Besluit van 17 december 2010 tot wijziging van het Besluit van 7 juli 2010 (Stb. 297), houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 7 juli 2010 tot wijziging van de Wet kinderopvang, de Wet op het onderwijstoezicht, de Wet op het primair onderwijs en enkele andere wetten in verband met wijzigingen in het onderwijsachterstandenbeleid

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 15 december 2010, nr. WJZ/255478 (6277), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel XII van de Wet van 7 juli 2010 tot wijziging van de Wet kinderopvang, de Wet op het onderwijstoezicht, de Wet op het primair onderwijs en enkele andere wetten in verband met wijzigingen in het onderwijsachterstandenbeleid;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

In het enig artikel van het Besluit van 7 juli 2010 (Stb. 297), houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 7 juli 2010 tot wijziging van de Wet kinderopvang, de Wet op het onderwijstoezicht, de Wet op het primair onderwijs en enkele andere wetten in verband met wijzigingen in het onderwijsachterstandenbeleid wordt na «Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen» ingevoegd «en artikel III, onderdeel G voor wat betreft artikel 166, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs» en vervalt de zinsnede «, met dien verstande dat artikel III, onderdeel G voor wat betreft artikel 166, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs in werking treedt met ingang van 1 januari 2011».

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 17 december 2010

Beatrix

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

Uitgegeven de negenentwintigste december 2010

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

In het Besluit van 7 juli 2010 (Stb. 297) is het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 166, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs bepaald op 1 januari 2011. Dit lid maximeert de ouderbijdrage aan de peuterspeelzaal indien een kind deelneemt aan voorschoolse educatie. Tot 1 januari 2011 is er, op grond van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, eveneens sprake van maximering van de ouderbijdrage, maar heeft deze een minder breed bereik; zij betreft alleen doelgroepkinderen die voorschoolse educatie in de peuterspeelzaal volgen. Gebleken is dat de verbreding van de maximering van de ouderbijdrage tot ongewenste effecten zou kunnen leiden. Doordat de verbreding voor de gemeenten behoorlijk wat extra geld zou kosten, zouden zij er voor kunnen kiezen hun peuterspeelzalen voornamelijk te reserveren voor doelgroepkinderen. Op deze manier worden concentraties van achterstandsleerlingen (doelgroepkinderen) gecreëerd, terwijl uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat gemengde groepen (combinatie doelgroep- met niet-doelgroepkinderen) beter zijn voor de taalontwikkeling van kinderen. Het inwerkingtredingsbesluit wordt daarom gewijzigd, zoals is aangekondigd en nader uitgelegd in mijn brief aan de Tweede en Eerste Kamer van 22 november 2010 (Kamerstukken 31 989, nr. 28).

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

Naar boven