Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2009, 111Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 30 mei 2009, nr. VO/FBI/125070, tot vervanging en verbetering van de Regeling Leerplusarrangement VO, Nieuwkomers VO en eerste opvang Vreemdelingen (Regeling Leerplusarrangement VO, Nieuwkomers VO en eerste opvang Vreemdelingen 2009)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 2.2.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs

Besluit:

HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de minister:

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit;

b. school:

een school of scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, waaronder begrepen het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum bedoeld in artikel 1.3.3, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

c. vestiging:

een onderdeel van een school dat conform beschikking van de minister als zodanig mag worden aangeduid en waarvoor toestemming bestaat om voor de bekostiging leerlingen op te tellen.

d. GBA:

de gemeentelijke basisadministratie, bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;

e. basisregister onderwijs:

het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 9a van de Wet verzelfstandiging informatiseringsbank;

f. persoonsgebonden nummer:

het persoonsgebonden nummer, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 1.1.1, onderdeel z, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

g. teldatum:

1 oktober van enig kalenderjaar;

h. armoedeprobleemcumulatiegebied:

een cumulatiegebied zoals gehanteerd in de Armoedemonitor 2005 van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek, en vervolgens tweejaarlijks op basis van het Regionaal Inkomensonderzoek geactualiseerd;

i. apc-leerling:

de leerling, die op grond van artikel 7 van het Bekostigingsbesluit W.V.O. of op grond van artikel 2.3.2 Uitvoeringsbesluit WEB voor bekostiging wordt meegeteld en die woonachtig is in een postcodegebied dat valt in een armoedeprobleemcumulatiegebied;

j. L+A-leerling:

apc-leerling op een vestiging die voor bekostiging in aanmerking komt op grond van artikel 4 van deze regeling;

k. Nieuwkomer VO:

de leerling, die op grond van artikel 7 van het Bekostigingsbesluit W.V.O. of op grond van artikel 2.3.2 Uitvoeringsbesluit WEB voor bekostiging wordt meegeteld en die vreemdeling is als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de Vreemdelingenwet 2000 en op de teldatum korter dan één jaar dan wel één tot twee jaar in Nederland verblijft;

l. schoolplan:

het schoolplan, bedoeld in artikel 24 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

m. Vreemdeling:

Leerling die

  • 1. niet de Nederlandse nationaliteit bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld,

  • 2. als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven, en

  • 3. op 1 april of 1 oktober van enig kalenderjaar korter dan één jaar in Nederland verblijft;

n. peildatum:

1 april of 1 oktober van enig kalenderjaar.

HOOFDSTUK 2 HOOFDLIJNEN

Paragraaf 1 Doelomschrijving

Artikel 2 Doelomschrijving
  • 1. De minister kan aanvullende personele bekostiging voor het Leerplusarrangement VO verstrekken aan het bevoegd gezag van een school ten behoeve van de vermindering van voortijdig schoolverlaten, het leveren van meer maatwerk aan leerlingen, en het maximaliseren van de schoolprestaties.

  • 2. De minister kan aanvullende personele bekostiging voor nieuwkomers VO verstrekken aan het bevoegd gezag van een school om scholen in staat te stellen nieuwkomers in het voortgezet onderwijs de Nederlandse taal te leren en hen zo goed mogelijk voor te bereiden op hun verdere schoolloopbaan in het voortgezet- en vervolgonderwijs.

  • 3. De minister kan op aanvraag aanvullende bekostiging eerste opvang Vreemdelingen en extra aanvullende bekostiging eerste opvang Vreemdelingen verstrekken aan het bevoegd gezag van een school ter tegemoetkoming in de kosten van het onderwijs in het kader van de eerste opvang van Vreemdelingen.

Paragraaf 2. Leerplusarrangement VO

Artikel 3 Aanvullende personele bekostiging
  • 1. De verstrekking van de aanvullende personele bekostiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, vindt plaats voor twee kalenderjaren.

  • 2. De aanvullende personele bekostiging wordt bepaald op grond van het aantal L+A-leerlingen dat op de teldatum van enig kalenderjaar bij de school als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven.

  • 3. Verstrekking van de aanvullende personele bekostiging vindt uiterlijk in de maand maart plaats na de teldatum waarop voor de tweede maal de drempel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, is gehaald.

  • 4. De betaling van de aanvullende personele bekostiging vindt plaats volgens het betaalritme van de reguliere personele bekostiging.

  • 5. De minister kan de hoogte van de aanvullende personele bekostiging wijzigen indien de verklaring van de accountant, bedoeld in de artikelen 14a, tweede lid, onder c, en 15b, zesde lid, onder c, van het Bekostigingsbesluit W.V.O., daartoe aanleiding geeft.

  • 6. Vaststelling van de aanvullende personele bekostiging vindt plaats na de verstrekking van de aanvullende personele bekostiging, bedoeld in het derde lid, en binnen zes maanden na ontvangst van de verklaring van de accountant, bedoeld in het vijfde lid.

Artikel 4 Drempel
  • 1. Bij de bepaling of het bevoegd gezag van een school in aanmerking komt voor de aanvullende personele bekostiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt getoetst aan de volgende drempels per vestiging per onderwijssoort in een cyclus van teldata van steeds twee achtereenvolgende jaren:

    • a. minimaal 30% apc-leerlingen in het praktijkonderwijs

    • b. minimaal 30% apc-leerlingen in het vmbo

    • c. minimaal 50% apc-leerlingen in het havo

    • d. minimaal 60% apc-leerlingen in het vwo

    • e. minimaal 30% apc-leerlingen in gedeelde onderbouw met vmbo

    • f. minimaal 50% apc-leerlingen in gedeelde onderbouw zonder vmbo.

  • 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt uitgegaan van de in bijlage 3 opgenomen elementcodes die aangeven aan welke onderdelen van het eerste lid de leerlingen worden toegerekend.

  • 3. In de cyclus, bedoeld in het eerste lid, worden de twee achtereenvolgende teldata slechts éénmaal bij de vaststelling van de drempel gehanteerd.

  • 4. De drempel, bedoeld in het eerste lid, wordt procentueel bepaald door per onderdeel van het eerste lid het aantal apc-leerlingen van de vestiging per onderwijssoort te delen door het totaal aantal leerlingen van de vestiging per onderwijssoort en rekenkundig af te ronden op een geheel getal.

  • 5. Bij de bepaling van het aantal apc-leerlingen wordt de postcode uit de GBA, zoals geregistreerd in het basisregister onderwijs, als uitgangspunt genomen. In het geval de postcode niet in de GBA is opgenomen, wordt de postcode gehanteerd die door het bevoegd gezag van de school aan de Informatie Beheer Groep is aangeleverd.

Artikel 5 Berekening aanvullende personele bekostiging
  • 1. De aanvullende personele bekostiging voor het Leerplusarrangement VO wordt berekend door het aantal L+A-leerlingen op basis van de tweede achtereenvolgende teldatum, te vermenigvuldigen met het bedrag per L+A-leerling.

  • 2. Het bedrag per L+A-leerling, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door het beschikbare budget per kalenderjaar te delen door het totaal aantal L+A-leerlingen van de scholen op de tweede teldatum, met uitzondering van het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum.

  • 3. Het beschikbare budget en het bedrag per L+A-leerling worden elk tweede kalenderjaar uiterlijk in de maand december in de Staatscourant bekend gemaakt als bijlage 4 bij deze regeling.

  • 4. Het bedrag per L+A-leerling, bedoeld in het eerste lid, wordt voor het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum gelijkgesteld aan het bedrag per L+A-leerling als berekend op grond van het tweede lid.

  • 5. De lijst met postcodes van de armoedeprobleemcumulatiegebieden wordt elk tweede kalenderjaar uiterlijk in augustus van het tweede kalenderjaar in de Staatscourant bekendgemaakt als bijlage 5 bij deze regeling.

Artikel 6 Samenvoeging van scholen in verband met aanvullende personele bekostiging Leerplusarrangement VO
  • 1. In het geval één of meer scholen voor voortgezet onderwijs worden samengevoegd in de periode tussen de eerste teldatum en de tweede daarop volgende teldatum, bedoeld in artikel 4, eerste lid, waarbij één of meer scholen worden opgeheven, dan dient voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, te worden uitgegaan alsof de samenvoeging op de eerste teldatum reeds was tot stand gekomen.

  • 2. In geval een nieuwe school voor voortgezet onderwijs wordt gesticht op 1 augustus gelegen tussen de twee achtereenvolgende teldata, bedoeld in artikel 4, eerste lid, komt het bevoegd gezag van de school niet eerder in aanmerking voor de aanvullende personele bekostiging voor het Leerplusarrangement VO dan het tijdstip waarop ook voor de overige scholen de aanvullende personele bekostiging voor het Leerplusarrangement VO wordt vastgesteld op basis van de nieuwe cyclus van twee achtereenvolgende teldata.

Artikel 6a Opheffen en creëren van vestigingen tussen de twee teldata

Indien in de periode tussen de eerste teldatum en de daarop volgende teldatum, bedoeld in artikel 4, eerste lid, een school één of meer nieuwe vestigingen creëert of één of meer vestigingen opheft, dan worden voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, leerlingen op de vestigingen alleen geteld op de eerste en tweede teldatum zoals de situatie op dat moment is.

Paragraaf 3. Nieuwkomers VO

Artikel 7 Aanvullende personele bekostiging
  • 1. De verstrekking van de aanvullende personele bekostiging, bedoeld in artikel 2, tweede lid, is gebaseerd op het aantal Nieuwkomers VO dat op de teldatum van enig kalenderjaar bij de school als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven.

  • 2. De verstrekking van de aanvullende personele bekostiging vindt plaats op basis van de per teldatum door het bevoegd gezag van de school aangeleverde gegevens en wordt toegekend voor één kalenderjaar.

  • 3. De aanvullende personele bekostiging wordt bepaald door de som van het aantal formatieplaatsen vastgesteld op grond van artikel 9, vierde lid, te vermenigvuldigen met de voor de school geldende gemiddelde personeelslast voor leerkrachten ingevolge artikel 85 van de Wet op het voortgezet onderwijs en wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.

  • 4. Verstrekking van de aanvullende personele bekostiging vindt plaats uiterlijk in de maand maart na de teldatum.

  • 5. De betaling van de aanvullende personele bekostiging Nieuwkomers VO vindt plaats volgens het betaalritme van de reguliere personele bekostiging.

  • 6. De minister kan de hoogte van de aanvullende personele bekostiging wijzigen, indien de verklaring van de accountant, bedoeld in de artikelen 14a, tweede lid, onder c, en 15b, zesde lid, onder c, van het Bekostigingsbesluit W.V.O., daartoe aanleiding geeft.

  • 7. Vaststelling van de aanvullende personele bekostiging vindt plaats na de verstrekking van de aanvullende personele bekostiging, bedoeld in het vierde lid, en binnen zes maanden na ontvangst van de verklaring van de accountant, bedoeld in het zesde lid.

Artikel 8 Uitzondering op aanvullende personele bekostiging

De minister kent geen aanvullende personele bekostiging Nieuwkomers VO toe aan het bevoegd gezag van een school in het geval de Nieuwkomers VO een cursus Engels-Nederlandstalig onderwijs of een cursus voor het Internationaal Baccalaureaat volgen.

Artikel 9 Vaststelling aantal formatieplaatsen
  • 1. Het aantal formatieplaatsen ten behoeve van de verstrekking van de aanvullende personele bekostiging Nieuwkomers VO wordt voor scholen, met uitzondering van het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum, bepaald door het aantal Nieuwkomers VO, bedoeld in artikel 7, eerste lid, met uitzondering van het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum, te vermenigvuldigen met de in het tweede lid genoemde ratio’s.

  • 2. De ratio’s bedoeld in het eerste lid zijn:

    • a. in geval van Nieuwkomers VO op de teldatum korter dan één jaar in Nederland: 1/15;

    • b. in geval van Nieuwkomers VO op de teldatum van één tot twee jaar in Nederland: 1/25.

  • 3. De Nieuwkomer VO kan ten hoogste één keer in aanmerking komen voor dezelfde ratio, bedoeld in het tweede lid.

  • 4. Het aantal formatieplaatsen dat de uitkomst is van de berekening op grond van het eerste lid, wordt rekenkundig afgerond op drie decimalen.

  • 5. De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit kent op grond van artikel 2.3.2, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB, voor de nieuwkomers VO voor het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum een bedrag toe dat gelijk is aan de uitkomst van de berekening in het vierde lid, vermenigvuldigd met de voor de bedoelde school geldende gemiddelde personeelslast voor leerkrachten, bedoeld in artikel 7, derde lid.

Artikel 10 Gegevenslevering

Bij de bepaling van het aantal Nieuwkomers VO gelden de gegevens uit de GBA, zoals geregistreerd in het basisregister onderwijs, als uitgangspunt. In het geval de registratie in de GBA ontbreekt of afwijkt van de door het bevoegd gezag van de school aan de Informatie Beheer Groep aangeleverde gegevens, kan het bevoegd gezag van de school voor het aantonen van de juistheid van de door zijn verstrekte gegevens gebruikmaken van één of meer van de documenten als vermeld in de bijlage 1 bij deze regeling.

Paragraaf 4. Eerste opvang Vreemdelingen

Artikel 11 Aanvullende personele bekostiging eerste opvang
  • 1. De omvang van de aanvullende bekostiging eerste opvang, bedoeld in artikel 2, derde lid, is gebaseerd op het aantal Vreemdelingen dat op een peildatum bij de school als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven en op de peildatum korter dan een jaar in Nederland verblijft.

  • 2. De verstrekking van de aanvullende bekostiging eerste opvang vindt plaats op basis van de per peildatum door het bevoegd gezag van de school aangeleverde gegevens en wordt verstrekt voor een periode als vermeld in artikel 12, tweede lid.

  • 3. De vaststelling en de betaling vinden uiterlijk 2 maanden na ontvangst van de aanvraag plaats.

  • 4. Het bedrag aan aanvullende bekostiging eerste opvang wordt in een keer uitbetaald.

  • 5. De minister kan de hoogte van de aanvullende bekostiging eerste opvang wijzigen indien de verklaring van de accountant, behorende bij de jaarrekening daartoe aanleiding geeft.

  • 6. Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12 Berekening van de aanvullende bekostiging eerste opvang
  • 1. De aanvullende bekostiging eerste opvang bedraagt € 4.500,– op jaarbasis per Vreemdeling. Dit bedrag is inclusief de bijdrage voor het lesmateriaal.

  • 2. De aanvullende bekostiging eerste opvang heeft steeds betrekking op een periode van zes maanden, met als peildata:

    • a. 1 oktober: voor de periode juli direct voorafgaand aan deze peildatum tot en met december direct volgend op de peildatum;

    • b. 1 april: voor de periode januari direct voorafgaand aan deze peildatum tot en met juni direct volgend op de peildatum;

  • 3. Een Vreemdeling die is meegeteld voor de aanvullende bekostiging eerste opvang behorend bij de peildatum van 1 oktober telt niet mee voor de aanvullende bekostiging eerste opvang bij de daarop volgende peildatum.

  • 4. Het bedrag van de aanvullende bekostiging eerste opvang Vreemdelingen is voor een periode als genoemd in het tweede lid de helft van het bedrag voor een Vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, vermenigvuldigd met het aantal Vreemdelingen dat op de voor die periode geldende peildatum staat ingeschreven op de school.

Artikel 13 Extra aanvullende bekostiging eerste opvang
  • 1. Het bevoegd gezag van een school die sinds 1 augustus 2003 geen eerste opvang van Vreemdelingen heeft georganiseerd, kan op aanvraag eenmalig extra aanvullende bekostiging eerste opvang Vreemdelingen ontvangen ten behoeve van voorbereidende en coördinerende werkzaamheden die samenhangen met de start van het onderwijs aan die school indien deze eerste opvang betrekking heeft op tenminste 10 Vreemdelingen op de peildatum. De extra aanvullende bekostiging eerste opvang bedraagt € 16.000,– per school.

  • 2. Het bevoegd gezag van de school bepaalt de besteding van de extra aanvullende bekostiging eerste opvang, bedoeld in het eerste lid, in onderling overleg met de gemeente waarin de school is gelegen.

Artikel 14 Aanvraagprocedure
  • 1. Het bevoegd gezag van de school dient de aanvraag voor aanvullende bekostiging eerste opvang Vreemdelingen, bedoeld in artikel 2, derde lid, in bij Centrale Financiën Instellingen binnen twee weken na een peildatum, bedoeld in artikel 12, tweede lid. Aanvragen die na deze termijn worden ontvangen worden afgewezen.

  • 2. Het bevoegd gezag van de school dient de aanvraag voor extra aanvullende bekostiging eerste opvang Vreemdelingen, bedoeld in artikel 2, derde lid, in bij Centrale Financiën Instellingen binnen twee weken na een peildatum, bedoeld in artikel 12, tweede lid. Aanvragen die na deze termijn worden ingezonden worden afgewezen.

  • 3. De aanvragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen uitsluitend worden ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat als bijlage 2 bij deze regeling is gevoegd. Aanvragen die niet uitgaan van het aanvraagformulier worden afgewezen.

  • 4. De aanvragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn gebaseerd op de gegevens over Vreemdelingen, bedoeld in artikel 15.

  • 5. Voor het verkrijgen van de extra aanvullende bekostiging eerste opvang, bedoeld in artikel 13, eerste lid, is een verklaring van de gemeente nodig waarin is opgenomen dat de school in de periode van 1 augustus 2003 tot en met 31 juli 2007 geen eerste opvang van Vreemdelingen heeft georganiseerd. Deze verklaring dient in de administratie van de school aanwezig te zijn.

  • 6. Indien de extra aanvullende bekostiging eerste opvang wordt verleend, maakt deze onderdeel uit van de aanvullende bekostiging eerste opvang.

Artikel 15 Gegevenslevering
  • 1. Voor het aantonen van de juistheid van de door het bevoegd gezag te verstrekken gegevens over Vreemdelingen per peildatum 1 oktober is artikel 10 van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Voor het aantonen van de juistheid van de door het bevoegd gezag te verstrekken gegevens over Vreemdelingen per peildatum 1 april dient een uittreksel van de GBA in de administratie van de school aanwezig te zijn. In het geval de registratie in de GBA ontbreekt of afwijkt van de door het bevoegd gezag van de school aangeleverde gegevens, moet het bevoegd gezag gebruik maken van een of meer van de documenten in bijlage 1.

HOOFDSTUK 3 BELEID EN VERANTWOORDING

Artikel 16 Beleid en verantwoording

  • 1. Het bevoegd gezag van de school geeft in het schoolplan aan hoe het de aanvullende personele bekostiging op grond van deze regeling inzet voor het onderwijskundig beleid, de bewaking en de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.

  • 2. Het bevoegd gezag van de school licht de partijen in de omgeving van de school, die herkenbaar betrokken zijn bij de inzet van de aanvullende personele bekostiging op grond van deze regeling, in over zijn beleid ter zake en betrekt opmerkingen daarover van die partijen herkenbaar bij het bepalen van dat beleid.

  • 3. Het bevoegd gezag van de school betrekt de inzet van de aanvullende personele bekostiging op grond van deze regeling bij het overleg met de gemeente over het bestrijden van onderwijsachterstanden.

  • 4. Het bevoegd gezag van de school werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die gericht zijn op het verschaffen van nadere inlichtingen aan de minister over de uitvoering van de regeling.

HOOFDSTUK 4 FINANCIËLE VERANTWOORDING

Artikel 17 Financiële verantwoording

  • 1. De aanvullende personele bekostiging op grond van deze regeling wordt herkenbaar opgenomen als baten in de jaarrekening. De lasten worden verantwoord binnen de daartoe bestemde posten in de jaarrekening.

  • 2. De aanvullende personele bekostiging wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven die zijn verbonden aan het in de regeling omschreven doel. Verrekening van de eventueel niet-bestede middelen of overschotten vindt niet plaats.

  • 3. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de aanvullende personele bekostiging.

HOOFDSTUK 5 COMPENSATIEBEPALING

Artikel 18 Compensatiebepaling voor het kalenderjaar 2009

  • 1. De minister verstrekt een compensatiebudget aan het bevoegd gezag van een school.

  • 2. Dit compensatiebudget wordt vastgesteld op de helft van het positief saldo van de uitkomst van de formule A -/- B -/-C, waarbij wordt verstaan onder:

    • A: de aanvullende personele bekostiging die een school voor kalenderjaar 2007 heeft ontvangen op grond van hoofdstuk 2, paragraaf 2, van deze regeling;

    • B: de aanvullende personele bekostiging die een school ontvangt voor kalenderjaar 2009 op grond van hoofdstuk 2, paragraaf 2, van deze regeling;

    • C: 2,5% van de totale personele lumpsumbekostiging van de betreffende school op grond van artikel 8 van het Formatiebesluit W.V.O., berekend met de op 1 januari 2009 voor de school geldende personeelslasten.

  • 3. Verstrekking en betaling van het compensatiebudget vindt in zijn geheel plaats uiterlijk in de maand maart van het kalenderjaar 2009.

  • 4. De minister kan de hoogte van het compensatiebudget wijzigen, indien de verklaring van de accountant, bedoeld in de artikelen 14a, tweede lid, onder c, en 15b, zesde lid, onder c, van het Bekostigingsbesluit W.V.O., daartoe aanleiding geeft.

  • 5. Vaststelling van het compensatiebudget vindt plaats na de vaststelling van de aanvullende personele bekostiging, bedoeld in het derde lid, en binnen zes maanden na ontvangst van de verklaring van de accountant, bedoeld in het vierde lid.

HOOFDSTUK 6 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 19 Intrekking

  • 1. De Regeling Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO wordt ingetrokken.

  • 2. De Regeling schaduwdraaien en wijziging Regeling Leerplusarrangement wordt ingetrokken.

Artikel 19a Overgangsrecht voor de periode 1 augustus 2006 tot en met 31 december 2006

De bepaling in artikel 2, eerste lid, van de Regeling aanvullende personele bekostiging culturele minderheidsgroepen en anderstalige leerlingen WVO 2002 ter zake van de bekostiging blijft van kracht voor de periode van 1 augustus 2006 tot en met 31 december 2006.

Artikel 20

Overgangsrecht elektronisch bestand van 1 oktober 2007 van scholen voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 9 van het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging, zoals dat luidde op 31 juli 2006.

Bij een afwijking van het elektronisch bestand van 1 oktober 2007 van meer dan 1% van de integrale leerlingtelling van 1 oktober 2007 vindt voor het bevoegd gezag van de school met betrekking tot de teldatum 1 oktober 2007 geen toepassing plaats van artikel 4, eerste lid.

Artikel 21 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2009.

Artikel 22 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Leerplusarrangement VO, Nieuwkomers VO en eerste opvang Vreemdelingen 2009.

Deze regeling zal met de toelichting en bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart.

BIJLAGE 1 BIJ ARTIKEL 10

Bij de gegevenslevering voor de aanvullende bekostiging voor Nieuwkomers VO dienen de gegevens van de GBA als uitgangspunt.

In het geval het bevoegd gezag van de school ervoor kiest af te wijken van de gegevens nationaliteit en/of verblijfsduur uit de GBA registratie (omdat gegevens ontbreken of volgens het bevoegd gezag van de school anders zijn), dient, voor het aantonen van de juistheid van de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens, een kopie van één of meer documenten uit onderstaande limitatieve lijst in de administratie van de school aanwezig te zijn.

  • A. Nationaliteit

    • Paspoort

    • Pasje (kopie voor- en achterkant): W-document en/of verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel (VVA-bep) of verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier (VVR-bep)

    • Beschikking minister van Justitie op grond van artikel 9 van de Vreemdelingenwet

    • Rapportage IND

    • Registratieformulier COA

  • B. Verblijfsduur

    • Datumstempel in paspoort bij binnenkomst in Nederland

    • Beschikking minister van Justitie op grond van artikel 9 van de Vreemdelingenwet

    • Rapportage IND

    • Registratieformulier COA.

BIJLAGE 2 BIJ ARTIKEL 14

stcrt-2009-9121-001.png

BIJLAGE 3 BIJ ARTIKEL 4

Deze bijlage staat bij deze regeling op cfi.nl, onder Downloads.

Hieraan worden de volgende elementcodes aan toegevoegd:

Elementcode

Onderwijs

Afdeling

Groep

leerjaren

4111

VMBO

Exp.VMBO Basisbg. Lw. Tech.- MBO2

1

  

3

4

  

4151

VMBO

Exp.VMBO Basisbg. Lw. Ec.- MBO2

1

  

3

4

  

4131

VMBO

Exp.VMBO Basisbg. Lw. ZrgWlz.- MBO2

1

  

3

4

  

4171

VMBO

Exp.VMBO Basisbg. Lw. Landb LNO.- MBO2

1

  

3

4

  

4191

VMBO

Exp.VMBO Basisbg. Lw. Intersect.progr.- MBO2

1

  

3

4

  

BIJLAGE 4 BIJ ARTIKEL 5, DERDE LID

Het beschikbare budget en het bedrag per L+A leerling voor de jaren 2009 en 2010

Totaal beschikbaar budget per jaar voor L+A voor de jaren 2009 en 2010:

€ 60.451.000

Bedrag per L+A leerling voor 2009-2010:

€ 892

BIJLAGE 5 BIJ ARTIKEL 5, VIJFDE LID

Lijst met postcodes van de armoedeprobleemcumulatiegebieden L+A 2009 en 2010

1

1011

1103

2523

3032

3314

4827

5925

6841

8262

2

1013

1104

2524

3033

3317

5011

5932

6982

8442

3

1015

1106

2525

3034

3318

5012

6043

7202

8911

4

1018

1107

2526

3035

3511

5013

6044

7203

8918

5

1021

1212

2531

3036

3513

5014

6045

7204

8923

6

1022

1274

2532

3037

3515

5021

6134

7323

8924

7

1024

1314

2533

3038

3525

5022

6135

7413

8937

8

1025

1324

2541

3042

3526

5025

6163

7415

9202

9

1031

1333

2542

3052

3527

5042

6165

7416

9406

10

1032

1353

2543

3053

3531

5044

6217

7417

9602

11

1034

1354

2544

3054

3532

5046

6218

7511

9607

12

1051

1443

2545

3061

3552

5049

6224

7512

9645

13

1052

1503

2562

3063

3554

5212

6228

7513

9711

14

1053

1504

2563

3066

3555

5213

6412

7514

9713

15

1055

1505

2571

3071

3561

5223

6413

7521

9715

16

1056

1622

2572

3072

3562

5231

6415

7523

9716

17

1057

1784

2573

3073

3563

5233

6416

7533

9732

18

1058

1813

2591

3074

3564

5344

6531

7541

9733

19

1059

1825

2592

3075

3605

5348

6534

7543

9736

20

1061

1962

2595

3076

3706

5612

6535

7544

9737

21

1062

1966

2612

3077

3765

5613

6537

7545

9741

22

1063

1974

2625

3078

3812

5621

6538

7557

9742

23

1064

2032

2715

3079

3814

5622

6541

7574

9743

24

1065

2033

2722

3081

3843

5641

6542

7601

9931

25

1067

2035

2802

3082

4006

5642

6543

7603

9933

26

1068

2037

2806

3083

4337

5643

6544

7604

 

27

1069

2262

2903

3085

4382

5645

6546

7605

 

28

1072

2263

2905

3086

4383

5651

6702

7606

 

29

1073

2312

3012

3087

4463

5654

6714

7824

 

30

1074

2315

3014

3089

4536

5657

6811

7942

 

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling beoogt scholen voor voortgezet onderwijs waar zich probleemcumulatie voordoet te ondersteunen via aanvullende personele bekostiging. Tevens voorziet de regeling in een aanvullende personele bekostiging voor leerlingen in het voortgezet onderwijs die korter dan twee jaar in Nederland zijn. Daarnaast kunnen scholen op grond van deze regeling aanspraak maken op middelen voor de eerste opvang van Vreemdelingen die na de teldatum instromen in het onderwijs.

In deze toelichting komt het volgende aan de orde:

  • Aanleiding en achtergronden van de Regeling aanvullende personele bekostiging voor Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO.

  • Leerplusarrangement VO.

  • Nieuwkomers VO.

  • Eerste opvang vreemdelingen

  • beleid en verantwoording.

Naast deze toelichting zijn er ook een brochures beschikbaar met informatie over de Regeling aanvullende personele bekostiging voor Leerplusarrangement VO, voor Nieuwkomers VO en voor eerste opvang vreemdelingen met praktische handreikingen voor scholen. Deze brochures zijn verkrijgbaar via www.postbus51.nl, www.minocw.nl en www.cfi.nl.

Aanleiding en achtergronden van de Regeling Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO

Naar aanleiding van het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet Balkenende II (mei 2003) heeft een herijking van het onderwijsachterstandenbeleid plaatsgevonden met als doel dit beleid effectiever en efficiënter te maken. Voor het voortgezet onderwijs betekent de herijking van het onderwijsachterstandenbeleid dat de middelen voor het tegengaan van onderwijsachterstanden meer dan voorheen daar terecht komen waar ze het hardste nodig zijn en dat de bureaucratische lasten voor scholen zo laag mogelijk worden gehouden.

De Regeling aanvullende personele bekostiging culturele minderheidsgroepen en anderstalige leerlingen WVO 2002 (cumi-vo-regeling) voorziet hier niet in en wordt daarom met ingang van 1 augustus 2006 ingetrokken en vervangen door de regeling aanvullende personele bekostiging Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO. Tevens is in de Tweede Kamer een wetsvoorstel aanhangig gemaakt waarin onder meer wordt voorgesteld dat alle scholen worden verplicht overleg voeren met de gemeente over onderwijsachterstandenbeleid, het bevorderen van integratie en het tegengaan van segregatie.

Verder zijn alle scholen krachtens een initiatiefwet van de Tweede Kamer verplicht in hun schoolplan en schoolgids vast te leggen wat hun beleid is ten aanzien van het bestrijden van onderwijsachterstanden in het bijzonder de beheersing van de Nederlandse taal (Stb. 2005, 678 en TK 29666, nr. 6).

Om de onderwijsachterstandsmiddelen voor het voortgezet onderwijs zo goed mogelijk terecht te laten komen daar waar ze het hardste nodig zijn, met zo laag mogelijk bureaucratische lasten, heeft het Instituut voor toegepaste sociale wetenschappen (ITS) onderzoek gedaan naar een geschikte indicator. Dit onderzoek leverde een indicator voor probleemcumulatie op: een ’cumulatiegebied’ zoals gehanteerd in de Armoedemonitor 2003 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vervolgens is, in overleg met het onderwijsveld, het Leerplusarrangement VO nader vorm gegeven. Er vonden veldraadplegingen plaats en overleggen met schoolleiders, schoolbesturen, gemeenten en vertegenwoordigers van het eerste opvangonderwijs aan nieuwkomers. Naar aanleiding van signalen uit deze gesprekken is tevens besloten tot een tweejarige bekostiging voor leerlingen in het voortgezet onderwijs die korter dan twee jaar in Nederland zijn, de zogeheten Nieuwkomers VO.

Naar aanleiding van berichtgeving over het Barleus Gymnasium in het voorjaar van 2007 is nader onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de indicator van het Leerplusarrangement VO. Uit dit onderzoek bleek dat het een goede indicator is, maar dat verfijning de indicator nog effectiever zou maken. De ruimte tot verfijning is optimaal benut en heeft geleid tot wijziging van de regelgeving voor het Leerplusarrangement per 1 januari 2009.

Voor de uitvoering van de Regeling Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO is vanaf 2009 circa € 79 miljoen beschikbaar. In aanvulling hierop voegt het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit middelen toe voor scholen in het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum (VBO-groen in een AOC) die in aanmerking komen voor bekostiging in het kader van deze regeling.

Leerplusarrangement VO

Doelstelling en doelgroep van het Leerplusarrangement VO

De ene school voor voortgezet onderwijs heeft het zwaarder dan de andere school met evenveel leerlingen in de verschillende schoolsoorten, door andere factoren dan feitelijke achterstanden. Deze andere factoren kunnen leiden tot een opeenstapeling van problemen (‘probleemcumulatie’), zich onder andere uitend in veel leerlingen met een verhoogd risico op spijbelen, vertraging in schoolloopbanen, voortijdig schoolverlaten, criminaliteit en/of jeugdzorgproblematiek. Deze probleemcumulatie kan zich voordoen in alle schoolsoorten. Het Leerplusarrangement VO beoogt scholen die te maken hebben met probleemcumulatie extra te ondersteunen door aanvullende personele bekostiging. Doelstelling van het Leerplusarrangement VO is het bijdragen aan vermindering van voortijdig schoolverlaten, het beter dan voorheen kunnen leveren van meer maatwerk aan leerlingen, en het maximaliseren van de schoolprestaties door onder meer het voeren van expliciet taal(achterstanden-)beleid. Om dit te bereiken worden niet alleen de middelen voor onderwijsachterstandenbestrijding anders verdeeld maar worden ten behoeve van het Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO ook stimulansen ingebouwd voor kwaliteitsverbetering, zoals het opnemen van de ambities in het schoolplan en het toezicht van de inspectie hierop. Daarnaast dienen scholen partijen in de omgeving van de school in te lichten over haar onderwijsachterstandenbeleid en opmerkingen van de omgeving bij dit beleid herkenbaar te betrekken bij het bepalen van het onderwijsachterstandenbeleid.

Vaststellen van probleemcumulatie; de armoedemonitor van het SCP en CBS

Om vast te stellen op welke scholen sprake is van probleemcumulatie wordt uitgegaan van de indicator ‘cumulatiegebied’ zoals gehanteerd in de Armoedemonitor van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze indicator wordt door het CBS tweejaarlijks op basis van het Regionaal Inkomensonderzoek geactualiseerd. Dit leidt tot een lijst met postcodes van ‘armoedeprobleemcumulatiegebieden’, zijnde de 8% armste achterstandswijken met 20% van de huishoudens in Nederland1. Deze lijst van het CBS zal worden overgenomen en wordt tweejaarlijks, in september voorafgaand aan het jaar waarop deze betrekking heeft, gepubliceerd in de Staatscourant.

Via het persoonsgebonden nummer wordt gebruik gemaakt van de vier cijfers van de postcodes van de leerlingen. Per leerling wordt vastgesteld of hij/zij woonachtig is in een armoedeprobleemcumulatiegebied. Wanneer twee jaar achter elkaar op de teldatum een voldoende aantal (voor verschillende schoolsoorten gelden verschillende drempelpercentages) van de leerlingen van een school uit een armoedeprobleemcumulatiegebied komt, komt de school de twee achtereenvolgende kalenderjaren in aanmerking voor financiering in het kader van het Leerplusarrangement VO. De aanvullende bekostiging die de school ontvangt blijft deze twee jaren gelijk. De systematiek wordt iedere twee jaar herhaald. (zie ook hieronder bij ‘bekostigingssystematiek Leerplusarrangement VO’).

Scholen die in aanmerking komen voor het Leerplusarrangement VO

Scholen voor voortgezet onderwijs, inclusief VBO-groen in een AOC, kunnen in aanmerking komen voor bekostiging in het kader van het Leerplusarrangement VO. Dit geldt voor alle schoolsoorten; praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo. Om in aanmerking te komen voor de aanvullende bekostiging dient het percentage leerlingen uit armoedeprobleemcumulatiegebieden te voldoen aan de vastgestelde drempel, die als volgt is bepaald.

De drempel die wordt gehanteerd is afhankelijk van de onderwijssoort. Voor vmbo, gedeelde onderbouw met vmbo en praktijkonderwijs geldt een drempel van 30%. Voor havo geldt een drempel van 50% en voor vwo geldt een drempel van 60%. Wanneer op twee achtereenvolgende teldata minimaal het drempelpercentage van de leerlingen van een school uit een armoedeprobleemcumulatiegebied komt, dan komt die school voor de twee kalenderjaren volgende op de jongste teldatum in aanmerking voor aanvullende bekostiging in het kader van het Leerplusarrangement VO.

Er wordt een tweejaarlijkse cyclus gevolgd, die voor alle scholen gelijk is. Het vaststellen of een school in aanmerking komt voor deze bekostiging geschiedt op vestigingsniveau. Het bevoegd gezag ontvangt, zoals gebruikelijk, de aanvullende bekostiging.

Bekostigingssystematiek Leerplusarrangement VO

Voor het Leerplusarrangement VO wordt de GBA-postcode gehanteerd. Indien de school een afwijking constateert dient de leerling (of de ouders/voogd) er zorg voor te dragen dat de gegevens in de GBA op orde worden gebracht. Slechts in het geval dat de postcode in de GBA ontbreekt wordt de door het bevoegd gezag aan de Informatie Beheer Groep aangeleverde postcode overgenomen. Deze systematiek vraagt van de school geringe administratieve handelingen.

Op basis van de nog niet gevalideerde oktobertelling van enig kalenderjaar en de, gevalideerde, oktobertelling van het voorafgaande kalenderjaar wordt bepaald of een school twee jaar lang (volgend op de tweede teldatum) in aanmerking komt voor aanvullende bekostiging. Dit gebeurt als volgt: bij de telling van 1 oktober 2008 wordt de postcode van de leerling naast de, op dat moment, meest recente postcodelijst van armoedeprobleemcumulatiegebieden gelegd. Komt de postcode van de leerling voor op die lijst dan is de leerling een apc-leerling. Het percentage L+A-leerlingen op een vestiging wordt bepaald door het totale aantal apc-leerlingen per onderwijssoort van die vestiging te delen door het totale aantal leerlingen per onderwijssoort van die vestiging. Bedraagt dit percentage minimaal 30% voor de onderwijssoorten vmbo en praktijkonderwijs, 50% voor havo en/of 60% voor vwo dan wordt deze systematiek ook toegepast op de telling van 1 oktober 2007, met dien verstande dat hierbij wordt uitgegaan van dezelfde postcodelijst als die gehanteerd wordt bij de telling van 1 oktober 2008. Is dit percentage lager dan de drempel van de betreffende onderwijssoort dan komt de vestiging voor die onderwijssoort niet in aanmerking voor aanvullende bekostiging ook al zou de vestiging bij de telling 1 oktober 2006 wel op of boven de betreffende drempel zitten. Er wordt dan niet voldaan aan de voorwaarde dat een school 2 jaar lang de drempel haalt. Wordt wel aan deze voorwaarde voldaan dan wordt de aanvullende L+A bekostiging op basis van de telling 1 oktober 2008 verleend. Vervolgens worden de resultaten per vestiging gesommeerd naar schoolniveau. Dit zal worden opgenomen in de bijlage bij de beschikking aan het bevoegd gezag.

Op dat moment is duidelijk hoeveel L+A-scholen en L+A-leerlingen er zijn. Het ministerie van OCW berekent vervolgens het bedrag per L+A-leerling door het beschikbare budget te delen door het totale aantal L+A-leerlingen. Dit bedrag wordt tweejaarlijks in december bekendgemaakt in de Staatscourant, tegelijkertijd met het budget dat in totaal voor het Leerplusarrangement VO beschikbaar is. De meest recente lijst met postcodes van de armoedeprobleemcumulatiegebieden wordt in augustus voorafgaand aan de volgende tranche gepubliceerd.

De aanvullende personele bekostiging voor de school wordt bepaald door het aantal L+Aleerlingen op de tweede teldatum te vermenigvuldigen met het berekende bedrag per L+A-leerling. Dit is de L+A-bekostiging die de school twee jaar achter elkaar, zal ontvangen. Het bevoegd gezag van de school ontvangt de beschikking uiterlijk in maart van het volgende kalenderjaar. Deze systematiek wordt steeds na twee jaar herhaald. Het bedrag wordt betaalbaar gesteld volgens het reguliere betaalritme van de personele bekostiging.

Zoals gebruikelijk in de lumpsumbekostigingssystematiek wordt ook de L+A-bekostiging naar aanleiding van de definitieve (door de accountant gevalideerde) telgegevens van enige teldatum in oktober/november van het jaar erop herrekend en opnieuw beschikt. Dit betekent dat de beschikking van maart 2009 is gebaseerd op berekening van de L+Abekostiging gemaakt met de gegevens van de eerste teldatum (1 oktober 2007) die ‘definitief’ zijn (door de accountant gevalideerd), en de gegevens van de tweede teldatum (1 oktober 2008) die ‘voorlopig’ zijn (nog niet door de accountant gevalideerd). Nadat de accountant ook de gegevens van de tweede teldatum heeft gevalideerd kan de bekostiging in het kader van het Leerplusarrangement VO worden vastgesteld (na eerdere verstrekking). Indien verschillen ontstaan met de eerst verleende bekostiging zal er een correctie plaatsvinden, negatief danwel positief. Dit kan betekenen dat de eerder verleende aanvullende bekostiging in haar geheel wordt teruggevorderd (omdat de drempels niet meer worden gehaald).

Nieuwkomers VO

Doelstelling en doelgroep van Nieuwkomers VO

Scholen ontvangen aanvullende personele bekostiging voor elke leerling in het voortgezet onderwijs die op enige teldatum korter dan een jaar, dan wel één tot twee jaar in Nederland is en die vreemdeling is volgens de Vreemdelingenwet 2000. Deze extra middelen hebben tot doel scholen in staat te stellen nieuwkomers in het voortgezet onderwijs de Nederlandse taal te leren en hen zo goed mogelijk voor te bereiden op hun verdere schoolloopbaan in het voortgezet en vervolgonderwijs. De wijze waarop de eerste opvang wordt georganiseerd is een keuze van de school. De regeling is slechts van toepassing indien regulier Nederlandstalig onderwijs wordt geboden. Leerlingen die Internationaal Baccalaureaat of Engelstalig onderwijs volgen komen niet aanmerking voor deze aanvullende bekostiging.

Bekostigingssystematiek Nieuwkomers VO

Scholen ontvangen een aanvullende personele bekostiging op basis van het aantal Nieuwkomers VO op de school per teldatum van enig jaar. Via het persoonsgebonden nummer geeft de school per nieuwkomer aan of de leerling op de teldatum valt onder de nieuwkomercategorie korter dan een jaar of de nieuwkomercategorie één tot twee jaar in Nederland.

De IB-groep controleert de nieuwkomercategorie per leerling met behulp van:

  • a. de code-nationaliteit zoals geregistreerd in de GBA en rekening houdend met de definitie van Nieuwkomer VO, zoals verwoord in de regeling;

  • b. de datum van vestiging in Nederland zoals geregistreerd in de GBA.

Wanneer bij de controle blijkt dat de opgave van de school afwijkt van wat in de GBA staat vermeld geeft de IB-groep een signaal aan de school. De school kan dit signaal overnemen en de opgave aanpassen. De school kan het signaal ook negeren en de eigen opgave aanhouden wanneer in de GBA de gegevens (code-nationaliteit en/of datum-vestiging -in-Nederland) van de leerling ontbreken of volgens de school anders zijn. In die gevallen moet de school in de administratie één of meer van de bewijsdocumenten hebben die in de bijlage bij artikel 10 van deze regeling limitatief zijn opgenomen. Het controleprotocol van de instellingsaccountants is vanaf 1 oktober 2006 hierop aangepast.

De Nieuwkomers VO worden op schoolniveau geaggregeerd naar de verblijfsduur van de leerling in Nederland: een leerling die op de teldatum korter dan een jaar in Nederland is en een leerling die op de teldatum één tot twee jaar in Nederland is.

Het aantal Nieuwkomers VO in de categorie ‘korter dan een jaar in Nederland’ wordt vermenigvuldigd met de ratio 1/15 en het aantal Nieuwkomers VO in de categorie ‘één tot twee jaar in Nederland’ wordt vermenigvuldigd met de ratio 1/25.

Dit betekent dat de school per 15 resp. 25 nieuwkomers één fte aanvullende bekostiging krijgt. Omdat nieuwkomers in het eerste schooljaar een grotere taalachterstand hebben dan in het tweede jaar, geldt voor het eerste jaar een gunstiger ratio.

Het aantal formatie-eenheden (fte’s) wordt vermenigvuldigd met de voor de school geldende gemiddelde personeelslast (GPL) voor leerkrachten.

De bekostiging van de Nieuwkomers VO wordt jaarlijks verleend. Het bevoegd gezag van de school ontvangt de beschikking uiterlijk in maart van het volgende kalenderjaar (voor het eerst in maart 2007).

Zoals gebruikelijk in de lumpsumbekostigingssystematiek wordt de Nieuwkomersbekostiging naar aanleiding van de definitieve (door de accountant gecontroleerde) telgegevens van enige teldatum in de regel in oktober/november van het jaar erop herrekend en opnieuw beschikt.

Het bedrag wordt betaalbaar gesteld volgens het betaalritme van de personele bekostiging.

Agrarische opleidingscentra kennen een andere bekostigingssystematiek. In de praktijk zal de bekostiging per Nieuwkomer VO in het voorbereidend beroepsonderwijs aan een agrarisch opleidingscentrum overeenkomen met de gemiddelde bekostiging per Nieuwkomer VO bij de scholen voor voortgezet onderwijs. Het bevoegd gezag van de school voor VBO-groen in een AOC ontvangt de beschikking met de aanvullende bekostiging voor Nieuwkomers VO uiterlijk in maart van het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft (voor het eerst in maart 2007).

Eerste opvang vreemdelingen

Doelstelling en doelgroep van eerste opvang vreemdelingen

De bekostiging van wat werd genoemd ‘onderwijs aan asielzoekers’ was tot 1 augustus 2002 gebaseerd op de systematiek van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid in de Wet op het voortgezet onderwijs, te weten de regeling tegemoetkoming voor gemeenten bij exceptionele toename van het aantal schoolgaande asielzoekers in het basis- en voortgezet onderwijs 2001–2002. De bekostiging via deze systematiek is in de periode 1998–2002 niet adequaat gebleken (deed geen recht aan fluctuaties van aantallen asielzoekers, tijdelijkheid van opvang en opvang in niet-GOA-gemeenten). In deze regeling werd reeds aangekondigd dat de bekostiging van het onderwijs aan asielzoekers per 1 augustus 2002 niet in de nieuwe bekostigingssystematiek zou worden meegenomen. Daarmee verviel derhalve de grondslag voor genoemde regeling. Aangezien het tot stand brengen van een nieuwe wettelijke grondslag tijd vraagt is voor de periode 1 augustus 2002 tot 1 augustus 2003 de overgangsregeling Regeling specifieke uitkering voor gemeenten ten behoeve van onderwijs aan schoolgaande asielzoekers in het basis- en voortgezet onderwijs 2002-2003, gepubliceerd in Uitleg OCenW-regelingen nummer 7, van 20 maart 2002. Uiteindelijk is besloten de bekostigingssystematiek van laatstgenoemde regeling over te nemen in het Besluit onderwijs aan Vreemdelingen (BOV)(Stb. 2003, 307). Dit besluit is in werking getreden met ingang van 1 augustus 2003. Vanwege het op dat moment ontbreken van een grondslag in de onderwijswetten is gekozen voor de grondslag in artikel 17, derde lid, van de Financiële-verhoudingswet. Dit artikel beperkt echter de duur van een besluit tot maximaal 4 jaar. Dit betekent dat het Besluit onderwijs aan Vreemdelingen vervalt met ingang van 1 augustus 2007. De BOV gold voor zowel PO als VO. PO heeft vanaf schooljaar 2007/2008 de nieuwe regeling gekoppeld aan de zogenaamde groeiregeling. Deze bestaat niet in het VO. Gezien het beperkt aantal scholen in het voortgezet onderwijs dat voor de onderhavige bekostiging in aanmerking komt is gekozen voor aansluiting bij de systematiek van de aanvullende bekostiging. Op grond van deze regeling kunnen scholen voor voortgezet onderwijs toch over aanvullende middelen beschikken voor de eerste opvang van Vreemdelingen.

De regeling voorziet erin dat flexibel ingespeeld kan worden op de vraag naar onderwijs aan scholen waarop deze regeling van toepassing is en maakt het tevens mogelijk dat scholen die voor de eerste maal onderwijs aan vreemdelingen organiseren, aanspraak kunnen maken op een extra aanvullende bekostiging eerste opvang in verband met de voorbereiding van dat onderwijs. Met deze regeling is met betrekking tot de jaren 2008 en volgende een bedrag gemoeid dat afhankelijk is van het aantal leerlingen waarvoor de regeling geldt (open einde bekostiging).

Bekostigingssystematiek Eerste opvang vreemdelingen

Indien een Vreemdeling zowel op de 1e peildatum 1 april en op de peildatum 1 oktober daaropvolgend, dus in een en hetzelfde kalenderjaar, als daadwerkelijk schoolgaand staat ingeschreven en op beide peildata korter dan een jaar in Nederland verblijft, kan de school voor deze Vreemdeling op beide peildata aanvragen indienen. Op grond deze regeling ontvangt de school voor deze Vreemdeling, ter overbrugging tot de ingangsdatum van de reguliere bekostiging, gedurende maximaal 1 jaar de aanvullende bekostiging. Het bedrag op jaarbasis is inclusief een bedrag van € 158,– voor de bekostiging van het lesmateriaal, zijnde de helft van de reguliere bekostiging op grond van de overweging dat vreemdelingen in het eerste jaar doorgaans een (zeer) beperkt lespakket krijgen.

Extra aanvullende bekostiging eerste opvang

Het voor de eerste keer organiseren van onderwijs aan nieuwkomers gaat gepaard met extra kosten. Deze voorbereidingskosten betreffen het zoeken en ontwikkelen van een accommodatie, het werven en aanstellen van personeel en het ontwikkelen van een lesprogramma. Ook de gemeente van het grondgebied waarop de school staat speelt hierbij een rol. Het gaat dan ondermeer om vereiste besluitvorming, de contacten met scholen en andere instanties en het ondersteunen van de school bij de start (m.n. wat betreft huisvesting). De school stemt de voorbereiding en coördinatie van de eerste opvang en de besteding van de middelen voor de eerste opvang derhalve af met de gemeente van het grondgebied waarop de school staat. De school dient de extra aanvullende bekostiging eerste opvang bij CFI aan te vragen met gebruikmaking van het aanvraagformulier in bijlage 2 bij deze regeling.

Afronding rekenprocedures

De uitkomst van rekenprocedures om de drempel procentueel te bepalen wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal. Dit leidt er bijvoorbeeld toe dat een uitkomst van 29,45% wordt afgerond tot 30% en een uitkomst van 29,44% tot 29%.

Beleid en verantwoording

Scholen dienen in het kader van deze aanvullende bekostiging hun onderwijskundig beleid en de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs op te nemen in hun schoolplan.

Aangezien probleemcumulatie met alle middelen moet worden aangepakt en de school dit niet alleen kan, is de betrokkenheid van en draagvlak bij partijen uit de omgeving hierbij essentieel.

Scholen dienen daarom partijen in de omgeving van de school in te lichten over haar onderwijsachterstandenbeleid en opmerkingen van de omgeving bij dit beleid herkenbaar te betrekken bij het bepalen van haar onderwijsachterstandenbeleid.

Hierbij is het van belang dat scholen:

  • formuleren waar zij voor staan (bijvoorbeeld door het formuleren van streefdoelen en streefcijfers);

  • bijhouden en laten zien hoe zij daaraan werken (activiteiten benoemen en monitoren);

  • draagvlak voor de aanpak creëren bij belangrijke partners in de omgeving;

  • laten zien welke resultaten zij bereiken;

  • en leren van wat niet goed gaat en van signalen uit de omgeving. Dit kan aanleiding zijn de ambities bij te stellen en het schoolplan aan te passen.

Eén van deze belangrijke partijen uit de omgeving van de school is de gemeente. Scholen overleggen met de gemeente over onderwijsachterstandenbeleid, het bevorderen van integratie en het tegengaan van segregatie. De inzet van de middelen voor het Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO dient hierbij onderwerp van gesprek te zijn.

Andere belangrijke partijen uit de omgeving van de school zijn bijvoorbeeld het ‘toeleverende’ primair onderwijs, het ‘afnemende’ beroeps- of hoger onderwijs, partnerorganisaties in de opvoeding (jeugdwelzijn, sportverenigingen), de schooladviesdienst, de lerarenopleidingen en het bedrijfsleven.

Via een (kwantitatieve) monitor worden trends en ontwikkelingen op scholen die aanvullende bekostiging hebben ontvangen in het kader van de Regeling Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO landelijk gevolgd, met een nulmeting op 1 januari 2007. Voor de monitor zal gebruik worden gemaakt van bestaande gegevens. Dit betekent dat de monitor geen extra belasting oplevert voor scholen. Daarnaast wordt vier jaar na inwerkingtreding een onderzoek uitgevoerd dat gericht is op het verkrijgen van informatie over het resultaat dan wel bereikte effect van de regeling. Hiervoor wordt de medewerking van scholen gevraagd (verschaffen van nadere inlichtingen). In het verschaffen van deze nadere inlichtingen kan de school mogelijk voorzien indien zij op een goede manier de omgeving van de school inlicht en betrekt bij haar onderwijsachterstandenbeleid.

Met de aanvullende bekostiging Leerplusarrangement VO wordt beoogd dat scholen met minimaal het drempelpercentage L+A-leerlingen even goed presteren als scholen met een lager aantal L+A-leerlingen. Indien uit voornoemd onderzoek blijkt dat deze doelstelling niet wordt behaald, dan kan dit reden zijn om in overleg met de sector tot bijstelling van de regeling te komen.

Ten aanzien van de regeling Leerplusarrangement VO en de Nieuwkomers VO betrekt de inspectie in het kader van de Wet op het Onderwijs Toezicht (WOT) de ambities en resultaten van de school bij haar toezicht. Hierbij kijkt zij ondermeer naar de geformuleerde streefdoelen en streefcijfers, de uitgevoerde activiteiten om draagvlak te verkrijgen bij belangrijke partners in de omgeving en de wijze waarop de ambities eventueel worden bijgesteld.

Het ministerie van OCW ondersteunt scholen bij het vormgeven van ambities en verantwoording. Meer informatie hierover kunt u vinden in de brochure over deze regeling. Daarnaast heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in februari 2006 een aantal rapportages gepubliceerd ter ondersteuning van het lokaal onderwijs- en jeugdbeleid.

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen
Onderdeel b

Ten behoeve van de praktische toepassing van deze regeling is er voor gekozen om een agrarisch opleidingscentrum in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs gelijk te stellen met een school voor voortgezet onderwijs in de zin van de Wet op het voortgezet onderwijs.

Onderdeel i

De postcode per leerling maakt onderdeel uit van de gegevensset, die via het persoonsgebonden nummer wordt uitgewisseld tussen de school en de IB-Groep. Zie hiervoor artikel 103b, tweede lid, onder a van de WVO.

Onderdeel k

In de definitie van Nieuwkomer VO wordt uitgegaan van de vreemdeling als omschreven in artikel 1, onderdeel m, van de Vreemdelingenwet 2000, waarin vreemdeling wordt gedefinieerd als degene die niet de Nederlandse nationaliteit bezit. De leerling die een dubbele nationaliteit bezit waaronder de Nederlandse nationaliteit valt derhalve niet onder de reikwijdte van deze regeling.

Hoofdstuk 2 Hoofdlijnen

Paragraaf 1 Doelomschrijving
Artikel 2 Doelomschrijving

De verstrekking van de aanvullende personele bekostiging voor het Leerplusarrangement VO, de Nieuwkomers VO en voor de eerste opvang vreemdelingen vindt plaats door de minister.

Paragraaf 2 Leerplusarrangement VO
Artikel 4 Drempel

In dit artikel wordt bepaald dat per vestiging wordt bepaald of een drempel wordt bereikt per onderwijssoort (praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo). Dit gebeurt op basis van een verdeling van de leerlingen over de 6 drempels aan de hand van de elementcode die de leerling in BRON door de school toebedeeld heeft gekregen.

Daar waar in de elementcodes sprake is van een gedeelde onderbouw worden deze leerlingen als aparte groep met eigen drempel gehanteerd. Om misverstanden te voorkomen is in bijlage 3 de tabel opgenomen waarin staat welke elementcodes bij welke categorie horen.

Artikel 5 Berekening aanvullende personele bekostiging

De eerstvolgende publicatie van gebieden vindt in augustus 2010 plaats.

Artikel 6 Samenvoeging van scholen in verband met aanvullende personele bekostiging Leerplusarrangement VO.
Tweede lid

In geval een nieuwe school voor voortgezet onderwijs wordt gesticht op 1 augustus gelegen tussen de twee opeenvolgende teldata die bepalend zijn voor het vaststellen van de drempel L+A leerlingen, komt de school niet eerder in aanmerking voor de aanvullende bekostiging, dan nadat er drie teldata zijn verstreken, waarbij de laatste twee teldata bepalend zijn voor de vaststelling van de drempel. Hiermee worden de nieuw gestichte scholen gelijk getrokken in het vaststellings- en betalingsritme van de overige scholen.

Artikel 6A Opheffen en creëren van vestigingen tussen de twee teldata

Een school kan tussen de twee teldata er één of meer vestigingen bij creëren of een school kan één of meer vestigingen opheffen. Vergelijking van vestigingen op beide telmomenten is dan niet mogelijk. Daarom wordt bij de bepaling van de aanvullende bekostiging de volgende uniforme richtlijn gehanteerd.

Als er op basis van de tellingen geen vergelijking mogelijk is doordat de vestiging bij één van de tellingen niet bestaat, zal de beslissing voor deze vestigingen automatisch negatief zijn. De leerlingen van de opgeheven dan wel gecreëerde vestiging zullen ook niet op de andere teldatum (handmatig) worden toegerekend aan andere vestigingen om zo voor deze vestigingen op een positieve beslissing uit te komen. Er zal dus in geen geval worden afgeweken van de telgegevens door leerlingen handmatig toe te rekenen naar andere vestigingen dan waar zij zijn geteld. Leerlingen worden alleen geteld op de 1e en 2e teldatum zoals de situatie op dat moment is.

Paragraaf 3 Nieuwkomers VO
Artikel 8 Uitzondering op de aanvullende personele bekostiging

Het gaat om de leerlingen die zijn geregistreerd onder de elementcodes 0700 (Engelse stroom) en 0800 (Internationaal Baccalaureaat).

Artikel 9 Vaststelling aantal formatieplaatsen
Tweede lid

De ratio’s (1/15 en 1/25) zijn inclusief de opslag voor arbeidsduurverkorting (ADV).

Derde lid

Uitgangspunt is dat scholen adequaat bekostigd worden. Daarom krijgen scholen de gelegenheid om indien nodig af te wijken van de GBA. Deze bepaling voorkomt dat scholen vaker dan één maal een Nieuwkomer VO kunnen opvoeren voor bekostiging per ratio als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 10 Gegevenslevering

Het gegeven dat een leerling een nieuwkomer is en het gegeven van de verblijfsduur in Nederland maken onderdeel uit van de gegevensset, die via het persoonsgebonden nummer wordt uitgewisseld tussen de school en de IB-Groep. Zie hiervoor artikel 103b, tweede lid, onderdeel h van de WVO.

In de bijlage bij dit artikel zijn de documenten die de leerlingenadministratie dient te bevatten thans gespecificeerd. Zie ook de artikelsgewijze toelichting op artikel 14.

Paragraaf 4 Eerste opvang Vreemdelingen
Artikel 11, zesde lid Uitzondering op de aanvullende bekostiging

Het gaat om de leerlingen die zijn geregistreerd onder de elementcodes 0700 (Engelse stroom) en 0800 (Internationaal Baccalaureaat).

Artikel 12, Berekening van de aanvullende bekostiging eerste opvang.

Indien een Vreemdeling zowel op de 1e peildatum 1 april en op de peildatum 1 oktober daaropvolgend, dus in een en hetzelfde kalenderjaar, als daadwerkelijk schoolgaand staat ingeschreven en op beide peildata korter dan een jaar in Nederland verblijft, kan de school voor deze Vreemdeling op beide peildata aanvragen indienen. Op grond van artikel 12, tweede lid, ontvangt de school voor deze Vreemdeling, ter overbrugging tot de ingangsdatum van de reguliere bekostiging, gedurende maximaal 1 jaar de aanvullende bekostiging. Het bedrag op jaarbasis is inclusief een bedrag van € 158,– voor de bekostiging van het lesmateriaal. De meeste vreemdelingen krijgen in het eerste jaar een zeer beperkt vakkenpakket met voornamelijk veel Nederlands taalonderwijs. Ook krijgt een zeer groot percentage van het COA een bedrag mee voor leermiddelen. Daarom is het bedrag de helft van de waarde van de z.g. ‘gratis schoolboeken’. Het bedrag op jaarbasis is tevens geindexeerd en is van toepassing vanaf de eerstvolgende peildatum na inwerkingtreding.

Artikel 13 Extra aanvullende bekostiging eerste opvang

Het voor de eerste keer organiseren van onderwijs aan nieuwkomers gaat gepaard met extra kosten. Deze voorbereidingskosten betreffen het zoeken en ontwikkelen van een accommodatie, het werven en aanstellen van personeel en het ontwikkelen van een lesprogramma. Ook de gemeente van het grondgebied waarop de school staat speelt hierbij een rol. Het gaat dan ondermeer om vereiste besluitvorming, de contacten met scholen en andere instanties en het ondersteunen van de school bij de start (m.n. wat betreft huisvesting). De school stemt de voorbereiding en coördinatie van de eerste opvang en de besteding van de middelen voor de eerste opvang derhalve af met de gemeente van het grondgebied waarop de school staat. De school dient de extra aanvullende bekostiging eerste opvang bij CFI aan te vragen met gebruikmaking van het aanvraagformulier in bijlage 2 bij deze regeling.

Voor aanspraak op een extra aanvullende bekostiging eerste opvang dient het voor de eerste keer organiseren van eerste opvang betrekking te hebben op tenminste 10 Vreemdelingen.

De school komt niet voor een extra aanvullende bekostiging eerste opvang in aanmerking indien zij in de periode vanaf 1 augustus 2003 tot heden reeds eerste opvang aan Vreemdelingen heeft georganiseerd.

Het bedrag is tevens geindexeerd en is van toepassing vanaf de eerstvolgende peildatum na inwerkingtreding.

Artikel 14 Aanvraagprocedure

In de administratie van de school dient een verklaring aanwezig te zijn waaruit blijkt dat de school in de periode van 1 augustus 2003 tot en met 31 juli 2007 geen eerste opvang van Vreemdelingen heeft geregistreerd. De controle op de eerste opvang van Vreemdelingen na 31 juli 2007 wordt door CFI gecontroleerd.

Hoofdstuk 3 Beleid en verantwoording

Artikel 16 Beleid en verantwoording
Derde lid

In aanvulling op de financiële verantwoording van de besteding van de aanvullende personele bekostiging, is informatie gewenst over het resultaat dat door de inzet van de met behulp van deze aanvullende personele bekostiging verkregen faciliteiten is behaald dan wel het effect dat is bereikt. Daartoe zal tijdens of na afloop van de activiteiten op beperkte schaal in opdracht van de minister een enquête worden gehouden.

Hoofdstuk 4 Financiële verantwoording

Artikel 17 Financiële verantwoording
Eerste lid

De financiële verantwoording van de aanvullende bekostiging voor Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO vindt plaats volgens de bekende verantwoordingssystematiek.

Tweede en derde lid

Overeenkomstig de OCW-richtlijnen Jaarverslaggeving wordt in de jaarrekening de aan het verslagjaar toe te rekenen aanvullende personele bekostiging herkenbaar als bate verantwoord, en worden de lasten verwerkt binnen de daartoe bestemde posten. Een afzonderlijke specificatie van de lasten naar kostensoorten is niet noodzakelijk. De aanvullende personele bekostiging wordt opgenomen in de bijlage D2 bij de jaarrekening als niet geoormerkte subsidie.

Artikel 18 Compensatiebepaling

Voorheen was er een compensatieregeling voor scholen die bij de overgang van de voormalige ‘cumi-VO-regeling’ naar het nieuwe Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO er per 1 januari 1007 bovenmatig achteruitgingen in bekostiging. Deze maatregel gold voor 2007 en 2008.

Met de wijziging van de regelgeving in 2008 (verfijning van de indicator) is er opnieuw sprake van een situatie waarbij scholen als gevolg van een beleidswijziging bovenmatig achteruit kunnen gaan in de bekostiging. Dit rechtvaardigt om opnieuw een compensatieregeling te hanteren. De omvang van de compensatieregeling past bij de termijn van de tranches (half jaar compensatie bij achteruitgang na een tweejarige aanvullende bekostiging) en het feit dat de achteruitgang slechts voor een deel uit beleidswijziging voortkomt. Deels wijzigt de aanvullende bekostiging van de scholen als gevolg van het huidige beleid (bijvoorbeeld als gevolg van verandering van leerlingpopulatie of actualisering van de postcodegebieden).

Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 19 Intrekking

Deze hernieuwde regeling Leerplus arrangement VO, nieuwkomers VO en eerste opvang vreemdelingen is een samenvoeging van 6 regelingen (1 oorspronkelijke regeling van 12 april 2006 met daarop 5 wijzigingsregelingen). Deze 6 regelingen komen dus te vervallen met deze regeling.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart.


XNoot
1

Deze percentages zijn gebaseerd op de uitkomsten van de Armoedemonitor 2003.