Besluit van 1 juni 2018 tot wijziging van het Waterbesluit in verband met normering van de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein, de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen en de kanaaldijk Kreekrakpolder en overdracht van voorhavendijken

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 28 maart 2018, nr. IenW/BSK-2018/45473, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 2.4 en 3.1, eerste lid, van de Waterwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 11 april 2018, nr. W17.18.0074/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 28 mei 2018, nr. IenW/BSK-2018/81243, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Waterbesluit wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2.1a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het artikel wordt vernummerd tot artikel 2.2a.

2. In het derde lid wordt na «veiligheidsnorm» een komma ingevoegd.

B

Bijlage Ia wordt vervangen door bijlage Ia bij dit besluit.

C

Bijlage Ib wordt vervangen door bijlage Ib bij dit besluit.

D

Bijlage III, onderdeel 1, wordt als volgt gewijzigd:

1. In het onderdeel beginnend met «Prinses Beatrixsluizen» wordt «voorhavendijken» vervangen door «voorhavendijk Oost».

2. Na «Prinses Beatrixsluizen» vervalt «; inclusief voorhavendijk Oost».

3. Na «Koninginnensluizen» vervalt «; inclusief voorhavendijken».

4. Na «Prinses Irenesluizen» vervalt «; inclusief voorhavendijken».

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2018, met uitzondering van artikel I, onderdeel D, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 1 juni 2018

Willem-Alexander

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

Uitgegeven de negentiende juni 2018

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

Bijlage Ia, behorend bij artikel I, onderdeel B, van het Besluit tot wijziging van het Waterbesluit in verband met normering van de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein, de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen en de kanaaldijk Kreekrakpolder en overdracht van voorhavendijken

Bijlage IA. Rijksdriehoekscoördinaten begrenzingen en veiligheidsnormen dijkdelen (Bijlage bij artikel 2.2a, eerste en derde lid, van het Waterbesluit)

Dijkdeel

Beginpunt voor de toepassing van artikel 2.2a, eerste lid

Eindpunt voor de toepassing van artikel 2.2a, eerste lid

Gemiddelde overschrijdingskans per jaar als bedoeld in artikel 2.2a, derde lid

 

x

y

x

y

 

301

128792

483775

129611

482978

1:1000

302

129659

482881

129864

481920

1:1000

303

129864

481920

130159

479715

1:300

304

130174

479697

130148

476448

1:1000

305

130019

476392

129169

471663

1:100

306

129169

471663

128359

466968

1:300

307

128359

466968

128201

464837

1:100

308

128202

464829

128486

463324

1:300

309

128486

463324

132167

459958

1:300

310

153134

440639

159707

434675

1:100

311

159638

434592

152869

440528

1:100

312

239151

487160

239837

487926

1:100

313

241307

473450

239087

487004

1:100

314

239865

487952

238939

486082

1:100

315

238926

485490

241348

473498

1:100

316

243077

473933

244573

474647

1:100

317

246046

474659

246275

474658

1:100

318

246462

474651

248987

474537

1:100

319

251738

474078

253409

473445

1:100

320

243120

473866

244569

474599

1:100

321

248381

474520

245533

474608

1:100

322

253378

473406

251771

474001

1:100

323

213092

463941

223927

464804

1:100

324

223933

464723

213013

463788

1:100

325

186884

420282

184823

429349

1:100

326

184955

429400

184620

428639

1:100

327

184521

428420

185598

422919

1:100

328

185598

422919

187066

420376

1:100

329

112030

404672

116488

406747

1:100

330

116496

406697

112058

404544

1:100

331

117295

405488

117054

406167

1:100

332

120168

404499

127579

400982

1:100

333

127647

400929

129615

399718

1:100

334

129768

399584

121134

404177

1:100

335

130618

399305

131310

399189

1:100

336

131205

399168

130614

399221

1:100

337

134460

398854

134977

398267

1:100

338

135866

396697

136850

393973

1:100

339

136824

393797

136104

395932

1:100

340

139625

391290

141644

390190

1:100

341

141538

390205

139608

391259

1:100

342

142541

389961

148695

390121

1:100

343

148698

390093

142457

389866

1:100

344

159968

390603

161584

390684

1:100

345

161385

390641

159970

390560

1:100

346

162495

390729

167449

391501

1:100

347

167449

391501

168620

391628

1:100

348

167828

391501

162097

390673

1:100

349

169637

391670

170527

391699

1:100

350

170828

391677

170429

391657

1:100

351

150940

409367

149590

408825

1:150

352

151375

416698

154157

410165

1:150

353

153921

410335

151260

416645

1:150

354

151409

410786

153921

410335

1:150

355

154157

410165

154611

409664

1:150

356

156121

408035

151299

410760

1:150

357

154611

409664

156177

408090

1:100

358

159020

406636

163991

403088

1:100

359

163971

403065

159003

406566

1:150

360

165060

402175

168817

398761

1:100

361

168771

398743

165041

402155

1:150

362

168895

398658

171341

395359

1:100

363

170683

396187

168852

398636

1:150

364

171314

395339

170683

396187

1:100

365

172151

394255

175432

389212

1:100

366

172983

392466

172117

394234

1:100

367

171497

391884

172943

392366

1:100

368

173416

390588

171603

391880

1:100

369

175295

389374

173447

390592

1:100

370

176341

386361

176863

380897

1:100

371

175941

383990

176281

386350

1:100

372

176664

381605

175911

383970

1:100

373

176878

380802

178613

378627

1:100

374

178599

378588

176840

380798

1:100

375

178705

378537

179811

373544

1:100

376

179607

375209

178691

378502

1:100

377

179799

373543

179674

374611

1:100

378

179835

373451

180063

371335

1:100

379

180040

371333

179802

373449

1:100

380

180080

371231

180390

368448

1:100

381

180408

367943

180047

371227

1:100

382

191070

370900

193614

372279

1:100

383

190871

370791

191053

370894

1:100

384

189706

370139

190837

370777

1:100

385

193614

372279

189706

370139

1:100

386

181122

365499

189636

370083

1:100

387

189636

370083

181110

365406

1:100

388

181066

365179

181143

365048

1:100

389

181021

364977

180804

365012

1:100

390

174664

361849

180317

364908

1:100

391

180322

364897

177181

363247

1:100

392

168677

358598

174572

361798

1:100

393

174580

361785

168709

358585

1:100

394

183167

361613

188117

354091

1:100

395

188066

354010

183113

361586

1:100

396

189260

350012

184840

341596

1:100

397

182474

335555

189057

350009

1:100

398

183939

338580

182526

335527

1:100

399

180540

330392

181548

333206

1:100

400

179309

325211

180912

328765

1:100

401

178666

324029

178801

324304

1:100

402

180966

328729

177982

322507

1:100

403

177812

322133

177161

320677

1:100

404

45856

372704

49373

365467

1:300

405

46671

368308

45480

371927

1:100

406

44147

359119

46671

368308

1:300

407

49374

365468

44422

359397

1:100

408

149547

408913

150894

409506

1:150

409

125661

486553

125680

486422

1:100

410

125680

486422

128487

483809

1:1000

411

128487

483809

128584

483724

1:100

412

128584

483724

129911

479711

1:300

413

129911

479711

129906

479689

1:1000

414

129906

479689

128445

468143

1:300

415

128445

468143

128439

468129

1:1000

416

128439

468129

128081

464855

1:300

417

128081

464855

128083

464844

1:1000

418

128083

464844

130818

460898

1:100

419

133679

456818

136131

448171

1:100

420

133361

413838

135436

409642

1:150

421

74724

385149

77269

376894

1:100

Bijlage Ib, behorend bij artikel I, onderdeel C, van het Besluit tot wijziging van het Waterbesluit in verband met normering van de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein, de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen en de kanaaldijk Kreekrakpolder en overdracht van voorhavendijken

Bijlage IB. Weergave dijkdelen (Bijlage bij artikel 2.2a, tweede lid, van het Waterbesluit)

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

Achter het stelsel van primaire waterkeringen, dat ons land beschermt tegen overstromingen vanuit de zee, de grote rivieren en de grote meren (buitenwater), bevinden zich duizenden kilometers andere dan primaire waterkeringen1 die laaggelegen gebieden tegen overstroming door binnenwater beschermen. In deze gebieden bevinden zich woonwijken, bedrijventerreinen en luchthavens. Gelet op het belang van de door niet-primaire waterkeringen beschermde gebieden, is het gewenst dat naast primaire waterkeringen ook voor niet-primaire waterkeringen veiligheidsnormen zijn vastgelegd. Verreweg het grootste deel van deze keringen is bij waterschappen in beheer; enkele zijn krachtens artikel 3.1, eerste lid, van de Waterwet in beheer bij het Rijk. Die keringen zijn aangewezen in bijlage III bij het Waterbesluit. Dit betreft voornamelijk kaden langs zogenaamde rijkskanalen. Deze worden op grond van de Waterwet genormeerd. Voor de meeste keringen is dat al gebeurd. Het onderhavige besluit regelt de normering van drie waterkeringen die in beheer zijn bij het Rijk en met ingang van 1 januari 2017 op grond van artikel 2.4 van de Waterwet genormeerd dienen te worden als niet-primaire waterkering: de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein, de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen en de kanaaldijk Kreekrakpolder. Daarnaast vervallen (in twee stappen) uit bijlage III, onderdeel 1, bij het Waterbesluit de voorhavendijken bij de Prinses Beatrixsluizen, Koninginnensluizen en Prinses Irenesluizen. Deze voorhavendijken worden in beheer overgedragen aan het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.

2. Aanleiding en achtergrond

Met veiligheidsnormen voor niet-primaire waterkeringen wordt het maatschappelijk nog aanvaardbaar te achten risico voor de bescherming tegen overstromingen vanuit binnenwateren vastgelegd. Daarbij wordt gebruikgemaakt van te onderscheiden overstromingspatronen, die ertoe kunnen leiden dat verschillende delen van een waterkering aan verschillende normen moeten voldoen. De normen bieden burgers en bedrijven duidelijkheid over de bescherming waarop zij mogen rekenen. Voor de beheerder (het Rijk/Rijkswaterstaat) maken de normen duidelijk waaraan met beheer en onderhoud moet worden voldaan.

Met een wijziging van de Waterwet op 1 januari 2017 is een nieuw stelsel voor de bescherming tegen overstromingen vanuit het buitenwater ingevoerd.2 Uitgangspunt van de nieuwe normering is de risicobenadering, waarbij veiligheidsnormen in de meeste gevallen zijn uitgedrukt in een overstromingskans per dijktraject. De normering in de vorm van dijkringen is verlaten, waardoor een aantal waterkeringen die tot 1 januari 2017 van een dijkring deel uitmaakten, hun functie in het primaire systeem hebben verloren. Zo ook de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein, de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen en de kanaaldijk Kreekrakpolder. Deze waterkeringen vervullen nog wel een functie in het regionaal systeem. Daarom zijn deze keringen met ingang van 1 januari 2017 toegevoegd aan bijlage III, onderdeel 2, bij het Waterbesluit als andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk.3 Deze waterkeringen houden de vaarweg in stand en beschermen het achterliggende gebied tegen overstromingen vanuit de genoemde kanalen.

De Waterwet bepaalt in het nieuwe tweede lid van artikel 2.4 dat voor de voornoemde waterkeringen de veiligheidsnormen uiterlijk 1 januari 2019 moeten zijn vastgesteld. Bij het onderhavige besluit wordt dat gedaan. Daarnaast worden de coördinaten van de begin- en eindpunten van de reeds genormeerde dijkdelen geactualiseerd en op een eenduidige wijze vastgelegd.

De overdracht van de voorhavendijken vloeit voort uit het Bestuursakkoord Water van 2011, waarin is afgesproken dat primaire waterkeringen die de toen nog gehanteerde dijkringen omsluiten, volledig bij waterschappen in beheer zijn. Daartoe wordt een overeenkomst gesloten. De overdracht wordt geformaliseerd door het onderhavige besluit.

3. Hoofdlijnen van het besluit

De voornoemde drie waterkeringen die sinds 1 januari 2017 niet meer tot het primaire systeem behoren, maar zijn aangemerkt als andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk, worden bij het onderhavige besluit van veiligheidsnormen voorzien. Voor de voormalige dijkring 14 hebben de hoogheemraadschappen De Stichtse Rijnlanden, Amstel, Gooi en Vecht en Rijnland met Rijkswaterstaat een advies opgesteld over de voor de voormalige primaire keringen te hanteren veiligheidsnormen. De geadviseerde normen voor de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein zijn overgenomen. Voor de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen wordt in overeenstemming met de in de regio gemaakte bestuurlijke afspraken een veiligheidsnorm van 1:150 per jaar gehanteerd. De veiligheidsnorm van de kanaaldijk Kreekrakpolder is bepaald met de door de gezamenlijke provincies ontwikkelde methodiek voor regionale keringen.

De in bijlage III, onderdeel 2, bij het Waterbesluit opgenomen waterkeringen zijn onderverdeeld in kleinere delen waaraan een waterveiligheidsnorm is verbonden, in het Waterbesluit gedefinieerd als «dijkdelen». Daarbij maakt een waterkerend kunstwerk dat onderdeel vormt van een waterkering, mits het niet anders is genormeerd, deel uit van het dijkdeel waarin het is gelegen. Daarvoor geldt de norm van het dijkdeel waarin het is gelegen. Voor drie in de Westelijke kanaaldijk van het Amsterdam-Rijnkanaal gelegen waterkerende kunstwerken zijn afzonderlijke normen gesteld, waardoor het aparte dijkdelen zijn (413, 415 en 417). Deze waterkerende kunstwerken scheiden het Amsterdam-Rijnkanaal van boezemwateren met boezemkaden in hogere veiligheidsklassen. De normen van die waterkerende kunstwerken zijn gelijkgesteld aan de normen voor de achterliggende boezemkaden.

De normen zijn uitgedrukt in jaarlijkse overschrijdingskansen van de hoogwaterstanden waartegen het dijkdeel bestand moet zijn. Bijvoorbeeld, een norm uitgedrukt in een overschrijdingskans van 1:100 betekent dat een dijkdeel een waterstand moet kunnen keren die gemiddeld eenmaal per honderd jaar bereikt of overschreden wordt. Bij het ontwikkelen van de normen is aansluiting gezocht bij de wijze waarop keringen door de provincies worden genormeerd. Daarbij is gebruikgemaakt van de door het IPO opgestelde richtlijnen voor boezemkaden en andere niet-primaire keringen. Daarmee is een uniforme aanpak van de niet-primaire waterkeringen in ons land gewaarborgd. De hoogte van de norm is afhankelijk van de economische schade die bij een doorbraak valt te verwachten. Hoe groter de verwachte gevolgen van een doorbraak, hoe strenger de norm. In het algemeen is een norm van 1:100 per jaar gehanteerd. Voor delen van waterkeringen die een groter belang beschermen dan waarvan in het algemeen sprake is achter niet-primaire waterkeringen, is een strengere norm gehanteerd.

In een waterkering kunnen ook ingegraven delen gelegen zijn, zoals bij De Meern. Er is daar geen sprake van een kade of dijk, dus feitelijk ook niet van een waterkering die kan bezwijken. Daaraan is geen norm toegekend, omdat het maaiveld naast het kanaal hoger ligt dan het kanaalpeil. Dat water over de kering komt en het achterliggende gebied overstroomt, is praktisch onmogelijk. In de ingegraven delen kunnen waterkerende kunstwerken voorkomen die een verbinding vormen met landinwaarts, lager gelegen gebied. Op grond van het vierde lid van artikel 2.2a (nieuw) van het Waterbesluit geldt voor die kunstwerken een norm van 1:100. Om die reden worden zij vermeld in bijlage IB bij het Waterbesluit. Andere redenen waarom ingegraven delen in deze bijlage zijn opgenomen, zijn dat de strook naast het kanaal voor het beheer door Rijkswaterstaat van belang is en dat de betreffende waterkeringen, dus de combinatie van ingegraven en niet-ingegraven delen, een aaneengesloten geheel vormen.

Bijlage IA bij het Waterbesluit wordt vervangen om de rijksdriehoekscoordinaten op consistente wijze (ten opzichte van de feitelijke situatie en ten opzichte van elkaar) weer te geven. Daartoe is de volgorde van de coördinaten per dijktraject aangepast. Tevens zijn noodzakelijke correcties aangebracht. De veiligheidsnormen per dijkdeel zijn in beginsel ongewijzigd gebleven; er is één uitzondering, welke in de artikelsgewijze toelichting bij artikel I, onderdeel B, is aangegeven.

Tot slot wordt, zoals aangegeven, bijlage III, onderdeel 1, bij het Waterbesluit aangepast, zodat de voorhavendijken bij de Prinses Beatrixsluizen, Koninginnensluizen en Prinses Irenesluizen niet langer in beheer zijn bij het Rijk, maar bij het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (via de provinciale verordening waarmee het waterbeheer is toegekend aan het waterschap). Met deze overdracht wordt voldaan aan de tussen Rijkswaterstaat en de Unie van Waterschappen gesloten afspraken op 14 december 2012. Deze afspraken zijn weer een uitwerking van het Bestuursakkoord Water dat in 2011 is gesloten op basis van het advies dat bekend staat onder Brokx-Nat. In het Bestuursakkoord Water is daarover de volgende passage opgenomen: «Dijkringen, gebieden beschermd tegen buitenwater door een primaire waterkering, zijn voor het grootste gedeelte in beheer bij de waterschappen. Voorliggende primaire waterkeringen, zoals de stormvloedkeringen en de dammen, zijn voor het grootste deel in beheer bij het Rijk. We gaan toe naar een situatie waarbij alle dijkringen volledig in beheer zijn bij de waterschappen en alle voorliggende primaire waterkeringen in beheer zijn bij het Rijk. In 2011 zullen de waterschappen en Rijkswaterstaat conform de onderling gemaakte afspraken uit januari 2011 komen tot overdracht van keringen en wateren. Het algemene uitgangspunt daarbij is dat overdracht moet leiden tot doelmatiger en transparanter beheer en onderhoud. Voor de primaire keringen is de filosofie dat dijkringen worden gesloten en in beheer komen van waterschappen en verbindende keringen, met aan de achterzijde rijkswater, in beheer bij Rijkswaterstaat komen.» De overdracht (door middel van de een overeenkomst en dit besluit) geeft uitvoering aan de Afspraken Areaaloverdracht voor de primaire keringen binnen het gebied van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Er moeten nog afspraken worden gemaakt over het exacte moment van overdracht. Daarom wordt de formalisering van de overdracht in het Waterbesluit op een bij koninklijk besluit te bepalen moment geëffectueerd (zie artikel I, onderdeel D, en artikel II van dit besluit). De overdracht van de voorhavendijk Oost bij de Prinses Beatrixsluizen kan waarschijnlijk pas op een later moment plaatsvinden dan de overdracht van de andere voorhavendijken. De voorhavendijk Oost betreft namelijk een nieuwe dijk, waarvan de aanleg onderdeel is van het nog in uitvoering zijnde realisatieproject voor de aanleg van de derde kolk van de Beatrixsluis. Vandaar dat de overdracht daarvan op een nog later bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kan worden geregeld.

4. Uitvoering en handhaving

De waterkeringen die bij het onderhavige besluit worden genormeerd, dienen vanaf de datum van inwerkingtreding van het besluit aan de gestelde normen te voldoen. Rijkswaterstaat is als de feitelijke beheerder van de desbetreffende waterkeringen door het onderhavige besluit gebonden om de waterkeringen aan de normen te laten voldoen. Om te beoordelen of de waterkeringen aan de normen voldoen, zullen deze keringen door Rijkswaterstaat worden getoetst. Dat gebeurt aan de hand van voorschriften voor toetsing en de op grond van artikel 2.5 van de Waterwet bij ministeriële regeling4 vastgestelde hydraulische randvoorwaarden. De Inspectie Leefomgeving en Transport ziet toe op de correcte naleving van die voorschriften bij de toetsing van de waterkeringen aan de wettelijke veiligheidsnormen door Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat en de Inspectie Leefomgeving en Transport zullen de resultaten van de toetsing rapporteren aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. De Minister is voornemens de Tweede Kamer en de colleges van gedeputeerde staten te informeren over de resultaten van de toetsing. De eerste toetsing door Rijkswaterstaat zal plaatsvinden op basis van de situatie in 2020. Uitgaande van een voorgenomen twaalfjaarlijkse toetscyclus, zoals die ook voor de primaire waterkeringen geldt, zal de daaropvolgende toetsronde in 2032 afgerond zijn. Wanneer uit de toetsing blijkt dat een waterkering niet aan de gestelde norm voldoet, brengt Rijkswaterstaat de waterkering in een zodanige staat dat aan de norm wordt voldaan.

5. Financiële gevolgen voor het Rijk

Rijkswaterstaat beoordeelt of de waterkeringen aan de norm voldoen. Voor eventuele maatregelen die noodzakelijk zijn om de drie waterkeringen aan de veiligheidsnorm te laten voldoen, is in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (een onderdeel van het deltafonds) een bedrag van € 80 miljoen gereserveerd.

Ten aanzien van de overdracht van het beheer van de voorhavendijken bij de Prinses Beatrixsluizen, de Koninginnensluizen en de Prinses Irenesluizen is in de afspraken uit het Bestuursakkoord Water opgenomen dat het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden een «gewenningsbijdrage» van € 180.000,– van Rijkswaterstaat betaald krijgt. Uitgangspunt in deze afspraken is verder dat naast het beheer ook de eigendom wordt overgedragen. Daarnaast zijn nadere afspraken gemaakt over de kosten die het Hoogheemraadschap gaat maken voor versterking van de voorhavendijken. Die versterking is nodig om de dijken aan de nieuwe normering van primaire waterkeringen te laten voldoen.5 Die kosten kunnen – op basis van de huidige inschatting – € 23,7 miljoen bedragen. Afgesproken is dat de kosten worden gedragen door het Rijk. Deze kosten komen ten laste van het deltafonds.

6. Gevolgen

De normering van niet-primaire waterkeringen biedt burgers en bedrijven in de achtergelegen gebieden duidelijkheid over de vraag op welke veiligheid gerekend mag worden. Voor Rijkswaterstaat biedt het een basis voor het beheer en onderhoud, aangezien kan worden uitgegaan van een vastgestelde veiligheidsnorm.

Dit besluit heeft ten aanzien van de normering geen administratieve of financiële gevolgen voor burgers en bedrijven. Het betreft normen voor waterkeringen die in beheer zijn bij het Rijk.

Voor wat betreft de overdracht van het beheer van de voorhavendijken zijn er wel gevolgen voor overheden: het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is vanaf de overdracht verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de voorhavendijken. Om het waterschap tegemoet te komen, is voorzien in een zogenaamde «gewenningsbijdrage» van € 180.000,– en de afspraak dat het Rijk de kosten voor een eventueel nodige versterking in het kader van de nieuwe normering per 1 januari 2017 zal dragen. Een deel van de gronden die zijn overgedragen, zijn verpacht. Het waterschap neemt de gronden over en respecteert de geldende overeenkomsten.

7. Advisering en consultatie

In overeenstemming met artikel 2.4, eerste lid, van de Waterwet zijn de betrokken colleges van gedeputeerde staten over de voorgestelde normen gehoord. De colleges van Noord-Holland en Zeeland hebben instemmend op de voorgestelde normen gereageerd. Het college van gedeputeerde staten van Utrecht vroeg aandacht voor de op het Amsterdam-Rijnkanaal uitkomende Zuidersluis en de onder dit kanaal gelegen sifon en adviseerde voor beiden een strengere norm te hanteren. Over de normering van de Zuidersluis heeft overleg met de provincie Utrecht plaatsgevonden. Uitkomst daarvan is dat, onder de voorwaarde dat de naar het Amsterdam-Rijnkanaal kerende deuren in goede waterkerende staat worden gehouden, de provincie met de voorgestelde norm kan instemmen. De betreffende sifon maakt geen deel uit van de waterkering langs het Amsterdam-Rijnkanaal, maar is onderdeel van het watersysteem van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. De normering daarvan is geen bevoegdheid van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, maar van de provincie Utrecht.

Met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is overeenstemming bereikt over de overdracht van de voorhavendijken bij de Prinses Beatrixsluizen, de Koninginnensluizen en de Prinses Irenesluizen. De eerste stap daartoe was al in 2011 gezet bij het Bestuursakkoord Water. De overeenstemming wordt vervolgens vastgelegd in een overdrachtsovereenkomst tussen Rijkwaterstaat en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. De overeenkomst is ter kennisgeving met de provincie Utrecht gedeeld. De provincie heeft geen bezwaren tegen de overdracht geuit. Hiermee is voor de betreffende aanpassing van bijlage III bij het Waterbesluit (artikel I, onderdeel D) voldaan aan artikel 3.1, vijfde lid, van de Waterwet.

Omdat dit besluit enkel een toevoeging van drie keringen aan het Waterbesluit, technische wijzigingen in de bijlagen IA en IB bij het Waterbesluit en de overdracht van het beheer van de voorhavendijken langs het Amsterdam-Rijnkanaal betreft, heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport afgezien van een uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets. De directeur-generaal Rijkswaterstaat heeft, in de voorbereiding van de wijziging van de Waterwet per 1 januari 2017, reeds zijn visie gegeven op de overgang van de drie waterkeringen van het primaire naar het regionale systeem.

Aangezien er geen noemenswaardige gevolgen zijn voor burgers, bedrijven en instellingen (geen verandering in verplichtingen en rechten, administratieve lasten of uitvoeringslasten; zie paragraaf 6 van deze toelichting), is afgezien van internetconsultatie. Dat is in lijn met het kabinetsstandpunt inzake internetconsultatie.6

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A

Per abuis was het artikel betreffende de normering van andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk genummerd als 2.1a. Gezien de plaatsing na paragraaf 1 van hoofdstuk 2 van het Waterbesluit, zou het artikel als 2.2a genummerd moeten zijn. Bij dit besluit is dat hersteld. Daarnaast wordt voor de leesbaarheid een komma ingevoegd in het derde lid.

Artikel I, onderdeel B

Bijlagen IA bij het Waterbesluit is bij het onderhavige besluit opnieuw vastgesteld. In bijlage IA zijn begrenzingen van en veiligheidsnormen voor dijkdelen weergegeven. Aan de tabel zijn de dijkdelen 409 tot en met 421 met begin- en eindpunten en veiligheidsnormen toegevoegd. Deze betreffen de Westelijke kanaaldijk Amsterdam-Rijnkanaal en Lekkanaal tussen Amsterdam en Nieuwegein (409 tot en met 419), de Westelijke kanaaldijk Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch Drongelen (420) en de kanaaldijk Kreekrakpolder (421).

De locaties die zijn aangeduid met de (x- en y-)rijksdriehoekscoördinaten in de tweede en derde kolom van bijlage IA vormen de begin- en eindpunten van de dijkdelen. Zo ontstaat geen onduidelijkheid over waar binnen de waterkering als geheel welke norm geldt. Echter, de desbetreffende coördinaten bleken in sommige gevallen licht af te wijken van de feitelijke situatie. Daarnaast waren de begin- en eindpunten ten opzichte van elkaar niet consequent weergegeven, in die zin dat bijvoorbeeld soms het meest zuidelijke punt het beginpunt van een dijkdeel was, terwijl bij een ander dijkdeel het meest zuidelijke punt juist het eindpunt was. Deze inconsequenties zijn opgelost door bijlage IA in haar geheel opnieuw vast te stellen.7 Daarin zijn de rijksdriehoekscoördinaten geactualiseerd en zijn de meest noordelijke coördinaten telkens het beginpunt van een dijkdeel. De veiligheidsnormen zijn ongewijzigd gebleven, met uitzondering van die van dijkdeel 357. De veiligheidsnorm daarvoor was per abuis vermeld als 1:1000, terwijl die feitelijk 1:100 is. Op de kaart in bijlage IB bij het Waterbesluit was dit wel goed weergegeven.

Artikel I, onderdeel C

Bijlage IB is eveneens opnieuw vastgesteld. Daarin zijn, op grond van het tweede lid van artikel 2.2a (nieuw) van het Waterbesluit, de dijkdelen weergegeven die op grond van het eerste lid in bijlage IA zijn begrensd. Ten opzichte van de vorige versies van de kaarten zijn daar dus in ieder geval de drie eerdergenoemde niet-primaire waterkeringen bijgekomen. De veiligheidsnormen die gelden voor de aangeduide dijkdelen zijn op basis van het derde lid van artikel 2.2a (nieuw) van het Waterbesluit weergegeven in de vierde kolom van bijlage IA. Zoals in paragraaf 3 aangegeven, zijn de veiligheidsnormen uitgedrukt in overschrijdingskansen. De normen zijn ook terug te zien in de legenda van de kaarten in bijlage IB.

Vanwege de schaalgrootte geven de overzichtskaarten in bijlage IB de ligging van de keringen en dijkdelen daarvan slechts globaal weer. De ligging van de dijkdelen 371, 372 en 401 is iets anders geworden op de nieuwe kaarten in bijlage IB in vergelijking met de kaarten zoals die waren opgenomen in bijlage IB voor de inwerkingtreding van het onderhavige besluit. De weergave op de kaarten is niet bedoeld om de exacte ligging en afmetingen van de waterkering vast te leggen. De ligging, vorm, afmeting en constructie stelt de beheerder, oftewel de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, feitelijk Rijkswaterstaat, op grond van artikel 5.1 van de Waterwet vast in de legger. Bij de legger hoort een overzichtskaart, waarop de ligging van waterstaatswerken en daaraan grenzende beschermingszones zijn vermeld.

Artikel I, onderdeel D

In bijlage III, onderdeel 1, bij het Waterbesluit zijn de primaire waterkeringen aangewezen die in beheer zijn bij het Rijk. Daartoe behoren ook de Prinses Beatrixsluizen, de Koninginnensluizen en de Prinses Irenesluizen. Voor de inwerkingtreding van dit besluit vielen de voorhavendijken daar ook onder. Nu het beheer van die voorhavendijken wordt overgedragen aan het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, wordt bijlage III, onderdeel 1, in lijn daarmee aangepast.

De overdracht van de voorhavendijk Oost bij de Prinses Beatrixsluizen kan waarschijnlijk niet tegelijk met de andere voorhavendijken worden gerealiseerd. Die overdracht zal plaatsvinden op een later tijdstip dan de overdracht van de andere voorhavendijken. Daartoe is gekozen voor een getrapte aanpassing van het betreffende onderdeel in bijlage III, onderdeel 1, bij het Waterbesluit. Eerst wordt daarin gespecificeerd dat alleen de voorhavendijk Oost in beheer is bij het Rijk, aangezien de voorhavendijk West al eerder in beheer kan komen bij het Hoogheemraadschap. Met ingang van een koninklijk besluit vast te stellen tijdstip vervalt vervolgens de vermelding van de voorhavendijken bij de Prinses Beatrixsluizen, zodat die formeel geheel bij het waterschap in beheer zijn.

Artikel II

Dit besluit treedt vrijwel volledig (met uitzondering van artikel I, onderdeel D) in werking met ingang van 1 juli 2018. Dit betekent een afwijking van de minimum invoeringstermijn van het systeem van vaste verandermomenten van regelgeving, opgenomen in Aanwijzing 4.17, vijfde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Reden daarvoor is het publieke voordeel van een snelle inwerkingtreding (uitzonderingsgrond a).

De inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, zal bij koninklijk besluit worden bepaald, omdat de bestuurlijke afstemming daarvan nog moet worden afgerond. Daarna kan het moment van de formele overdracht via het Waterbesluit worden bepaald. Bij de inwerkingtreding zal rekening worden gehouden met het systeem van vaste verandermomenten van regelgeving.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga


X Noot
1

Dit is de wettelijke term die wordt gebruikt in artikel 2.4 van de Waterwet. Ze worden ook wel niet-primaire of regionale waterkeringen genoemd.

X Noot
2

Wet van 2 november 2016 tot wijziging van de Waterwet en enkele andere wetten (nieuwe normering primaire waterkeringen) (Stb. 2016, 431).

X Noot
3

Besluit van 6 december 2016 tot wijziging van het Waterbesluit (wijziging status van enkele rijkswaterkeringen, aanwijzing voormalige primaire waterkeringen ten behoeve van subsidiëring en een technische wijziging) (Stb. 2016, 492).

X Noot
4

Te weten de Regeling veiligheid niet-primaire waterkeringen in rijksbeheer.

X Noot
5

De sluizen vallen binnen de dijktrajecten 15-1 en 44-1 in de bijlagen bij de Waterwet.

X Noot
6

Kamerstukken II 2009/10, 29 279, nr. 114 en Kamerstukken II 2012/13, 29 362, nr. 224.

X Noot
7

De wijziging van bijlage IA is omvangrijk, ondanks dat die niet inhoudelijk is. Alleen ten aanzien van de dijkdelen 301 tot en met 309, 311, 325, 399 en 406 zijn geen wijziging opgetreden.

Naar boven