Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2012, 414Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 6 september 2012, houdende vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de Wet College voor de rechten van de mens

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 augustus 2012, 2012-0000472893, DCB/CZW/S&B;

Gelet op artikel 39, eerste lid, van de Wet College voor de rechten van de mens;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De hoofdstukken 1 en 2, de artikelen 14, 16, eerste lid, en 17 tot en met 20 en de hoofdstukken 4, 5 en 6 van de Wet College voor de rechten van de mens treden in werking met ingang van 1 oktober 2012.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 6 september 2012

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. W. E. Spies

Uitgegeven de twintigste september 2012

De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Dit inwerkingtredingsbesluit regelt de inwerkingtreding van de Wet College voor de rechten van de mens, voor zover die wet nog niet in werking is getreden ingevolge het koninklijk besluit van 7 december 2011 (Stb. 2011, 606). Op 17 december 2011 zijn namelijk artikel 15 en het tweede en derde lid van artikel 16 van de wet in werking getreden, om de werving, de selectie en de benoeming van de raad van advies en de werving en selectie van nieuwe collegeleden te kunnen doen plaatsvinden. Nu de raad van advies benoemd is en de nieuwe Collegeleden worden benoemd per 1 oktober 2012, kunnen de overige bepalingen van de wet in werking treden met ingang van 1 oktober 2012. Op dat moment houdt de Commissie gelijke behandeling op te bestaan (door het vervallen van hoofdstuk 2 van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb), ingevolge artikel 24 van de Wet College voor de rechten van de mens) en wordt het College voor de rechten van de mens opgericht. Doordat hoofdstuk 2 Awgb vervalt, vervallen ook het Besluit rechtspositie leden Commissie gelijke behandeling en het Besluit werkwijze Commissie gelijke behandeling.

Daarvoor in de plaats komen:

  • het Besluit rechtspositie College voor de rechten van de mens;

  • een ministeriële regeling over de bezoldiging van de Collegeleden, de schadeloosstelling van de plaatsvervangende Collegeleden en de vergoeding voor de leden van de raad van advies;

  • het Besluit werkwijze onderzoek gelijke behandeling.

De wet treedt niet op een vast verandermoment in werking en er is geen invoeringstermijn van twee maanden. Aangezien de voorbereiding van het betrokken wetsvoorstel in 2009 is gestart is een afwijking van het systeem van vaste verandermomenten (Kamerstukken II 2009/10, 29 515, nr. 309) gerechtvaardigd. Het nader kabinetsstandpunt waarin het wetsvoorstel werd aangekondigd is immers in juli 2009 naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2008/09, 31 700 VII, nr. 95).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. W. E. Spies