Besluit van 19 mei 2026 tot wijziging van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 in verband met de verlenging van de pilot startende innovatieve ondernemingen [KetenID WGK028898]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 april 2026, nr. 2026-0000103371;

Gelet op artikel 3, eerste lid, onder c, van de Wet arbeid vreemdelingen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 29 april 2026, W12.26.00100/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 mei 2026, nr. 2026-0000134156;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Artikel 13.3 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «1 juni 2026» vervangen door «1 juni 2028».

2. In het derde lid, onderdelen a en b, wordt «31 mei 2026, tot en met 31 mei 2027» vervangen door «31 mei 2028, tot en met 31 mei 2029».

ARTIKEL II

Het Besluit van 26 mei 2021 tot wijziging van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen en het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met een tijdelijke vrijstelling voor startende innovatieve ondernemingen (Staatsblad 2021, 239) wordt ingetrokken.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 19 mei 2026

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief

Uitgegeven de eenentwintigste mei 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

NOTA VAN TOELICHTING

Inleiding

De aanleiding voor deze wijziging is het aflopen van de pilot verblijfsregeling essentieel startup personeel. Deze wijziging zorgt voor een verlenging van de pilot met twee jaar, waarvoor de vervaldatum wordt gewijzigd van 1 juni 2026 naar 1 juni 2028. De inhoud van de regeling blijft ongewijzigd.

De pilot wordt met twee jaar verlengd om een gedegen afweging te kunnen maken over de toekomst van de regeling. Oorspronkelijk zou de pilot een termijn hebben van vier jaar, tot juni 2025. In 2025 is de regeling met één jaar verlengd.1 Aanleiding hiertoe was de tussentijdse evaluatie, en de daarop volgende aanpassing van de regeling. Per april 2025 werd het mogelijk om, naast de 1% aandeel in het bedrijf als medewerkersparticipatie, te kiezen voor (minimaal) 65.000 euro. Deze aanpassing kwam de uitvoerbaarheid en mogelijk de aantrekkelijkheid van de regeling ten goede. Om de wijziging nog effect te laten sorteren werd de eindevaluatie uitgesteld, en de regeling verlengd. De resultaten uit de eindevaluatie komen echter te laat om een afweging te maken vóór de afloop van de pilot op 1 juni 2026. Vanwege vertraging in gegevenslevering wordt de eindevaluatie later opgeleverd dan eerder verwacht. Daardoor is er onvoldoende tijd om een gedegen proces te doorlopen voor het aanpassen van de lagere regelgeving, als zou worden besloten de regeling staand beleid te maken. Een verlenging van twee jaar biedt voldoende tijd om tot eventuele inhoudelijke aanpassingen van de regeling te komen. Daarmee zal vóór 1 juni 2028 het besluit moeten worden genomen of de pilot in deze vorm staand beleid gemaakt zal worden, ofwel in een aangepaste vorm zal doorgaan, ofwel zal worden gestopt en zullen eventuele wijzigingen van regelgeving moeten zijn doorgevoerd.

Daarnaast leidt de verlenging ertoe dat de startups die nu medewerkers in dienst hebben via de regeling gebruik kunnen blijven maken van deze regeling, en daarmee profijt blijven hebben van het buitenlandse talent. De regeling levert daarmee een bijdrage aan de doelstellingen uit het coalitieakkoord «Aan de Slag», namelijk het laten groeien van start- en scaleups en het aantrekken van internationaal toptalent.

Uitvoering

De publieke dienstverleners betrokken bij de regeling, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hebben procesafspraken gemaakt over het uitvoeren van de regeling. Gezien het feit dat het om een verlenging van bestaande artikelen gaat, en de omvang van de regeling beperkt is, werd er door de publieke dienstverleners geen uitvoeringstoets nodig geacht.

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het geen (omvangrijke) gevolgen voor de regeldruk heeft.

Handhaving

De Arbeidsinspectie acht een Uitvoerings- en Handhaafbaarheidstoets niet nodig aangezien de regeling inhoudelijk niet gewijzigd wordt.

Administratieve lasten en financiële consequenties

Er zijn geen administratieve/financiële gevolgen. De kosten voor de advisering door RVO worden door RVO op de gebruikelijke wijze bij de IND in rekening gebracht.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

Met deze wijziging wordt de vervaldatum van de artikelen 2.7 en 7.1,onder a, subonderdeel 6°, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 en artikel 3.31, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 aangepast, waardoor deze onderdelen met ingang van 1 juni 2028 komen te vervallen, in plaats van 1 juni 2026. Daarnaast wordt het overgangsrecht in artikel 13.3, derde lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 aangepast, waardoor de rechten van de vreemdelingen met de betreffende verblijfsvergunningen blijven bestaan tot één jaar na het vervallen van de regeling.

Artikel II

Het Besluit van 26 mei 2021 tot wijziging van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen en het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met een tijdelijke vrijstelling voor startende innovatieve ondernemingen (Staatsblad 2021, 239) wordt ingetrokken, omdat in de artikelen III en IV van dat besluit nog afwijkende bepalingen wat betreft het overgangsrecht en de vervaldatum voor artikel 3.31, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 zijn opgenomen. Met de herziening van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (Staatsblad 2021, 608) zijn de vervaldatum en het overgangsrecht overgenomen in artikel 13.3, tweede en derde lid, van het BuWav 2022 en hadden de artikelen III en IV van het Besluit van 26 mei 2021 moeten komen te vervallen. Deze omissie wordt met het intrekken van het besluit gecorrigeerd. Aangezien de wijzigingsopdrachten uit het wijzigingsbesluit zijn opgenomen in het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen en het Vreemdelingenbesluit 2000 kan het wijzigingsbesluit in zijn geheel worden ingetrokken.

Artikel III

Het besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Daarmee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten en minimuminvoeringstermijn in verband met de noodzaak om de vervaldatum aan te passen voordat deze is aangevangen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief


X Noot
1

Stb. 2025, 146.


X Noot
1

Stb. 2025, 146.

Naar boven