Besluit van 26 juni 2017 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 23 juni 2017 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding (Stb. 2017, 285) en het Besluit van 26 juni 2017 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding (Stb. 2017, 286)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 juni 2017, nr. 2017-0000102086,

Gelet op artikel VII van de Wet van 23 juni 2017 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding (Stb. 2017, 285) en artikel IV van het Besluit van 26 juni 2017 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding (Stb. 2017, 286);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Wet van 23 juni 2017 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding (Stb. 2017, 285) en het Besluit van 26 juni 2017 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding (Stb. 2017, 286) treden in werking met ingang van 1 oktober 2017.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 26 juni 2017

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Uitgegeven de dertigste juni 2017

De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok

NOTA VAN TOELICHTING

Als datum voor de inwerkingtreding van de Wet van 23 juni 2017 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding (Stb. 2017, 285) (hierna: de wet) en het Besluit van 26 juni 2017 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding (Stb. 2017, 286) (hierna: het besluit) is gekozen voor 1 oktober 2017.

Met de inwerkingtredingsdatum van 1 oktober 2017 wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten (Ar 174). Reden hiervoor is dat gemeenten op grond van het bestuursakkoord Verhoogde Asielinstroom dat op 27 november 2015 is gesloten tussen Rijk, provincies en gemeenten in 2016 reeds zijn gestart met het op vrijwillige basis aanbieden van het participatieverklaringstraject en de maatschappelijke begeleiding aan inburgeringsplichtigen.1 Het wordt – om de snelle integratie van alle inburgeringsplichtigen te bevorderen, een goede uitvoering van het participatieverklaringstraject en de maatschappelijke begeleiding te waarborgen en de regels hierover te formaliseren – van belang geacht dat de wet en het besluit zo snel mogelijk in werking treden.

Bij de keuze voor de inwerkingtredingsdatum is rekening gehouden met de Wet raadgevend referendum. Daarnaast is er rekening mee gehouden dat gemeenten tussen het moment van publicatie van de wet en het besluit en de inwerkingtreding daarvan nog voldoende tijd hebben om zich voor te bereiden op de gewijzigde regels. Over de inwerkingtredingsdatum is uitgebreid gecommuniceerd met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Kamerstukken II 2015/16, 19 637, nr. 2085.

Naar boven