Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en MilieuStaatsblad 2012, 332AMvB

Besluit van 12 juli 2012 tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht en het Besluit ruimtelijke ordening (aanvullingen en verduidelijkingen inzake digitale eisen ruimtelijke besluiten alsmede het herstel van enkele gebreken)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 2 april 2012, nr. IenM/BSK-16845, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Gelet op artikel 3.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de artikelen 2.4, 3.7, 3.37, 3.38, 4.1, 4.2, 4.3, 6.13 en 10.3 van de Wet ruimtelijke ordening;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord advies van 7 juni 2012, Nr. W14.12.0112/IV;

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 9 juli 2012, nr. IenM/BSK-2012/122594, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Aan artikel 6.14, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht wordt een volzin toegevoegd, luidende: De mededeling, bedoeld in de eerste volzin, wordt tevens langs elektronische weg gedaan en aan eenieder beschikbaar gesteld op de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening.

ARTIKEL II

Het Besluit ruimtelijke ordening wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1.1 vervalt het vierde lid.

B

In artikel 1.1.2 wordt «rijkbestemmingsplan» vervangen door: rijksbestemmingsplan.

C

Artikel 1.2.1 komt te luiden:

Artikel 1.2.1

  • 1. Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de wet stellen burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat de volgende visies, plannen, besluiten en verordeningen, in voorkomend geval met de daarbij behorende toelichting of onderbouwing, aan eenieder elektronisch beschikbaar:

    • a. structuurvisie;

    • b. bestemmingsplan;

    • c. wijzigings- of uitwerkingsplan;

    • d. voorbereidingsbesluit;

    • e. beheersverordening;

    • f. provinciale verordening als bedoeld in artikel 4.1 van de wet;

    • g. aanwijzing als bedoeld in artikel 4.2 of 4.4 van de wet;

    • h. exploitatieplan;

    • i. rijksbestemmingsplan.

  • 2. Er is een landelijke voorziening waar de visies, plannen, besluiten en verordeningen, bedoeld in het eerste lid, raadpleegbaar zijn.

  • 3. Voor zover een bestemmingsplan, wijzigings- of uitwerkingsplan, exploitatieplan of rijksbestemmingsplan dan wel een onderdeel daarvan:

    • a. niet in werking is getreden, of

    • b. onherroepelijk is,

    dragen burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat er zorg voor dat dit bij de raadpleging van dat plan langs elektronische weg kenbaar is.

  • 4. Burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat stellen eenieder in de gelegenheid een visie, plan, besluit of verordening als bedoeld in het eerste lid, in voorkomend geval met de daarbij behorende toelichting of onderbouwing, in te zien op onderscheidenlijk het gemeentehuis, provinciehuis, of op de hoofdzetel van het ministerie van Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat, dan wel op een andere door dat bestuursorgaan te bepalen locatie. Op verzoek wordt tegen kostprijs een afschrift daarvan verstrekt.

D

Na artikel 1.2.1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1.2.1a

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigings- of uitwerkingsplan, exploitatieplan, rijksbestemmingsplan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 4.2 of 4.4 van de wet waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is:

  • a. wordt het ontwerpbesluit met overeenkomstige toepassing van artikel 1.2.1, eerste en tweede lid, beschikbaar gesteld;

  • b. vermelden een kennisgeving als bedoeld in artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht en een mededeling als bedoeld in artikel 3:44, eerste lid, van die wet tevens de plaats waar eenieder in de gelegenheid wordt gesteld de plannen en aanwijzingen, bedoeld onder a, langs elektronische weg te raadplegen, alsmede het identificatienummer van die stukken.

E

In artikel 1.2.2 vervallen het eerste en tweede lid alsmede de aanduiding «3.» voor het derde lid.

F

Artikel 1.2.3 komt te luiden:

Artikel 1.2.3

  • 1. Een visie, plan, besluit en verordening als bedoeld in artikel 1.2.1, eerste lid, in voorkomend geval met de daarbij behorende toelichting of onderbouwing, worden elektronisch vastgesteld. Van een zodanig elektronisch document wordt tevens een papieren versie gemaakt.

  • 2. Indien de inhoud van een elektronisch document als bedoeld in het eerste lid tot een andere uitleg aanleiding geeft dan de papieren versie, is het eerstgenoemde document beslissend.

G

Artikel 1.2.4 komt te luiden:

Artikel 1.2.4

  • 1. Een visie, plan, besluit en verordening als bedoeld in artikel 1.2.1, eerste lid, worden vastgesteld met gebruikmaking van een of meer ondergronden. Bij het besluit tot vaststelling van de visie of het plan, dan wel bij het besluit of de verordening, wordt aangegeven welke ondergrond is gebruikt. Het betrokken bestuursorgaan stelt de ondergrond samen met een visie, plan, besluit of verordening op verzoek beschikbaar.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de vormgeving en inrichting van de te gebruiken ondergrond.

H

Artikel 1.2.5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt: en de eventueel daarin aangebrachte onderscheidingen.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de te hanteren standaard voor de geometrische plaatsbepaling.

I

Artikel 1.2.6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de elektronische beschikbaarstelling van een visie, plan, besluit of verordening als bedoeld in artikel 1.2.1, eerste lid, en het verstrekken van de informatie, bedoeld in artikel 1.2.1, derde lid, waarbij tevens regels kunnen worden gesteld omtrent de methoden en technieken voor het elektronisch berichtenverkeer.

2. Het derde en vierde lid vervallen.

J

In artikel 3.2.4 wordt «anti-dubbeltelbepaling» vervangen door «anti-dubbeltelregel» en wordt «Anti-dubbeltelbepaling» vervangen door: Anti-dubbeltelregel.

K

Artikel 8.1.2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «1.2.2» vervangen door: 1.2.1a.

2. In onderdeel b wordt na «bestemming» ingevoegd: , dan wel de herziening het gevolg is van een gedeeltelijke vernietiging van dat plan.

L

Na artikel 8.1.3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8.1.3a

Voor de periode tot 1 juli 2013:

  • a. is artikel 1.2.1, eerste en tweede lid, niet van toepassing op een exploitatieplan;

  • b. is de verplichting, bedoeld in artikel 1.2.1, derde lid, niet van toepassing.

ARTIKEL III

Artikel I, onderdeel B, van het Besluit van 21 januari 2009, houdende wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (herstel oneffenheden) vervalt.

ARTIKEL IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2012.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 12 juli 2012

Beatrix

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Uitgegeven de negentiende juli 2012

De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen deel

1. Inleiding

Dit besluit bevat enkele wijzigingen van het Besluit ruimtelijke Ordening (hierna: Bro) en het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor). De wijzigingen kunnen worden gerangschikt in twee categorieën.

In de eerste plaats bevat dit besluit enkele wijzigingen van het Bro die verband houden met de digitale eisen die worden gesteld aan ruimtelijke plannen. De wijzigingen moeten leiden tot een betere informatievoorziening over bestemmingsplannen. Die informatievoorziening wordt verbeterd door – naast het bestemmingsplan zelf – ook het ontwerpbesluit van dat plan centraal te ontsluiten op de landelijke website voor ruimtelijke plannen. Op de landelijke website zal daarnaast kenbaar worden gemaakt of en in hoeverre een bestemmingsplan daadwerkelijk in werking is getreden en of een plan onherroepelijk is.

In de tweede plaats neemt dit besluit enkele onduidelijkheden weg over digitale verplichtingen met betrekking tot ruimtelijke besluiten. In de praktijk is gebleken dat de bepalingen in het Bro over de elektronische vaststelling, de vormgeving en elektronische beschikbaarstelling van ruimtelijke besluiten op onderdelen onduidelijk zijn. Daarom is paragraaf 1.2 van het Bro, die in algemene zin handelt over de vormgeving, inrichting, beschikbaarstelling, bekendmaking en terinzagelegging van ruimtelijke besluiten, op enkele punten herzien. In dat verband zijn tevens enkele gebreken hersteld. Daarnaast is met dit besluit een omissie in het Bor hersteld ten aanzien van de elektronische mededeling van een besluit tot verlening van een omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken.

2. Digitale ruimtelijke besluiten

Met de invoering van de Wro is de communicatie over ruimtelijke plannen en andere ruimtelijke besluiten vergaand gemoderniseerd en verbeterd door niet de papieren versie maar juist de digitale versie als de juridisch bindende versie aan te wijzen. Dat heeft als positief gevolg gehad dat het meest voorkomende ruimtelijke plan, het bestemmingsplan, vergaand gestandaardiseerd is en voor een ieder via internet raadpleegbaar is via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Op deze website staan per 1 januari 2012 ongeveer 21.000 bestemmingsplannen, zodat gesproken kan worden van een succesvolle invoering van het digitale plan. Dat blijkt ook uit het gestaag stijgende aantal raadplegingen dat ruim één miljoen per jaar bedraagt.

Het digitaal beschikbaar stellen en raadpleegbaar maken van ruimtelijke besluiten is een relatief nieuw werkgebied. Met betrokkenen wordt dan ook regelmatig bezien of verbetering van de digitale informatie mogelijk is. Er wordt nog steeds geïnvesteerd in verbeteringen. De in voorbereiding zijnde Omgevingswet zal gebruik maken van deze investeringen, zodat de verbeteringen van nu ook onder de Omgevingswet profijt zullen opleveren.

Met een tweetal aanvullingen van het Bro door middel van het onderhavige besluit wordt bereikt dat de informatievoorziening over bestemmingsplannen verder wordt verbeterd.

In de eerste plaats zal bij de weergave van een bestemmingsplan – waaronder hier ook een inpassingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan en rijksbestemmingsplan wordt begrepen – voortaan informatie worden gegeven over de inwerkingtreding van dat plan. Eveneens zal daarbij worden aangegeven of een bestemmingsplan onherroepelijk is. Hiermee wordt bereikt dat degene die langs elektronische weg een bestemmingsplan raadpleegt kennis kan nemen van de juridische status van het plan. Bij raadpleging van de landelijke website zal dan voor burgers onmiddellijk duidelijk zijn of een bestemmingsplan geheel in werking is getreden of juist (op onderdelen) nog niet geldig is, en of een bestemmingsplan onherroepelijk is. Indien de inwerkingtreding van een plan is uitgesteld vanwege een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, wordt op de website bij dat plan bovendien informatie gegeven over de uitspraak die heeft geleid tot de uitgestelde inwerkingtreding van (het deel van) het bestemmingsplan of tot de vernietiging van het deel van het bestemmingsplan. Hiermee wordt voorkomen dat een zodanige uitspraak bij de raadpleging van het digitale bestemmingsplan voor de burger buiten beeld blijft. Bij een ministeriële regeling op grond van artikel 1.2.6, tweede lid, kunnen hierover regels worden gesteld.

In de tweede plaats zal de landelijke website ook het ontwerp van ruimtelijke besluiten beschikbaar stellen, indien een zodanig besluit met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt voorbereid. De verplichting hiertoe zal gelden voor bestemmingsplannen, inpassingsplannen, wijzigings- of uitwerkingsplannen, exploitatieplannen, rijksbestemmingsplannen en aanwijzingen als bedoeld in artikel 4.2 of 4.4 van de wet, die met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb zijn voorbereid (proactieve aanwijzing). De Wro bepaalt reeds dat het ontwerp van een zodanig besluit langs elektronische weg beschikbaar moet worden gesteld. Door het betrokken bestuursorgaan te verplichten om het ontwerpbesluit op de landelijke website beschikbaar te stellen, wordt bereikt dat ook ontwerpbesluiten centraal worden ontsloten, hetgeen de informatievoorziening over ruimtelijke besluiten verder verbetert.

De ervaringen van de afgelopen jaren hebben daarnaast geleerd dat de bepalingen in het Bro over de vormgeving, inrichting, beschikbaarstelling, bekendmaking en terinzagelegging van ruimtelijke besluiten op enige onderdelen verduidelijking behoeven. De verduidelijkingen betreffen vooral het gebruik van de landelijke website, het gebruik van ondergronden bij ruimtelijke besluiten en de gehanteerde terminologie, alsmede het schrappen van overbodige bepalingen. Waar mogelijk zijn de bepalingen in het Bro vereenvoudigd. In de hiernavolgende artikelsgewijze toelichting worden de desbetreffende wijzigingen nader toegelicht.

3. Administratieve en bestuurlijke lasten

De wijzigingen in dit besluit hebben geen betrekking op informatieverplichtingen voor de burger of het bedrijfsleven en brengen reeds daarom geen administratieve lasten mee. De verbeteringen in de informatievoorziening over ruimtelijke besluiten zullen de toegankelijkheid van ruimtelijke informatie voor burgers en bedrijven en het gebruiksgemak van de landelijke website juist vergroten. Het beschikbaar zijn van meer en betere informatie over ruimtelijke besluiten leidt ertoe dat een sneller en beter inzicht kan worden verkregen in de voor een bepaalde locatie geldende ruimtelijke regelgeving.

Voor met name gemeenten – met een centrale rol bij ruimtelijke plannen – leidt dit besluit tot enkele additionele administratieve handelingen bij de voorbereiding en bekendmaking van ruimtelijke plannen. De omvang van die handelingen is echter zeer beperkt; het betreft de elektronische publicatie op de landelijke website van het ontwerpbesluit van een plan dat is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb en het op de landelijke website beschikbaar stellen van informatie over de status van een plan. De publicatie van de status van een bestemmingsplan op de landelijke website vraagt weliswaar om enige eenvoudige handelingen door de gemeente, maar daar staat tegenover dat gemeenten minder vragen zullen krijgen over de status van plannen.

De verbeteringen en aanvullingen inzake de digitale vormgeving van ruimtelijke besluiten zijn tot stand gekomen in overleg met de VNG.

Artikelsgewijs

Artikel I

De wijziging van artikel 6.14, eerste lid, van het Bor betreft het herstel van een omissie in de redactie van dit artikel. Het tweede lid van dit artikel bepaalde dat bij ministeriële regeling regels kunnen worden gesteld over de wijze waarop een mededeling van een besluit tot verlening van een omgevingsvergunning waarbij sprake is van een geval als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, elektronisch wordt gedaan of beschikbaar wordt gesteld. Aan deze bepaling wordt uitvoering gegeven in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008. In die regeling is neergelegd volgens welke standaarden een digitaal ruimtelijk besluit, alsmede de hier bedoelde mededeling, beschikbaar dient te worden gesteld. In artikel 6.14 van het Bor ontbrak echter een bepaling die het bevoegd gezag verplicht om de desbetreffende mededeling ook daadwerkelijk langs elektronische weg te doen. Volgens de redactie van het eerste lid van dit artikel zou die mededeling enkel in de Staatscourant worden geplaatst. Door aan artikel 6.14, eerste lid, van het Bor toe te voegen dat de mededeling tevens langs elektronische weg wordt gedaan, wordt deze omissie hersteld.

Artikel II

Onderdeel A

Deze wijziging van artikel 1.1.1 betreft het verwijderen van een overbodige begripsbepaling.

Onderdeel B

Deze wijziging van artikel 1.1.2 betreft het herstel van een redactionele onzorgvuldigheid.

Onderdeel C
Artikel 1.2.1, eerste en tweede lid

In artikel 1.2.1 (nieuw) zijn de bepalingen uit de artikelen 1.2.1 en 1.2.2, eerste en tweede lid (oud), samengebracht en geherformuleerd, om de wijze waarop ruimtelijke visies, plannen, besluiten en verordeningen elektronisch beschikbaar dienen te worden gesteld, te verduidelijken. De kern van de boodschap is dat alle besluiten die op grond van de Wro worden genomen digitaal beschikbaar moeten zijn op de daarvoor bestemde landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Artikel 1.2.1, eerste lid (nieuw), komt inhoudelijk overeen met artikel 1.2.2, tweede lid (oud). Het verschil tussen de nieuwe en de oude bepaling is dat de nieuwe bepaling niet de belangrijkste handeling (het melden van de vindplaats) als uitgangspunt neemt, maar de wijze waarop aan die handeling uitvoering moet worden gegeven (de elektronisch beschikbaarstelling). Naast de beschikbaarstelling op de landelijke website, worden bestemmingsplannen vaak ook op andere websites getoond, zoals op de gemeentelijke website. Zolang deze sites gebruik maken van dezelfde data, zullen er in beginsel geen inhoudelijke verschillen optreden tussen de verschillende elektronische weergaven. Het bestemmingsplan zoals dat elektronisch is vastgesteld, is te allen tijde het juridisch bindende plan.

In artikel 1.2.1 (oud) ontbrak het exploitatieplan, zodat daarvoor nog niet de verplichting gold om dit op de landelijke website beschikbaar te stellen. Gezien de samenhang van het exploitatieplan met het bestemmingsplan, is het echter van belang om ook deze planfiguur op centrale wijze elektronisch beschikbaar te stellen. Het exploitatieplan is daarom aan de opsomming in artikel 1.2.1, eerste lid, toegevoegd.

De opsomming van ruimtelijke besluiten in artikel 1.2.1, eerste lid, omvat ook de zogenaamde reactieve aanwijzing op grond van artikel 3.8, zesde lid, van de Wro, zijnde een aanwijzing op grond van artikel 4.2 of 4.4 van de Wro (onderdeel g van artikel 1.2.1, eerste lid). Daarnaast worden ook een algemene maatregel van bestuur en ministeriële regeling als bedoeld in artikel 4.3 van de Wro via de landelijke website aan eenieder elektronisch beschikbaar gesteld. Op grond van artikel 4.3, eerste lid, van de Wro, zijn de regels inzake de vormgeving, inrichting en beschikbaarstelling ten aanzien van provinciale verordeningen immers van overeenkomstige toepassing op een algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling als bedoeld in dat artikellid. Waar in paragraaf 1.2 regels worden gesteld over de vormgeving, inrichting en beschikbaarheid van verordeningen, gelden deze dus ook voor een algemene maatregel van bestuur en ministeriële regeling als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de Wro. Alles bijeengenomen worden op de landelijke website de volgende ruimtelijke besluiten getoond:

  • structuurvisies van gemeenten, provincies en Rijk;

  • bestemmingsplannen met de daarbij behorende uitwerkingen en wijzigingen;

  • inpassingsplannen van provincie en Rijk met de daarbij behorende uitwerkingen en wijzigingen;

  • rijksbestemmingsplannen;

  • exploitatieplannen;

  • voorbereidingsbesluiten;

  • beheersverordeningen;

  • aanwijzingen, zowel proactief als reactief, van provincie en Rijk;

  • provinciale verordeningen;

  • algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3 van de Wro;

  • ministeriële regelingen gebaseerd op een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3 van de Wro.

Daarnaast zal op de landelijke website ook informatie worden getoond over gerechtelijke uitspraken die gevolgen hebben voor de inwerkingtreding van een concreet bestemmingsplan (zie de toelichting bij het derde lid van het onderhavige artikel).

Artikel 1.2.1, derde lid

Bij de raadpleging van de landelijke website waarop alle ruimtelijke besluiten elektronisch beschikbaar worden gesteld, was van bestemmingsplannen de status vaak niet of niet volledig duidelijk. Voor degene die de website raadpleegt, is deze onduidelijkheid ongewenst. Het derde lid van dit artikel bepaalt daarom dat wanneer onderdelen van een bestemmingsplan (nog) niet in werking zijn getreden, dit getoond moet worden op de landelijke website. Ook dient getoond te worden of een bestemmingsplan onherroepelijk is. Uit de onherroepelijke status van een bestemmingsplan volgt dat het plan niet meer wijzigt, zodat burgers en bedrijven zekerheid hebben omtrent de inhoud van dat plan. Bovendien kan wanneer een bestemmingsplan onherroepelijk is een verzoek worden ingediend om een tegemoetkoming in de planschade op grond van artikel 6.1 van de Wro.

De wijze waarop het bestuursorgaan op de website kenbaar kan maken dat een onderdeel van een bestemmingsplan dan wel een volledig bestemmingsplan niet in werking is getreden, is mede afhankelijk van de reden dat het plan nog niet in werking is getreden en van de vraag of het om een onderdeel van het bestemmingsplan gaat of om het volledige bestemmingsplan. De reden dat een bestemmingsplan of onderdeel daarvan (nog) niet in werking is getreden, kan gelegen zijn in een verzoek om een voorlopige voorziening of een uitspraak van de rechter daaromtrent, een uitspraak van de rechter in beroep tegen een bestemmingsplan, of een aanwijzing van gedeputeerde staten of de minister als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, van de Wro. Als gevolg daarvan kan:

  • 1. de inwerkingtreding van het besluit of delen ervan zijn uitgesteld in verband met een verzoek om een voorlopige voorziening of een uitspraak van de rechter over zo’n verzoek;

  • 2. de inwerkingtreding van een onderdeel van het besluit zijn tegengehouden door een reactieve aanwijzing;

  • 3. het gehele besluit zijn vernietigd;

  • 4. een gedeelte van het besluit zijn vernietigd;

  • 5. een gedeelte van het besluit of het gehele besluit zijn vernietigd, waarbij de rechter de gevolgen van het besluit geheel of gedeeltelijk in stand laat of de uitspraak in de plaats van een vernietigd deel van het besluit laat treden.

Indien een bestemmingsplan volledig vernietigd is, kan het bestemmingsplan van de landelijke website worden verwijderd. Het tonen van de uitspraak van de rechter is in zo’n geval niet nodig. Die uitspraak kan desgewenst op de site van de Raad van State gevonden worden. Hetzelfde geldt voor uitspraken die strekken tot het verwerpen van de ingediende beroepen. Dergelijke uitspraken leiden immers niet tot een beperking van de werking van het bestemmingsplan. Een uitspraak die strekt tot het afwijzen van een verzoek om een voorlopige voorziening kan de status van het bestemmingsplan veranderen, maar hoeft niet getoond te worden op ruimtelijke plannen.nl, omdat het plan in zo’n geval op grond van de wet volledig in werking treedt.

Als de inwerkingtreding van een bestemmingsplan of onderdeel daarvan is uitgesteld, kan dat eenvoudig op de landelijke website getoond worden. Hetzelfde geldt voor de situatie dat de inwerkingtreding van een onderdeel van een bestemmingsplan is tegengehouden door een aanwijzing van gedeputeerde staten of de minister als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, van de Wro.

Wanneer een deel van het bestemmingsplan is vernietigd door de rechter, is het lastiger om daarover specifieke informatie bij een bestemmingsplan te geven. Idealiter zou een uitspraak van de rechter vertaald worden in het bestemmingsplan, zodat er op www.ruimtelijkeplannen.nl een geconsolideerde versie van het bestemmingsplan getoond kan worden. Daar kleeft echter het nadeel aan dat het maken van zo’n geconsolideerde versie een bestuursorgaan behoorlijk wat tijd en geld kost. Een uitspraak van de rechter is daarnaast soms moeilijk te vertalen naar een digitaal bestemmingsplan. In plaats van de noodzaak om van een bestemmingsplan een geconsolideerde versie te maken, zal de landelijke website een voorziening bieden om bij (een gedeelte van) een bestemmingsplan informatie over de inwerkingtreding te tonen, die een eventuele uitspraak van de rechter met betrekking tot dat plan kan bevatten. Uit deze informatie zal de gebruiker zelf de achterliggende reden waarom het plan (deels) niet of nog niet in werking is getreden kunnen achterhalen. Een dergelijke voorziening is met eenvoudige middelen te realiseren. Op grond van artikel 1.2.6, tweede lid, kunnen nadere regels worden gesteld over het verstrekken van de hier bedoelde informatie.

Artikel 1.2.1, vierde lid

Op grond van artikel 1.2.1, vierde lid, kunnen de ruimtelijke besluiten – afhankelijk van het bestuursorgaan die dat besluit heeft vastgesteld – op het gemeentehuis, op het provinciehuis of op de hoofdzetel van het desbetreffende departement, of op een andere door dat bestuursorgaan te bepalen locatie door eenieder worden ingezien. Deze mogelijkheid bestond reeds op grond van artikel 1.2.1, derde en vierde lid (oud), op grond waarvan eenieder in de gelegenheid werd gesteld om een ruimtelijk besluit langs elektronische weg te raadplegen of fysiek in te zien. Deze twee artikelleden zijn in het onderhavige vierde lid samengenomen, waarbij de redactie is vereenvoudigd. Afhankelijk van het verzoek van diegene die een ruimtelijk besluit wil inzien, kan de inzage via elektronische weg of op papier geschieden.

De mogelijkheid om een ruimtelijk besluit te allen tijde bij het bestuursorgaan zelf te raadplegen, heeft in het bijzonder betekenis in relatie tot de bij een ruimtelijk besluit gebruikte ondergrond. De ondergrond die wordt getoond op de landelijke website, kan afwijken van de ondergrond die het bestuursorgaan bij de vaststelling van een ruimtelijk besluit heeft gebruikt. Dat is het geval omdat de landelijke site gebruikt maakt van een ondergrond die steeds actueel gehouden wordt, zodat de ondergrond sinds de vaststelling van bestemmingsplan gewijzigd is. Een ruimtelijk besluit kan daarom ook altijd bij een bestuursorgaan zelf worden ingezien, waarbij desgewenst op grond van artikel 1.2.4 ook de ondergrond beschikbaar wordt gesteld.

Ten slotte wordt het bestuursorgaan een grotere flexibiliteit geboden ten aanzien van de plaats waar men terecht kan om een ruimtelijk besluit in te zien. De praktijk leert dat een gemeentehuis deze faciliteit niet altijd biedt, maar in plaats daarvan op een andere locatie een voorziening heeft om stukken in te zien. Een bestuursorgaan kan derhalve ook een andere locatie aanwijzen waar de stukken, bedoeld in dit artikel, kunnen worden ingezien.

Onderdeel D
Artikel 1.2.1a

Artikel 1.2.1a, onder a, bepaalt dat van ruimtelijke plannen – welke worden voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb – en van proactieve aanwijzingen, ook het ontwerpbesluit met de daarbij behorende toelichting of onderbouwing op de landelijke website getoond wordt. Voor de ruimtelijke plannen wordt hiermee nader invulling gegeven aan artikel 3.8, eerste lid, onder a, van de Wro, op grond waarvan het ontwerpbesluit van een bestemmingsplan met de hierbij behorende stukken tevens langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Gezien de doelstelling van de landelijke website om alle ruimtelijke besluiten te ontsluiten via een centrale voorziening, is het wenselijk dat ontwerpbestemmingsplannen in ieder geval op de landelijke website beschikbaar worden gesteld. De gemeente kan een ontwerpbesluit daarnaast uiteraard ook op de gemeentelijke website beschikbaar stellen. Gemeenten maken overigens ook zonder een expliciete verplichting al gebruik van de mogelijkheid om het ontwerpbesluit van een bestemmingsplan te tonen op de landelijk website, zodat deze verplichting in de praktijk geen verzwaring inhoudt.

Voor de volledigheid wordt hierbij opgemerkt dat de digitaliseringsplicht van artikel 3.8, eerste lid, onder a, van de Wro zich niet uitstrekt tot de op een ontwerpbesluit betrekking hebbende stukken in de zin van artikel 3:11 van de Awb.1 De elektronische beschikbaarstelling van het ontwerpbesluit en de hierbij behorende stukken op de landelijke website betreft daarom alleen het ontwerpbestemmingsplan – dat wil zeggen de verbeelding en de planregels – en de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpexploitatieplan, inclusief de bijlagen die daarvan onderdeel uitmaken. De verplichte elektronische beschikbaarstelling strekt zich niet uit tot de onderliggende stukken met betrekking tot het ontwerp, zoals onderzoeksrapporten of ingediende zienswijzen.

Het is echter aan te bevelen om, indien een bestuursorgaan alle stukken in de zin van artikel 3:11 van de Awb digitaal beschikbaar heeft, deze ook in die vorm ter beschikking te stellen. De landelijke website biedt daartoe de mogelijkheid. De digitale beschikbaarstelling van alle stukken in de zin van artikel 3:11 van de Awb biedt het voordeel dat alle informatie over een ontwerpbesluit op één «locatie» is samengebracht. Daarbij behoeft wel opmerking dat op grond van artikel 2:14, tweede lid, van de Awb de terinzagelegging niet uitsluitend langs elektronische weg mag plaatsvinden. Enkel de publicatie op de landelijke website is dus niet voldoende. Daarnaast moeten de betrokken documenten ook fysiek op de daarvoor gebruikelijke plaatsen kunnen worden ingezien. Wel is het denkbaar dat die fysieke terinzagelegging (gedeeltelijk) plaatsvindt doordat het mogelijk wordt gemaakt om op de daarvoor gebruikelijke plaatsen de betrokken documenten op een scherm te raadplegen en er desgevraagd een afdruk van te krijgen.2

Overigens is het bestuursorgaan op grond van artikel 1.2.3 verplicht om van het ruimtelijk besluit zelf altijd ook een papieren versie te maken, welke gelijkluidend dient te zijn aan de digitale versie.

Onderdeel E

Zoals hiervoor in de toelichting bij artikel 1.2.1 reeds is toegelicht, zijn de bepalingen uit artikel 1.2.2, eerste en tweede lid (oud), opgenomen in artikel 1.2.1. Dit betekent dat artikel 1.2.2 thans uitsluitend nog bestaat uit het derde lid (oud). Het in het artikel bedoelde beheer van de landelijke voorziening is op dit moment toebedeeld aan Geonovum (beheer van de bij de landelijke voorziening horende standaarden, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008) en het Kadaster (beheer van de ICT-voorziening).

Onderdeel F

Artikel 1.2.3 is geherformuleerd. De voormalige redactie van dit artikel bleek tot verwarring te leiden voor wat betreft het gebruik van het woord «verbeelding». In de praktijk wordt het begrip «verbeelding» gebruikt als synoniem voor de «plankaart». In artikel 1.2.3 (oud) en in artikel 1.2.1, tweede lid (oud), werd aan het begrip verbeelding echter een andere, van de praktijk afwijkende, betekenis gegeven, namelijk de weergave van een stuk als zodanig. In die betekenis kan het begrip «verbeelding» duiden op de weergave van een volledig besluit, inclusief de toelichting, de regels en de bij dat besluit behorende stukken en dus niet noodzakelijkerwijs alleen op de weergave van de plankaart. Teneinde de onduidelijkheid rondom het begrip «verbeelding» voor de praktijk weg te nemen, is voor dit artikel thans een andere, eenvoudiger woordkeuze gehanteerd.

Onderdeel G

De wijzigingen in artikel 1.2.4 betreffen een vereenvoudiging van de redactie van dit artikel. De inhoud van het artikel is daarmee feitelijk niet gewijzigd.

Een kaart van een bestemmingsplan of van een ander ruimtelijk besluit is slechts leesbaar wanneer deze op een ondergrond is geprojecteerd. Artikel 1.2.4 bepaalt daarom in algemene zin dat ruimtelijke visies, plannen, besluiten en verordeningen worden vastgesteld met gebruikmaking van een ondergrond. Het moge duidelijk zijn dat wanneer een ruimtelijk besluit geen kaart bevat, zoals in het geval van een correctieve herziening van een eerder besluit, dit artikel geen toepassing behoeft.

In de voormalige redactie van artikel 1.2.4 strekte de verplichting tot het gebruik van een ondergrond zich ook uit tot de aansluiting van een visie, plan, besluit of verordening op het aangrenzende gebied. In de praktijk blijkt dit – vanuit de digitale gedachte – een zinledige bepaling te zijn, aangezien langs digitale weg de geometrische plaatsbepaling expliciet vastligt. De zinsnede is daarom komen te vervallen. Daarnaast is nadrukkelijk bepaald dat een bestuursorgaan een ondergrond op verzoek beschikbaar dient te stellen. Deze bepaling komt in de plaats van de bepaling dat een bestuursorgaan het ruimtelijk besluit op verzoek op de ondergrond toont. De aanleiding tot deze aanpassing is het signaal van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het regelmatig voorkomt dat gemeenten de ondergrond, waarvan bij de vaststelling van een bestemmingsplan gebruik is gemaakt, in voorkomend geval niet aan de Raad van State aanleveren. De Raad van State heeft die ondergrond voor een goede behandeling van een beroep echter nodig. Inmiddels is breed kenbaar gemaakt hoe de ondergronden in voorkomend geval aan de Raad van State aangeboden dienen te worden. In de verplichting om een ondergrond op verzoek beschikbaar te stellen zit mede begrepen het tonen van de ondergrond bij de inzage van een bestemmingsplan, indien daarom wordt verzocht.

Op grond van artikel 1.2.4, tweede lid, kunnen bij ministeriële regeling eisen gesteld worden aan de vormgeving en inrichting van ondergronden. Deze regels zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008. Er wordt inmiddels gewerkt aan een voor iedereen beschikbare topografische basiskaart. Deze zal te zijner tijd de standaardondergrond worden voor de ruimtelijke plannen.

Onderdelen H en I

Deze wijzigingen betreffen een vereenvoudiging van de redactie van de artikelen 1.2.5 en 1.2.6 om onduidelijkheden weg te nemen. In artikel 1.2.5, eerste lid, is de zinsnede «eventueel daarin aangebrachte onderscheidingen» een onnodige toevoeging, omdat de eventuele «onderscheidingen» via de toepassing van de verplichte standaarden al worden meegenomen. De wijzigingen in artikel 1.2.6 betreffen redactionele vereenvoudigingen, waardoor de bepalingen in artikel 1.2.6, derde en vierde lid (oud), overbodig zijn. Deze bepalingen zijn daarom vervallen. Een ministeriële regeling op grond van artikel 1.2.6, tweede lid, zal bij het stellen van eisen aan de beschikbaarstelling ook regels stellen die de authenticiteit van bestanden waarborgen.

Onderdeel J

In artikel 3.2.4 werd de term «bepaling» gebruikt om een regel aan te duiden. Omdat de anti-dubbeltelregeling een standaardbepaling voor de regels van een bestemmingsplan is, roept deze van de overige standaarden afwijkende terminologie vragen op. De wijziging zorgt voor duidelijkheid en eenheid in de terminologie.

Onderdeel K

De wijziging in onderdeel K, onder 1, houdt verband met de introductie van artikel 1.2.1a in het Bro in onderdeel D van dit besluit. Het desbetreffende artikel heeft betrekking op de elektronische voorbereiding van de in dat artikel genoemde ruimtelijke besluiten. De in artikel 8.1.2 genoemde bestemmingsplannen worden echter niet in digitale vorm voorbereid en vastgesteld, zodat ook artikel 1.2.1a hierop niet van toepassing is. Na de vaststelling in papieren vorm wordt van de hier bedoelde bestemmingsplannen wel een elektronische versie gemaakt, die – gelijk de andere ruimtelijke besluiten – voor een ieder elektronisch beschikbaar wordt gesteld op de landelijke website. De voormalige buiten toepassing verklaring van artikel 1.2.2 blijkt onjuist en is met de onderhavige wijziging komen te vervallen.

De wijziging in onderdeel K, onder 2, betreft een reparatie van het overgangsrecht voor digitale plannen. Artikel 8.1.2 noemt enkele uitzonderingen waaronder een bestemmingsplan niet volgens de digitale normen, maar – volgens de oude vorm- en inrichtingsvereisten – in papieren vorm mag worden vastgesteld. De uitzondering onder b voorziet erin dat een partiële herziening van een bestemmingsplan dat in ontwerp ter inzage is gelegd voor 1 januari 2010, niet hoeft te voldoen aan de digitale normen, mits er daarbij geen nieuwe bestemmingen worden vastgesteld en er geen bestemmingen worden gewijzigd. Als sprake is van nieuwe of gewijzigde bestemmingen zal een digitaal bestemmingsplan moeten worden gemaakt.

De gestelde randvoorwaarde dat de herziening van het bestemmingsplan geen betrekking mag hebben op een nieuwe bestemming, is al te zeer belastend gebleken in het geval die herziening het gevolg is van een gedeeltelijke vernietiging van het bestemmingsplan door de rechter. In het geval het bestuursorgaan een analoog bestemmingsplan na een gedeeltelijke vernietiging wil repareren – en zich daarbij genoodzaakt ziet om een bestemming te wijzigen – kan dat volgens artikel 8.1.2 alleen digitaal. Dat kan ertoe leiden dat een bestemmingsplan deels analoog is, en waar het een reparatie van een bestemming na een vernietiging betreft, digitaal. Omdat dit voor gemeenten niet goed werkbaar is en voor derden tot onduidelijkheden leidt, is de uitzonderingsgrond onder artikel 8.1.2, onder b, verbreed tot herzieningen die het gevolg zijn van een gedeeltelijke vernietiging van een bestemmingsplan. Voor de toepassing van de uitzonderingsgrond geldt ook hier dat het desbetreffende bestemmingsplan in ontwerp ter inzage dient te zijn gelegd voor 1 januari 2010.

Onderdeel L

Voor het exploitatieplan en de weergave van de status van een bestemmingsplan geldt dat deze informatie alleen aan eenieder elektronisch beschikbaar kan worden gesteld en via de landelijke voorziening raadpleegbaar kan zijn met gebruik van de nieuwe standaarden ruimtelijke ordening 2012. Het gebruik van die standaarden wordt pas met ingang van 1 juli 2013 verplicht gesteld. Tot die tijd geldt een overgangsperiode waarin het bevoegd gezag de keuze heeft om de standaarden ruimtelijke ordening 2008 of de standaarden ruimtelijke ordening 2012 toe te passen. Voor exploitatieplannen betekent dit dat de verplichting om een exploitatieplan aan eenieder elektronisch beschikbaar te stellen en te kunnen raadplegen via de landelijke voorziening pas geldt met ingang van 1 juli 2013. Evenzo geldt pas vanaf diezelfde datum de verplichting op bij een bestemmingsplan de status daarvan weer te geven.

Artikel III

Artikel I, onderdeel B, van het Besluit van 21 januari 2009, houdende wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (herstel oneffenheden) voegt reeds het exploitatieplan toe aan de opsomming van ruimtelijke instrumenten in artikel 1.2.1. Het desbetreffende artikel is nog niet in werking getreden. Aangezien het onderhavige besluit dit onderwerp thans regelt, kan artikel I, onderdeel B, van voornoemd besluit komen te vervallen.

Artikel IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2012, samen met de met dit besluit samenhangende Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. Voor het onderhavige besluit betekent dit een afwijking van de vaste inwerkingtredingdata. Het is echter nodig dat dit besluit en de voornoemde regeling spoedig – en gezamenlijk – in werking treden aangezien hier tevens de implementatie van de noodzakelijke software aan gekoppeld is en hierover afspraken zijn gemaakt met bronhouders (gemeenten, provincies en het Rijk), softwareleveranciers en beheerders van de landelijke (ICT-)voorziening.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Kamerstukken II 2006/07, 30 938, nr. 3, blz. 46.

X Noot
2

Kamerstukken II 2001/02, 28 483, nr. 3, blz. 24.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt met de daarbijbehorende stukken openbaar gemaakt door publicatie in de Staatscourant.