Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 2012, 627AMvB

Besluit van 30 november 2012, houdende wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag in verband met gewijzigde percentages met ingang van het berekeningsjaar 2013

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 10 oktober 2012, Z-3134007;

Gelet op artikel 2, derde lid, van de Wet op de zorgtoeslag;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord advies van 24 oktober 2012, nummer W13.12.0408/III;

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 november 2012, Z-3140454;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Artikel 1 van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag komt te luiden:

Artikel 1

Het percentage van het drempelinkomen respectievelijk het percentage van het toetsingsinkomen, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Wet op de zorgtoeslag, worden voor de hierna genoemde berekeningsjaren vastgesteld als in navolgend schema voor verzekerden met en zonder partner weergegeven:

 

Percentage van het drempelinkomen

Percentage van het toetsingsinkomen voor zover dat het drempelinkomen te boven gaat

Berekeningsjaar

Zonder partner

Met partner

Zonder partner

Met partner

2013

2,195%

4,695%

8,713%

8,713%

2014

2,410%

5,210%

9,118%

9,118%

2015

2,625%

5,725%

9,523%

9,523%

2016

2,640%

5,740%

9,553%

9,553%

2017

2,655%

5,755%

9,583%

9,583%

2018

2,670%

5,770%

9,613%

9,613%

2019

2,685%

5,785%

9,643%

9,643%

2020

2,700%

5,800%

9,673%

9,673%

2021

2,715%

5,815%

9,703%

9,703%

2022

2,730%

5,830%

9,733%

9,733%

2023

2,745%

5,845%

9,763%

9,763%

2024

2,760%

5,860%

9,793%

9,793%

2025

2,775%

5,875%

9,823%

9,823%

2026

2,790%

5,890%

9,853%

9,853%

2027

2,805%

5,905%

9,883%

9,883%

2028

2,820%

5,920%

9,913%

9,913%

2029

2,835%

5,935%

9,943%

9,943%

2030

2,850%

5,950%

9,973%

9,973%

2031

2,865%

5,965%

10,003%

10,003%

2032

2,880%

5,980%

10,033%

10,033%

2033

2,895%

5,995%

10,063%

10,063%

2034

2,910%

6,010%

10,093%

10,093%

2035

2,925%

6,025%

10,123%

10,123%

2036

2,940%

6,040%

10,153%

10,153%

2037

2,955%

6,055%

10,183%

10,183%

2038

2,970%

6,070%

10,213%

10,213%

2039

2,985%

6,085%

10,243%

10,243%

2040

3,000%

6,100%

10,273%

10,273%

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 30 november 2012

Beatrix

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. I. Schippers

Uitgegeven de dertiende december 2012

De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

I. Algemeen

1. Inleiding

Via de zorgtoeslag wordt een inkomensafhankelijke tegemoetkoming verstrekt die het voor huishoudens met lage en midden inkomens mogelijk moet maken de nominale zorgpremies en het verplicht eigen risico voor de zorgverzekering te betalen.

Het onderhavige besluit wijzigt de percentages waarmee de hoogte van de zorgtoeslag wordt bepaald vanwege:

  • a) de inwerkingtreding van de Wet uniformering loonbegrip (hierna: Wul);

  • b) de gehele compensatie van de laagste inkomens voor de verhoging met € 115 van het verplicht eigen risico voor de zorgverzekering, en

  • c) de verhoging van de zorgtoeslag voor de huishoudens met de laagste inkomens als onderdeel van het koopkrachtreparatiepakket van het Begrotingsakkoord 2013.

2. De systematiek van de zorgtoeslag

De hoogte van de zorgtoeslag wordt bepaald door de standaardpremie (de geraamde gemiddelde nominale premie voor een zorgverzekering plus het geraamde gemiddelde te betalen bedrag vanwege het verplicht eigen risico) en het huishoudinkomen van de ontvanger (het toetsingsinkomen in het kader van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir)). De Wet op de zorgtoeslag (hierna: Wzt) gaat ervan uit dat een huishouden maximaal een op basis van een formule bepaald percentage van het inkomen dient bij te dragen aan de nominale premie voor de binnen het huishouden bestaande, premieplichtige1 zorgverzekeringen en voor de betalingen in verband met het verplicht eigen risico. Dit is de normpremie.

Het normatieve percentage dat een huishouden geacht wordt aan zorg te betalen (de normpremie) wordt berekend als een percentage van het minimumloon plus een percentage van het inkomen van het huishouden dat het minimumloon te boven gaat.

In formule:

NP = Norm % x WML + Afbouw % x (INK -/- WML)

waarbij

NP = normpremie

INK = huishoudinkomen

WML = wettelijk minimumloon

Norm %= normpercentage

Afbouw %= afbouwpercentage

Indien de standaardpremie voor een verzekerde hoger is dan de normpremie, wordt het restant automatisch door een zorgtoeslag gecompenseerd. Indien de standaardpremie voor een zorgverzekering daarentegen minder bedraagt dan de normpremie, bestaat geen recht op een zorgtoeslag. Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens; er gelden verschillende normpercentages en bij een meerpersoonshuishouden wordt de zorgtoeslag bepaald als twee maal de standaardpremie minus de normpremie.

3. De aanpassing van de percentages voor de zorgtoeslag.

Wijziging van de percentages bij algemene maatregel van bestuur

De Wzt (artikel 2, derde lid) bevat de geldende percentages voor het berekenen van de normpremie. De percentages kunnen op grond van artikel 2, derde lid, van de Wzt, bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd. Dit betekent dat artikel 2, derde lid, van de Wzt, voor wat betreft de percentages, bij algemene maatregel van bestuur kan worden gewijzigd. De percentages zijn enkele keren aangepast met als doel de kosten van de zorgtoeslag te verlagen. Het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag bevatte de percentages voor het berekenen van de normpremie voor de jaren 2012 tot en met 2040.

Het onderhavige besluit wijzigt in het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag, de percentages voor de jaren 2013 tot en met 2040.

Aanpassing in verband met de inwerkingtreding van de Wul

De Wul treedt met ingang van 1 januari 2013 in werking. De Wul bevat een aantal wijzigingen in inkomens- en loonbegrippen die het stelsel van belastingen, premies en toeslagen makkelijker uitvoerbaar en begrijpelijker maakt. In dat kader is onder andere besloten om de systematiek rond de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (hierna: IAB) te veranderen. De werknemer diende tot en met 2012 de IAB zelf te betalen, maar werd daarvoor gecompenseerd door de werkgever. Die werkgeversvergoeding verhoogde het voor de toeslagen in aanmerking te nemen toetsingsinkomen van de werknemer. Met ingang van 2013 betaalt niet langer de werknemer de IAB, maar de werkgever.

De werkgeversbijdrage behoort anders dan de voormalige werkgeversvergoeding niet tot het loon van de werknemer en telt daarom niet mee bij de bepaling van het toetsingsinkomen. Als gevolg daarvan daalt het toetsingsinkomen van huishoudens.

Zonder nadere maatregelen zou door de daling van het toetsingsinkomen bij veel huishoudens recht ontstaan op een hogere zorgtoeslag, terwijl er daarnaast huishoudens recht zouden krijgen op zorgtoeslag, die dat eerder niet hadden.

Dat is ongewenst. Een verhoging van de normpercentages en het afbouwpercentage met 0,25%-punt voorkomt die ongewenste gevolgen.

De Staatssecretaris van Financiën heeft de verhoging met 0,25%-punt genoemd in zijn brieven van 20 juni 2012 aan de Eerste Kamer respectievelijk de Tweede Kamer der Staten-Generaal2.

Aanpassing in verband met de compensatie verhoging verplicht eigen risico (Begrotingsakkoord 2013)

Het verplicht eigen risico voor de zorgverzekering bedraagt met ingang van 1 januari 2013 € 350. De verhoging van het verplicht eigen risico met € 115 (bovenop de indexatie) is een van de afspraken in het Begrotingsakkoord 2013. Het Begrotingsakkoord 2013 bevat tevens de afspraak om de huishoudens met de laagste inkomens via de zorgtoeslag volledig te compenseren voor de verhoging van het verplicht eigen risico voor de zorgverzekering met € 115.

Een verhoging van de zorgtoeslag voor de laagste inkomens vergt een verlaging van het normpercentage; het percentage van het WML dat een huishouden zelf wordt geacht te betalen aan premies en eigen risico. Om de maximumzorgtoeslag voor een eenpersoonshuishouden met € 115 te verhogen, is een verlaging van het normpercentage van alleenstaanden noodzakelijk van 0,6%-punt (omdat 0,6% van het WML van naar verwachting € 19.043 uitkomt op € 115). Om de maximumzorgtoeslag voor een meerpersoonshuishouden met twee maal € 115 te verhogen, is een verlaging van het normpercentage van meerpersoonshuishoudens nodig van 1,2%-punt.

In het kader van het Begrotingsakkoord 2013 is eveneens besloten tot een verhoging van het afbouwpercentage. Dit heeft als doel om te voorkomen dat de verhoging van de maximumzorgtoeslag met € 115 zou leiden tot een forse toename van het aantal zorgtoeslaggerechtigden. Het afbouwpercentage moet met 0,923%-punt worden verhoogd om die forse toename te voorkomen.

Aanpassing in verband met het koopkrachtreparatiepakket van het Begrotingsakkoord 2013

In het kader van het Begrotingsakkoord 2013 is een groot aantal maatregelen genomen die de inkomens van huishoudens raken. Om negatieve inkomensgevolgen voor de laagste inkomens te voorkomen is daarom in het kader van het Begrotingsakkoord 2013 (meer in het bijzonder in het pakket btw-terugsluis) om de zorgtoeslag voor de laagste inkomens te verhogen en te werken met een steiler afbouwpercentage. De verhoging van de zorgtoeslag vergt een verlaging van het normpercentage voor eenpersoonshuishoudens met 0,6%-punt en voor meerpersoonshuishoudens met 0,4%-punt.

De verhoging van het afbouwpercentage heeft als doel het budgettaire beslag van de zorgtoeslag gelijk te houden. Het afbouwpercentage moet daartoe met 1,7%-punt worden verhoogd. De aanpassingen in de zorgtoeslag op grond van het koopkrachtreparatiepakket van het Begrotingsakkoord 2013, hebben als gevolg dat de laagste inkomens fors meer zorgtoeslag ontvangen, maar dat het aantal rechthebbenden op zorgtoeslag fors daalt.

De resulterende percentages

De onderstaande tabel bevat de drie percentages die de hoogte van de zorgtoeslag bepalen, die op basis van dit besluit gelden. Daarbij wordt aangegeven in welke mate de percentages wijzigen op grond van de hierboven vermelde gronden.

Tabel 1: Bijstelling percentages
 

2011

2012

2013

2014

2015

2020

2030

Normpercentage eenpersoonshuishoudens

             

– Oorspronkelijk

2,70%

2,70%

2,70%

2,70%

2,70%

2,70%

2,70%

– Na maatregel 2010

2,715%

2,73%

2,745%

2,76%

2,775%

2,85%

3,00%

– Na maatregel 2011

2,715%

2,93%

3,145%

3,36%

3,575%

3,65%

3,80%

– Wul

   

+0,25%

+0,25%

+0,25%

+0,25%

+0,25%

– Compensatie verhoging verplicht eigen risico

   

–0,60%

–0,60%

–0,60%

–0,60%

–0,60%

– Koopkrachtreparatiepakket

   

–0,60%

–0,60%

–0,60%

–0,60%

–0,60%

– Na huidige maatregel

2,715%

2,93%

2,195%

2,41%

2,625%

2,70%

2,85%

               

Normpercentage meerpersoonshuishoudens

             

– Oorspronkelijk

5,00%

5,00%

5,00%

5,00%

5,00%

5,00%

5,00%

– Na maatregel 2010

5,015%

5,03%

5,045%

5,06%

5,075%

5,15%

5,30%

– Na huidige maatregel

5,015%

5,53%

6,045%

6,56%

7,075%

7,15%

7,30%

– Wul

   

+0,25%

+0,25%

+0,25%

+0,25%

+0,25%

– Compensatie verhoging verplicht eigen risico

   

–1,20%

–1,20%

–1,20%

–1,20%

–1,20%

– Koopkrachtreparatiepakket

   

–0,40%

–0,40%

–0,40%

–0,40%

–0,40%

– Na huidige maatregel

5,015%

5,53%

4,695%

5,21%

5,725%

5,80%

5,95%

               

Afbouwpercentage

             

– Oorspronkelijk

5,00%

5,00%

5,00%

5,00%

5,00%

5,00%

5,00%

– Na maatregel 2010

5,03%

5,06%

5,09%

5,12%

5,15%

5,30%

5,60%

– Na huidige maatregel

5,03%

5,435%

5,84%

6,245%

6,65%

6,80%

7,10%

– Wul

   

+0,25%

+0,25%

+0,25%

+0,25%

+0,25%

– Compensatie verhoging verplicht eigen risico

   

+0,923%

+0,923%

+0,923%

+0,923%

+0,923%

– Koopkrachtreparatiepakket

   

+1,70%

+1,70%

+1,70%

+1,70%

+1,70%

– Na huidige maatregel

5,03%

5,435%

8,713%

9.118%

9.523%

9,673%

9,973%

Het onderhavige besluit leidt naar huidig inzicht tot een daling in 2013 van het aantal huishoudens met een zorgtoeslag met 300.000. Dit is het gevolg van de stijging van het afbouwpercentage uit hoofde van het koopkrachtreparatiepakket van het Begrotingsakkoord 2013.

4. Budgettaire gevolgen

Dit besluit wijzigt de percentages voor de zorgtoeslag vanwege drie redenen.

De aanpassing in verband met de inwerkingtreding van de Wul en uit hoofde van het koopkrachtreparatiepakket van het Begrotingsakkoord 2013 hebben geen budgettaire gevolgen. De wijzigingen uit hoofde van de Wul hebben juist expliciet als doel te voorkomen dat de zorgtoeslag duurder wordt.

De wijzigingen in het kader van het koopkrachtreparatiepakket van het Begrotingsakkoord 2013 zijn budgettair neutraal. Alleen de wijzigingen in het kader van de compensatie van de verhoging van het eigen risico leiden tot een wijziging van het budgettaire beslag van de zorgtoeslag. Deze wijziging leidt naar verwachting tot een toename van het beslag met structureel € 560 miljoen vanaf 2013. In de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten ter uitvoering van het Begrotingsakkoord 2013 (33 288) is het bovenbedoelde bedrag genoemd3.

In onderstaande tabel staan de budgettaire kosten van de maatregel.

Tabel 2: Kosten maatregel in miljarden euro’s
 

2013

2014

2015

2016

Struct

Kosten

0,56

0,56

0,56

0,56

0,56

5. Inkomenseffecten en effect op de marginale druk

Omdat de aanpassing van de percentages voor de zorgtoeslag in dit besluit voortvloeien uit de Wul en het Begrotingsakkoord 2013, is het niet zinvol bij dit voorstel separaat inkomenseffecten op te nemen. De inkomenseffecten van het onderdeel dat samenhangt met Wul zijn meegenomen in de weergave van de inkomenseffecten van de Wul in de brieven van de Staatssecretaris van Financiën van 20 juni 20124.

De inkomensgevolgen van de onderdelen die samenhangen met het Begrotingsakkoord 2013, zijn meegenomen in de doorrekening van het Begrotingsakkoord 2013 in de Voorjaarsnota 20125.

De marginale druk stijgt door deze maatregel met 2,9%-punt vanaf 2013.

De bijdrage aan de marginale druk van de afbouw van de zorgtoeslag is in 2012 5,4 %-punt. Door de oploop uit de maatregelen waartoe is besloten in 2010 en 2011 en de extra stijging dit voorstel stijgt deze bijdrage aan de marginale druk tot 8,7%-punt in 2013 (en op termijn, in 2040, tot 10,3%-punt). Voor huishoudens die door de voorliggende maatregel het recht op zorgtoeslag verliezen, treedt juist een verbetering van de marginale druk op.

Voor alleenstaanden treedt deze verbetering op vanaf een bruto inkomen van circa 33.000 euro en voor een paar vanaf een bruto inkomen van circa 45.000 euro.

6. Administratieve lasten en uitvoerbaarheid

Bij het vaststellen van de hoogte van de zorgtoeslag houdt de Belastingdienst/Toeslagen automatisch rekening met de nieuwe percentages.

Dit vergt geen actie van burgers en/of bedrijven. Door deze maatregel zal het aantal rechthebbenden op zorgtoeslag structureel met circa 0,3 miljoen afnemen in 2013, deels als gevolg van minder nieuwe rechthebbenden. Huishoudens die geen zorgtoeslag meer krijgen, hoeven de beschikking niet meer te controleren (afgezien van het jaar waarin de zorgtoeslag vervalt). Indien er minder nieuwe rechthebbenden zijn, hoeven ook minder huishoudens zorgtoeslag aan te vragen. Door het verdwijnen van controles zullen de administratieve lasten van burgers vanaf 2014 dalen met circa 50.000 uur. De Belastingdienst/Toeslagen voert de zorgtoeslag uit. De wijzigingen van de percentages passen in de reguliere (jaarlijkse) aanpassing van de normpremie voor de toekenning van de zorgtoeslag. Die wijzigingen zijn dan ook uitvoerbaar.

II Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

De in de tabel bij het desbetreffende berekeningsjaar vermelde percentages gelden voor dat berekeningsjaar als de percentages, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Wzt.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. I. Schippers


X Noot
1

Zorgverzekeringen voor verzekerden jonger dan achttien jaar, zijn premievrij en er geldt voor die verzekerden geen verplicht eigen risico.

X Noot
2

Kamerstukken I 2011/12, 32131, F, blz. 6 en Kamerstukken II 2011/12, 32 131, nr. 25, bijlage 2.

X Noot
3

Kamerstukken II 2011/12, 33 288, nr. 6, blz. 11.

X Noot
4

Kamerstukken I 2011/12, 32 131, F, blz. 5 en Kamerstukken II 2011/12, 32 131, bijlage 1.

X Noot
5

Kamerstukken II 2011/12, 33 280, nr. 1, blz. 38.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.