Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2016, 229AMvB

Besluit van 15 juni 2016, houdende vaststelling van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 en wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit, het Warenwetbesluit liften 2016 en het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten (Warenwetbesluit drukapparatuur 2016)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 maart 2016, nr. 2016-0000081054;

Gelet op richtlijn nr. 2014/68/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukapparatuur (herschikking) (PbEU 2014, L 189; rectificatie PbEU 2015, L 157), alsmede op de artikelen 4, eerste lid, 5, tweede lid, 7, 7a, derde lid, 11, 12, 13, 14 en 32b van de Warenwet, artikel 49 van de Mijnbouwwet, artikel 8.40 van de Wet milieubeheer, en artikel 16, eerste, tweede en derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 25 april 2016, nr. W12.16.0061/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 juni 2016, nr. 2016-0000120386;

Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepaling

  • 1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    a. richtlijn:

    richtlijn nr. 2014/68/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukapparatuur (herschikking) (PbEU 2014, L 189; rectificatie PbEU 2015, L 157);

    b. accreditatie:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    c. CE-markering:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    d. conformiteitsbeoordeling:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    e. distributeur:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    f. drukapparatuur:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    g. erkende onafhankelijke instelling:

    hetgeen artikel 24 van de richtlijn juncto de onderdelen 3.1.2 en 3.1.3 van bijlage I bij de richtlijn daaronder verstaat;

    h. EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie:

    conformiteitsbeoordelingsinstantie, genoemd in artikel 2 van de richtlijn;

    i. EU-keuringsdienst van gebruikers:

    keuringsdienst van gebruikers, genoemd in artikel 16 van de richtlijn;

    j. fabrikant:
    • 1°. hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat; en

    • 2°. een gebruiker die een drukapparaat of samenstel ontwerpt, vervaardigt, laat ontwerpen of laat vervaardigen, en dat drukapparaat of samenstel in eigen beheer assembleert of gebruikt voor eigen doeleinden;

    k. geharmoniseerde norm:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    l. gemachtigde:

    hetgeen artikel 2 van richtlijn daaronder verstaat;

    m. importeur:

    hetgeen artikel 2 van richtlijn daaronder verstaat;

    n. in bedrijf stellen:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    o. in de handel brengen:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    p. marktdeelnemer:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    q. nationale accreditatie-instantie:

    nationale accreditatie-instantie, genoemd in artikel 2 van de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie;

    r. NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie:

    NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, genoemd in artikel 29;

    s. NL-keuringsdienst van gebruikers:

    NL-keuringsdienst van gebruikers, genoemd in artikel 32;

    t. op de markt aanbieden:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    u. samenstellen:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat;

    v. schema:

    het stelsel van regels, procedures en beheersaspecten voor het uitvoeren van (onderdelen van) de conformiteitsbeoordeling voor specifieke objecten waarvoor dezelfde specifieke eisen van toepassing zijn;

    w. stoffen:

    hetgeen artikel 2 van de richtlijn daaronder verstaat; en

    x. wet:

    Warenwet.

  • 2. Dit besluit is niet van toepassing op drukapparatuur en samenstellen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de richtlijn.

Artikel 2 Algemene verplichtingen

  • 1. Het is verboden drukapparatuur en samenstellen in de handel te brengen, in bedrijf te stellen, op de markt aan te bieden of te gebruiken die niet voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften.

  • 2. Het is verboden drukapparatuur en samenstellen in de handel te brengen of op de markt aan te bieden anders dan met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften met betrekking tot het bezigen van vermeldingen of aanduidingen.

  • 3. Het is verboden drukapparatuur en samenstellen in de handel te brengen, in bedrijf te stellen, op de markt aan te bieden of te gebruiken, indien de bij of krachtens dit besluit voorgeschreven conformiteitsbeoordelingsprocedures niet in acht zijn genomen.

  • 4. Het is verboden drukapparatuur en samenstellen te gebruiken anders dan met inachtneming van de voorschriften bij of krachtens dit besluit gesteld met betrekking tot het voorhanden zijn van documenten.

HOOFDSTUK 2 EU-CONFORMITEITSVERKLARING EN CE-MARKERING

Artikel 3 Reikwijdte

Dit hoofdstuk, met uitzondering van de artikelen 4, eerste lid, onder a, en tweede lid, 6, eerste lid, onder a, en tweede lid, en 7, eerste lid, onder a, en tweede lid, is niet van toepassing op drukapparatuur en samenstellen als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de richtlijn.

Artikel 4 Verplichtingen fabrikant

  • 1. Fabrikanten voldoen bij het ontwerpen, vervaardigen, het in de handel brengen en het voor eigen doeleinden gebruiken van drukapparatuur en samenstellen aan de volgende bepalingen van de richtlijn:

    • a. artikel 6;

    • b. artikel 11;

    • c. artikel 13;

    • d. artikel 14;

    • e. artikel 16, voor zover van toepassing;

    • f. artikel 17;

    • g. artikel 18;

    • h. artikel 19, eerste tot en met vijfde lid;

    • i. artikel 40, eerste en derde lid;

    • j. artikel 42, eerste en tweede lid; en

    • k. bijlage I.

  • 2. Instructies en informatie aangaande de veiligheid, alsmede eventuele etikettering als bedoeld in artikel 6, zevende lid, van de richtlijn, zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse taal.

  • 3. De EU-conformiteitsverklaring, bedoeld in de artikelen 6, tweede lid, en 17, eerste lid, van de richtlijn, is in ieder geval gesteld in de Nederlandse of Engelse taal.

Artikel 5 Gemachtigde van de fabrikant

  • 1. De fabrikant die een gemachtigde aanstelt, voldoet en zorgt dat wordt voldaan aan artikel 7 van de richtlijn.

  • 2. De gemachtigde, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de artikelen 7, tweede lid, en 11 van de richtlijn.

Artikel 6 Verplichtingen importeur

  • 1. Importeurs voldoen bij het in de handel brengen van drukapparatuur en samenstellen aan de volgende bepalingen van de richtlijn:

    • a. artikel 8;

    • b. artikel 10;

    • c. artikel 11;

    • d. artikel 40, eerste en derde lid;

    • e. artikel 42, eerste en tweede lid; en

    • f. bijlage I.

  • 2. Instructies en informatie aangaande de veiligheid, bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de richtlijn, zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse taal.

Artikel 7 Verplichtingen distributeur

  • 1. Distributeurs voldoen bij het op de markt aanbieden van drukapparatuur en samenstellen aan de volgende bepalingen van de richtlijn:

    • a. artikel 9;

    • b. artikel 10;

    • c. artikel 11;

    • d. artikel 40, eerste en derde lid; en

    • e. artikel 42, eerste en tweede lid.

  • 2. Instructies en informatie aangaande de veiligheid, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de richtlijn, zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse taal.

Artikel 8 EU-conformiteit

  • 1. Drukapparatuur en samenstellen voldoen aan de essentiële veiligheidseisen als vermeld in bijlage I van de richtlijn.

  • 2. Drukapparatuur en samenstellen die door fabrikanten en importeurs in de handel worden gebracht of door distributeurs op de markt worden aangeboden, die in overeenstemming zijn met geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, worden vermoed te voldoen aan de eisen die door die normen of delen daarvan worden bestreken, zoals beschreven in artikel 12 en bijlage I van de richtlijn.

Artikel 9 CE-markering

  • 1. Drukapparatuur en samenstellen die in de handel worden gebracht of op de markt worden aangeboden, met uitzondering van die genoemd in artikel 16, tweede lid, zijn overeenkomstig de artikelen 18 en 19 van de richtlijn voorzien van de CE-markering.

  • 2. Drukapparatuur en samenstellen die niet zijn voorzien van de CE-markering of anderszins niet aan dit besluit voldoen, mogen op beurzen en exposities en bij demonstraties worden tentoongesteld met inachtneming van artikel 3, derde lid, van de richtlijn.

Artikel 10 Procedure EU-conformiteitsbeoordeling

  • 1. De beoordeling van de conformiteit van drukapparatuur en samenstellen, de afgifte van verklaringen en de verlening van goedkeuringen ter zake vinden plaats met inachtneming van de artikelen 12, eerste lid, 14 en 17 van de richtlijn.

  • 2. Fabrikanten vragen de beoordeling van de conformiteit van drukapparatuur en samenstellen, als bedoeld in artikel 14 van de richtlijn, aan bij een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie of EU-keuringsdienst voor gebruikers.

  • 3. De dossiers en briefwisseling betreffende de in de artikelen 14 en 16 van de richtlijn bedoelde conformiteitbeoordelingsprocedures zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse taal of een andere door de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie aanvaarde taal.

  • 4. De verlening van de goedkeuring, genoemd in bijlage I, onderdelen 3.1.2 en 3.1.3, bij de richtlijn, kan naast de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie geschieden door een erkende onafhankelijke instelling. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11 Europese materiaalgoedkeuring

  • 1. De Europese materiaalgoedkeuring, bedoeld in artikel 15 van de richtlijn, wordt op verzoek van één of meer materiaalfabrikanten of fabrikanten van drukapparatuur, met inachtneming van genoemd artikel, verleend door een hiertoe door Onze Minister aangewezen EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie. De kosten van de materiaalgoedkeuring zijn voor rekening van de betrokken fabrikant of fabrikanten.

  • 2. De voor de fabricage van drukapparatuur gebruikte materialen die voldoen aan de Europese materiaalgoedkeuringen waarvan de referenties door de Commissie van de Europese Unie zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie, worden geacht te voldoen aan de daarop van toepassing zijnde essentiële veiligheidseisen, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn.

Artikel 12 Intrekking verklaringen en goedkeuringen

  • 1. De EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie en EU-keuringsdienst van gebruikers trekken een door hen afgegeven verklaring van EU-typeonderzoek of EU-ontwerponderzoek of een verleende goedkeuring van het kwaliteitssysteem, bedoeld in bijlage III bij de richtlijn, in, indien de essentiële veiligheidseisen of voorgeschreven gebruiksomstandigheden, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn, zodanig zijn gewijzigd dat het type, ontwerp of kwaliteitssysteem niet meer voldoet aan de gewijzigde eisen op het tijdstip waarop deze volgens de richtlijn van toepassing zijn.

  • 2. De EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie trekt een door haar verleende Europese materiaalgoedkeuring in, indien naar haar oordeel de goedkeuring niet verleend had mogen worden of indien de materiaalsoort onder een geharmoniseerde norm valt.

  • 3. De EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie en EU-keuringsdienst van gebruikers en erkende onafhankelijke instelling trekken een door hen verleende goedkeuring, genoemd in bijlage I, onderdelen 3.1.2 en 3.1.3, bij de richtlijn, in, indien die naar hun oordeel niet verleend had mogen worden of er niet meer wordt voldaan aan bijlage I, onderdelen 3.1.2 of 3.1.3, bij de richtlijn.

Artikel 13 Aanwijzingsprocedure

  • 1. Bij een verzoek aan Onze Minister als bedoeld in artikel 7a van de wet, voldoet de aanvrager aan artikel 28, eerste en tweede lid, van de richtlijn.

  • 2. Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers en erkende onafhankelijke instelling voldoen aan of zorgen dat, voor zover op hen van toepassing, wordt voldaan aan de volgende bepalingen van de richtlijn:

    • a. artikel 16, eerste lid, derde lid en vierde lid;

    • b. artikel 24, tweede tot en met elfde lid;

    • c. artikel 25, tweede lid tot en met elfde lid;

    • d. artikel 34; en

    • e. artikel 36.

  • 3. Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers of erkende onafhankelijke instelling, die taken uitbesteedt of door ondergeschikte instanties laat uitvoeren, voldoet aan artikel 27 van de richtlijn.

  • 4. Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst voor gebruikers of erkende onafhankelijke instelling voldoet aan de criteria, genoemd in het eerste, tweede en derde lid. Zij tonen dit aan door middel van een accreditatie tegen de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen of delen daarvan, mits die normen de eisen, bedoeld in de eerste zin, dekken en de referentienummers van die normen in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt.

  • 5. Indien de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst voor gebruikers of erkende onafhankelijke instelling geen bewijs van accreditatie kan overleggen, verschaft zij Onze Minister alle bewijsstukken die nodig zijn om aan te tonen dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in het eerste, tweede en derde lid.

Artikel 14 Weigering, schorsing, wijziging of intrekking aanwijzing

  • 1. Onze Minister weigert een aanwijzing als EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers of erkende onafhankelijke instelling indien de aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde bij of krachtens artikel 13, eerste tot en met vijfde lid, voor zover op hen van toepassing.

  • 2. Een aanwijzing kan worden geschorst, ten nadele van de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers of erkende onafhankelijke instelling worden gewijzigd of ingetrokken:

    • a. op grond van door de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers of erkende onafhankelijke instelling verstrekte onjuiste inlichtingen over feiten of omstandigheden, mits de onjuistheid daarvan aan deze instantie, dienst of instelling bekend was of kon zijn;

    • b. indien de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers of erkende onafhankelijke instelling niet meer voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 13, eerste tot en met vijfde lid; of

    • c. indien de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers of erkende onafhankelijke instelling haar wettelijke verplichtingen niet meer naar behoren nakomt of de taken waarvoor zij is aangewezen, niet meer naar behoren uitvoert.

  • 3. Een aanwijzing kan worden geweigerd of ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  • 4. Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Artikel 15 Aanmeldende autoriteit

  • 1. Bij de uitoefening van zijn taken als aanmeldende autoriteit voldoet Onze Minister aan artikelen 22 en 29 van de richtlijn.

  • 2. Onze Minister verricht de taken, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de richtlijn.

Artikel 16 Periodieke controle

  • 1. Tijdens de looptijd van de aanwijzing stelt Onze Minister periodiek vast of de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers en erkende onafhankelijke instelling:

    • a. nog voldoen aan het bepaalde bij of krachtens artikel 13, eerste tot en met vijfde lid, voor zover op hen van toepassing; en

    • b. hun wettelijke verplichtingen naar behoren nakomen en de taken waarvoor zij zijn aangewezen, naar behoren uitvoeren.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld betreffende het kosteloos gegevens en inlichtingen verstrekken door de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers of erkende onafhankelijke instelling aan Onze Minister of de nationale accreditatie-instantie respectievelijk door Onze Minister of de nationale accreditatie-instantie aan de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers of erkende onafhankelijke instelling, die zijn verkregen door de uitvoering of het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet, welke noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun wettelijke taken.

  • 3. Een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, een EU-keuringsdienst van gebruikers of een erkende onafhankelijke instelling die haar taken waarvoor zij is aangewezen, beëindigt, of waarvan de aanwijzing door Onze Minister wordt ingetrokken, is verplicht tijdig voorafgaand aan de beëindiging van de werkzaamheden respectievelijk de datum waarop de aanwijzing eindigt, haar dossiers over te dragen aan een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie waarmee de marktdeelnemer een overeenkomst is aangegaan. Indien er geen EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie is, draagt de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers of erkende onafhankelijke instelling de dossiers over aan Onze Minister.

Artikel 17 Wijziging richtlijn

Een wijziging van de richtlijn gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

HOOFDSTUK 3 VERKEER EN GEBRUIK

Artikel 18 Gebruiksaanwijzing

Drukapparatuur en samenstellen gaan vergezeld van een gebruiksaanwijzing, bestemd voor de gebruiker, met alle voor de veiligheid van belang zijnde informatie als bedoeld in punt 3.4 van bijlage I bij de richtlijn, en die ten minste in de Nederlandse taal is gesteld.

Artikel 19 Opstelling drukapparatuur en samenstellen

  • 1. De opstelling van drukapparatuur en samenstellen voorzien van een CE-markering, zijn zodanig dat zij toegankelijk en bereikbaar zijn voor het gebruik en uitvoeren van onderhoud, onderzoek, inspectie, reparatie en keuringen. Zij zijn voorzien van een zodanige ondersteuning dat de veiligheid niet in gevaar wordt gebracht.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van het eerste lid nadere regels worden gesteld.

Artikel 20 Onderhoud en gebruik

  • 1. Degene die drukapparatuur of samenstellen voorhanden heeft, aflevert, tentoonstelt of gebruikt zorgt ervoor dat die in goede staat van onderhoud verkeren.

  • 2. Degene die drukapparatuur of samenstellen gebruikt of doet gebruiken, zorgt ervoor dat die drukapparatuur en samenstellen overeenkomstig het door de fabrikant beoogde gebruik worden gebruikt.

  • 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing voor zover drukapparatuur en samenstellen hetzij zijn afgekeurd hetzij onklaar zijn gemaakt hetzij anderszins kennelijk niet meer voor gebruik zijn bestemd.

HOOFDSTUK 4 GEBRUIK EN KEURING VAN DRUKAPPARATUUR

Paragraaf 1 Keuring drukapparatuur

Artikel 21 Keuring voor ingebruikneming
  • 1. Bij ministeriële regeling wordt drukapparatuur aangewezen die overeenkomstig dit artikel wordt gekeurd.

  • 2. De drukapparatuur, bedoeld in het eerste lid, wordt, wanneer die wordt opgesteld en geïnstalleerd, gekeurd voor de eerste ingebruikneming alsmede na elke montage op een nieuwe plaats van opstelling en gaat vergezeld van een verklaring van ingebruikneming. De kosten van de keuring zijn voor rekening van de gebruiker, bedoeld in het vierde lid.

  • 3. De verklaring van ingebruikneming, bedoeld in het tweede lid, wordt onder overlegging van de gegevens en bescheiden, genoemd in het vierde lid, schriftelijk aangevraagd bij een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers.

  • 4. De aanvraag, bedoeld in het derde lid, omvat, voor zover van toepassing:

    • a. naam en adres van de gebruiker en plaats waar de drukapparatuur staat opgesteld; en

    • b. de gebruiksaanwijzing, bedoeld in bijlage I, punt 3.4, bij de richtlijn, met inbegrip van een vervaardigingsbewijs, de EG-verklaring van overeenstemming, bedoeld in artikel 25, de EU-conformiteitsverklaring en het aantekenblad, bedoeld in artikel 24, indien reeds verstrekt.

  • 5. De documenten, bedoeld in het vierde lid, onder b, kunnen met instemming van de NL- conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers, in afwijking van het derde lid, beschikbaar worden gehouden op het moment van de keuring.

  • 6. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers, die de keuring, bedoeld in het tweede lid, uitvoert, verricht, voor zover van toepassing, de volgende onderzoeken:

    • a. de verificatie van de drukapparatuur aan de hand van de gebruiksaanwijzing en markeringen;

    • b. de controle van de uitwendige toestand van de drukapparatuur;

    • c. de controle van de werking van de veiligheidsappendages en onder druk staande appendages; en

    • d. de controle van de opstelling van de drukapparatuur.

  • 7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de onderzoeken, bedoeld in het zesde lid.

  • 8. Bij de toepassing van het tweede en zesde lid wordt rekening gehouden met de onderzoeken in het kader van de EU-conformititeitsbeoordeling, bedoeld in de artikelen 8 en 10.

  • 9. Indien een afzonderlijk drukvat of afzonderlijke installatieleiding met inbegrip van de daarbij behorende veiligheidsappendages en onder druk staande appendages, wordt gekoppeld aan een bestaand drukvat of bestaande installatieleiding, kan de keuring voor de ingebruikneming, bedoeld in het tweede lid, worden betrokken op het afzonderlijk drukvat of de afzonderlijke installatieleiding, met inbegrip van de daarbij behorende veiligheidsappendages en onder druk staande appendages.

  • 10. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers, bedoeld in het zesde lid, stellen een rapport op van de keuring, bedoeld in het tweede lid, en stellen een exemplaar van het rapport beschikbaar aan de gebruiker. In dit rapport kunnen voorwaarden worden gesteld waaraan wordt voldaan alvorens een verklaring van ingebruikneming wordt afgegeven.

  • 11. Door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers, bedoeld in het zesde lid, wordt een verklaring van ingebruikneming afgegeven indien is gebleken dat tegen het in gebruik nemen van de drukapparatuur, bedoeld in het tweede lid, geen bezwaar bestaat. In deze verklaring:

    • a. wordt de termijn vermeld waarbinnen de drukapparatuur uiterlijk aan een herkeuring als bedoeld in artikel 22, wordt onderworpen; en

    • b. kunnen voorwaarden worden gesteld.

  • 12. De verklaring van ingebruikneming kan betrekking hebben op één of meer drukapparaten.

  • 13. De gebruiker draagt er zorg voor dat de keuring, bedoeld in het tweede lid, veilig kan worden uitgevoerd.

  • 14. Dit artikel is niet van toepassing, indien een verklaring als bedoeld in artikel 23, tweede lid, is afgegeven, tot het tijdstip waarop de betreffende drukapparatuur na montage wordt opgesteld en geïnstalleerd op een nieuwe plaats van opstelling.

Artikel 22 Herkeuring
  • 1. Bij ministeriële regeling wordt in verband met de veiligheid en gezondheid van personen en het milieu drukapparatuur aangewezen die overeenkomstig dit artikel wordt herkeurd.

  • 2. De drukapparatuur, bedoeld in het eerste lid, wordt herkeurd en gaat vergezeld van een verklaring van herkeuring. De kosten van de herkeuring zijn voor rekening van de gebruiker, bedoeld in het vierde lid.

  • 3. De verklaring van herkeuring, bedoeld in het tweede lid, wordt, met inachtneming van de termijn, bedoeld in artikel 21, elfde lid, onder a, onderscheidenlijk de termijn, bedoeld in het negende lid, onder a, onder overlegging van de gegevens en bescheiden, vermeld in het vierde lid, schriftelijk aangevraagd bij een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers.

  • 4. De aanvraag, bedoeld in het derde lid, omvat, voor zover van toepassing:

    • a. naam en adres van de gebruiker en de plaats waar de drukapparatuur staat opgesteld;

    • b. de verklaring van ingebruikneming, de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming en de verklaring van herkeuring, afgegeven na een voorgaande herkeuring, met inbegrip van de bij de keuringen behorende rapporten, en het aantekenblad, bedoeld in artikel 24;

    • c. de documentatie van de drukapparatuur die is afgegeven tot 29 mei 2002 op grond van de wettelijke voorschriften die van toepassing waren vóór 29 november 1999; en

    • d. naar het oordeel van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers, bedoeld in het zesde lid, aanvullende documentatie.

  • 5. Artikel 21, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 6. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers die de herkeuring, bedoeld in het tweede lid, uitvoeren, verrichten, voor zover van toepassing, de volgende onderzoeken:

    • a. de controle van de inwendige toestand van drukapparatuur door een inwendig onderzoek of ander passend onderzoek gericht op de inwendige toestand; en

    • b. de controle van de uitwendige toestand van de drukapparatuur.

  • 7. Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van de onderzoeken, bedoeld in het zesde lid, nadere regels worden gesteld.

  • 8. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers, bedoeld in het zesde lid, stellen een rapport op van de herkeuring, bedoeld in het tweede lid, en stellen een exemplaar van het rapport beschikbaar aan de gebruiker. In dit rapport kunnen voorwaarden worden gesteld waaraan wordt voldaan alvorens een verklaring van herkeuring wordt afgegeven.

  • 9. Door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers, bedoeld in het zesde lid, wordt een verklaring van herkeuring afgegeven, indien is gebleken dat tegen het verdere gebruik van de drukapparatuur voor de geldende termijn geen bezwaar bestaat. In deze verklaring:

    • a. wordt de geldigheidstermijn vermeld; en

    • b. kunnen voorwaarden worden gesteld.

  • 10. De verklaring van herkeuring kan betrekking hebben op één of meer drukapparaten.

  • 11. De gebruiker draagt er zorg voor dat de herkeuring, bedoeld in het tweede lid, veilig kan worden uitgevoerd.

  • 12. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot bepaalde drukapparatuur als bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld die strekken ter aanvulling van dit artikel of onderdelen daarvan.

Artikel 23 Intredekeuring
  • 1. Dit artikel is van toepassing op drukapparatuur die:

    • a. voor 29 mei 2002 is vervaardigd overeenkomstig de wettelijke voorschriften van een staat, niet zijnde Nederland, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; of

    • b. op of na 29 mei 2002 is vervaardigd overeenkomstig de wettelijke voorschriften van een staat, die is toegetreden tot de Europese Unie op of na 29 mei 2002, mits de vervaardiging is geschied voor de datum van toetreding van de desbetreffende staat, en die niet voor 29 mei 2002 in overeenstemming is gebracht met de richtlijn, en die op grond van artikel 21, eerste lid, is aangewezen.

  • 2. Alvorens de drukapparatuur, bedoeld in het eerste lid, in gebruik wordt genomen, wordt zij aan een intredekeuring onderworpen en gaat vergezeld van een verklaring van intredekeuring en ingebruikneming. De kosten van de intredekeuring zijn voor rekening van de gebruiker, bedoeld in het vierde lid.

  • 3. De verklaring, bedoeld in het tweede lid, wordt, onder overlegging van de gegevens en bescheiden, vermeld in het vierde lid, schriftelijk door de gebruiker aangevraagd bij een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers.

  • 4. De aanvraag, bedoeld in het derde lid, omvat voor zover van toepassing:

    • a. naam en adres van de gebruiker en het adres van de plaats van opstelling van de drukapparatuur;

    • b. de documenten omtrent het ontwerp, de vervaardiging en het toegestane gebruik van de drukapparatuur; en

    • c. de afgegeven verklaringen met bijbehorende rapporten met betrekking tot keuringen van drukapparatuur.

  • 5. Artikel 21, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 6. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers, die de keuring uitvoeren, verrichten, voor zover van toepassing, de volgende onderzoeken:

    • a. een beoordeling van het ontwerp naar het beoogde gebruiksdoel van de drukapparatuur;

    • b. een beoordeling van de documenten die betrekking hebben op de vervaardiging van de drukapparatuur;

    • c. een beoordeling van de integratie en beveiliging van de drukapparatuur;

    • d. de onderzoeken, bedoeld in artikel 21, zesde lid; en

    • e. de onderzoeken, bedoeld in artikel 22, zesde lid.

  • 7. Met goedkeuring van een beoordeling als bedoeld in het zesde lid, onder a en b, wordt gelijkgesteld een bewijs van goedkeuring afgegeven door een erkende onafhankelijke instelling in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, welk bewijs is afgegeven op basis van onderzoeken die aan ten minste gelijkwaardige eisen voldoen.

  • 8. Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van de onderzoeken, bedoeld in het zesde lid, onder a en b, nadere regels worden gesteld.

  • 9. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers, bedoeld in het zesde lid, stellen een rapport op van de intredekeuring, bedoeld in het tweede lid, en stellen een exemplaar van het rapport beschikbaar aan de gebruiker. In dit rapport kunnen voorwaarden worden gesteld waaraan wordt voldaan alvorens een verklaring van intredekeuring en ingebruikneming wordt afgegeven.

  • 10. Door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers, bedoeld in het zesde lid, wordt een verklaring als bedoeld in het tweede lid afgegeven, indien is gebleken dat tegen het in gebruik nemen van de drukapparatuur, bedoeld in het eerste lid, geen bezwaar bestaat. In deze verklaring:

    • a. wordt de termijn vermeld waarbinnen de drukapparatuur uiterlijk aan een herkeuring als bedoeld in artikel 22, wordt onderworpen; en

    • b. kunnen voorwaarden worden gesteld.

  • 11. De verklaring, bedoeld in het tweede lid, kan betrekking hebben op één of meer drukapparaten.

  • 12. De gebruiker draagt er zorg voor dat de keuring, bedoeld in het tweede lid, veilig kan worden uitgevoerd.

Artikel 24 Aantekenblad
  • 1. De verklaring van ingebruikneming, bedoeld in artikel 21, tweede lid, en de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming, bedoeld in artikel 23, tweede lid, gaan vergezeld van een aantekenblad.

  • 2. Op het aantekenblad worden de bevindingen van elke verrichting aan de drukapparatuur vermeld, met, indien van toepassing, verwijzing naar verklaringen en bijbehorende rapporten, totdat de drukapparatuur is afgekeurd hetzij onklaar is gemaakt hetzij anderszins kennelijk niet meer voor gebruik is bestemd.

  • 3. Uitsluitend de betrokken NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers zijn bevoegd op het aantekenblad aantekeningen te maken.

Artikel 25 Bewaren documenten
  • 1. Gedurende tien jaar na de vervaardiging van drukapparatuur of samenstellen of indien deze in een serie zijn vervaardigd, na de vervaardiging van de laatste drukapparatuur of samenstellen, bewaart de fabrikant overeenkomstig bijlage III bij de richtlijn, voor zover van toepassing, de technische documentatie, een afschrift van de EG-verklaring van overeenstemming, van de EU-conformiteitsverklaring en van de verklaring van EG-typeonderzoek of EG-ontwerponderzoek, bedoeld in Richtlijn 97/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 mei 1997 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende drukapparatuur (Pb 1997, L 181), het certificaat van EU-typeonderzoek of EU-ontwerponderzoek inclusief de aanvullingen daarop, en de gegevens, bedoeld in punt 5 van module D, onderscheidenlijk punt 7 van module D1, onderscheidenlijk punt 5 van module E, onderscheidenlijk punt 7 van module E1, onderscheidenlijk punt 5 van module H van bijlage III bij de richtlijn.

  • 2. Indien de fabrikant niet in de Europese Economische Ruimte is gevestigd, is het eerste lid van toepassing op degene die de drukapparatuur of samenstellen in de Europese Economische Ruimte in de handel brengt.

  • 3. Zolang de drukapparatuur of samenstellen in werking zijn of in werking kunnen worden gesteld bewaart de gebruiker, voor zover van toepassing, de EG-verklaring van overeenstemming, bedoeld in het eerste lid, de EU-conformiteitsverklaring, de gebruiksaanwijzing, bedoeld in bijlage I, punt 3.4, bij de richtlijn, de verklaring van ingebruikneming, bedoeld in artikel 20, tweede lid, de verklaring van herkeuring, bedoeld in artikel 22, tweede lid, het aantekenblad, bedoeld in artikel 24, eerste lid, de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming, bedoeld in artikel 23, tweede lid, en de bij de beoordelingen en keuringen behorende rapporten.

Paragraaf 2 Voorgenomen en uitgevoerde wijzigingen en reparaties in de gebruiksfase

Artikel 26 Wijzigingen en reparaties
  • 1. Op voorgenomen wijzigingen en reparaties aan drukapparatuur, bedoeld in artikel 21, eerste lid, is bijlage I, met uitzondering van het aanbrengen van de CE-markering, bij de richtlijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Van voorgenomen wijzigingen en reparaties aan drukapparatuur, bedoeld in het eerste lid, wordt de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers onverwijld in kennis gesteld door de gebruiker.

  • 3. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers, bedoeld in het tweede lid, verricht de noodzakelijke onderzoeken aan het ontwerp en de constructie van de voorgenomen wijziging of reparatie waarbij, voor zover van toepassing, rekening wordt gehouden met eerder uitgevoerd onderzoek en verricht tijdens de uitvoering van de wijziging of reparatie passende onderzoeken en proeven. De kosten van de onderzoeken en proeven zijn voor rekening van de gebruiker, bedoeld in het tweede lid.

  • 4. Indien de wijzigingen aan de drukapparatuur, bedoeld in het eerste lid, van invloed zijn op de wijze van gebruik, de uitrusting of de opstelling, beoordeelt de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers, bedoeld in het tweede lid, de integratie en beveiliging.

  • 5. Met betrekking tot voorgenomen wijzigingen aan drukapparatuur dat in gebruik is en voor de voorgenomen wijziging niet valt onder de drukapparatuur, bedoeld in artikel 22, eerste lid, maar daar na de voorgenomen wijziging wel onder valt, is het eerste tot en met het vijfde lid van overeenkomstige toepassing, en worden door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers, bedoeld in het tweede lid, zo nodig, de volgende onderzoeken uitgevoerd:

    • a. een beoordeling van het ontwerp naar het beoogde gebruiksdoel van de drukapparatuur;

    • b. een beoordeling van de documenten die betrekking hebben op de vervaardiging van de drukapparatuur;

    • c. een beoordeling van de integratie en beveiliging van de drukapparatuur;

    • d. de onderzoeken, bedoeld in artikel 21, zesde lid; en

    • e. de onderzoeken, bedoeld in artikel 22, zesde lid.

  • 6. Met betrekking tot de gewijzigde drukapparatuur worden door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers, bedoeld in het tweede lid, zo nodig, de onderzoeken, bedoeld in artikel 21, zesde lid, uitgevoerd.

  • 7. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers, bedoeld in het tweede lid, stellen een rapport op van de beoordelingen, bedoeld in het derde en vierde lid, van het onderzoek, bedoeld in het derde lid, en van de onderzoeken, bedoeld in het vijfde, zesde en achtste lid, en stellen een exemplaar van dit rapport beschikbaar aan de gebruiker.

  • 8. Indien is gebleken dat tegen het verder gebruik van de drukapparatuur geen bezwaar bestaat, wordt door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers, bedoeld in het derde lid, voor zover van toepassing:

    • a. een aanvulling op de verklaring van ingebruikneming of de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming gegeven; of

    • b. een verklaring van ingebruikneming afgegeven indien het zesde lid van toepassing is.

  • 9. Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van de wijze waarop reparaties en wijzigingen als bedoeld in het eerste lid, worden uitgevoerd, en onderzoeken en proeven, als bedoeld in het derde lid, nadere regels worden gesteld.

Paragraaf 3 Intrekking verklaringen en goedkeuringen

Artikel 27 Intrekking
  • 1. Een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers trekt een door haar afgegeven verklaring van ingebruikneming, een verklaring van herkeuring of een verklaring van intredekeuring en ingebruikneming in, indien de drukapparatuur niet meer voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 21, 22 of 23.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inhoud en geldigheidsduur van de verklaringen en goedkeuringen, bedoeld in het eerste lid.

HOOFDSTUK 5 NL-CONFORMITEITSBEOORDELINGSINSTANTIE EN NL-KEURINGSDIENST VAN GEBRUIKERS

Artikel 28 Criteria voor aanwijzing als NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie

  • 1. Als NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie kunnen worden aangewezen de instellingen die voldoen aan de volgende eisen:

    • a. artikel 25, tweede, derde, vierde, vijfde, zevende, achtste en negende lid, van de richtlijn;

    • b. zij zijn in staat alle conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten waarvoor zij aangewezen zijn, ongeacht of deze taken door henzelf of namens hen en onder hun verantwoordelijkheid worden verricht;

    • c. hun medewerkers zijn gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan zij kennisnemen bij de uitoefening van hun wettelijke taken, behalve ten opzichte van de bevoegde autoriteiten;

    • d. zij beschikken over een registratiesysteem waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op het verrichten van de conformiteitsbeoordelingstaken waarvoor zij aangewezen willen worden, naar behoren worden vastgelegd;

    • e. zij hebben een schemabeheerder voor het ontwikkelen, onderhouden en publiekelijk en kosteloos toegankelijk maken van een schema, dat door hen onverkort wordt gebruikt. De schemabeheerder houdt naar behoren rekening met de belangen van alle partijen die belang hebben bij het schema, zonder dat één van de belangen de overhand heeft; en

    • f. indien zij conformiteitsbeoordelingstaken uitbesteden of door een dochteronderneming laten uitvoeren, is het bepaalde in artikel 30 van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Indien er meerdere NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties zijn aangewezen:

    • a. nemen zij deel aan het door hen gezamenlijk te organiseren overleg ten einde te komen tot het geharmoniseerd verrichten van de conformiteitsbeoordelingstaken waarvoor zij zijn aangewezen;

    • b. wijzen zij een schemabeheerder aan voor het opstellen, onderhouden en publiekelijk en kosteloos toegankelijk maken van een gezamenlijk schema, dat door hen onverkort wordt gebruikt;

    • c. hanteren zij de in het overleg genomen administratieve beslissingen en opgestelde documenten als algemene richtsnoeren; en

    • d. zorgen zij ervoor dat hun medewerkers die de conformiteitsbeoordelingstaken verrichten, op de hoogte zijn van de activiteiten, administratieve beslissingen en opgestelde documenten van het overleg.

  • 3. NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties brengen Onze Minister op de hoogte van:

    • a. elke weigering, beperking, schorsing of intrekking van goedkeuringen;

    • b. omstandigheden die van invloed zijn op de werkingssfeer van of de voorwaarden voor aanwijzing;

    • c. informatieverzoeken over conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die zij van Onze Minister ontvangen; of

    • d. op verzoek, de binnen de werkingssfeer van hun aanwijzing verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten en andere activiteiten waaronder uitbesteding.

  • 4. NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties verstrekken de andere uit hoofde van dit besluit aangewezen NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties en NL-keuringsdiensten van gebruikers die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten voor drukapparatuur verrichten, relevante informatie over negatieve conformiteitsbeoordelingsresultaten, en, op verzoek, over positieve conformiteitsbeoordelingsresultaten.

  • 5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.

Artikel 29 Taken NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie

Een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie is belast met de volgende taken, voor zover hiervoor aangewezen:

  • a. de keuring voor ingebruikneming, bedoeld in artikel 21;

  • b. de herkeuring, bedoeld in artikel 22;

  • c. de intredekeuring, bedoeld in artikel 23; en

  • d. de beoordelingen en de onderzoeken bij voorgenomen en uitgevoerde wijzigingen en reparaties in de gebruiksfase, bedoeld in artikel 26.

Artikel 30 Uitbesteden taken

  • 1. Indien NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties conformiteitsbeoordelingstaken uitbesteden of door een dochteronderneming laten uitvoeren, waarborgen zij dat de onderaannemer of dochteronderneming aan de criteria, bedoeld in artikel 28, eerste, tweede, derde en vierde lid, voldoet, en brengen zij Onze Minister hiervan op de hoogte.

  • 2. NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties nemen de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de conformiteitsbeoordelingstaken die worden verricht door een onderaannemer of dochteronderneming.

  • 3. NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties zorgen ervoor dat de activiteiten van een onderaannemer of dochteronderneming geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, objectiviteit en onpartijdigheid van de door henzelf te verrichten conformiteitsbeoordelingstaken.

  • 4. Conformiteitsbeoordelingstaken mogen uitsluitend met instemming van de klant worden uitbesteed of door een dochteronderneming worden verricht.

  • 5. NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties houden alle relevante documenten betreffende de beoordeling van de kwalificaties van een onderaannemer of dochterondernemer en betreffende de door een onderaannemer of dochteronderneming uit hoofde van dit besluit verrichte conformiteitsbeoordelingstaken ter beschikking van de aanwijzende autoriteit.

Artikel 31 Criteria voor aanwijzing als NL-keuringsdienst van gebruikers

  • 1. Als NL-keuringsdienst van gebruikers kan worden aangewezen een keuringsdienst die voldoet aan de volgende eisen:

    • a. artikel 26, tweede tot en met negende lid, van de richtlijn;

    • b. zij zijn in staat alle conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten waarvoor zij aangewezen zijn;

    • c. hun medewerkers zijn gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan zij kennisnemen bij de uitoefening van hun wettelijke taken, behalve ten opzichte van de bevoegde autoriteiten;

    • d. zij beschikken over een registratiesysteem waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op het verrichten van de conformiteitsbeoordelingstaken waarvoor zij aangewezen willen worden, naar behoren worden vastgelegd;

    • e. zij hebben een schemabeheerder voor het ontwikkelen, onderhouden en publiekelijk en kosteloos toegankelijk maken van een schema, dat door hen onverkort wordt gebruikt. De schemabeheerder houdt naar behoren rekening met de belangen van alle partijen die belang hebben bij het schema, zonder dat één van de belangen de overhand heeft; en

    • f. indien zij conformiteitsbeoordelingstaken uitbesteden of door een dochteronderneming laten uitvoeren, is het bepaalde in artikel 30 van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Indien er meerdere NL-keuringsdiensten voor gebruikers zijn aangewezen:

    • a. nemen zij deel aan het door hen gezamenlijk te organiseren overleg ten einde te komen tot het geharmoniseerd verrichten van de conformiteitsbeoordelingstaken waarvoor zij zijn aangewezen;

    • b. wijzen zij een schemabeheerder aan voor het opstellen en onderhouden van een gezamenlijk schema, dat door hen onverkort wordt gebruikt;

    • c. hanteren zij de in het overleg genomen administratieve beslissingen en opgestelde documenten als algemene richtsnoeren; en

    • d. zorgen zij ervoor dat hun medewerkers die de conformiteitsbeoordelingstaken verrichten, op de hoogte zijn van de activiteiten, administratieve beslissingen en opgestelde documenten van het overleg.

  • 3. NL-keuringsdiensten van gebruikers brengen Onze Minister op de hoogte van:

    • a. elke weigering, beperking, schorsing of intrekking van goedkeuringen;

    • b. omstandigheden die van invloed zijn op de werkingssfeer van of de voorwaarden voor aanwijzing;

    • c. informatieverzoeken over conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die zij van Onze Minister ontvangen; of

    • d. op verzoek, de binnen de werkingssfeer van hun aanwijzing verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten en andere activiteiten.

  • 4. NL-keuringsdiensten van gebruikers verstrekken de andere uit hoofde van dit besluit aangewezen NL-keuringsdiensten van gebruikers en NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten voor drukapparatuur verrichten, relevante informatie over negatieve conformiteitsbeoordelingsresultaten, en, op verzoek, over positieve conformiteitsbeoordelingsresultaten.

  • 5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.

  • 6. Een NL-keuringsdienst van gebruikers die deel uitmaakt van een mijnbouwonderneming, wordt aangewezen door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken.

Artikel 32 Taken NL-keuringsdienst van gebruikers

  • 1. Een NL-keuringsdienst van gebruikers werkt uitsluitend voor de groep waarvan hij deel uitmaakt, welke groep een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid hanteert ten aanzien van de technische specificaties voor ontwerp, fabricage, controle, onderhoud en gebruik van drukapparatuur en samenstellen.

  • 2. Een NL-keuringsdienst van gebruikers is belast met de volgende taken voor zover hiervoor aangewezen:

    • a. de keuring voor ingebruikneming, bedoeld in artikel 21;

    • b. de herkeuring, bedoeld in artikel 22;

    • c. de intredekeuring, bedoeld in artikel 23; en

    • d. de beoordelingen en de onderzoeken bij voorgenomen en uitgevoerde wijzigingen en reparaties in de gebruiksfase, bedoeld in artikel 26.

Artikel 33 Aanwijzingsprocedure

  • 1. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers dienen de aanvraag tot aanwijzing in bij Onze Minister.

  • 2. Een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie toont aan dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in artikelen 28, eerste, tweede, derde en vierde lid, en 30, door middel van een accreditatie tegen de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen of delen daarvan, mits die normen de eerdergenoemde eisen dekken en de referentienummers van die normen in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt.

  • 3. Een NL-keuringsdienst van gebruikers toont aan dat zij voldoet aan de eisen, genoemd in de artikelen 30 en 31, eerste, tweede, derde en vierde lid, door middel van een accreditatie tegen de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen of delen daarvan, mits die normen de eerdergenoemde eisen dekken en de referentienummers van die normen in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt.

  • 4. Indien de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers geen bewijs van accreditatie kan overleggen, verschaft zij Onze Minister alle bewijsstukken die nodig zijn om aan te tonen dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in het tweede dan wel derde lid.

  • 5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de accreditatie, bedoeld in het tweede, derde of vierde lid, en de indiening en afhandeling van aanvraag, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 34 Weigering, schorsing, wijziging of intrekking aanwijzing

  • 1. Een aanwijzing als NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers wordt geweigerd, indien de aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 28, 29, 30 of 31.

  • 2. Een aanwijzing kan worden geschorst, ten nadele van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers worden gewijzigd of ingetrokken:

    • a. op grond van door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers verstrekte onjuiste inlichtingen over feiten of omstandigheden, mits de onjuistheid daarvan aan die instantie of dienst bekend was of kon zijn;

    • b. indien niet meer is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 28, 29 en 30, voor zover het betreft de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of de artikelen 30, 31 en 32, voor zover het betreft de NL-keuringsdienst van gebruikers; of

    • d. indien de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers haar wettelijke verplichtingen niet meer naar behoren nakomt of de taken waarvoor zij is aangewezen, niet meer naar behoren uitvoert.

  • 3. Een aanwijzing kan worden geweigerd of ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  • 4. Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet, worden gevraagd.

Artikel 35 Periodieke controle

  • 1. Tijdens de looptijd van de aanwijzing stelt Onze Minister periodiek vast of de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers:

    • a. nog voldoen aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 28, 29 en 30, voor zover het betreft de NL- conformiteitsbeoordelingsinstantie, en de artikelen 30, 31 en 32, voor zover het betreft de NL- keuringsdienst van gebruikers; en

    • b. hun wettelijke verplichtingen naar behoren nakomen en de taken waarvoor zij zijn aangewezen, naar behoren uitvoeren.

  • 2. Bij ministeriele regeling worden nadere regels gesteld betreffende het kosteloos gegevens en inlichtingen verstrekken door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers aan Onze Minister of de nationale accreditatie-instantie respectievelijk door Onze Minister of de nationale accreditatie-instantie aan de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers, die zijn verkregen door de uitvoering of het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet, welke noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun wettelijke taken.

  • 3. Een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie die haar taken waarvoor zij is aangewezen, beëindigt, of waarvan de aanwijzing door Onze Minister wordt ingetrokken, is verplicht tijdig voorafgaand aan de beëindiging van de werkzaamheden respectievelijk de datum, waarop de aanwijzing eindigt, haar dossiers over te dragen aan een andere NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie waarmee de marktdeelnemer een overeenkomst is aangegaan. Indien er geen andere NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie is, draagt de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie de dossiers over aan Onze Minister.

Artikel 36 Inspectieafdeling van de gebruiker

  • 1. Een inspectieafdeling van de gebruiker werkt uitsluitend voor de groep waarvan de inspectieafdeling deel uitmaakt. Deze groep hanteert een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid ten aanzien van de technische specificaties voor ontwerp, fabricage, levering, installatie, gebruik, controle en onderhoud van drukapparatuur.

  • 2. Onze Minister kan op verzoek ten aanzien van een inspectieafdeling van de gebruiker ontheffing verlenen van het eerste lid, eerste zin.

  • 3. De inspectieafdeling van de gebruiker heeft een identificeerbare structuur en binnen de organisatie waar de inspectieafdeling deel van is, rapportagelijnen die haar onpartijdigheid waarborgen. De inspectieafdeling van de gebruiker en haar personeel mogen niet verantwoordelijk zijn voor ontwerp, fabricage, levering, installatie, gebruik, controle en onderhoud van drukapparatuur en geen activiteiten uitoefenen die strijdig zijn met de onafhankelijkheid van hun oordeel en met hun integriteit betreffende hun inspectieactiviteiten.

  • 4. Een inspectieafdeling van de gebruiker hanteert een gecertificeerd kwaliteitsmanagementsysteem voor de uitoefening van haar taken.

  • 5. Een inspectieafdeling van de gebruiker is bevoegd tot het uitoefenen, onder toezicht van een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, van de volgende taken voor zover hiervoor gecertificeerd door die NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie:

    • a. het verrichten van onderzoeken in het kader van herkeuringen als bedoeld in artikel 22, zesde lid; en

    • b. het verrichten van onderzoeken in het kader van voorgenomen reparaties als bedoeld in artikel 26, derde lid.

  • 6. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, bedoeld in het vijfde lid, stelt mede met gebruikmaking van een rapport van de inspectieafdeling van de gebruiker, de verklaring van herkeuring, bedoeld in artikel 22, negende lid, onderscheidenlijk de aanvulling op de verklaring van ingebruikneming of de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming, bedoeld in artikel 26, achtste lid, op met betrekking tot de door de inspectieafdeling van de gebruiker verrichte inspecties.

HOOFDSTUK 6 OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 37 Wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit

Artikel 7.4a van het Arbeidsomstandighedenbesluit wordt als volgt gewijzigd:

1. In het elfde lid wordt «artikel 12b van het Warenwetbesluit drukapparatuur» vervangen door: artikel 21 van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016;

2. In het twaalfde lid, onder d, en het dertiende lid wordt «artikel 12c van het Warenwetbesluit drukapparatuur» vervangen door: artikel 22 van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016.

Artikel 38 Wijziging van het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten

De bijlage bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten wordt als volgt gewijzigd:

1. In de inhoudsopgave, regel C-40 Warenwetbesluit drukapparatuur, wordt toegevoegd: 2016.

2. Onderdeel C-40 Warenwetbesluit drukapparatuur komt te luiden:

C-40

Warenwetbesluit drukapparatuur 2016

C-40.1.1

art. 2, lid 1, j° art. 4, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.2

art. 2, lid 1, j° art. 4, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.3

art. 2, lid 1, j° art. 4, lid 3

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.4

art. 2, lid 1, j° art. 5, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.5

art. 2, lid 1, j° art. 5, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.6

art. 2, lid 1, j° art. 6, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.7

art. 2, lid 1, j° art. 6, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.8

art. 2, lid 1, j° art. 7, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.9

art. 2, lid 1, j° art. 7, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.10

art. 2, lid 1, j° art. 8, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.11

art. 2, lid 1, j° art. 19, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.12

art. 2, lid 1, j° art. 19, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.13

art. 2, lid 1, j° art. 20, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.14

art. 2, lid 1, j° art. 20, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.15

art. 2, lid 1, j° art. 20, lid 3

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.16

art. 2, lid 1, j° art. 21, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.17

art. 2, lid 1, j° art. 21, lid 13

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.18

art. 2, lid 1, j° art. 22, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.19

art. 2, lid 1, j° art. 22, lid 11

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.20

art. 2, lid 1, j° art. 25, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.21

art. 2, lid 1, j° art. 25, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.1.22

art. 2, lid 1, j° art. 25, lid 3

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.2.1

art. 2, lid 2, j° art. 9, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.2.2

art. 2, lid 2, j° art. 9, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.3.1

art. 2, lid 3, j° art. 10, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.3.2

art. 2, lid 3, j° art. 10, lid 3

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.3.3

art. 2, lid 3, j° art. 10, lid 4

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.3.4

art. 2, lid 3, j° art. 11, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.4.1

art. 2, lid 4, j° art. 18

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.4.2

art. 2, lid 4, j° art. 23, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.4.3

art. 2, lid 4, j° art. 23, lid 12

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.4.4

art. 2, lid 4, j° art. 24, lid 1

€ 525,–

€ 1.050,–

C-40.4.5

art. 2, lid 4, j° art. 24, lid 2

€ 525,–

€ 1.050,–

Artikel 39 Wijziging van het Warenwetbesluit liften 2016

In artikel 26, eerste lid, onderdeel a, van het Warenwetbesluit liften 2016 wordt «25» vervangen door «24».

HOOFDSTUK 7 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 40 Overgangsbepaling

  • 1. Drukapparatuur die voldoet aan het Warenwetbesluit drukapparatuur, zoals dat onmiddellijk vóór 19 juli 2016 luidde en vóór dat tijdstip in de handel is gebracht, mag ook op en na dat tijdstip op de markt worden aangeboden.

  • 2. De aanwijzing als aangewezen instelling op verzoek als bedoeld in artikel 19a van het Warenwetbesluit drukapparatuur, afgegeven op grond van de wet en geldend op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding, genoemd in artikel 42, tweede lid, van dit besluit, wordt geacht te zijn afgegeven met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde bepalingen.

  • 3. Een verklaring of goedkeuring genoemd in artikel 19 van het Warenwetbesluit drukapparatuur, en geldend op de dag, onmiddellijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding, genoemd in artikel 42, tweede lid, wordt geacht te zijn afgegeven met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde bepalingen, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 11, 12 en 27.

Artikel 41 Intrekking Warenwetbesluit drukapparatuur

Het Warenwetbesluit drukapparatuur wordt ingetrokken.

Artikel 42 Inwerkingtreding

  • 1. De artikelen 1, 13, 14, 15, 16, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 39 en 40, derde lid, van dit besluit treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

  • 2. De artikelen 2 tot en met 12, 17 tot en met 27, 36, 37, 38, 40, eerste en tweede lid, en 41 van dit besluit treden in werking met ingang van 19 juli 2016.

Artikel 43 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit drukapparatuur 2016.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 15 juni 2016

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Uitgegeven de tweeëntwintigste juni 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

NOTA VAN TOELICHTING

A. Algemeen

Het onderhavige besluit strekt ter implementatie van Richtlijn 2014/68/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukapparatuur (PbEU 2014, L 189; rectificatie PbEU 2015, L 157; verder te noemen: richtlijn 2014/68/EU).

Richtlijn 2014/68/EU is een herziening van Richtlijn 97/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 mei 1997 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende drukapparatuur (Pb 1997, L 181; verder te noemen: richtlijn 97/23/EG). Richtlijn 97/23/EG uit 1997 stelt essentiële veiligheidseisen aan drukapparatuur. Die richtlijn en de wijzigingen daarop waren geïmplementeerd in het Warenwetbesluit drukapparatuur.

Richtlijn 2014/68/EU moet zijn geïmplementeerd met ingang van 19 juli 2016. Richtlijn 97/23/EG wordt per 19 juli 2016 ingetrokken. Voor de transponeringstabel zie paragraaf B van deze nota van toelichting.

Artikel 13 van richtlijn 2014/68/EU is eerder geïmplementeerd via een wijziging van artikel 6 van het Warenwetbesluit drukapparatuur en van toepassing per 1 juni 2015 (Stb. 2015, 32).

Richtlijn 2014/68/EU is in overeenstemming gebracht met Besluit Nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad (PbEU 2008, L 218).

Dit betekent het stroomlijnen van de procedures in de richtlijn. Met deze wijziging is geen sprake van nieuw beleid. Het beleid voor Europese productregelgeving is al in 2008 vastgelegd in het Nieuw wetgevingskader (NWK). Dit kader omvat onder meer:

  • Verordening (EG) Nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU 2008, L 218; verder te noemen: Verordening 765/2008); en

  • Besluit Nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad (PbEU 2008, L 218; verder te noemen: Besluit 768/2008).

De opname van de definitie van fabrikant is een inhoudelijke verduidelijking met als gevolg dat het in Nederland gebruikte «druksysteem» vervalt.

Met de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie van 10 november 2009 (Stb. 2009, 455) is uitvoering gegeven aan Verordening 765/2008 en is de positie en de werkzaamheden van de Nationale accreditatie-instantie, voor Nederland de Raad voor Accreditatie, vastgelegd.

De stroomlijning van het NWK omvat horizontale definities, stelt gelijke verplichtingen aan marktdeelnemers (fabrikanten, gemachtigden, importeurs en distributeurs) en eisen voor traceerbaarheid, harmoniseert conformiteitbeoordelingsprocedures, scherpt de criteria voor aangemelde (voortaan EU-)conformiteitsbeoordelingsinstanties aan, geeft eisen voor de aanmeldingsprocedure, stelt eisen aan de aanmeldende autoriteiten en geeft eenduidige regels voor de toepassing van de vrijwaringsprocedure. Aan specifieke inhoudelijke producteisen wordt niets gewijzigd.

Er is bewust gekozen voor de toevoeging van «EU-« aan de begrippen conformiteitsbeoordelingsinstantie en keuringsdienst van gebruikers, waarmee het begrip in de richtlijn wordt genuanceerd. In het Warenwetbesluit liften 2016 en het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 zijn er nationale tegenhangers, de zogenaamde NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringdienst van gebruikers toegevoegd. Deze conformiteitsbeoordelingsinstanties zijn niet verplicht op grond van de Richtlijn 2014/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake liften en veiligheidscomponenten voor liften respectievelijk Richtlijn 2014/68/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukapparatuur, waardoor niet in deze terminologieproblematiek is voorzien. Omwille van duidelijkheid en eenheid in de diverse SZW-Warenwetbesluiten wordt in alle Warenwetbesluiten gesproken van EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties en NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties. In dit besluit wordt omwille van duidelijk en eenvoud tevens gesproken van een EU-keuringsdienst van gebruikers en een NL-keuringsdienst van gebruikers.

Het onderhavige besluit wijzigt de systematiek voor een aanwijzing en, indien toepasselijk, aanmelding in het New Approach Notified and Designated Organisations Information System (verder te noemen: Nando), het Europees registratiesysteem voor EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties, EU-keuringsdiensten van gebruikers en erkende onafhankelijke instellingen.

De richtlijn laat de lidstaten de ruimte voor een accreditatiesysteem dan wel een ander gelijkwaardig beoordelingsysteem. De keuze ter zake is aan de lidstaten. De richtlijn geeft daarbij aan de voorkeur te hebben voor accreditatie als het geschiktste middel waarmee de technische bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties kan worden aangetoond. Nederland sluit zich aan bij die voorkeur. Daaraan liggen de volgende overwegingen ten grondslag.

  • De randvoorwaarden die Nando stelt, zijn van dien aard dat een niet geaccrediteerde EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers of erkende onafhankelijke instellingen economisch nadeel ondervindt omdat zij aanvullende documenten beschikbaar moet stellen aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (verder te noemen: Minister van SZW) en rekening moet houden met een langere wachttijd (twee maanden in plaats van twee weken na aanmelding) voordat zij met de werkzaamheden mag aanvangen. De wachttijd is de periode die lidstaten en de Europese Commissie hebben om gemotiveerd hun oordeel kenbaar te maken over de aanmelding van een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, een EU-keuringsdienst van gebruikers of een erkende onafhankelijke instelling.

  • Op grond van Verordening 765/2008 is het de nationale accreditatie-instantie, voor Nederland de Raad voor Accreditatie (verder te noemen: RvA), alleen toegestaan te accrediteren tegen de geharmoniseerde accreditatienormen die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Met andere woorden: het stelsel van beoordelen zoals dat was geregeld bij en krachtens het Warenwetbesluit drukapparatuur waarbij de RvA een beoordeling uitvoert anders dan een accreditatie, is niet langer toegestaan en wordt beëindigd. De RvA is bovendien bij uitstek geschikt deze taak te verrichten.

  • Het toezicht op de RvA als nationale accreditatie-instantie is geregeld via collegiale toetsing onder leiding van de European co-operation for Accreditation (verder te noemen: EA). De EA wordt op haar beurt weer collegiaal getoetst onder leiding van het International Accreditation Forum en de International Laboratory Accreditation Cooperation.

Het Warenwetbesluit drukapparatuur ging uit van een beoordeling door de RvA. Deze SZW-beoordeling voerde de RvA niet uit als nationale accreditatie-instantie. De SZW-beoordeling was daardoor ook geen onderwerp van deze collegiale toetsing.

De overgang naar accreditatie maakt dat de beoordeling van een instelling die in aanmerking wenst te komen voor een aanwijzing nu wel onderwerp is van de collegiale toetsing. Het is niet de bedoeling dat de Minister van SZW toezicht houdt op het functioneren van de RvA als nationale accreditatie-instantie. Dat is aan de Minister van Economische Zaken als voor de RvA verantwoordelijke minister.

In de meeste Europese lidstaten zal als regel conform de voorkeur van de richtlijn accreditatie de voorkeur hebben. In uitzonderlijke omstandigheden kan dat echter anders zijn. In dat geval moet er inderdaad de ruimte zijn voor een potentiële EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie om de geschiktheid op een andere manier aan te tonen (zie verder de toelichting bij de artikelen 13, 14 en 15).

Met uitzondering van de eerste overweging liggen dezelfde overwegingen ten grondslag aan de voorkeur voor accreditatie voor NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties en NL-keuringsdiensten van gebruikers die keuringen verrichten in de gebruiksfase van drukapparatuur. Het stroomlijnen van de grond voor aanwijzing van deze zogenoemde NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties en NL-keuringsdiensten van gebruikers voor de keuring voor ingebruikneming en het keuren van drukapparatuur in de gebruiksfase sluit zo ook aan bij Verordening 765/2008. Aldus wordt optimaal aangesloten bij het Europees stelsel van accreditatie. Verder wordt zo voorkomen dat er eisen worden gesteld aan een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie en EU-keuringsdienst van gebruikers voor het regime zoals is geregeld in richtlijn 2014/68/EU, en de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers voor het regime in de gebruiksfase, die met elkaar kunnen conflicteren.

Een aanmelding van een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers en erkende onafhankelijke instelling door de Minister van SZW wordt altijd vooraf gegaan door een aanwijzing op grond van artikel 7a van de Warenwet eveneens door de Minister van SZW. In de praktijk zijn deze taken gemandateerd aan de Inspectie SZW De aanwijzing wordt openbaar gemaakt in de Staatscourant. De aanmelding wordt openbaar gemaakt in Nando.

Voor de volledigheid zij opgemerkt dat een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers, een erkende onafhankelijke instelling, een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en een NL-keuringsdienst van gebruikers, wat betreft de uitvoering van dit Warenwetbesluit belast is met een publiekrechtelijke taak en dientengevolge bestuursorgaan is (artikel 1:1, eerste lid onder b, van de Algemene wet bestuursrecht). Hij dient zich dus, net zoals zijn rechtsvoorganger, de certificerende en keurende instelling, te houden aan de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, Wet openbaarheid van bestuur en Wet op de nationale ombudsman.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie die in aanmerking wenst te komen voor een aanwijzing (NL) en, indien toepasselijk, ook een aanmelding (EU) moet een accreditatie van de RvA overleggen. De RvA accrediteert tegen een geharmoniseerde accreditatienorm die is gepubliceerd in het Official Journal van de Europese Unie. Om te bepalen welke accreditatienorm toepasselijk is, dient de Blue Guide als uitgangspunt. De RvA geeft aan voor welke delen van dit besluit en de richtlijn de accreditatie geldig is.

Accreditatie vindt altijd plaats tegen een integrale geharmoniseerde accreditatienorm. Accreditatie tegen uitsluitend delen van een geharmoniseerde accreditatienorm is niet mogelijk. Aanvullende eisen, zoals die zijn opgenomen in sectorale regelingen om specifieke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten te verrichten kunnen aanleiding zijn dat bepaalde normelementen uit andere geharmoniseerde accreditatienormen dan die waartegen integraal wordt geaccrediteerd een bruikbaar normartikel zijn. Om deze elementen niet uit te sluiten is opgenomen dat accreditatie tegen de van toepassing zijnde geharmoniseerde norm of delen daarvan plaatsvindt.

In beginsel geeft een accreditatie tegen de toepasselijke geharmoniseerde accreditatienorm(en) en met een passende scope het vermoeden van overeenstemming met de eisen voor aanwijzing (NL) en, indien toepasselijk, aanmelding (EU) in Nando. Het is niet de bedoeling dat de Minister van SZW de toetspunten van de accreditatie opnieuw beoordeelt.

Alle conformiteitsbeoordelingsinstanties die tot op heden zijn aangewezen (NL) en, indien toepasselijk, aangemeld (EU), beschikken naast een SZW-beoordeling in de regel ook over een toepasselijke accreditatie.

Met de verplichting tot accreditatie wordt aangesloten bij het Europees stelsel en vervalt de SZW-beoordeling. Daardoor vervalt ook het schema voor aanwijzing en toezicht op de instellingen voor conformiteitsbeoordelingsprocedures voor de richtlijn 97/23/EG- Drukapparatuur, zoals opgenomen in de bijlage bij de Warenwetregeling drukapparatuur. Wat betreft de NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties en NL-keuringsdiensten voor gebruikers geldt dat deze instanties alsdan zelf verantwoordelijk zijn voor het opstellen van één gezamenlijk schema (zie de artikelen 28, eerste lid, onder e, en 31, eerste lid, onder e). Mocht een dergelijk schema niet zijn gerealiseerd bij de inwerkingtreding van dit besluit, dan moeten de instellingen willen zij aangewezen kunnen worden, het schema, zoals dat was opgenomen in de bijlage bij de regeling drukapparatuur, blijven hanteren (stand van de wetenschap). Dit is in praktische zin op te lossen als de schemabeheerder de SZW schema’s overneemt, bevriest en publiekelijk en kosteloos toegankelijk maakt op het moment dat dit besluit in werking treedt. De RvA zal daar op toetsen.

Verder wordt per 19 juli 2016 het schema voor aanwijzing en toezicht op de instellingen ten behoeve van keuringen van drukapparatuur in de gebruiksfase, zoals opgenomen in de bijlage bij de Uitvoeringsregeling Besluit drukapparatuur, ingetrokken. Voorzien is in een overgangsbepaling ter zake (zie artikel 40, derde lid).

Een aangewezen NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers is als regel al aangewezen op grond van de SZW-beoordeling die de RvA heeft uitgevoerd eind 2013, begin 2014. Deze beoordeling is in beginsel vier jaren geldig, dus tot eind 2017, begin 2018 afhankelijk van het moment waarop de RvA de resultaten van de SZW-beoordeling heeft vastgesteld en als advies aan de Minister van SZW heeft toegezonden. De eindverantwoordelijkheid voor aanwijzing en aanmelding ligt nog steeds bij de Minister van SZW. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers hebben de volgende mogelijkheden:

  • a. Een al aangewezen NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers kunnen hun aanwijzing continueren tot het moment dat de SZW-beoordeling vervalt. In een dergelijk geval zal de periodieke check door de RvA zich moeten baseren op de toetspunten die zijn getoetst bij de initiële SZW beoordeling. Dat is geregeld via het overgangsregime in artikel 40 van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016.

  • b. Een al aangewezen NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers kunnen ook gebruik maken van de mogelijkheid om de aanwijzing om te zetten naar een aanwijzing onder accreditatie. Daarbij moet er een schema door een schemabeheerder zijn opgesteld. Mocht een dergelijk schema niet zijn gerealiseerd bij de inwerkingtreding van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016, dan moet de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers wil deze kunnen worden aangewezen, het schema, zoals dat was opgenomen in de bijlage bij de Uitvoeringsregeling Besluit drukapparatuur op de dag voor de datum van inwerkingtreding van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016, blijven hanteren (stand van de wetenschap).

  • c. Een nieuwe NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers die wenst te worden aangewezen als NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringdienst van gebruikers in het kader van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016, moet altijd de weg volgen die onder (b) is geschetst.

Het is dus aan de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers om aan te geven wat deze op welk moment wenst: continuering van de SZW-beoordeling, optie (a), of overgaan naar accreditatie, optie (b).

Alle aangewezen NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties en NL-keuringsdiensten van gebruikers voor het werkveld drukapparatuur zijn nog geaccrediteerd tegen de schema’s die tot voor kort waren opgenomen als bijlage bij de Warenwetregeling drukapparatuur. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers kan dus kiezen tussen optie (a) of optie (b). Het initiatief ligt bij de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie om een aanvraag in te dienen bij de RvA om de SZW-beoordeling te beëindigen en deze te vervangen door accreditatie. Met de accreditatieverklaring van de RvA kan de geaccrediteerde NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties of NL-keuringsdienst van gebruikers zich dan vervoegen bij de Inspectie SZW met het verzoek om de aanwijzing als NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers te realiseren op grond van de accreditatie.

Hoofdstuk 2 van dit besluit is een één-op-één implementatie van richtlijn 2014/68/EU. Bij de implementatie is gekozen voor een directe verwijzing naar richtlijn 2014/68/EU. De bepalingen van richtlijn 2014/68/EU zijn voldoende duidelijk en gezien de internationale dimensie van de markt voor drukapparatuur wordt veelal alleen met de tekst van de richtlijn gewerkt.

Van het beleid inzake vaste verandermomenten van regelgeving wordt afgeweken aangezien het hier implementatie van Europese regelgeving betreft.

De totstandkoming van dit nieuwe besluit betekent tevens dat de bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten behorende lijst van overtredingen moet worden aangepast. Dit geschiedt middels artikel 38 van het besluit. De boetebedragen wijzigen niet. Dat zal geschieden bij een in voorbereiding zijnde integrale herziening van dat besluit. Wat betreft de fase van het in de handel brengen en het op de markt aanbieden wordt dan gekomen tot een bestuurlijke boete in de vorm van een percentage van de omzet van de drukapparatuur ten aanzien waarvan de overtreding is begaan. Wat betreft de gebruiksfase zal het huidige systeem van twee boetebedragen afhankelijk van het aantal bij het bedrijf werkzame werknemers als zodanig worden gehandhaafd.

B. Transponeringstabel

In onderstaande tabel is het verband weergegeven tussen richtlijn 2014/68/EU en het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016.

Richtlijn

Wettelijke regeling

Beleidsruimte. Betreft geharmoniseerde richtlijn. In het algemeen geen beleidsruimte

Artikel 1, eerste lid

Artikel 1, eerste lid, onderdeel f en u, Besluit

 

Artikel 1, tweede lid

Artikel 1, tweede lid, Besluit

 

Artikel 2

Artikel 1 Besluit

 

Artikel 3, eerste lid

Artikel 2 Besluit

 

Artikel 3, tweede lid

Artikel 16, eerste lid, Arbowet, Hoofdstuk 7 (arbeidsmiddelen) en artikelen 21, 22, 23 en 26 Besluit

 

Artikel 3, derde lid

Artikel 9, tweede lid, Besluit

 

Artikel 4

Artikelen 3 (betreft artikel 4, derde lid), 4, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, en 8, eerste lid

 

Artikel 5, eerste en tweede lid

Artikel 2 Besluit

 

Artikel 5, derde lid

Artikelen 4, tweede lid, 6, tweede lid, en 7, tweede lid, Besluit

 

Artikel 6

Artikel 4 Besluit

Taal lid 7. Er is gekozen voor Nederlands

Artikel 7

Artikel 5 Besluit

 

Artikel 8

Artikel 6 Besluit

Taal lid 4. Er is gekozen voor Nederlands

Artikel 9

Artikel 7 Besluit

 

Artikel 10

Artikelen 6, eerste lid, en 7, eerste lid, Besluit

 

Artikel 11

Artikelen 4, eerste lid, 6, eerste lid, en 7, eerste lid, Besluit

 

Artikel 12

Artikel 8, tweede lid, Besluit

 

Artikel 13

Artikelen 4, eerste lid, en 10, tweede lid, Besluit (al gewijzigd per 28 februari 2015; Stb.2015, 32)

 

Artikel 14

Artikelen 2, 4 en 10 Besluit

Taal lid 8. Artikel 4, tweede lid, artikel 10, derde lid. Er is gekozen voor Nederlands of andere door de conformiteitsbeoordelingsinstantie aanvaarde taal

Artikel 15,eerste, tweede, derde en vijfde lid

Artikelen 2, derde lid, 11 en 12, tweede lid, Besluit

 

Artikel 15, vierde en zesde lid

Behoeven geen implementatie (taken Commissie)

 

Artikel 16

Artikelen 12, eerste en derde lid, 13, 14 en 16 Besluit

 

Artikel 17

Artikelen 4, eerste en derde lid, 8, 10 en 12, eerste lid, Besluit

Taal lid 2. Er is gekozen voor Nederlands

Artikelen 18 en 19

Artikelen 2, tweede lid, 4, eerste lid, en 9, eerste lid, Besluit. NB. Artikel 19, zesde lid, behoeft geen implementatie (feitelijk handelen lidstaat)

 

Artikel 20

Procedureel, behoeft geen implementatie

 

Artikel 21

Artikel 7a van de wet en artikelen 13, vierde lid, en 15 Besluit

Lid 2. Er is gekozen voor de voorkeur voor accreditatie. Overeenkomstig voorkeur EU-commissie. Zie verder NvT Algemeen.

Artikel 22

Artikel 15, eerste lid, Besluit

 

Artikel 23

Procedureel, behoeft geen implementatie

 

Artikelen 24 en 25

Artikel 13, tweede lid, Besluit

Aansprakelijkheidsverzekering nodig (negende lid)

Artikel 26

Artikel 13, vierde lid, Besluit

 

Artikel 27

Artikel 13, derde lid, Besluit

 

Artikel 28

Artikel 13, eerste lid, en 15, eerste lid, Besluit

 

Artikel 29

Artikelen 13 en 14 Besluit

 

Artikelen 30 en 31

Bevoegdheid Commissie, behoeft geen implementatie

 

Artikel 32

Artikelen 14 en 16, derde lid, Besluit

 

Artikel 33

Bevoegdheid Commissie, behoeft geen implementatie. Met uitzondering van lid 4. Zie artikel 13, tweede lid, Besluit.

 

Artikel 34

Artikelen 12 en 13, tweede lid, Besluit

 

Artikel 35

Hoofdstukken 6 en 7 Algemene wet bestuursrecht

 

Artikel 36

Artikel 13, tweede lid, en 16, eerste en tweede lid, Besluit

 

Artikelen 37 en 38

Bevoegdheid Commissie, behoeft geen implementatie

 

Artikel 39

Toepasselijkheid deel Vo. nr.765/2008, behoeft geen implementatie

 

Artikel 40, eerste en derde lid

Artikelen 4, eerste lid, 6, eerste lid, en 7, eerste lid, Besluit

 

Artikel 40, tweede lid

Procedureel, behoeft geen implementatie

 

Artikel 40, vierde en achtste lid

Artikelen 30, 32, 32k, 32l en 32m van de Warenwet en Hoofdstuk 5 Algemene wet bestuursrecht

 

Artikel 40, vijfde, zesde en zevende lid

Procedureel, behoeft geen implementatie

 

Artikel 41

Bevoegdheid Commissie en procedureel, behoeft geen implementatie

 

Artikel 42, eerste lid

Artikelen 4, eerste lid, 6, eerste lid, en 7, eerste lid, Besluit

 

Artikel 42, tweede lid

Artikelen 30, 32, 32k, 32l en 32m van de Warenwet, Hoofdstuk 5 Algemene wet bestuursrecht

 

Artikel 42, derde, vierde en vijfde lid

Bevoegdheid Commissie en procedureel, behoeft geen implementatie

 

Artikel 43, eerste lid

Artikelen 4, eerste lid, 6, eerste lid, en 7, eerste lid, Besluit

 

Artikel 43, tweede lid

Artikelen 30, 32, 32 k, 32l en 32m van de Warenwet, Hoofdstuk 5 Algemene wet bestuursrecht

 

Artikelen 44, 45 en 46

Bevoegdheid Commissie, behoeft geen implementatie

 

Artikel 47

Artikelen 32a en 32b Warenwet en artikel 38 Besluit

 

Artikel 48

Artikel 40 Besluit

 

Artikelen 49 en 51

Artikelen 41 en 42 Besluit

 

Bijlagen

Artikelen 4, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, 8, 9, 10, tweede lid, 11, eerste lid, en 12 Besluit

 

C. Uitvoering en handhaving

Het Regulier Overleg Warenwet heeft te kennen gegeven geen commentaar te hebben. De opmerkingen van de RvA zijn daar waar mogelijk overgenomen. Ook de opmerkingen van de Inspectie SZW en het Landelijk Platform Inspectie zijn daar waar mogelijk verwerkt. Dit heeft, afgezien van redactionele aanpassingen, geleid tot verduidelijking van de bevoegdheden van de erkende onafhankelijke instelling (artikelen 10, 12 en 13), tot een andere positionering van hoofdstuk 3 (was 5) en tot een verduidelijking van de informatieverstrekking (artikelen 28 en 31). Verder is de Nota van Toelichting aangepast. Met name: Onderdeel A. Algemeen (wat betreft de overgangsbepaling voor de nationale (keurings)instanties), artikel 22 (opzet in- en uitwendig onderzoek) en de artikelen 28 en 31 (door de nationale (keurings)instanties op te stellen schema’s).

D. Bedrijfseffecten

De gevolgen van richtlijn 2014/68/EU voor het bedrijfsleven zijn opgenomen in het Impact Assessment met kenmerk«SEC (2011) 1376 final», dat begeleidend document is bij het document «10 proposals to align product harmonisation directives to decision No 768/2008/EC».

Volgens de effectbeoordeling van de Europese Commissie die in 2011 is gemaakt, zullen de voorgestelde maatregelen leiden tot een kostenstijging voor het betrokken bedrijfsleven. Met name de importeur en distributeur gaan kosten maken omdat richtlijn 2014/68/EU nu voor het eerst ook eisen aan hen stelt. Uit de effectbeoordeling volgt dat de kosten niet significant zullen stijgen, echter deze kosten zijn niet gekwantificeerd. Uit de effectenbeoordeling volgt in zijn algemeenheid dat de voordelen voor het bedrijfsleven opwegen tegen de kosten.

De gevolgen van de uit richtlijn 2014/68/EU voor het bedrijfsleven voortvloeiend uit het in lijn brengen met Verordening (EG) Nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (Pb 2008, L 353; verder te noemen: Verordening 1272/2008), zijn opgenomen in de Impact Assessment Study on the Alignment of the Pressure Equipment Directive to the CLP Regulation, van februari 2013.

Als gevolg van Verordening 1272/2008 zal een beperkt aantal stoffen aanleiding geven tot het indelen van drukapparatuur in een zwaardere categorie en een groter aantal stoffen aanleiding geven tot het indelen van drukapparatuur in een lichtere categorie. Het resultaat voor de sector drukapparatuur zal daarmee per saldo positief uitpakken. Dit is echter niet te kwantificeren.

Voor de EU- en NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties, EU- en NL-keuringsdiensten van gebruikers en erkende onafhankelijke instellingen worden geen verhoging van kosten verwacht, omdat alle door de Minister van SZW aangewezen en, indien toepasselijk, aangemelde certificerings- en keuringsinstellingen al zijn geaccrediteerd tegen de toepasselijke geharmoniseerde accreditatienorm en criteria van de richtlijn 2014/68/EU. De accreditatie, aanwijzing en, indien toepasselijk, aanmelding voor de richtlijn 2014/68/EU kunnen worden gerealiseerd via een administratieve uitbreiding. Daar zijn nauwelijks kosten aan verbonden.

Het vervallen van de SZW-beoordeling vereenvoudigt het systeem van aanwijzing, aanmelding en toezicht en kan leiden tot kostenreductie. Deze besparing is echter niet te kwantificeren.

E. Artikelsgewijs

Artikel 1

Het eerste lid van dit artikel bevat de op richtlijn 2014/68/EU afgestemde lijst van begripsbepalingen. Nieuwe begrippen zijn «accreditatie» (voorheen beoordeling), «EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie» (voorheen aangewezen aangemelde instelling), «NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie» (voorheen aangewezen instelling), «distributeur», «gemachtigde vertegenwoordiger», «in de handel brengen», «EU-keuringsdienst van gebruikers» (voorheen aangewezen aangemelde keuringsdienst van gebruikers), «NL-keuringsdienst van gebruikers» (voorheen aangewezen keuringsdienst van gebruikers), «marktdeelnemer», «nationale accreditatie-instantie», «schema» en «op de markt aanbieden».

Het tweede lid bepaalt in navolging van artikel 1, tweede lid, van de richtlijn dat de aldaar genoemde drukapparatuur niet onder de werking van dit besluit vallen.

Anders dan bij het Warenwetbesluit drukapparatuur komt in dit besluit het begrip «druksystemen» niet meer voor. Reden hiervoor is de opname van het begrip «fabrikant» in de richtlijn. Onder «fabrikant» wordt in de richtlijn verstaan «een natuurlijke of rechtspersoon die een drukapparaat of samenstel vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen, en dat drukapparaat of samenstel onder zijn naam of merk verhandelt of gebruikt voor eigen doeleinden». Er is dus toegevoegd «of gebruikt voor eigen doeleinden». Aan de definitie van fabrikant is ter verduidelijking toegevoegd dat een gebruiker die een drukapparaat of samenstel ontwerpt, vervaardigt, laat ontwerpen of laat vervaardigen, en dat drukapparaat of samenstel in eigen beheer assembleert of gebruikt voor eigen doeleinden tevens een fabrikant is of wordt. Hierdoor wordt geregeld hetgeen in artikel 12a van het Warenwetbesluit drukapparatuur stond. Inhoudelijk heeft dit geen betekenis voor de daar aan de orde zijnde drukapparatuur omdat de in de richtlijn gestelde eisen identiek zijn aan de eisen die in artikel 12a van het Warenwetbesluit drukapparatuur werden gesteld. Wel betekent dit dat de beoordeling van hetgeen in het Warenwetbesluit drukapparatuur met «druksystemen» werd aangeduid, ingevolge de richtlijn thans is voorbehouden aan een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie en niet meer mag worden uitgevoerd door een nationale keuringsinstantie (NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers).

Artikel 2

Dit artikel bevat de algemene verplichtingen voor installateurs, fabrikanten, gemachtigden van fabrikanten, importeurs, distributeurs en gebruikers (voor gebruikers zie het vierde lid en de artikelen 21 tot en met 27). Aldus ook artikel 4 van het Warenwetbesluit drukapparatuur.

Artikel 3

Het besluit bevat een hoofdstuk 2 dat gerelateerd is aan richtlijn 2014/68/EU, de vervaardigingsfase, en een hoofdstuk 3 en 4 dat betrekking heeft op keuringen in de gebruiksfase (keuring voor ingebruikneming, intredekeuring, herkeuring en de beoordeling van voorgenomen en gerealiseerde wijzigingen en reparaties, bedoeld in artikel 26) en daarbij behorende EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties, EU-keuringsdiensten voor gebruikers, NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties en NL-keuringsdiensten voor gebruikers.

Artikel 3 bepaalt de reikwijdte van hoofdstuk 2. Daarin wordt verwezen naar artikel 4 van de richtlijn, waarin is bepaald dat de aldaar genoemde drukapparatuur niet hoeft te voldoen aan de in de richtlijn genoemde essentiële veiligheidseisen. Wel dient deze drukapparatuur te voldoen aan de in de betreffende lidstaat geldende regels betreffende goed vakmanschap (zie artikel 4, derde lid). Aldus ook artikel 3 van het Warenwetbesluit drukapparatuur. De meeste bepalingen van Hoofdstuk 2 zijn niet van toepassing op even genoemde drukapparatuur. De wel van toepassing verklaarde artikelen leggen een link met de ter zake relevante bepalingen van de richtlijn (artikel 4, eerste lid, onder a, en tweede lid, met artikel 6, eerste en zevende lid, van de richtlijn; artikel 6, eerste lid, onder a, en tweede lid, met artikel 8, tweede en vierde lid, van de richtlijn; artikel 7, eerste lid onder a, en tweede lid, met artikel 9, tweede lid, van de richtlijn).

Artikelen 4, 5, 6 en 7

Deze artikelen bevatten de specifieke verplichtingen voor de fabrikant (artikel 4), de gemachtigde van de fabrikant (artikel 5), de importeur (artikel 6) en de distributeur (artikel 7). De verplichtingen van de distributeur zijn nieuw. In alle gevallen wordt rechtstreeks verwezen naar de specifieke verplichtingen van de richtlijn. Die verplichtingen zijn voldoende duidelijk en, zoals reeds opgemerkt in paragraaf A Algemeen, werken de geadresseerden als regel uitsluitend met de tekst van de richtlijn. Instructies en informatie aangaande veiligheid van drukapparatuur en samenstellen moeten in ieder geval in de Nederlandse taal worden aangeleverd. De fabrikant en importeur zien daarop toe. De EU-conformiteitsverklaring mag in de Nederlandse of Engelse taal zijn.

Artikel 8

Dit artikel regelt, in navolging van artikel 12 van de richtlijn, wanneer drukapparatuur vermoed wordt EU-conform te zijn.

Artikel 9

Dit artikel bevat de procedure ter zake van CE-markering van drukapparatuur en samenstellen. Het tweede lid bepaalt (in navolging van artikel 3, derde lid, van de richtlijn) dat drukapparatuur en samenstellen die niet zijn voorzien van CE-markering (zie bijvoorbeeld artikel 16, tweede lid, van de richtlijn) of in ander opzicht niet voldoen aan de eisen van dit besluit, onder bepaalde voorwaarden toch mogen worden getoond en gebruikt op handelsbeurzen en tentoonstellingen. Het gaat hierbij om het tonen en gebruiken van drukapparatuur en samenstellen in de handelsketen door de gebruiker. Aldus ook artikel 25 van het Warenwetbesluit drukapparatuur.

Artikel 10

Dit artikel betreft de door de fabrikant te volgen procedure ter zake van de EU-conformiteitsbeoordeling van drukapparatuur en samenstellen en welke documenten hij daarbij moet overleggen aan de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie en in welke taal (namelijk in de Nederlandse taal of een andere door de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie geaccepteerde taal). In zijn algemeenheid wordt, zoals dat ook geschiedde in het Warenwetbesluit drukapparatuur, rechtstreeks verwezen naar de bepalingen en bijlagen van de richtlijn. Voor bepaalde aspecten kan gebruik worden gemaakt van een erkende onafhankelijke instelling als bedoeld in artikel 36 van de richtlijn. Dit is geregeld in het vierde lid. Zie daarvoor ook de toelichting bij de artikelen 13, 14 en 15.

Artikel 11

Materialen, die voorkomen in de geharmoniseerde EU-normen, mogen worden toegepast bij drukapparatuur. In de richtlijn is rekening gehouden met het gegeven dat zowel binnen als buiten Europa materialen worden toegepast die niet in de lijst van geharmoniseerde normen zijn opgenomen. Voor deze materialen, die meestal hun bruikbaarheid in de praktijk hebben bewezen, is een procedure in de richtlijn opgenomen om toepassing ervan voor drukapparatuur die onder de richtlijn valt, mogelijk te maken. Deze procedure, Europese materiaalgoedkeuring genaamd, kan zowel door de materiaalfabrikanten als de fabrikanten van drukapparatuur worden aangevraagd. De aanvraag moet worden gericht tot een speciaal voor deze taak aangewezen EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie. Deze instantie voert de benodigde proeven uit en volgt de in de richtlijn voorgeschreven procedures. Wanneer deze instantie een Europese materiaalgoedkeuring heeft verleend dan meldt hij dit aan de lidstaten, de Europese Commissie en de EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties. De Commissie neemt de materiaalgoedkeuring op in een lijst en publiceert deze in het Publicatieblad van de Europese Unie. Aldus ook artikel 18 van het Warenwetbesluit drukapparatuur.

Artikel 12

Dit artikel regelt, ter uitvoering van artikel 34 van de richtlijn, de gevallen waarin door een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst voor gebruikers of erkende onafhankelijke instelling afgegeven verklaringen en goedkeuringen dienen te worden ingetrokken.

Het begrip EU-typeonderzoek omvat zowel het begrip «EU-typeonderzoek (productietype)» als het begrip «EU-typeonderzoek (ontwerptype)» zoals gedefinieerd in de bijlage III, paragraaf 3, Module B: EU-typeonderzoek van de richtlijn.

Artikelen 13, 14 en 15

Deze artikelen bevatten de procedure betreffende de aanwijzing van instellingen als EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst voor gebruikers of erkende onafhankelijke instelling en de gronden voor weigering, wijziging, schorsing en intrekking. Ingevolge de artikelen 7a tot en met 7e van de Warenwet is de Minister van SZW bevoegd met betrekking tot de in artikel 1, onderdeel d, van de Warenwet genoemde technische voortbrengselen (incl. drukapparatuur) instellingen aan te wijzen die bevoegd zijn tot door hem aan te wijzen werkzaamheden in de voor die voortbrengselen voorgeschreven keurings- of beoordelingsprocedures. In het verlengde hiervan is de Minister van SZW aanmeldende autoriteit in de zin van de richtlijn. De eindverantwoordelijkheid voor aanwijzing en aanmelding ligt nog steeds bij de Minister van SZW (artikel 15, tweede lid). In de praktijk zijn deze taken, zoals reeds opgemerkt in de paragraaf A Algemeen, gemandateerd aan de Inspectie SZW.

Voor de eisen wordt rechtstreeks verwezen naar de bepalingen van de richtlijn (artikel 13, eerste lid).

De richtlijn kent drie keuringsinstanties:

  • a. de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie;

  • b. de EU-keuringsdienst van gebruikers; en

  • c. de erkende onafhankelijke instelling.

  • a. De EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie (voorheen aangemelde aangewezen keuringsinstelling). Deze EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie is een onafhankelijke deskundige instantie, die door een lidstaat als zodanig is aangewezen en bij de Europese Commissie is aangemeld. De Europese Commissie neemt de aangemelde EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie op in een lijst en publiceert deze in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. De lidstaten moeten bij de aanwijzing ten minste de criteria, opgenomen in artikel 24 van de richtlijn, in acht nemen. Hierbij wordt aangesloten bij relevante geharmoniseerde Europese normen, die betrekking hebben op onder meer de vereiste onafhankelijkheid en deskundigheid van de aan te wijzen instanties en de onderlinge samenwerking van deze instanties. De Europese Commissie neemt de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie op in een lijst en publiceert deze in Nando.

  • b. De EU-keuringsdienst van gebruikers (voorheen aangemelde aangewezen keuringsdienst van gebruikers).

    De richtlijn biedt lidstaten de mogelijkheid EU-keuringsdiensten van gebruikers aan te wijzen. Een EU-keuringsdienst van gebruikers is een onafhankelijke deskundige dienst binnen een bedrijf of groep van bedrijven waar het deel vanuit maakt, die door een lidstaat is aangewezen en bij de Europese Commissie is aangemeld. De Europese Commissie neemt de EU-keuringsdienst van gebruikers op in een lijst en publiceert deze in Nando.

    Voor wat betreft de eisen te stellen aan een EU-keuringsdienst van gebruikers moet de lidstaat de criteria in acht nemen die zijn opgesomd in artikel 25 van de richtlijn. Hieruit volgt dat de EU-keuringsdiensten van gebruikers in het kader van de aanwijzing moeten aantonen dat zij voldoen aan deze criteria. Ter zake wordt eveneens aangesloten bij de hierboven genoemde geharmoniseerde Europese normen.

    De taak van een EU-keuringsdienst van gebruikers is gedeeltelijk vergelijkbaar met de taak van een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie. Belangrijke verschillen tussen een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie en EU-keuringsdienst van gebruikers zijn met name het taakveld van de EU-keuringsdienst van gebruikers (alleen voor het eigen bedrijf werkzaam), de procedures voor de beoordeling van de overeenstemming (zijn uitgesloten) en het gegeven dat de bemoeienis van een EU-keuringsdienst van gebruikers bij een conformiteitsbeoordeling niet leidt tot een CE-markering op de drukapparatuur (zie ook artikel 9, tweede lid, van dit besluit).

  • c. De erkende onafhankelijke instelling (voorheen aangemelde aangewezen onafhankelijke instelling).

    Een erkende onafhankelijke instelling is een instelling, die door een lidstaat als zodanig is erkend en bij de Europese Commissie en de andere lidstaten is aangemeld. De Europese Commissie neemt de erkende onafhankelijke instelling op in een lijst en publiceert deze in Nando. Tot de taak van een erkende onafhankelijke instelling behoort het beoordelen van methoden van permanente verbindingen en van de vakbekwaamheid van personeel dat dergelijke verbindingen maakt en van personeel dat niet-destructief onderzoek verricht (artikel 36 van de richtlijn; uitgewerkt in de artikelen 10, vierde lid, 12, derde lid, en 13, derde lid, van dit besluit). Overigens kan ook een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie worden aangewezen voor genoemde taak.

Onder het Warenwetbesluit drukapparatuur diende een certificerende of keurende instantie een beoordeling te laten verrichten door de RvA, waarbij deze gebruik maakte van door de Minister van SZW vastgestelde schema’s voor aanwijzing en toezicht, zoals opgenomen in een bijlage bij de Warenwetregeling drukapparatuur. Er waren 10 instellingen aangemeld. Zoals reeds uitgebreid toegelicht in Paragraaf A Algemeen, is de beoordeling vervangen door accreditatie door de RvA (artikel 13, vierde lid). De SZW-schema’s zijn hiermee vervallen. Zie voor de schema’s ook Paragraaf A. Algemeen en de toelichting bij de artikelen 28, 29 en 30. Uitgangspunt is dat accreditatie in principe steeds de grondslag is voor de aanwijzing, met dien verstande dat in geval van uitzonderlijke omstandigheden in plaats van accreditatie andere bewijsstukken mogen worden overlegd om conformiteit met de eisen van de richtlijn aan te tonen (artikel 13, vijfde lid). Die uitzonderlijke omstandigheid doet zich in de visie van de regering, gezien ook de uitgangspunten en opzet van de richtlijn, alleen voor als geen nationale accreditatie-instantie meer bevoegd is om de werkzaamheden uit te voeren en er geen andere Europese accreditatie-instantie is die de werkzaamheden kan overnemen.

De EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers en erkende onafhankelijke instelling mogen hun taken uitbesteden, mits met inachtneming van artikel 27 van de richtlijn (artikel 13, derde lid). Aldus ook de artikelen 19a tot en met 22b van het Warenwetbesluit drukapparatuur.

Indien de Minister van SZW signalen heeft over fraude, dan kan hij, gezien de in het geding zijnde financieel- economische belangen en de gevolgen voor de Europese markt, een toets laten uitvoeren op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) naar de integriteit van de aanvrager. De Minister van SZW kan die resultaten mee nemen in de afweging om over te gaan tot aanwijzing en aanmelding of intrekken van de aanwijzing en aanmelding (zie artikel 14, derde en vierde lid).

Indien de RvA van plan is een accreditatie te schorsen of in te trekken, of de Minister van SZW van plan is de aanwijzing of, indien toepasselijk, de aanmelding te schorsen of in te trekken, dan informeren de RvA en de Minister van SZW elkaar. Dit met het oog op de consequenties voor de aanwijzing en aanmelding en de accreditatie.

Artikel 16

Dit artikel regelt de periodiek door de Minister van SZW (in de praktijk Inspectie SZW) te verrichten controle op het functioneren van EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties, EU-keuringsdiensten van gebruikers en erkende onafhankelijke instellingen. Aldus ook artikel 22c van het Warenwetbesluit drukapparatuur.

Het tweede lid regelt de uitwisseling van informatie tussen betrokken partijen (Minister van SZW, EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties, EU-keuringsdiensten van gebruikers en erkende onafhankelijke instellingen en RvA). Dit wordt nader geregeld bij ministeriele regeling. De informatie-uitwisseling met de Minister van SZW heeft geen betrekking op gegevens die de RvA, als nationale accreditatie-instantie, alleen mag delen met de EU-conformiteitsbeoordelingsinstanties, EU-keuringsdiensten van gebruikers en erkende onafhankelijke instellingen.

Het kan voorkomen dat een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikkers of erkende onafhankelijke instelling de activiteiten waarvoor zij is aangewezen en aangemeld, wenst te beëindigen. Dat kan geschieden door actief te verzoeken om intrekking van de aanwijzing, maar ook door geen nieuwe aanwijzing aan te vragen, dus door het laten verstrijken van de looptijd van de aanwijzing. Alvorens op een van deze manieren haar activiteiten te beëindigen (en bij een actief verzoek de aanwijzing en aanmelding kunnen worden ingetrokken), moet de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers of erkende onafhankelijke instelling in overleg treden met de marktdeelnemer of gebruiker (verder te noemen: klant) over de overdracht van de onderhavige dossiers aan een andere EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie. Dit alles moet bovendien tijdig gebeuren, dat wil zeggen op een zodanig tijdstip dat de overheveling van dossiers afgerond is voordat de aanwijzing is afgelopen.

Dit alles geldt in gelijke mate als de aanwijzing en aanmelding actief blijvend worden ingetrokken door de Minister van SZW. De Minister van SZW zal bij het blijvend intrekken van de aanwijzing in voorkomend geval een zodanige termijn hanteren, dat de overheveling van dossiers door EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers of erkende onafhankelijke instelling op zorgvuldige wijze kan geschieden. Daarbij kan de Minister van SZW in voorkomend geval bepalen dat de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers of erkende onafhankelijke instelling gedurende die periode geen keuringswerkzaamheden meer mag verrichten.

Bij de overheveling van de dossiers is de keuze van de klant leidend. Alleen als er geen andere EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst van gebruikers of erkende onafhankelijke instelling is, draagt zij de dossiers over aan de Minister van SZW. In het Warenwetbesluit drukapparatuur was dat laatste nog de hoofdregel.

Artikel 17

Dit artikel betreft de doorwerking van toekomstige wijzigingen van de richtlijn (en bijlagen daarvan). Als regel is dat het geval, tenzij bij ministeriele regeling anders wordt bepaald.

Artikelen 18, 19 en 20

Deze bepalingen bevatten specifieke verplichtingen die gebruiker van drukapparatuur in acht moeten nemen zodat de drukapparatuur veilig gebruikt wordt cq. kan worden. Artikel 18 bepaalt dat drukapparatuur vergezeld gaat van een gebruiksaanwijzing, die in ieder geval in de Nederlandse taal moeten zijn gesteld. Artikel 19 betreft een zodanige opstelling van drukapparatuur en samenstellen dat deze goed toegankelijk en bereikbaar is voor onderhoud, inspecties en keuringen. Artikel 20 betreft de zorg voor het correct gebruiken en de goede staat van onderhoud van de drukapparatuur. Deze bepalingen komen geheel overeen met de artikelen 23, 23a en 24 van het Warenwetbesluit drukapparatuur.

Artikel 21

Algemeen

Hoofdstuk 4 betreft het zogenoemde nationale keuringsregime, dat wil zeggen de (keuring voor ingebruikneming, intredekeuring, herkeuring en de beoordeling van voorgenomen en gerealiseerde wijzigingen en reparaties, bedoeld in artikel 26.

Het materiële (her)keuringsregime (de door verzoeker te overleggen documenten, de te volgen procedure en de te hanteren normen) is niet veranderd. De dagelijkse praktijk van het werkveld drukapparatuur heeft aangetoond, dat de meest doelmatige en doeltreffende aanpak vanuit de optiek van technische integriteit is om de uitvoering van 1) de overeenstemmingbeoordeling van de samenbouw en beveiliging van drukapparatuur in installatieverband en 2) de verplichte keuring voor ingebruikneming te clusteren. Bij het beoordelen van drukapparatuur in de gebruiksfase zijn de Praktijkregels voor Drukapparatuur (verder te noemen: PRD) een leidraad (te koop bij de SDU in Den Haag). De PRD bevatten technische maatstaven. Belanghebbenden uit de sector stellen deze regels zelf op, op basis van hun specifieke deskundigheid en praktijkervaring. Opgemerkt zij dat de PRD niet bindend zijn, maar door de sector zijn opgesteld ten behoeve van voorlichting. Daarmee valt de PRD buiten het kabinetsbeleid dat gericht is op het kosteloos beschikbaar stellen van technische normen waar dwingend naar wordt verwezen.

De artikelen 21 tot en met 27 komen inhoudelijk geheel overeen met de artikelen 12b tot en met 14a van het Warenwetbesluit drukapparatuur, zoals ingevoegd bij het Besluit van 22 juli 2004 tot wijziging van het Warenwetbesluit drukapparatuur houdende regels inzake het gebruik van drukapparatuur, samenstellen en druksystemen en enige andere algemene maatregelen van bestuur (Stb. 2004, 387).

Eerste lid

De aanwijzing bij ministeriële regeling heeft betrekking op drukvaten en installatieleidingen. Bij de uitvoering van de keuring voor ingebruikneming worden de bijbehorende onder druk staande appendages en veiligheidsappendages betrokken.

Tweede en derde lid

Dit lid regelt wanneer een keuring voor ingebruikneming moet plaatsvinden. Dat na de keuring een verklaring van ingebruikneming wordt afgegeven door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers en dat de kosten van de keuringsprocedure voor rekening van de gebruiker zijn.

Vierde lid

In het vierde lid, onderdeel b, is een opsomming gegeven van de bij de aanvraag mee te leveren documenten.

Drukapparatuur die is vervaardigd ten tijde van voor de toepassing van de richtlijn 97/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 mei 1997 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende drukapparatuur (Pb 1997, L 181) beschikt over vervaardigingsbewijzen.

De EG-verklaring van overeenstemming is verstrekt op grond van artikel 5, eerste lid, van de richtlijn 97/23/EG. De EU-conformiteitsverklaring is van belang om te zien hoe de fabrikant heeft voldaan aan de essentiële veiligheidseisen en welke geharmoniseerde normen van toepassing zijn bij het ontwerp en de vervaardiging van drukapparatuur. De afnemer van drukapparatuur moet in zijn overeenkomst met de fabrikant vastleggen dat de fabrikant de EU-conformiteitsverklaring bijvoegt. De richtlijn 2014/68/EU verplicht fabrikanten namelijk niet langer om drukapparatuur te voorzien van een EU-conformiteitsverklaring.

Dit betreft ook het aantekenblad waarop de historie van de drukapparatuur wordt vermeld, indien dat reeds is afgegeven. Deze gegevens zijn belangrijk voor het zorgvuldig uitvoeren van de keuring voor ingebruikneming, maar ook voor de (vervolg) keuringen en het beoordelen van wijzigingen en reparaties door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers. Het aantekenblad wordt opgesteld bij keuring voor eerste ingebruikneming (artikel 21 van dit besluit) en bij intredekeuring (artikel 23 van dit besluit).

Vijfde lid

In dit lid wordt de mogelijkheid geboden om met toestemming van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers te bepalen wanneer en op welke wijze de vereiste informatie wordt aangeboden. Bij eenvoudige installaties kan dit betekenen dat de documenten ten tijde van de keuring ter plaatse beschikbaar worden gesteld en kan het meezenden van de documentatie bij de aanvraag achterwege blijven.

Achtste lid

Bij de keuringen wordt uiteraard rekening gehouden met de onderzoeken in het kader van de EU- conformiteitsbeoordeling, bedoeld in artikel 10 van dit besluit. Voor de volledigheid zij opgemerkt dat dit betrekking heeft op samenstellen van drukapparaten en niet op afzonderlijke drukapparatuur.

Negende lid

In dit lid is aangegeven dat bij uitbreiding van een bestaande installatie de keuring voor ingebruikneming beperkt kan blijven tot de drukapparatuur die tot de uitbreiding behoort. Het is dan niet nodig de bestaande installatie ook aan een keuring voor ingebruikneming te onderwerpen, mits geen sprake is van een wijziging van de gebruiksomstandigheden van de bestaande installatie. Als voorbeelden van een wijziging van de gebruiksomstandigheden kunnen worden genoemd: het veranderen van de maximaal toelaatbare druk (in installatieverband), het wijzigen van de beveiliging (ook in installatieverband), het veranderen van de minimaal en maximaal toelaatbare temperatuur (in installatieverband), het veranderen van het medium en het aanpassen van de capaciteit.

Tiende lid

Van de resultaten van de keuring voor ingebruikneming wordt een rapport opgesteld dat door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers aan de aanvrager ter beschikking wordt gesteld. Dit rapport bevat ook eventuele voorwaarden, waaraan voldaan moet zijn alvorens de verklaring van ingebruikneming wordt afgegeven. De beperkende voorwaarden moeten worden overgenomen in de verklaring van ingebruikneming. Deze beperkende voorwaarden kunnen een wijziging van de gebruiksomstandigheden in installatieverband betreffen.

De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers moeten ook zelf kunnen beschikken over het rapport. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers moeten namelijk altijd kunnen aantonen welke handelingen onder hun verantwoordelijkheid hebben plaatsgevonden, waarbij zij niet afhankelijk mag zijn van de wijze van, de plaats van en de toegang tot de archivering van de gebruiker. Met nadruk wordt erop gewezen dat de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers te allen tijde moeten beschikken over een archief waarin hun handelen is vastgelegd en waarbij zij de regie heeft over de toegang daartoe. Dit neemt niet weg dat het mogelijk is een gezamenlijk archief van de drukapparatuur te beheren om dubbele archivering te voorkomen mits er goede afspraken worden gemaakt tussen de gebruiker en de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers met betrekking tot de wijze van, de plaats van en de toegang tot de archivering. Dit aspect wordt ook betrokken bij het aanwijzingsbeleid van NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties en NL-keuringsdiensten van gebruikers. De vorm van het op te stellen rapport kan worden afgestemd op de wijze van vastlegging van gegevens bij de gebruiker. Volledigheidshalve zij er op gewezen dat de wijze van vastlegging bij de gebruiker niet van invloed mag zijn op de uitvoering van de noodzakelijke keuringsaspecten.

Elfde lid

Nadat aan eventuele voorwaarden uit het rapport, bedoeld in het tiende lid, is voldaan en is vastgesteld dat de drukapparatuur veilig in gebruik kan worden gesteld, wordt een verklaring van ingebruikneming afgegeven als bedoeld in dit lid. Wanneer een verklaring van ingebruikneming is afgegeven, kan de betreffende drukapparatuur rechtsgeldig in gebruik worden genomen, met inachtneming van de eventuele voorwaarden die in de verklaring van ingebruikneming moeten zijn vermeld. In de verklaring wordt een termijn vermeld waarbinnen de drukapparatuur uiterlijk aan een herkeuring als bedoeld in artikel 22, wordt onderworpen.

De uitgangspunten voor de herkeurtermijnen worden vastgelegd in een ministeriële regeling op grond van artikel 27, tweede lid. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers stellen in samenhang met de bevindingen de definitieve termijn vast, die wordt vermeld in de verklaring van ingebruikneming (voor meer informatie, zie de toelichting op artikel 22, negende lid). Indien de betreffende drukapparatuur waarvoor een verklaring van ingebruikneming is afgegeven, wordt gewijzigd of gerepareerd, is artikel 26 van dit besluit van toepassing. Een van de voorwaarden kan zijn een kortere termijn waarbinnen de drukapparatuur kan worden gebruikt.

Twaalfde lid

In verband met het bepaalde in het eerste lid, waardoor de keuring voor ingebruikneming wordt uitgevoerd op de afzonderlijke drukvaten en installatieleidingen, biedt dit lid de mogelijkheid de keuring voor ingebruikneming en de daaraan gekoppelde verklaring van ingebruikneming betrekking te laten hebben op meerdere drukvaten en installatieleidingen inclusief de daarbij behorende veiligheidsappendages en onder druk staande appendages, en op samenstellen.

Uit het oogpunt van administratieve lasten betekent dit een verlichting ten opzichte van een situatie, waarbij de verklaring slechts betrekking heeft op één afzonderlijk drukapparaat. Uit de verklaring van ingebruikneming moet blijken op welke drukapparatuur de verklaring betrekking heeft. De in de verklaring op te nemen herkeurtermijn of een verwijzing naar de vindplaats daarvan in de vorm van overzichtslijsten, heeft betrekking op alle onder de verklaring van ingebruikneming vallende drukapparatuur en wordt bepaald door het apparaat met de kortste herkeurtermijn.

Veertiende lid

Om te voorkomen dat er een doublure van onderzoeken ontstaat is in dit lid bepaald dat artikel 23 niet van toepassing is wanneer ten aanzien van de betreffende drukapparatuur een verklaring van intredekeuring en ingebruikneming is afgegeven. Dat ligt ook voor de hand omdat bij de intredekeuring ook de onderzoeken, bedoeld in het zesde lid, wordt betrokken. Wanneer drukapparatuur waarvoor een verklaring van intredekeuring en ingebruikneming is afgegeven, na montage wordt opgesteld en geïnstalleerd op een nieuwe plaats van opstelling, moet deze drukapparatuur wel aan een keuring voor ingebruikneming worden onderworpen.

Artikel 22

Eerste lid

In dit artikel is de herkeuring geregeld voor drukapparatuur. Met herkeuring wordt beoogd een veilig verder gebruik voor de meer gevaarvolle drukapparatuur zeker te stellen. Een herkeuring in de gebruiksfase richt zich daarom op de beoordeling van de conditie van de drukapparatuur. Aan de hand van die beoordeling wordt nagegaan of een verder gebruik voor een bepaalde periode verantwoord is.

Op grond van het eerste lid wordt bij ministeriële regeling drukapparatuur aangewezen die onder de keuringsplicht ingevolge dit artikel valt. Hierbij gaat het om bepaalde typen drukvaten en installatieleidingen.

Er is destijds doelbewust gekozen voor het aanwijzen van drukapparatuur via een ministeriële regeling. Het beleid was en is er op gericht om bij de aanwijzing ingevolge het eerste lid aan te blijven sluiten bij de reikwijdte van de keuringsplicht ingevolge de wettelijke voorschriften die van kracht waren voordat het Besluit drukapparatuur in werking trad. Met de inwerkingtreding van het Besluit drukapparatuur (Stb. 1999, 311) werd de indeling van drukhoudende drukapparatuur naar gevaarcriteria gewijzigd ten opzichte van de indeling volgens de toen geldende regelgeving. De op EU-niveau gehanteerde categorie-indeling naar toenemend gevaar was en is bepalend voor het van toepassing zijn van de keuringsplicht. In nauw overleg met belanghebbende partijen werden de verschillende indelingen vergeleken en werd gelet op de gevaareigenschappen van de betreffende drukapparatuur, bepaald welke drukapparatuur onder de keuringsplicht hoorde te vallen. Het was niet uitgesloten dat de indeling van drukapparatuur naar gevaaraspecten aan de hand van de nieuwe indelingscriteria in de praktijk tot ongewenste wijzigingen kon leiden in de reikwijdte van de keuringsplicht in vergelijking met de situatie onder de «oude» regelgeving.

Dergelijke ongewenste wijzigingen moet op een snelle manier ongedaan kunnen worden gemaakt. Een wijziging bij de ministeriële regeling biedt die mogelijkheid. Ook was en is het op voorhand niet mogelijk om ten aanzien van alle denkbare situaties, waarin drukhoudende drukapparatuur wordt gebruikt, te bepalen wat daarvan de veiligheidsrisico’s zijn en of een herkeuring moet worden voorgeschreven. Indien op enig moment dit laatste toch nodig blijkt te zijn, moet ook een aanwijzing van de betreffende drukapparatuur omwille van de in het geding zijnde veiligheidsrisico’s snel kunnen worden gerealiseerd.

Derde lid

De in dit lid bedoelde aanvraag moet tijdig, rekening houdend met het aflopen van de herkeuringstermijn, door de gebruiker bij een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers worden aangevraagd. Aldus wordt de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers in de gelegenheid gesteld zich goed voor te bereiden op de uit te voeren werkzaamheden. Het moment van herkeuring wordt in overleg tussen de gebruiker en de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers bepaald.

Vierde lid

Met de documentatie genoemd onder c van dit lid, wordt bedoeld de gegevens en bescheiden die betrekking hebben op drukapparatuur die was onderworpen aan de regelgeving, zoals die van toepassing was vóór 29 november 1999; de datum van inwerkingtreding van het Besluit drukapparatuur. Op grond van artikel 40 (overgangsrecht nieuwbouwfase) was het mogelijk om tot 29 mei 2002 volgens de oude voorschriften drukapparatuur te vervaardigen. Voor stoom- en damptoestellen als bedoeld in de Stoomwet betrof dit de documenten die waren verenigd in het controleboek (bevattende het vergunningsbewijs met bijbehorende aantekeningenbladen en het bewijs van onderzoek en beproeving en de bijbehorende constructietekening), bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het Stoombesluit. Bij andere toestellen onder druk kon dit betrekking hebben op soortgelijke documenten, zoals een «verklaring van geen bezwaar», een «verklaring over de vervaardiging en eerste persproef», een «bewijs van toezicht», al dan niet verenigd in een door de keuringsinstantie afgegeven mapje.

In onderdeel d is sprake van aanvullende informatie. Het kan daarbij ondermeer gaan om de technische documentatie met inbegrip van constructietekeningen van de drukapparatuur (zie ook de toelichting bij artikel 25). Aanvullende gegevens zullen ook nodig zijn voor de bepaling van de herkeurtermijn op basis van risicobeheersing.

Vijfde lid

Zie de toelichting op artikel 21, vijfde lid, van dit besluit.

Zesde lid

In dit lid wordt een aantal aspecten genoemd dat aan de orde komt bij een herkeuring.

Het in dit lid genoemde inwendige en uitwendige onderzoek is vooral gericht op het waarnemen van de algemene toestand en de eventuele aantastingen van de drukapparatuur.

Het inwendige onderzoek, genoemd in onderdeel a, betreft een visueel onderzoek. Dit onderdeel maakt het ook mogelijk om in plaats van inwendig onderzoek ander passend onderzoek uit te voeren gericht op de inwendige toestand.

Niet-destructief onderzoek (NDO), te weten onderzoektechnieken waarmee men een indruk kan krijgen van de kwaliteit van het te onderzoeken object zonder dit object te beschadigen, kan als ander passend onderzoek worden gezien. Ook voor een verantwoorde toepassing van deze methodieken is het echter noodzakelijk dat voorafgaand aan het toepassen van niet-destructief onderzoek, de potentiële faalmechanismen van een drukapparaat zijn geïdentificeerd. Dit houdt in dat, behoudens bij fysieke beperkingen zoals toegankelijkheid en aanwezigheid van gevaarlijke vervuiling, met inachtneming van de in artikel 22, zesde lid, onderdeel, b bedoelde drukapparatuur, ander passend onderzoek in plaats van inwendig onderzoek, pas op het moment van de tweede herkeuring kan worden toegepast nadat bij de eerste herkeuring de faalmechanismen van het drukapparaat zijn bevestigd.

De aard en omvang van het onderzoek van een drukapparaat wordt, zoals gebruikelijk, beschreven in het herbeoordelingsplan. Dit plan wordt met onderbouwing ter goedkeuring voorgelegd aan een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers. Uiteraard dient de betrokken NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers te beschikken over de benodigde specifieke vakbekwaamheid op het gebied van niet-destructief onderzoek om het herbeoordelingsplan te kunnen beoordelen en de resultaten van het onderzoek te kunnen beoordelen en verwerken in haar eindoordeel ter afronding van de herkeuring.

Wat betreft het in onderdeel b genoemde uitwendig onderzoek zij nog het volgende opgemerkt. Bij drukapparatuur die voorzien is van een isolatiemantel, wordt bij de herkeuring in overleg met de instelling of dienst zo nodig op kritische plaatsen de isolatie gedeeltelijk verwijderd voor de uitvoering van het onderzoek.

Zevende lid

Op grond van het zevende lid bestaat de mogelijkheid om de aspecten, genoemd in het zesde lid, bij ministeriële regeling verder uit te werken. In dit verband wordt er op gewezen dat in het besluit in hoofdzaak doelvoorschriften zijn gegeven.

Voor de uitwerking van deze doelvoorschriften is en blijft aansluiting worden gezocht bij de systematiek op grond van de zogenoemde Regels voor toestellen onder druk (verder te noemen: RToD), die mede was gebaseerd op het Stoombesluit, en de Praktijkregels voor drukapparatuur.

Met de toepassing van de richtlijn 97/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 mei 1997 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende drukapparatuur zijn Europese veiligheidseisen en ontwerp- en constructienormen gekomen voor drukapparatuur (Pb 1997, L 181). Deze ontwikkelingen heeft de toenmalige Technische Commissie voor Toestellen onder Druk (verder te noemen: TCTD) doen besluiten om per 1 januari 2005 de Nederlandse «nieuwbouwnormen» voor drukapparatuur, die zijn opgenomen in de RToD, te bevriezen. Dat betekent dat wijzigingen in de RToD alleen nog worden aangebracht als voortschrijdend inzicht fouten aan het licht brengt die onacceptabele veiligheidsrisico’s veroorzaken.

De TCTD is onder de naam Technische Commissie Drukapparatuur (verder te noemen: TCD) zich gaan richten op veiligheidsregels voor de samenbouw en beveiliging van drukapparatuur, de ingebruikneming en het gebruik van drukapparatuur, die tot het beleidsterrein van de nationale overheden binnen de Europese Unie mogen worden gerekend. Deze praktijkregels voor ingebruikneming en het gebruik van drukapparatuur, genoemd de Praktijkregels voor drukapparatuur (verder te noemen: PRD) worden door de TCD aangepast aan de nieuwe inzichten en ontwikkelingen.

TCTD was en TCD is een commissie waarin deskundigen uit het bedrijfsleven participeren.

De RToD en de PRD zijn van een zodanige omvang en gedetailleerdheid dat, los van de uitgangspunten van het besluit, opname ervan in het besluit zelf niet in de rede ligt.

Voorts geeft het zevende lid de mogelijkheid om bij ministeriële regeling te bepalen, dat de inspectieafdeling van de gebruiker zelf de onderzoeken in het kader van de herkeuring uitvoert onder toezicht van een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie. Daarmee wordt de bestaande praktijk bij een deel van de gebruikers gecontinueerd.

Bij de ministeriële regeling worden de voorwaarden bepaald waaronder de inspectieafdeling van de gebruiker de keuring feitelijk mag uitvoeren onder toezicht van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers.

Achtste lid

Van de resultaten van de herkeuring wordt op grond van dit lid een rapport opgesteld dat door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers aan de aanvrager ter beschikking wordt gesteld. Dit rapport kan eventuele voorwaarden bevatten, waaraan voldaan moet worden alvorens de verklaring van herkeuring wordt afgegeven. Daarnaast kunnen bepaalde voorwaarden genoemd worden, die dan moeten worden overgenomen in de verklaring van herkeuring. Deze voorwaarden kunnen een aanpassing van de herkeuringstermijn of een wijziging van de gebruiksomstandigheden in installatieverband betreffen. Ook moet rekening worden gehouden met het bepaalde in artikel 26.

Negende lid

Een verklaring van herkeuring wordt door een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers ingevolge dit lid pas verleend nadat zij heeft vastgesteld tegen het verder gebruik, al dan niet onder beperkende voorwaarden, geen bezwaar bestaat. Daarbij kan het gaan om voorwaarden op grond van de bevindingen bij de herkeuring. De uitgangspunten voor de herkeurtermijnen worden vastgelegd in een ministeriële regeling op grond van artikel 22, zevende lid. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers stelt in samenhang met de bevindingen de definitieve termijn vast, die wordt vastgelegd in de verklaring van herkeuring. In de ministeriële regeling worden de uitgangspunten voor de termijnen afgestemd op het soort drukapparatuur (bepaalde typen drukvaten, installatieleidingen en veiligheidsappendages) en gebruiksomstandigheden. In de ministeriële regeling zal ook de mogelijkheid van termijnverlenging worden opgenomen, zoals die in de herkeuringspraktijk wordt toegepast. De voorwaarden voor termijnverlenging en aanvullende voorwaarden voor de gebruiker worden opgenomen in de verklaring van herkeuring. Bij deze voorwaarden kan bijvoorbeeld worden gedacht aan tussentijdse onderzoeken naar bepaalde (veiligheids)aspecten van de betreffende drukapparatuur. Naast deze vaste termijnen, met inbegrip van de termijnverlenging, is verder een meer geavanceerde termijnflexibilisering op basis van risicobeheersing ingevoerd. In de ministeriële regeling wordt daartoe de basis gelegd. Ook in dit geval vormt de PRD, die door deskundigen uit het bedrijfsleven is opgesteld (TCD), een richtsnoer.

Tiende lid

Voor drukapparatuur die in een installatieverband is opgenomen, is het niet altijd noodzakelijk voor ieder afzonderlijk drukapparaat (drukvat of installatieleiding) een verklaring af te geven. Het tiende lid biedt de mogelijkheid de herkeuring en de daarop betrekking hebbende verklaring van herkeuring toe te passen op meerdere drukvaten en installatieleidingen inclusief de daarbij behorende veiligheidsappendages en onder druk staande appendages. Deze mogelijkheid sluit aan bij de verklaring van ingebruikneming die ook op meerdere drukvaten en/of installatieleidingen betrekking kan hebben. Daarom geldt ook voor de verklaring van herkeuring dat daaruit moet blijken op welke drukapparatuur de verklaring betrekking heeft.

Het voorgaande laat onverlet dat op grond van het achtste lid voor de afzonderlijke drukapparaten wel steeds eigen rapporten moeten worden opgesteld.

Elfde lid

De in dit lid genoemde zorgplicht van de gebruiker heeft ondermeer betrekking op het veilig kunnen betreden van drukapparatuur bij inwendig onderzoek. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het zuiveren van de drukapparatuur van gevaarlijke of schadelijke stoffen en het op betrouwbare wijze afsluiten van verbindingsleidingen met andere in werking zijnde drukapparatuur.

Twaalfde lid

Bij ministeriële regeling kunnen aanvullende of afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot de herkeuring van bepaalde drukapparaten die op grond van het eerste lid zijn aangewezen. Dan kan het bijvoorbeeld gaan om gasflessen voor ademhalingsapparatuur. Voor de herkeuring van gasflessen blijkt de toestemming tot gebruik en de datum van herkeuring uit de instempelingen op de fles zelf. Het is bij gasflessen niet gebruikelijk dat de gebruiker nieuwbouwdocumenten of documenten van voorgaande keuringen aanbiedt bij de herkeuring.

Artikel 23

Algemeen

Dit artikel beoogt het tweedehands gebruik van drukapparatuur met buitenlandse herkomst (zie eerste lid) in Nederland te continueren. Hierbij gaat het om niet CE-gemarkeerde drukapparatuur die is vervaardigd voor 29 mei 2002, dat wil zeggen in de periode voordat er een richtlijn drukapparatuur was. De betreffende drukapparatuur wordt onderworpen aan een zogenoemde intredekeuring. De intredekeuring richt zich op zowel de constructieve aspecten van de drukapparatuur als de aspecten die bij de ingebruikneming en de herkeuring aan de orde komen. Volledigheidshalve zij erop gewezen dat drukapparatuur die tot 29 mei 2002 is vervaardigd conform de Nederlandse regelgeving die gold voor 29 november 1999 (de datum van inwerkingtreding van het Warenwetbesluit drukapparatuur) en geen wijziging heeft ondergaan (dat wil zeggen de – eventueel nieuwe – toepassing stemt overeen met de oorspronkelijke uitgangspunten van het ontwerp), niet in overeenstemming hoeft te worden gebracht met de vervaardigingseisen van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016. Voor zover van toepassing dient deze drukapparatuur wel te voldoen aan de eisen van hoofdstuk 7 «Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden» van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Ondergaat de drukapparatuur wel een wijziging, dan zijn de vervaardigingseisen van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 daarop wel van toepassing (zie artikel 26).

Eerste lid

In dit lid wordt door middel van een verwijzing naar artikel 22, eerste lid, aangegeven op welke drukapparatuur de intredekeuring van toepassing is.

Voor drukapparatuur welke is vervaardigd tot 29 mei 2002 volgens de nationale regels van één der landen behorend tot de Europese Economische Ruimte (hierna EER), niet zijnde de Nederlandse, bestaat de mogelijkheid dat deze in Nederland in gebruik kunnen worden genomen, zonder dat deze alsnog aan de vervaardigingseisen van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 behoeft te voldoen. Dit sluit aan bij het overgangsrecht van de (vorige) richtlijn drukapparatuur op grond waarvan de lidstaten het gebruik moeten toestaan van drukapparatuur die tot 29 mei 2002 is vervaardigd overeenkomstig de nationale voorschriften die golden voor de inwerkingtreding van de richtlijn. Hoewel de betreffende drukapparatuur niet behoeft te voldoen aan de vervaardigingseisen, moet deze drukapparatuur omwille van de veiligheid, alvorens zij in Nederland in gebruik wordt genomen, wel op constructie en beveiliging worden onderzocht. Hierbij wordt onderzoek naar de constructie op grond van gelijkwaardige eisen, dat eventueel al heeft plaatsgevonden in een ander EER-land gelijkgesteld met het nationale onderzoek dat op dit punt moet plaatsvinden (zie het zevende lid). Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat drukapparatuur van buiten de EER-landen, wel in overeenstemming moet worden gebracht met de eisen van de richtlijn (derhalve de vervaardigingseisen ingevolge het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016).

Tweede lid

De in dit lid voorgeschreven intredekeuring richt zich op de beoordeling van de constructie, integratie en beveiliging van de drukapparatuur in het kader van de beoogde gebruiksomstandigheden. De keuring strekt zich uit over de betreffende drukvaten en installatieleidingen op grond van de onderzoeken, bedoeld in het zesde lid. Hierbij worden ook de bij de drukvaten en installatieleidingen behorende onder druk staande appendages en veiligheidsappendages betrokken. Indien deze aspecten in orde worden bevonden, wordt hiermee gelijk voldaan aan de eisen die in het kader van de ingebruikneming zijn gesteld (zie artikel 21, zeventiende lid).

Derde lid

Op het moment dat men deze drukapparatuur in Nederland in gebruik wenst te nemen, ontstaat de verplichting tot het aanvragen van een intredekeuring als bedoeld in dit lid. Deze keuring wordt aangevraagd door de nieuwe gebruiker omdat de volledige intredekeuring slechts kan plaats vinden als de drukapparatuur op de gebruiksplaats staat opgesteld en de gebruikscondities bekend zijn.

Vierde lid

Bij de aanvraag worden relevante gegevens verstrekt zoals de naam en adres van de aanvrager en de plaats waar de keuring moet plaatsvinden. Het eerste gedeelte van de intredekeuring is gericht op het beoordelen van de integriteit van de constructie met inachtneming van het beoogde gebruik (zie verder de toelichting op het zesde lid). De daarop betrekking hebbende gegevens moeten bij de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers ingediend worden.

Verder zal de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of de NL-keuringsdienst van gebruikers de algehele staat van de drukapparatuur beoordelen op basis van onderzoeken als beschreven in de artikelen 21, zesde lid, en 22, zesde lid, alsmede op basis van de vastgelegde rapportages uit de voorafgaande gebruiksperiode. Teneinde dit deel van het onderzoek te kunnen uitvoeren, dient de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers in het bezit gesteld te worden van de daarop betrekking hebbende rapporten en verklaringen, afgegeven door de daarbij betrokken (in de meeste gevallen buitenlandse) keuringsinstellingen.

Tot slot omvat de intredekeuring een beoordeling van de integratie en de beveiliging van de betreffende drukapparatuur in de installatie.

Vijfde lid

Zie de toelichting op artikel 21, vijfde lid, van dit besluit.

Zesde lid

De beoordeling van het ontwerp zoals bedoeld in onderdeel a heeft betrekking op nieuwbouw aspecten teneinde een veilig gebruik van de drukapparatuur volgens de vastgelegde gebruiksomstandigheden te kunnen waarborgen. Hierbij gaat het om de beoordeling van de technische integriteit van de constructie met inachtneming van de toekomstige toepassing. Deze beoordeling richt zich bijvoorbeeld op de druk, de temperatuur en het medium (product dat aanwezig is of kan zijn in de drukapparatuur), waarbij de materiaaleigenschappen, de materiaaldikten als ook de tijdens de vervaardiging gehanteerde methoden en uitgevoerde (niet)-destructieve onderzoeken een rol spelen. Dit houdt in dat de drukapparatuur wordt getoetst aan de huidige stand van de veiligheidsinzichten met betrekking tot het ontwerp zulks ter beoordeling van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers. De huidige veiligheidsinzichten kunnen zijn gebaseerd op normalisatienormen die zijn of worden ontwikkeld in het kader van de toepassing van bijlage I (essentiële veiligheidseisen) bij de richtlijn. Deze inzichten kunnen bijvoorbeeld ook worden gebaseerd op andere (normalisatie)normen zoals de zogenoemde ASME-code (betreft Amerikaanse normen), de British Standard, de AFNOR (betreft Franse normen) en de AD2000 (Duitse normen).

De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers beoordeelt de eventuele verschillen tussen de huidige veiligheidsinzichten en de bij de drukapparatuur meegeleverde documentatie, zoals bedoeld in onderdeel b, en gaat na of de geconstateerde verschillen geen beletsel vormen voor een veilig gebruik van de drukapparatuur. Verder zal de integratie, beveiliging en algehele staat van onderhoud worden beoordeeld, zoals is toegelicht bij het vierde lid.

Zevende lid

Omdat het EU-beginsel van vrij verkeer van goederen met zich brengt dat lidstaten producten van andere EU-lidstaten in beginsel niet mogen weigeren, alleen omdat ze niet voldoen aan de eigen nationale voorschriften, is een bepaling van wederzijdse erkenning opgenomen. Wederzijdse erkenning houdt in dat drukapparatuur die weliswaar niet aan de nationale eisen voldoet, maar wel aan de buitenlandse eisen die een gelijkwaardige bescherming bieden, moet worden toegelaten. Ook wanneer aan de toelating een keuring voorafgaat, geldt ingevolge het beginsel van wederzijdse erkenning, dat keuringen die op basis van gelijkwaardige buitenlandse wetgeving zijn verricht, moeten worden erkend. Dit is met name aan de orde bij de beoordeling, bedoeld in het zesde lid, onder a, waarbij het gaat om de beoordeling van de technische integriteit van de constructie van de drukapparatuur met het oog op het beoogd gebruik (dit betreft een deelonderzoek in het kader van de intredekeuring). Bij deze beoordeling kunnen technische eisen worden gesteld aan de constructie van drukapparatuur.

In dit lid is geregeld dat met een goedkeuring van een beoordeling als bedoeld in het zesde lid, onder a, wordt gelijkgesteld een bewijs van goedkeuring dat is afgegeven door een onafhankelijke instelling in een andere staat die partij is bij de EER-Overeenkomst, welk bewijs is afgegeven op basis van onderzoekingen die aan ten minste gelijkwaardige eisen voldoen. Hiermee wordt dus rekening gehouden bij het totale onderzoek in het kader van de intredekeuring. Naast een onderzoek naar de constructie, wordt ook onderzoek gedaan naar de opstelling en gebruiksomstandigheden van de drukapparatuur. Indien al deze aspecten in orde zijn bevonden en het drukapparaat veilig in gebruik kan worden genomen, wordt een verklaring van intredekeuring en ingebruikneming afgegeven.

Achtste lid

Op grond van het achtste lid bestaat de mogelijkheid om de aspecten, genoemd in het zesde lid, onder a en b, bij ministeriële regeling verder uit te werken. Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting op artikel 22, zevende lid.

Negende lid

Van de resultaten van de intredekeuring wordt op grond van het negende lid een rapport opgesteld en wordt een exemplaar hiervan door der NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers aan de aanvrager ter beschikking gesteld. Dit rapport kan eventuele voorwaarden bevatten waaraan voldaan moet worden alvorens de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming wordt afgegeven. Daarnaast kunnen bepaalde voorwaarden worden gegeven die moeten worden vermeld in de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming. De beperkende voorwaarden moeten worden overgenomen in de verklaring van ingebruikneming. Deze beperkende voorwaarden kunnen een wijziging van de constructie of gebruiksomstandigheden in installatieverband betreffen of een eerder moment van herkeuring dan in de wetgeving bepaald.

Tiende lid

Nadat aan eventuele voorwaarden uit het rapport, bedoeld in het negende lid, is voldaan en is vastgesteld dat de constructie, integratie en beveiliging voldoet aan het beoogde gebruik, wordt een verklaring van intredekeuring en ingebruikneming afgegeven als bedoeld in dit lid. Indien een verklaring van intredekeuring en ingebruikneming is verleend dan kan de betreffende drukapparatuur rechtsgeldig in gebruik worden genomen met inachtneming van de eventuele voorwaarden die in de verklaring zijn vermeld.

De uitgangspunten voor de herkeurtermijnen worden vastgelegd in een ministeriële regeling op grond van artikel 22, zevende lid. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers stelt in samenhang met de bevindingen de definitieve termijn vast die wordt vermeld in de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming (voor meer informatie, zie de toelichting op artikel 22, negende lid). Indien de betreffende drukapparatuur waarvoor een verklaring is afgegeven wordt gewijzigd of gerepareerd, is artikel 26 van toepassing.

Twaalfde lid

Zie de toelichting op artikel 22, elfde lid, van dit besluit.

Artikel 24

Het eerste lid geeft aan dat het aantekenblad deel uit maakt van de verklaring van ingebruikneming en de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming. Er dient een relatie te zijn tussen het aantekenblad en de verklaring van ingebruikneming. Eveneens dient er een systeem te worden gehanteerd waaruit de aanwezigheid van alle aantekenbladen is af te leiden.

In het tweede lid is aangegeven, dat de bevindingen van elke verrichting op het aantekenblad moeten worden vermeld. Voorbeelden van verrichtingen zijn de uitvoering van een herkeuring en de beoordeling van een wijziging of reparatie. Het aantekenblad geeft derhalve de volledige geschiedenis weer van de drukapparatuur en vormt aldus onmisbare informatie voor de volgende keuring of een volgend onderzoek. Een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers wordt daarom verplicht om van elke bevinding, verband houdende met een keuring, beoordeling of inspectie, een aantekening te maken op het aantekenblad behorend bij de betrokken drukapparatuur. Dit kan zowel een korte beschrijving zijn van de beoordeling en keuring, als een verwijzing naar een opgesteld rapport of verklaring. De vastgelegde geschiedenis van de drukapparatuur maakt het voor de gebruiker ook mogelijk, indien hij dat wenst, van keuringsinstelling te wisselen. Op de gebruiker berust de verplichting om het aantekenblad, naast de andere documentatie, zorgvuldig te bewaren (zie ook de toelichting bij artikel 25).

Artikel 25

Dit artikel regelt de bewaarplicht voor de fabrikant (eerste lid), importeur (tweede lid) en gebruiker (derde lid). De gebruiker dient naast de EU-conformiteitsverklaring, voor zover van toepassing, ook het daarbij behorende rapport te bewaren en verder de verklaring van ingebruikneming of de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming, de verklaring van herkeuring met de daarbij behorende rapporten, en het aantekenblad. Dit alles zolang de drukapparatuur in werking is of in werking kan worden gesteld. De in het derde lid genoemde documenten worden door de gebruiker veelal bewaard in een dossier. Het dossier voor een samenstel dient in elk geval de documentatie van het samenstel bevatten. De praktijk leert dat in de loop van het gebruik van drukapparatuur, met name in de procesindustrie, regelmatig reparaties maar ook wijzigingen eraan noodzakelijk zijn. In verband met de beoordeling van uit te voeren reparaties en van eventuele voorgenomen wijzigingen aan drukapparatuur die in gebruik is genomen, is het veelal gebruikelijk een afschrift van de technische documentatie, met inbegrip van de constructietekeningen, deel te laten uitmaken van het eerder aangeduide dossier dat onder beheer is van de gebruiker. De gebruiker doet er daarom verstandig aan deze technische documentatie bij de fabrikant op te vragen, zo mogelijk als onderdeel van de levering van de drukapparatuur (zie ook de toelichting bij artikel 26, tweede lid).

Artikel 26

Algemeen

Dit artikel is van toepassing op voorgenomen wijzigingen en reparaties aan drukapparatuur in de gebruiksfase. Op deze wijzigingen en reparaties zijn de essentiële veiligheidseisen van bijlage I bij de richtlijn van overeenkomstige toepassing. Een reparatie brengt drukapparatuur terug in zijn oorspronkelijke toestand. Een reparatie mag dan ook niet van invloed zijn op de wijze van gebruik, de uitrusting of de opstelling.

Dit artikel heeft betrekking op drukapparatuur waarvoor een verklaring van ingebruikneming, een verklaring van intredekeuring en, voor zover nog van toepassing, een vergunning op grond van de voormalige Stoomwet of een verklaring op grond van de Wet milieubeheer is afgegeven.

De wijzigingen en reparaties vinden plaats onder verantwoordelijkheid van de gebruiker. De gebruiker is verantwoordelijk voor de compleetheid van het technische dossier, waarmee hij kan aantonen dat de drukapparatuur in de huidige staat voldoet aan de betreffende eisen van dit besluit. Dat betekent dat de gebruiker van iedere wijziging of reparatie een rapport van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers zorgvuldig moet bewaren en moet toevoegen aan het dossier van de drukapparatuur (zie ook artikel 25, derde lid). Het staat de gebruiker vrij de uitvoering van de wijziging of reparatie uit te besteden aan een derde partij. Dit neemt niet weg dat de eindverantwoordelijkheid in geval van uitbesteding bij de gebruiker blijft.

Een belangrijk hulpmiddel voor het opstellen van een wijzigings- of reparatievoorstel kan de analyse van de risico’s en gevaren zijn. Bij deze analyse wordt met name gekeken of er na de beoogde wijziging of reparatie sprake is van een toename of wijziging van een bestaand risico of dat een nieuw risico wordt geïntroduceerd. Wanneer een dergelijke analyse van de risico’s en gevaren is uitgevoerd, kan de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers de intensiteit van de beoordeling van de wijziging of reparatie en de mate van toezicht tijdens de wijziging of reparatie mede laten afhangen van de resultaten van de analyse.

Eerste lid

Met betrekking tot voorgenomen wijzigingen en reparaties zijn de essentiële veiligheidseisen van bijlage I bij de richtlijn van overeenkomstige toepassing verklaard, met uitzondering van het aanbrengen van de CE-markering. Met het van toepassing verklaren van deze bijlage zijn ook de hierop gebaseerde normalisatienormen ter uitvoering van deze voorschriften van overeenkomstige toepassing. Voor drukapparatuur die is vervaardigd overeenkomstig de richtlijn, ligt het voor de hand dat ook de eisen van bijlage I op overeenkomstige wijze worden toegepast op reparaties en wijzigingen. Ten aanzien van drukapparatuur die niet is vervaardigd overeenkomstig de richtlijn (bijvoorbeeld drukapparatuur die in gebruik is genomen voor 29 mei 2002 of niet CE-gemarkeerde geïmporteerde drukapparatuur) kan in de praktijk blijken dat het niet altijd mogelijk is om op de wijzigingen en reparaties onverkort de veiligheidseisen voor de constructie, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn, van toepassing te verklaren. In deze gevallen wordt aangesloten bij de oorspronkelijke constructie-eisen of het onderzoek dat is gedaan in het kader van de intredekeuring. De constructie van de reparaties en wijzigingen wordt beoordeeld aan de hand van de stand van de huidige veiligheidsinzichten.

Dit lid is niet van toepassing wanneer sprake is van regulier technisch onderhoud, zoals het vervangen van pakkingen en het uitwisselen van appendages met appendages die een identieke functie en constructieve uitvoering hebben. Dit lid is wel van toepassing op wijzigingen in de gebruiksomstandigheden, voorgenomen constructiewijzigingen, het wijzigen van de beveiliging en uit te voeren reparaties aan bestaande drukapparatuur. Met nadruk zij er op gewezen dat dit artikel ook van toepassing is op het vervangen van veiligheidsappendages en appendages die door middel van permanente verbindingen worden gemonteerd en dat deze wijzigingen derhalve op grond van het derde lid moeten worden gemeld.

Tweede lid

Op grond van dit lid is de gebruiker verplicht alle wijzigingen aan drukapparatuur, waarop een verklaring van ingebruikneming of een verklaring van intredekeuring en ingebruikneming van toepassing is, te melden aan een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers. Deze melding is noodzakelijk om de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers in staat te stellen te beoordelen of de afgegeven verklaringen nog wel geldig zijn met het oog op de voorgenomen wijzigingen. Het gaat hierbij niet om regulier technisch onderhoud (zie het eerste lid). Wijziging aan drukapparatuur, waarvoor geen verklaring van ingebruikneming of een verklaring van intredekeuring en ingebruikneming is afgegeven, hoeft niet te worden gemeld en vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Uitzondering hierop vormen de situaties dat door de wijziging of reparatie de drukapparatuur valt onder de aangewezen drukapparatuur op grond van artikel 20, eerste lid (zie ook het zevende lid), of dat de wijziging of reparatie van invloed is op aangesloten aangewezen drukapparatuur.

Derde lid

Door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers wordt de constructie van de wijziging of reparatie beoordeeld aan de hand van de stand van de huidige veiligheidsinzichten. Op de uitvoering van de wijziging of reparatie wordt door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst toezicht gehouden.

De bij wijziging of reparatie van toepassing zijnde beoordelingen, keuringen en inspecties zijn te vergelijken met die zoals die in de nieuwbouwfase van drukapparatuur worden voorgeschreven en zal, zoveel als redelijk en mogelijk is, plaatsvinden op basis van de essentiële veiligheidseisen van de richtlijn, waarbij rekening wordt gehouden met de uitgangspunten die aan het ontwerp ten grondslag hebben gelegen. Indien naar het oordeel van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers de gemelde wijziging of reparatie geen beoordeling van de constructie van de wijziging of reparatie noodzakelijk maakt, kan worden volstaan met het actualiseren van het technisch dossier en op grond van artikel 24 met een aantekening op het aantekenblad.

Vierde lid

In dit lid is bepaald dat na uitvoering van een wijziging die invloed heeft op het gebruik, de uitrusting of opstelling, er een beoordeling moet plaatsvinden door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers van de integratie en beveiliging. Deze beoordeling is vergelijkbaar met de beoordeling als bedoeld in artikel 10 van het besluit, en heeft betrekking op zowel de drukapparatuur die nieuw in de installatie is opgenomen als bestaande drukapparatuur die direct of indirect invloed ondervindt van de wijziging (zie ook artikel 14 van de richtlijn).

Vijfde lid

In dit lid is bepaald dat ook een melding door de gebruiker aan een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers moet plaatsvinden als de wijziging van de drukapparatuur gevolgen heeft voor de risico-indeling van de drukapparatuur. Dit is het geval als niet onder een keuringsregime vallend drukapparatuur na een voorgenomen wijziging wel een drukapparaat betreft dat is aangewezen op grond van artikel 21, eerste lid (drukapparatuur waar het regime van de keuring voor ingebruikneming op van toepassing is). Wanneer hiervan sprake is dienen de wijzigingen te worden uitgevoerd met inachtneming van het eerste tot en met het zesde lid.

Een wijziging heeft niet alleen betrekking op de constructie maar ook op de gebruiksomstandigheden. Een wijziging in de gebruiksomstandigheden, zoals een toename van het volume, een toename van de nominale diameter, een toename van de maximaal toelaatbare druk in installatieverband van het drukapparaat of een verandering van de stof in het drukapparaat, kan er namelijk toe leiden dat het drukapparaat alsnog komt te vallen onder de in artikel 21, eerste lid, aangewezen drukapparatuur.

In dit verband zij op het volgende gewezen. Op grond van artikel 21, eerste lid, worden voor de aanwijzing van drukapparatuur de maximale druk in installatieverband als uitgangspunt genomen. Wanneer, ten aanzien van drukapparatuur, die vervaardigd is volgens de regelgeving van voor 29 november 1999, sprake is van een wijziging van de gebruiksomstandigheden, die overigens blijft binnen de (oorspronkelijke) ontwerpcondities en, uitgaande van de nieuwe gebruiksomstandigheden, de drukapparatuur niet valt onder de groep aangewezen drukapparatuur op grond van artikel 21, eerste lid, kan een melding van de wijziging aan de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers achterwege blijven.

Indien na wijziging een drukapparaat gaat behoren tot de aangewezen drukapparatuur, bedoeld in artikel 21, eerste lid, kan het nodig zijn dat ook de onderzoeken die normaliter bij een herkeuring aan de orde zijn, moeten worden uitgevoerd. Deze onderzoeken kunnen nodig zijn om inzicht te krijgen in de algehele staat van de drukapparatuur en kunnen dus als een nulmeting of referentiemeting worden beschouwd.

In sommige gevallen heeft er bij drukapparatuur, die is vervaardigd volgens de regelgeving, die van toepassing was voor 29 november 1999, geen keuring voor ingebruikneming plaatsgevonden, terwijl er wel een verplichting tot herkeuring van toepassing was verklaard. In deze gevallen kunnen de onderzoeken, bedoeld in artikel 22, zesde lid, achterwege blijven. De herkeuring vindt dan plaats op het moment dat de voor die drukapparatuur voorgeschreven herkeurtermijn is verstreken.

Zesde lid

Met betrekking tot gewijzigde drukapparatuur kan het noodzakelijk zijn om de onderzoeken die bij een keuring voor ingebruikneming aan de orde zijn, ook voor deze drukapparatuur voor het geheel of een deel uit te voeren. Wanneer dat het geval is, is niet in het algemeen aan te geven, maar is afhankelijk van de aard en omvang van de wijziging en de verandering in het gebruik, waarbij rekening wordt gehouden met de onderzoeken die mogelijk reeds zijn uitgevoerd op grond van het derde en vierde lid.

Zevende en achtste lid

Van de beoordelingen maar ook van het toezicht tijdens de uitvoering of na voltooiing van de wijzigingen wordt door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of de NL-keuringsdienst van gebruikers een rapport opgesteld. Daarnaast wordt hiervan op grond van artikel 24 aantekening gemaakt op het aantekenblad. Ook de aanvulling op de «verklaring van ingebruikneming» of op de «verklaring van intredekeuring en ingebruikneming» wordt aangebracht op het aantekenblad.

Indien is gebleken dat tegen het verdere gebruik van de drukapparatuur geen bezwaar bestaat, wordt door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers een aanvulling op het aantekenblad van de verklaring van ingebruikneming of de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming gegeven. Ten aanzien van drukapparatuur als bedoeld in het zevende lid wordt na goedkeuring een verklaring van ingebruikneming afgegeven waarbij op grond van artikel 24, eerste lid, een aantekenblad wordt gevoegd.

Negende lid

In de ministeriële regeling, bedoeld in dit lid, kunnen nadere regels worden gegeven over de wijze waarop de wijzigingen moeten worden uitgevoerd.

Deze nadere regels zullen met name betrekking hebben op het verantwoord uitvoeren van wijzigingen en reparaties aan drukapparatuur. Hieronder wordt ook begrepen het actualiseren van de technische documentatie en tekeningen. Uitgangspunt daarbij zal moeten zijn dat het vereiste veiligheidsniveau van de drukapparatuur niet door de wijziging of reparatie nadelig mag worden beïnvloed. In de regeling zal nader worden uitgewerkt welke technische gegevens van de drukapparatuur noodzakelijk zijn. De gebruiksaanwijzing is in dit verband veelal onvoldoende. Ook zal aandacht worden besteed aan de uitgangspunten bij het ontwerp en uitvoering van een wijziging of reparatie.

Artikel 27

Eerste lid

Op grond van het eerste lid kunnen een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en een NL-keuringsdienst voor gebruikers een verklaring van ingebruikneming, een verklaring van herkeuring of een verklaring van intredekeuring en ingebruikneming intrekken. Zij kunnen hiertoe overgaan indien de drukapparatuur niet meer voldoet aan de eisen die gesteld worden bij de keuring voor ingebruikneming, de intredekeuring of bij de herkeuring. Dit kan ondermeer plaatsvinden indien de gebruiker bijvoorbeeld in gebreke blijft bij een noodzakelijke voorgeschreven reparatie aan de betrokken drukapparatuur. Een intrekking kan ook geschieden indien een apparaat overbelast is geweest of schade door brand heeft opgelopen. Een intrekking zal direct schriftelijk worden meegedeeld aan de degene op wiens naam de verklaring is afgegeven.

De intrekking van de laatst afgegeven verklaring die het gebruik van het apparaat toelaat, vindt plaats door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of de NL-keuringsdienst voor gebruikers die in het bezit is van de onderliggende documenten. Wanneer een andere NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of de NL-keuringsdienst voor gebruikers tot de conclusie komt dat een niet door haar afgegeven verklaring moet worden ingetrokken dan neemt zij hierover contact op met de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of de NL-keuringsdienst voor gebruikers die in het bezit is van de onderliggende documenten, met het gemotiveerd verzoek om over te gaan tot intrekking van de betreffende verklaring.

Tweede lid

Zie de toelichting bij de artikelen 21, elfde lid, en 22, negende lid, van dit besluit.

Artikelen 28, 29 en 30

Algemeen

Dit hoofdstuk bevat de procedure betreffende de aanwijzing van instellingen als nationale keuringsinstantie en de gronden voor weigering, wijziging, schorsing en intrekking van een aanwijzing. Ingevolge de artikelen 7a tot en met 7e van de Warenwet is de Minister van SZW bevoegd met betrekking tot de in artikel 1, onderdeel d, van de Warenwet genoemde technische voortbrengselen (waaronder drukapparatuur) instellingen aan te wijzen die bevoegd zijn tot door hem aan te wijzen werkzaamheden in de voor die voortbrengselen voorgeschreven keurings- of beoordelingsprocedures.

Er is sprake van twee nationale keuringsinstanties:

  • a. de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie;

  • b. de NL-keuringsdienst van gebruikers.

Aldus ook het Warenwetbesluit drukapparatuur. De NL-conformiteitstbeoordelingsinstantie (voorheen aangewezen keuringsinstelling) is een onafhankelijke deskundige keuringsinstantie, die door de Minister van SZW als zodanig is aangewezen ten behoeve van de diverse (her)keuringen, onderzoeken en beoordelingen, zoals geregeld in de artikelen 21, 22, 23 en 26 van dit besluit. Onder het Warenwetbesluit drukapparatuur diende een aangewezen keuringsinstelling een beoordeling te laten verrichten door de RvA, waarbij deze gebruik maakte van door SZW vastgestelde schema’s voor aanwijzing en toezicht, zoals opgenomen in een bijlage bij de Warenwetregeling drukapparatuur. Er waren 9 instellingen aangewezen. Zoals reeds uitgebreid toegelicht in Paragraaf A Algemeen, is de beoordeling vervangen door accreditatie door de RvA (artikel 33, tweede lid). Uitgangspunt is dat accreditatie in principe steeds de grondslag is voor de aanwijzing, met dien verstande dat in geval van uitzonderlijke omstandigheden in plaats van accreditatie andere bewijsstukken mogen worden overlegd om conformiteit met de criteria voor aanwijzing aan te tonen (artikel 28 en artikel 33, tweede lid). Die uitzonderlijke omstandigheid doet zich in de visie van de regering alleen voor als geen nationale accreditatie-instantie meer bevoegd is om de werkzaamheden uit te voeren en er geen andere Europese accreditatie-instantie is die de werkzaamheden kan overnemen. Hier wordt aangesloten bij artikel 7 van Verordening 765/2008.

In zijn algemeenheid zijn dit dezelfde eisen als die voor de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, bedoeld in artikel 13, gelden. Om die reden wordt in zijn algemeenheid ook verwezen naar het relevante artikel 24 van de richtlijn. Bij het zesde, tiende en elfde lid is dat niet mogelijk. De inhoud van die artikelleden is in aangepaste vorm neergelegd en uitgeschreven in artikel 28, eerste lid, onderdelen b, c, d en e, derde, vierde en vijfde lid. De SZW-schema’s zijn hiermee vervallen.

Wat betreft de voorwaarde om zelf een schema te ontwikkelen en te gebruiken (eerste lid, onder e, en tweede lid, onder b) zij het volgende opgemerkt. Om te voorkomen dat arbeidsveiligheid ondergeschikt wordt aan het economisch belang van een conformiteitsbeoordelingsinstantie is een geharmoniseerde uitvoering van de conformiteitsbeoordeling gewenst. Daartoe worden conformiteitsbeoordelingsinstanties verplicht om samen te werken en één gezamenlijk schema te hanteren. Een schema bestaat uit drie delen:

  • 1. een beschrijving van «het wat»: object van conformiteitsbeoordeling en de vereisten aan het object;

  • 2. een beschrijving van «het hoe»: de processen, procedures en eventueel de werkwijze die de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie moet volgen, zoals de testmethode en controlefrequentie; en

  • 3. een beschrijving van «het wie»: de vereisten die van toepassing zijn op de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie met betrekking tot bijvoorbeeld hun organisatie, werkwijze, personeel (deskundigheid), drukapparatuur, rapportage en certificaten. Onder een schema wordt mede verstaan een inspectieschema of een certificatieschema, twee benamingen die in accreditatie veelvuldig worden gebruikt. Om een specifiek schema niet uit te sluiten is in dit besluit gekozen om het begrip «schema» te gebruiken.

Het ligt in de rede dat het overleg van NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties en het overleg van NL-keuringsdiensten voor gebruikers één gezamenlijk overleg is.

De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie mag haar taken uitbesteden, mits met inachtneming van dit artikel. In artikel 30 is de systematiek van artikel 13 doorgezet.

Artikelen 31 en 32

De andere keuringsinstantie, de NL-keuringsdienst van gebruikers (voorheen aangewezen keuringsdienst van gebruikers), is vergelijkbaar met de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie. Belangrijkste verschil tussen een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers is het taakveld van de NL-keuringsdienst van gebruikers (alleen voor het eigen bedrijf werkzaam). Onder het Warenwetbesluit drukapparatuur diende de aangewezen keuringsdienst van gebruikers een beoordeling te laten verrichten door de RvA, waarbij deze gebruik maakte van door SZW vastgestelde schema’s voor aanwijzing en toezicht, zoals opgenomen in een bijlage bij de Warenwetregeling drukapparatuur. Zoals al uitgebreid toegelicht in Paragraaf A Algemeen, is de beoordeling vervangen door accreditatie door de RvA (artikel 33, tweede lid). Uitgangspunt is dat accreditatie in principe steeds de grondslag is voor de aanwijzing, met dien verstande dat in geval van uitzonderlijke omstandigheden in plaats van accreditatie andere bewijsstukken mogen worden overlegd om conformiteit met de criteria voor aanwijzing aan te tonen (artikel 31 en artikel 33, derde lid). Die uitzonderlijke omstandigheid doet zich in de visie van de regering alleen voor als geen nationale accreditatie-instantie meer bevoegd is om de werkzaamheden uit te voeren en er geen andere Europese accreditatie-instantie is die de werkzaamheden kan overnemen. Hier wordt aangesloten bij artikel 7 van Verordening 765/2008.

In zijn algemeenheid zijn dit dezelfde eisen als die voor de EU-keuringsdienst van gebruikers, bedoeld in artikel 13, gelden. Om die reden wordt in zijn algemeenheid ook verwezen naar het relevante artikel 25 van de richtlijn. Bij het zesde, tiende en elfde lid is dat niet mogelijk. De inhoud van die artikelleden is in aangepaste vorm neergelegd en uitgeschreven in artikel 31, eerste lid, onderdelen b, c, d en e, derde, vierde en vijfde lid. De SZW-schema’s zijn hiermee vervallen.

Wat betreft de voorwaarde om zelf een schema te ontwikkelen en te gebruiken (eerste lid, onder e, en tweede lid, onder b) zij het volgende opgemerkt. Om te voorkomen dat arbeidsveiligheid ondergeschikt wordt aan het economisch belang van een keuringsdienst van gebruikers is een geharmoniseerde uitvoering van de conformiteitsbeoordeling gewenst. Daartoe worden keuringsdiensten van gebruikers verplicht om samen te werken en één gezamenlijk schema te hanteren. Een schema bestaat uit drie delen:

  • 1. een beschrijving van «het wat»: object van conformiteitsbeoordeling en de vereisten aan het object;

  • 2. een beschrijving van «het hoe»: de processen, procedures en eventueel de werkwijze die de NL-keuringsdienst van gebruikers moet volgen, zoals de testmethode en controlefrequentie; en

  • 3. een beschrijving van «het wie»: de vereisten die van toepassing zijn op de NL-keuringsdienst van gebruikers met betrekking tot bijvoorbeeld hun organisatie, werkwijze, personeel (deskundigheid), drukapparatuur, rapportage en certificaten. Onder een schema wordt mede verstaan een inspectieschema of een certificatieschema, twee benamingen die in accreditatie veelvuldig worden gebruikt. Om een specifiek schema niet uit te sluiten is in dit besluit gekozen om het begrip «schema» te gebruiken. Ook de NL-keuringsdienst van gebruikers kan haar taken uitbesteden.

Het ligt in de rede dat het overleg van NL-keuringsdiensten voor gebruikers en het overleg van NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties één gezamenlijk overleg is.

Artikelen 33 en 34

Deze artikelen bevatten de procedure betreffende de aanwijzing van instellingen als NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst voor gebruikers en de gronden voor weigering, wijziging, schorsing en intrekking van een aanwijzing.

Voor de eisen als zodanig zie de artikelen 28 en 31 en de toelichting ter zake. In zijn algemeenheid zijn dit, zoals reeds opgemerkt, dezelfde eisen als die voor de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie en EU-keuringsdienst van gebruikers, bedoeld in de artikelen 13 en 14, gelden. Er was en is geen reden om op dit punt onderscheid te maken tussen de NL-conformformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers en EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie en EU-keuringsdienst van gebruikers. Het gaat in alle gevallen om het veilig kunnen gebruiken van drukapparatuur. Verder zijn veel conformiteitsbeoordelingsinstanties zowel op nationaal als EU-terrein actief. Ook dat rechtvaardigt een gelijke behandeling ter zake.

Indien de Minister van SZW signalen heeft over fraude, dan kan hij, gezien de in het geding zijnde financieel- economische belangen en de gevolgen voor de Europese markt, een toets laten uitvoeren op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) naar de integriteit van de aanvrager. De Minister van SZW kan die resultaten meenemen in de afweging om over te gaan tot aanwijzing en aanmelding of intrekken van de aanwijzing en aanmelding (zie het derde en vierde lid).

Indien de RvA van plan is een accreditatie te schorsen of in te trekken, of de Minister SZW van plan is de aanwijzing of, indien toepasselijk, de aanmelding te schorsen of in te trekken, dan informeren de RvA en de Minister SZW elkaar. Dit met het oog op mogelijke consequenties voor de aanwijzing en aanmelding en de accreditatie.

Artikel 35

Dit artikel regelt de periodiek door de Minister van SZW (in de praktijk Inspectie SZW) te verrichten controle op het functioneren van NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties en NL-keuringsdiensten van gebruikers. Aldus ook artikel 22c van het Warenwetbesluit drukapparatuur.

Het tweede lid regelt de uitwisseling van informatie tussen betrokken partijen (de Minister van SZW, NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, NL-keuringsdienst van gebruikers en RvA). Dit wordt verder geregeld bij ministeriele regeling. De informatie-uitwisseling met de Minister van SZW heeft geen betrekking op gegevens die de RvA, als nationale accreditatie-instantie, alleen mag delen met de NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties en NL-keuringsdiensten van gebruikers.

Het derde lid ziet op de overdracht van dossiers indien een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie de activiteiten waarvoor zij is aangewezen, beëindigt (door daar actief om te verzoeken of door het laten verstrijken van de looptijd van de aanwijzing), of indien de Minister van SZW actief de aanwijzing blijvend intrekt. Aldus vormt dit artikel de nationale tegenhanger van artikel 16.

Artikel 36

De inspectieafdeling van de gebruiker is geïntroduceerd bij Besluit van 8 november 2010, houdende wijziging van het Warenwetbesluit drukapparatuur inzake de uitvoering van keuringen en herkeuringen van drukapparatuur, samenstellen (nieuw artikel 22e Warenwetbesluit drukapparatuur, Stb. 2010, 774). De werkzaamheden verricht de inspectieafdeling van de gebruiker onder toezicht van een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie (voorheen aangewezen keuringsinstelling).

In het eerste lid is de eis aangegeven dat het moederbedrijf met eventuele dochterondernemingen (samen de groep vormend), waarvan de inspectieafdeling van de gebruiker deel uitmaakt, een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid hanteert.

Het tweede lid geeft de Minister van SZW de mogelijkheid om de eerste zin van het eerste lid namelijk een inspectieafdeling van de gebruiker werkt uitsluitend voor de groep waarvan de inspectieafdeling deel uitmaakt, op aanvraag van een bedrijf niet van toepassing te verklaren voor een inspectieafdeling van de gebruiker. Dit is bedoeld voor situaties, waarbij één of meer delen van de installaties op het terrein van de gebruiker door hem permanent worden overgedragen aan een andere gebruiker. Het tweede lid maakt het mogelijk installaties die oorspronkelijk onder het werkgebied van de inspectieafdeling van de gebruiker vielen, te handhaven in de nieuwe situatie waarbij de aan de nieuwe gebruiker overgedragen installatie(s) in werking blijven op het terrein van de vorige gebruiker. Hiermee wordt voorkomen dat de bestaande kennis en expertise van de installatie(s) op het terrein van de vorige gebruiker wordt versnipperd. Het spreekt vanzelf dat de nieuwe gebruiker van de installatie(s) het in het eerste lid beschreven gemeenschappelijk veiligheidsbeleid dient te onderschrijven tezamen met de inhoud van het derde lid. Een bevestiging van deze instemming vormt een onderdeel van de aanvraag.

Het derde lid gaat in op de positie, onpartijdigheid en onafhankelijkheid van een inspectieafdeling van de gebruiker. Belangrijk voor het functioneren van een inspectieafdeling van de gebruiker is dat bij geschillen tussen de inspectieafdeling en andere bedrijfsbelangen er directe toegang is tot de directie die verantwoordelijk is voor de technische integriteit van de drukapparatuur (de zogenoemde escalatielijn). Het tweede deel van dit lid benadrukt dat de inspectieafdeling van de gebruiker en haar personeel zich niet mogen inlaten met activiteiten die in conflict kunnen zijn met de onafhankelijkheid van hun oordeel en hun integriteit met betrekking tot de inspectieactiviteiten.

In het vierde lid is sprake van een kwaliteitsmanagementsysteem. Hiermee wordt een kwaliteitsmanagementsysteem volgens de geldende internationale/Europese normering (thans NEN-EN-ISO 9001) bedoeld.

In het vijfde lid zijn de taken weergegeven die door een inspectieafdeling van de gebruiker, onder toezicht van een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, mogen worden uitgevoerd voor zover de inspectieafdeling van de gebruiker daarvoor is gecertificeerd. Onder a wordt gesproken over herkeuringen. Dit kunnen herkeuringen zijn met een vaste termijn (a1) maar ook herkeuringen in geval van termijnverlenging (a2) of termijnflexibilisering (a3). Onder b is sprake van onderzoeken in het kader van voorgenomen reparaties. De in dit onderdeel bedoelde werkzaamheden kunnen betrekking hebben op het beoordelen van het ontwerp van reparaties (b1) als ook op de inspectie van uitgevoerde reparaties (b2). Bij de certificering kan door de inspectieafdeling gekozen worden uit één of meer van de onder a en b opgesomde taken. Enkele taken kunnen vanwege hun uitvoeringsaspecten niet afzonderlijk worden gekozen maar dienen met één of meer andere taken te worden gecombineerd. Dit is van toepassing bij de taak van het doen van onderzoeken in het kader van termijnflexibilisering (a3). Deze dient te worden aangevraagd in combinatie met de taak van het doen van onderzoeken in het kader van herkeuring met vaste (a1) en verlengde termijn (a2).

In het Warenwetbesluit drukapparatuur kon een inspectiedienst van de gebruiker tevens constructieve wijzigingen uitvoeren. Deze mogelijkheid is geschrapt aangezien in het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 volledig wordt aangesloten bij de richtlijn. De richtlijn bepaalt dat bij ingrijpende wijzigingen de drukapparatuur onder de richtlijn gebracht dient te worden. Het is aan de EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie om te bepalen of dit een ingrijpende wijziging betreft.

In het Warenwetbesluit drukapparatuur werd daarnaast gesproken over overige wijzigingen. Er was in de wetgeving niet bepaald wat een constructieve of een overige wijziging betrof. Aangezien een wijziging van de constructie veelal een ingrijpende wijziging kan zijn als bepaald in de richtlijn, is het niet mogelijk dat een andere partij dan de conformiteitsbeoordelingsinstantie deze uitvoert. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie kan aangewezen worden om reparaties en wijzigingen uit te voeren. In Nederland zijn (zo goed als) alle NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie tevens EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie waardoor dit bij dezelfde instantie belegd is. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie kan afspraken maken ten aanzien van het uitbesteden van taken waardoor de inspectiedienst van gebruiker nog onder volledige verantwoordelijkheid van de conformiteitsbeoordelingsinstantie

In het zesde lid is aangegeven dat de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie bij het opstellen van de respectievelijke verklaringen gebruik maakt van een rapport van de inspectieafdeling van de gebruiker.

Het toezicht van een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie op een inspectieafdeling van de gebruiker heeft verschillende elementen op systeemniveau:

  • 1. Het beoordelen van het kwaliteitmanagement systeem van de inspectieafdeling van de gebruiker aangaande de taken herkeuring, termijnverlenging, beoordelen van ontwerp van reparatie, inspecties van reparaties, beoordelen van ontwerp van wijzigingen van de constructie en inspectie van wijzigingen van de constructie.

  • 2. Het beoordelen van het kwaliteitsmanagement systeem voor termijn flexibilisering.

Het toezicht van een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie op een inspectieafdeling van de gebruiker omvat verder:

  • 1. Het toezicht op het verrichten van onderzoeken in het kader van herkeuringen als bedoeld in artikel 22, zesde lid; en

  • 2. Het toezicht op het verrichten van onderzoeken in het kader van wijzigingen van de constructie en voorgenomen reparaties als bedoeld in artikel 26, derde lid.

Dit toezicht van een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie omvat:

  • a. Verificatie van de herbeoordelingplannen ten behoeve van termijnverlenging en ten behoeve van termijnflexibilisering. Voor het toezicht in het kader van herkeuring op basis van vaste termijnen kan de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie volstaan met de verificatie van een deel van de herbeoordelingplannen.

  • b. Het bijwonen of herhalen van een deel van de uitgevoerde onderzoeken in overeenstemming met het herbeoordelingplan voor vaste termijnen, termijnverlenging of termijn flexibilisering,

  • c. Verificatie van een deel van het ontwerp van wijziging of van het ontwerp van reparatie en verificatie van een deel van de inspectieplannen.

  • d. Het bijwonen of herhalen van een deel van de uitgevoerde onderzoeken in het kader van de wijziging of reparatie.

  • e. Verificatie van de rapportages van de inspectiebevindingen.

Artikel 37

Dit betreft een technische aanpassing van artikel 7.4a van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Artikel 38

Dit artikel bevat een wijziging van de in de bijlage bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten opgenomen overtredingen, zodat deze thans is gekoppeld aan het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016. De boetebedragen wijzigen niet.

Artikel 39

In artikel 26, eerste lid, van het Warenwetbesluit liften 2016 wordt per abuis verwezen naar artikel 25 van de richtlijn. Dat moet zijn artikel 24.

Artikel 40

Het eerste en tweede lid van deze overgangsbepaling geven uitvoering aan artikel 49 van de richtlijn.

Voor de huidige aangemelde aangewezen instellingen die aangewezen willen worden als EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, geldt ingevolge de richtlijn dat de accreditatie gereed moet zijn bij de inwerkingtreding van dit besluit (19 juli 2016). Voor de huidige aangewezen instellingen die aangewezen willen worden als NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, ziet het er naar uit dat de accreditatie niet in alle gevallen gereed zal zijn op 19 juli 2016. Om die reden bevat het derde lid van artikel 40 een overgangsbepaling. De oorspronkelijke oude aanwijzing blijft van kracht totdat de accreditatie is afgerond dan wel de looptijd van de aanwijzing is verstreken.

Drukapparatuur en samenstellen die op de dag voorafgaand aan de dag waarop het Warenwetbesluit 2016 van kracht is, in gebruik zijn en onder de bij of krachtens het Warenwetbesluit drukapparatuur geregelde zorgplichtbepaling vallen, worden geacht te voldoen aan de (overeenkomstige) bepaling van het Warenwetbesluit 2016. De gebruiker moet de onder de zorgplichtbepaling vallende drukapparatuur en samenstellen echter wel evalueren afgezet tegen de regels die bij of krachtens het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 zijn gesteld.

Als blijkt dat drukapparatuur en samenstellen bij of krachtens het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 niet meer onder de zorgplichtbepaling vallen en de gebruiker dus verplicht is tot herkeuring in de gebruiksfase, moet de eerste herkeuring zijn gerealiseerd voordat de vaste keuringstermijn voor die drukapparatuur of samenstellen verstrijkt, te rekenen vanaf de datum waarop het Warenwetbesluit 2016 van kracht is.

Artikelen 41 en 42

Ingevolge het eerste lid van artikel 42 treden de bepalingen betreffende de aanwijzingsprocedure vrijwel direct in werking. Dit maakt het mogelijk voor de huidige certificerings- en keuringsinstanties om de nieuwe procedure nu al in gang te zetten, zodat hun aanwijzing als EU- of NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of EU- of NL-keuringsdienst van gebruikers rond kan zijn op het moment dat het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 in volle omvang in werking treedt, te weten 19 juli 2016 (conform de artikelen 49 en 50 van de richtlijn).

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt met de daarbijbehorende stukken openbaar gemaakt door publicatie in de Staatscourant.