportage van de OR heb op 1 oktober 2018 aan uw Kamer aangeboden. Als bijlage bij deze brief treft u de onlangs verschenen jaarrapportage aan.

Inhoud jaarrapportage

In 2018 zijn 197 meldingen bij de OR gedaan. Dat is een daling van 16% ten opzichte van 2017. Naar aanleiding van de meldingen doet de OR een aantal aanbevelingen. Zo pleit de OR voor snelheid bij de schadeafhandeling in het algemeen en specifiek voor het inrichten van een schadeproces voor agrarische bedrijven. Hierboven heb ik de versnellingsopties van de TCMG toegelicht en aangegeven dat de TCMG inmiddels gestart is met de opnames van complexe schades, waaronder agrarische bedrijven.

Ten aanzien van communicatie richting bewoners over schade beveelt de OR eenduidige communicatie aan over wachttijden en prioritering. De TCMG onderschrijft het belang van goede communicatie richting bewoners om hen op die manier een beter beeld te geven op de wachttijd voor de inhoudelijke behandeling van hun dossier. Daarom is het inmiddels mogelijk een bewoner inzicht te geven in hun plek in de wachtrij. Bewoners zijn hier door middel van een nieuwsbrief geïnformeerd.

Bij de versterking beveelt de OR onder andere dat er snel duidelijkheid moet komen voor de individuele bewoners bij het nieuwe versterkingsprogramma. Bij brief van 15 februari6 en 13 maart7 jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over de door Rijk en Regio overeengekomen aanpak. Daarbij is geconstateerd dat de uitvoering kon starten in die gemeenten waarvoor een plan ligt met voorlopige goedkeuring (vanuit het oogpunt van veiligheid) van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). In alle gemeenten wordt gestart met de opname en beoordeling van de eerste adressen die behoren tot de hoogste risicocategorie. Vele bewoners zijn inmiddels per brief door gemeente en Nationaal Coördinator Groningen (NCG) geïnformeerd.

Tot slot constateert de OR terecht dat de versterkingsaanpak niet mag verzanden in discussie over verantwoordelijkheden of financiering. Over de besturing van de versterkingsaanpak hebben Rijk en Regio afspraken gemaakt, deze zijn opgenomen in eerdergenoemde brief van 13 maart jl. (Kamerstuk 33 529, nr. 587) Ten aanzien van de financiering geldt dat NAM de kosten voor versterking draagt waar dit nodig is voor de veiligheid.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes