Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Veiligheid en JustitieStaatsblad 2012, 650AMvB

Besluit van 13 december 2012, houdende aanpassing van diverse besluiten in verband met de vermindering van het aantal ressorten en arrondissementen (Aanpassingsbesluit herziening gerechtelijke kaart)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 15 november 2012, nr. 322808;

Gelet op de Wet op de rechterlijke organisatie, de Beroepswet, het Wetboek van Strafvordering, de Boeken 1 en 4 van het Burgerlijk Wetboek, de Vreemdelingenwet 2000, de Visserijwet 1963, de Wet op het financieel toezicht, het Besluit machtiging tot vestigen schuldverplichtingen ten laste van Rijk, de Wet installaties Noordzee, de Wet van 2 december 1982, Stb. 679, houdende bepalingen ter uitvoering van het Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers, alsmede met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van buitenlandse werknemers, de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten, de Wet op de Registeraccountants, de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, de Locaalspoor- en Tramwegwet, het Wetboek van Strafrecht, de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en de Landbouwkwaliteitswet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 28 november 2012, nr. W03.12.0468-II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 7 december 2012, nr. 330467;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Beroepsreglement wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 38 en 46 wordt «Onze Minister van Justitie» telkens vervangen door: Onze Minister van Veiligheid en Justitie.

B

Artikel 43 komt te luiden:

Artikel 43

De griffie is op de dagen waarop terechtzittingen worden gehouden ten behoeve van de bij die zittingen betrokken procespartijen en hun advocaten en gemachtigden tenminste een kwartier voor de aanvang van een zitting en een kwartier na afloop daarvan geopend.

ARTIKEL II

In artikel 1, onderdeel a, van de bijlage bij het Besluit bewaren en vernietigen niet-gevoegde stukken wordt «bij de rechtbank van het arrondissement, bedoeld in» vervangen door: op grond van.

ARTIKEL III

Het Besluit College van afgevaardigden wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «acht» vervangen door: zes.

2. In onderdeel b wordt «het ressort Arnhem: vier» vervangen door: het ressort Arnhem-Leeuwarden: acht.

3. In onderdeel c wordt «het ressort ’s-Gravenhage» vervangen door: het ressort Den Haag.

4. In onderdeel d wordt «vier» vervangen door: zes.

5. Onderdeel e vervalt.

6. De tekst «bij het ressort ’s-Gravenhage» wordt vervangen door: bij het ressort Den Haag.

B

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «waarvan de hoofdplaats» vervangen door: waarvan het rechtsgebied.

2. In het tweede lid wordt «waarvan de hoofdplaats in» vervangen door: waarvan het rechtsgebied binnen.

C

In artikel 8, tweede lid, wordt «De adviezen» vervangen door: De zienswijzen.

ARTIKEL IV

In de artikelen 1, 2, 5, 7 en 10 van het Besluit curateleregister, de artikelen 3.49, eerste lid, en 3.71, tweede lid, onderdeel g, van het Vreemdelingenbesluit 2000, artikel 4 van het Besluit boedelregister, en artikel 3, eerste en vierde lid, van het Reglement voor de Kamer voor de Binnenvisserij 1964 wordt «de rechtbank te ’s-Gravenhage» telkens vervangen door: de rechtbank Den Haag.

ARTIKEL V

Het Besluit gezagsregisters wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, tweede lid, wordt «de rechtbank te Amsterdam» vervangen door: de rechtbank Amsterdam.

B

In artikel 3, onderdeel c, wordt «arrondissementsrechtbanken» vervangen door: rechtbanken.

ARTIKEL VI

In de artikelen 2a, negende lid, 5, derde lid, onderdeel b, 7, elfde lid, en 25, derde lid, van het Besluit openbare biedingen wft wordt «het gerechtshof te Amsterdam» telkens vervangen door: gerechtshof Amsterdam.

ARTIKEL VII

Het Besluit orde van dienst gerechten wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 6, derde lid, wordt «dezelfde sector» vervangen door: dezelfde kamer.

B

Artikel 9, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Zo nodig geschiedt de verzending van uitspraken per dienstbrief of op een andere veilige wijze.

C

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot eerste en tweede lid, vervalt het eerste lid.

2. In het eerste lid (nieuw) wordt «de hoofdplaats, de nevenvestigingsplaats en de zittingsplaats» vervangen door: de zittingsplaatsen, bedoeld in artikel 21b, eerste en tweede lid, van de wet.

3. Het tweede lid (nieuw) komt te luiden:

  • 2. Bij de behandeling van zaken in een zittingsplaats buiten het rechtsgebied, treedt de griffie van het gerecht binnen wiens rechtsgebied de zittingsplaats is gelegen op als griffie van het gerecht. De besturen van de betrokken gerechten dragen er zorg voor dat de griffie, de griffierwerkzaamheden en de administratie van zaken van het gerecht op de betreffende zittingsplaats gescheiden en als zodanig herkenbaar worden uitgevoerd van de griffie, de griffierwerkzaamheden en administratie van zaken van het gerecht binnen wiens rechtsgebied de zittingsplaats is gelegen.

D

In artikel 12, eerste lid, wordt «de hoofdplaats, de nevenvestigingsplaats of de nevenzittingsplaats» vervangen door: een zittingsplaats.

E

De artikelen 12a en 19a vervallen.

F

In artikel 13, tweede lid, vervalt de zinsnede: binnen dezelfde sector.

G

Artikel 14, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Het bestuur van een rechtbank of gerechtshof geeft voor burgerlijke zaken die met een dagvaarding worden ingeleid in het bestuursreglement, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, aan in welke zittingsplaats de rolbehandeling plaatsvindt.

H

In artikel 22, eerste lid, wordt «de ressortsparketten» vervangen door: het ressortsparket.

I

In artikel 28, eerste lid, wordt «de artikelen 2, 10, 17 en 18» vervangen door: de artikelen 2, 17 en 18.

ARTIKEL VIII

Artikel 43 van het Besluit prudentiële regels Wft wordt «ten parkette van de officier van justitie bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan» vervangen door: bij het parket van de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen waar» en wordt «ten parkette van de officier van justitie bij de rechtbank te Amsterdam» vervangen door: bij het parket van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam.

ARTIKEL IX

Het Besluit tijdelijke aanwijzing bevoegde rechtbanken wordt ingetrokken.

ARTIKEL X

In artikel 9 van het Besluit van 8 januari 1946, houdende regelen nopens het beheer van het Grootboek 1946 wordt «de rechtbank te Amsterdam» vervangen door: de rechtbank Amsterdam.

ARTIKEL XI

In de artikelen 2 en 4 van het Besluit van 8 december 1964, tot toepassing van artikel 4 van de Wet installaties Noordzee wordt «binnen het arrondissement van de rechtbank te Amsterdam» telkens vervangen door: binnen het rechtsgebied van de rechtbank Amsterdam.

ARTIKEL XII

In artikel 68, eerste lid, onderdelen b en c, van het Besluit van 25 januari 1977, houdende vaststelling van een algemeen reglement voor de dienst op de hoofd- en lokaalspoorwegen wordt «de officier van justitie bij de rechtbank van het arrondissement onder hetwelk» telkens vervangen door: de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen waartoe.

ARTIKEL XIII

In artikel 1 van het Besluit van 26 april 1983, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in, alsmede tot bepaling van het tijdstip van de inwerkingtreding van, artikel 2 van de Wet van 2 december 1982, Stb. 679 , houdende bepalingen ter uitvoering van het Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers, alsmede met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van buitenlandse werknemers wordt «het arrondissement ’s-Gravenhage» vervangen door: het arrondissement Den Haag.

ARTIKEL XIV

Artikel 1, tweede en derde lid, van het Besluit van 6 augustus 1993, tot vaststelling van het aantal raden van tucht voor registeraccountants en Accountants-Administratieconsulenten, van hun zetel en rechtsgebied, alsmede van hun relatieve bevoegdheid komt te luiden:

  • 2. Het rechtsgebied van de raad van tucht te Amsterdam strekt zich uit over:

    • a. het gebied van het ressort Amsterdam, bedoeld in artikel 14 van de Wet op de rechterlijke indeling;

    • b. het gebied van het ressort Arnhem-Leeuwarden, bedoeld in artikel 15 van de Wet op de rechterlijke indeling.

  • 3. Het rechtsgebied van de raad van tucht te ’s-Gravenhage strekt zich uit over:

    • a. het gebied van het ressort Den Haag, bedoeld in artikel 16 van de Wet op de rechterlijke indeling;

    • b. het gebied van het ressort ’s-Hertogenbosch, bedoeld in artikel 17 van de Wet op de rechterlijke indeling.

ARTIKEL XV

Artikel 3 van het Besluit van 6 maart 2002, houdende vaststelling van regels met betrekking tot de commissies, bedoeld in artikel 19 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding wordt als volgt gewijzigd:

A

In onderdeel a wordt «de arrondissementen Groningen, Leeuwarden, of Assen» vervangen door: de provincies Groningen, Friesland of Drenthe.

B

In onderdeel b wordt «de arrondissementen Zwolle, Arnhem, Almelo, Zutphen of Utrecht» vervangen door: de provincies Overijssel, Gelderland, Flevoland of Utrecht.

C

In onderdeel c wordt «de arrondissementen Alkmaar, Amsterdam of Haarlem» vervangen door: de provincie Noord-Holland.

D

In onderdeel d wordt «de arrondissementen ’s-Gravenhage, Rotterdam, Dordrecht of Middelburg» vervangen door: de provincies Zuid-Holland of Zeeland.

E

In onderdeel e wordt «de arrondissementen ’s-Hertogenbosch, Breda, Roermond of Maastricht» vervangen door: de provincies Noord-Brabant of Limburg.

ARTIKEL XVI

In artikel 10, vierde lid, van het Reglement op de Raccordementen 1966 wordt «de officier van justitie bij de rechtbank van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen» vervangen door: de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen waartoe die gemeente behoort.

ARTIKEL XVII

In artikel 51, eerste lid, onderdeel c, van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden wordt «het gerechtshof te Arnhem» vervangen door: het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

ARTIKEL XVIII

In artikel 85, eerste lid, onderdeel b, van het Tramwegreglement wordt «de officieren van justitie van het arrondissement waarin deze gemeenten zijn gelegen» vervangen door: de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen waartoe die gemeenten behoren.

ARTIKEL XIX

In artikel 12 van het Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet wordt «de Officier van Justitie bij de rechtbank van het arrondissement waar de overtreding werd gepleegd, tenzij de Officier van Justitie» vervangen door: de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen waar de overtreding werd gepleegd, tenzij de officier van justitie.

ARTIKEL XX

Het Uitvoeringsbesluit pacht wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 23, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «de president van de rechtbank Zwolle-Lelystad» vervangen door: de president van de rechtbank Oost-Nederland.

2. In onderdeel b wordt «het gerechtshof te Arnhem» vervangen door: het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

B

In artikel 24, eerste lid, wordt «het gerechtshof te Arnhem» vervangen door: het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

C

In artikel 29 wordt «zijn gedurende ten minste zes uren per dag geopend» vervangen door: zijn alle werkdagen gedurende ten minste zes uren per dag geopend.

D

In artikel 50, eerste lid, 53, 55, eerste lid, en 56, eerste lid, wordt «artikel 48, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie» telkens vervangen door: artikel 48, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

ARTIKEL XXI

Indien het bij koninklijke boodschap van 25 oktober 2012 ingediende voorstel van Wet tot wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten in verband met de vorming van de arrondissementen Gelderland en Overijssel (Kamerstukken 33 451) tot wet is verheven of wordt verheven en artikel I van die wet in werking is getreden, of treedt, wordt in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit pacht «de rechtbank Oost-Nederland» vervangen door: de rechtbank Overijssel.

ARTIKEL XXII

In afwijking van artikel 3, tweede lid, van het Besluit College van afgevaardigden maken de leden van een commissie als bedoeld in artikel 3 van dat besluit, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit deel uitmaken van de hieronder in de linkerkolom genoemde commissie, van rechtswege deel uit van de daarbij in de rechterkolom genoemde commissie. Voor hen vangt geen nieuwe termijn als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit College van afgevaardigden aan.

Commissie ressort Amsterdam

Commissie ressort Amsterdam

Commissie ressort Arnhem

Commissie ressort Arnhem-Leeuwarden

Commissie ressort ’s-Gravenhage

Commissie ressort Den Haag

Commissie ressort ’s-Hertogenbosch

Commissie ressort ’s-Hertogenbosch

Commissie ressort Leeuwarden

Commissie ressort Arnhem-Leeuwarden

ARTIKEL XXIII

De Commissies bedoeld in artikel 3 van het Besluit College van afgevaardigden wijzen onder degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit namens het ressort Amsterdam, onderscheidenlijk het ressort Arnhem of het ressort Leeuwarden, onderscheidenlijk het ressort ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het ressort ’s-Hertogenbosch deel uitmaken van het College, bedoeld in artikel 90 van de Wet op de rechterlijke organisatie, de leden aan die namens het ressort Amsterdam, onderscheidenlijk het ressort Arnhem-Leeuwarden, onderscheidenlijk het ressort Den Haag, onderscheidenlijk het ressort ’s-Hertogenbosch deel uitmaken van het College. Voor hen vangt geen nieuwe termijn als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van het Besluit College van afgevaardigden aan.

ARTIKEL XXIV

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2013.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 13 december 2012

Beatrix

De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten

Uitgegeven de twintigste december 2012

De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Aanleiding

Als gevolg van de invoering van de Wet herziening gerechtelijke kaart zijn de benamingen en aanduidingen van diverse gerechten (rechtbanken en gerechtshoven) gewijzigd. Deze wijzigingen zijn veelal het gevolg van het terugbrengen van het aantal arrondissementen en ressorten. Met het wetsvoorstel zijn bovendien wijzigingen doorgevoerd ten einde de bestuurlijke inrichting van de rechtbanken en gerechtshoven te verstevigen. In het verlengde daarvan is ook de verplichting voor gerechten tot het hanteren van een sectormodel (dat er onder meer toe strekte dat de sectorvoorzitters van rechtswege lid zijn van een gerechtsbestuur) komen te vervallen. De Wet herziening gerechtelijke kaart heeft ook geleid tot herziening van de organisatie van het openbaar ministerie. Zo is er niet langer sprake van verschillende ressortsparketten, maar van één (landelijk) ressortsparket, dat wordt aangestuurd door de landelijk hoofdadvocaat-generaal. De wet heeft hierdoor, naast wijzigingen van de benamingen van de gerechten, ook wijzigingen van diverse andere begrippen en aanduidingen meegebracht. Dit besluit ziet op de aanpassing van diverse algemene maatregelen van bestuur in verband met deze wijzigingen.

Financiële consequenties en administratieve lasten

Aan dit besluit zijn naar verwachting geen noemenswaardige zelfstandige bedrijfseffecten, administratieve lasten of andere nalevingskosten voor het bedrijfsleven of voor burgers verbonden. Overeenkomstig het Convenant over het beëindigen van de ex ante toetsing voorgenomen wet- en regelgeving Justitie van 24 september 2009 is dit besluit niet ter toetsing voorgelegd aan het Adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal).

Artikelen

Artikel I

Onderdeel B

Op grond van het nieuwe artikel 3 van de Beroepswet is onder meer hoofdstuk 2, afdeling 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO) van overeenkomstige toepassing op de Centrale Raad van Beroep. Daarmee is ook artikel 10 Wet RO, waarin thans bepalingen zijn opgenomen over de griffies van gerechten, van overeenkomstige toepassing. In artikel 3, onderdeel e, van de Beroepswet is ten aanzien van de Centrale Raad van Beroep bovendien bepaald dat de griffie op alle werkdagen gedurende ten minste zes uren per dag is geopend. Met het bepaalde in artikel 3 van de Beroepswet en de van overeenkomstige toepassing verklaring van onder meer artikel 10 Wet RO is het oude artikel 43 van het Beroepsreglement voor een belangrijk deel overbodig. Volstaan kan worden met een bepaling over de minimale openingstijden van de griffie direct vóór en na een terechtzitting. De nieuwe formulering van artikel 43 is ontleend aan het nieuwe artikel 10, eerste lid, van het Besluit orde van dienst gerechten.

Artikel II

Advocaten worden sinds de afschaffing van het procuraat1 niet meer ingeschreven bij de rechtbanken, doch op het (landelijke) tableau dat wordt aangehouden door de Nederlandse orde van advocaten. De bijlage bij het Besluit bewaren en vernietigen niet-gevoegde stukken is hierop aangepast.

Artikel III

Onderdeel A

Het Besluit College van afgevaardigden regelt onder meer de samenstelling van het College van afgevaardigden als bedoeld in artikel 90 Wet RO. Daarbij wordt bepaald hoeveel rechterlijke ambtenaren of gerechtsambtenaren vanuit ieder ressort in het College worden afgevaardigd. Op grond van de oorspronkelijke tekst van het besluit bedroeg het aantal leden namens zowel het ressort Arnhem als namens het ressort Leeuwarden vier. Bij het bepalen van het aantal leden per ressort is in zekere mate rekening gehouden met de omvang van de personele bezetting van de gerechten in de ressorten. Met de herziening van de gerechtelijke kaart zijn de ressorten Arnhem en Leeuwarden opgegaan in het nieuwe ressort Arnhem-Leeuwarden. Om die reden moest ook het aantal vertegenwoordigers vanuit dat ressort in het College (opnieuw) worden vastgesteld. Daarbij is, op voorstel van de Raad voor de rechtspraak, gekozen voor de volgende nieuwe verdeling per ressort:

  • Ressort Amsterdam: 6 afgevaardigden;

  • Ressort Arnhem-Leeuwarden: 8 afgevaardigden;

  • Ressort Den Haag: 6 afgevaardigden;

  • Ressort ’s-Hertogenbosch: 6 afgevaardigden.

Door deze herverdeling ontstaat een evenwichtige verdeling van vertegenwoordigers per ressort.

Onderdeel C

Met deze wijziging wordt beter aangesloten bij de in artikel 92, tweede lid, Wet RO gebruikte terminologie.

Artikelen IV tot en met VI, VIII, X tot en met XIV, en XVI tot en met XX

Deze bepalingen betreffen aanpassingen aan de nieuwe naamgeving van de gerechten op grond van de Wet RO, de nieuwe opzet van de Wet RO en de gewijzigde inrichting van het openbaar ministerie.

Artikel VII

Onderdelen A en F

Het derde lid van artikel 6 en het tweede lid van artikel 13 van het Besluit orde van dienst gerechten behoeven aanpassing in verband met het vervallen van de wettelijke verplichting om een gerecht in te delen in sectoren. Er wordt, voor zover nodig, terminologisch aangesloten bij gelijksoortige aanpassingen op grond van de Wet herziening gerechtelijke kaart.

Onderdelen B, D en G

De wijziging van de artikelen 9, tweede lid, 12, eerste lid, en 14, eerste lid, is noodzakelijk omdat er in de nieuwe opzet van Wet RO geen sprake meer is van de hoofdplaats, een nevenvestigingsplaats of een nevenzittingsplaats van een gerecht.

Onderdeel C

In het oude eerste lid stond vermeld dat de openingstijden van de griffie door het gerechtsbestuur bij reglement worden vastgesteld. Dit voorschrift is met de Wet herziening gerechtelijke kaart vastgelegd in artikel 10, derde lid, Wet RO, waardoor de bepaling in het oude eerste lid overbodig is geworden.

Onderdeel E

De artikelen 12a en 19a kunnen vervallen, aangezien aan de in die artikelen neergelegde tijdelijke regeling (welke noodzakelijk was in verband met verbouwingswerkzaamheden in het Paleis van Justitie te Amsterdam) inmiddels geen behoefte meer bestaat.

Onderdeel H

De wijziging van artikel 22, eerste lid, is nodig in verband met de wijzigingen in de inrichting van het openbaar ministerie, zoals deze zijn doorgevoerd met de Wet herziening gerechtelijke kaart. Er is hierdoor niet langer sprake van verschillende ressortsparketten, maar van één (landelijk) ressortsparket.

Onderdeel I

De wijziging van artikel 28, eerste lid, houdt verband met de wijziging van artikel 10 van het besluit.

Artikel IX

Het Besluit tijdelijke aanwijzing bevoegde rechtbanken was gebaseerd op de artikelen 108a en 268a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en artikel 27, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr). Hiermee werd voorzien in de aanwijzing bij algemene maatregel van bestuur voor bepaalde tijd van een andere dan het bevoegde gerecht, indien een voortdurend gebrek aan voldoende zittingscapaciteit daartoe noodzaakte. Aan deze bepalingen bestond geen behoefte meer met de invoering van de nieuwe artikelen 46a en 62a Wet RO met de Wet herziening gerechtelijke kaart. Op grond van die bepalingen kan, in geval van tijdelijk gebrek aan voldoende zittingscapaciteit bij een gerecht, de Minister van Veiligheid en Justitie tijdelijk een ander gerecht aanwijzen waarnaar zaken ter behandeling en beslissing kunnen worden verwezen. Met de Wet herziening gerechtelijke kaart zijn de artikelen 108a en 268a Rv dan ook vervallen. Zoals in de memorie van toelichting bij de Wet herziening gerechtelijke kaart al is aangegeven, wordt in de schrapping van artikel 27, tweede lid, Awr reeds voorzien met het wetsvoorstel aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken 32 450). Aangezien de inwerkingtreding van dat wetsvoorstel niet is voorzien vóór de inwerkingtreding van de nieuwe artikelen 46a en 62a Wet RO, wordt met dit besluit het Besluit tijdelijke aanwijzing bevoegde rechtbanken geheel ingetrokken.

Artikel XV

Op grond van artikel 3 van het Vaststellingsbesluit regels met betrekking tot commissies bedoeld in de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding werd de relatieve competentie van de vijf regionale toetsingscommissies bepaald aan de hand van de oude arrondissementale indeling van Nederland. Indien aan deze systematiek zou worden vastgehouden na de herziening van de gerechtelijke kaart zou, als gevolg van de nieuwe arrondissementale indeling, van enkele commissies het grondgebied dat tot hun competentie behoort, wijzigen. In het gewijzigde artikel 3 van het besluit is er daarom voor gekozen in het vervolg aan te sluiten bij de provinciale indeling van Nederland. De relatieve competentie van de commissies verandert hierdoor materieel niet. Artikel 19 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, noch de wetsgeschiedenis staan in de weg aan aansluiting bij de provinciale indeling.

Artikel XXI

In het kader van de behandeling van de Wet herziening gerechtelijke kaart heeft de Eerste Kamer een motie aangenomen van het lid Beuving c.s.2 In deze motie wordt het kabinet verzocht om, samengevat, met spoed een wetsvoorstel in procedure te brengen dat strekt tot de vorming van de rechtbanken Gelderland en Overijssel. In artikel 3 van dit besluit is rekening gehouden met de invoering van de wet tot splitsing van het arrondissement Oost-Nederland, door te voorzien in een wijzigingsbepaling waarmee de voorzitter van de rechtbank Overijssel wordt aangewezen in plaats van de voorzitter van de rechtbank Oost-Nederland. Hiermee treedt de voorzitter van de rechtbank Overijssel in de plaats van de voorzitter van de rechtbank Oost-Nederland.

Artikel XXII

De leden van het College van afgevaardigden, bedoeld in artikel 90 van de Wet op de rechterlijke organisatie, worden aangewezen door aanwijzingscommissies, bedoeld in artikel 3 van het Besluit College van afgevaardigden. Artikel XXIII biedt een overgangsrechtelijke voorziening voor de leden die op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit deel uitmaken van een dergelijke commissie. Deze overgangsvoorziening is noodzakelijk omdat met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wet herziening gerechtelijke kaart de ressorten Arnhem en Leeuwarden zijn samengevoegd.

Artikel XXIII

Dit artikel biedt een overgangsrechtelijke voorziening voor degenen die deel uitmaken van het College van afgevaardigden, bedoeld in artikel 90 van de Wet op de rechterlijke organisatie. De leden van dat College worden per ressort afgevaardigd. De overgangsregeling voorziet erin dat de in artikel 3 van het Besluit College van afgevaardigden bedoelde aanwijzingscommissies, onder degenen die vóór de inwerkingtreding van dit besluit namens de verschillende ressorten deel uitmaken van het College, de leden aanwijzen die na de inwerkingtreding van dit besluit deel uitmaken van het College. Doorgaans zal dit meebrengen dat degenen die vanuit de betreffende regio’s reeds deel uitmaakten van het College hun werkzaamheden voor de duur van hun benoemingstermijn kunnen voortzetten. Voor hen vangt met deze regeling geen nieuwe benoemingstermijn aan. Het aantal afgevaardigden vanuit het ressort ’s-Hertogenbosch neemt met twee toe ten opzichte van de oude situatie. Deze nieuwe afgevaardigden kunnen met toepassing van de gewone regels van het Besluit College van afgevaardigden worden aangewezen. Voor bijvoorbeeld het ressort Amsterdam geldt dat er sprake is van een daling van het aantal afgevaardigden. De aanwijzingscommissie voor dat ressort in dit voorbeeld zal dus de leden moeten aanwijzen die voortaan gelden als door dat ressort afgevaardigd.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten


X Noot
1

Wet van 20 maart 2008 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Advocatenwet en andere wetten in verband met het afschaffen van het procuraat in burgerlijke zaken en de invoering van elektronisch berichtenverkeer (Stb. 2008, 100).

X Noot
2

Kamerstukken I, 2011/12, 32 891, G.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid jo vijfde lid van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.