Besluit van 30 juni 2026, houdende wijziging van het Besluit houders van dieren, het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen en het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren in verband met technische wijzigingen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 22 april 2026, nr. WJZ/103724784, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op de artikelen 2.2, tiende lid, 7.1, 10.8, derde lid, van de Wet dieren en artikel 5, eerste lid, van de Warenwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 27 mei 2026 nr. W11.26.00103/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 25 juni 2026, nr. WJZ /106641736, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit houders van dieren wordt als volgt gewijzigd:

A

Het opschrift van paragraaf 8.1 van Hoofdstuk 1 komt te luiden:

«§ 8.1 Regels over verplaatsing naar andere lidstaten».

B

Na artikel 1.35 wordt het volgende ingevoegd:

«§ 8.1a Regels over verplaatsingen binnen Nederland en naar andere lidstaten».

C

In artikel 1.39, tweede lid, onderdeel a, wordt «deinrichting» vervangen door «de inrichting».

D

In artikel 1.44, tweede lid, wordt na «van toepassing» ingevoegd «op».

E

In artikel 2.46 wordt «van de de Europese Unie» vervangen door «van de Europese Unie».

F

In artikel 2.50, vierde lid, onderdeel b, wordt «2.64» vervangen door «2.63».

G

Artikel 2.64 vervalt.

H

Artikel 2.65 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanduiding «1.» voor het eerste lid vervalt.

2. Het tweede lid vervalt «, bedoeld in artikel 2.64, derde lid, en».

I

Artikel 6.2 vervalt.

J

Artikel 6.3 vervalt.

K

Artikel 6.5 vervalt.

L

Artikel 6.6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid vervalt.

2. De aanduiding «2.» voor het tweede lid vervalt.

M

Artikel 6.7 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanduiding «1.» voor het eerste lid vervalt.

2. Het tweede lid vervalt.

N

Artikel 6.8 vervalt.

O

Bijlage III vervalt.

ARTIKEL II

Artikel 8, tiende lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan de eerste zin wordt toegevoegd «en aan Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur».

2. In de tweede en derde zin wordt telkens «Onze Minister» vervangen door «Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur».

ARTIKEL III

In artikel 3.1, vierde lid, van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren wordt «tweede lid» vervangen door «derde lid».

ARTIKEL IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 30 juni 2026

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens

Uitgegeven de zesde juli 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

NOTA VAN TOELICHTING

I. Algemeen

Dit besluit strekt tot aanpassing van het Besluit houders van dieren, waarbij het gaat om herstel van onjuiste en onvolledige verwijzingen alsmede om het aanbrengen van andere wijzigingen van ondergeschikte aard en het laten vervallen van obsoleet geworden overgangsrecht.

Het wijzigingsbesluit houders van dieren is op grond van artikel 10.10 van de Wet dieren in het kader van de voorhangprocedure op 16 december 2025 aan beide Kamers aangeboden. De voorhang heeft niet tot opmerkingen geleid. De wijziging van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen en het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren zijn niet voorgehangen omdat de voorhangprocedure niet van toepassing is op deze wijziging.

De wijzigingen zijn voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Dit college is onafhankelijk en adviseert standaard voorafgaand of tijdens de consultatiefase van voorgenomen regelgeving. Het stuk is voor ATR advisering voorgelegd en ambtelijk afgedaan. De wijzigingen die zijn opgenomen in dit besluit hebben geen gevolgen voor de regeldruk.

Aangezien het om reparatieregelgeving gaat, treedt dit besluit onmiddellijk na publicatie in werking, en wordt afgezien van invoering op vaste verandermomenten en van het hanteren van een invoeringstermijn van twee maanden.

Notificatie van technische voorschriften als bedoeld in Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (codificatie) (PbEU 2015, L 241) en Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PbEU 2006, L 376) is niet aan de orde omdat er geen sprake is van technische voorschriften of diensten van de informatiemaatschappij.

II. Artikelsgewijs

Artikel I, onderdelen A en B (paragraaf 8.1 en 8.1a van hoofdstuk 1)

Na artikel 1.35 wordt een nieuw paragraaf ingevoegd met het opschrift «Regels over verplaatsingen binnen Nederland en naar andere lidstaten». De artikelen 1.36 tot en met 1.39 die in deze nieuwe paragraaf vallen, zien op algemene voorschriften ten aanzien van het verplaatsen van dieren. Het bestaande opschrift van paragraaf 8.1 wordt aangepast naar «Regels over verplaatsing naar andere lidstaten». Artikel 1.34 en artikel 1.35 zien specifiek op de uitvoering van de Verordening (EU) nr. 2016/429. Met deze wijziging sluiten de opschriften van de paragrafen aan bij de regels die worden gesteld in de artikelen in de betreffende paragrafen.

Artikel I, onderdelen C, D en E (art. 1.39, 1.44, tweede lid, en 2.46)

In de artikelen 1.39 en 2.46 worden verschrijvingen hersteld en in artikel 1.44, tweede lid, is een ontbrekend woord aan de zin toegevoegd ter verbetering van de leesbaarheid.

Artikel I, onderdelen F, G en H (art. 2.50, 2.64 en 2.65)

Het bepaalde in artikel 2.64 stamt uit het toenmalige Vleeskuikenbesluit van 1 juni 2010. In het Vleeskuikenbesluit waren de bepalingen van artikel 2.64 opgenomen in artikel 18. Met artikel 18 was destijds een overgangsregime voor een aantal situaties voorzien in verband met de omzetting van de bepalingen van richtlijn 2007/43/EG1 in het Vleeskuikenbesluit. Dit overgangsregime van artikel 18 is inmiddels uitgewerkt. Met de komst van de Wet dieren zijn de bepalingen van het Vleeskuikenbesluit nagenoeg integraal overgenomen en ondergebracht in het Besluit houders van dieren van 5 juni 2014. Zo ook artikel 18 van het Vleeskuikenbesluit dat werd ondergebracht in artikel 2.64 van het Besluit houders van dieren. Artikel 2.64 vindt geen toepassing meer omdat in de praktijk op dit artikel geen toezicht op de naleving meer hoeft plaats te vinden. Voor zowel bestaande als nieuwe pluimveebedrijven is immers paragraaf 6.1.2. van het Besluit van toepassing en wordt door de NVWA toegezien op naleving van deze paragraaf. In de artikelen 2.50 en 2.65 stonden verwijzingen naar het vervallen artikel 2.64 en kunnen daarom ook komen te vervallen.

Artikel I, onderdelen I, J, K, L, M, N en O (art. 6.2, 6.3, 6.5, 6.6, 6.7, 6.8 en Bijlage III)

De artikelen 6.2, 6.3 en Bijlage III bevatten overgangsrecht ten aanzien van de huisvesting van konijnen die worden gehouden voor productie en de huisvesting van gelten en zeugen die worden gehouden voor productie. De artikelen 6.5, 6.6, 6.7 en 6.8 bevatten overgangsrecht ten aanzien van het bedrijfsmatig verkopen, afleveren, houden ten behoeve van opvang van of fokken met gezelschapsdieren. Specifiek betreft dit eisen aan tentoonstellingen, beurzen en markten met gezelschapsdieren, vakbekwaamheidsbewijs voor bedrijfsmatige activiteiten met gezelschapsdieren, aanmelding van een inrichting en huisvesting van zieke of van ziekte verdachte gezelschapsdieren. Dit overgangsrecht is vastgesteld in 2014 toen het Besluit houders van dieren in werking trad en gelijktijdig het Varkensbesluit, het Honden en Kattenbesluit 1999 en het Besluit voortplantingstechnieken bij dieren vervielen.2 De termijnen in de overgangsbepalingen artikel 6.2, 6.3, 6.5, 6.6, eerste lid, 6.7, tweede lid, 6.8 en Bijlage III zijn inmiddels verlopen.3 Aangezien de betreffende artikelen geen werking meer hebben en obsoleet zijn geworden, kunnen ze vervallen.

Artikel II (Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen)

Artikel 8, tiende lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen bevat een meldplicht voor bedrijven die rauwe melk en rauwe room leveren aan de consument. De meldplicht houdt in dat melkproducerende bedrijven die rauwe melk of rauwe room aan de consument verkopen, deze activiteit moeten melden aan de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport. Dit is in het belang van de bescherming van de volksgezondheid.

Voor deze meldplicht wordt gebruik gemaakt van de Gecombineerde opgave. Het gebruik van de Gecombineerde opgave is wenselijk omdat de exploitant van een bedrijf dat rauwe melk en rauwe room levert aan de consument, hiervan slechts jaarlijks bij één instantie melding hoeft te doen.

De Gecombineerde opgave wordt jaarlijks vastgesteld middels de Regeling Landbouwtelling en Gecombineerde opgave. De bij deze regeling gepubliceerde vragenlijst vormt het beschrijvingsbiljet als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Landbouwwet om jaarlijks opgave te doen van bedrijfsgegevens.

De Gecombineerde opgave wordt ter beschikking gesteld door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Daarmee worden ook de gegevens feitelijk verstrekt door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. In artikel 8, tiende lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, stond foutief vermeld dat de Gecombineerde opgave door de Minister Volksgezondheid Welzijn en Sport ter beschikking wordt gesteld en dat deze de gegevens verstrekt. Deze wijziging verduidelijkt dat het elektronisch formulier uitsluitend wordt beschikbaar gesteld door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Artikel III (Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren)

In artikel 3.1, vierde lid, is een foutieve verwijzing hersteld.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens


X Noot
1

Richtlijn 2007/43/EG van de Raad van 28 juni 2007 tot vaststelling van minimumvoorschriften voor de bescherming van vleeskuikens (Pb EG L182).


X Noot
1

Richtlijn 2007/43/EG van de Raad van 28 juni 2007 tot vaststelling van minimumvoorschriften voor de bescherming van vleeskuikens (Pb EG L182).

Naar boven