Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Veiligheid en JustitieStaatsblad 2017, 332AMvB

Besluit van 29 augustus 2017 tot wijziging van het Besluit van 23 december 2004 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag (Stb. 747)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 30 juni 2017, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 2093844;

Gelet op artikel 391 lid 5 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, advies van 26 juli 2017, nr. W03.17.0184/II;

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 22 augustus 2017, nr. 2119400

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit van 23 december 2004 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag (Stb. 747) wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1

  • 1. Dit besluit is van toepassing op een vennootschap waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

  • 2. Een vennootschap waarvan uitsluitend effecten, niet zijnde aandelen, zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, is vrijgesteld van toepassing van artikel 2a lid 2 en de artikelen 3 en 3a onder b en c, tenzij van deze vennootschap aandelen zijn toegelaten tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

  • 3. Artikel 3 lid 1 is van toepassing op een vennootschap waarvan aandelen of certificaten van aandelen zijn toegelaten tot de handel op:

    • a. een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is als bedoeld in dat artikel;

    • b. een multilaterale handelsfaciliteit als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is als bedoeld in dat artikel indien het bedrag van de activa van de vennootschap volgens de balans met toelichting of, indien de vennootschap een geconsolideerde balans op stelt, volgens de geconsolideerde balans met toelichting, meer bedraagt dan € 500 miljoen;

    tenzij de vennootschap een beleggingsmaatschappij of maatschappij voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht is die geen beheerder is als bedoeld in dat artikel.

  • 4. Artikel 3a, onder d, is slechts van toepassing op een vennootschap waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, niet heeft voldaan aan ten minste twee van de vereisten, bedoeld in artikel 397 lid 1 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

B

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2

Als gedragscode bedoeld in artikel 391 lid 5 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangewezen de Nederlandse corporate governance code van 8 december 2016 zoals gepubliceerd in Staatscourant nr. 45259 d.d. 21 augustus 2017.

C

In de artikelen 2a, 3, 3a en 3b wordt «naamloze vennootschap» telkens vervangen door: vennootschap.

D

Artikel 3c komt te luiden:

De accountant bedoeld in artikel 393 lid 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek gaat na of de verklaring inzake corporate governance overeenkomstig dit besluit is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is, en of de verklaring in het licht van de tijdens het onderzoek van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de rechtspersoon en zijn omgeving, materiële onjuistheden bevat.

E

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit inhoud bestuursverslag.

ARTIKEL II

  • 1. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2018.

  • 2. Dit besluit is van toepassing op een bestuursverslag dat betrekking heeft op een boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2017.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 29 augustus 2017

Willem-Alexander

De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok

Uitgegeven de zevende september 2017

De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok

NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit strekt tot wijziging van het Besluit van 23 december 2004 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag (Stb. 747) in verband met de aanwijzing van de in 2016 herziene Nederlandse corporate governance code.

Op grond van artikel 2:391 lid 5 BW kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere voorschriften worden gesteld omtrent de inhoud van het bestuursverslag, in het bijzonder wat betreft de naleving van een in de algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gedragscode. In 2004 is de Nederlandse corporate governance code aangewezen als gedragscode voor beursvennootschappen (Stb. 2004, 747). De Nederlandse corporate governance code is daarmee wettelijk verankerd. Beursvennootschappen moeten in het bestuursverslag mededeling doen over de naleving van de code op basis van het beginsel «pas toe of leg uit». De code van 2003 was tot stand gekomen onder de commissie Tabaksblat. In 2008 is de code door de commissie Frijns geactualiseerd, waarna deze geactualiseerde code als gedragscode is aangewezen (Stb. 2009, 545).

Op verzoek van de zogenoemde schragende partijen – CNV, Eumedion, Euronext, FNV, VEB, VEUO en VNO-NCW – heeft de Monitoring Commissie Corporate Governance Code onder voorzitterschap van de heer Van Manen de code uit 2008 herzien. De herziene code is op 8 december 2016 door de commissie Van Manen gepubliceerd (http://www.commissiecorporategovernance.nl/download/?id=3364). Het kabinet heeft bij brief van 24 maart 2017 een reactie gegeven op de code en het voornemen tot wettelijke verankering van de herziene code kenbaar gemaakt (Kamerstukken II 2016/17, 31 083, nr. 52).

Het kabinet verwelkomt de herziene code. De code reguleert de verhoudingen tussen het bestuur, de raad van commissarissen en de algemene vergadering/aandeelhouders en bevat breed gedragen algemene opvattingen over goede corporate governance (principes), die zijn uitgewerkt in bepalingen. Het uitgangspunt van de herziene code is het creëren van waarde op de lange termijn, waardoor de vennootschap meer rekening dient te houden met de bredere, maatschappelijke context waarbinnen ze opereert. De herziene code introduceert het onderwerp cultuur waardoor gedrag en integriteit een meer centrale positie zullen innemen binnen de onderneming. Andere belangrijke thema’s in de herziene code betreffen risicobeheersing (met onderwerpen als de interne auditfunctie en de externe accountant), de inrichting van het bestuur en toezicht (met onderwerpen als het executive committee, diversiteit en de onafhankelijkheid van commissarissen), het beloningsbeleid en de verantwoording daarover, de rol van de aandeelhouder en de toepassing van de code op vennootschappen met een monistisch bestuursmodel.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de reikwijdte van de verplichting op basis van het besluit om te rapporteren over de naleving van de Nederlandse corporate governance code in overeenstemming te brengen met wat over de reikwijdte van de code is bepaald in de code zelf. Op grond van de code dienen naast vennootschappen met statutaire zetel in Nederland met aandelen of certificaten van aandelen genoteerd aan een gereglementeerde markt (reguliere beurs) of een daarmee vergelijkbaar systeem, ook vennootschappen met een balanswaarde van meer dan € 500 miljoen, waarvan aandelen of certificaten van aandelen zijn genoteerd aan een multilaterale handelsfaciliteit (alternatief handelsplatform) of een daarmee vergelijkbaar systeem, over de naleving van de code te rapporteren.

In haar advies van 30 mei 2007 heeft de Commissie Frijns aanbevolen dat de code verplicht moet zijn indien effecten worden verhandeld op alternatieve handelsplatformen van vennootschappen die niet kunnen worden beschouwd als MKB-bedrijven, teneinde te voorkomen dat door de verhandelbaarheid op alternatieve handelsplatformen de verplichting tot naleving van de code kan worden ontweken. De Commissie Frijns gaf daarbij in overweging dat als onderscheidend criterium gedacht kon worden aan het hebben van een balanstotaal dat niet boven een bepaalde omvang uitkomt, bijvoorbeeld 500 miljoen euro. Het kabinet heeft vervolgens in juni 2007 aangekondigd deze aanbeveling te ondersteunen waarna in oktober 2008 een ontwerpbesluit ter uitwerking hiervan is voorgehangen bij uw Kamer.1 De vragen die door uw Kamer over het voorgehangen ontwerpbesluit zijn gesteld, zijn in december 2008 beantwoord.2 Omdat in de praktijk geen relevant aantal vennootschappen voor verhandeling op een alternatief platform had gekozen, was er destijds onvoldoende aanleiding om het traject voort te zetten. De opmerkingen van de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht over het voorgehangen besluit, zijn meegenomen bij het opstellen van dit besluit en deze toelichting.3 De in december 2008 door de Commissie Frijns aangepaste code bracht grote vennootschappen (> € 500 miljoen balanswaarde) waarvan de aandelen of certificaten zijn toegelaten tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit of een daarmee vergelijkbaar systeem vervolgens onder het toepassingsbereik van de zelfregulering. Ook de code van 2016 hanteert dit toepassingsbereik. Door dit wijzigingsbesluit is de categorie vennootschappen waarvoor de verplichting op basis van het besluit geldt om te rapporteren over de code, gelijk aan de categorie vennootschappen die onder het toepassingsbereik van de zelfregulering van de code valt.

Van de gelegenheid is tevens gebruik gemaakt om de terminologie van artikel 1 te laten aansluiten bij ontwikkelingen in het ondernemingsrecht. Artikel 1 ging uit van het van toepassing zijn van de regeling op naamloze vennootschappen. De term «naamloze vennootschap» is vervangen door «vennootschap» zodat rekening wordt gehouden met de mogelijkheid dat besloten vennootschappen een beursnotering hebben. Ook de BV dient in dat geval een verklaring inzake corporate governance op te stellen. De term «vennootschap» sluit tevens aan bij het toepassingsbereik van de code. In hoeverre overige regelgeving dient te worden aangepast aan de mogelijkheid van een BV met een beursnotering, zal worden bezien in het kader van de modernisering van het NV-recht.4

Een ontwerp van dit besluit is op grond van artikel 2:391 lid 6 BW bij brief van 28 maart 2017 aan de Tweede en Eerste Kamer overgelegd (Kamerstukken II 2016/17, 31 083, nr. 53). De vaste commissie van Veiligheid en Justitie van de Tweede Kamer heeft op 12 mei 2017 vragen gesteld over het ontwerpbesluit, welke bij brief van 20 juni 2017 zijn beantwoord (Kamerstukken II 2016/17, 31 083, nr. 54). Op verzoek van de Kamer is de wijze waarop de accountant de verklaring inzake corporate governance toetst, aangepast. In overeenstemming met de EU-richtlijn jaarrekening (Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182)) gold voor de meeste onderdelen van de verklaring inzake corporate governance de toets waarbij de accountant nagaat of de informatie aanwezig is. Voortaan geldt dat de accountant alle onderdelen van de verklaring inzake corporate governance toetst op dezelfde wijze als het bestuursverslag waarvan de verklaring deel uitmaakt. Dit betekent dat de accountant toetst of de verklaring overeenkomstig dit besluit is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is, en of de verklaring in het licht van de tijdens het onderzoek van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de rechtspersoon en zijn omgeving, materiële onjuistheden bevat (vgl. artikel 2:393 lid 3 BW). Dit is mogelijk op grond van de EU-richtlijn. Hiermee wordt aan gebruikers meer zekerheid geboden over de betrouwbaarheid van de informatie. Voor alle onderdelen van het bestuursverslag geldt nu hetzelfde accountantsonderzoek. De verklaring die de accountant over het bestuursverslag aflegt wordt hierdoor eenduidiger en daardoor beter te begrijpen voor de gebruiker.

Regeldruk

De verplichting tot het doen van mededeling over de naleving van de principes en bepalingen in de herziene code geldt voor Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen. Voor wat betreft beursvennootschappen met een notering aan een gereglementeerde markt, zijn dit er naar schatting 150 (ongeveer 100 vennootschappen met een notering aan Euronext en 50 genoteerd aan een niet-Nederlandse beurs). De aanwijzing van de herziene code zal voor deze categorie vennootschappen niet leiden tot een toename van de administratieve lasten, aangezien deze beursvennootschappen reeds verplicht zijn tot het doen van mededeling in het bestuursverslag over de naleving van de code uit 2008 en deze wordt vervangen door de herziene code. Ook blijft het voorschrift dat de code moet worden nageleefd conform het beginsel «pas toe of leg uit» ongewijzigd. Dit biedt vennootschappen de ruimte om de principes en bepalingen in de code toe te passen, dan wel eventuele afwijkingen van de principes en bepalingen te voorzien van een inhoudelijke en inzichtelijke uitleg. Er wordt verwacht dat dit besluit beperkte nalevingskosten voor deze categorie vennootschappen met zich meebrengt. Aan de herziene code zijn bepalingen toegevoegd die vragen om verantwoording van de naleving in het bestuursverslag, zoals lange termijn waardecreatie en cultuur. Een deel van de oude bepalingen is komen te vervallen dan wel samengevoegd of vereenvoudigd, zoals de inhoud van het remuneratierapport. In totaal is het aantal bepalingen dat vraagt om verantwoording in het bestuursverslag nagenoeg gelijk gebleven. Verder is de structuur van de herziene code gewijzigd ten opzichte van de code uit 2008, waardoor vennootschappen alle bepalingen opnieuw moeten bezien om dit besluit te kunnen naleven. Bij de verankering van de code banken en de code verzekeraars is uitgegaan van 10 mandagen per organisatie om de informatie ten behoeve van het bestuursverslag te verzamelen en vast te leggen. Aangezien de wijzigingen door herziening beperkter zijn van omvang dan de introductie van een nieuwe code wordt bij deze code uitgegaan van 5 mandagen per vennootschap. Per mandag wordt uitgegaan van € 480 kosten (op basis van het tarief hoogopgeleide kenniswerker). De totale kosten bedragen daarmee € 360.000. Aangezien de code een product van zelfregulering is en de vennootschappen zich via de schragende partijen hebben gecommitteerd aan naleving, worden de nalevingskosten voor de helft beschouwd als bedrijfseigen lasten. De eenmalige nalevingskosten als gevolg van dit besluit worden daarom voor vennootschappen met een notering aan een gereglementeerde markt geschat op € 180.000.

Voor de categorie grotere vennootschappen met een notering aan een multilaterale handelsfaciliteit is de verplichting op grond van het besluit om mededeling over de naleving van de principes en bepalingen in de herziene code nieuw. Hierdoor ontstaan administratieve lasten voor deze ondernemingen. Naar schatting zijn er momenteel ten hoogste 5 vennootschappen met een balanstotaal van meer dan € 500 miljoen waarvan (certificaten van) aandelen zijn toegelaten tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit in of buiten de EER. Zij zijn op basis van het besluit voortaan verplicht in het bestuursverslag mededeling te doen over de naleving van de herziene code. Ook voor deze categorie geldt het beginsel «pas toe of leg uit» waardoor zij ruimte hebben om de principes en bepalingen in de code toe te passen, dan wel eventuele afwijkingen uit te leggen. Er wordt uitgegaan van tussen de 15 mandagen om de informatie ten behoeve van het bestuursverslag te verzamelen en vast te leggen. Per mandag wordt uitgegaan van € 480 kosten. De totale kosten bedragen daarmee € 36.000. De inschatting is dat ¾ van de kosten bestaan uit kosten ten behoeve van implementatie en naleving en dat ¼ van de kosten bestaan uit de administratieve lasten. Het gaat hierbij om ruim € 27.000 aan nalevingskosten en ruim € 9.000 aan administratieve lasten. Omdat ook hier de nalevingskosten voor de helft beschouwd kunnen worden als bedrijfseigen lasten, bedragen de nalevingskosten voor deze categorie vennootschappen daarmee € 13.500.

De aanwezigheidstoets door de accountant is vervangen door de toets of de verklaring inzake corporate governance overeenkomstig het besluit is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is, en of de verklaring in het licht van de tijdens het onderzoek van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de rechtspersoon en zijn omgeving, materiële onjuistheden bevat. Deze wijziging brengt geen significante wijziging in lasten voor beursgenoteerde vennootschappen mee. De accountant beoordeelt de verklaring in het licht van de informatie die hij in het kader van zijn controle van de jaarrekening reeds heeft verkregen. Ook is hij al bekend met de verklaring inzake corporate governance en de mededelingen die in de verklaring dienen te worden opgenomen. Bovendien geldt nu reeds voor twee van die mededelingen in de verklaring een uitgebreidere toets dan de aanwezigheidstoets (mededeling over het beheers- en controlesysteem van de vennootschap rond het proces van financiële verslaggeving en de mededeling over de informatie ingevolge het Besluit artikel 10 overnamerichtlijn). Ook voor de accountant geldt dat de verklaring met betrekking tot het bestuursverslag eenduidiger wordt en daarom ook de werkzaamheden die hij in het kader van de toetsing verricht. Mocht uit zijn onderzoek blijken dat er inconsistenties met de jaarrekening of onjuistheden lijken te staan in de verklaring en er verder onderzoek nodig is om onjuiste informatieverschaffing te voorkomen, dan kunnen er meer substantiële kosten bijkomen. Voor de volledigheid wordt erop gewezen dat in de controlestandaarden van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden, NV COS) reeds is bepaald dat de accountant dient te overwegen of er een «inconsistentie van materieel belang is tussen de andere informatie en de kennis van de accountant verkregen tijdens de controle» (aldus NV COS 720). Onder die «andere informatie» valt het bestuursverslag inclusief de corporate governance verklaring.

Artikelen

Artikel I, onderdeel A (artikel 1)

In artikel 1 lid 1 is neergelegd welke vennootschappen verplicht zijn een verklaring inzake corporate governance op te stellen. Deze verplichting vloeit voort uit de EU-richtlijn jaarrekening (artikel 20 van de richtlijn). Het toepassingsbereik is in overeenstemming met de richtlijn. Het betreft vennootschappen waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt die is gelegen in de EER (Europese Economische Ruimte bestaande uit de EU-lidstaten en Liechtenstein, Noorwegen en IJsland). Dat het vennootschappen met een statutaire zetel in Nederland betreft, volgt uit het feit dat dit besluit is gebaseerd op artikel 391 lid 5 in titel 9 van boek 2 BW, dat betrekking heeft op Nederlandse rechtspersonen (vgl. artikel 2:360 BW).

Zoals in het algemeen deel van de toelichting is vermeld, is de term «naamloze vennootschap» vervangen door «vennootschap» om rekening te houden met de mogelijkheid dat besloten vennootschappen een beursnotering hebben. Dit heeft ook geleid tot aanpassing van de artikelen 2a, 3, 3a en 3b (artikel I, onderdeel C).

De verklaring inzake corporate governance bevat verschillende onderdelen, zoals een beschrijving van het beheers- en controlesysteem van de vennootschap met betrekking tot de financiële verslaggeving. In de verklaring dient ook informatie te worden opgenomen over de naleving van een corporate governance code indien de vennootschap op basis van het nationale recht aan een dergelijke code is onderworpen. De richtlijn verplicht niet tot het onderwerpen van bepaalde vennootschappen aan een gedragscode. In het derde lid van artikel 1 is bepaald welke vennootschappen verslag dienen te doen over de naleving van de Nederlandse corporate governance code, welke verplichting is neergelegd in artikel 3 lid 1.

Het tweede lid bevat de eerder in het derde lid opgenomen vrijstelling voor het opstellen van een volledige verklaring inzake corporate governance die voortvloeit uit artikel 20 lid 4 van de EU richtlijn jaarrekening. De vrijstelling is ongewijzigd. De vrijstelling geldt net als voorheen niet als deze vennootschappen aandelen hebben uitgegeven die worden verhandeld op een multilaterale handelsfaciliteit.

In het derde lid is opgenomen voor welke vennootschappen de verplichting uit het besluit om te rapporteren over de naleving van de Nederlandse corporate governance code geldt. Dit betreft ten eerste vennootschappen waarvan aandelen of certificaten van aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt die is gelegen in de EER of buiten de EER. Zoals in het algemene deel van deze toelichting beschreven, is het toepassingsbereik in overeenstemming met de code uitgebreid naar vennootschappen waarvan (certificaten van) aandelen zijn toegelaten tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit, die is gelegen binnen of buiten de EER, met een balanstotaal van meer dan € 500 miljoen.

Voor de vraag of deze drempel wordt overschreden en derhalve in het bestuursverslag mededeling moet worden gedaan over het naleven van de code is de door het bestuur opgemaakte jaarrekening bepalend waarin de financiële gegevens zijn opgenomen over het boekjaar waarop het bestuursverslag betrekking heeft. Indien de vennootschap een geconsolideerde jaarrekening opstelt, moet worden uitgegaan van de geconsolideerde balans om te bezien of het balanstotaal het bedrag van € 500 miljoen te boven gaat. Voor de formulering is aansluiting gezocht bij artikel 2:107a BW.

Beleggingsmaatschappijen die een aparte beheerder hebben, zijn uitgezonderd van de verplichting om verslag te doen over de naleving van de Nederlandse corporate governance code. Dit was inhoudelijk reeds geregeld in artikel 1 lid 1 van het besluit zoals dit hiervoor luidde.

In het vierde lid is bepaald dat de verplichting om mededeling te doen over het diversiteitsbeleid voor de samenstelling van het bestuur en de raad van commissarissen alleen geldt voor grote vennootschappen. Dit was inhoudelijk reeds geregeld in artikel 1 lid 4 van het besluit zoals dit hiervoor luidde. Per abuis was in lid 4 een dubbele ontkenning opgenomen. Dit is hersteld. Ook is verduidelijkt dat de verplichting om in de verklaring inzake corporate governance te rapporteren over het diversiteitsbeleid conform de richtlijn slechts geldt voor grote vennootschappen waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt.

Artikel I, onderdeel B (artikel 2)

In artikel 2 wordt de aanwijzing van de Nederlandse corporate governance code van 2008 als gedragscode voor beursvennootschappen, vervangen door de aanwijzing van de code zoals deze luidt na de aanpassingen in 2016 door de commissie Van Manen. Ten behoeve van de kenbaarheid voor aandeelhouders en andere belanghebbenden is de code gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel I, onderdeel D (artikel 3c)

In artikel 5 is bepaald dat de accountant de verklaring inzake corporate governance toetst op dezelfde wijze als de rest van het bestuursverslag waarvan de verklaring deel uitmaakt. Voor de formulering is aangesloten bij artikel 5 van het Besluit bekendmaking niet-financiële informatie, op basis waarvan de accountant hetzelfde onderzoek toepast voor de niet-financiële verklaring die door grote organisaties van openbaar belang in het bestuursverslag moet worden opgenomen.

Artikel I, onderdeel E (artikel 4)

In artikel 4 werd steeds aangegeven vanaf welk boekjaar wijzigingen van het besluit van toepassing waren. Dit systeem is verlaten. Zoals gebruikelijk is bij wijzigingen in regelgeving over de jaarrekening en het bestuursverslag, is nu in het wijzigingsbesluit opgenomen vanaf welk boekjaar de onderhavige wijziging van toepassing is (zie artikel II).

In artikel 4 is een citeertitel aan het besluit gegeven om aanhaling van de regeling te vergemakkelijken.

Artikel II

Het besluit treedt in werking op 1 januari 2018 en de verslagleggingsplicht op grond van de herziene code is van toepassing op bestuursverslagen die zien op boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017. Dit betekent dat voor het eerst in 2018 over de naleving van de herziene code verslag zal worden gedaan. Beursvennootschappen dienen in bestuursverslagen over boekjaren die vóór 1 januari 2017 zijn aangevangen nog de bepalingen van de code uit 2008 toe te passen.

De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok


X Noot
1

Zie voor het advies van de monitoring commissie over de verhouding tussen vennootschap en aandeelhouders en over het toepassingsbereik van de Code van mei 2007 en de kabinetsreactie daarop Kamerstukken II 2006/07, 31 083, nr. 1. Zie voor het voorgehangen ontwerpbesluit Kamerstukken II 2008/09, 31 083, nr. 25.

X Noot
2

Kamerstukken II 2008/09, 31 083, nr. 28.

X Noot
4

Nota voortgang modernisering ondernemingsrecht Kamerstukken II 2016/17, 29 752, nr. 9.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.