Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 2016, 61AMvB

Besluit van 3 februari 2016, houdende wijziging van enkele Warenwetbesluiten in verband met de wijziging van de Warenwet (Stb. 2015, 235), de uitvoering van verordening (EU) nr. 1379/2013, de aanpassing van de aanduiding van kaas en enkele technische wijzigingen

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 oktober 2015, 849491-142847-VGP;

Gelet op:

  • Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PbEU 2013, L 354);

  • Rectificatie van Richtlijn 2012/12/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 april 2012 tot wijziging van Richtlijn 2001/112/EG van de Raad inzake voor menselijke voeding bestemde vruchtensappen en bepaalde soortgelijke producten (PbEU 2015, L 196);

  • Richtlijn 2009/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het gebruik van extractiemiddelen bij de productie van levensmiddelen en bestanddelen daarvan (PbEU 2009, L 141);

  • Richtlijn (EU) 2015/2203 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot voor menselijke voeding bestemde caseïne en caseïnaten en tot intrekking van Richtlijn 83/417/EEG van de Raad (PbEU 2015, L 314);

  • de artikelen 4, 5, 6, 7a, eerste lid, 8, eerste lid, 13, en 32b, eerste lid, van de Warenwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 3 december 2015, nr. W13.15.0380/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 januari 2016 , 849485-142847-VGP;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Artikel 7a van het Glasartikelenbesluit (Warenwet) vervalt.

ARTIKEL II

Artikel 10 van het Tijdelijk warenwetbesluit elektronische sigaret vervalt.

ARTIKEL III

In artikel 3 van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen vervalt het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

ARTIKEL IV

Het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 6 wordt «ter uitvoering van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 juni 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het gebruik van extractiemiddelen bij de produktie van levensmiddelen en bestanddelen daarvan (88/344/EEG) (PbEG L 157)» vervangen door: ter uitvoering van Richtlijn 2009/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het gebruik van extractiemiddelen bij de productie van levensmiddelen en bestanddelen daarvan (PbEU 2009, L 141).

B

In artikel 11a vervalt het tweede lid, onder vernummering van het derde lid tot tweede lid.

C

Artikel 20, vierde lid, vervalt.

ARTIKEL V

In artikel 1 van het Warenwetbesluit Eiwitproducten vervalt het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

ARTIKEL VI

In artikel 1 van het Warenwetbesluit Gereserveerde aanduidingen vervalt het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

ARTIKEL VII

De artikelen 10 en 13 van het Warenwetbesluit hoeveelheden voorverpakkingen vervallen.

ARTIKEL VIII

Artikel 11 van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen vervalt.

ARTIKEL IX

Artikel 6 van het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid vervalt.

2. Het tweede tot en met vierde lid wordt genummerd eerste tot en met derde lid.

3. De aanhef van het eerste lid (nieuw) komt te luiden:

De vermelding «doorstraald» of «behandeld met ioniserende straling», genoemd in bijlage VI, deel A, onderdeel 3, van verordening (EU) 1169/2011 wordt aangebracht:

ARTIKEL X

Artikel 4a van het Warenwetbesluit Lucky Bamboo vervalt.

ARTIKEL XI

Het Warenwetbesluit machines wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 5, zesde lid, vervalt.

B

Artikel 7 vervalt.

ARTIKEL XII

In artikel 1 van het Warenwetbesluit Meel en brood vervalt het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

ARTIKEL XIII

Het Warenwetbesluit Pentachloorfenol wordt ingetrokken.

ARTIKEL XIV

Het Warenwetbesluit retributies levensmiddelen wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 2 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De belanghebbende bij de lading is aan de NVWA een retributie verschuldigd voor de activiteiten in verband met de wederinvoer van een door een derde land geweigerde partij uit de Europese Unie afkomstige producten in Nederland als bedoeld in artikel 15 van richtlijn nr. 97/78/EG.

B

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «voor de controles op residuen van verboden stoffen op grond van richtlijn 96/23/EG» vervangen door: voor de controles op grond van richtlijn 96/23/EG ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan.

2. In het tweede lid wordt «voor de controles op residuen van verboden stoffen in aquacultuurproducten» vervangen door: voor de controles op grond van richtlijn 96/23/EG ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in aquacultuurproducten.

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De pakstations, pluimveehouders en eiproductfabrikanten zijn aan de NVWA per jaar een retributie verschuldigd voor de controles op grond van richtlijn 96/23/EG ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan.

C

Artikel 12a van het Warenwetbesluit retributies levensmiddelen vervalt.

ARTIKEL XV

In artikel 1 van het Warenwetbesluit Specerijen en kruiden vervalt het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

ARTIKEL XVI

Artikel 14 van het Warenwetbesluit speelgoed 2011 vervalt.

ARTIKEL XVII

In artikel 17 van het Warenwetbesluit Verpakte waters vervallen, onder vernummering van het vijfde tot tweede lid, het tweede tot en met vierde lid.

ARTIKEL XVIII

Artikel 1, vierde lid, van het Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten vervalt.

ARTIKEL XIX

Het Warenwetbesluit Visserijproducten, slakken en kikkerbillen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De onderdelen q en r komen te luiden:

q. verordening (EU) 1379/2013:

Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PbEU 2013, L 354);

r. verordening (EG) 1224/2009:

Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PbEU 2009, L 343).

B

Artikel 2, elfde lid, komt te luiden:

  • 11. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 34, eerste lid, 35, eerste, tweede en derde lid, artikel 37, tweede lid, artikel 38, eerste lid, of artikel 39, eerste, derde en vierde lid, van verordening (EU) 1379/2013.

C

De artikelen 9 en 9a komen te luiden:

Artikel 9

Kleine hoeveelheden rechtstreeks vanaf vissersvaartuigen aan de consumenten verkochte producten hoeven niet te voldoen aan de eisen gesteld in artikel 35, eerste lid, van verordening (EU) 1379/2013, mits die hoeveelheden niet hoger zijn dan de waarde, bedoeld in artikel 58, achtste lid van verordening (EG) 1224/2009.

Artikel 9a

Bij ministeriële regeling wordt de lijst van handelsbenamingen, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van verordening (EU) 1379/2013, vastgesteld.

D

De artikelen 9b, 9c en 9d vervallen.

ARTIKEL XX

Het Warenwetbesluit vruchtensappen 2012 wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 1, 2, eerste, tweede en derde lid, 3, 4 en 5 wordt «uit sapconcentraat verkregen vruchtensap» telkens vervangen door: vruchtensap uit concentraat.

B

Artikel 6 vervalt.

ARTIKEL XXI

Het Warenwetbesluit Zuivel wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel c, komt te luiden:

c. Richtlijn 2015/2203:

Richtlijn (EU) 2015/2203 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot voor menselijke voeding bestemde caseïne en caseïnaten en tot intrekking van Richtlijn 83/417/EEG van de Raad (PbEU 2015, L 314);

B

In artikel 4, tweede lid, wordt «Richtlijn 83/417/EEG» vervangen door: Richtlijn 2015/2203.

C

Artikel 9, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De aanduiding kaas mag uitsluitend worden gebezigd voor een al dan niet gerijpt zacht, halfhard, hard of extra hard product, waarin de verhouding wei-eiwit/caseïne niet hoger is dan bij koemelk, en dat wordt verkregen door:

    • a. geheel of gedeeltelijke stremming van koemelk, waaraan al dan niet melkbestanddelen zijn toegevoegd of onttrokken, en door gedeeltelijke verwijdering van wei die het resultaat is van deze stremming; of

    • b. procestechnieken waarbij geheel of gedeeltelijke stremming van koemelk, waaraan al dan niet melkbestanddelen zijn toegevoegd of onttrokken, een onderdeel is en die leiden tot een product met soortgelijke fysische, chemische en organoleptische kenmerken als het product bedoeld onder a.

D

Artikel 12a, vierde lid, van het Warenwetbesluit Zuivel vervalt.

E

Artikel 13, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De aanduiding kwark of verse kaas mag uitsluitend worden gebezigd voor het product bedoeld in artikel 9, eerste lid, dat zonder rijping wordt verkregen en waarvan het eiwitgehalte in de vetvrije droge stof ten minste 60% en het vochtgehalte ten hoogste 87% van de vetvrije waar bedraagt.

F

In artikel 21 van het Warenwetbesluit Zuivel vervallen het tweede en derde lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

ARTIKEL XXII

De bijlage bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten wordt als volgt gewijzigd:

A

Rubriek A wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel A-2.1 wordt in de kolom «Omschrijving van de overtreding» «art. 19 lid 1 sub a» vervangen door: art. 19, lid 1.

2. Onderdeel A-2.2 vervalt.

3. In onderdeel A-3.2 wordt in de kolom «Omschrijving van de overtreding» «art. 20 lid 2 sub a» vervangen door: art. 20, lid 2.

4. Onderdeel A-3.3 vervalt.

B

Rubriek C-26 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van onderdeel C-26.1.2 tot onderdeel C-26.1.3 wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

C-26.1.2 Art. 2, lid 1, jo art. 3, tweede lid €525,– €1050,–

2. Onder vernummering van de onderdelen C-26.2.2 tot en met C-26.2.9 tot de onderdelen C-26.2.3 tot en met C-26.2.10 wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

C-26.2.2 Art. 2, lid 2, jo art. 3, tweede lid €525,– €1050,–

C

Rubriek C-28 vervalt.

D

In rubriek D-39 vervallen de onderdelen D-39.1.58 en D-39.1.59 met bijbehorende vermeldingen.

ARTIKEL XXIII

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

2. Artikel XIV, onderdeel B, onder 3, werkt terug tot en met 1 april 2015.

3. In afwijking van het eerste lid treedt artikel XXI, onderdelen A en B, in werking met ingang van 22 december 2016.

4. In afwijking van het eerste lid treedt artikel XXII, onderdeel B, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 3 februari 2016

Willem-Alexander

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

Uitgegeven de achttiende februari 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Dit besluit wijzigt een groot aantal Warenwetbesluiten. De meeste wijzigingen vloeien voort uit de wijziging van de Warenwet (Stb. 2015, 235). Voor een toelichting op alle wijzigingen wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting.

Het ontwerp van de wijzigingen in Warenwetbesluiten is voorgelegd aan de deelnemers aan het Regulier Overleg Warenwet (ROW)1. Naar aanleiding van deze consultatie is één reactie binnengekomen van de Bond van Boerderij-Zuivelbereiders (de BBZ). De BBZ is het niet eens met de wijziging van de definitie van kaas (artikel XXI, onderdeel C), aangezien deze ervoor zorgt dat producten met een andere procestechniek ook mogen worden aangeduid als kaas. Met de wijziging wordt aangesloten bij de definitie van kaas in de «Codex General Standard for Cheese» (Codex Standard 283-1978). Daarnaast wordt aangesloten bij de toepasselijke regelgeving in een aantal andere EU-lidstaten, zoals België, Denemarken en Zweden. De reactie van de BBZ heeft dan ook niet geleid tot een wijziging van het ontwerp-besluit.

Van het besluit van het kabinet inzake vaste verandermomenten van regelgeving wordt afgeweken aangezien het reparatieregelgeving en implementatie van bindende EU-rechtshandelingen betreft en het ongewenste publieke nadelen voorkomt.

Administratieve lasten en bedrijfseffecten

Dit besluit heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten voor het bedrijfsleven en de burger en heeft ook verder geen bedrijfseffecten.

Artikelsgewijs

Artikel I, IV, onderdeel C, VII, VIII, XI, onderdeel B, XIV, onderdeel C, XVI, XVII, XX, onderdeel B, XXI, onderdeel F

De wijziging van de Warenwet (Stb. 2015, 235) voegt artikel 13c aan de Warenwet toe. In artikel 13c is bepaald op welk moment de wijzigingen van EU-richtlijnen die krachtens de Warenwet op dynamische wijze worden uitgevoerd, doorwerken. Hierdoor is het niet meer nodig om in elk besluit op grond van de Warenwet apart te bepalen op welk moment de wijzigingen van EU-richtlijnen, die op dynamische wijze worden uitgevoerd, doorwerken. Dit besluit zorgt daarvoor.

In verband met de rechtstreekse toepasselijkheid van Europese verordeningen kan artikel 21, tweede lid, van het Warenwetbesluit Zuivel vervallen.

Artikel II, III, IV, onderdeel B, V, VI, X, XII, XV, XVIII, XXI, onderdeel D

De wijziging van de Warenwet (Stb. 2015, 235) voegt artikel 13d aan de Warenwet toe. In artikel 13d is de clausule van wederzijdse erkenning opgenomen als er eisen worden gesteld aan waren en geen sprake is van uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen.

Door dit beginsel in de Warenwet zelf op te nemen hoeft niet in elk afzonderlijk besluit op grond van de Warenwet, indien nodig, een clausule van wederzijdse erkenning te worden opgenomen. Dit besluit zorgt voor het laten vervallen van de clausule van wederzijdse erkenning in de afzonderlijke warenwetbesluiten.

Artikel IV, onderdeel A

In het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen wordt in artikel 6 de verwijzing naar de reeds ingetrokken richtlijn over extractiemiddelen vervangen door de verwijzing naar de huidige richtlijn.

Artikel VII

De Warenwet bood tot voor kort geen grondslag voor het aanwijzen van een instantie die tot taak heeft metrologische onderzoeken te verrichten ten behoeve van de uitvoering van het Warenwetbesluit hoeveelheden voorverpakkingen. De Minister van Economische Zaken heeft op grond van de Metrologiewet deze instantie aangewezen (Stcrt. 2015, 7912). Inmiddels biedt artikel 7a, eerste lid, van de Warenwet wel een grondslag voor het aanwijzen van deze instantie (Stb. 2015, 235). Artikel 10 van het Warenwetbesluit hoeveelheden voorverpakkingen komt te vervallen. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zal op grond van artikel 7a van de Warenwet NMi Certin B.V. aanwijzen als instantie die tot taak heeft metrologische onderzoeken te verrichten ten behoeve van de uitvoering van het Warenwetbesluit hoeveelheden voorverpakkingen. De aanwijzing van de Minister van Economische Zaken wordt ingetrokken.

Artikel IX

Artikel 6, eerste lid, aanhef, onderdeel a, eerste alinea, van Richtlijn 1999/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de behandeling van voedsel en voedselingrediënten met ioniserende straling (PbEG 1999, L66) (verder: richtlijn 1999/2/EG) luidt als volgt:

In het geval van producten die bestemd zijn voor eindgebruikers en instellingen:

  • a) wanneer producten verpakt worden verkocht, moet de vermelding «doorstraald» of «door straling behandeld» of «met ioniserende straling behandeld», zoals voorgeschreven in artikel 5, lid 3, van Richtlijn 79/112/EEG op het etiket zijn vermeld.

Deze bepaling is geïmplementeerd in artikel 6, eerste lid, van het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen (verder: WIL).

De vermeldingen die moeten worden aangebracht op met ioniserende straling behandelde levensmiddelen zijn ook opgenomen in Bijlage VI, deel A, onderdeel 3, van verordening 1169/20112. Artikel 2, zevende lid, van het WIL geeft aan dat het verboden is te handelen in strijd met artikel 17 (en daarmee ook met bijlage VI) van verordening 1169/2011. Artikel 6, eerste lid, van het WIL kan daarom vervallen.

Artikel XI, onderdeel A

Artikel 5, zesde lid, van het Warenwetbesluit machines bevat een dubbeling ten opzichte van het tweede lid en kan vervallen.

Artikel XIII en XXII, onderdeel C

Pentachloorfenol (PCP) wordt als biocide, herbicide, insecticide en algaecide toegepast. Binnen de bouw werd PCP gebruikt in metselwerk en als houtverduurzamingsmiddel (onder andere voor bielzen en telefoonpalen). Nederland heeft in het Warenwetbesluit Pentachloorfenol voor PCP strengere regels vastgelegd dan in de Europese verordening voor toelating en registratie van chemicaliën (REACH-Verordening3). Deze strengere regels mochten tot 1 juni 2013 gehandhaafd blijven (zie artikel 67, derde lid, REACH-Verordening). Daarna zijn de bepalingen van de REACH-Verordening van toepassing.

Aangezien sinds 1 juni 2013 de bepalingen van de REACH-Verordening van toepassing zijn op het gebruik van PCP, zijn de bepalingen van het Warenwetbesluit Pentachloorfenol thans uitgewerkt en kan het Warenwetbesluit Pentachloorfenol worden ingetrokken.

Artikel XIV, onderdeel A

Artikel 27, tweede lid, van verordening (EG) 882/20044 bepaalt dat lidstaten een vergoeding innen voor activiteiten als bedoeld in bijlage IV, afdeling A, en bijlage V, afdeling A. Bijlage V, afdeling A, van verordening (EG) 882/2004 luidt:

«De onder de Richtlijnen 97/78/EG en 91/496/EEG vallende activiteiten waarvoor de lidstaten op grond van Richtlijn 85/73/EEG thans vergoedingen innen.»

Artikel 15 van richtlijn 97/78/EG5 stelt eisen aan de wederinvoer van een door een derde land geweigerde partij uit de Europese Unie afkomstige producten. De activiteiten die de NVWA verricht in het kader van de wederinvoer konden nog niet worden doorberekend aan de belanghebbende bij de lading. Met deze wijziging wordt doorberekening mogelijk gemaakt. Het tarief van de retributie (werkelijke kosten) wordt vastgesteld bij de Warenwetregeling vaststelling van tarieven voor retributies levensmiddelen 2008.

Artikel XIV, onderdeel B

In artikel 9, eerste tot en met derde lid, van het Warenwetbesluit retributies levensmiddelen wordt gesproken over controles op residuen van verboden stoffen op grond van richtlijn 96/23/EG6. Het gaat echter niet alleen om controles op verboden stoffen, maar ook om controles op toegelaten stoffen die een maximale residu limiet hebben. De tekst wordt hierop aangepast.

Voor 1 april 2014 was het Productschap Pluimvee en Eieren (verder: PPE) aan de NVWA een retributie verschuldigd voor de controles op verboden stoffen en controles op toegelaten stoffen die een maximale residu limiet hebben bij eieren. Het PPE verhaalde deze retributie op de pakstations, pluimveehouders en eiproductfabrikanten.

In verband met het opheffen van de productschappen

(Stb. 2014, 571) zijn sinds 1 april 2014 de pakstations de retributie rechtstreeks verschuldigd aan de NVWA (Stb 2014, 81). De pakstations zouden een deel van deze retributie verhalen op de pluimveehouders en eiproductfabrikanten.

In de praktijk blijkt dit niet te werken en om die reden worden in het Warenwetbesluit retributies levensmiddelen naast de pakstations ook de pluimveehouders en eiproductfabrikanten aangewezen. Het is vanaf het moment van het opheffen van de productschappen de bedoeling geweest de kosten voor de controles te verhalen op de pakstations, pluimveehouders en eiproductfabrikanten. Het Nationaal Plan Residuen loopt jaarlijks van 1 april tot en met 31 maart. De NVWA zal in het eerste kwartaal van 2016 de retributies gaan innen over de periode van 1 april 2015 tot en met 31 maart 2016. Om die reden wordt aan artikel XIV, onderdeel B, onder 3, terugwerkende kracht verleend tot en met 1 april 2015. Dit om duidelijk te maken dat de pakstations, pluimveehouders en eiproductfabrikanten de retributie over die periode verschuldigd zijn aan de NVWA.

Van de kosten van de controles wordt 2/3 bij de pluimveehouders gelegd, 4/15 bij de pakstations en 1/15 bij de eiproductfabrikanten. Deze verdeling werd door het PPE gebruikt. De in AVINED vertegenwoordigde brancheverenigingen in de primaire (leg)pluimveesector (vakgroep pluimveehouderij LTO/Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders en de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders) en de branchevereniging voor de groothandel in eieren en eiproducten (ANEVEI), hebben ermee ingestemd om deze verdeling te blijven aanhouden. De NVWA zal mandaat verlenen aan AVINED om deze retributie te innen. In een private overeenkomst tussen de NVWA en AVINED worden nadere afspraken gemaakt.

Artikel XIX

Op 28 december 2013 is Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PbEU 2013, L 354) gepubliceerd (verder: verordening (EU) 1379/2013).

Artikel 46 van verordening (EU) 1379/2013 zorgt voor het intrekken van verordening (EG) 104/20007. Verordening (EG) 2065/20018 wordt ingetrokken door Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1420/20139. Verordening (EG) 104/2000 en verordening (EG) 2065/2001 zijn uitgevoerd bij het Warenwetbesluit Visserijproducten, slakken en kikkerbillen.

Artikel XIX zorgt voor het toevoegen van nationale bepalingen aan het Warenwetbesluit Visserijproducten, slakken en kikkerbillen die noodzakelijk zijn in verband met verordening (EU) 1379/2013.

Bij de onderdelen A en B worden onder andere de definitie van verordening (EU) 1379/2013 en verbodsbepalingen vastgesteld.

Krachtens artikel 35, vierde lid, van verordening (EU) 1379/2013 mogen lidstaten kleine hoeveelheden rechtstreeks vanaf vissersvaartuigen aan de consumenten verkochte producten vrijstellen van de eisen, bedoeld in het eerste lid van artikel 35. Nederland maakt hiervan gebruik in het nieuwe artikel 9. Artikel 35, vierde lid, van verordening (EU) 1379/2013 bepaalt dat die hoeveelheden niet hoger zijn dan de waarde in artikel 58, achtste lid, van verordening (EG) nr. 1224/2009. Deze hoeveelheden vertegenwoordigen momenteel een waarde van niet meer dan € 50,– per dag.

De lijst van handelsbenamingen, bedoeld in het nieuwe artikel 9a, wordt vastgesteld bij de Warenwetregeling handelsbenamingen vis.

De artikelen 9b, 9c en 9d zijn uitvoeringsbepalingen die noodzakelijk waren in verband met verordening (EG) 104/2000 en verordening (EG) 2065/2001. Met het vervallen van deze verordeningen kunnen deze artikelen ook vervallen.

Artikel XX, onderdeel A

In verband met de rectificatie van de wijziging van de vruchtensappenrichtlijn10 (PbEU 2015, L 196) wordt de uitdrukking «uit sapconcentraat verkregen vruchtensap» in het Warenwetbesluit vruchtensappen 2012 vervangen door «vruchtensap uit concentraat».

Artikel XXI, onderdelen A en B

In het Warenwetbesluit Zuivel wordt in artikel 4, tweede lid, verwezen naar richtlijn 83/417/EEG11. Deze richtlijn wordt met ingang van 22 december 2016 ingetrokken door richtlijn 2015/220312. De regels van richtlijn 83/417/EEG zouden moeten worden aangepast aan de ontwikkelingen in de Europese levensmiddelenwetgeving en de goedkeuring van een internationale norm inzake voor menselijke voeding bestemde caseïneproducten van de Commissie van de Codex Alimentarius. Ter wille van de duidelijkheid is richtlijn 83/417/EEG ingetrokken en vervangen door richtlijn 2015/2203.

Artikel XXI, onderdelen A en B, zorgen voor het opnemen van een verwijzing naar richtlijn 2015/2203. Richtlijn 2015/2203 wordt geïmplementeerd door een wijziging van de Warenwetregeling Melkeiwitten (caseïne en caseïnaten).

Artikel XXI, onderdelen C en E

Door deze wijziging wordt innovatie in het kaasmaakproces ondersteund. Stemsels en zuursels zijn noodzakelijk voor de kaasbereiding.

Nieuwe technieken voor de productie van kaas kennen de mogelijkheid om pas later in het proces het stremsel en zuursel toe te voegen. Dit heeft als groot voordeel dat deze zuursels en stremsels, alsmede eventuele andere toevoegingen, zoals kleurstoffen, niet in de wei, het bijproduct van de kaasbereiding, terecht komen. De waardevolle bestanddelen in dit bijproduct, zoals wei-eiwitten en lactose, kunnen daardoor zuiverder gewonnen worden en zijn beter inzetbaar in de productie van andere producten, zoals kindervoeding.

Hierdoor wordt een betere benutting van reststromen mogelijk gemaakt, dit met behoud van de intrinsieke eigenschappen van het product kaas. Met deze wijziging wordt het voorschrift tevens in lijn gebracht met de definitie van kaas in de «Codex General Standard for Cheese» (Codex Standard 283-1978). De huidige Nederlandse definitie van kaas stelt de afloop van wei als voorwaarde voor het gebruik van de naam kaas. De definitie in de Codex Standard erkent ook de mogelijkheid om met alternatieve technieken tot eenzelfde product te komen. Doordat deze technieken voorhanden zijn, hebben België, Denemarken en Zweden in de afgelopen tijd de definitie van kaas aangepast aan die van de Codex Standard. Om het Nederlandse Zuivelbedrijfsleven niet op achterstand te plaatsen ten opzichte van de wereldwijde standaard en de aangepaste wetgeving in andere lidstaten, wordt ook in Nederland de definitie van kaas aangepast.

De wijziging heeft ook gevolgen voor de definitie van «kwark of verse kaas».

Deze wijziging is niet voorgelegd aan de Europese Commissie ingevolge Richtlijn (EU) 2015/153513, omdat het een versoepeling betreft van reeds bestaande technische voorschriften.

Artikel XXII, onderdeel A

De artikelen 19, eerste lid, onder a, en 20, tweede lid, onder a, van de Warenwet zijn vervallen bij de wijziging van de Warenwet (Stb. 2015, 235) vanwege de inwerkingtreding van Verordening (EU) 1169/201114. Overtreding van deze bepalingen waren opgenomen in de bijlage bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten en komen te vervallen.

Artikel XXII, onderdeel B

Artikel 3 van het Warenwetbesluit machines is op 12 december 2011 in twee leden geknipt (Stb. 2011, 594). Dit als uitvloeisel van de implementatie van Richtlijn 2009/127/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 tot wijziging van Richtlijn 2006/42/EG met betrekking tot machines voor de toepassing van pesticiden (PbEU 2009, L 310).

De in artikel 3, eerste lid, vermelde aspecten waren en zijn de primaire verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het toezicht en de handhaving voor deze aspecten geschiedden en geschieden via de kaders van warenwet- en regelgeving.

Het in artikel 3, tweede lid, vermelde milieuaspect strekt ter uitvoering van artikel 2, tweede lid, onder m, van de Richtlijn machines, dat exclusief geldt voor machines bedoeld voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Omdat de Warenwet in 2011 nog niet strekte (mede) ter behartiging van milieubelangen is toen gekozen voor een apart tweede lid, dat zijn grondslag had in de Wet gewas-beschermingsmiddelen en biociden.

Aldus zou de Minister van Economische Zaken (toen nog Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) kunnen optreden, daarbij gebruik makend van de toezichthoudende en handhavingsbevoegdheden, zoals geregeld in de gewasbeschermingsmiddelenwet- en regelgeving (o.a. bijlage XIII van de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden). Artikel 3, tweede lid, van het Warenwetbesluit machines viel buiten het bereik van het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten.

Met het nieuwe artikel 13 van de Warenwet heeft een uitbreiding plaatsgevonden van de door de Warenwet te behartigen belangen, voor zover die voortvloeien uit Europese regelgeving. Dit speelt bij artikel 3, tweede lid, van het Warenwetbesluit machines. Dit lid heeft nu wel via artikel 13 zijn grondslag in de Warenwet. Dit betekent ook dat er nu wel toezicht en handhaving mogelijk is via de kaders van de warenwet- en regelgeving. Daartoe wordt rubriek C-26 van de bijlage bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten uitgebreid met artikel 3, tweede lid, van het Warenwetbesluit machines.

Dit onderdeel zal tegelijkertijd met artikel 13 van de Warenwet bij koninklijk besluit in werking treden (artikel XXIII, vierde lid).

Artikel XXII, onderdeel D

Deze wijziging houdt verband met de wijzigingen in het Warenwetbesluit Visserijproducten, slakken en kikkerbillen (artikel XIX, onderdeel D).

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Aan het ROW nemen vertegenwoordigers deel van ondernemers (industrie en handel), van consumenten, van ministeries (met name van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en van Economische Zaken), en van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

X Noot
2

Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PbEU 2011, L 304).

X Noot
3

Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 199/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PbEG 2006, L 369).

X Noot
4

Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PbEU 2004, L 165).

X Noot
5

Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG 1998, L 24).

X Noot
6

Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in produkten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (PbEG 1996, L 125).

X Noot
7

Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur (PbEG 2000, L 17).

X Noot
8

Verordening (EG) nr. 2065/2001 van de Commissie van 22 oktober 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad met betrekking tot de informatieverstrekking aan de consument in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur (PbEG 2001, L 278).

X Noot
9

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1420/2013 van de Commissie van 17 december 2013 tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 347/96, (EG) nr. 1924/2000, (EG) nr. 1925/2000, (EG) nr. 2508/2000, (EG) nr. 2509/2000, (EG) nr. 2813/2000, (EG) nr. 2814/2000, (EG) nr. 150/2001, (EG) nr. 939/2001, (EG) nr. 1813/2001, (EG) nr. 2065/2001, (EG) nr. 2183/2001, (EG) nr. 2318/2001, (EG) nr. 2493/2001, (EG) nr. 2306/2002, (EG) nr. 802/2006, (EG) nr. 2003/2006, (EG) nr. 696/2008 en (EG) nr. 248/2009 na de vaststelling van Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten (PbEU 2013, L 353).

X Noot
10

Richtlijn 2012/12/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 april 2012 tot wijziging van Richtlijn 2001/112/EG van de Raad inzake voor menselijke voeding bestemde vruchtensappen en bepaalde soortgelijke producten (PbEU 2012, L 115).

X Noot
11

Richtlijn nr. 83/417/EEG van de Raad van 25 juli 1983 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake bepaalde voor menselijke voeding bestemde melkeiwitten (caseïne en caseïnaten) (PbEG L 237).

X Noot
12

Artikel 8 van Richtlijn (EU) 2015/2203 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot voor menselijke voeding bestemde caseïne en caseïnaten en tot intrekking van Richtlijn 83/417/EEG van de Raad (PbEU 2015, L 314).

X Noot
13

Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (codificatie) (PbEU 2015, L 241).

X Noot
14

Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PbEU 2011, L 304).

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt met de daarbijbehorende stukken openbaar gemaakt door publicatie in de Staatscourant.