Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en WaterstaatStaatsblad 2020, 265AMvB

Besluit van 14 juli 2020, houdende wijziging van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer en het Reglement rijbewijzen in verband met uitbreiding van de instellingsgehandicaptenparkeerkaart, de verlaging van de minimumleeftijd voor het besturen van bepaalde motorrijtuigen en het gebruik van alternatieven voor spiegels in het kader van rijonderricht en rijexamens

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 15 mei 2020, nr. IenW/BSK-2020/73945, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 13, eerste lid, 110, 110a en 110b, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wegenverkeerswet 1994;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 24 juni 2020, nr. W17.20.0143/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 7 juli 2020, nr. IenW/BSK-2020/121913, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 49, tweede lid, wordt «Aan het bestuur van een instelling die is toegelaten op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet toelating zorginstellingen» vervangen door «Aan de zorgaanbieder in de zin van de Wet langdurige zorg».

B

Aan artikel 58a wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Transportbegeleiders houden zich aan de in de ministeriële regeling gestelde regels als bedoeld in artikel 58, onderdeel f, over de uitoefening van hun bevoegdheden.

C

Na artikel 58a wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 58b

Het is eenieder die niet is aangesteld als verkeersregelaar verboden zich op zodanige wijze te kleden dan wel te gedragen, dat daardoor bij weggebruikers de indruk kan worden gewekt, dat hij bevoegd is als zodanig op te treden.

D

In artikel 59 wordt «en 58a, eerste lid en derde tot en met vijfde lid» vervangen door «, 58a, eerste lid en derde tot en met zesde lid, en 58b».

ARTIKEL II

Het Reglement rijbewijzen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 5, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Voor bestuurders van landbouw- en bosbouwtrekkers, gehandicaptenvoertuigen, anders dan die bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, motorrijtuigen met beperkte snelheid, alsmede voor bestuurders van motorrijtuigen waarvoor geen rijbewijsplicht geldt, geldt de minimumleeftijd van 16 jaren.

B

In artikel 8, onderdeel b, wordt na «binnen- en een buitenspiegel» ingevoegd «, dan wel een goedgekeurd zichtveldverbeterend systeem of zichtveldverbeterende systemen,».

C

In artikel 9, eerste lid, onderdeel b, wordt na «twee of meer buitenspiegels» ingevoegd «, dan wel een goedgekeurd zichtveldverbeterend systeem of zichtveldverbeterende systemen,».

D

Artikel 67c, vijfde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, vervalt «, dan wel in het bezit is van een geldig rijbewijs A2 en de leeftijd van eenentwintig jaren heeft bereikt».

2. In onderdeel b, vervalt «, dan wel in het bezit is van een geldig rijbewijs A2 afgegeven door een van die landen en de leeftijd van eenentwintig jaren heeft bereikt».

E

In artikel 80, onderdeel b, wordt na «binnen- en een buitenspiegel» ingevoegd «, dan wel een goedgekeurd zichtveldverbeterend systeem of zichtveldverbeterende systemen,».

F

In artikel 81, onderdeel b, wordt na «twee of meer buitenspiegels» ingevoegd «, dan wel een goedgekeurd zichtveldverbeterend systeem of zichtveldverbeterende systemen,».

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 augustus 2020.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 14 juli 2020

Willem-Alexander

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

Uitgegeven de zeventiende juli 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen deel

Dit besluit bevat de uitbreiding van de mogelijkheid tot verlening van een instellingsgehandicaptenparkeerkaart met de verlening aan zorgaanbieders die langdurige zorg verlenen maar die geen toelating hebben op grond van de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi). Met deze wijziging past de toekenning van de instellingsgehandicaptenparkeerkaart beter bij de huidige zorgmarkt.

Er worden verder twee strafbaarstellingen geïntroduceerd om de politie betere handhavingsmogelijkheden te bieden. Het gaat om de situatie waarin een transportbegeleider medewerking verleent aan een transport die hij had moeten weigeren en de situatie waarin mensen zich uitgeven voor verkeersregelaar, die het verkeer regelen of een exceptioneel transport begeleiden zonder daartoe te zijn aangesteld.

Daarnaast wordt de minimumleeftijd voor het besturen van niet-rijbewijsplichtige motorvoertuigen verduidelijkt. Ten slotte bevat het besluit enkele aanpassingen van de eisen aan les- en examenvoertuigen, alsmede het herstel van een onduidelijkheid betreffende de eisen voor het doen van praktijkexamen voor de categorie A als men 21 jaar is en nog geen twee jaar de beschikking heeft over het rijbewijs A2. In de artikelsgewijze toelichting worden deze aanpassingen nader toegelicht.

Internetconsultatie

Er heeft geen internetconsultatie plaatsgevonden, omdat hier sprake is van een algemene maatregel van bestuur die geen significante verandering brengt in rechten en plichten van burgers, bedrijven en instellingen en die geen grote gevolgen heeft voor de uitvoeringspraktijk. Op grond van het kabinetsstandpunt inzake internetconsultatie (Kamerstukken II 2009/10, 29 279, nr. 114 en Kamerstukken II 2012/13, 29 362, nr. 224) kan internetconsultatie daarom achterwege blijven.

Toets ATR

In haar toets heeft de ATR twee adviespunten gegeven, beide punten hebben betrekking op de gehandicaptenparkeerkaart:

  • a. de maximale geldigheidsduur van de gehandicaptenparkeerkaart los te laten en in beginsel uit te gaan van een geldigheid voor onbepaalde tijd, behalve voor de tijdelijke gehandicaptenparkeerkaart; en

  • b. samen met de gemeenten de aanvraagprocedure voor een gehandicaptenparkeerkaart (voor burgers en instellingen) lastenluw(er) in te richten.

Deze adviezen vormden om de volgende redenen geen aanleiding voor wijzigingen:

Ad a: een onbeperkte geldigheidsduur van de gehandicaptenparkeerkaart is onwenselijk in verband met fraude en omdat het de handhaafbaarheid van het gebruik van de gehandicaptenparkeerkaart bemoeilijkt. De mogelijkheid van een langere geldigheidsduur wordt in overleg met de gemeenten overwogen.

Ad b: bij dit advies gaat het om de uitvraag van documenten en het eisen van een (extra) geneeskundig onderzoek door de gemeenten bij de aanvraag van een (nieuwe) gehandicaptenparkeerkaart. De huidige regelgeving biedt de gemeenten de mogelijkheid om informatie zelf te raadplegen en bevat ook gronden om van een geneeskundig onderzoek af te zien wanneer het al duidelijk is dat aan de criteria voor verlening van de gehandicaptenparkeerkaart is voldaan. Dit is ook al onder de aandacht gebracht van de Vereniging Nederlandse Gemeenten.

Tenslotte is ten aanzien van de toename van de regeldruk slechts sprake van kennisnamekosten. Deze zijn voor de betrokken groepen (verkeersregelaars en aanvragers gehandicaptenkaart) beperkt tot circa 50.000 personen à 2 minuten. Uitgaande van een uurtarief van € 39 gaat het dan om incidentele kosten van circa € 65.000.

Vaste verandermomenten

Er wordt voor de inwerkingtreding van dit besluit afgeweken van het kabinetsbeleid inzake de vaste verandermomenten, opgenomen in aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Er wordt voor de afwijking een beroep gedaan op de uitzondering genoemd in het vijfde lid, onderdeel a, van aanwijzing 4.17. Doorschuiven van de inwerkingtreding naar het volgende vaste verandermoment (1 januari 2021) zou leiden tot aanmerkelijke publieke en private nadelen, zoals vertraging van de verruiming van de instellingsgehandicaptenparkeerkaart, van de verbetering van de handhavingsmogelijkheden van de politie ten behoeve van de verkeersveiligheid en van de mogelijkheid om een alternatief te gebruiken voor spiegels in het kader van rijonderricht en rijexamens.

Artikelsgewijs

Artikel I

A

Zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) wordt niet per definitie geleverd door instellingen met een toelating op grond van de Wtzi.

De Wlz-zorg voor bijvoorbeeld een bewonersgroep, individuen die samen in een gebouw wonen, kan zowel door een instelling met een Wtzi-toelating worden geleverd als door een zorgaanbieder die deze toelating niet heeft. Daarom ligt het voor de hand de verlening van een parkeerkaart te verbreden tot de zorgaanbieder die Wlz-zorg levert.

De gemeente kan in het beleid nog steeds bepalen of een gehandicaptenparkeerkaart wordt verleend of niet. De gemeente zal het beleid niet hoeven wijzigen.

B

Met de introductie van dit artikellid in combinatie met de wijziging in artikel 59 wordt de overtreding van de regels over de uitoefening van de taken van transportbegeleider strafbaar. De in de ministeriële regeling bepaalde regels over de uitoefening van de taken van transportbegeleider gaan met name over de situaties waarin de transportbegeleider begeleiding moet weigeren. Strafbaarstelling van de transportbegeleider is noodzakelijk geacht om de politie een handhavingsinstrument te geven ten aanzien van transportbegeleiders die medewerking verlenen aan transporten waarvan zij moeten weten dat die niet voldoen aan de wettelijke eisen.

C

Met de introductie van dit artikel in combinatie met de wijziging in artikel 59 wordt het zich gedragen als verkeersregelaar (evenementenverkeersregelaar, beroepsverkeersregelaar of transportbegeleider) zonder daartoe te zijn aangesteld strafbaar gesteld. Het gaat om de situatie waarin iemand zich uitgeeft voor verkeersregelaar en de weggebruikers op deze manier ten onrechte aanwijzingen doet volgen. Weggebruikers zijn verplicht om aanwijzingen op te volgen van de daartoe bevoegde en als zodanige kenbare verkeersregelaars. Het verkeer regelen is een taak die gereguleerd is in verband met het belang van de verkeersveiligheid. Iemand die als verkeersregelaar aangesteld wil worden moet aan de opleidings- of instructie-eisen voldoen.

Artikel II

A

In dit onderdeel wordt verduidelijkt dat er voor het besturen van niet-rijbewijsplichtige motorrijtuigen, een minimumleeftijd geldt van 16 jaar. Dit was reeds bij de implementatie van de derde rijbewijsrichtlijn de bedoeling van het desbetreffende lid.1 Echter, een dekkende algemene aanduiding van niet-rijbewijsplichtige motorrijtuigen ontbrak. Die is toegevoegd.

Onderdelen B, C, E en F

De artikelen 8, onderdeel b, en 9, eerste lid, onderdeel b, bevatten de eisen waaraan lesvoertuigen voor de rijbewijscategorieën B, respectievelijk C1, C, D1 en D moeten voldoen. Het betreft de eis van extra spiegels in of aan het voertuig, om zo de rijinstructeur in de gelegenheid te stellen het rechts en links naast en achter hem gelegen weggedeelte te kunnen overzien. De artikelen 80, onderdeel b, en 81, onderdeel b, regelen hetzelfde ten aanzien van examenvoertuigen van genoemde categorieën. Maar op niet al te lange termijn zijn er, in elk geval voor vrachtwagens en bussen, motorrijtuigen beschikbaar waarbij het zicht van de bestuurder niet meer geregeld is via spiegels, maar via bijvoorbeeld camera's. Om ook te kunnen lessen en te examineren in voertuigen die in plaats van spiegels zijn voorzien van een ander goedgekeurd zichtveldverbeterend systeem of zichtveldverbeterende systemen, is nu geregeld dat ook kan worden gelest of examen worden afgenomen met een les- of examenvoertuig dat is voorzien van zo'n ander goedgekeurd systeem dan een spiegel. De inhoudelijke eis, namelijk dat de rijinstructeur of de examinator het rechts en links naast en achter hem gelegen weggedeelte moet kunnen overzien, blijft wel ongewijzigd.

Onderdeel D

Bij besluit van 27 juni 2017 tot wijziging van het Reglement rijbewijzen in verband met enkele aanpassingen betreffende de implementatie van richtlijn 2006/126/EG (Stb. 2017, 298) is het Reglement rijbewijzen op enkele punten aangepast om tegemoet te komen aan bezwaren die de Europese Commissie had geuit bij brief van 22 september 2014 in het kader van een pilot over de wijze van implementatie van richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (PbEG L 403, de derde rijbewijsrichtlijn). Deze bezwaren heeft de Commissie vervolgens bevestigd in de ingebrekestelling van 22 oktober 2015. Een van die punten betrof de aanpassing van de minimumleeftijd waarop examen kan worden gedaan en het rijbewijs kan worden verkregen voor de rijbewijscategorie A met het oog op het besturen van zware gemotoriseerde driewielers.

Bij die gelegenheid zijn, onder andere, de artikelen 53, vierde lid, en 67c, vijfde lid aangepast. Uitgangspunt daarbij was de aanpassing van artikel 53, vierde lid, op grond waarvan iemand ook vanaf 21 jaar examen zou kunnen doen voor de rijbewijscategorie A om dan tot zijn vierentwintigste wel de beperkende codering te krijgen dat hij tot dat tijdstip alleen driewielige motorijtuigen van de categorie A zou mogen besturen. Ten behoeve daarvan zou hij, indien hij nog geen twee jaar de beschikking had over de categorie A2, zowel een examen voertuigbeheersing als een examen verkeersdeelneming moeten verrichten. De aanpassingen in artikel 67c, vijfde lid, hadden tot doel dit verder uit te werken. Hierbij is een inconsistentie ontstaan. De nu opgenomen aanpassing van artikel 67, vijfde lid, onderdelen a en b, heeft tot doel deze inconsistentie weg te nemen. Op deze manier is duidelijk dat iemand die 21 jaar of ouder is, maar korter dan twee jaar zijn rijbewijs A2 heeft, twee praktijkexamens dient af te leggen. Iemand die al langer dan twee jaar zijn rijbewijs A2 heeft kan volstaan met het afleggen van alleen het gecombineerde examen, waarin zowel op voertuigbeheersing als op verkeerdeelneming wordt getoetst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga


X Noot
1

Zie het Besluit van 3 april 2012, houdende wijziging van het Reglement rijbewijzen en het Besluit rijonderricht motorrijtuigen 2009 in verband met de implementatie van de derde rijbewijsrichtlijn (Stb. 2012, 160), p. 46.