Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2012, 470AMvB

Besluit van 21 september 2012 tot wijziging van het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO, het Besluit kerndoelen onderbouw VO, het Besluit kerndoelen WEC, het Besluit kerndoelen WPO BES en het Besluit kerndoelen onderbouw VO BES in verband met aanpassing van de kerndoelen op het gebied van seksualiteit en seksuele diversiteit

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 6 maart 2012, nr. WJZ/384213 (02734), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

Gelet op artikel 9, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 13, zevende lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 11b, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 11, vierde lid en artikel 12, vierde lid van de Wet primair onderwijs BES en artikel 34 van de Wet voortgezet onderwijs BES;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 18 juli 2012, nr. W05.12.0070/l);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 14 september 2012, nr. 429741 (02734), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

In de bijlage bij het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO komt kerndoel 38 als volgt te luiden:

  • 38. De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.

ARTIKEL II

Het Besluit kerndoelen onderbouw VO wordt als volgt gewijzigd:

In de bijlage bij het Besluit komt kerndoel 43 als volgt te luiden:

  • 43. De leerling leert over overeenkomsten, verschillen en veranderingen in cultuur en levensbeschouwing in Nederland, leert eigen en andermans leefwijze daarmee in verband te brengen, leert de betekenis voor de samenleving te zien van respect voor elkaars opvattingen en leefwijzen, en leert respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.

ARTIKEL III

Het Besluit kerndoelen WEC wordt als volgt gewijzigd:

A

In bijlage 1 komt kerndoel 53 als volgt te luiden:

  • 53. De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.

B

In bijlage 2 komt kerndoel 31 als volgt te luiden:

  • 31. De leerlingen leren herkennen dat in de samenleving, onder meer op het gebied van seksualiteit, verschillen en overeenkomsten zijn tussen mensen en groepen van mensen in de wijze waarop ze leven.

ARTIKEL IV

In de bijlage bij het Besluit kerndoelen WPO BES komt kerndoel 44 als volgt te luiden:

  • 44. De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in een multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.

ARTIKEL V

In de bijlage bij het Besluit kerndoelen onderbouw VO BES komt kerndoel 43 als volgt te luiden:

  • 43. De leerling leert over overeenkomsten, verschillen en veranderingen in cultuur en levensbeschouwing, leert eigen en andermans leefwijze daarmee in verband te brengen, leert de betekenis voor de samenleving te zien van respect voor elkaars opvattingen en leefwijzen, en leert respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.

ARTIKEL VI

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Het Oude Loo, 21 september 2012

Beatrix

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M. J. M. Verhagen

Uitgegeven de achttiende oktober 2012

De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Nut en noodzaak van dit besluit

Met dit besluit wordt uitvoering gegeven aan de moties Pechtold c.s. (Kamerstukken II 2009/10, 27 017, nr. 59) en Van der Ham (Kamerstukken II 2010/11, 27 017, nr. 78). Een groot deel van de scholen in het primair en voortgezet onderwijs schenkt volgens deze moties en volgens onderzoek van onder meer de Inspectie van het Onderwijs onvoldoende aandacht aan seksualiteit en seksuele diversiteit1, waarbij de bestaande kerndoelen rond dit onderwerp onvoldoende duidelijkheid op dit front scheppen. De moties vloeien voort uit de gedachte dat aandacht in het onderwijs voor seksualiteit en seksuele diversiteit van groot belang is voor seksuele weerbaarheid en seksuele gezondheid, een veilig schoolklimaat, tolerantie en respect voor homoseksualiteit, biseksualiteit en genderidentiteit2. Dit geldt specifiek voor jongeren die lesbisch, homoseksueel, biseksueel en/of transgender (lhbt-ers) zijn, want deze jongeren ervaren onvoldoende veiligheid, tolerantie en acceptatie in hun (school)omgeving. Daarnaast is dit ook van belang voor jongeren die te maken kunnen krijgen met seksueel geweld en de seksualisering van de maatschappij. Dit geldt niet alleen voor jongeren in primair en voortgezet onderwijs, maar ook voor jongeren in het speciaal onderwijs.

Verschillende onderzoeken bevestigen het beeld dat de positie van lhb-jongeren kwetsbaar is3. Weliswaar is de acceptatie van homoseksualiteit over het algemeen hoog, toch hebben relatief veel jongeren moeite met homoseksualiteit. Ze staan afwijzend tegenover openlijke homoseksualiteit (met name van jongens) en vriendschappen met lhb-leeftijdgenoten. Meisjes hebben doorgaans positievere opvattingen over homoseksualiteit dan jongens. Een groot deel van de jongeren denkt dat homoseksuele jongeren niet open kunnen zijn over hun seksuele voorkeur. Er zijn aanwijzingen dat de acceptatie van transgenderjongeren niet wezenlijk verschilt van lhb-jongeren4.

Een meerderheid van de lhb-jongeren, die open zijn over hun seksuele voorkeur, heeft ooit te maken gehad met negatieve reacties op hun seksuele voorkeur, jongens meer dan meisjes. Het gaat vooral om schelden en pesten, op school en in de buurt. Een kwart van de jongeren is vriendschappen kwijtgeraakt. Een kwart van de jongeren ervaart ook dat medeleerlingen hun homoseksualiteit niet accepteren. Bijna de helft van de jongeren heeft suïcidegedachten gehad en een kwart daarvan heeft ook een suïcidepoging ondernomen. Lhb-jongeren die biseksueel, relatief jong, religieus of allochtoon zijn, ervaren nog minder acceptatie en rapporteren meer depressieve klachten. Dat geldt ook voor meisjesachtige jongens en jongensachtige meisjes5.

Op VO scholen blijkt dat lhb-jongeren meer geweld ervaren en zich onveiliger voelen dan niet lhb-leerlingen. De onveiligheidsgevoelens van lhb-jongeren hangen ook sterk samen met geweldervaringen6.

Onderzoek laat daarnaast zien dat nog altijd veel jongeren, vooral meisjes, slachtoffer zijn van seksueel geweld. Van de jongeren onder de zestien jaar, heeft één op de vijf meisjes en één op de vijfentwintig jongens in hun leven ooit een of andere vorm van seksueel geweld meegemaakt, variërend van ongewenste aanrakingen tot verkrachtingen. Ook blijkt dat één op de zestien vrouwen en één op de vijftig mannen voor hun zestiende jaar is verkracht. Ook rapporteren jongeren relatief vaak dat zij ooit gedwongen zijn tot seksuele handelingen die zij eigenlijk niet wilden7.

Tegelijkertijd is gebleken dat op lang niet alle scholen aandacht wordt besteed aan seksualiteit en seksuele diversiteit. De aandacht blijkt bovendien sterk docent- en incidentafhankelijk en is meestal geen onderdeel van het curriculum of schoolbeleid. Ook blijkt dat leerlingen die zich het minst weerbaar voelen, op schoolsoorten met het minste beleid en minste aanbod op dit terrein zitten.8 Daarnaast blijkt dat veel scholen en docenten op deze onderwerpen handelingsverlegen zijn.9

Het is van belang dat alle jongeren de school als een veilige plek ervaren waar zij zichzelf kunnen zijn. Aandacht voor het respectvol omgaan met seksualiteit en seksuele diversiteit draagt bij aan een sociaal veiliger schoolklimaat. Hoewel de hoeveelheid onderzoeken op dit punt nog beperkt is, blijkt uit de Jeugdgezondheidsmonitor (E-MOVO 2011–2012 van de GGD regio Nijmegen) onder alle 2e en 4e klassers uit de regio Nijmegen, waar het voortgezet onderwijs sinds 10 jaar structurele aandacht heeft voor seksuele diversiteit, dat de acceptatie van seksuele diversiteit onder deze jongeren in 2011 is verbeterd10. Zo vond in 2003 meer dan 16 procent van de 2e en 4e klassers het raar als twee meisjes of jongens verliefd zijn op elkaar. In 2012 is dat aantal teruggelopen naar 11%.

Verankering van aandacht voor seksualiteit en seksuele diversiteit in de kerndoelen staat hierbij uiteraard niet op zichzelf: de regering voert een breed beleid gericht op bevordering van sociale acceptatie van lhbt-jongeren. Het stimuleren van een veilig schoolklimaat is noodzakelijk en belangrijk. Er zijn, het advies van de Onderwijsraad11 bevat daarover belangwekkende passages, sterke en onderbouwde gegevens die erop duiden dat homoseksualiteit onder jongeren lang niet altijd wordt gerespecteerd. Daarbij speelt gebrek aan kennis over seksualiteit en seksuele diversiteit een belangrijke rol. Zo heeft de Speciale Onderwijsrapporteur van de Verenigde Naties zich eind 2011 uitgesproken voor aandacht voor seksuele diversiteit bij seksuele voorlichting12. De bestaande kerndoelen geven onvoldoende richting op dit punt. Een nadere wettelijke borging door de in dit besluit opgenomen aanpassing van de kerndoelen ligt in lijn met de moties Pechtold c.s. en Van der Ham en vormt een aanvulling op het lopende beleid.

Inhoud van het besluit

In de moties die ten grondslag liggen aan dit besluit wordt de regering verzocht de kerndoelen 38 (primair onderwijs) en 43 (onderbouw voortgezet onderwijs) aan te passen. In mijn brief van 25 november 2011 aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2011/12, 27 017, nr. 91) schreef ik dat de regering zal voldoen aan deze wens van de Tweede Kamer en op welke wijze de regering voornemens was om dat te doen (inclusief aanpassing van de kerndoelen voor het speciaal onderwijs). Het advies van de Raad van State geeft echter aanleiding de formulering van dit initiële voorstel opnieuw te bezien. De Raad van State adviseert om de aanpassing van de kerndoelen niet te beperken tot één specifieke vorm van discriminatie, maar te kiezen voor een algemenere benadering, omdat anders onwillekeurig de suggestie wordt gewekt dat andere vormen van discriminatie en uitsluiting geen bijzondere aandacht behoeven. In lijn met dit advies van de Raad van State is gekozen om de onderhavige aanpassing van de kerndoelen in een bredere context te plaatsten. De formulering luidt als volgt: «leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit in de samenleving waaronder seksuele diversiteit». Er zijn echter goede redenen om seksuele diversiteit wel expliciet te benoemen in dit kerndoel. Uit onderzoek zoals hierboven genoemd is bekend dat seksualiteit en seksuele diversiteit voor scholen en docenten vaak moeilijk bespreekbare onderwerpen zijn en dat handelingsverlegenheid veel voorkomt. Bij een algemene, niet gespecificeerde formulering van «maatschappelijke diversiteit» bestaat het risico dat alleen aandacht zal worden besteed aan aspecten van diversiteit die minder taboes kennen.

Reikwijdte van het besluit

De reikwijdte van dit besluit is het primair onderwijs, het speciaal onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Voor de tweede fase van het voortgezet onderwijs zijn geen kerndoelen vastgesteld. Als gevolg daarvan vormt de tweede fase geen onderdeel van dit besluit.

Door aandacht voor seksualiteit en seksuele diversiteit in de kerndoelen te verankeren, worden alle leerlingen in de leeftijdscategorie tot en met 14 à 15 jaar bereikt en wordt beoogd de seksuele weerbaarheid van jongeren te versterken. Daarmee is sprake van vroege bewustwording bij alle leerlingen. Hoe eerder deze bewustwording optreedt, hoe beter zij gevormd worden en geëquipeerd zijn om in hun verdere schoolcarrière (zoals in de tweede fase van het voortgezet onderwijs en de te volgen vervolgopleidingen), en ook daarbuiten in hun maatschappelijke en sociale leven, hiermee om te gaan. Zo is bewust gekozen voor inbedding in de kerndoelen; het curriculum van de tweede fase van het voortgezet onderwijs kan hierop voortborduren in vakken als maatschappijleer en biologie.

Het is belangrijk dat deze wijziging van de kerndoelen ook wordt doorgevoerd in Caribisch Nederland. De scholen daar zien zich momenteel echter geconfronteerd met veel veranderingen in het onderwijs, waardoor het risico op overbelasting bestaat. In maart 2012 is de beoogde wijziging in de kerndoelen op het gebied van seksualiteit en seksuele diversiteit besproken met de schoolbesturen en eilandbesturen tijdens het eilandelijk onderwijsoverleg op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Afgesproken is dat deze wijziging te zijner tijd ook van kracht zal worden in Caribisch Nederland. De datum van inwerkingtreding is nog nader te bepalen. Er zal nader overleg worden gevoerd tussen het ministerie van OCW en de eiland- en schoolbesturen over de gewenste datum van inwerkingtreding in Caribisch Nederland.

Draagvlak en uitvoerbaarheid

Er is breed politiek draagvlak voor dat in het primair en voortgezet onderwijs voldoende aandacht wordt besteed aan seksualiteit en seksuele diversiteit. De gedachte daarachter is dat aandacht in het onderwijs voor seksualiteit en seksuele diversiteit van groot belang is voor seksuele weerbaarheid, een veilig schoolklimaat, tolerantie van en respect voor lhbt-ers.

Vanuit het scholenveld zijn wel kanttekeningen geplaatst. Ten eerste moet voorkomen worden dat de opdracht aan scholen steeds opnieuw wordt uitgebreid of aangepast. Het feit dat de kerndoelen nu worden aangepast in het licht van seksualiteit en seksuele diversiteit, is nadrukkelijk niet bedoeld als precedent om op andere terreinen de kerndoelen eveneens aan te passen. Ten tweede is het van belang dat scholen de kerndoelen op schoolniveau naar eigen inzicht onderwijskundig én inhoudelijk kunnen invullen, passend bij de eigen professionele en identiteitsgerelateerde keuzes en de schoolspecifieke visie en context. De in dit besluit opgenomen wijziging van de betreffende kerndoelen biedt die ruimte: scholen kunnen de aangepaste kerndoelen naar eigen inzicht concreet uitwerken, bijvoorbeeld in vakken, in projecten of als specifieke voorlichtingsactiviteit (via docenten, deskundigen of iemand die zelf homoseksueel is). Voor de inhoudelijke invulling van de kerndoelen op schoolniveau zijn de nodige leermiddelen beschikbaar om scholen en leraren daarbij te ondersteunen.

Advies Onderwijsraad

Op 20 juni 2012 heeft de Onderwijsraad advies uitgebracht over een concept van dit besluit. Samenvattend is de Onderwijsraad van mening dat alle leerlingen recht hebben op onderwijs in een omgeving waarin ze geaccepteerd en gerespecteerd worden. Alleen dan kunnen jongeren zich ontplooien tot zelfbewuste burgers. Het bespreekbaar maken van verschillen tussen leerlingen met aandacht voor seksualiteit en seksuele diversiteit is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De aan de Onderwijsraad voorgelegde aanpassing van de kerndoelen vindt de raad echter niet de aangewezen weg om de acceptatie te vergroten van lhbt-jongeren. Voor het bevorderen van aandacht voor seksuele diversiteit in het onderwijs via de kerndoelen bieden de bestaande wettelijke bepalingen volgens de Onderwijsraad onvoldoende grondslag gezien hun open karakter. De Onderwijsraad stelt zich op het standpunt dat het voorstel om aandacht te besteden aan seksualiteit en seksuele diversiteit neerkomt op een nadere specifieke invulling van de verschillende «doelbepalingen» in artikel 8 van de Wet op het primair onderwijs (WPO), hetgeen niet in overeenstemming is met de algemene aard van de wettelijke doelbepalingen, die zien op de samenleving in haar geheel, in al haar diversiteit en pluriformiteit.

Terecht wijst de Afdeling advisering van de Raad van State erop dat dit besluit, voor wat betreft het primair onderwijs, niet is gebaseerd op artikel 8 maar op artikel 9, vijfde lid van de WPO13.

Het advies van de Onderwijsraad en van de Afdeling begrijp ik voorts als een signaal dat bij verstrekkende normatieve opdrachten aan het onderwijs die zien op algemene vormingsdoelen, zorgvuldig moet worden afgewogen of de huidige wettekst in artikel 8 WPO daarvoor een toereikende basis biedt. Ik deel deze notie. Ik ben evenwel van oordeel dat het onderhavige voorstel voor aanpassing van de kerndoelen op het gebied van seksualiteit en seksuele diversiteit, zo dicht bij de al bestaande kerndoelen ligt – onder meer de kerndoelen die gaan over mens en samenleving – dat deze op grond van artikel 9 gerechtvaardigd is. Het advies van de Afdeling biedt hiervoor voldoende ruimte.

De Onderwijsraad adviseert om de aandacht te (blijven) richten op het realiseren van een veilig schoolklimaat voor alle leerlingen, onder andere door een positief emancipatiebeleid, en homospecifieke discriminatie en uitsluiting actief tegen te gaan. Naar het oordeel van de Onderwijsraad blijft, indien de kerndoelen worden aangepast, gericht ondersteunend beleid noodzakelijk. Ik ben het met de Onderwijsraad eens dat het van belang is een actief en positief emancipatiebeleid te voeren, ook vanuit de regering. Ik zal dit beleid dan ook voortzetten en samen met het scholenveld de aandacht (blijven) richten op het realiseren van een veilig schoolklimaat voor alle leerlingen, onder andere door een positief emancipatiebeleid en door het actief tegen gaan van discriminatie en uitsluiting, ook op het gebied van seksuele geaardheid.

Uitvoeringsgevolgen

Dit besluit heeft geen uitvoeringsconsequenties voor DUO en leidt niet tot bezwaren op handhavingsvlak.

Administratieve lasten

Dit besluit brengt geen administratieve lasten met zich mee.

Financiële gevolgen

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen voor de Rijksoverheid.

Artikelsgewijs

Artikelen I tot en met V

De meest relevante kerndoelen voor primair onderwijs, speciaal onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs (zowel voor Europees Nederland als voor Caribisch Nederland) worden aangepast.

Aan de kerndoelen die gaan over respectvol omgaan met verschillen in opvattingen en leefwijzen wordt de zinsnede «respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit» toegevoegd. Deze toevoeging wordt voor Europees Nederland toegevoegd aan kerndoel 38 voor het primair onderwijs, kerndoel 43 voor het voortgezet onderwijs en kerndoelen 53 uit bijlage 1 en 31 uit bijlage 2 voor het speciaal onderwijs. Voor Caribisch Nederland worden kerndoel 44 voor het primair onderwijs en kerndoel 43 voor het voortgezet onderwijs BES op gelijke wijze aangepast.

Vanwege de formulering van de huidige kerndoelen wijken de nieuwe formuleringen voor primair en speciaal onderwijs zeer licht af van de formulering voor voortgezet onderwijs.

Artikel VI

Beoogd is dit besluit zo spoedig mogelijk in 2012 in werking te laten treden voor Europees Nederland. Om de scholen hierop voor te bereiden ontvangen zij een brief, zoals ik heb toegezegd tijdens het debat op 13 juni 2012 (Handelingen II, 2011/12, nr. 95, blz. 58–70). Het vastgestelde besluit wordt – in verband met de nahangbepalingen in artikel 9, vijfde lid WPO, artikel 11b, tweede lid WVO en artikel 13, zevende lid van de WEC – overgelegd aan beide Kamers der Staten-Generaal en treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in het besluit geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. Bij deze procedure past het niet om de inwerkingtredingsdatum reeds in dit besluit vast te stellen. Daarom is bepaald dat de inwerkingtreding geschiedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Bovendien is bepaald dat inwerkingtreding van de verschillende artikelen, of onderdelen daarvan, kan plaatsvinden op verschillende tijdstippen. Na overleg over de beoogde wijziging van de kerndoelen met Caribisch Nederland in maart 2012 is afgesproken om te overleggen met de eiland- en schoolbesturen over het tijdstip van inwerkingtreding in Caribisch Nederland.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart


X Noot
1

Inspectie van het Onderwijs (2009). Weerbaar en divers; onderzoek naar seksuele diversiteit en seksuele diversiteit in het Onderwijs.

X Noot
2

Rutgers WPF (2012). Genderidentiteit is hier een verwijzing naar transgenders: mensen bij wie hetgeboortegeslacht, de genderidentiteit en de genderexpressie niet met elkaar overeenkomen.

X Noot
3

S. Keuzenkamp (2010). Steeds gewoner, nooit gewoon. SCP; Inspectie van het Onderwijs (2009). Weerbaar en divers; onderzoek naar seksuele diversiteit en seksuele weerbaarheid in het onderwijs.

X Noot
4

Twintig procent van de Nederlanders staat afwijzend tegenover transgenders. J. Kuyper (2012). Uit: Transgenders in Nederland: prevalentie en attitudes. Rutgers WPF.

X Noot
5

S. Keuzenkamp (2010). Steeds gewoner, nooit gewoon. SCP.

X Noot
6

T. Mooij c.s. (2012). Sociale onveiligheid van lhb-schoolpersoneel en lhb-leerlingen. ITS Radboud Universiteit

Nijmegen.

X Noot
7

Rutgers WPF (2011). Bevolkingsstudie seksuele gezondheid 2009; Rutgers WPF (2012). Seks onder je 25ste.

X Noot
8

Inspectie van het Onderwijs (2009). Weerbaar en divers; onderzoek naar seksuele diversiteit en seksuele weerbaarheid in het onderwijs; Inspectie van het Onderwijs (2010); Veiligheid op school; Nationale Jeugdraad (2006). Seksualiteit en tolerantie.

X Noot
9

Rutgers Nisso Groep (2009). Een kwestie van persoonlijkheid? Aandacht voor homoseksualiteit in het voortgezet onderwijs; Rutgers WPF (2011).; Kersten, Anne, en Theo Sandfort (1994). Lesbische en homoseksuele adolescenten in de schoolsituatie. Een inventarisatie van knelpunten, problemen en oplossingen, Utrecht: Interfacultaire Werkgroep Homostudies.

X Noot
10

Ir. M. van der Star (2012). E-MOVO, GGD regio Nijmegen. E-MOVO staat voor Elektronische MOnitor en VOorlichting. Het is een onderzoek naar gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in klas 2 en 4 van het voortgezet onderwijs. Met de verzamelde gegevens kunnen gemeenten, instellingen en scholen richting geven aan hun (gezondheids)beleid en zorgbeleid.

X Noot
11

Advies van de Onderwijsraad bij de aanpassing van de kerndoelen, 20 juni 2012.

X Noot
12

Unesco (2012). Good policy and practice booklet; education sector responses to homophobic bullying. Quote: «In order to be comprehensive, sexual education must pay special attention to diversity, since everyone has the right to deal with his or her own sexuality».

X Noot
13

Deze paragraaf verwijst kortheidshalve alleen naar de WPO en de daarop gebaseerde kerndoelen maar is uiteraard ook van toepassing op de daarmee overeenkomende bepalingen voor het voortgezet en speciaal onderwijs in Europees en in Caribisch Nederland.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt met de daarbijbehorende stukken openbaar gemaakt door publicatie in de Staatscourant.