Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2020, 253AMvB

Besluit van 8 juli 2020 tot wijziging van onder andere het Eindexamenbesluit VO en het Staatsexamenbesluit VO in verband met het afschaffen van de rekentoets in het voortgezet onderwijs

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, van 15 mei 2020, nr. WJZ/24345849(10266), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 29, vijfde lid, 60, zesde lid, 118t, eerste, tweede en zevende lid, 118jj en 118kk van de Wet op het voortgezet onderwijs, de artikelen 7.4.11, derde lid, 11a.1, eerste, tweede en zevende lid, en 12.1a.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 8, vierde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 24 juni 2020, nr. W05.20.0142/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, van 2 juli 2020, nr. WJZ/24892537(10266), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. WIJZIGING EINDEXAMENBESLUIT VO

Het Eindexamenbesluit VO wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de begripsbepaling van digitale examinering vervalt «of de rekentoets».

2. In de begripsbepaling van eindexamen vervalt «, alsmede de rekentoets».

3. De begripsbepaling ER vervalt.

4. In de begripsbepaling van examinator vervalt «of de rekentoets».

5. In de begripsbepaling van herkansing vervalt «, daaronder niet begrepen de gelegenheid om de rekentoets opnieuw af te leggen».

6. De begripsbepaling rekentoets vervalt.

7. In de begripsbepaling van toets vervalt «met uitzondering van de rekentoets,».

B

In artikel 5, tweede lid, onderdelen a tot en met c, vervalt «, de rekentoets».

C

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel g, vervalt, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel f door een punt.

2. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot derde en vierde lid.

D

In artikel 10, eerste lid, vervalt «of de rekentoets» en «respectievelijk de rekentoets».

E

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel d, vervalt, onder vervanging van de komma aan het slot van onderdeel b door «, en» en vervanging van «, en» aan het slot van onderdeel c door een punt.

2. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde tot en met negende lid tot derde tot en met achtste lid.

F

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel d, vervalt, onder vervanging van de komma aan het slot van onderdeel b door «, en» en vervanging van «, en» aan het slot van onderdeel c door een punt.

2. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde tot en met zevende lid tot derde tot en met zesde lid.

G

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel d, vervalt, onder vervanging van de komma aan het slot van onderdeel b door «, en» en vervanging van «, en» aan het slot van onderdeel c door een punt.

2. Het tweede en vierde lid vervallen, onder vernummering van het derde lid tot tweede lid en van het vijfde en zesde lid tot derde en vierde lid.

H

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel d, vervalt, onder vervanging van de komma aan het slot van onderdeel b door «, en» en vervanging van «, en» aan het slot van onderdeel c door een punt.

2. Het tweede en tiende lid vervallen, onder vernummering van het derde tot en met negende lid tot tweede tot en met achtste lid en het elfde lid tot negende lid.

3. In het vierde lid (nieuw) wordt «het eerste tot en met het derde lid» vervangen door «het eerste en tweede lid» en wordt «het achtste lid» vervangen door «het zevende lid».

4. In het zesde lid (nieuw) wordt «artikel 11, zesde en zevende lid» vervangen door «artikel 11, vijfde en zesde lid».

I

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel d, vervalt, onder vervanging van de komma aan het slot van onderdeel b door «, en» en vervanging van «, en» aan het slot van onderdeel c, onder 2°, door een punt.

2. In het derde lid vervalt «, de rekentoets».

3. Het zesde lid vervalt, onder vernummering van het zevende lid tot zesde lid.

J

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel d, vervalt, onder vervanging van de komma aan het slot van onderdeel b door «, en» en vervanging van «, en» aan het slot van onderdeel c, onder 2°, door een punt.

2. Het vijfde en zesde lid vervallen, onder vernummering van het zevende lid tot vijfde lid.

K

Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel e, vervalt, onder vervanging van de komma aan het slot van onderdeel c door «, en» en vervanging van de komma aan het slot van onderdeel d, onder 2°, door een punt.

2. Het vijfde en zesde lid vervallen, onder vernummering van het zevende lid tot vijfde lid.

L

In het opschrift van hoofdstuk IV vervalt «en rekentoets».

M

De artikelen 40, achtste lid, 45, zesde lid, 46 en 46a vervallen.

N

Artikel 47 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt «de rekentoets en».

2. Het vierde en vijfde lid vervallen.

O

Artikel 48 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid vervalt «of de ontbrekende rekentoets» en «of deze toets».

2. In het zevende lid vervalt «en rekentoets».

P

In artikel 49, eerste lid, onderdeel b, en zesde lid, onderdeel a, vervalt «en de rekentoets heeft afgelegd».

Q

Artikel 50, eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. hij voor een van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en voor zover van toepassing wiskunde A, B of C als eindcijfer 5 of meer heeft behaald en hij voor het andere vak dan wel andere hier genoemde vakken als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;.

R

Artikel 51a1 vervalt.

S

Artikel 52 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel g, vervalt «de rekentoets en».

2. In het vijfde lid, onderdeel b, onder 4°, wordt «artikel 23, achtste lid, artikel 24, zevende lid, of artikel 25, zevende lid» vervangen door «artikel 23, zesde lid, artikel 24, vijfde lid, of artikel 25, vijfde lid».

3. In het vijfde lid, onderdeel b, onder 5°, wordt «artikel 22, achtste lid» vervangen door «artikel 22, zevende lid».

2. Het zesde en zevende lid vervallen, onder vernummering van het achtste tot en met tiende lid tot zesde tot en met achtste lid.

T

Artikel 52c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt «de rekentoets,».

2. In het tweede lid vervalt «de rekentoets,» en vervalt de zinsnede «, of het eindcijfer (...) rekentoets ER en».

U

Artikel 53 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel d, vervalt «de rekentoets en».

2. Het tweede lid, onderdeel b, vervalt, onder verlettering van onderdelen c en d tot b en c.

3. In derde lid vervalt «of de rekentoets» en vervalt onderdeel b, onder vervanging van de komma aan het slot van onderdeel a door «, en », en onder verlettering van onderdeel c tot onderdeel b.

4. Het zesde lid vervalt.

V

Artikel 53a vervalt.

W

In artikel 55, tweede lid, onderdeel b, vervalt «of de rekentoets».

X

In artikel 57, eerste lid, vervalt «en de rekentoets».

Y

Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid vervalt.

2. Het derde tot en met vijfde lid worden vernummerd tot tweede tot en met vierde lid.

Z

Artikel 61 komt te luiden:

Artikel 61. Overgangsbepaling schoolexamen rekenen

  • 1. Het eindexamen vmbo en havo omvat voor leerlingen die geen eindexamen afleggen in het vak wiskunde een schoolexamen rekenen als bedoeld in artikel 118jj van de wet.

  • 2. In afwijking van het eerste lid is een kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die het schoolexamen rekenen heeft afgelegd zoals dit op grond van artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen is vastgesteld voor het eindexamen vmbo, bij het afleggen van het eindexamen in een andere leerweg van het vmbo, vrijgesteld van het schoolexamen rekenen.

  • 3. Het cijfer voor het schoolexamen rekenen weegt niet mee in de uitslagbepaling voor het eindexamen vmbo en havo, bedoeld in de artikelen 49 en 50.

  • 4. In afwijking van de artikelen 52, eerste lid, onderdeel a, 52c, tweede lid, en 53, eerste lid, onderdeel a, en vierde lid, onderdeel b, wordt het cijfer voor het schoolexamen rekenen vermeld op een bijlage bij de cijferlijst.

  • 5. Indien de kandidaat is vrijgesteld van het schoolexamen rekenen op grond van het derde lid, wordt het schoolexamen rekenen vermeld op een bijlage bij de cijferlijst, zonder vermelding van een cijfer.

  • 6. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op het eindcijfer van het vak wiskunde, indien de kandidaat het eindexamen wiskunde heeft afgelegd, het eindcijfer voor wiskunde niet is betrokken in de uitslagbepaling, bedoeld in artikel 49 of artikel 50, en de kandidaat bedenkingen heeft geuit tegen het opnemen van het eindcijfer van het vak wiskunde op de cijferlijst op grond van artikel 52, derde lid.

  • 7. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de kandidaat die het eindexamen vmbo in de basisberoepsgerichte leerweg aflegt ter afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet.

  • 8. Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

ARTIKEL II. WIJZIGING STAATSEXAMENBESLUIT VO

Het Staatsexamenbesluit VO wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de begripsbepaling van digitale examinering vervalt «of de rekentoets».

2. De begripsbepaling ER vervalt.

3. In de begripsbepaling van herkansing vervalt «, daaronder niet begrepen de gelegenheid om de rekentoets opnieuw af te leggen».

4. De begripsbepaling rekentoets vervalt.

B

In artikel 2, lid 2a, vervalt «, of tot deelstaatsexamens die de rekentoets omvatten,».

C

In artikel 3, tweede lid, onderdeel b, en artikel 4, zesde lid, vervalt «of rekentoets».

D

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdelen a en b, vervalt «, de rekentoets».

2. In het tweede lid, onderdeel c, vervalt «de rekentoets of».

3. In het derde lid vervalt «de rekentoets en».

4. In het zevende lid vervalt «of bij de rekentoets» en «, respectievelijk van verdere deelname aan de rekentoets».

E

In het opschrift van artikel 8 vervalt «en rekentoets».

F

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel h, vervalt, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel g door een punt.

2. Het vijfde lid vervalt, onder vernummering van het zesde en zevende lid tot vijfde en zesde lid.

3. In het zesde lid (nieuw) wordt «artikel 52, negende lid» vervangen door «artikel 52, zevende lid».

G

In artikel 11, eerste lid, vervalt «of de rekentoets» en «respectievelijk de rekentoets».

H

In het opschrift van Afdeling 3 vervalt «en rekentoets».

I

De artikelen 23a en 23b vervallen.

J

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift en in het eerste lid vervalt «en rekentoets».

2. Het vijfde en zesde lid vervallen.

K

Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt «in de rekentoets en».

2. In lid 3a vervalt «en voor de rekentoets».

3. In lid 3b vervalt «of voor de ontbrekende rekentoets».

L

In artikel 26, eerste lid, onderdeel b, vervalt «en de rekentoets heeft afgelegd».

M

Artikel 26a, eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. hij voor een van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en voor zover van toepassing wiskunde A, B of C als eindcijfer 5 of meer heeft behaald en hij voor het andere vak dan wel andere hier genoemde vakken als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;.

N

Artikel 27a vervalt.

O

In artikel 28 vervalt «dat hij opnieuw wil deelnemen aan de rekentoets, of».

P

In artikel 29, tweede lid, wordt «college-examen, centraal examen of de eerder afgelegde rekentoets» vervangen door «college-examen of centraal examen» en vervalt «, de rekentoets».

Q

Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, het tweede lid, onderdeel b, en het zesde lid, onderdeel b, onder 3°, vervalt «de rekentoets,».

2. In het eerste lid, onderdeel d, en het tweede lid, onderdeel e, vervalt «en de rekentoets».

3. In het tweede lid, onderdeel d, vervalt «de rekentoets en».

4. In het zesde lid, onderdeel a, onder 3° tot en met 5°, en onderdeel b, onder 2° en 3°, vervalt «of de rekentoets».

5. In het zesde lid, onderdeel a, onder 5°, vervalt «de rekentoets» en «of de overeenkomstige rekentoets».

6. Het zevende lid vervalt, onder vernummering van het achtste lid tot zevende lid.

R

Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel d, vervalt, onder verlettering van onderdeel e tot onderdeel d en onder vervanging van de komma aan het slot van het onderdeel c door «, en».

2. In het eerste lid, onderdeel d (nieuw), vervalt «dan wel de rekentoets».

3. Het tweede lid, onderdeel b, vervalt, onder verlettering van onderdelen c en d tot onderdelen b en c.

4. Het vijfde lid vervalt.

S

Artikel 31a vervalt.

T

In artikel 33, tweede lid, onderdeel b, vervalt «of de rekentoets».

U

Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel b, vervalt, onder verlettering van de onderdelen c tot en met h tot b tot en met g.

2. Het tweede lid, onderdeel c, vervalt, onder verlettering van de onderdelen d tot en met j tot c tot en met i.

3. Het derde lid, onderdeel b, vervalt, onder verlettering van de onderdelen c tot en met g tot b tot en met f.

V

Artikel 43a komt te luiden:

Artikel 43a. Overgangsbepaling college-examen rekenen

  • 1. Het staatsexamen vmbo en havo omvat voor kandidaten die geen schoolexamen rekenen, bedoeld in artikel 118jj van de wet, of eindexamen in het vak wiskunde hebben afgelegd, of voor kandidaten die geen staatsexamen afleggen of hebben afgelegd in het vak wiskunde, een college-examen rekenen als bedoeld in artikel 118kk van de wet.

  • 2. In afwijking van het eerste lid is een kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die een schoolexamen rekenen als bedoeld in artikel 118jj van de wet, of een college-examen rekenen als bedoeld in het eerste lid, heeft afgelegd zoals dit op grond van artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen is vastgesteld voor het eindexamen vmbo, bij het afleggen van het staatsexamen in een andere leerweg van het vmbo, vrijgesteld van het college-examen rekenen.

  • 3. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die de rekentoets, bedoeld in artikel 60, zesde lid, van de wet, zoals dat artikel luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van de Wet tot wijziging van onder andere de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de afschaffing van de rekentoets in het voortgezet onderwijs (Stb 2020, 233), heeft afgelegd, vrijgesteld van het college-examen rekenen.

  • 4. Het cijfer voor het college-examen rekenen weegt niet mee in de uitslagbepaling voor het staatsexamen vmbo en havo, bedoeld in de artikelen 26 en 26a.

  • 5. In afwijking van de artikelen 30, eerste lid, onderdeel a, tweede lid, onderdeel a, en 31, eerste lid, onderdeel a, wordt het cijfer voor het college-examen rekenen vermeld op een bijlage bij de cijferlijst.

  • 6. Indien de kandidaat is vrijgesteld van het college-examen rekenen op grond van het tweede of het derde lid, wordt het college-examen rekenen vermeld op een bijlage bij de cijferlijst, zonder vermelding van een cijfer.

  • 7. Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op het eindcijfer van het vak wiskunde, indien de kandidaat het eindexamen of staatsexamen in het vak wiskunde heeft afgelegd, het eindcijfer voor wiskunde niet is betrokken in de uitslagbepaling, bedoeld in artikel 26 of artikel 26a, en de kandidaat bezwaar heeft tegen het opnemen van het eindcijfer van het vak wiskunde op de cijferlijst op grond van artikel 30, vierde lid.

  • 8. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de kandidaat die het staatsexamen vmbo in de basisberoepsgerichte leerweg aflegt ter afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet.

  • 9. Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

ARTIKEL III. WIJZIGING BESLUIT EXPERIMENTEN DOORLOPENDE LEERLIJNEN VMBO-MBO 2014–2022

Het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid vervalt «en artikel 46, vierde en vijfde lid,»

2. Het derde lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. hij voor het eindexamen in de vakken Nederlandse taal en Engelse taal ten minste een eindcijfer 5 en een eindcijfer 6 heeft behaald.

3. In het vierde lid vervalt «de rekentoets heeft afgelegd of».

4. In het vijfde lid, onderdeel b, vervalt «en de rekentoets».

B

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt «en artikel 46, vierde en vijfde lid,».

2. In het tweede lid vervalt «de rekentoets heeft afgelegd of».

ARTIKEL IV. WIJZIGING BESLUIT REGISTER ONDERWIJSDEELNEMERS

Het Besluit register onderwijsdeelnemers wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 7 vervallen het tweede lid, onderdeel b, onder 4°, het derde lid, onderdeel d, en het vierde lid, onderdeel e.

B

In artikel 17, tweede lid, onderdeel f, vervalt «en de rekentoets».

C

In de bijlage vervallen de regels die beginnen met «7, tweede lid, onder b, 4°», «7, derde lid, onderdeel d» en «7, vierde lid, onderdeel e».

ARTIKEL V. INWERKINGTREDING

  • 1. Artikel I, met uitzondering van onderdeel Y, onder 2, en onderdeel Z, artikel II, met uitzondering van onderdeel V, en artikel III van dit besluit treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, en werken terug tot en met 1 augustus 2019.

  • 2. Artikel IV van dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, en werkt terug tot en met tot en met 1 juli 2020.

  • 3. Artikel I, onderdeel Y, onder 2, en onderdeel Z, en artikel II, onderdeel V, van dit besluit treden in werking met ingang van 1 augustus 2020.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 8 juli 2020

Willem-Alexander

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

Uitgegeven de vijftiende juli 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

I. Algemeen

1. Inleiding

Op 5 februari 2019 heeft de Tweede Kamer ingestemd met een motie van de leden Rog en Van Meenen over het afschaffen van de rekentoets.1 De motie verzoekt de regering om met ingang van het schooljaar 2019–2020 de bestaande rekentoets in het voortgezet onderwijs af te schaffen en vanaf dat schooljaar ook geen cijfer van de rekentoets meer op te nemen op de cijferlijst. Met het wetsvoorstel over de afschaffing van de rekentoets2 (hierna: het wetsvoorstel) en dit besluit wordt uitvoering gegeven aan deze motie en aan het voornemen uit regeerakkoord om voor alle leerlingen rekenen een geïntegreerd onderdeel te maken van het examen.

De Kamer heeft ook ingestemd met de motie Van Meenen/Rog3 inzake het uitvoeren van het voorstel «Een nieuw perspectief op rekenen in het voortgezet onderwijs»4 per schooljaar 2019–2020. Dit voorstel omvat onder andere de introductie van een nieuw vak rekenen/wiskunde in het vmbo. Het gaat om een vakvernieuwing, die parallel zal lopen aan de curriculumherziening en enige tijd in beslag zal nemen. Het wetsvoorstel en dit besluit bevatten daarom, in ieder geval tot aan de implementatie van het vernieuwde curriculum, een tussenoplossing voor leerlingen die geen eindexamen afleggen in het vak wiskunde.

Dit besluit regelt voor het voortgezet onderwijs (hierna: vo) de wijziging van voorschriften voor examens vanwege de wijzigingen ten aanzien van de examinering van rekenen. De technische wijzigingen die in dit besluit zijn opgenomen betreffen met name het afschaffen van de centrale rekentoets in het vo. Verder zijn overgangsbepalingen opgenomen voor een schoolexamen rekenen voor leerlingen5 die geen eindexamen afleggen in wiskunde.

Hiertoe zijn de volgende besluiten gewijzigd:

  • het Eindexamenbesluit VO;

  • het Staatsexamenbesluit VO;

  • het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022; en

  • het Besluit register onderwijsdeelnemers.

Aanleiding wijzigingen in de examinering van rekenen

Goede reken- en taalvaardigheden zijn belangrijk om deel te kunnen nemen aan de samenleving, het kunnen volgen van vervolgonderwijs en het kunnen uitoefenen van veel beroepen. Het is van belang dat leerlingen in het vo voldoende rekenvaardigheden opdoen, en deze vaardigheden gedurende hun schooltijd behouden, om voorbereid te zijn op hun vervolgstappen. Vanaf schooljaar 2013-2014 is daarom een centrale rekentoets geïntroduceerd in het vo. Bij de invoering van de toets was de intentie om het resultaat van de toets te laten meetellen in de uitslagbepaling. In verband met tegenvallende resultaten is dit uiteindelijk alleen in de schooljaren 2015–2016 en 2016–2017 het geval geweest in het vwo. Het maatschappelijk en politiek draagvlak voor de toets is in de loop der jaren afgenomen. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in de bovengenoemde moties.

Met het afschaffen van de rekentoets is de vraag naar de borging van het rekenniveau in het voortgezet onderwijs niet verdwenen. Om mee te kunnen doen in de samenleving blijft het, ook voor het vervolgonderwijs en voor het bedrijfsleven, nog steeds relevant dat leerlingen goed leren rekenen. De regering kiest er echter voor om die borging op een andere manier vorm te geven, door het integreren van rekenen in wiskunde en in andere vakken en door het introduceren van een schoolexamen rekenen voor leerlingen zonder wiskunde.

2. Hoofdlijnen van het besluit

2.1 Inleiding

Met de Wet tot wijziging van onder andere de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met het afschaffen van de rekentoets (hierna: Wet afschaffing rekentoets vo) vervalt de rekentoets voor de eindexamens in het voortgezet onderwijs (artikel 29, vijfde lid, Wet op het voortgezet onderwijs, hierna: WVO) en voor de staatsexamens (artikel 60, zesde lid, WVO). De borging van de rekenvaardigheden van leerlingen vindt voortaan plaats via wiskunde en andere profielvakken, zoals economie of biologie. Daarnaast bevat het wetsvoorstel overgangsrecht: voor leerlingen die geen eindexamen of staatsexamen afleggen in het vak wiskunde, komt een apart schoolexamen rekenen. Het schoolexamen rekenen neemt het geldende referentieniveau in acht, zoals dat niveau geldt voor vmbo en havo op grond van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.

Het schoolexamen rekenen geldt voor leerlingen in het vmbo en het havo die geen eindexamen doen in het vak wiskunde. In tegenstelling tot het vwo is wiskunde in het vmbo en het havo geen verplicht (profiel)vak. In de overgangsartikelen in de Wet afschaffing rekentoets vo is bovendien een grondslag opgenomen om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels te stellen over dit schoolexamen. Dit overgangsrecht blijft gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Het schoolexamen rekenen is een tijdelijke maatregel. Als onderdeel van de integrale curriculumherziening wordt bekeken welke plaats rekenen en wiskunde in het nieuwe curriculum krijgen. Conform de motie Van Meenen/Rog6, wordt ook gestart met een vakvernieuwing voor wiskunde in het vmbo. Deze vakvernieuwing zal in samenhang met de integrale curriculumherziening plaatsvinden en kan invloed hebben op de profielen in het vmbo die al dan niet wiskunde bevatten.

Dit besluit bevat in de eerste plaats een groot aantal technische aanpassingen van onder andere het Eindexamenbesluit VO en het Staatsexamenbesluit VO, omdat de term «rekentoets» is komen te vervallen. Deze technische aanpassingen krijgen, conform de motie Rog/Van Meenen over het afschaffen van de rekentoets per schooljaar 2019–2020, terugwerkende kracht tot en met 1 augustus 2019.

Daarnaast bevat dit besluit overgangsbepalingen voor de eindexamens en de staatsexamens, waarmee invulling wordt gegeven aan de grondslag die is opgenomen in de overgangsartikelen uit de Wet afschaffing rekentoets vo.

In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de situatie voor leerlingen die, na de afschaffing van de rekentoets, eindexamen doen in het vak wiskunde (par. 2.2) en de situatie voor leerlingen die geen eindexamen doen in het vak wiskunde en daarom een schoolexamen rekenen zullen afleggen (par. 2.3). Als laatste wordt ingegaan op het tijdelijke karakter van de overgangsmaatregelen ten aanzien van het schoolexamen (par. 2.4).

2.2 Rekenen onderdeel van wiskunde

Aan het einde van het primair onderwijs bereiken leerlingen het voor dat niveau geldende referentieniveau voor rekenen (1F). Sinds de invoering van de referentieniveaus in 2010 wordt in de onderbouw van het vo voortgebouwd op referentieniveau 1F. In de onderbouw van het vo worden vervolgens hogere referentieniveaus bereikt, die passen bij het niveau voortgezet onderwijs dat de leerling volgt. Het vereiste referentieniveau voor rekenen voor vmbo (2F) respectievelijk havo en vwo (3F) wordt in het huidige curriculum bereikt aan het einde van de onderbouw. In de bovenbouw worden de rekenvaardigheden onderhouden tijdens wiskunde en, afhankelijk van het profiel en de invulling van het vrije deel, ook als onderdeel van andere vakken. Omdat leerlingen die het vak wiskunde volgen in de bovenbouw voldoende mogelijkheden hebben om hun rekenvaardigheden te onderhouden binnen hun profiel, wordt van deze groep leerlingen na het afschaffen van de rekentoets daarom geen specifieke inzet op rekenen meer verwacht. Net als toen de rekentoets verplicht was, staat het scholen uiteraard vrij om naast of tijdens de wiskundelessen aandacht te besteden aan rekenen.

Beëindigen afname centrale rekentoets

Leerlingen die eindexamen doen in het vak wiskunde (in het profieldeel of in het vrije deel) hoeven op grond van de Wet afschaffing rekentoets vo en dit besluit vanaf 1 augustus 2019 geen centrale rekentoets meer af te leggen. Dit geldt voor leerlingen die in het schooljaar 2019–2020 en de daaropvolgende jaren het diploma behalen. Voor alle leerlingen gold al dat het resultaat voor de rekentoets niet mee woog in de slaag-zakbeslissing. Bovendien komt vanaf 1 augustus 2019 het cijfer voor de rekentoets niet meer verplicht op de cijferlijst. Deze maatregelen zijn met dit besluit geregeld, in verband met de aangenomen moties van de leden Rog en Van Meenen. Examenkandidaten die in 2020 eindexamen doen kunnen er dan wel voor kiezen om een reeds behaald cijfer voor de rekentoets – die zij in het voorlaatste leerjaar al hebben afgelegd – alsnog op de cijferlijst (of voor de leerlingen in het vmbo-bb de bijlage bij de cijferlijst) te vermelden.

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III is opgenomen dat de referentieniveaus tegen het licht worden gehouden, als onderdeel van de integrale curriculumherziening.7 Op basis van de uitkomsten hiervan wordt nader beleid opgesteld ten aanzien van de positie van rekenen in het voortgezet onderwijs, in het bijzonder voor leerlingen die geen examen afleggen in het vak wiskunde.

2.3 Schoolexamen rekenen voor leerlingen zonder wiskunde

Voor leerlingen die geen wiskunde volgen in de bovenbouw en geen eindexamen in dit vak afleggen, bieden de andere (profiel)vakken (zoals geschiedenis en moderne vreemde talen) onvoldoende basis voor het onderhouden van de rekenvaardigheden over de breedte van de referentieniveaus. Het is niettemin belangrijk dat ook deze leerlingen het voortgezet onderwijs verlaten met een voldoende rekenniveau. Het betreft ongeveer 20.000 leerlingen in het vmbo en het havo (profiel Cultuur en Maatschappij). In het vwo is wiskunde voor alle leerlingen verplicht.

Voor leerlingen die geen eindexamen afleggen in het vak wiskunde wordt met de Wet afschaffing rekentoets vo en dit besluit een schoolexamen rekenen geïntroduceerd, dat gebaseerd is op het geldende referentieniveau voor het vmbo en het havo (niveau 2F, respectievelijk 3F). Het schoolexamen rekenen voor leerlingen zonder wiskunde maakt inzichtelijk waar leerlingen staan ten aanzien van het referentieniveau. Voor alle leerlingen omvat het voortgezet onderwijs hiermee een vorm van rekenen of wiskunde. Voor het vervolgonderwijs is het ook van belang om te kunnen zien waar de leerling staat, zodat de rekenvaardigheden van de leerlingen kunnen worden meegenomen in het advies over de studiekeuze.

Schoolexamen rekenen in de uitslagbepaling en op de (bijlage bij de) cijferlijst

Het schoolexamen rekenen telt niet mee in de uitslagbepaling van het eindexamen. Het meetellen van het schoolexamen rekenen zou leiden tot een – ongewenste – verzwaring van de profielen zonder wiskunde en zou bovendien een verzwaring van het examenprogramma betekenen voor deze leerlingen ten opzichte van de afname van de rekentoets, omdat de rekentoets ook niet meetelde in de uitslagbepaling.

Omdat het cijfer voor het schoolexamen rekenen niet meetelt in de uitslagbepaling van het eindexamen, vindt de regering het ook niet wenselijk om het cijfer voor rekenen op de cijferlijst te vermelden. Desalniettemin is het voor het vervolgonderwijs en bedrijfsleven wel relevant welk resultaat de leerling heeft behaald. Ook kan het voor een leerling motiverend werken dat het cijfer zichtbaar is. Daarom is in dit besluit geregeld dat het cijfer voor het schoolexamen rekenen voortaan wordt vermeld op een bijlage bij de cijferlijst.8 Door het opnemen van rekenen op een bijlage bij de cijferlijst blijft het resultaat zichtbaar, maar is tegelijkertijd helder dat dit onderdeel niet meetelt in de uitslagbepaling.

Het cijfer voor de rekentoets werd wel vermeld op de cijferlijst, maar heeft alleen in de schooljaren 2015–2016 en 2016–2017 voor vwo-leerlingen meegeteld in de slaag-zakbeslissing. Voor leerlingen die na inwerkingtreding van dit besluit examen doen in het vak wiskunde wordt er geen (zichtbaar) resultaat meer voor rekenen vastgelegd, omdat het cijfer voor wiskunde ook een waardering van de rekenvaardigheden omvat. Voor het schoolexamen rekenen voor leerlingen zonder wiskunde stellen scholen wel een apart cijfer vast, tussen de 1 en de 10.9

In artikel 61 Eindexamenbesluit VO is in een overgangsbepaling opgenomen dat het cijfer voor het schoolexamen rekenen niet meetelt in de uitslagbepaling en dat het cijfer wordt vermeld op een bijlage bij de cijferlijst.

Vorm van het examen

Zoals bij alle schoolexamens is de vorm van het schoolexamen rekenen vrij. Scholen kunnen zelf bepalen of zij bijvoorbeeld één of meerdere examens willen afnemen, of dat zij voor een andere vorm van afsluiting kiezen, zoals een portfolio. Wel is van belang dat het schoolexamen rekenen is gebaseerd op het referentieniveau (2F voor het vmbo en 3F voor het havo) en dat scholen het opnemen in het programma van toetsing en afsluiting (pta). Aan de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) is gevraagd om, zoals zij dit voor alle schoolexamens doet, een handreiking te ontwikkelen. De handreiking is bedoeld om scholen te ondersteunen bij het construeren van het schoolexamen en wordt ontwikkeld in afstemming met de vakverenigingen en andere experts op het gebied van rekenen en wiskunde.

Vrijstellingen bij opstroom

In het overgangsrecht is geregeld dat leerlingen die eindexamen hebben afgelegd in een leerweg van het vmbo – meestal zal dat gaan om de leerwegen bb, kb of gl – en doorstromen naar een andere leerweg van het vmbo, niet opnieuw het schoolexamen rekenen hoeven af te leggen. Voor alle leerwegen in het vmbo is immers op basis van artikel 3, onderdelen e en f, van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, hetzelfde referentieniveau van toepassing, namelijk niveau 2F. In tegenstelling tot de andere vakken bestaat voor rekenen dus geen niveauverschil tussen de leerwegen. Het is daarom voldoende als een leerling één keer het schoolexamen rekenen op het niveau 2F aflegt. Bij opstroom binnen het vmbo is de leerling zonder wiskunde daarom vrijgesteld van het schoolexamen rekenen.

Leer-werktraject

Het schoolexamen rekenen moet ook worden afgelegd door leerlingen die een leer-werktraject volgen. Via het leer-werktraject behalen deze leerlingen een vmbo-diploma in de basisberoepsgerichte leerweg. Zij leggen in de regel geen examen in het vak wiskunde af. Om die reden zullen deze leerlingen voortaan ook het schoolexamen rekenen afleggen. Dit is geen verzwaring van het leer-werktraject. Het eindexamen voor deze leerlingen omvatte naast Nederlandse taal en een beroepsgericht programma namelijk ook de rekentoets. Indien een leerling die een leer-werktraject heeft gevolgd wel het eindexamen heeft afgelegd in het vak wiskunde, dan is de leerling, net als andere vmbo-leerlingen, vrijgesteld van het schoolexamen rekenen.

Leerlingen met ernstige rekenproblemen

Naast de reguliere rekentoets bestond ook een zogeheten rekentoets ER, voor leerlingen met ernstige rekenproblemen en dyscalculie. De ER toetsen hadden hetzelfde niveau als de reguliere rekentoetsen maar werden afgenomen in een aangepaste vorm, waarbij rekening werd gehouden met de rekenproblemen van de leerling. Met het afschaffen van de rekentoets verdwijnt ook de rekentoets ER. Conform artikel 55 van het Eindexamenbesluit kunnen scholen aanpassingen doen in de afname van het schoolexamen rekenen, mits zij hierbij het aangewezen referentieniveau in acht nemen. Scholen kunnen regels voor aanpassingen in het examen opnemen in het examenreglement, zoals zij dat bijvoorbeeld ook voor dyslexie doen.

Gespreid examen

Kandidaten die bijvoorbeeld vanwege langdurige ziekte of andere omstandigheden niet in staat zijn het eindexamen in één schooljaar af te leggen, kunnen door het bevoegd gezag in de gelegenheid worden gesteld om gespreid over twee schooljaren eindexamen te doen (artikel 59, eerste lid, Eindexamenbesluit VO). Deze leerlingen konden de rekentoets in het eerste of tweede schooljaar van het gespreid examen afleggen. Leerlingen die gespreid examen doen en diplomeren in het schooljaar waarin de rekentoets is afgeschaft, hoeven de rekentoets ook niet meer af te leggen om te kunnen slagen voor hun eindexamen. Dit betekent dat bijvoorbeeld leerlingen die in het schooljaar 2018–2019 zijn gestart met hun gespreid examen, maar die hun diploma halen in het schooljaar 2019–2020, geen rekentoets meer hoeven af te leggen. Deze begunstigende maatregel is immers direct van toepassing op deze leerlingen.

Voor de invoering van het schoolexamen rekenen bij gespreid examen geldt het volgende. Er wordt naar gestreefd om het schoolexamen rekenen in te voeren per 1 augustus 2020, voor leerlingen die in het schooljaar 2020–2021 eindexamen doen. Ook leerlingen die in 2019–2020 zijn gestart met hun gespreid examen, maar in 2020–2021 diplomeren, moeten het schoolexamen rekenen afleggen. De nieuwe regels worden direct op hun eindexamen van toepassing, net als voor andere leerlingen die zich in het laatste leerjaar bevinden.

Leerlingen die wiskunde laten vallen

In sommige gevallen volgen leerlingen in de bovenbouw wiskunde als extra vak. Zij hebben wiskunde dan niet nodig om hun diploma te kunnen behalen. Als een leerling wiskunde als extra vak heeft gevolgd en ook het eindexamen wiskunde heeft afgelegd, kan de leerling besluiten om het vak na het examen alsnog te laten vallen. De leerling hoeft in dat geval niet alsnog het schoolexamen rekenen te maken – hij of zij heeft immers wel eindexamen afgelegd in het vak wiskunde, zoals de overgangsbepalingen in de Wet afschaffing rekentoets vo en dit besluit voorschrijven. Op grond van artikel 52, derde lid, Eindexamenbesluit VO wordt het cijfer van een vak dat niet in de uitslagbepaling meeweegt wel vermeld op de cijferlijst, tenzij de leerling daartegen bedenkingen heeft geuit. Het cijfer voor wiskunde komt ook voor leerlingen die wiskunde na het eindexamen laten vallen in beginsel dus op de cijferlijst. Omdat het cijfer voor wiskunde ook inzicht geeft in de rekenvaardigheden van leerlingen, is geregeld dat in het geval dat de leerling aangeeft dat hij of zij het cijfer voor wiskunde niet op de cijferlijst wil vermelden, het cijfer voor wiskunde wordt vermeld op een bijlage bij de cijferlijst. Voor het vervolgonderwijs is de prestatie op het vak wiskunde daarmee wel inzichtelijk, net zoals voor leerlingen voor wie wiskunde wel meetelt in de uitslagbepaling, of voor leerlingen die het schoolexamen rekenen maken in plaats van het eindexamen wiskunde.

Leerlingen die het vak wiskunde als extra vak volgen en besluiten om voorafgaand aan het eindexamen het vak te laten vallen, moeten om te slagen wel het schoolexamen rekenen afleggen. Dit geldt ook als de leerling het vak kort voor het eindexamen laat vallen. Het bevoegd gezag zoekt dan samen met de leerling naar een passende oplossing.

Voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo)

Voor leerlingen die een diploma vmbo of havo willen behalen aan een vavo-instelling gaan de hiervoor beschreven regels ook gelden. Vavo-leerlingen die geen examen doen of hebben gedaan in het vak wiskunde, leggen ook vanaf 1 augustus 2020 een schoolexamen rekenen af volgens het geldende referentieniveau, met uitzondering van die leerlingen in augustus of september 2020 hun diploma behalen. Deze leerlingen worden, met het oog op de zeer korte voorbereidingstijd, beschouwd als behorend bij het vorige schooljaar (2019–2020, waarin de verplichting nog niet gold). De vavo-examens zijn gebaseerd op de examenprogramma’s die voor het reguliere vo worden vastgesteld. De regels uit het Eindexamenbesluit VO gelden automatisch ook voor de examens in het vavo. De opleiding vavo is erop gericht om een diploma te behalen als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de WVO.10 De afschaffing van de rekentoets en het schoolexamen rekenen zijn daarom ook van toepassing op de vavo-examens. Indien een leerling alleen een deeleindexamen in een ander vak aflegt en verder voldoet aan de geldende regels voor een diploma vmbo of havo, hoeft de leerling het schoolexamen rekenen niet te maken.

Staatsexamens

In het Staatsexamenbesluit VO zijn vergelijkbare wijzigingen opgenomen als in het Eindexamenbesluit VO. Staatsexamenkandidaten maken een college-examen rekenen, in plaats van een schoolexamen rekenen, indien zij een diploma vmbo of havo willen behalen en geen (staats)examen doen of hebben gedaan in het vak wiskunde. Hiervoor gelden dezelfde inhoudelijke richtlijnen als het schoolexamen rekenen. Kandidaten mogen maximaal tien jaar doen over het behalen van een diploma via het staatsexamen. Indien er kandidaten zijn die geen staatsexamen doen in het vak wiskunde, maar wel eerder de rekentoets of eindexamen in het vak wiskunde hebben afgelegd, zijn zij vrijgesteld van het college-examen rekenen.

2.4 Overgangsrecht tot aan curriculumherziening

Zoals hierboven is beschreven, vindt er een herijking plaats van het curriculum. Dit zal leiden tot aanbevelingen voor de toekomst van rekenen en wiskunde in alle schoolsoorten en leerwegen. Daarnaast wordt in de motie Van Meenen/Rog11 de regering verzocht om het voorstel «Een nieuw perspectief op rekenen in het voortgezet onderwijs» zo snel mogelijk, in zijn geheel uit te voeren. Een belangrijke aanbeveling in dit voorstel is het creëren van een nieuw vak rekenen/wiskunde in het vmbo. Voor de uitvoering van deze motie is een vakvernieuwing nodig. Dit is een tijdrovend proces, waarbij zorgvuldig en in nauw overleg met leraren en andere experts op het gebied van rekenen en wiskunde de eindtermen voor een vak worden bepaald. Afhankelijk van de omvang van de wijzigingen duurt dit proces zo’n vijf tot zeven jaar. Na het afronden van dit traject is in principe het schoolexamen rekenen niet meer nodig. Voor het havo profiel Cultuur & Maatschappij ligt een vergelijkbaar vraagstuk, omdat wiskunde is dit profiel niet verplicht is.

Zodra er een permanente borging van rekenen in het curriculum is, kan voor deze groep leerlingen het schoolexamen rekenen worden afgeschaft. Het schoolexamen rekenen heeft daarmee een tijdelijk karakter en geldt tot aan de invoering van de curriculumherziening of de vakvernieuwing van het vak wiskunde. Het vervallen van het overgangsrecht uit artikel 61 Eindexamenbesluit VO en artikel 43a Staatsexamenbesluit vo wordt bij koninklijk besluit geregeld, omdat op dit moment nog onduidelijk is wanneer een herziening of vernieuwing van het curriculum zal zijn ingevoerd.

3. Gevolgen

Zoals beschreven in paragraaf 2.2 behalen leerlingen het voor vmbo of havo en vwo geldende referentieniveau aan het einde van de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Voor leerlingen die eindexamen doen in wiskunde, worden de rekenvaardigheden voldoende onderhouden tijdens wiskunde. De eindtermen voor de verschillende varianten van het vak wiskunde (in havo en vwo) dekken echter niet alle onderdelen van het referentieniveau rekenen, waardoor een leerling mogelijk niet alle onderdelen krijgt aangeboden of geëxamineerd. Scholen hebben echter de ruimte om deze onderdelen wel in het schoolexamen wiskunde te betrekken. Leerlingen die geen eindexamen afleggen in wiskunde leggen wel het schoolexamen rekenen af, op basis van het bij de schoolsoort passende referentieniveau (2F of 3F). Het schoolexamen rekenen telt echter niet mee in de uitslagbepaling. Dit gold, met uitzondering van twee schooljaren voor leerlingen in het vwo, ook voor de rekentoets en is daarmee geen verandering ten opzichte van de vorige situatie. De regering merkt daarbij op dat de aandacht voor rekenen onverminderd belangrijk blijft, ook zonder de rekentoets.

Na inwerkingtreding van dit besluit hoeven scholen, vavo-instellingen (eindexamens) en het College voor toetsen en examens (CvTE) (staatsexamens) niet langer de centrale rekentoets af te nemen. Zij blijven echter vrij om hun rekenonderwijs vorm te geven zoals zij dat het beste achten. Scholen zullen voor leerlingen die geen eindexamen afleggen in het vak wiskunde een schoolexamen rekenen opstellen op basis van de geldende referentieniveaus. Ook moet de toetsing van rekenen in het pta worden opgenomen. Het CvTE moet, voor de kandidaten die het staatsexamen afleggen, een college-examen rekenen maken.

Voor het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs heeft dit besluit tot gevolg dat het minder inzichtelijk wordt wat het rekenniveau is van een instromende student. Dit geldt met name voor studenten die het vak wiskunde in hun pakket hadden, omdat de vaardigheid in het rekenen voortaan moet worden afgeleid uit het cijfer voor wiskunde. Hoewel het cijfer voor wiskunde een indicatie vormt voor de beheersing van rekenvaardigheden, kunnen er verschillen zitten in de beheersing van de diverse domeinen die in de referentieniveaus rekenen zijn opgenomen. Deze verschillende beheersingsniveaus van rekenen hebben geen invloed hebben op de formele doorstroomeisen. Voor leerlingen die geen eindexamen afleggen in het vak wiskunde is wel inzichtelijk wat het cijfer is voor het schoolexamen rekenen, omdat het cijfer wordt vermeld op de bijlage bij de cijferlijst. Dit cijfer heeft echter geen invloed gehad op de slaag/zakbeslissing van de leerling en heeft ook geen invloed op de formele doorstroomeisen.

Regeldruk

Ook zullen wijzigingen optreden in de regeldruk voor scholen, vavo-instellingen en het CvTE. Het gaat om zowel administratieve lasten als nalevingskosten. Onder administratieve lasten worden de kosten verstaan om te voldoen aan informatieverplichtingen aan de overheid, voortvloeiend uit wet- en regelgeving van de overheid. Administratieve lasten komen voort uit het verzamelen, bewerken, registreren, bewaren en ter beschikking stellen van informatie. Ten gevolge van het afschaffen van de rekentoets nemen de administratieve lasten voor scholen, vavo-instellingen en het CvTE af. Zij hoeven namelijk niet langer de gegevens van leerlingen op de rekentoets aan te leveren bij DUO. Deze besparing wordt geschat op 4,5 miljoen euro (22,50 euro * 200.000 examenkandidaten per jaar). Dit besluit regelt verder dat het cijfer voor het schoolexamen rekenen wordt opgenomen op een bijlage bij de cijferlijst. Scholen, vavo-instellingen en het CvTE moeten dit cijfer bepalen en vervolgens aanleveren bij DUO. Dit betreft ongeveer 20.000 leerlingen per jaar met een totale kosten van 250.000 euro (12,50 euro * 20.000). Scholen, vavo-instellingen en het CvTE zullen per leerling moeten bepalen of hij of zij, afhankelijk van de vraag of de leerling examen doet in het vak wiskunde, het schoolexamen rekenen moet afleggen. Hoewel dit een eenvoudigere handeling is, moet deze worden uitgevoerd voor alle leerlingen (ongeveer 200.000 per jaar) en daarmee komen de kosten hiervoor op 500.000 euro (2,50 euro*200.000). Voorts is er ook sprake van nalevingskosten. Deze nalevingskosten, die bestaan uit het opstellen en afnemen van het schoolexamen rekenen, bedragen 250.000 euro (12,50 euro * 20.000). Hiermee is sprake van een netto besparing van 3,5 miljoen euro aan regeldrukkosten. Om de werkbaarheid van dit besluit te vergroten is aan SLO gevraagd een handreiking te ontwikkelen, die scholen kunnen gebruiken bij het construeren van het schoolexamen rekenen.

Adviescollege toetsing regeldruk

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft een advies uitgebracht over dit besluit. Het College constateert in het advies dat nut en noodzaak van het besluit zijn onderbouwd. Het college adviseert duidelijk te maken wat scholen moeten doen in termen van bijvoorbeeld onderwijs en begeleiding om het schoolexamen rekenen tot een effectief instrument te maken voor het bevorderen van de rekenvaardigheden van de betreffende vmbo- en havoleerlingen. De invulling van het rekenonderwijs is echter aan de school. In de regelgeving zijn geen voorschriften opgenomen over het onderwijs en de begeleiding ter voorbereiding op het schoolexamen rekenen. Dit past bij de vrijheid die scholen hebben om hun onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven.

Het college adviseert voorts bij de gevolgen voor de regeldruk de inhoudelijke nalevingskosten in beeld te brengen en te kwantificeren, volgens de daarvoor geldende systematiek van het Rijk. De inhoudelijke nalevingskosten zijn toegevoegd in bovenstaande paragraaf aangaande de regeldruk.

4. Toezicht en handhaving

Scholen moeten hun pta aanleveren bij de Inspectie van het Onderwijs, waarin zij beschrijven op welke wijze het referentieniveau voor rekenen wordt getoetst. Als onderdeel van het reguliere toezicht controleert de inspectie of de toets(en) conform het pta zijn afgenomen.

Het schoolexamen rekenen is een schoolexamen zoals dat ook voor andere vakken wordt afgenomen. De Inspectie van het Onderwijs houdt geen inhoudelijk toezicht op de schoolexamens. Dit geldt ook voor het schoolexamen rekenen.

5. Uitvoering

Aan DUO en het CvTE is gevraagd een uitvoeringstoets uit te voeren op dit besluit. Beide concluderen dat het besluit uitvoerbaar, maakbaar en haalbaar is.

Ten aanzien van de haalbaarheid merkt DUO op dat voor het vavo de genoemde ingangsdatum niet haalbaar is, omdat dit zou inhouden dat examenkandidaten die in september 2020 hun diploma halen ook een instellingsexamen rekenen moeten halen. Voor kandidaten die in augustus of september 2020 hun diploma behalen geldt de verplichting voor het maken van een schoolexamen rekenen echter niet, in verband met onvoldoende voorbereidingstijd. Dit is verduidelijkt in de toelichting. Het invoeren van het college-examen rekenen heeft de volgende gevolgen voor een aantal hoofdproductgroepen van DUO, namelijk examens, registers en bekostiging. Voor het CvTE heeft het besluit gevolgen voor het staatsexamen, aangezien er voortaan een college examen rekenen voor kandidaten zonder wiskunde moet worden gemaakt en afgenomen. De gevolgen van het afschaffen van de rekentoets en het vervallen van de wettelijke taak zijn bij de uitvoeringstoets bij het wetsvoorstel al in kaart gebracht.

6. Financiële gevolgen

Naast incidentele kosten die verband houden met de aanpassingen in de systemen van DUO voor de registratie van het schoolexamen rekenen voor leerlingen zijn er voornamelijk structurele kosten voor het college examen rekenen voor kandidaten zonder wiskunde (onderdeel van het staatsexamen onder verantwoordelijkheid van het CvTE). De precieze kosten hangen mede af van het aantal afnames van college examens rekenen en worden begroot op 260.000 euro.

7. Advies en consultatie

Van 16 december 2019 tot en met 13 januari 2020 is dit besluit opengesteld voor internetconsultatie. Deze internetconsultatie heeft 21 reacties opgeleverd. Het merendeel van de reacties (13) is afkomstig van (oud)leraren en rekencoördinatoren in het voortgezet onderwijs. 4 reacties waren afkomstig van docenten in het mbo. Daarnaast heeft een belangenorganisatie gereageerd (2 reacties). De overige reacties (2) zijn afkomstig van individuele burgers.

Schoolexamen rekenen voor leerlingen zonder wiskunde

Uit de reacties blijkt in de meeste gevallen dat er zorgen zijn over de voorgestelde maatregelen met betrekking tot het schoolexamen rekenen voor leerlingen zonder wiskunde. Deze zorgen zijn tweeledig. Enerzijds merken respondenten op dat er bij een schoolexamen rekenen grote verschillen kunnen optreden tussen scholen, waardoor het voor het vervolgonderwijs niet helder is wat het rekenniveau van een leerling is. Anderzijds baart ook de positie van het schoolexamen in de uitslagbepaling een aantal respondenten zorgen. Doordat het cijfer niet zal meewegen in de zak-slaagbeslissing en op een bijlage bij de cijferlijst zal worden vermeld, vraagt men zich af of er hierdoor wel voldoende aandacht zal blijven voor rekenen.

Het belang van goede rekenvaardigheden is met de voorgestelde maatregelen uiteraard niet verdwenen. De voorgestelde maatregelen vormen het resultaat van een afweging tussen aan de ene kant het ontbreken van (politiek) draagvlak voor de centrale rekentoets en aan de andere kant de wens om de rekenvaardigheden van leerlingen die geen eindexamen afleggen in wiskunde op peil te kunnen houden. Het schoolexamen rekenen telt niet mee in de uitslagbepaling – dat zou immers een verzwaring betekenen voor de profielen zonder wiskunde ten opzichte van de rekentoets – maar wordt wel zichtbaar gemaakt voor het vervolgonderwijs, op een bijlage bij de cijferlijst. Daarmee wordt beoogd een werkbare middenweg te creëren voor de leerling, de vo-school en het vervolgonderwijs. De kwaliteit van het schoolexamen staat of valt met de inzet van scholen. Dit geldt niet alleen voor rekenen, maar ook voor andere vakken en onderdelen die alleen met een schoolexamen worden afgesloten. Scholen zullen zich er dan ook voor moeten inspannen om een kwalitatief goed schoolexamen rekenen voor leerlingen zonder wiskunde te maken. Hiervoor zijn diverse hulpmiddelen beschikbaar, waaronder een itembank en een handreiking.

Leerlingen met dyscalculie

In de consultatie is gevraagd welke mogelijkheden er na het afschaffen van de centrale rekentoets zijn om aanpassingen te doen voor leerlingen in vmbo-bb en leerlingen met dyscalculie. Met het afschaffen van de centrale rekentoets verdwijnt tevens de zogeheten 2A-toets. Deze toets bood voor leerlingen in vmbo-bb een licht vereenvoudigde versie van de 2F-toets. 2A is echter geen referentieniveau en als zodanig kunnen er geen schoolexamens 2A worden gemaakt. Wel kunnen scholen in het opstellen van het schoolexamen keuzes maken, zoals het spreiden van de leerstof over meerdere toetsen en variëren in de toetsvormen, waardoor het schoolexamen rekenen toegankelijker is voor minder vaardige leerlingen. De 2(A)ER en 3ER toets verdwijnt ook. Deze toets was een aangepaste toets voor leerlingen met ernstige reken- en wiskundeproblemen en dyscalculie (ERWD). Deze toets was van een gelijk niveau maar sloot door de aangepaste toetsvorm beter aan bij de behoefte van leerlingen met ERWD problematiek. Scholen kunnen conform artikel 55 van het Eindexamenbesluit aanpassingen doen in de afname van het schoolexamen voor leerlingen met deze problematiek.

Verdwijnen centrale rekentoets

Een kleine minderheid (3 reacties) is positief over het feit dat de centrale rekentoets verdwijnt. Deze respondenten geven aan dat er voldoende mogelijkheden zijn om in wiskunde en andere vakken de rekenvaardigheden van de leerlingen te onderhouden. Anderen geven echter weer aan dat hun beeld is dat het resultaat voor wiskunde geen goede afspiegeling biedt van de rekenvaardigheden van leerlingen.

De centrale rekentoets bleek in de afgelopen jaren echter niet het juiste middel om de rekenvaardigheden van leerlingen te meten. Met onder andere de voorgestelde maatregelen uit dit besluit wordt voorzien in een tussenoplossing tot aan de curriculumherziening.

8. Caribisch Nederland

Hoewel het de intentie van de regering was om de rekentoets ook op Caribisch Nederland af te nemen, is de rekentoets op Bonaire, Sint Eustatius en Saba nooit verplicht geweest. Er is om die reden geen regelgeving op amvb-niveau. Dit besluit heeft daarom geen gevolgen voor Caribisch Nederland.

9. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt, voor wat betreft het afschaffen van de rekentoets, op hetzelfde moment in werking als de afschaffing van de rekentoets in de WVO en de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB), namelijk op 1 augustus 2020. Aan de betreffende onderdelen wordt terugwerkende kracht verleend tot en met 1 augustus 2019, zodat de rekentoets, conform de motie van de leden Rog en Van Meenen, vanaf het schooljaar 2019–2020 niet meer wordt afgenomen.

De overgangsbepalingen van artikel I, onderdeel Z, en artikel II, onderdeel V, treden in werking op 1 augustus 2020.Het schoolexamen of college-examen rekenen gaat dan gelden voor leerlingen die eindexamen of staatsexamen doen vanaf het schooljaar of kalenderjaar dat volgt op de inwerkingtreding (schooljaar 2020-2021, respectievelijk kalenderjaar 2021).

Vanwege de afschaffing van de rekentoets per schooljaar 2019–2020 en de introductie van het schoolexamen rekenen voor leerlingen zonder wiskunde vanaf schooljaar 2020–2021, valt er voor leerlingen zonder wiskunde een gat in de borging van het rekenniveau van één schooljaar. In verband met een verantwoorde en zorgvuldige invoering van het schoolexamen rekenen en vanwege het feit dat het – in tegenstelling tot het afschaffen van de rekentoets – gaat om een belastende maatregel, was het niet mogelijk het schoolexamen rekenen op hetzelfde moment als de afschaffing van de rekentoets in werking te laten treden.

De wijziging van het Besluit register onderwijsdeelnemers (artikel IV) werkt terug tot de inwerkingtreding van dat besluit, zijnde 1 juli 2020. Vanwege samenloop met het Besluit register onderwijsdeelnemers treedt ook artikel I, onderdeel Y, onder 2, op een later moment in werking dan de overige wijzigingen van het Eindexamenbesluit VO.

II. Artikelsgewijs

Artikel I. Wijziging Eindexamenbesluit VO

Artikel II. Wijziging Staatsexamenbesluit VO

In het Eindexamenbesluit VO en het Staatsexamenbesluit VO werd op een groot aantal plekken verwezen naar de rekentoets, omdat de rekentoets niet kon worden gezien als een centraal examen of een schoolexamen. Deze verwijzingen zijn vervallen als gevolg van het afschaffen van de rekentoets. Het gaat onder andere om verwijzingen naar de rekentoets in bepalingen over:

  • de begripsbepalingen (artikel I, onderdeel A, artikel II, onderdeel A);

  • onregelmatigheden tijdens het afleggen van de rekentoets (artikel I, onderdeel B, artikel II, onderdeel D);

  • vrijstellingen en ontheffingen voor de rekentoets (artikel I, onderdelen C en D, artikel II, onderdelen F en G);

  • de inhoud van het eindexamen, dat een rekentoets omvatte en de mogelijkheid voor leerlingen om de rekentoets op een hoger niveau af te leggen (artikel I, onderdelen E, F, G, H, I, J en K, artikel II, onderdeel E);

  • het centraal examen en de rekentoets, die niet meer van toepassing zijn op de rekentoets (artikel I, onderdelen L en M, artikel II, onderdelen H en I);

  • het cijfer voor de rekentoets (artikel I, onderdeel N, artikel II, onderdeel J, artikel II, onderdeel P);

  • het vaststellen van de uitslag (artikel I, onderdelen O, P en Q, artikel II, onderdelen K, L en M);

  • het aantal toetsmogelijkheden van de rekentoets of de herkansing daarvan (artikel I, onderdeel R, artikel II, onderdelen N en O);

  • het vermelden van het cijfer op de cijferlijst en de eventuele toevoeging «ER» voor leerlingen met ernstige rekenproblemen (artikel I, onderdelen S, T, U en V, artikel II, onderdelen S, Q en R);

  • een afwijkende wijze van examineren van de rekentoets (artikel I, onderdeel W, artikel II, onderdeel T);

  • het bewaren van de gemaakte rekentoets (artikel I, onderdeel X);

  • de rekentoets bij gespreid examen (artikel I, onderdeel Y);

  • het bedrag dat is verschuldigd door de kandidaat die de rekentoets aflegt als onderdeel van het staatsexamen (artikel II, onderdeel B);

  • aanmelding en vermelding van de rekentoets bij kandidaten van het staatsexamen (artikel II, onderdeel C).

Artikel I, onderdeel Z, Artikel II, onderdeel V

Nu de rekentoets is afgeschaft kan ook het overgangsrecht uit artikel 61 van het Eindexamenbesluit VO en artikel 43a van het Staatsexamenbesluit VO over het judicium cum laude en de rekentoets voor het eindexamen en staatsexamen vwo vervallen. Daarvoor in de plaats zijn nieuwe artikelen 61 Eindexamenbesluit VO en 43a Staatsexamenbesluit VO ingevoegd, die betrekking hebben op het schoolexamen en college-examen rekenen voor leerlingen zonder wiskunde.

Met de nieuwe overgangsbepalingen, artikel 61 Eindexamenbesluit VO en artikel 43a Staatsexamenbesluit VO, is overgangsrecht geregeld voor het schoolexamen en het college-examen rekenen, als bedoeld in het overgangsrecht van de artikelen 118jj en 118kk WVO en artikel 12.1a.1 WEB.

In artikel 61, eerste lid, Eindexamenbesluit VO is geregeld dat het eindexamen vmbo en havo een schoolexamen rekenen omvat, voor kandidaten die geen eindexamen of staatsexamen afleggen in het vak wiskunde. Artikel 43a, eerste lid, Staatsexamenbesluit VO regelt dat het staatsexamen een college-examen rekenen omvat. Het gaat in dat geval om kandidaten die in het reguliere vo geen eindexamen wiskunde of schoolexamen rekenen hebben gemaakt en die ook geen staatsexamen in het vak wiskunde afleggen of hebben afgelegd. Op dit schoolexamen of college-examen zijn in beginsel de geldende regels over het schoolexamen of college-examen van toepassing, maar op een aantal punten is afwijkend overgangsrecht getroffen.

Voor kandidaten van het eindexamen die in het bezit zijn van een diploma van een leerweg in het vmbo, en die binnen het vmbo opstromen naar een hoger niveau, is geregeld dat zij zijn vrijgesteld van het schoolexamen rekenen. Voor alle leerwegen van het vmbo is immers hetzelfde referentieniveau vastgesteld: niveau 2F. Het is niet noodzakelijk dat kandidaten die opstromen binnen het vmbo het schoolexamen rekenen opnieuw, op hetzelfde niveau, afleggen (artikel 61, tweede lid, Eindexamenbesluit VO). Een zelfde regeling gold ook voor de rekentoets.12 Dit geldt ook voor kandidaten die het staatsexamen afleggen. Als zij via het reguliere eindexamen of een eerder staatsexamen in een andere leerweg van het vmbo een schoolexamen of college-examen rekenen hebben gemaakt op niveau 2F, zijn zij vrijgesteld van het college-examen rekenen bij het behalen van een diploma via het staatsexamen in een andere leerweg van het vmbo (artikel 43a, tweede lid, Staatsexamenbesluit VO).

Voor het staatsexamen is bovendien geregeld dat een kandidaat die de rekentoets reeds heeft afgelegd is vrijgesteld van het college-examen rekenen (artikel 43a, derde lid, Staatsexamenbesluit VO). Kandidaten krijgen tien jaar de tijd om hun staatsexamen te voltooien. Als zij de rekentoets op het geldende referentieniveau hebben afgelegd, in de periode dat de rekentoets nog verplicht was, hoeven zij het college-examen rekenen niet af te leggen.

Het cijfer voor het schoolexamen of het college-examen rekenen telt niet mee in de uitslagbepaling voor het eindexamen of het staatsexamen (artikel 61, derde lid, Eindexamenbesluit VO en artikel 43a, vierde lid, Staatsexamenbesluit VO). Het cijfer voor het schoolexamen of college-examen rekenen wordt opgenomen op een bijlage bij de cijferlijst (artikel 61, vierde lid, Eindexamenbesluit VO en artikel 43a, vijfde lid, Staatsexamenbesluit VO). Voor een verdere toelichting op het meetellen en vermelden van het cijfer wordt verwezen naar paragraaf 2.3 van het algemeen deel van deze toelichting.

Kandidaten die op grond van het overgangsrecht zijn vrijgesteld van het schoolexamen of college-examen rekenen, krijgen op de bijlage bij hun cijferlijst een vermelding van die vrijstelling, zonder vermelding van het eerder behaalde cijfer (artikel 61, vijfde lid, Eindexamenbesluit VO en artikel 43a, zesde lid, Staatsexamenbesluit VO). Deze vrijstellingen vallen niet onder de regeling over de vermelding op de cijferlijst van vrijstellingen voor vakken, zoals opgenomen in artikel 52 van het Eindexamenbesluit VO of artikel 30 van het Staatsexamenbesluit VO.

Voor leerlingen die wiskunde als extra vak hebben gevolgd en het vak niet mee laten wegen in de uitslagbepaling, zoals beschreven in paragraaf 2.3 van de toelichting, is ook afwijkend overgangsrecht getroffen. In principe wordt het cijfer van een extra vak ook vermeld op de cijferlijst voor het eindexamen of staatsexamen, tenzij de leerling dat niet wil (artikel 52, derde lid, Eindexamenbesluit VO en artikel 30, vierde lid, Staatsexamenbesluit VO). In artikel 61, zesde lid, Eindexamenbesluit VO en artikel 43a, zevende lid, Staatsexamenbesluit VO, is geregeld dat wanneer een leerling eindexamen of staatsexamen heeft gedaan in het vak wiskunde als extra vak, maar bezwaar heeft geuit tegen het opnemen van het eindcijfer voor wiskunde op de cijferlijst (vergelijk artikel 52, derde lid, Eindexamenbesluit VO en artikel 30, vierde lid, Staatsexamenbesluit VO), het eindcijfer voor wiskunde – net zoals het cijfer voor het schoolexamen of college-examen rekenen – wordt vermeld op de bijlage bij de cijferlijst.

Als laatste is overgangsrecht opgenomen voor leerlingen die een leerwerktraject volgen. Leerlingen die een leerwerktraject volgen maken, als zij geen eindexamen doen in wiskunde, ook het schoolexamen rekenen (artikel 61, zevende lid, Eindexamenbesluit VO). Deze leerlingen maakten eerder ook de rekentoets.13 Een zelfde bepaling is opgenomen in artikel 43a, achtste lid, Staatsexamenbesluit VO. Het gaat in dat geval om leerlingen die op een reguliere school de praktische onderdelen van het leer-werktraject hebben afgerond en die door het afleggen van een staatsexamen in Nederlands, rekenen of een ander vak hun diploma behalen.

De beoogde inwerkingtreding van de overgangsbepalingen is 1 augustus 2020. Het schoolexamen rekenen wordt dan voor het eerst afgenomen bij leerlingen die in het schooljaar 2020–2021 eindexamen afleggen en bij kandidaten die in het kalenderjaar 2021 hun staatsexamen behalen.

De overgangsbepalingen 61 Eindexamenbesluit VO en 43a Staatsexamenbesluit VO vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Met deze artikelen is voorzien in een transitieperiode tussen de afschaffing van de rekentoets en de curriculumherziening. Zodra voor de betreffende leerlingen of kandidaten een andere voorziening is getroffen, zal het schoolexamen of het college-examen rekenen komen te vervallen. Omdat op dit moment nog onduidelijk is wanneer dat precies zal zijn, wordt het vervallen van deze artikelen bij koninklijk besluit geregeld.

Artikel III. Wijziging Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022

In de artikelen 7 en 8 van het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022 zijn de verwijzingen naar de rekentoets geschrapt, omdat ook in de vakmanschaproute en de beroepsroute de rekentoets niet langer wordt afgenomen.

Artikel IV. Wijziging Besluit register onderwijsdeelnemers

Met dit artikel vervallen de verwijzingen naar de rekentoets uit het Besluit register onderwijsdeelnemers (Bro). Onderdeel A regelt dat de rekentoets of de rekentoets ER niet langer deel uitmaakt van de basisgegevens van onderwijsdeelnemers in het voortgezet speciaal onderwijs (artikel 7, tweede lid, onderdeel b, onder 4, Bro), het voortgezet onderwijs (artikel 7, derde lid, onderdeel d, Bro) of het vavo (artikel 7, vierde lid, onderdeel e, Bro). Op grond van onderdeel B worden over het afleggen van de rekentoets ook niet meer in het register onderwijsdeelnemers opgenomen als onderdeel van de diplomagegevens (artikel 17, tweede lid, onderdeel f, Bro). Tot slot laat onderdeel C de verwijzingen naar de rekentoets uit de bijlage bij het Bro vervallen. Als gegevens met betrekking tot de rekentoets geen deel meer uitmaken van de basisgegevens in het register onderwijsdeelnemers, kunnen ze immers ook niet meer uit het register verstrekt worden aan derden.

Artikel V. Inwerkingtreding

Voor een toelichting op de inwerkingtreding wordt verwezen naar paragraaf 9 van het algemeen deel van de toelichting.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Kamerstukken II 2018/19, 31 332, nr. 96.

X Noot
2

Kamerstukken II 2019/20, 35 357, nr. 2.

X Noot
3

Kamerstukken II 2018/19, 31 332, nr. 90.

X Noot
4

Bijlage bij: Kamerstukken II 2017/18, 31 332, nr. 86.

X Noot
5

Waar in deze toelichting wordt gesproken over het schoolexamen rekenen voor leerlingen zonder wiskunde wordt ook bedoeld het college examen rekenen voor kandidaten zonder wiskunde, tenzij anders vermeld.

X Noot
6

Kamerstukken II 2018/19, 31 332, nr. 90.

X Noot
7

Regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst», p. 9.

X Noot
8

Voor het eindexamen vmbo-bb was dat ook al het geval voor de rekentoets, vergelijk artikel 53a van het Eindexamenbesluit, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van dit besluit.

X Noot
9

Vergelijk artikel 35, eerste lid, Eindexamenbesluit VO en artikel 15, eerste lid, Staatsexamenbesluit VO.

X Noot
10

Zie artikel 7.1.3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

X Noot
11

Kamerstukken II 2018/19, 31 332, nr. 90.

X Noot
12

Vergelijk artikel 22, tiende lid, artikel 24, zesde lid en artikel 25, zesde lid, van het Eindexamenbesluit VO, zoals deze artikelen luidden voor inwerkingtreding van dit besluit.

X Noot
13

Artikel 23, derde lid, Eindexamenbesluit VO, zoals dat besluit luidde voor inwerkingtreding van dit besluit.