Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2003, 544Wet

Wet van 19 december 2003 tot wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten (Verzamelwet sociale verzekeringen 2003)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enkele correcties en andere wijzigingen aan te brengen in een aantal socialeverzekeringswetten, inclusief pensioenwetten, en in verband en in samenhang hiermee in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen alsmede een daarmee verband houdende wijziging aan te brengen in de bijlage bij de Algemene wet bestuursrecht;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET

De Algemene Kinderbijslagwet1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 7, achtste lid, wordt vervangen door:

  • 8. Een in het tweede lid, onderdeel c, bedoeld kind wordt als werkloos aangemerkt indien en zolang het bij de Centrale organisatie werk en inkomen als werkzoekende is geregistreerd. Deze registratie dient binnen een redelijke termijn plaats te vinden. In geval dat kind wegens ziekte niet beschikbaar is om arbeid te aanvaarden wordt dat kind als werkloos aangemerkt zolang de ziekte voortduurt voor een periode van ten hoogste zes maanden.

B

Artikel 15 komt te luiden:

Artikel 15

  • 1. De verzekerde, alsmede de persoon aan wie of de instelling waaraan op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, zijn verplicht aan de Sociale verzekeringsbank op haar verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen, waarvan hem of haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op kinderbijslag, de hoogte van de kinderbijslag, het geldend maken van het recht op kinderbijslag of op het bedrag van de kinderbijslag, dat wordt betaald.

  • 2. De verplichting van het eerste lid geldt niet ingeval het kind voor wie kinderbijslag wordt betaald recht krijgt op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000.

C

Artikel 21a komt te luiden:

Artikel 21a

  • 1. De Sociale verzekeringsbank is bevoegd een voorschot te betalen op de nog niet vastgestelde kinderbijslag.

  • 2. Voorzover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, wordt een voorschot als bedoeld in het eerste lid beschouwd als de kinderbijslag op grond van deze wet.

D

Artikel 37 vervalt.

ARTIKEL II. WIJZIGING VAN DE ALGEMENE NABESTAANDENWET

De Algemene nabestaandenwet2 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 4, onderdeel b, wordt «of een akte mede ondertekend door een advocaat» vervangen door: of een akte mede ondertekend door een advocaat dan wel een akte waarvan door de gewezen echtgenoot aannemelijk wordt gemaakt dat die tot stand is gekomen door de inzet van een bij de echtscheiding betrokken advocaat.

B

In artikel 18, tweede lid, onderdeel a, vervalt de zinsnede «vermeerderd met de overhevelingstoeslag, bedoeld in artikel 1 van de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies».

C

In artikel 25, tweede lid, wordt «onderdeel f» vervangen door: onderdeel e.

D

In artikel 38, eerste lid, wordt de zinsnede «of 37 opgelegd» vervangen door: of 37 is opgelegd.

E

In artikel 48 vervalt voor de tekst van het artikel de aanduiding «1.».

F

In artikel 63d wordt de tekst na «is geëindigd;» op een nieuwe regel geplaatst.

G

Artikel 72 vervalt.

H

Artikel 103, vierde lid, vervalt.

I

Artikel 106 komt te luiden:

Artikel 106

Na de inwerkingtreding van deze wet berust de ministeriële regeling op grond van artikel 4 van de Algemene Weduwen- en Wezenwet op artikel 8 van deze wet.

ARTIKEL III. WIJZIGING VAN DE ALGEMENE OUDERDOMSWET

De Algemene Ouderdomswet3 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 10, derde lid, wordt de zinsnede «artikelen 29, tweede lid, en 72, tweede lid,» vervangen door: artikel 29, tweede lid, aanhef en onderdeel b,.

B

Artikel 21 komt te luiden:

Artikel 21

  • 1. De Sociale verzekeringsbank is bevoegd een voorschot te betalen op een nog niet toegekend ouderdomspensioen.

  • 2. Voorzover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, wordt een voorschot als bedoeld in het eerste lid beschouwd als ouderdomspensioen op grond van deze wet.

C

Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel a vervalt.

b. De onderdelen b tot en met d worden verletterd tot a tot en met c.

2. Het tweede lid wordt vervangen door:

  • 2. De bruto-vakantie-uitkering per maand van een gehuwde pensioengerechtigde:

    a. aan wie een volledige toeslag is toegekend is gelijk aan tweemaal de bruto-vakantie-uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c;

    b. aan wie een niet-volledige toeslag is toegekend met toepassing van artikel 10, tweede lid, is gelijk aan de bruto-vakantie-uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vermeerderd met de met behulp van de in artikel 10, derde lid, bedoelde percenten over het verschil tussen de vastgestelde bruto-vakantie-uitkering, bedoeld in onderdeel a en de vastgestelde bruto-vakantie-uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.

3. In het zevende lid, wordt «negende lid» vervangen door: zesde lid.

D

In artikel 30, eerste en derde lid, wordt «artikel 29, negende lid» vervangen door: artikel 29, zesde lid.

ARTIKEL IV. WIJZIGING VAN DE WET FINANCIERING VOLKSVERZEKERINGEN

De Wet financiering volksverzekeringen4 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 39, eerste lid, wordt onderdeel e verletterd in onderdeel d.

B

Artikel 52, derde lid, vervalt.

ARTIKEL V. WIJZIGING VAN DE PENSIOEN- EN SPAARFONDSENWET

De Pensioen- en spaarfondsenwet5 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid wordt de zinsnede «Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 » vervangen door: Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000.

2. Het vijfde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. Na «6» wordt ingevoegd: 6a, 6b, 6c, eerste en tiende lid,.

b. Na «2b» wordt ingevoegd: , 2c.

B

Artikel 6a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «en 6d» vervangen door: , 6d en 6e.

2. Na het vierde lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Onze Minister kan verenigingen aanwijzen op wie het eerste lid, vierde volzin, en het vierde lid, voor een bij die aanwijzing te bepalen periode niet van toepassing zijn.

C

Na artikel 6c wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6ca

  • 1. Een geleding binnen de deelnemersraad kan bij de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam beroep instellen tegen een besluit als bedoeld in artikel 6b, eerste lid, onderdeel f of g, van het bevoegde orgaan van het fonds, wanneer dat besluit niet in overeenstemming is met het advies van de deelnemersraad.

  • 2. Artikel 6c, derde tot en met tiende lid, is van overeenkomstige toepasssing.

D

Artikel 20, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Onze Minister kan met betrekking tot de uitvoering van de artikelen 2a, 2b, 2c, 3b, 6a, 6d, 7, 8, 8a, 8b, 8c, 25, 29, 32, 32a, 32b, 32 ba, 32c, 32e, 32f, 32g en 32h aan de Pensioen- & Verzekeringskamer aanwijzingen van algemene aard geven betreffende de uitoefening van de haar bij of krachtens deze wet opgelegde taak.

E

Artikel 23a, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste en vierde lid, 2b, eerste, derde, en vijfde lid, 2c, 3, eerste lid, 4, eerste, tweede en vierde lid, 5, eerste tot en met zevende lid, 5a, eerste lid, 6a, 6b, tweede en vierde lid, 6d, derde lid, 7, 7a, 8, vijfde en zesde lid, 9, 9a, eerste en tweede lid, 9b, 9c, 10, derde lid, 10a, 10b, 18, 19, 21, zesde lid, 22, tweede en vierde lid, 23, tweede lid, 23l, eerste en derde lid, en 32b, tweede lid.

F

Artikel 23b, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste en vierde lid, 2b, eerste, derde en vijfde lid, 2c, 3, eerste lid, 3a, derde en vierde lid, 4, eerste, tweede en vierde lid, 5, eerste tot en met zevende lid, 5a, eerste lid, 6a, 6b, tweede en vierde lid, 6c, eerste lid, 6d, derde lid, 7, 7a, 8, vijfde en zesde lid, 9, 9a, eerste en tweede lid, 9b, 9c, 10, derde lid, 10a, 10b, 11, eerste en tweede lid, 18, 19, 21, zesde lid, 22, tweede en vierde lid, 23, tweede lid, 23l, eerste en derde lid, en 32b, tweede lid.

G

Artikel 23c, vijfde lid, komt te luiden:

  • 5. Voor overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 2b, vijfde lid, 2c, tweede lid, 9d, 10, tweede lid, 10b, achtste lid, 32, negende lid en 32b, derde lid, wordt het bedrag van de boete bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage behorend bij die algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste€ 907 560 bedraagt. Ten aanzien van de regelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, tweede volzin, is de eerste volzin van overeenkomstige toepassing.

H

Aan artikel 23l, eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een op grond van de vorige volzin aangewezen persoon een bezoldiging toekennen ten laste van het fonds of van de onderneming waaraan het fonds is verbonden.

I

Na artikel 34 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 35

Pensioenfondsen brengen hun statuten en reglementen binnen twee jaar na inwerkingtreding van de Verzamelwet sociale verzekeringen 2003 in overeenstemming met de artikelen 2c, 6a, 6b en 6c, eerste en tiende lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet.

ARTIKEL VI. WIJZIGING VAN DE WET VAN 21 DECEMBER 2000, HOUDENDE WIJZIGING VAN DE PENSIOEN- EN SPAARFONDSENWET EN ENIGE ANDERE WETTEN (RECHT VAN KEUZE VOOR OUDERDOMSPENSIOEN IN PLAATS VAN NABESTAANDENPENSIOEN EN GELIJKE BEHANDELING VAN MANNEN EN VROUWEN)

Artikel IX van de Wet van 21 december 2000, houdende wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige andere wetten (recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen) (Stb. 625) wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Bij de toepassing van artikel 32ba van de Pensioen- en spaarfondsenwet is op pensioen of aanspraken op pensioen die vóór de dag van inwerkingtreding van artikel 32ba, eerste lid, onderdeel e, van de Pensioen- en spaarfondsenwet zijn opgebouwd, artikel 32a, onderdeel f, van de Pensioen- en spaarfondsenwet van toepassing, tenzij artikel 32ba van de Pensioen- en spaarfondsenwet wordt toegepast in verband met een keuze als bedoeld in artikel 2b of 2c van die wet en het pensioenfonds in zijn statuten of reglementen artikel 32ba, eerste lid, onderdeel d en e van de Pensioen- en spaarfondsenwet van toepassing heeft verklaard.

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Voorzover het bij de toepassing van het eerste en tweede lid aanspraken op pensioen betreft die, als gevolg van een premievrije voortzetting van die aanspraken worden opgebouwd, zijn de in het eerste en tweede lid genoemde artikelen van de Pensioen- en spaarfondsenwet uitsluitend van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na de datum van inwerkingtreding van het betreffende artikelonderdeel van de wet van 21 december 2000, houdende wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige andere wetten in verband met het recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen (Stb. 625).

3. Na het vierde lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 5. In afwijking van het tweede lid is artikel I, onderdeel J, artikel 32, zevende lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet voor zover het niet betreft pensioen dat wordt berekend of mede wordt berekend op grond van een geldelijke bijdrage slechts van toepassing op aanspraken op pensioen die vanaf 1 januari 2005 worden opgebouwd. Dit lid is niet van toepassing op afkoop die tot de datum van inwerkingtreding van de Verzamelwet sociale verzekeringen 2003 plaatsvindt.

ARTIKEL VII. WIJZIGING VAN DE WET BETREFFENDE VERPLICHTE DEELNEMING IN EEN BEROEPSPENSIOENREGELING

De Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling6 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3, onderdeel c, wordt «verklaring van geen bezwaar» vervangen door: verklaring van geen bedenkingen.

B

In artikel 18b, tweede lid, wordt «pensioen- of spaarfondsen» respectievelijk «pensioen- of spaarfonds» telkens vervangen door: beroepspensioenfondsen respectievelijk beroepspensioenfonds.

C

In de artikelen 21a, eerste lid, en 21b, eerste lid van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling vervalt « 9,».

ARTIKEL VIII. WIJZIGING VAN DE WET VERPLICHTE DEELNEMING IN EEN BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS 2000

De Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 20007 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt de zinsnede «de verplichtstelling voor alle deelnemers intrekken» vervangen door: de verplichtstelling voor alle deelnemers in die bedrijfstak intrekken.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Onze Minister kan op aanvraag van het georganiseerde bedrijfsleven binnen een bedrijfstak dat naar zijn oordeel een belangrijke meerderheid van de in die bedrijfstak werkzame personen vertegenwoordigt, de verplichtstelling voor een deel van de deelnemers die in de bedrijfstak werkzaam zijn, intrekken.

B

In artikel 12, vijfde lid, wordt de zinsnede «trekt Onze Minister de verplichtstelling in» vervangen door: trekt Onze Minister de verplichtstelling met betrekking tot die bedrijfstak in.

ARTIKEL IX. WIJZIGING VAN DE ZIEKTEWET

De Ziektewet8 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, wordt vervangen door:

  • 1. Behoudens het tweede lid, onderdeel e, en de artikelen 29a en 29b wordt geen ziekengeld uitgekeerd, indien de verzekerde uit hoofde van de dienstbetrekking op grond waarvan hij de arbeid behoort te verrichten:

    a. recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel indien het recht op loon door toepassing van het derde, vijfde, zesde of negende lid van dat artikel geheel of gedeeltelijk ontbreekt;

    b. recht heeft op bezoldiging als bedoeld in artikel XV van de Wet terugdringing ziekteverzuim, dan wel indien het recht op die bezoldiging op grond van het vierde, zevende, achtste, negende of tiende lid van dat artikel geheel of gedeeltelijk ontbreekt.

2. In het tweede lid, onderdeel d, vervalt «of 8a».

3. In het vierde lid wordt na «de leeftijd van 65 jaar bereikt» een zinsdeel ingevoegd, luidende: alsmede over de periode waarover de verzekerde een uitkering op grond van artikel 3:7, tweede lid, 3:9 of 3:10, tweede en derde lid van de Wet arbeid en zorg ontvangt.

B

Artikel 29b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt na «Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten» een zinsdeel ingevoegd, luidende: of werkzaam is als werknemer in de zin van de Wet sociale werkvoorziening, op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 4 van de Wet inschakeling werkzoekenden, voorzover de situatie, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van die wet van toepassing is, .

2. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Dit artikel is niet van toepassing indien de werknemer werkzaam is in een dienstbetrekking in de zin van de Wet sociale werkvoorziening.

C

In artikel 31, derde lid, wordt «3:7, eerste lid, 3:8, of 3:10, eerste lid» vervangen door: 3:7, 3:8, 3:9 of 3:10.

D

In de artikelen 38, vierde lid, en 38a, zesde lid, wordt «De artikel» vervangen door: De artikelen.

E

In artikel 62 wordt «Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekering» vervangen door: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

F

In artikel 64, tweede lid, aanhef, wordt «artikel 3, tweede, derde en vierde lid» vervangen door: artikel 3, tweede, vierde en vijfde lid.

G

Artikel 75 komt te luiden:

Artikel 75

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. medisch besluit: een besluit waaraan een beoordeling van medische gegevens ten grondslag ligt;

b. werknemer: degene, op wiens medische gegevens de beoordeling betrekking heeft;

c. werkgever: de belanghebbende bij een medisch besluit, die niet de eigenrisicodrager of de werknemer is.

H

Artikel 75a, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Na «eigenrisicodrager » wordt ingevoegd: of werkgever.

2. «persoon, bedoeld in artikel 63, eerste lid,» wordt vervangen door: werknemer.

I

Artikel 75c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «gemachtigde van de eigenrisicodrager» ingevoegd: of van de werkgever.

2. Het tweede lid wordt vervangen door twee nieuwe leden, luidende:

  • 2. De gemachtigde, die arts is, treedt in de plaats van de werkgever bij de voorbereiding van een medisch besluit.

  • 3. De arbodienst van de eigenrisicodrager dan wel de gemachtigde, die arts is, van de eigenrisicodrager of van de werkgever, treedt in de plaats van de eigenrisicodrager dan wel de werkgever bij:

    a. het opstellen van een bezwaar- of beroepschrift; en

    b. de behandeling van een bezwaar of beroep; voorzover betrekking hebbend op medische gegevens.

J

Artikel 75d wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt na «eigenrisicodrager» ingevoegd: of de werkgever.

2. In het derde lid, wordt na «gemachtigde van de eigenrisicodrager» ingevoegd: of van de werkgever.

K

Artikel 75g komt te luiden:

Artikel 75g

De artikelen 7:4, zesde lid, 8:29 en 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op stukken of inlichtingen die medische gegevens bevatten.

L

Artikel 75h komt te luiden:

Artikel 75h

  • 1. In afwijking van artikel 8:62 van de Algemene wet bestuursrecht vindt het onderzoek ter zitting, voorzover betrekking hebbend op medische gegevens, met gesloten deuren plaats.

  • 2. In de uitnodiging, bedoeld in artikel 8:56 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt mededeling gedaan van het bepaalde in het vorige lid.

M

Artikel 75i komt te luiden:

Artikel 75i

De toepassing van de artikelen 8:81 tot en met 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede de behandeling van hoger beroep als bedoeld in artikel 18 van de Beroepswet geschiedt voorzover nodig met inachtneming van deze paragraaf.

N

De artikelen 75j en 75k vervallen.

O

Na artikel 75i wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 3. Geschillen van geneeskundige aard

Artikel 75j

Deze paragraaf is van toepassing op geschillen van geneeskundige aard over het al dan niet bestaan of voortbestaan van ongeschiktheid tot werken.

Artikel 75k

In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift in een geschil als bedoeld in artikel 75j twee weken.

Artikel 75l
  • 1. In afwijking van artikel 7:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden in een geschil als bedoeld in artikel 75j nog tijdens het horen nadere stukken indienen.

  • 2. In afwijking van artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en met inachtneming van de overige artikelen van deze paragraaf, worden in een geschil als bedoeld in artikel 75j het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken:

    a. voorafgaand aan het horen aan belanghebbenden gezonden, dan wel

    b. ten minste twee dagen voorafgaand aan de hoorzitting voor belanghebbenden ter inzage gelegd.

  • 3. In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift, bedoeld in artikel 75k.

P

Na artikel 75l wordt het opschrift «§ 3. Beroep in cassatie» vervangen door:

§ 4. Beroep in cassatie

Q

Het enige artikel van paragraaf 4, wordt vernummerd tot artikel 75m.

ARTIKEL X. WIJZIGING VAN DE WET OP DE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING

De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering9 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, worden de onderdelen k en l verletterd tot i en j.

B

In artikel 6, eerste lid, vervalt de komma na «onderdeel a of d,».

C

In artikel 19, zevende lid, wordt na de zinsnede «de wachttijd niet eerder eindigt dan vijftien weken na dat verzoek» toegevoegd: tenzij de werkgever voor het verstrijken van het tijdvak van die vijftien weken geen loon meer verschuldigd is, omdat de dienstbetrekking is geëindigd.

D

In artikel 19a, tweede lid, wordt de derde zin vervangen door: De artikelen 18, tweede tot en met vierde lid, en 30, eerste lid, onderdeel a zijn niet van toepassing, behoudens voorzover het betreft de op de dag voorafgaande aan de eerste dag dat die persoon rechtens zijn vrijheid is ontnomen aanwezige arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid.

E

Artikel 24 komt te luiden:

Artikel 24

  • 1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de door hem daartoe aangewezen deskundige kunnen de persoon die aanspraak maakt op of in het genot is van een arbeidsongeschiktheidsuitkering voorschriften geven in het belang van een behandeling of van genezing dan wel voorzover dit voortvloeit uit de taak, bedoeld in artikel 10 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, tot behoud, herstel en bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.

  • 2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan in het kader van de uitvoering van het eerste lid voorschrijven dat de persoon, bedoeld in het eerste lid, zich laat registreren als werkzoekende bij de Centrale organisatie werk en inkomen.

F

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «Centrale organisatie voor werk en inkomen» vervangen door: Centrale organisatie werk en inkomen.

2. Onderdeel g wordt vervangen door:

g. indien de belanghebbende zonder redelijke gronden niet meewerkt aan een scholing of opleiding die door zijn werkgever of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uit hoofde van de uitoefening van hun taak op grond van artikel 8 of 10 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid;.

G

Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid wordt vervangen door:

  • 4. Indien niet binnen de termijn ingevolge artikel 87, tweede lid, een beslissing is genomen op een tijdig ingediende aanvraag tot voortzetting van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt de uitkering voortgezet tot het tijdstip waarop de beschikking op de aanvraag is bekendgemaakt.

2. Het zevende lid komt te luiden:

  • 7. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat ten aanzien van bepaalde groepen arbeidsongeschikten geen termijn geldt dan wel een termijn zal gelden die afwijkt van de in het eerste lid genoemde termijn.

H

Artikel 36, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat ten aanzien van bepaalde groepen arbeidsongeschikten geen termijn geldt dan wel een termijn zal gelden die afwijkt van de in het tweede lid genoemde termijn.

I

In artikel 37, tweede lid, vervalt de zinsnede «dan wel artikel 7b en artikel 7a, onderdeel a,».

J

In artikel 43, vierde lid, vervalt de zinsnede «, tenzij artikel 21, vierde lid, van toepassing is».

K

Artikel 43a, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede «na het einde van de wachttijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen» wordt vervangen door: na het einde van de wachttijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidverzekering zelfstandigen.

2. De zinsnede «sinds het einde van die wachttijd, op grond van artikel 7 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen» wordt vervangen door: sinds het einde van die wachttijd op grond van artikel 8 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

Ka

In artikel 44, vierde lid, wordt de zinsnede «Na afloop van een kalenderkwartaal wordt het gezamenlijke bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, die op grond van het derde lid niet zijn uitbetaald wegens het genieten van het loon, bedoeld in het derde lid» vervangen door: Maandelijks wordt het geraamde bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, die op grond van het derde lid niet worden uitbetaald wegens het genieten van dat loon.

L

In hoofdstuk III wordt het opschrift «§ 1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen en de uitvoeringsinstellingen» vervangen door: § 1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

M

Aan artikel 71b, eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Het plan van aanpak wordt periodiek geëvalueerd.

N

Artikel 75 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. De schriftelijke garantie, bedoeld in het eerste lid, strekt zich niet uit tot arbeidsongeschiktheidsuitkeringen terzake van arbeidsongeschiktheid die is ontstaan door een omstandigheid als bedoeld in artikel 64, tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, of door een kernongeval als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheid kernongevallen.

2. Toegevoegd wordt een negende lid, luidende:

  • 9. Aan een gemeente wordt geen toestemming verleend om het risico van betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering zelf te dragen ten aanzien van werknemers die werkzaam zijn in een dienstbetrekking op grond van de Wet sociale werkvoorziening.

O

In artikel 76a, eerste lid, onderdeel b, wordt «de artikelen 76b, 78, 79a en 79b» vervangen door: de artikelen 76b, 78 en 79b.

P

In artikel 76c wordt de puntkomma aan het slot van onderdeel f vervangen door een punt.

Q

In artikel 76d, eerste lid, vervalt, onder verlettering van de onderdelen f tot en met h in de onderdelen e tot en met g, onderdeel e.

R

In artikel 78, derde lid, wordt de tweede volzin vervangen door: Indien een werkgever met toepassing van artikel 97l en artikel 97m van de Werkloosheidswet is aangesloten bij verschillende sectoren, worden de in de eerste zin bedoelde opslag en korting afzonderlijk vastgesteld voor elk bedrijfsonderdeel van de werkgever waar werkzaamheden worden verricht die behoren tot een afzonderlijke sector.

S

In hoofdstuk IV wordt het opschrift «§ 4. Premievrijstelling en premiekorting» vervangen door: § 4. Premiekorting.

T

Artikel 79a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «werknemer,»de zinsnede ingevoegd: «die in dienstbetrekking werkzaam is geweest en» en vervalt, onder vervanging van de komma na «artikel 77» door een punt de zinsnede «voorzover hij over dat kalenderjaar premie over het loon van die werknemer verschuldigd is of verschuldigd zou zijn indien artikel 79b niet van toepassing zou zijn geweest.» .

2. Het tweede lid vervalt onder vernummering van het derde en vierde lid tot tweede en derde lid.

3. Het tot tweede lid vernummerde derde lid komt te luiden:

  • 2. Dit artikel is niet van toepassing op de premie over het loon van de persoon die arbeid verricht als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening of artikel 4 van de Wet inschakeling werkzoekenden.

U

Artikel 79b wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De eerste en tweede volzin komen te luiden: Het eerste en tweede lid zijn slechts van toepassing indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar tenminste 50% van het naar een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar. Voor de werknemer wiens loon minder dan 50% van het hiervoor bedoelde minimumloon bedraagt, geldt een bedrag van € 227.

b. In de derde volzin vervalt «en op grond van de artikelen 82, 82a of 97c, van de Werkloosheidswet».

2. In het zevende lid wordt de zinsnede «het eerste en tweede lid» vervangen door: het eerste, tweede en derde lid.

3. In het achtste lid wordt de zinsnede «kan het bedrag» vervangen door: kunnen de bedragen.

4. Na het achtste lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 9. Indien de toepassing van dit artikel er toe zou leiden dat een negatieve premie wordt geheven, wordt de premie op nihil vastgesteld.

Ua

In artikel 80a worden, onder vernummering van het tweede lid tot het vierde lid, twee leden ingevoegd, luidende:

  • 3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder recht krijgen op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet verstaan het voor de eerste maal betaald krijgen van de arbeidsongeschiktheidsuitkering na toekenning daarvan.

  • 4. Indien een werkgever, met toepassing van de artikelen 97l en 97m van de Werkloosheidswet, is aangesloten bij verschillende sectoren, vindt voor elk bedrijfsonderdeel van de werkgever, waar werkzaamheden worden verricht die behoren tot een afzonderlijke sector, de in het eerste lid bedoelde openbaarmaking afzonderlijk plaats.

V

Artikel 81 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt in de aanhef «artikel 3, tweede, derde en vierde lid» vervangen door: artikel 3, tweede, vierde en vijfde lid.

2. In het derde lid wordt «eerste lid, onderdeel a» vervangen door: tweede lid, onderdeel a.

ARTIKEL XI. WIJZIGING VAN DE WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING ZELFSTANDIGEN

De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen10 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, achtste lid, onderdeel b, wordt «tien weken» vervangen door: acht weken.

B

Aan het slot van artikel 3, tweede lid, onderdeel f, wordt de punt vervangen door een puntkomma.

C

In artikel 7b, tweede en vierde lid, wordt «Artikel 7, zevende lid,» vervangen door: Artikel 7, zesde lid,.

D

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het twaalfde lid wordt de zinsnede «ten grondslag zou liggen als hij arbeidsongeschikt zou zijn geworden in de zin van die wet» vervangen door: ten grondslag ligt of zou liggen als hij bij het intreden van de arbeidsongeschiktheid tevens arbeidsongeschikt is in de zin van die wet dan wel arbeidsongeschikt zou zijn geworden in de zin van die wet.

2. Aan het twaalfde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: De eerste zin blijft buiten toepassing als artikel 59, eerste of tweede lid, van toepassing is.

3. Aan het dertiende lid wordt een zin toegevoegd, luidende: De eerste zin blijft buiten toepassing als artikel 59, eerste of tweede lid, van toepassing is.

E

In artikel 41, derde lid, vervalt na « doen ondervragen en» de komma.

F

In artikel 43, tweede lid, wordt «Centrale organisatie voor werk en inkomen» vervangen door: Centrale organisatie werk en inkomen.

G

Artikel 46 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «Centrale organisatie voor werk en inkomen» vervangen door: Centrale organisatie werk en inkomen.

2. In onderdeel g vervalt de zinsnede «indien de belanghebbende».

H

In artikel 47, vijfde lid, wordt «derde en vierde lid» vervangen door: eerste lid.

I

In artikel 54, tweede lid, wordt «de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jong-gehandicapten» vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

Ia

In artikel 58, vierde lid, wordt de zinsnede «Na afloop van een kalenderkwartaal wordt het gezamenlijke bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, die op grond van het derde lid niet zijn uitbetaald wegens het genieten van dat loon,» vervangen door: Maandelijks wordt het geraamde bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, die op grond van het derde lid niet worden uitbetaald wegens het genieten van dat loon,.

J

Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste en tweede lid komt te luiden:

  • 1. Indien terzake van arbeidsongeschiktheid recht bestaat op:

    a. zowel herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met de artikelen 12 tot en met 17 als op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering uit hoofde van een dienstbetrekking die is aangevangen na het intreden van de arbeidsongeschiktheid op grond waarvan recht is ontstaan op eerstbedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering; of

    b. zowel toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 20 als toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering uit hoofde van een dienstbetrekking die is aangevangen na het intreden van de arbeidsongeschiktheid op grond waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel a, werd toegekend dan wel tijdens of na de wachttijd, bedoeld in onderdeel b van dat lid; wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voorzover deze de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overtreft. In de situatie, bedoeld onder a, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering in ieder geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening.

  • 2. Indien terzake van arbeidsongeschiktheid recht bestaat op:

    a. zowel herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in verband met de artikelen 36 tot en met 40 van die wet als toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering uit hoofde van werkzaamheden als verzekerde die zijn aangevangen na het intreden van de arbeidsongeschiktheid op grond waarvan recht is ontstaan op eerstbedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering; of

    b. zowel toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 43a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering uit hoofde van werkzaamheden als verzekerde die zijn aangevangen na het intreden van de arbeidsongeschiktheid op grond waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 43a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, werd toegekend dan wel tijdens of na de wachttijd, bedoeld in onderdeel b van dat lid; wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voorzover deze de herziene of toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overtreft.

2. In het derde lid vervalt de zinsnede: «en die uitkering».

3. In het vijfde lid, onderdeel b, wordt «vijfde lid» vervangen door: derde lid.

K

Het opschrift van artikel 65 komt te luiden: Nadere regels.

L

In artikel 71, eerste lid, wordt «derde lid» vervangen door: vierde lid.

M

Artikel 72, derde lid, vervalt.

N

Het opschrift van artikel 81 komt te luiden: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

O

Het opschrift van artikel 96 komt te luiden: Beslistermijn Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij bezwaarschrift.

P

Artikel 101 komt te luiden:

Artikel 101. Overtredingen

De in artikel 99 bedoelde strafbare feiten worden als overtredingen beschouwd.

ARTIKEL XII. WIJZIGING VAN DE WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVOORZIENING JONGGEHANDICAPTEN

De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten11 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, negende lid, onderdeel b, wordt «tien weken» vervangen door: acht weken.

B

In artikel 11, vijfde lid, vervalt de zinsnede «, tenzij artikel 8, derde lid, van toepassing is».

C

In artikel 17, tweede lid, vervalt de zinsnede «, tenzij artikel 8, derde lid, van toepassing is».

D

In artikel 35, tweede lid, onderdeel b, wordt «Centrale organisatie voor werk en inkomen» vervangen door: Centrale organisatie werk en inkomen.

E

Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:

1. «Centrale organisatie voor werk en inkomen» wordt vervangen door: Centrale organisatie werk en inkomen.

2. In onderdeel g vervalt de zinsnede «indien de belanghebbende».

F

Artikel 50, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Het tweede lid vindt geen toepassing, indien de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, inkomsten uit arbeid geniet op grond van:

    a. een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van de Wet sociale werkvoorziening; of

    b. een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 4 van de Wet inschakeling werkzoekenden, voorzover de situatie, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van die wet, van toepassing is.

G

Het opschrift van artikel 70 komt te luiden: Beslistermijn Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij bezwaarschrift.

H

Artikel 75 komt te luiden:

Artikel 75. Overtredingen

De in artikel 73 bedoelde strafbare feiten worden als overtredingen beschouwd.

ARTIKEL XIII. WIJZIGING VAN DE WERKLOOSHEIDSWET

De Werkloosheidswet12 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De punt aan het slot van onderdeel b wordt vervangen door een puntkomma.

2. De onderdelen k, l en m worden verletterd tot i, j en k.

B

In artikel 6a, eerste lid, wordt de zinsnede «de directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel 6» vervangen door: de directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in artikel 6.

C

Artikel 19, eerste lid, onderdeel b, wordt vervangen door:

b. een uitkering ontvangt op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een uitkering ontvangt die naar aard en strekking met die uitkering overeenkomt;.

D

In artikel 26, eerste lid, onderdeel e, vervalt «artikel 69, en».

E

Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid, wordt vervangen door:

  • 3. Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1° of 4°, of zesde lid, of 26 of artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen opgelegd, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 25 of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Centrale organisatie werk en inkomen daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, weigert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.

2. In het vijfde lid wordt de zinsnede «Indien het niet nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 28, tweede lid of 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 25,» vervangen door: Indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 25, of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

F

In artikel 39, derde lid, wordt een komma ingevoegd na «Ziekenfondswet».

G

In artikel 52e vervalt de komma na «28, eerste en derde lid,».

H

In artikel 53, eerste lid, aanhef, wordt «artikel 3, tweede, derde en vierde lid» vervangen door: artikel 3, tweede, vierde en vijfde lid.

I

Onder vernummering van het elfde en twaalfde lid tot tiende en elfde lid vervalt in artikel 74, tot elfde vernummerde lid, de komma na de zinsnede «De artikelen 34 tot en met 37,».

J

Artikel 82 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De zinsnede «ten gunste van» wordt vervangen door: ten laste van.

b. De zinsnede «op het totaal van zijn premieplichtige loonsom» vervalt.

2. In het derde lid wordt de zinsnede «ten gunste van» vervangen door: ten laste van.

3. Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De eerste en tweede volzin komen te luiden: Het tweede en derde lid zijn slechts van toepassing indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar tenminste 50% van het naar een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar. Voor de werknemer wiens loon minder dan 50% van het hiervoor bedoelde minimumloon bedraagt, geldt een bedrag van € 227.

b. De derde volzin vervalt.

4. In het zevende lid wordt de zinsnede « tweede en derde lid» vervangen door: tweede, derde en vierde lid.

5. In het achtste lid wordt de zinsnede «kan het bedrag» vervangen door: kunnen de bedragen.

6. Na het achtste lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 9. Indien de toepassing van dit artikel er toe zou leiden dat een negatieve premie wordt geheven, wordt de premie op nihil vastgesteld.

K

Artikel 82a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid wordt de zinsnede «ten gunste van» telkens vervangen door: ten laste van.

2. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De eerste en tweede volzin komen te luiden: Het tweede en derde lid zijn slechts van toepassing indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar tenminste 50% van het naar een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar. Voor de werknemer wiens loon minder dan 50% van het hiervoor bedoelde minimumloon bedraagt, geldt een bedrag van € 227.

b. De derde volzin vervalt.

3. In het zevende lid wordt de zinsnede «eerste en tweede lid» vervangen door: eerste, tweede en derde lid.

4. In het achtste lid wordt de zinsnede «kan het bedrag» vervangen door: kunnen de bedragen.

5. Na het achtste lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 9. Indien de toepassing van dit artikel er toe zou leiden dat een negatieve premie wordt geheven, wordt de premie op nihil vastgesteld.

L

Artikel 93 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vervanging van de punt aan het slot van het met de Wet van 17 mei 2001 tot wijziging van de Werkloosheidswet en de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten in verband met de invoering van een regeling inzake de financiering van kinderopvang voor uitkeringsgerechtigden (Stb. 259) toegevoegde onderdeel j door een puntkomma, wordt het met de Invoeringswet arbeid en zorg toegevoegde onderdeel j geletterd k.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van het met de Invoeringswet arbeid en zorg toegevoegde onderdeel j, dat onder 1 is verletterd tot onderdeel k, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

l. de kosten in verband met de uitvoering van artikel 72.

M

In artikel 97b, zesde, zevende en achtste lid, wordt de zinsnede «uitkering, premies en tegemoetkomingen» telkens vervangen door: uitkering, premies, tegemoetkoming of vergoeding.

N

Artikel 97c wordt als volgt gewijzigd:

1. Het achtste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De eerste en tweede volzin van het derde lid komen te luiden:

Het zesde en zevende lid zijn slechts van toepassing indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar tenminste 50% van het naar een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar. Voor de werknemer wiens loon minder dan 50% van het hiervoor bedoelde minimumloon bedraagt, geldt een bedrag van € 227.

b. De derde volzin vervalt.

2. In het twaalfde lid wordt de zinsnede «zesde en zevende lid» vervangen door: zesde, zevende en achtste lid.

3. In het dertiende lid wordt de zinsnede «kan het bedrag» vervangen door: kunnen de bedragen.

4. Na het dertiende lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 14. Indien de toepassing van dit artikel er toe zou leiden dat een negatieve premie wordt geheven, wordt de premie op nihil vastgesteld.

O

Artikel 97d, eerste lid, wordt vervangen door:

  • 1. De overheidswerkgever mag op het loon van de overheidswerknemer, met uitzondering van de overheidswerknemer, bedoeld in artikel 97c, eerste lid, een bedrag inhouden overeenkomstig hetgeen op grond van de artikelen 81, derde lid, 84 en 86 verschuldigd zou zijn door de overheidswerknemer indien die artikelen op hem van toepassing zouden zijn.

P

Artikel 97f, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel g komt te luiden:

g. de korting op de door de overheidswerkgever verschuldigde premie, bedoeld in artikel 97c, zesde lid.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel o door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

p. de kosten in verband met de uitvoering van artikel 72 ten behoeve van personen als bedoeld in artikel 78a, die recht hebben op uitkering op grond van hoofdstuk IIa of IIb.

Q

De punt na het opschrift van Hoofdstuk VII, paragraaf 3, vervalt.

R

Artikel 130, eerste lid, wordt vervangen door:

  • 1. Bij algemene maatregel van bestuur kan ten behoeve van een experiment met een tijdsduur van ten hoogste vier jaar, dat ten doel heeft de inschakeling in het arbeidsproces te bevorderen van werknemers die recht hebben op uitkering op grond van hoofdstuk IIa of IIb, worden bepaald dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werkzaamheden verbonden aan de uitvoering van artikel 72 opdraagt aan derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen.

ARTIKEL XIV. WIJZIGING VAN DE TOESLAGENWET

De Toeslagenwet13 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel d, wordt na «de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten» ingevoegd: , op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet.

2. De onderdelen g en h vervallen.

B

In artikel 4 wordt «artikel 1, onderdeel i» vervangen door: artikel 1, onderdeel g.

C

Artikel 11, achtste lid, komt te luiden:

  • 8. In afwijking van het tweede lid wordt de aanvraag van een toeslag in aanvulling op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen indien het een aanvraag betreft tot toekenning van een toeslag in aanvulling op een uitkering waarvan de aanvraag op grond van artikel 22 van de Werkloosheidswet wordt ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of in aanvulling op een uitkering op grond van die wet waarvan de aanvraag is of wordt behandeld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

D

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt vervangen door:

  • 1. Indien degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting, hem op grond van artikel 13 of artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen opgelegd, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 12, of in de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Centrale organisatie werk en inkomen daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, weigert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de toeslag tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.

2. In het derde lid wordt de zinsnede «Indien het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 28, tweede lid of 29, eerste lid, of 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 12,» vervangen door: Indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 12, of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

E

Artikel 15a, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schort de betaling van de toeslag op indien degene aan wie een toeslag is toegekend een vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000 is die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt als bedoeld in artikel 8 van die wet.

ARTIKEL XIVA. WIJZIGING VAN DE WET GEVOLGEN BRUTERING UITKERINGSREGELINGEN

In artikel 28 van de Wet gevolgen brutering uitkeringsregelingen14 wordt «De artikelen 1a en 38 TW zijn» vervangen door: Artikel 38 TW is.

ARTIKEL XV. WIJZIGING VAN DE WET OP DE (RE)INTEGRATIE ARBEIDSGEHANDICAPTEN

De Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten15 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid wordt de zinsnede «vanaf de datum van vaststelling» vervangen door: vanaf de datum van het intreden van de arbeidshandicap.

2. Aan het vijfde lid, onderdeel b, wordt, onder vervanging van de punt door een komma, toegevoegd: of op een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 4 van de WIW, voorzover de situatie, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van die wet van toepassing is.

B

In artikel 10, eerste lid, vervalt onder vervanging van de puntkomma achter onderdeel d door een punt, onderdeel e.

C

In artikel 16, eerste lid, aanhef, wordt «indien» vervangen door: voorzover.

D

Het opschrift van artikel 20 komt te luiden: Intrekken of wijzigen van subsidie.

E

Artikel 22a, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan ten behoeve van de arbeidsgehandicapte, ten behoeve van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werkzaamheden gericht op de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces als bedoeld in artikel 10, derde lid, laat verrichten of aan wie een voorziening als bedoeld in artikel 22, eerste tot en met vierde lid, is toegekend, of die werkzaamheden op een proefplaats verricht als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, op diens aanvraag een schriftelijke overeenkomst met betrekking tot kinderopvang sluiten met een rechtspersoon of een natuurlijke persoon.

F

Artikel 24, eerste lid, wordt vervangen door:

  • 1. Een aanvraag voor toekenning van een reïntegratie-uitkering wordt voor aanvang van de onbeloonde werkzaamheden, scholing of opleiding als bedoeld in artikel 23, eerste lid, of binnen een maand na die aanvang, ingediend.

G

In artikel 25, eerste lid, wordt de zinsnede «33, eerste en tweede lid» vervangen door: 33, eerste, tweede en derde lid.

H

In artikel 32 wordt het zinsdeel «die werk in dienstbetrekking aanvaardt» vervangen door: die werk in dienstbetrekking aanvaardt of verricht.

I

Artikel 33a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «een arbeidsgehandicapte werknemer als bedoeld in artikel 31, eerste lid,» een zinsnede ingevoegd, luidende: en van de persoon, bedoeld in artikel 8, twaalfde lid, aan wie de eigenrisicodrager ziekengeld moet betalen,.

2. Het derde lid vervalt.

3. Onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot het zesde en zevende lid, worden 3 leden ingevoegd luidende:

  • 3. De in het eerste lid bedoelde subsidie-ontvanger laat de werkzaamheden die zijn gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in het eerste lid, verrichten door een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon, die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert.

  • 4. De in het eerste lid bedoelde aanvrager verstrekt de gegevens, voorzover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden die zijn gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in het eerste lid, alsmede zijn sociaal-fiscaalnummer aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf zijn inschakeling in de arbeid bevordert.

  • 5. De in het vierde lid bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon verwerkt de in dat lid bedoelde gegevens slechts voorzover dat noodzakelijk is voor de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, en gebruikt slechts met dat doel het sociaal-fiscaalnummer bij die verwerking.

J

In artikel 34, tweede lid, wordt de zinsnede «artikel 30 of 33» vervangen door: artikel 30, 33 of 33a.

K

In artikel 35, tweede lid, wordt de zinsnede «artikel 30 of 33» vervangen door: artikel 30, 33 of 33a.

L

Aan artikel 39 wordt na «ingediend» een zinsnede toegevoegd, luidende: alsmede omtrent de rechtsgevolgen die aan overschrijding van die termijn zijn verbonden.

M

Aan artikel 44 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Het Uitvoeringsorgaan werknemersverzekeringen kan bij de subsidieverlening, bedoeld in het eerste of het tweede lid, aan de subsidie-ontvanger verplichtingen opleggen omtrent vermogensvorming, het hanteren van een registratiesysteem waaruit blijkt of het doel van de subsidie is bereikt en de vergoeding van met subsidie behaald vermogensvoordeel.

N

Met ingang van 1 januari 2004 komt artikel 49b te luiden:

Artikel 49b. Bijzondere beslistermijnen

  • 1. Een beschikking op grond van artikel 24 wordt gegeven:

    a. indien de aanvraag betrekking heeft op het verkrijgen van een reïntegratie-uitkering die verband houdt met een proefplaatsing: binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag;

    b. indien de aanvraag betrekking heeft op het verkrijgen van een reïntegratie-uitkering die verband houdt met scholing: binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2. Indien een beschikking als bedoeld in het eerste lid niet binnen de toepasselijke termijn kan worden gegeven, wordt dit schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

  • 3. Indien in verband met het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking niet binnen de toepasselijke termijn gegeven kan worden, wordt deze termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.

O

Na het tweede lid van artikel 87b, wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Een aanvraag voor een subsidie op grond van het in het eerste lid bedoelde artikel 15 kan tot 1 januari 2004 worden ingediend.

ARTIKEL XVI. WIJZIGING VAN DE WET OVERHEIDSPERSONEEL ONDER DE WERKNEMERSVERZEKERINGEN

Artikel 62, derde lid, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen16 vervalt.

ARTIKEL XVII. WIJZIGING VAN DE WET BESLISTERMIJNEN SOCIALE VERZEKERINGEN

De Wet beslistermijnen sociale verzekeringen17 wordt als volgt gewijzigd:

A

In Artikel X wordt «1 januari 2004» vervangen door: 1 januari 2005.

B

In Artikel XII wordt «1 januari 2004» vervangen door: 1 januari 2005.

C

In Artikel XIV wordt «1 januari 2004» vervangen door: 1 januari 2005.

D

Artikel XVI vervalt.

ARTIKEL XVIII. WIJZIGING VAN DE VERZAMELWET SZW-WETTEN 2001

Artikel IV, onderdeel B, van de Verzamelwet SZW-wetten 200118 vervalt.

ARTIKEL XIX. WIJZIGING VAN DE COÖRDINATIEWET SOCIALE VERZEKERING

De Coördinatiewet Sociale Verzekering19 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 6, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan onderdeel c wordt een zinsnede toegevoegd, luidende: , waaronder mede worden begrepen aanspraken op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg.

2. In onderdeel i wordt «f 1158» vervangen door: € 526.

B

In artikel 17a, vierde lid, wordt «Landelijk instituut sociale verzekeringen» vervangen door: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

C

Het opschrift «§ 8. Slotbepalingen» na artikel 18b komt te vervallen.

D

Na artikel 18c wordt een opschrift ingevoegd luidende: § 8. Slotbepalingen.

E

In artikel 18f wordt «artikel 6, eerste lid, onderdeel cc», vervangen door: artikel 6, eerste lid, onderdeel bb.

ARTIKEL XX. WIJZIGING VAN DE INVOERINGSWET NIEUWE EN GEWIJZIGDE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSREGELINGEN

De Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen20 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. De punt aan het slot van onderdeel b wordt vervangen door een puntkomma.

2. Onderdeel g wordt verletterd tot onderdeel f.

B

In artikel V, tweede lid, onderdeel b, wordt «Landelijk instituut sociale verzekeringen» vervangen door: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

C

Artikel XIII wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Artikel 36a blijft niet van toepassing voorzover de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overtreft, tenzij artikel VI van toepassing is.

2. In het vierde lid wordt na «artikelen» toegevoegd: 7b,.

D

In artikel XXIV, vierde lid, wordt na «artikelen» toegevoegd: 6b,

ARTIKEL XXI. WIJZIGING VAN DE WET BESTUURSRECHTSPRAAK BEDRIJFSORGANISATIE

In de bijlage bij de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie21 wordt in onderdeel 13 «De Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds» vervangen door: Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000.

ARTIKEL XXII. WIJZIGING VAN DE WET PREMIEREGIME BIJ MARGINALE ARBEID

In artikel 2, eerste lid, van de Wet premieregime bij marginale arbeid22 vervalt de zinsnede «, waarbij deze werkgever op grond van de artikelen 52 en 53 van de Organisatiewet 1997 van rechtswege is aangesloten,».

ARTIKEL XXIII. WIJZIGING VAN DE WET STRUCTUUR UITVOERINGSORGANISATIE WERK EN INKOMEN

De Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen23 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 10, vierde lid, wordt voor «het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen» ingevoegd: de Centrale organisatie werk en inkomen en.

B

In artikel 13, eerste lid, vervalt het woord «voor» na «Centrale organisatie».

C

In artikel 14, eerste lid, wordt na «algemene maatregel» ingevoegd: van bestuur.

D

Artikel 16, zevende lid, komt te luiden:

  • 7. Onze Minister stelt de rechtspositie van de leden van de Raad voor werk en inkomen vast. Daarbij stelt hij in elk geval hun bezoldiging of schadeloosstelling vast, alsmede hun aanspraken op vergoeding van kosten die verband houden met hun functie.

E

Artikel 28, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede «een toeslag op grond van de Toeslagenwet» wordt vervangen door: van een toeslag in aanvulling op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Toeslagenwet.

2. In de derde volzin vervalt het woord «voor» na «Centrale organisatie».

F

In artikel 29, tweede lid, wordt «derde zin» vervangen door: vierde zin.

G

In artikel 30, eerste lid, onderdeel e, wordt «indien de werknemer een geschil heeft met de werkgever over de ongeschiktheid tot werken» vervangen door: indien de werknemer een geschil heeft met zijn werkgever over recht op loon als bedoeld in artikel 629, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of recht op bezoldiging als bedoeld in artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing ziekteverzuim.

H

In artikel 41 vervalt in de zinsnede «artikel 37, eerste lid, genoemde»: «, eerste lid,» en in de zinsnede «artikel 37, eerste lid, onderdeel d»: «eerste lid,» .

I

In artikel 43 wordt na «Centrale organisatie werk en inkomen,» ingevoegd: het Inlichtingenbureau,.

J

Artikel 46, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de inhoud en de indiening van de begroting en ontwerpen daarvan, van het jaarplan en van het meerjarenbeleidsplan.

K

Aan artikel 54, derde lid, worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel j door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

k. de Informatie Beheer Groep, bedoeld in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank;

l. het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, bedoeld in de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen.

L

In artikel 55, tweede lid, wordt voor «een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994» ingevoegd: een geldig rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet dan wel.

M

In artikel 62, derde lid, wordt de zinsnede «worden regels gesteld» vervangen door: kunnen regels worden gesteld.

N

In artikel 63, derde lid, wordt de zinsnede «de taken en de financiering van» vervangen door: de taken, de financiering, de goedkeuring door Onze Minister van het jaarplan en de begroting».

O

In artikel 71 wordt «63, tweede lid» vervangen door: 63, derde lid.

P

Artikel 73, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «Pensioenen spaarfondsenwet» vervangen door: Pensioen- en spaarfondsenwet.

2. Onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel c door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

d. aan verzekeraars als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, alle gegevens en inlichtingen afkomstig van werkgevers, die worden verwerkt in de administratie, bedoeld in artikel 33, te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van overeenkomsten met werkgevers tot verzekering van het risico van betaling van loon in geval van ziekte van de werknemer dan wel van het risico van het betalen van arbeidsongeschiktheidsuitkering of de gedifferentieerde premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Q

Artikel 84, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede «63, zevende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen» wordt vervangen door: 63, zesde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

2. De zinsnede «24, zesde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet» wordt vervangen door: en 24, zesde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, .

3. Tussen «39, vijfde lid,» en «53, zesde lid» wordt ingevoegd: en.

ARTIKEL XXIV. WIJZIGING VAN DE INVOERINGSWET WET STRUCTUUR UITVOERINGSORGANISATIE WERK EN INKOMEN

De Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen24 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid wordt «de» voor «Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen» vervangen door: het.

2. In het achtste lid vervalt na «bedrijfs- en beroepsleven» het woord «dat».

3. In het tiende lid wordt voor «wordt beheerd» ingevoegd: afzonderlijk.

B

In artikel 21 wordt «Lisv» vervangen door: Landelijk instituut sociale verzekeringen.

C

In artikel 26, derde lid, wordt «artikel 34, eerste lid, onderdeel f» vervangen door: artikel 34, eerste lid, onderdeel e.

D

In artikel 40, derde lid, eerste volzin, wordt «tweede lid» vervangen door: eerste lid.

E

Artikel 57, onderdeel BBb, vervalt.

ARTIKEL XXV WIJZIGINGEN IN VERBAND MET DE WIJZIGING VAN DE PENSIOEN- EN SPAARFONDSENWET (BESTUURSSTRUCTUUR PENSIOENFONDSEN)

Indien het bij koninklijke boodschap van 16 december 2002 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet (bestuursstructuur pensioenfondsen), kamerstukken II 2002/2003, nr. 28 354, tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt artikel V als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel A komt te luiden:

A

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid wordt de zinsnede «Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000» vervangen door: Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000.

2. In het vijfde lid wordt na «2b» ingevoegd: , 2c.

2. Onderdeel B komt te luiden:

B

Artikel 6a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt de zinsnede «De artikelen 6b, 6c, 6d en 6f» vervangen door: De artikelen 6b, 6c, 6d, 6e en 6f.

2. Na het vierde lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Onze Minister kan verenigingen aanwijzen op wie het eerste lid, onderdeel b, en het vierde lid, voor een bij die aanwijzing te bepalen periode niet van toepassing zijn.

3. Onderdeel C vervalt.

4. Onderdeel D komt te luiden:

D

Artikel 23a, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste en vierde lid, 2b, eerste, derde en vijfde lid, 2c, 3, eerste lid, 4, eerste, tweede en vierde lid, 5, eerste tot en met zevende lid, 5a, eerste lid, 6, eerste lid, 6a, 6b, zevende en tiende lid, 6d, derde lid, 7, 7a, 8, vijfde en zesde lid, 9, 9a, eerste en tweede lid, 9b, 9c, 10, derde lid, 10a, 10b, 18, 19, 21, zesde lid, 22, tweede en vierde lid, 23, tweede lid, 23l, eerste en derde lid, en 32b, tweede lid.

5. Onderdeel E komt te luiden:

E

Artikel 23b, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste en vierde lid, 2b, eerste, derde en vijfde lid, 2c, 3, eerste lid, 3a, derde en vierde lid, 4, eerste, tweede en vierde lid, 5, eerste tot en met zevende lid, 5a, eerste lid, 6, eerste lid, 6a, 6b, zevende en tiende lid, 6c, eerste lid, 6d, derde lid, 7, 7a, 8, vijfde en zesde lid, 9, 9a, eerste en tweede lid, 9b, 9c, 10, derde lid, 10a, 10b, 11, eerste en tweede lid, 18, 19, 21, zesde lid, 22, tweede en vierde lid, 23, tweede lid, 23l, eerste en derde lid, en 32b, tweede lid.

6. Onderdeel H komt te luiden:

H

Na artikel 34 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 35

Pensioenfondsen brengen hun statuten en reglementen binnen twee jaar na inwerkingtreding van de Verzamelwet sociale verzekeringen 2003 in overeenstemming met artikel 2c van de Pensioen- en spaarfondsenwet.

ARTIKEL XXVI. WIJZIGINGEN IN VERBAND MET DE INVOERING VAN DE WET WERK EN BIJSTAND

Indien het bij koninklijke boodschap van 7 juni 2003 ingediende voorstel van wet Invoeringswet Wet werk en bijstand (Kamerstukken II 2002–2003, 28 960)25 tot wet is verheven en in werking is getreden wordt deze wet als volgt gewijzigd:

a. Artikel IX, onderdeel B, komt te luiden:

B

Artikel 29b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten» een zinsdeel ingevoegd, luidende: of werkzaam is als werknemer in de zin van de Wet sociale werkvoorziening of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening.

2. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Dit artikel is niet van toepassing indien de werknemer werkzaam is in een dienstbetrekking in de zin van de Wet sociale werkvoorziening.

b. In artikel X , onderdeel T, onder 3, komt het tot tweede lid vernummerde derde lid van artikel 79a te luiden:

  • 2. Dit artikel is niet van toepassing op de premie over het loon van de persoon die arbeid verricht als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening.

c. Artikel XII, onderdeel F, vervalt.

d. Artikel XV, onderdeel A, komt te luiden:

A

In artikel 2, vierde lid, wordt de zinsnede «vanaf de datum van vaststelling» vervangen door: vanaf de datum van het intreden van de arbeidshandicap.

e. In artikel XXIII wordt na onderdeel P, een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

Pa

In artikel 82a, wordt «artikel 26 van de Werkloosheidswet» vervangen door: de artikelen 22, tweede lid, en 26 van de Werkloosheidswet.

ARTIKEL XXVIA. WIJZIGING VAN DE WET WERK EN BIJSTAND

De Wet werk en bijstand26 wordt als volgt gewijzigd:

a. In artikel 8, eerste lid, onderdeel b, vervallen de woorden «en de langdurigheidstoeslag».

b. In artikel 18, tweede lid, vervallen de woorden «of de langdurigheidstoeslag».

c. Artikel 36, zesde lid, komt te luiden:

  • 6. De artikelen 8, eerste lid, onderdeel b, 13, eerste lid, onderdeel a, en derde lid, 18, tweede en derde lid, 40, 46, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 54, paragraaf 6.4 en 6.5, alsmede artikel 63 zijn van overeenkomstige toepassing.

d. Artikel 58, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel e wordt verletterd tot onder deel f.

2. Na onderdeel d wordt een onderdeel e ingevoegd, luidende:

e. anderszins onverschuldigd is betaald voorzover de belanghebbende dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen, of .

3. In de aanhef van onderdeel f vervalt «voorzover de belanghebbende dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen».

ARTIKEL XXVIB. WIJZIGING VAN DE INVOERINGSWET WET WERK EN BIJSTAND

De Invoeringswet Wet werk en bijstand wordt als volgt gewijzigd:

a. Artikel 23, onderdeel M, komt te luiden:

M

Artikel 37a komt te luiden:

Artikel 37a

  • 1. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kunnen burgemeester en wethouders in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van een of meer verplichtingen als bedoeld in artikel 37. Zorgtaken kunnen als dringende redenen worden aangemerkt, voorzover hiermee geen rekening kan worden gehouden door middel van een voorziening als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a. Indien de tijdelijke ontheffing een alleenstaande ouder betreft maken burgemeester en wethouders in het bijzonder een afweging tussen het belang van arbeidsinschakeling en de invulling die de ouder wenst te geven aan de zorgplicht.

  • 2. De verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden geldt voor de alleenstaande ouder met kinderen tot 12 jaar slechts nadat het college zich genoegzaam heeft overtuigd van de beschikbaarheid van passende kinderopvang, de toepassing van voldoende scholing en de belastbaarheid van de betrokkene.

b. Artikel 24, onderdeel M, komt te luiden:

M

Artikel 37a komt te luiden:

Artikel 37a

  • 1. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kunnen burgemeester en wethouders in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van een of meer verplichtingen als bedoeld in artikel 37. Zorgtaken kunnen als dringende redenen worden aangemerkt, voorzover hiermee geen rekening kan worden gehouden door middel van een voorziening als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a. Indien de tijdelijke ontheffing een alleenstaande ouder betreft maken burgemeester en wethouders in het bijzonder een afweging tussen het belang van arbeidsinschakeling en de invulling die de ouder wenst te geven aan de zorgplicht.

  • 2. De verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden geldt voor de alleenstaande ouder met kinderen tot 12 jaar slechts nadat het college zich genoegzaam heeft overtuigd van de beschikbaarheid van passende kinderopvang, de toepassing van voldoende scholing en de belastbaarheid van de betrokkene.

ARTIKEL XXVIC. WIJZIGING VAN DE WET INKOMENSVOORZIENING OUDERE EN GEDEELTELIJK ARBEIDSONGESCHIKTE WERKLOZE WERKNEMERS

De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers27 als volgt gewijzigd:

a. In de artikelen 3, tweede lid, onderdeel b, en 4, onderdeel b, wordt na «een bloedverwant in de eerste graad» ingevoegd: of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte.

b. In artikel 45, eerste lid, wordt het onderdeel dat luidt «derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de arbeidsinschakeling van personen bevorderen» geletterd als onderdeel m, onder vervanging van de punt achter onderdeel l door een puntkomma.

ARTIKEL XXVID. WIJZIGING VAN DE WET INKOMENSVOORZIENING OUDERE EN GEDEELTELIJK ARBEIDSONGESCHIKTE GEWEZEN ZELFSTANDIGEN

In de artikelen 3, tweede lid, onderdeel b, en 4, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen28 wordt na «een bloedverwant in de eerste graad» ingevoegd: of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte.

ARTIKEL XXVIE. WIJZIGING VAN DE WET INKOMENSVOORZIENING KUNSTENAARS

Artikel 12 van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars29 komt te luiden:

Artikel 12

Onze Minister herziet telkens met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt de in de artikelen 4, 9 en 10 genoemde bedragen, alsmede het percentage genoemd in artikel 11, eerste lid. Artikel 37, eerste, tweede en derde lid van de Wet werk en bijstand is van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL XXVII. WIJZIGING VAN DE BIJLAGE BIJ DE ALGEMENE WET BESTUURSRECHT

Aan onderdeel F (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) van de bijlage bij de Algemene wet bestuursrecht30 wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

5. Artikel 42 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996.

ARTIKEL XXVIII. WIJZIGING VAN DE WET VAN 17 JANUARI 2002, HOUDENDE WIJZIGING VAN DE WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS, DE WET OP DE EXPERTISECENTRA EN DE WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS IN VERBAND MET HET VERVOER VAN LEERLINGEN

In artikel V, derde lid, van de Wet van 17 januari 2002, houdende wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met het vervoer van leerlingen wordt «Landelijk instituut sociale verzekeringen» vervangen door: Uitvoeringsinsituut werknemersverzekeringen.

ARTIKEL XXIX. INWERKINGTREDING

  • 1. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

  • 2. Artikel XX, onderdeel C, onder 1, werkt terug tot en met 1 januari 1998.

  • 3. De artikelen X, onderdelen S, T en U, XIII, onderdelen J, K en N, XV, onderdelen B, C, D en I, onder 2 en 3, en XXVII (in afwijking van artikel 8:5, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht) werken terug tot en met 1 januari 2002.

  • 4. Artikel V, onderdeel B, onder 2, werkt terug tot en met 28 februari 2003.

  • 5. Artikel XV, onderdeel E, werkt terug tot en met 1 juli 2003.

  • 6. De artikelen XIII, onderdeel L, onder 2, en onderdeel P, onder 2, werken terug tot en met 15 september 2003.

  • 7. Indien deze wet na 1 januari 2004 tot wet wordt verheven en in werking treedt werkt artikel XV, onderdeel M, terug tot en met 1 januari 2004.

  • 8. Artikel XXVIB treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.

ARTIKEL XXX. CITEERTITEL

Deze wet wordt aangehaald als: Verzamelwet sociale verzekeringen 2003.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 19 december 2003

Beatrix

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

M. Rutte

Uitgegeven de dertigste december 2003

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner


XNoot
1

Stb. 1990, 128, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 december 2003, Stb. 524.

XNoot
2

Stb. 1995, 690, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 december 2003, Stb. 524.

XNoot
3

Stb. 1990, 129, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 december 2003, Stb. 524.

XNoot
4

Stb. 1989, 129, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 januari 2003, Stb. 69.

XNoot
5

Stb. 1981, 18, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 januari 2003, Stb. 103.

XNoot
6

Stb. 1972, 400, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 2001, Stb. 584.

XNoot
7

Stb. 2000, 628, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 2001, Stb. 692.

XNoot
8

Stb. 1999, 22, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 december 2003, Stb. 524.

XNoot
9

Stb. 1999, 23, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 oktober 2003, Stb. 376.

XNoot
10

Stb. 1999, 24, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 december 2003, Stb. 524.

XNoot
11

Stb. 1999, 25, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 oktober 2003, Stb. 376.

XNoot
12

Stb. 1999, 21, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 oktober 2003, Stb. 376.

XNoot
13

Stb. 1987, 91, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 december 2003, Stb. 524.

XNoot
14

Stb. 1996, 302, gewijzigd bij de wet van 4 december 1997, Stb. 690.

XNoot
15

Stb. 1998, 290, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 oktober 2003, Stb. 376.

XNoot
16

Stb. 1997, 768, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 juli 2002, Stb. 413.

XNoot
17

Stb. 2000, 627, gewijzigd bij de wet van 20 december 2001, Stb. 692.

XNoot
18

Stb. 2001, 692.

XNoot
19

Stb. 1987, 552, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2003, Stb. 527.

XNoot
20

Stb. 1999, 26, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 november 2001, Stb. 625.

XNoot
21

Stb. 1994, 4, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 december 2003, Stb. 500.

XNoot
22

Stb. 1997, 85, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 oktober 2003, Stb. 376.

XNoot
23

Stb. 2001, 624, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 oktober 2003, Stb. 376.

XNoot
24

Stb. 2001, 625, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 2001, Stb. 692.

XNoot
25

Stb. 2003, 376.

XNoot
26

Stb. 2003, 375, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2003, Stb. 526.

XNoot
27

Stb. 1995, 205, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 oktober 2003, Stb. 376.

XNoot
28

Stb. 1995, 206, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 oktober 2003, Stb. 376.

XNoot
29

Stb. 1998, 59, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 oktober 2003, Stb. 376.

XNoot
30

Stb. 1998, 1, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 november 2003, Stb. 519.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 2002/2003, 2003/2004, 28 978.

Handelingen II 2003/2004, blz. 1719.

Kamerstukken I 2003/2004, 28 978 (A).

Handelingen I 2003/2004, zie vergaderingen d.d. 15 en 16 december 2003.