Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Veiligheid en JustitieStaatsblad 2013, 258Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 25 juni 2013 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de bepalingen in de Wet aanpassing bestuursprocesrecht over incidenteel hoger beroep en incidenteel beroep in cassatie en van de Veegwet aanpassing bestuursprocesrecht

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 24 juni 2013, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 400165;

Gelet op artikel 2 van deel C van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht en artikel XII van de Veegwet aanpassing bestuursprocesrecht;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

Met ingang van 1 juli 2013 treden in werking:

  • a. van deel A van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht:

    • 1°. de artikelen 8:110 tot en met 8:112 in artikel I, onderdeel TTTT;

    • 2°. in artikel V: onderdeel G, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op artikel 27m van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en onderdeel L;

  • b. de Veegwet aanpassing bestuursprocesrecht.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 25 juni 2013

Willem-Alexander

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

Uitgegeven de achtentwintigste juni 2013

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Wab) in werking getreden, met uitzondering van de onderdelen die ertoe strekken om in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) enkele bepalingen op te nemen over incidenteel hoger beroep (de artikelen 8:110 tot en met 8:112). Deze uitzondering was nodig omdat gebleken was dat deze bepalingen zich niet leenden voor onverkorte toepassing in vreemdelingenzaken.1 Om dat op te lossen, voegt artikel IV, onderdeel C, van de Veegwet aanpassing bestuursprocesrecht een derde en vierde lid toe aan artikel 83a Vreemdelingenwet 2000 (Vw).2 Nu de Veegwet in werking kan treden, kunnen ook de artikelen 8:110 tot en met 8:112 Awb in werking treden. Dat geldt ook voor de in de Wab opgenomen wijzigingen van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) die betrekking hebben op incidenteel hoger beroep en incidenteel beroep in cassatie, respectievelijk het vervallen van artikel 27m (als onderdeel van afdeling 3 van hoofdstuk V) en de wijziging van artikel 29b.

Het overgangsrecht dat is opgenomen in artikel 1 in deel C van de Wab geldt ook voor de invoering van de mogelijkheid om incidenteel hoger beroep in te stellen (in niet-belastingzaken), en voor de genoemde AWR-wijzigingen. Ingevolge het eerste lid, aanhef en onder b, van artikel 1 blijft het recht zoals dit gold voor «het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet» van toepassing op hoger beroep en beroep in cassatie tegen een voor dat tijdstip bekendgemaakte uitspraak. Het ligt voor de hand om «het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet» voor dit onderdeel van de Wab uit te leggen als het tijdstip waarop de artikelen 8:110 tot en met 8:112 Awb en de genoemde AWR-wijzigingen in werking treden. Dat betekent in niet-belastingzaken dat incidenteel hoger beroep mogelijk is als de bestreden uitspraak is bekendgemaakt op of na 1 juli 2013, en dat bij belastingzaken de gewijzigde regeling inzake incidenteel hoger beroep en incidenteel beroep in cassatie toepassing vindt ten aanzien van uitspraken die zijn bekendgemaakt op of na 1 juli 2013.

Bij de vormgeving van de wijzigingen die de Veegwet in andere wetten aanbrengt, is uitgegaan van de situatie na inwerkingtreding van de Wab en van de bepalingen over schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten in de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (Wns), inclusief de wijzigingen in de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) ingevolge de Wns. Enkele bepalingen worden, onmiddellijk nadat zij met ingang van 1 juli 2013 in werking zijn getreden, gewijzigd door de Veegwet:

  • de Wns voegt een nieuw artikel 8:89 toe aan de Algemene wet bestuursrecht (Awb); dat artikel wordt gewijzigd door de Veegwet;

  • de Wab voegt een nieuw artikel 8:110 toe aan de Awb; dat artikel wordt gewijzigd door de Veegwet;

  • de Wns voegt een nieuw artikel 72a toe aan de Vw; dat artikel wordt vervangen door de Veegwet.

Ingevolge aanwijzing 174, derde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving en de brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 11 december 2009 over de systematiek van vaste verandermomenten, Kamerstukken II 2009/10, 29 515, nr. 309, dient de termijn tussen de publicatiedatum van een wet en het tijdstip van inwerkingtreding minimaal twee maanden te zijn. Aangezien de Wab op 27 december 2012 in het Staatsblad is geplaatst (Stb. 2012, 682), is die termijn wat betreft de bepalingen over het incidenteel hoger beroep in acht genomen. Dat geldt niet voor de Veegwet, maar omdat het bij die wet om reparatieregelgeving gaat en inwerkingtreding op 1 juli 2013 wenselijk is, maak ik gebruik van de afwijkingsmogelijkheid die wordt geboden door aanwijzing 174, vierde lid, onder c.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


X Noot
1

Zie ook Stb. 2012, 684, blz. 3.

X Noot
2

Zie voor een toelichting Kamerstukken II 2012/13, 33 455, nr. 3, blz. 4 en 5, en Kamerstukken II 2012/13, 33 455, nr. 7, blz. 23.