Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 maart 2018
Op 13 december 2016 heeft uw Kamer een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht
om in overleg met de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren (NVvW) een alternatief
voor de rekentoets uit te werken inclusief tijdpad.1 Ik stuur uw Kamer dit uitgewerkte plan2, dat inmiddels een nieuw perspectief voor rekenen in het voortgezet onderwijs heet.
Tevens wordt dit plan als input naar het ontwikkelteam rekenen en wiskunde van curriculum.nu
gestuurd.
Een nieuw perspectief voor rekenen in het voortgezet onderwijs
Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer geïnformeerd over het proces en de randvoorwaarden
om te komen tot een nieuw perspectief voor rekenen in het voortgezet onderwijs.3 De vakinhoudelijk experts van de NVvW hebben het plan inhoudelijk vormgegeven en
zijn daarbij ondersteund door curriculumexperts van de SLO. OCW is verantwoordelijk
voor het proces en het zorgdragen voor een goede verbinding met de integrale curriculumherziening
(curriculum.nu).
Om te zorgen dat het nieuwe perspectief voor de rekentoets van de NVvW goed aansluit
bij de rest van het curriculum en leerlingen goed voorbereidt op het vervolgonderwijs
hebben er rondetafelgesprekken plaatsgevonden met betrokkenen uit de sector voortgezet
onderwijs en uit het vervolgonderwijs. Op basis van deze gesprekken is het plan bijgesteld
en aangevuld. Daarnaast zijn belanghebbenden in het primair, voortgezet en vervolgonderwijs
in staat gesteld om te reageren op het uiteindelijke plan. Deze reacties worden, samen
met het bijgevoegde nieuwe perspectief voor de rekentoets, meegegeven aan het ontwikkelteam
rekenen en wiskunde van curriculum.nu
Nieuw perspectief als input voor curriculum.nu
Het nieuwe perspectief voor de rekentoets richt zich op de integratie van rekenen
in verschillende vakken. Daarmee sluit het aan bij een van de hoofddoelstellingen
van de curriculumherziening: het bevorderen van samenhang binnen de onderwijsinhoud.
Om deze reden wordt het nieuwe perspectief gebruikt als input voor curriculum.nu.
Vervolgens wordt, op basis van de uitkomsten van curriculum.nu, de onderwijsinhoud
en afsluiting te zijner tijd aangepast.
Transitiefase tot invoering uitkomsten curriculum.nu
In het nieuwe perspectief voor de rekentoets wordt aangegeven dat in de transitiefase,
tussen nu en de invoering van curriculum.nu, de opgebouwde kennis van en motivatie
voor het rekenonderwijs behouden moet blijven.
Deze boodschap komt overeen met het bericht van de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren
(NVvW) en de VO-raad dat uw Kamer mij op 22 januari jongstleden doorstuurde. Beide
organisaties wensen een spoedige invoering van een «tussenoplossing voor de rekentoets».
Ik deel de mening van de NVvW en de VO-raad dat rekenen belangrijk is en blijft voor
leerlingen om goed te functioneren in het vervolgonderwijs, op de arbeidsmarkt en
in de maatschappij, en dat daarom de opgebouwde expertise en energie behouden en versterkt
moet worden. Zo blijven we inzetten op de ondersteuning van scholen in het vormgeven
van hun rekenonderwijs via Steunpunt taal en rekenen.
Momenteel ben ik intensief met belanghebbenden, waaronder de NVvW en de VO-raad, in
gesprek om vooruitlopend op de uitkomsten van curriculum.nu met een korte termijn
oplossing te komen, zoals de NVvW ook aangeeft op haar website. Het doel van deze
oplossing is om de aandacht voor rekenen te behouden, totdat rekenen een structurele
plek in het curriculum heeft gekregen. De korte termijn oplossing houdt in dat rekenen
opnieuw wordt gepositioneerd binnen de kaders van het huidige curriculum, zodat het
op korte termijn mee kan gaan tellen voor het behalen van het diploma in alle schoolsoorten
en in het mbo. Hiernaast onderzoek ik hoe de huidige ondersteuning van scholen bij
het vormgeven van hun rekenonderwijs in de toekomst aangepast kan worden aan de dan
geldende situatie.
Naast de afstemming die op dit moment plaatsvindt, ben ik ook gestart met de voorbereiding
van de nodige aanpassing van regelgeving om de beoogde oplossing op korte termijn
in te voeren. Overeenkomstig het regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) streef ik naar ingang per schooljaar 2019–2020. Tot die tijd blijft de huidige regelgeving,
waarover ik uw Kamer afgelopen december heb geïnformeerd, van kracht.4
Zoals ik tijdens het AO examens op 7 februari jl. (Kamerstukken 31 289, 30 079 en 31 293, nr. 351) heb gemeld, informeer ik uw Kamer dit voorjaar over de verdere invulling van deze
oplossing. Daarbij is mijn streven om nog vóór de zomer het debat hierover te hebben,
zodat scholen en leerlingen aan het begin van volgend schooljaar helderheid hebben
over de regels die gaan gelden in het schooljaar 2019–2020.
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,
A. Slob