Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2015, 249AMvB

Besluit van 15 juni 2015, houdende wijziging van het Bouwbesluit 2012 betreffende de deregulering van de woonfunctie en enkele andere wijzigingen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz.enz.enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst van 9 april 2015, nr. 2015-0000211748, CZW;

Gelet op de artikelen 2 en 3 van de Woningwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 7 mei 2015, nr. W04.15.0056/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst van 5 juni 2015, nr. 2015-0000283942, CZW;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Bouwbesluit 2012 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:

In het derde lid worden na de definitie van «woonfunctie voor kamergewijze verhuur» twee definities ingevoegd, luidende:

woonfunctie voor particulier eigendom:

woonfunctie die wordt gebouwd in particulier opdrachtgeverschap als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening of die wordt bewoond door de eigenaar;

woonfunctie voor studenten:

woonfunctie voor bewoners die zijn ingeschreven aan een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of aan een universiteit of hogeschool als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;.

B

Artikel 1.10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «2» geplaatst.

2. Voor het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 1. Handelen in strijd met de verplichtingen die voortvloeien uit de verordening bouwproducten is verboden.

C

Na artikel 1.12 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1.12a Uitzonderingen woonfunctie voor particulier eigendom

Op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom zijn de afdelingen 4.3, 4.4, 4.5 en 4.6, en onverminderd het bepaalde in artikel 9.2, 10e lid, artikel 6.10 niet van toepassing. Wat betreft de afdelingen 2.3, 2.4, 2.5, 2.6, 3.11, 4.1, 4.2 en 4.7 zijn de voorschriften voor een bestaand bouwwerk van toepassing.

D

In artikel 1.26, achtste lid, wordt «zesde lid, onder i,« vervangen door: zesde lid, onder g,.

E

Tabel 2.1 komt te luiden:

Tabel 2.1

gebruiksfunctie

leden van toepassing

     

fundamentele

belastingscombinaties

buitengewone

belastingscombinaties

bepalingsmethode

verbouw

tijdelijke bouw

aardbevingen

   

artikel

2.2

2.3

 

2.4

2.5

2.5a

2.5b

 

lid

*

1

2

1

2

3

*

1

2

*

                         

1

Woonfunctie

*

1

2

1

2

3

*

*

*

*

7

Logiesfunctie

*

1

2

1

2

3

*

*

*

*

Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties

*

1

2

1

2

*

*

*

*

F

Na artikel 2.5 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 2.5a Tijdelijke bouw

  • 1. Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk met een ontwerplevensduur van 5 jaar als bedoeld in NEN-EN 1990 zijn de artikelen 2.2 en 2.4 van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk met een ontwerplevensduur van 15 jaar als bedoeld in NEN-EN 1990 zijn de artikelen 2.2 tot en met 2.4 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2.5b Aardbevingen

In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 2.2 tot en met 2.5a kunnen met betrekking tot de belastingen op bouwwerken door aardbevingen als gevolg van de gaswinning in de provincie Groningen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven.

G

In artikel 2.31, tweede lid, wordt «tweede lid» vervangen door: eerste lid.

H

Tabel 2.66 komt te luiden:

Tabel 2.66

gebruiksfunctie

leden van toepassing

grenswaarden

                                     

zijde grenzend aan de

bovenzijde

                                     

binnenlucht

buitenlucht

     
 

binnenoppervlak

buitenoppervlak

beloopbaar vlak

vrijgesteld

dakoppervlak

constructieonderdeel

verbouw

tijdelijke bouw

extra beschermde vluchtroute

beschermde vluchtroute

overig

extra beschermde vluchtroute

beschermde vluchtroute

overig

extra beschermde vluchtroute

beschermde vluchtroute

overig

   

artikel

2.67

 

2.68

2.69

2.70

2.71

2.72

2.73

2.74

2.67

2.68

2.69

   

lid

1

2

1

2

3

4

5

1

2

1

2

3

1

2

*

1

2

*

1 en 2

1

1 en 2

                                         

[brandklasse]

[brandklasse]

[brandklasse]

1

Woonfunctie

                                                     
 

a

in een woongebouw

1

1

2

3

4

5

1

2

1

2

1

*

1

*

B

B

D

C

C

D

Cfl

Cfl

Dfl

 

b

voor zorg met een g.o. > 500 m2

1

1

2

3

4

5

1

2

1

1

*

1

*

B

B

D

C

C

D

Cfl

Cfl

Dfl

 

c

andere woonfunctie

1

1

2

4

5

1

2

1

2

1

*

1

*

B

D

D

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

2

Bijeenkomstfunctie

                                                     
 

a

voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar

1

1

2

3

4

5

1

2

1

1

*

1

*

B

B

D

C

C

D

Cfl

Dfl

Dfl

 

b

andere bijeenkomstfunctie

1

1

2

3

4

5

1

2

1

2

1

*

1

*

B

D

D

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

3

Celfunctie

1

1

2

3

4

5

1

2

1

1

*

1

*

B

B

C

B

B

D

Cfl

Cfl

Cfl

4

Gezondheidszorgfunctie

                                                     
 

a

met bedgebied

1

1

2

3

4

5

1

2

1

1

*

1

*

B

B

D

C

C

D

Cfl

Dfl

Dfl

 

b

andere gezondheidszorgfunctie

1

1

2

3

4

5

1

2

1

2

1

*

1

*

B

D

D

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

5

Industriefunctie

                                                     
 

a

lichte industriefunctie voor bedrijfsmatig houden van dieren

1

1

2

3

4

5

1

2

1

1

*

1

2

*

B

B

B

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

 

b

andere industriefunctie

1

1

2

3

4

5

1

2

1

2

1

*

1

*

B

D

D

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

6

Kantoorfunctie

1

1

2

3

4

5

1

2

1

2

1

*

1

*

B

D

D

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

7

Logiesfunctie

1

1

2

3

4

5

1

2

1

2

1

*

1

*

B

B

D

C

C

D

Cfl

Dfl

Dfl

8

Onderwijsfunctie

1

1

2

3

4

5

1

2

1

2

1

*

1

*

B

D

D

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

9

Sportfunctie

1

1

2

3

4

5

1

2

1

2

1

*

1

*

B

D

D

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

10

Winkelfunctie

1

1

2

3

4

5

1

2

1

2

1

*

1

*

B

D

D

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

11

Overige gebruiksfunctie

1

2

1

2

3

4

5

1

2

1

2

1

2

*

1

*

B

D

D

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

                                                     
 

a

tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer

1

1

2

4

5

1

2

3

1

2

*

1

*

B

B

B

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

 

b

ander bouwwerk geen gebouw zijnde

1

2

4

5

1

2

3

1

2

*

1

*

C

D

D

Cfl

Dfl

Dfl

I

In artikel 2.70 wordt onder vernummering van het tweede lid tot derde lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Onverminderd het eerste lid is op ten hoogste 10% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte waardoor geen beschermde vluchtroute voert, artikel 2.67 niet van toepassing.

J

Tabel 3.15 komt te luiden:

Tabel 3.15

gebruiksfunctie

leden van toepassing

grenswaarden

     

ander perceel

verschillende gebruiksfuncties op hetzelfde perceel

verblijfsruimten van dezelfde woonfunctie

verbouw

tijdelijke bouw

ander perceel

verschillende gebruiksfuncties

op hetzelfde perceel

   

artikel

3.16

3.17

3.17a

3.18

3.19

3.16

3.17

   

lid

1

2

3

4

1

2

3

4

5

6

7

8

1

2

3

*

*

3

4

3

4

                                       

[dB]

[dB]

1

Woonfunctie

                                         
 

a

woonwagen

 

b

in een woongebouw

1

2

3

4

1

2

3

4

6

7

1

2

3

*

*

54

59

54

59

 

c

voor studenten in een woongebouw

1

2

3

4

1

2

3

4

6

7

8

1

2

3

*

*

54

59

54

59

 

d

andere woonfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

1

2

3

*

*

54

59

54

59

2

Bijeenkomstfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

*

*

59

64

59

64

3

Celfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

*

*

59

64

59

64

4

Gezondheidszorgfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

*

*

59

64

59

64

5

Industriefunctie

                                         
 

a lichte industriefunctie

 

b andere industriefunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

*

*

59

64

59

64

6

Kantoorfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

5

*

*

59

64

59

64

7

Logiesfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

5

*

*

59

64

59

64

8

Onderwijsfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

*

*

59

64

59

64

9

Sportfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

5

*

*

59

64

59

64

10

Winkelfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

5

*

*

59

64

59

64

11

Overige gebruiksfunctie

1

2

3

4

1

2

3

4

5

*

*

59

64

59

64

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

K

Aan artikel 3.17 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 8. Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op de geluidsoverdracht van een gemeenschappelijke verkeersruimte naar een aangrenzende woonfunctie.

L

Tabel 4.1 komt te luiden:

Tabel 4.1

gebruiksfunctie

leden van toepassing

grenswaarden

     

aanwezigheid

afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte

verbouw

aanwezigheid

afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte

   

artikel

4.2

4.3

4.4

4.2

4.3

   

lid

1

2

1

2

3

4

5

6

*

1

1

2

6

                       

[m2]

[m2]

[m]

[m]

1

Woonfunctie

                         
 

a

woonwagen

1

2

1

2

3

4

6

*

18

5

1,8

2,2

 

b

voor studenten

1

1

2

3

4

6

*

15

5

1,8

2,6

 

c

andere woonfunctie

1

2

1

2

3

4

6

*

18

5

1,8

2,6

2

Bijeenkomstfunctie

2

1

2

6

*

5

1,8

2,6

3

Celfunctie

2

1

2

6

*

4

1,8

2,5

4

Gezondheidszorgfunctie

2

1

2

6

*

5

1,8

2,6

5

Industriefunctie

6

Kantoorfunctie

2

1

2

6

*

5

1,8

2,6

7

Logiesfunctie

                         
 

a

in een logiesgebouw

2

1

2

5

6

*

4

1,5

2,6

 

b

andere logiesfunctie

2

1

2

5

6

*

4

1,5

2,1

8

Onderwijsfunctie

2

1

2

6

*

5

1,8

2,6

9

Sportfunctie

2

1

2

6

*

5

1,8

2,6

10

Winkelfunctie

2

1

2

6

*

5

1,8

2,6

11

Overige gebruiksfunctie

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

M

Het eerste lid van artikel 4.2 komt te luiden:

  • 1. Een woonfunctie heeft ten minste de in tabel 4.1 aangegeven vloeroppervlakte aan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied.

N

Tabel 4.21 komt te luiden:

Tabel 4.21

gebruiksfunctie

leden van toepassing

grenswaarden

     

vrije doorgang

vrije doorgang verkeersroute

aanwezigheid toegankelijkheidssector

integraal toegankelijke toilet- en badruimte

bereikbaarheid toegankelijkheidssector

hoogteverschillen

afmetingen liftkooi

verbouw

vrije doorgang vrije doorgang verkeersroute

toegankelijkheidssector

integraal toegankelijke toilet- en badruimte

   

artikel

4.22

4.23

4.24

4.25

4.26

4.27

4.28

4.29

4.22 en 4.23

4.24

4.25

   

lid

1

2

1

2

3

4

5

6

1

2

3

4

5

6

1

2

3

4

5

1

2

3

4

1

2

3

4

5

1

2

3

*

1

3

4

2

1

Woonfunctie

                                                               

[m]

[%]

 

[n]

 

a

woonwagen

1

2

1

2,1

 

b

voor zorg met een g.o. > 500 m2

1

2

1

2

3

4

5

6

1

2

1

4

5

1

3

4

1

2

3

4

5

1

2

3

*

2,3

 

c

andere woonfunctie

1

2

1

2

3

4

5

6

1

1

3

4

1

2

3

4

5

1

2

3

*

2,3

2

Bijeenkomstfunctie

                                                                       
 

a

voor alcoholgebruik

1

2

1

6

4

6

1

1

2

1

1

*

2,3

80

 

b

andere bijeenkomstfunctie

1

2

1

6

4

5

1

1

2

1

1

*

2,3

80

3

Celfunctie

1

2

1

6

3

1

2

4

5

1

1

1

*

2,3

40

10

4

Gezondheidszorgfunctie

1

2

1

6

4

1

2

3

5

1

2

1

1

*

2,3

80

10

5

Industriefunctie

                                                                       
 

a

lichte industriefunctie

 

b

andere industriefunctie

1

2

1

6

3

1

1

1

1

*

2,3

40

6

Kantoorfunctie

1

2

1

6

3

1

2

1

1

1

*

2,3

40

10

7

Logiesfunctie

                                                                       
 

a

in een logiesgebouw

1

2

1

6

4

1

4

5

1

1

1

*

2,3

 

b

andere logiesfunctie

1

2

1

6

3

1

4

5

1

1

1

*

2,1

40

8

Onderwijsfunctie

1

2

1

6

3

1

2

1

1

1

*

2,3

100

35

9

Sportfunctie

1

2

1

6

3

1

1

1

1

*

2,3

40

10

Winkelfunctie

1

2

1

6

4

1

1

2

1

1

*

2,3

60

11

Overige gebruiksfunctie

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

O

Onder vernummering van het vierde lid van artikel 4.24 tot zesde lid worden twee leden ingevoegd, luidende:

  • 4. Indien de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie, tezamen met de gebruiksoppervlakte van andere in hetzelfde gebouw gelegen gebruiksfuncties waarvoor dit voorschrift geldt, groter is dan 250 m2 ligt het in tabel 4.21 aangegeven deel van de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied van de gebruiksfunctie in een toegankelijkheidssector en ligt 5% van de logiesverblijven, op een geheel getal naar boven afgerond in een toegankelijkheidssector.

  • 5. Voor zover de in het vierde lid bedoelde gebruiksfunctie een bijeenkomstfunctie is voor het aanschouwen van sport, film, muziek of theater of een bijeenkomstfunctie die een nevenfunctie is van een kantoor- of industriefunctie, ligt 40% van de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied in een toegankelijkheidssector.

P

In artikel 4.26 wordt onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Ten minste een toegang van een toegankelijkheidssector die rechtstreeks bereikbaar is vanaf het aansluitend terrein is de hoofdtoegang van het gebouw.

Q

Artikel 4.30 komt te luiden:

Artikel 4.30 Aansturingsartikel

  • 1. Een te bouwen woonfunctie, anders dan een woonfunctie waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden, heeft een afsluitbare bergruimte om fietsen of scootmobielen beschermd tegen weer en wind te kunnen opbergen.

  • 2. Voor zover voor een woonfunctie in deze afdeling voorschriften zijn aangewezen wordt voor die woonfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

R

Artikel 4.31, vierde lid, komt te luiden:

  • 4. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op een woonfunctie voor studenten en een woonfunctie voor zorg.

S

In artikel 4.34, eerste lid, wordt na «woonfunctie» ingevoegd:, anders dan een woonfunctie voor studenten of een woonfunctie voor zorg,.

T

Tabel 4.37 komt te luiden:

Tabel 4.37

gebruiksfunctie

leden van toepassing

     

aanwezigheid

afmetingen

verbouw

   

artikel

4.38

4.39

4.40

   

lid

1

2

3

4

1

2

*

1

Woonfunctie

             
 

a

voor zorg

2

3

*

 

b

andere woonfunctie

1

2

3

1

2

*

2

Bijeenkomstfunctie

             
 

a

voor alcoholgebruik

2

4

*

 

b

andere bijeenkomstfunctie

2

*

3

Celfunctie

2

*

4

Gezondheidszorgfunctie

2

3

*

5

Industriefunctie

6

Kantoorfunctie

2

*

7

Logiesfunctie

             
 

a

in een logiesgebouw

2

*

 

b

andere logiesfunctie

8

Onderwijsfunctie

2

*

9

Sportfunctie

2

*

10

Winkelfunctie

2

*

11

Overige gebruiksfunctie

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

U

Tabel 4.41 komt te luiden:

Tabel 4.41

gebruiksfunctie

leden van toepassing

     

aanwezigheid

afmetingen

   

artikel

4.42

4.43

   

lid

1

2

1

2

1

Woonfunctie

 

a

voor zorg

 

b

andere woonfunctie

1

1

2

2

Bijeenkomstfunctie

 

a

voor alcoholgebruik

2

 

b

andere bijeenkomstfunctie

Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties

V

Tabel 6.15 komt te luiden:

Tabel 6.15

gebruiksfunctie

leden van toepassing

     

afvoer van huishoudelijk afvalwater

afvoer van hemelwater

aansluitleiding en buitenriolering

   

artikel

6.16

6.17

6.18

   

lid

1

2

1

2

1

2

3

4

                     

1

Woonfunctie

1

2

1

2

1

2

3

4

2

Bijeenkomstfunctie

1

2

1

2

1

2

3

4

3

Celfunctie

1

2

1

2

1

2

3

4

4

Gezondheidszorgfunctie

1

2

1

2

1

2

3

4

5

Industriefunctie

1

2

1

2

3

4

6

Kantoorfunctie

1

2

1

2

1

2

3

4

7

Logiesfunctie

               
 

a.

in een logiesgebouw

1

2

1

2

1

2

3

4

 

b.

andere logiesfunctie

1

2

1

2

3

4

8

Onderwijsfunctie

1

2

1

2

1

2

3

4

9

Sportfunctie

1

2

1

2

1

2

3

4

10

Winkelfunctie

1

2

1

2

1

2

3

4

11

Overige gebruiksfunctie

1

2

1

2

3

4

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

1

2

1

2

3

4

W

Onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid vervalt het vierde lid van artikel 6.18.

X

In het eerste lid van artikel 6.24 wordt «aan NEN 6088» vervangen door: bij een te bouwen bouwwerk aan NEN 3011 of bij een bestaand bouwwerk aan NEN 6088,.

Y

Tabel 6.27 komt te luiden:

Tabel 6.27

gebruiksfunctie

leden van toepassing

grenswaarden

     

brandslanghaspels

droge blusleidingen

bluswatervoorziening

blustoestellen

automatische brandblusinstallatie en rookbeheersingssysteem

aanduiding blusmiddelen

tijdelijke bouw

brandslanghaspels

   

artikel

6.28

6.29

6.30

6.31

6.32

6.33

6.34

6.28

   

lid

1

2

3

4

1

2

3

4

5

6

7

1

2

3

4

1

2

3

4

1

2

*

*

2

1

Woonfunctie

                                             

[m2]

 

a

voor zorg met een g.o. > 500 m2

1

3

4

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

4

1

2

*

*

 

b

kamergewijze verhuur

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

2

4

1

2

*

*

 

c

andere woonfunctie

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

2

*

2

Bijeenkomstfunctie

                                               
 

a

voor kinderopvang

1

3

4

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

4

1

2

*

*

 

b

andere bijeenkomstfunctie

2

3

4

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

4

1

2

*

*

500

3

Celfunctie

1

3

4

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

4

1

2

*

*

4

Gezondheidszorgfunctie

                                               
 

a

met bedgebied

1

3

4

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

4

1

2

*

*

 

b

ander gezondheidszorgfunctie

2

3

4

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

4

1

2

*

*

500

5

Industriefunctie

                                               
 

a

lichte industriefunctie

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

4

1

2

*

*

 

b

andere industriefunctie

2

3

4

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

4

1

2

*

*

1.000

6

Kantoorfunctie

2

3

4

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

4

1

2

*

*

500

7

Logiesfunctie

                                               
 

a

in een logiesgebouw

1

3

4

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

4

1

2

*

*

 

b

andere logiesfunctie

2

3

4

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

2

*

500

8

Onderwijsfunctie

1

3

4

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

4

1

2

*

*

9

Sportfunctie

2

3

4

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

4

1

2

*

*

500

10

Winkelfunctie

2

3

4

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

4

1

2

*

*

500

11

Overige gebruiksfunctie

1

2

4

5

6

7

1

3

4

1

4

1

2

*

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

                                               
 

a

wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m

3

5

6

7

2

4

3

4

1

2

*

*

 

b

ander bouwwerk geen gebouw zijnde

1

3

4

1

2

*

*

Z

In artikel 7.8 wordt «ruimte» vervangen door: technische ruimte.

AA

Tabel 7.11 komt te luiden:

Tabel 7.11

gebruiksfunctie

leden van toepassing

     

Hulp bij ontruiming bij brand

deuren in vluchtroutes

opstelling zitplaatsen en verdere inrcihting

gangpaden

beperking van gevaar voor letsel

restrisico veilig vluchten bij brand

   

artikel

7.11a

7.12

7.13

7.14

7.15

7.16

   

lid

1

2

1

2

3

4

5

1

2

3

4

5

6

1

2

1

2

3

4

5

*

                                               

1

Woonfunctie

                                           
 

a

woonfunctie voor zorg

1

2

1

2

1

2

3

4

*

 

b

andere woonfunctie

1

3

1

2

3

4

*

2

Bijeenkomstfunctie

1

1

2

1

2

3

4

5

6

1

2

1

2

3

*

3

Celfunctie

1

1

2

1

2

3

4

5

6

1

2

1

2

3

*

4

Gezondheidszorgfunctie

1

1

2

1

2

3

4

5

6

1

2

1

2

3

*

5

Industriefunctie

1

1

2

1

2

3

4

5

6

1

2

1

2

3

*

6

Kantoorfunctie

1

1

2

1

2

3

4

5

6

1

2

1

2

3

*

7

Logiesfunctie

                                         
 

a

in een logiesgebouw

1

1

2

4

1

2

1

2

3

5

*

 

b

andere logiesfunctie

1

1

2

4

*

8

Onderwijsfunctie

1

1

2

1

2

3

4

5

6

1

2

1

2

3

*

9

Sportfunctie

1

1

2

1

2

3

4

5

6

1

2

1

2

3

*

10

Winkelfunctie

1

1

2

1

2

3

4

5

6

1

2

1

2

3

*

11

Overige gebruiksfunctie

1

2

1

2

3

4

5

6

1

2

1

2

3

*

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

                                         
 

a

wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m

1

5

*

 

b

ander bouwwerk geen gebouw zijnde

1

1

2

3

4

5

6

1

2

1

2

3

*

BB

Na tabel 7.11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7.11a Hulp bij ontruiming bij brand

  • 1. In een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20, in een bouwwerk met een vergunning voor brandveilig gebruik en in een bouwwerk waarvoor een gebruiksmelding als bedoeld in artikel 1.18 is gedaan zijn voldoende personen aangewezen om de ontruiming bij brand voldoende snel te laten verlopen.

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een woonfunctie voor zorg met zorg op afspraak of met zorg op afroep, als bedoeld in bijlage I.

CC

Tabel 7.17 komt te luiden:

Tabel 7.17

gebruiksfunctie

leden van toepassing

     

overbewoning

asbestvezels en formaldehyde

bouwvalligheid

zindelijke staat

restrisico

kooldioxidemelder

   

artikel

7.18

7.19

7.20

7.21

7.22

7.23

   

lid

1

2

3

1

2

*

*

*

1

2

                         

1

Woonfunctie

                   
 

a

woonwagen

2

3

1

2

*

*

*

 

b

andere woonfunctie

1

3

1

2

*

*

*

8

Onderwijsfunctie

1

2

*

*

*

1

2

Alle hier niet boven genoemde gebruiksfuncties

1

2

*

*

*

DD

Na artikel 7.22 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7.23 Kooldioxidemeter

  • 1. Een verblijfsruimte in een onderwijsfunctie voor basisonderwijs heeft een kooldioxidemeter.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in het eerste lid bepaalde.

EE

Bijlage I komt te luiden:

Bijlage I

       

Gebruiksoppervlakte

Hoogste vloer van de gebruiksfunctie gemeten boven het meetniveau

Omvang van de bewaking, volgens NEN 2535

Doormelding volgens NEN 2535

certificaat als bedoeld in artikel 6.20, zesde lid

Groter dan [m2]

Hoger dan [m]

     

1

Woonfunctie

         
 

a

Woonfunctie voor zorg

         
   

1

Zorgclusterwoning voor zorg op afroep, in een woongebouw

Gedeeltelijk

   

2

Zorgclusterwoning voor 24-uurs zorg niet in een woongebouw

Volledig

   

3

Zorgclusterwoning voor 24-uurs zorg in een woongebouw

Gedeeltelijk

ja

ja

   

4

Groepszorgwoning voor zorg op afspraak

Volledig

   

5

Groepszorgwoning voor zorg op afroep

Volledig

   

6

Groepszorgwoning voor 24-uurs zorg

Volledig

ja

ja

   

7

Andere woonfunctie voor zorg

 

b

Andere woonfunctie

2

Bijeenkomstfunctie

         
 

a

voor het aanschouwen van sport

 

b

kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar

200

Volledig

       

1,5

Volledig

ja

ja

 

c

Andere bijeenkomstfunctie

5

Gedeeltelijk

ja

       

50

Volledig

ja

       

500

Niet-automatisch

       

1.000

Gedeeltelijk

ja

       

5.000

Volledig

ja

3

Celfunctie

Volledig

ja

ja

4

Gezondheidszorgfunctie

         
 

a

gezondheidszorgfunctie met bedgebied

Volledig

ja

ja

 

b

andere gezondheidszorgfunctie

20

Niet-automatisch

       

50

Gedeeltelijk

ja

ja

       

4,1

Niet-automatisch

       

250

1,5

Niet-automatisch

       

500

Niet-automatisch

5

Industriefunctie

         
 

a

lichte industriefunctie

 

b

andere industriefunctie

20

Niet-automatisch

       

750

4,1

Niet-automatisch

       

1.500

1,5

Niet-automatisch

       

2.500

Niet-automatisch

6

Kantoorfunctie

20

Niet-automatisch

       

50

Gedeeltelijk

ja

       

500

4,1

Niet-automatisch

       

750

1,5

Niet-automatisch

       

1.500

Niet-automatisch

7

Logiesfunctie

         
 

a

logiesfunctie niet in een logiesgebouw

 

b

logiesfunctie in een logiesgebouw met 24-uursbewaking

250

Volledig

ja

 

c

logiesfunctie in een logiesgebouw zonder 24-uursbewaking

1,5

Volledig

ja

ja

     

250

Volledig

ja

8

Onderwijsfunctie

4,1

Niet-automatisch

       

50

Gedeeltelijk

ja

       

250

1,5

Niet-automatisch

       

500

Niet-automatisch

9

Sportfunctie

4,1

Niet-automatisch

       

50

Gedeeltelijk

ja

       

500

1,5

Niet-automatisch

       

1.000

Niet-automatisch

10

Winkelfunctie

4,1

Niet-automatisch

       

50

Volledig

ja

       

500

1,5

Niet-automatisch

       

1.000

Niet-automatisch

       

5.000

13

Gedeeltelijk

ja

       

10.000

Gedeeltelijk

ja

       

10.000

13

Volledig

ja

11

Overige gebruiksfunctie

         
 

a

Besloten overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen

1,5

Niet-automatisch

       

1.000

Volledig

       

2.500

Volledig

ja

                 
 

b

Besloten overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer

1,5

Niet-automatisch

       

13

Gedeeltelijk

       

1.000

Niet-automatisch

       

2.500

Gedeeltelijk

ja

 

c

Andere overige gebruiksfunctie

12

Bouwwerk geen gebouw zijnde

ARTIKEL II

Artikel 7.23 van het Bouwbesluit 2012 is niet van toepassing op een verblijfsruimte in een onderwijsfunctie voor basisonderwijs, waarvan de ventilatievoorzieningen, bedoeld in afdeling 3.6 van het Bouwbesluit 2012, zijn gebouwd voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2015.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 15 juni 2015

Willem-Alexander

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

Uitgegeven de zesentwintigste juni 2015

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

NOTA VAN TOELICHTING

I Algemeen

1. Inleiding

Op 1 april 2012 is het Bouwbesluit 2012 in werking getreden. Met dit wijzigingsbesluit op het Bouwbesluit 2012 zijn voorschriften gegeven met betrekking tot de deregulering van de woonfunctie voor particulier eigendom, de woonfunctie voor studenten en de woonfunctie voor zorg. Ook is een specifiek voorschrift opgenomen met betrekking tot de constructieve veiligheid van bouwwerken die in een gebied liggen waar als gevolg van de gaswinning in de provincie Groningen een reëel risico op aardbevingen is. Ook is een nieuw voorschrift voor de hulp bij ontruiming bij brand opgenomen, waarmee het Bouwbesluit op dat onderwerp in overeenstemming is gebracht met de arbeidsomstandighedenregelgeving. Verder is het voorschrift over de verordening bouwproducten verduidelijkt en is een aantal meer ondergeschikte vereenvoudigingen en verbeteringen aangebracht.

Met hiervoor genoemde deregulering van de voorschriften voor de genoemde specifieke woonfuncties die is toegezegd met de brief van 27 november 2013 (Kamerstukken II 2013/14, 33 118, nr. 10) wordt het in die gevallen eenvoudiger om nieuwbouw te realiseren. Met name bij het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom is het aantal gebruiksvoorschriften aanzienlijk beperkt. Hiermee krijgen uitzonderingen op de nieuwbouwvoorschriften die eerder alleen in drie gemeenten mogelijk waren op grond van besluiten onder de Crisis- en herstelwet, algemene gelding.

Dit wijzigingsbesluit treedt met ingang van 1 juli 2015 in werking.

2. Procedure en inspraak

Het concept is voorgelegd aan het Overlegplatform Bouwregelgeving (OPB) en de Juridisch – Technische Commissie (JTC). In het OPB zijn op bestuurlijk niveau de organisaties van ontwerpende, uitvoerende en toeleverende bouw alsmede belangenorganisaties van beheerders en gebruikers van gebouwen en organisaties van toezichthouders vertegenwoordigd. Het JTC bestaat uit vertegenwoordigers van de organisaties die deel uitmaken van het OPB, die zich vooral bezighouden met de meer juridisch/technische vraagstukken.

Bij de bespreking in genoemde gremia is wat betreft de deregulering van de woonfunctie voor particulier eigendom aangegeven dat de voorschriften voor luchtverversing en spuivoorziening beter niet geschrapt konden worden. Dit punt is overgenomen.

Wat betreft de toegankelijkheidseisen (onderdelen N en O) is besloten de aanscherping van de toegankelijkheidsvoorschriften alleen van toepassing te laten zijn op voor publiek toegankelijke gebouwen.

De reikwijdte van het voorschrift met betrekking tot hulpverlening bij brand (onderdelen AA en BB) is zo aangepast dat het voorschrift ook niet van toepassing is voor de woonfunctie voor zorg met zorg op afroep.

3. Code interbestuurlijke verhoudingen

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft aangegeven ten aanzien van het ontwerp van dit besluit geen gebruik te willen maken van haar formele adviesbevoegdheid als bedoeld in de Code interbestuurlijke verhoudingen.

4. Notificatie

Het ontwerpbesluit is op 5 januari 2015 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienummer 2015/0002/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217). De meeste bepalingen van dit besluit bevatten mogelijk technische voorschriften in de zin van deze richtlijn (notificatierichtlijn). Deze bepalingen zijn verenigbaar met het vrije verkeer van goederen; zij zijn evenredig en waar nodig voorzien van een gelijkwaardigheidsbepaling met het oog op de wederzijdse erkenning (zie artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012).

Van de Commissie is geen reactie ontvangen.

Melding aan het Secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) heeft niet plaatsgevonden nu in casu geen sprake is van significante gevolgen voor de handel.

5. Regeldruk

Algemeen

Dit besluit heeft slechts beperkte invloed op de kabinetdoelstelling om tweeënhalf miljard regeldruk te verminderen. Dit blijkt uit het onderzoeksrapport Effectmeting wijzigingen bouwregelgeving 2014, Sira 26 november 2014.

Nalevingskosten

Dit wijzigingsbesluit leidt vooral tot een verschuiving in de nalevingskosten. Voor bedrijven betekent het besluit een toename van gemiddeld circa € 4.000.000 op jaarbasis. Het gaat daarbij om opdrachtgevers voor nieuwbouw/ontwikkelaars/bouwers van een bouwwerk met een bijeenkomstfunctie, gezondheidszorgfunctie of winkelfunctie. Deze toename wordt vooral veroorzaakt door de aanscherping van de toegankelijkheidseisen. Daartegenover staat een reductie van circa € 6.000.000 op jaarbasis voor bouwers van studentenwoningen. Per saldo kan derhalve op basis van de huidige gegevens gerekend worden op een reductie van circa € 2.000.000 op jaarbasis.

Administratieve lasten

Wat betreft de administratieve lasten wordt voor een deel van de zorg een reductie verwacht van € 300.000 op jaarbasis doordat de verplichte automatische doormelding in een aantal gevallen vervalt. Voor burgers wordt een toename van € 232.500 op jaarbasis verwacht, die voornamelijk voortkomt uit de verplichting om voldoende personen beschikbaar te hebben die kunnen assisteren bij ontruiming na brand.

Overigens wordt daarnaast opgemerkt dat met dit besluit de merkbare regeldruk voor burgers als gevolg van de deregulering van de voorschriften voor een aantal specifieke woonfunctie sterk is verminderd.

Bestuurlijke lasten

De bestuurlijke lasten voor de overheid zullen toenemen met € 184.800 op jaarbasis. De oorzaak hiervan ligt met name in de aanschaf van CO2-meters voor nieuwe en verbouwde schoolgebouwen.

6. Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

Het ontwerpbesluit is beoordeeld aan de hand van de standaardtoets op handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid (HUF-toets).

Dit leidde niet tot aanpassing van het besluit.

II Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

Onderdeel A
Woonfunctie voor particulier eigendom, woonfunctie voor studenten

Met dit wijzigingsbesluit zijn twee nieuwe woonfuncties onderscheiden. Met het aanbrengen van deze subgebruiksfuncties is het mogelijk binnen de voorschriften voor de woonfunctie een nader onderscheid aan te brengen. Het begrip woonfunctie voor particulier eigendom is gedefinieerd als een woonfunctie die wordt gebouwd in particulier opdrachtgeverschap als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening of die wordt bewoond door de eigenaar.

Artikel 1.1.1, eerste lid, onder f, van genoemd besluit definieert particulier opdrachtgeverschap als «de situatie dat de burger of een groep van burgers – in dat laatste geval georganiseerd als rechtspersoon zonder winstoogmerk of krachtens een overeenkomst – tenminste de economische eigendom verkrijgt en volledige zeggenschap heeft over en verantwoordelijkheid draagt voor het gebruik van de grond, het ontwerp en de bouw van de eigen woning». In de praktijk wordt daarbij ook wel gesproken van «vrije kavel». Een burger koopt een grondkavel of verwerft een dergelijke kavel in erfpacht en laat hierop dan een woning bouwen. Er zijn echter ook andere vormen van particulier opdrachtgeverschap mogelijk. Een groep van burgers die een oud kantoorgebouw koopt en laat verbouwen tot woningen, waarin zij zelf gaan wonen, is ook een vorm van particulier opdrachtgeverschap. Uit deze verwijzing naar het Besluit ruimtelijke ordening blijkt duidelijk dat het niet gaat om een woning die van bijvoorbeeld een projectontwikkelaar wordt gekocht. De zinsnede in de definitie «of die door de eigenaar wordt bewoond» regelt dat het ook gaat om het verbouwen van de eigen woning.

De woonfunctie voor studenten is gedefinieerd als een woonfunctie voor bewoners die zijn ingeschreven aan een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of aan een universiteit of hogeschool als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Hiermee is duidelijk dat het niet alleen gaat om de huisvesting van studenten aan de universiteit of in het hoger beroepsonderwijs, maar ook om de huisvesting van studenten in het middelbaar beroepsonderwijs, zoals bijvoorbeeld een regionaal opleidingscentrum (ROC).

Onderdeel B

Aan artikel 1.10 is een eerste lid toegevoegd om te verduidelijken dat alle verplichtingen die volgen uit de verordening bouwproducten moeten gezien worden als verplichtingen in de zin van artikel 120, eerste lid, van de Woningwet. Op basis van artikel 120, tweede lid, van de wet zijn gedragingen in strijd hiermee verboden. De Minister voor Wonen en Rijksdienst is op grond van artikel 120 b van de wet belast met de handhaving van dit verbod. De Minister heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport hiervoor gemandateerd. Ten overvloede wordt opgemerkt dat overtredingen van de verordening bouwproducten strafbaar zijn, daar artikel 120, tweede lid, is opgenomen in de Wet op de economische delicten.

Het oorspronkelijke artikel 1.10, is nu opgenomen als tweede lid van artikel 1.10.

Onderdeel C

Na artikel 1.12 is een nieuw artikel opgenomen, 1.12 a Uitzonderingen woonfunctie voor particulier eigendom. Op grond van dit artikel behoeft bij het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom niet aan de in artikel 1.12 a genoemde afdelingen en artikelen te worden voldaan. Daarnaast is voor een aantal afdelingen bepaald dat niet de nieuwbouwvoorschriften van toepassing zijn maar de voorschriften voor een bestaand bouwwerk.

Met de uitzonderingen van dit artikel 1.12a is het voor een particulier eenvoudiger om bouwactiviteiten te ontwikkelen. De achterliggende gedachte bij dit voorschrift is dat er bij particulier eigendom een direct eigen belang is bij het kwaliteitsniveau dat wordt gebouwd en dat de burger die bouwt of verbouwt zelf een verantwoord minimaal kwaliteitsniveau zal kiezen. Het voorschrijven een minimaal kwaliteitsniveau door de overheid is dan niet of minder nodig. Dit in tegenstelling tot zogenaamde projectbouw, waarbij de consument wel een bepaalde bescherming nodig heeft om er voor te zorgen dat een projectontwikkelaar een bepaalde kwaliteit levert.

Het verlagen van het niveau van eisen is in dit besluit beperkt tot voorschriften die niet direct betrekking hebben op de veiligheid en gezondheid. Er wordt daarbij nadrukkelijk op gewezen dat wel aan het minimumniveau voor bestaande bouw moet worden voldaan. Het gaat hierbij om:

  • Bruikbaarheidsvoorschriften: de nieuwbouwvoorschriften van hoofdstuk 4 zijn niet van toepassing.

  • De nieuwbouwvoorschriften voor afscheidingen, trappen en hellingbanen (afdelingen 2.3, 2.4, 2.5, 2.6) zijn niet van toepassing;

  • De nieuwbouwvoorschriften voor daglichttoetreding (afdeling 3.11) zijn niet van toepassing.

Verder is de verplichting tot aansluiting op distributienet voor elektriciteit, gas, en warmte (artikel 6.10) niet van toepassing. Er kan natuurlijk altijd op vrijwillige basis worden gekozen voor een dergelijke aansluiting.

Er wordt in dat verband op gewezen dat artikel 1.12 a ook betrekking heeft op de verbouw van particuliere woningen. Bij verbouw zal voor het daadwerkelijk afsluiten de medewerking nodig zijn van netbeheerders. Ook kan de woningeigenaar gebonden zijn aan contractuele verplichtingen over de afname van energie. Dat is iets waar het Bouwbesluit niet op toeziet. Het Bouwbesluit regelt alleen de aansluitplicht en niet de daadwerkelijke afname van energie. Op grond van het Bouwbesluit is het straks dus ook voor particulieren mogelijk om hun bestaande woningen zelfvoorzienend te maken voor energie, maar zij zijn daarbij wel afhankelijk van de medewerking van de netbeheerder.

Onderdeel D

In het achtste lid van artikel 1.26 is een redactionele onvolkomenheid hersteld, de verwijzing naar het zesde lid, onder i, is vervangen door een verwijzing naar het zesde lid, onder g.

Onderdelen E en F

Na artikel 2.5 zijn twee nieuwe artikelen ingevoegd, een artikel over tijdelijke bouw (artikel 2.5a) en een artikel over aardbevingen (artikel 2.5b).

Artikel 2.5a

Het voorschrift over tijdelijke bouw sluit aan bij de wijziging met ingang van 1 november 2014 (Stb. 2014, 333) van artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) waar vanaf dat moment wordt uitgegaan van een maximale instandhoudingsperiode van een tijdelijk bouwwerk van 15 jaar. Voorheen was sprake van 5 jaar, waarbij de termijn voor niet woningen kon worden verlengd.

Op grond van het eerste lid zijn op een tijdelijk bouwwerk met een ontwerplevensduur van 5 jaar de artikelen 2.2 en 2.4 van overeenkomstige toepassing. Op grond van het tweede lid moet bij een tijdelijk bouwwerk met een ontwerplevensduur van 15 jaar worden uitgegaan van de artikelen 2.2 tot en met 2.4. Bij een potentieel langere levensduur van een tijdelijk bouwwerk hoort tenslotte een hoger veiligheidsniveau. Daarom is bij deze langere ontwerplevensduur ook artikel 2.3 van toepassing.

Artikel 2.5b

Het nieuwe voorschrift over aardbevingen maakt het mogelijk dat in voorkomende gevallen bij ministeriële regeling nadere voorschriften kunnen worden gesteld om bij nieuwbouw en verbouw rekening te houden met de belastingen die kunnen optreden als gevolg van aardbevingen als gevolg van de gaswinning in de provincie Groningen. Deze voorschriften kunnen worden gegeven omtrent het bepaalde in de artikelen 2.2 tot en met 2.5a. In genoemde artikelen zijn de prestatie-voorschriften en de bepalingsmethoden gegeven voor de constructieve veiligheid waarbij is verwezen naar de NEN-EN 1990-normserie. Deze voorschriften beogen dat gebouwen voldoende bestand zijn tegen belastingen en niet bezwijken. In deze normen zijn de belastingen door aardbevingen nog niet meegenomen. Met de voorliggende wijziging kunnen voortaan specifieke voorschriften voor de belastingen door aardbevingen worden opgenomen.

In de Regeling Bouwbesluit 2012 zal daartoe op zo kort mogelijke termijn naar een Nederlandse praktijkrichtlijn (NPR) worden verwezen die op dit moment nog moet worden vastgesteld door NEN. Het ontwerp van deze NPR (Gaswinning Groningenveld) is reeds gepubliceerd (Kamerstukken II, 2014/2015, 33 529 nr. 96). Voor wat betreft de kans op bezwijken van een bouwconstructie door aardbevingen wordt in deze NPR uitgegaan van de veiligheidsfilosofie die ook in de huidige NEN-EN 1990-serie is gehanteerd. Uitgangspunt hierbij is een maximaal toelaatbaar individueel risico van 10-5. Dat wil zeggen dat de kans dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt ten gevolge van het instorten van een gebouw als gevolg van een aardbeving kleiner is dan één op de 100 duizend per jaar. De aardbevingen die in Groningen optreden zijn zogenaamde geïnduceerde aardbevingen die optreden ten gevolge van grondbewegingen in de diepe aardkorst. Over dergelijke aardbevingen en de mate waarin bouwconstructies bestand hiertegen zijn, kan nog veel kennis worden vergaard. In de NPR is uiteraard uitgegaan van de huidige kennis over deze aardbevingen maar zijn wat betreft de optredende belastingen en sterkte van de bouwconstructies de aannames conservatief. Op die manier is de verwachting dat bouwconstructies die worden ontworpen met de NPR ook in de toekomst voldoende aardbevingsbestendig zijn. Als voortschrijdende inzichten op enig moment mochten leiden tot aanpassing van de NPR, dan zal de wijziging van deze NPR uiteraard in de Regeling Bouwbesluit 2012 worden aangewezen. Ten overvloede wordt opgemerkt dat in voorkomende gevallen, dus bij het bouwen of verbouwen in gebieden waar als gevolg van de gaswinning in de provincie Groningen een risico op aardbevingen bestaat, overeenkomstig het tweede lid van artikel 2.1 aan de functionele eis van artikel 2.1, eerste lid, wordt voldaan door toepassing van artikel 2.5b.

Zowel artikel 2.5 a als 2.5b gelden voor alle gebruiksfuncties, tabel 2.1 is overeenkomstig aangepast.

Onderdeel G

In artikel 2.31, tweede lid, is de verwijzing naar het tweede lid vervangen door een verwijzing naar het eerste lid. Hiermee is een redactionele fout hersteld.

Onderdelen H en I

In artikel 2.70 is onder vernummering van het oorspronkelijke tweede lid een nieuw tweede lid ingevoegd. Dit is gedaan ten behoeve van het kunnen toepassen van de in de praktijk gangbare kunststof kozijnen van ramen en deuren. Met dit nieuwe lid is een onbedoelde verzwaring ten opzichte van het Bouwbesluit 2003 gecorrigeerd. Kunststof kozijnen konden namelijk wel voldoen aan het vergelijkbare voorschrift uit het Bouwbesluit 2003 dat was gebaseerd op de Nederlandse bepalingsmethode van de rookdichtheid, maar niet aan de in artikel 2.67 van het Bouwbesluit 2012 geëiste rookklasse S2 die is gebaseerd op de Europese bepalingsmethode. Verschil tussen het eerste en het nieuwe tweede lid is, dat het eerste lid een uitzondering geeft voor 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van een afzonderlijke ruimte, terwijl het in het tweede lid gaat om 10% van dit oppervlak, zover het geen ruimte betreft waardoor een beschermde vluchtroute voert. Het tweede lid geeft dus in aanvulling op het eerste lid een verruiming van het deel van het binnenoppervlak van een ruimte waarop niet aan de eis uit artikel 2.67 van de rookklasse S2 kan worden voldaan. Deze verruiming is beperkt tot gebruiksfuncties waar sprake is van zelfredzame personen, zoals blijkt uit de aansturing van dit nieuwe lid in de aangepaste tabel 2.66.

Onderdelen J en K

Aan artikel 3.17 is een achtste lid toegevoegd. Met dit nieuwe lid is bepaald dat het eerste tot en met vierde lid niet van toepassing zijn op de geluidsoverdracht van een gemeenschappelijke verkeersruimte naar een aangrenzende woonfunctie. Uit de aangepaste tabel 3.15 volgt dat deze uitzondering alleen geldt voor de woonfunctie voor studenten. Bij nieuw te bouwen studentenhuisvesting hoeft voortaan niet te worden voldaan aan de eisen met betrekking tot het karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht (eerste en tweede lid) en het gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht (derde en vierde lid). Met deze uitzondering is het eenvoudiger geworden om studentenhuisvesting te realiseren.

Onderdelen L en M

Met het nieuwe eerste lid van artikel 4.2 is de minimale vloeroppervlakte per soort woonfunctie uit de gewijzigde tabel 4.1 afleesbaar. Uit de tabel volgt dat voor de woonfunctie voor studenten voortaan met 15 m2 aan niet gemeenschappelijk verblijfsgebied in plaats van 18 m2 kan worden volstaan. Voor de woonwagen en de «andere woonfunctie» blijft de minimale oppervlakte 18 m2. Met deze uitzondering voor studenten is het eenvoudiger geworden om studentenhuisvesting te realiseren.

Onderdelen N en O

In artikel 4.24 zijn onder vernummering van het oorspronkelijke vierde lid tot zesde lid twee leden tussengevoegd. Met deze twee nieuwe leden zijn de toegankelijkheidsvoorschriften voor een bijeenkomstfunctie, gezondheidszorgfunctie en winkelfunctie aangescherpt. Dit zijn gebruiksfuncties waarbij veelal sprake is van publiektoegankelijkheid. Het nieuwe vierde lid bepaalt dat al bij 250 m2 er sprake is van een toegankelijkheidssector in plaats van 400 m2. Op grond van de gewijzigde tabel 4.21 moet bij deze functies dan 80% (of 60% voor winkels) van het vloeroppervlakte aan verblijfsgebied in een toegankelijkheidssector liggen in plaats van de eerdere 40%.

Omdat bij een bijeenkomstfunctie voor het aanschouwen van sport, film, muziek of theater sprake kan zijn van een schuine oplopende of trapvormige vloer, waardoor die 80% niet haalbaar is, geeft het nieuwe vijfde lid voor de genoemde specifieke bijeenkomstfuncties een uitzondering op de 80% en mag worden volstaan met 40%. Ook geldt de aanscherping tot 80% niet voor een nevenfunctie van een kantoor- of industriefunctie (zoals bijvoorbeeld vergaderzalen en bedrijfsrestaurants. De aanscherping van 80% is namelijk bedoeld voor de publiektoegankelijke gebouwen. Kantoren en industriegebouwen hebben in principe geen publieke functie.

In het vierde lid is verder geregeld dat 5% (1 op de 20) van de logiesverblijven toegankelijk moet zijn. Dit is een verlichting van de eerdere voorschriften op basis waarvan 40% van een logiesfunctie in een toegankelijkheidssector moest liggen.

Onderdeel P

In artikel 4.26 is onder vernummering van het tweede en derde lid een nieuw tweede lid tussengevoegd. Op grond van dit tweede lid moet ten minste één van toegangen van een toegankelijkheidssector de hoofdingang zijn. Op grond van de gewijzigde tabel 4.21 (onderdeel N) geldt dit voor een bijeenkomstfunctie, gezondheidzorgfunctie en een winkelfunctie. Het nieuwe voorschrift voorkomt dat volstaan wordt met een toegang achteraf bijvoorbeeld in combinatie met de magazijntoegang.

Onderdelen Q en R

Met de wijziging van de artikelen 4.30 en 4.31 zijn de voorschriften voor nieuw te bouwen buitenbergingen zo aangepast dat bij studentenhuisvesting en zorghuisvesting wel een buitenberging is voorgeschreven, maar dat daaraan in artikel 4.31 geen specifieke eisen worden gesteld. In de functionele eis wordt voortaan niet alleen naar fietsen maar ook naar scootmobielen verwezen en is bepaald dat het om een afsluitbare bergruimte gaat. Dat in de functionele eis nu direct een uitzondering is gemaakt voor nieuwe asielzoekerscentra is geen inhoudelijke wijziging, maar een redactionele verduidelijking. Al bij de eerdere wijziging van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2014, 51) die op 1 april 2014 in werking is getreden, is de verplichte buitenberging bij asielzoekerscentra vervallen. De uitzondering voor asielzoekerscentra is voortaan niet meer in artikel 4.31, vierde lid, opgenomen, maar direct in de functionele eis van artikel 4.30. In dit vierde lid is nu bepaald dat de eerste drie leden van 4.31 niet gelden voor een woonfunctie voor studenten en een woonfunctie voor zorg. Artikel 4.32 heeft alleen betrekking op de regenwerendheid van buitenbergingen als bedoeld in artikel 4.31. Dit betekent dat op buitenbergingen voor de woonfunctie voor studenten en de woonfunctie voor zorg geen eisen meer worden gesteld aan de regenwerendheid.

Voor dergelijke woonfuncties is alleen het functionele voorschrift (eerste lid van artikel 4.30) van toepassing. Aanvragers van een omgevingsvergunning voor het bouwen van dergelijke woonfunctie zullen ter beoordeling van bevoegd gezag, een buitenberging moeten realiseren die voldoet aan dit functionele voorschriften. Hierbij gelden vanuit het Bouwbesluit dan geen afmetingsvoorschriften.

Ten overvloede wordt erop gewezen dat het schrappen van de prestatievoorschriften voor studentenhuisvesting niet betekent dat de fietsen nu in de gang moeten worden geplaatst. Dat is geen juiste invulling van de functionele eis. Bovendien is dit uit oogpunt van brandveiligheid buitengewoon onwenselijk.

Onderdeel S

Met de wijziging van het eerste lid van artikel 4.34 worden de woonfunctie voor zorg en de woonfunctie voor studenten uitgezonderd van het voorschrift om een buitenruimte te hebben. De bewoners van een woonfunctie voor zorg hebben namelijk niet altijd behoefte aan een buitenruimte. Het wordt aan de initiatiefnemers van bouwplannen overgelaten om te bepalen of een buitenruimte nodig is voor de beoogde bewoners met zorgvraag. Ook voor de woonfunctie voor studenten geldt dat de bewoners veelal ook geen behoefte hebben aan buitenruimten. Studenten zullen in het algemeen gebruik maken van de publieke buitenruimten in een stad. Bovendien is het zo dat studenten relatief kort wonen in een studentenwoning.

Onderdelen T en U

In tabel 4.37 zijn de artikelen 4.38 (eerste lid), 4.39 en 4.40 niet meer aangestuurd voor een woonfunctie voor zorg. Dit betekent dat voor deze gebruiksfunctie er geen verplichting meer is om een opstelplaats voor een aanrecht/kooktoestel te realiseren. Deze wijziging is opgenomen omdat bij een woonfunctie voor zorg er in het algemeen geen behoefte is aan deze voorzieningen.

Tabel 4.41 voor bestaande bouw is overeenkomstig aangepast.

Onderdelen V en W

Het vierde lid van artikel 6.18 is vervallen. Dit is gedaan omdat de eisen waaraan een terreinleiding moet voldoen al staan in het derde lid. Het stellen van specifieke producteisen is in principe niet nodig. Hierbij komt dat veel van de bedoelde producten vallen onder geharmoniseerde Europese productnorm zodat leveranciers van dergelijke producten sowieso verplicht zijn om deze met CE-markering te leveren.

Tabel 6.15 is overeenkomstig aangepast.

Onderdeel X

In het eerste lid van artikel 6.24 is de verwijzing naar NEN 6088 aangepast. Voortaan wordt bij toepassing van het eerste lid, onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw, waar de vluchtrouteaanduiding aan NEN 3011 moet voldoen, en bestaande bouw waar aan NEN 6088 moet worden voldaan.

Onderdeel Y

In tabel 6.27 was het vierde lid van artikel 6.31 abusievelijk aangestuurd voor de «andere logiesfunctie». Dit is hersteld.

Onderdeel Z

Artikel 7.8 is verduidelijkt. Het voorschrift heeft alleen betrekking op technische ruimten waar verbrandingstoestellen staan opgesteld. Met het vervangen van het begrip «ruimte» door technische ruimte is duidelijk gemaakt dat het voorschrift niet van toepassing is op functie- of verblijfsruimten waar verbrandingstoestellen, zoals lokale verwarmingsinstallaties zijn opgesteld.

Onderdelen AA en BB

Met het nieuwe artikel 7.11a is de hulpverlening bij brand geregeld in het Bouwbesluit 2012. De hulpverlening bij brand voor werknemers is geregeld op grond van de Arbeidsomstandighedenwet. De Arbeidsomstandighedenwet bevat regelgeving inzake de arbeidsomstandigheden in een bedrijf of inrichting en ziet op de hulpverlening aan werknemers en andere personen die in verband met de arbeid aanwezig zijn. Deze bepaling in het Bouwbesluit 2012 ziet op hulpverlening bij brand aan iedereen die zich in een bouwwerk of een gebruiksfunctie bevindt. Het gaat hierbij om het evacueren van bijvoorbeeld patiënten in een ziekenhuis, gedetineerden en bezoekers van een discotheek, in het geval van brand. Met dit nieuwe voorschrift is uitvoering gegeven aan het voornemen tot aanpassing van het Bouwbesluit 2012 zoals aangekondigd in de brief van 8 april 2014 (Kamerstukken II 2013/14, 25 883, nr. 238).

Het eerste lid geeft een functioneel voorschrift. In een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20, in een bouwwerk met een vergunning voor brandveilig gebruik en in een bouwwerk waarvoor een gebruiksmelding als bedoeld in artikel 1.18 is gedaan zijn voldoende personen aangewezen om de ontruiming bij brand voldoende snel te laten verlopen. Op welke wijze deze functionele eis wordt ingevuld wordt overgelaten aan de eigenaar of gebruiker van een bouwwerk. Benadrukt wordt dat door extra technische maatregelen (zoals sprinklers) het aantal personen dat nodig is voor hulpverlening kan worden beperkt. Overigens kan worden opgemerkt dat in de praktijk nu al gebruikelijk is dat een werkgever bij de organisatie van de bedrijfshulpverlening in een bouwwerk ook rekening houdt met de evacuatie van niet-werknemers die in zijn bedrijf of inrichting aanwezig zijn. Er mag van worden uitgegaan dat met een organisatie van bedrijfshulpverlening die voldoet aan de eisen op grond van de Arbeidsomstandighedenwet en tevens rekening houdt met de ontruiming van niet-werknemers, zoals publiek en patiënten, wordt voldaan aan het eerste lid. Het nieuwe artikel 7.11a zal voor de meeste bouwwerken dan ook niet tot feitelijke veranderingen in de hulpverlening bij brand leiden. Voor bouwwerken waarin sprake is van vrijwilligers (bijvoorbeeld verenigingsgebouwen) leidt het nieuwe artikel 7.11a wel tot een verandering. Hier zal men namelijk voldoende personen moeten hebben aangewezen die helpen bij ontruimen bij brand. Opgemerkt wordt dat dit praktisch kan worden ingevuld, rekening houdend met het daadwerkelijk gebruik van het bouwwerk en de redzaamheid van de personen die daar normaliter aanwezig zijn. Er hoeft in dit soort bouwwerk dus geen hulpverlening te worden ingericht zoals bij bouwwerken waarin arbeid wordt verricht en de organisatie van bedrijfshulpverlening op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht is. Kleine bouwwerken zonder brandmeldinstallaties of waar minder dan 50 personen aanwezig zijn, vallen gezien de verwijzing naar de artikelen 6.20 en 1.18 geheel buiten de werkingsfeer van artikel 7.11a. Artikel 7.11a is in tabel 7.11 verder niet aangestuurd voor de woonfunctie, met uitzondering van de woonfunctie voor zorg. De woonfuncties voor zorg met een brandmeldinstallatie vallen dus wel onder de reikwijdte van het eerste lid.

Het tweede lid sluit de woonfunctie voor zorg op afspraak en de woonfunctie voor zorg op afroep (zie tabel van bijlage I (onderdeel EE)) uit. Bij deze woonfuncties kunnen de bewoners zich nog zelfstandig of met behulp van mantelzorg redden, ook bij brand. Bij de woonfunctie voor zorg op afroep meldt de brandmeldinstallatie wel door naar een zorgcentrale. De zorgcentrale, die veelal niet in de nabijheid van de woning ligt, kan na melding contact zoeken met de bewoners en eventueel iemand sturen als zich daar een hulpvraag voordoet.

Onderdelen CC en DD

Met het nieuwe artikel 7.23, kooldioxidemeter, is uitwerking gegeven aan een toezegging aan de Tweede Kamer dat er in aanvulling op de vigerende ventilatievoorschriften voor scholen een aanvullende verplichting in het Bouwbesluit 2012 zou komen voor de aanwezigheid van een CO2-meter in verblijfsruimten van nieuw te bouwen en te verbouwen scholen voor het primair onderwijs. Zie hiervoor de brief van 28 augustus 2013 (Kamerstukken II 2013/14, 32 757, nr. 77). Op grond van het tweede lid kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven.

Tabel 7.17 is overeenkomstig aangepast.

Onderdeel EE

In de tabel van bijlage I is bij de «andere gezondheidszorgfunctie» hoger dan 20 meter de verplichte doormelding geschrapt. Dit is gedaan omdat bij een niet-automatische brandmeldinstallatie de doormelding weinig toevoegt aan de veiligheid.

Artikel II

In dit artikel is een overgangsbepaling opgenomen voor basisscholen. Als de ventilatievoorzieningen zijn gebouwd voor de inwerkingtreding van dit besluit, dan behoeft niet aan artikel 7.23 (artikel I, onderdeel DD), dat zowel voor nieuwbouw als voor bestaande bouw geldt, te worden voldaan. In een dergelijk geval is het dus niet nodig een kooldioxidemeter te hebben. Als op enig moment na inwerkingtreding van dit besluit de al bestaande ventilatievoorzieningen worden aangepast dan moet alsnog aan artikel 7.23 worden voldaan en is een kooldioxidemeter nodig. Op grond van het algemene overgangsrecht van artikel 9.1 van het Bouwbesluit 2012 geldt de hiervoor beschreven uitzondering ook in het geval een vergunningaanvraag met betrekking tot aanpassing van de ventilatievoorziening is gedaan voor het moment van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel III

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van dit besluit, 1 juli 2015. Bij de inwerkingtreding is rekening gehouden met de vaste verandermomenten. Aan de minimale invoeringstermijn van twee maanden kon niet worden voldaan, gezien de politieke toezegging om dit besluit op 1 juli 2015 in werking te laten treden. In dat verband wordt opgemerkt dat het ontwerp van dit besluit in het kader van de voorhangprocedure als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Woningwet aan beide Kamers is voorgelegd.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt met de daarbijbehorende stukken openbaar gemaakt door publicatie in de Staatscourant.