Bekendmaking verplichtstelling tot deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds voor de Nederlandse groothandel

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gezien de op 18 september 2009 ontvangen aanvraag van het Nederlands Verbond van de Groothandel, de Federatie Nederlandse Oud Papier Industrie, de Vereniging Herwinning Textiel, de CNV Dienstenbond, de CNV BedrijvenBond, de FNV Bondgenoten en De Unie, daartoe strekkende dat de deelneming in de Stichting Pensioenfonds voor de Nederlandse Groothandel ingevolge de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000verplicht wordt gesteld voor de in deze aanvraag bedoelde groepen van personen in de bedrijfstak Herwinning Grondstoffen;

Overwegende,

dat de betrokken organisaties in de bedrijfstak Herwinning Grondstoffen zijn te beschouwen als een vertegenwoordiging van het georganiseerde bedrijfsleven in genoemde bedrijfstak, die naar het oordeel van de Minister een belangrijke meerderheid van de in die bedrijfstak werkzame personen vertegenwoordigt;

Gelet op de artikelen 2, eerste lid en 16 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;

Gezien het overleg met De Nederlandsche Bank;

Besluit:

I

A

Het deelnemen in de Stichting Pensioenfonds voor de Nederlandse Groothandel verplicht te stellen voor alle werknemers van ondernemingen, die zich gedeeltelijk of uitsluitend bezighouden met de inzameling en/of bewerking/sortering/vernietiging en/of handel in stoffen, die bestemd zijn als product of materiaal te worden hergebruikt. Deelneming is verplicht vanaf de leeftijd van 21 jaar tot de eerste dag van de maand waarin de werknemer de 65-jarige leeftijd bereikt.

B

Onder stoffen die bestemd zijn als product of materiaal te worden hergebruikt worden in deze verplichtstellingsbeschikking verstaan:

  • 1. gedragen kleding en schoenen, alsook elk ander gebruikt textiel,

  • 2. oudpapier en karton,

  • 3. datadragers, die ter vernietiging aan archief- en datavernietigingsbedrijven worden aangeboden,

  • 4. glas,

  • 5. rubber en kunststof

    waarvan de houder zich heeft ontdaan.

C

Onder werknemer wordt verstaan:

  • 1. degene die een dienstbetrekking heeft bij een onder A. bedoelde onderneming, of

  • 2. degene die een dienstbetrekking heeft binnen een afdeling of gedeelte van een onderneming waar onder

    • B. bedoelde stoffen worden ingezameld, bewerkt, gesorteerd, vernietigd of verhandeld.

D

Van stoffen heeft men zich ontdaan, indien deze als huishoudelijke of bedrijfsafvalstroom voor hergebruik/recycling dan wel verwijdering of vernietiging zijn aangeboden.

E

In afwijking van het hierboven bepaalde geldt de verplichtstelling niet voor:

Degenen die op grond van een andere beschikking krachtens de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Stb. 2000, 628, laatstelijk gewijzigd bij wet van 19 december 2003, Stb. 2003, 544), verplicht zijn tot deelneming in een ander bedrijfstakpensioenfonds.

II.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2010 en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 27 april 2010

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

namens deze:

De Directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving,

M.H.M. van der Goes.

Naar boven