Besluit van 16 juli 2020 tot wijziging van het Algemeen inkomensbesluit sociale zekerheidswetten, het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en enige andere besluiten in verband met de inwerkingtreding van de Wet van 27 mei 2020 tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en enkele andere wetten in verband met verdere activering van de participatie van jonggehandicapten en het harmoniseren van de verschillende regimes Wajong en andere technische aanpassingen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000073829;

Gelet op artikel 59a, zevende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de artikelen 3:1, achtste lid, 3:2a en 3:50, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en artikel 18, eerste lid, van de Wet politiegegevens;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 24 juni 2020, No. W12.20.0169/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 6 juli 2020, nr. 2020-0000079384;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. ALGEMEEN INKOMENSBESLUIT SOCIALEZEKERHEIDSWETTEN

Het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2:4, tweede lid, onderdeel a, wordt «de artikelen 2:51 of 3:9 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten» vervangen door «de artikelen 1a:5, 2:51 of 3:9 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten».

B

In de artikelen 3:1 en 3:6, eerste lid, vervalt «de hoofdstukken 1a en 2 van».

C

In artikel 4:1, eerste lid, onderdeel b, wordt «de artikelen 1a:4, vierde lid, en 2:6 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten» vervangen door «de artikelen 1a:4, vierde lid, 2:6 en 3:2a van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten».

D

In artikel 5:4 wordt «1a:4, vierde lid, en 2:6 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten» vervangen door «1a:4, vierde lid, 2:6 en 3:2a van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten».

ARTIKEL II. SCHATTINGSBESLUIT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSWETTEN

Het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 6, zesde en zevende lid, wordt «de Wet Wajong» vervangen door «de Wajong».

B

Artikel 10a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de artikelen 44, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 58, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of 3:48, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten» vervangen door «de artikelen 44, eerste lid, van de WAO of 58, eerste lid, van de Waz»;

2. In het vierde lid wordt «de artikelen 44, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 58, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of 3:48, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten» vervangen door «de artikelen 44, tweede lid, van de WAO en 58, tweede lid, van de Waz».

ARTIKEL III. BESLUIT VOORKOMING OF BEPERKING SAMENLOOP AAW-UITKERING MET UITKERING INGEVOLGE DE SOCIALE WETGEVING VAN EEN ANDERE MOGENDHEID

Het Besluit van 19 oktober 1976, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 43, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1976, 526) wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5a. Grondslag besluit

Dit besluit berust op artikel 59a, zevende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en artikel 3:50, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

B

Na artikel 6 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6a. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit voorkoming of beperking samenloop AAW-uitkering met uitkering ingevolge de sociale wetgeving van een andere Mogendheid.

ARTIKEL IV. BESLUIT VAN 18 DECEMBER 2019 TOT WIJZIGING VAN DIVERSE ALGEMENE MAATREGELEN VAN BESTUUR VAN HET MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID EN VAN HET BESLUIT POLITIEGEGEVENS IN VERBAND MET DIVERSE TECHNISCHE AANPASSINGEN

Het Besluit van 18 december 2019 tot wijziging van diverse algemene maatregelen van bestuur van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van het Besluit politiegegevens in verband met diverse technische aanpassingen (Stb. 2019, 500) wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel V komt te luiden:

ARTIKEL V. BESLUIT POLITIEGEGEVENS

A

In artikel 4:3, achtste lid, onderdeel j, van het Besluit politiegegevens wordt «1a:6, eerste lid, aanhef en onderdeel g» vervangen door «1a:6, eerste lid, aanhef en onderdeel f».

B

In artikel 4:3, achtste lid, onderdeel j, van het Besluit politiegegevens wordt «3:19, tiende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten» vervangen door «3:19, elfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten».

B

Artikel XIII wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 3, vervalt «, V».

2. Onder vernummering van de onderdelen vier en vijf tot de onderdelen vijf en zes wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • 4. Artikel V, onderdeel A, treedt in werking met ingang van 1 september 2020 en onderdeel B treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

ARTIKEL V. INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2021, met uitzondering van artikel IV, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 16 juli 2020

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. van ’t Wout

Uitgegeven de drieëntwintigste juli 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

1. Algemeen

In de wet van 27 mei 2020 tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en enkele andere wetten in verband met verdere activering van de participatie van jonggehandicapten en het harmoniseren van de verschillende regimes Wajong (Stb. 2020, 173) (hierna: Wet vereenvoudiging Wajong) zijn diverse wijzigingen doorgevoerd. In dit wijzigingsbesluit worden diverse algemene maatregelen van bestuur aangepast om deze in overeenstemming te brengen met de genoemde wijzigingen in de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (hierna: Wajong).

De wijzigingen hebben met name te maken met de harmonisering van het begrip inkomen en het vervallen van de arbeidsongeschiktheidsklassen in de oWajong.1 De definitie die voor inkomen wordt gehanteerd in de Wajong2010 en Wajong2015 is gebaseerd op het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (hierna: AIB). Voor de oWajong was de definitie van inkomen op grond van vervallen artikel 3:48, achtste lid, geregeld in de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomen. Deze grondslag is vervangen door een nieuwe grondslag in artikel 3:2a zodat voor de definitie van inkomen aangesloten wordt bij het AIB. Het AIB wordt nu zodanig aangepast dat het bepaalde in dat besluit naast de Wajong2010 en Wajong2015 ook ziet op de oWajong. De aanleiding voor het vervallen van de arbeidsongeschiktheidsklassen in de oWajong is dat met het de Wet vereenvoudiging Wajong gekozen is voor één systeem voor inkomensondersteuning in de oWajong, Wajong2010 en Wajong2015. Het vervallen van de arbeidsongeschiktheidsklassen heef tot gevolg gehad dat ook artikel 3:48 van de Wajong is vervallen. In dit artikel werd de fictieve schatting van de arbeidsongeschiktheid geregeld. Het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten wordt nu zodanig aangepast dat deze in lijn is met voornoemde wijzigingen.

Daarnaast worden een aantal andere technische wijzigingen aangebracht. De wijzigingen worden toegelicht in de artikelsgewijze toelichting.

2. Financiële gevolgen en regeldruk

De wijzigingen hebben geen financiële gevolgen. Ook zijn er geen consequenties voor de regeldruk. Beide aspecten zijn meegenomen in de Wet vereenvoudiging Wajong waaruit voorliggende wijzigingen voortvloeien.

3. Ontvangen commentaren

Het ontwerpbesluit is voorgelegd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Daarnaast heeft het ontwerpbesluit opengestaan voor internetconsultatie. De regering gaat hieronder in op de uitgebrachte commentaren.

3.1 Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

UWV heeft het onderhavige besluit getoetst op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. UWV is van oordeel dat het besluit op alle onderdelen uitvoerbaar en handhaafbaar is vanaf de beoogde ingangsdatum van 1 januari 2021.

3.2 Adviescollege toetsing regeldruk (ATR)

Het Adviescollege toetsing regeldruk heeft ambtelijk aangegeven de analyse en de conclusie ten aanzien van de regeldruk te delen.

3.3 Internetconsultatie

Het ontwerpbesluit heeft tezamen met het ontwerpbesluit garantiebedrag Wajong gedurende vier weken opengestaan voor internetconsultatie. De consultatie heeft 44 reacties opgeleverd. Daarvan zijn 10 reacties niet-openbaar. Het grootste deel van de reacties gaat over de wijzigingen zoals voorgesteld in het wetsvoorstel vereenvoudiging Wajong en het Besluit garantiebedrag Wajong. Er zijn geen reacties op het onderhavige besluit.

4. Voorhangprocedure Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten

Op grond van artikel 3:1, negende lid, van de Wajong is aan een wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten een voorhangprocedure verbonden. Bij brief van 16 april 2020 heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het ontwerpbesluit voorgehangen bij de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal.2

De voorhangprocedure heeft niet geleid tot vragen of opmerkingen vanuit beide Kamers.

5. Artikelsgewijs

Artikel I. Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten

In onderdeel A wordt aan de opsomming in artikel 2:4, tweede lid, onderdeel a, een verwijzing naar artikel 1a:5 van de Wajong toegevoegd. Ook dit artikel ziet op een verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering bij hulpbehoevendheid. Het betreft het herstel van een omissie.

In onderdeel B vervalt de verwijzing naar de hoofdstukken 1a en 2 van de Wajong. Het derde hoofdstuk van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten ziet zodoende op het bepalen van inkomen voor de gehele Wajong. In onderdeel C wordt aan de opsomming toegevoegd dat het ook gaat om inkomen bedoeld in artikel 3:2a van de Wajong.

In onderdeel D wordt artikel 3:2a van de Wajong aan de opsomming toegevoegd. Dit artikel bevat de grondslag om ook voor de oWajong in het Algemeen inkomensbesluit sociale zekerheidswetten vast te stellen wat onder het begrip inkomen per dag wordt verstaan. Dit overeenkomstig hetgeen nu ook in de Wajong2010 en Wajong2015 onder het begrip inkomen per dag wordt verstaan.

Artikel II. Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten

In onderdeel A worden twee verwijzingen naar de Wajong aangepast. Per abuis werd gesproken van de «Wet Wajong». Juist is echter «Wajong». Zie ook de begripsbepaling in artikel 1, onderdeel c, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.

De wijzigingen in onderdeel B houden verband met het vervallen van de arbeidsongeschiktheidsklassen in de oWajong (voormalig artikel 3:8 van de Wajong). Met het vervallen van de arbeidsongeschiktheidsklassen is ook de schatting van de fictieve mate van arbeidsongeschiktheid vervallen (voormalig artikel 3:48 van de Wajong). In het vierde lid van artikel 3:48 van de Wajong was bepaald dat het UWV bij de inkomensverrekening voor de vaststelling van het loon in een bepaald aangifte tijdvak uit kon gaan van het loon dat door de werkgever in dat tijdvak is opgegeven. In artikel 10a van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten werd vervolgens nader bepaald hoe het loon over het tijdvak moest worden vastgesteld. Aangezien de arbeidsongeschiktheidsklassen en de schatting van de fictieve mate van arbeidsongeschiktheid in de oWajong zijn vervallen, kan in artikel 10a van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten de verwijzing naar artikel 3:48 van de Wajong worden geschrapt. Daarnaast worden de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen niet meer voluit geschreven, maar wordt de afkorting gebruikt conform de begripsbepalingen in artikel 1, onderdelen a en b, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.

Artikel III. Besluit voorkoming of beperking samenloop AAW-uitkering met uitkering ingevolge de sociale wetgeving van een andere Mogendheid

De wetswijziging heeft tot gevolg dat de grondslag voor het Besluit voorkoming of beperking samenloop AAW-uitkering met uitkering ingevolge de sociale wetgeving van een andere Mogendheid voortaan gelegen is in het vijfde lid van artikel 3:50 van de Wajong. Volledigheidshalve worden ook de grondslag uit de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen opgenomen in het nieuwe artikel 5a. Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om het besluit te voorzien van een citeertitel.

Artikel IV. Besluit van 18 december 2019 tot wijziging van diverse algemene maatregelen van bestuur van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van het Besluit politiegegevens in verband met diverse technische aanpassingen

Dit artikel is gewijzigd in verband met de inwerkingtreding van de verschillende onderdelen in de Wet vereenvoudiging Wajong. Artikel V van het Besluit van 18 december 2019 tot wijziging van diverse algemene maatregelen van bestuur van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van het Besluit politiegegevens in verband met diverse technische aanpassingen (hierna: Besluit van 18 december 2019) bevatte twee aanpassingen die volgens de inwerkingtredingsbepaling in artikel XIII van dat Besluit van 18 december 2019 op één moment in werking zouden moeten treden. Dit terwijl het de bedoeling is dat beide aanpassingen op verschillende momenten in werking treden. Artikel V en XIII van het besluit van 18 december 2019 zijn daarom technisch aangepast, zodat de wijziging in het nieuwe onderdeel A in werking kan treden met ingang van 1 september 2020 (Wajong en studie) en het nieuwe onderdeel B met ingang van 1 januari 2021.

Artikel V. Inwerkingtreding

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van het besluit. Artikel IV treedt in afwijking van de andere onderdelen van het besluit in werking met ingang van de dag na publicatie van het besluit. Aangezien dit een aanpassing betreft van een wijzigingsbesluit dat in werking moet treden per 1 september 2020 moeten deze artikelen voor die tijd inwerkingtreden. Daarom treedt het – in afwijking van de vaste verandermomenten – in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, T. van Ark


X Noot
1

Kamerstukken II 2018/19, 35 213, nr. 3, p. 9, 10 en 32.

X Noot
2

Kamerstukken II 2019/20, 29 544, nr. 1008.

Naar boven