Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot wijziging van de verplichtstelling tot deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds voor de Nederlandse Groothandel

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gezien de aanvraag van Stichting Pensioenfonds voor de Nederlandse Groothandel namens Nederlands Verbond van de Groothandel (NVG), Federatie Nederlandse Oudpapier Industrie (FNOI), Vereniging Herwinning Textiel (VHT), CNV Dienstenbond, FNV en De Unie, daartoe strekkende, dat de verplichtstelling tot deelneming in de Stichting Pensioenfonds voor de Nederlandse Groothandel ingevolge de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, wordt gewijzigd voor de in de aanvraag bedoelde groepen van personen in de bedrijfstak Herwinning Grondstoffen;

Gelet op de artikelen 10, eerste lid en 16 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;

Gezien het overleg met De Nederlandsche Bank;

BESLUIT:

I.

Wijzigt het besluit van 27 april 2010, Stcrt. 29 april 2010, nr. 6737 waarin werd overgegaan tot het verplicht stellen van de deelneming in de Stichting Pensioenfonds voor de Nederlandse Groothandel voor de bedrijfstak Herwinning Grondstoffen.

De verplichtstelling tot deelneming komt na wijziging te luiden als volgt:

"A

Het deelnemen in de Stichting Pensioenfonds voor de Nederlandse Groothandel is verplicht gesteld voor alle werknemers van ondernemingen, die zich gedeeltelijk of uitsluitend bezighouden met de inzameling en/of bewerking/sortering/vernietiging en/of handel in stoffen, die bestemd zijn als product of materiaal te worden hergebruikt.

Deelneming is verplicht vanaf de leeftijd van 21 jaar tot de eerste dag van de maand waarin de werknemer de 67-jarige leeftijd bereikt.

B

Onder de term bewerking wordt in deze verplichtstellingsbeschikking tevens verwerking verstaan. Bewerken is het uitvoeren van een handeling waarbij de eigenschappen of samenstelling van de stof niet veranderen. Verwerken is het doen opgaan van een stof in een groter geheel of nieuw product.

Onder de term gedeeltelijk wordt in deze verplichtstellingsbeschikking verstaan dat (een gedeelte van) de beschreven werkzaamheden door de onderneming moet worden verricht, maar dat hoeven niet uitsluitend de werkzaamheden van de onderneming te zijn. De onderneming kan dus ook nog andere activiteiten verrichten. De mate waarin de onderneming eventuele andere activiteiten verricht, heeft geen invloed op de toepasbaarheid van de verplichtstelling.

C

Onder stoffen die bestemd zijn als product of materiaal te worden hergebruikt, worden in deze verplichtstellingsbeschikking verstaan:

  • 1. gedragen kleding en schoenen, alsook elk ander gebruikt textiel,

  • 2. oud papier en karton,

  • 3. datadragers, die ter vernietiging aan archief- en datavernietigingsbedrijven worden aangeboden,

  • 4. glas,

  • 5. rubber en kunststof

waarvan de houder zich heeft ontdaan.

D

Onder werknemer wordt verstaan:

degene die een dienstbetrekking heeft bij een onder A. bedoelde onderneming.

E

Van stoffen heeft men zich ontdaan, indien deze als huishoudelijke of bedrijfsafvalstroom voor hergebruik/recycling dan wel verwijdering of vernietiging zijn aangeboden.

F

In afwijking van het hierboven bepaalde geldt de verplichtstelling niet voor:

  • degenen die op grond van een andere beschikking krachtens de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Stb. 2000, 628, laatstelijk gewijzigd bij wet van 19 december 2003, Stb. 2003, 544), verplicht zijn tot deelneming in een ander bedrijfstakpensioenfonds."

II.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

's-Gravenhage, 7 juli 2015

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, de Directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, M.H.M. van der Goes

Naar boven