Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2014-2015CVIII nr. N

CVIII Rol van de overheid bij digitale dataverwerking en – uitwisseling II; privacy en toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

N BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 december 2014

In de motie van het lid de Vries c.s. van 23 september 2014 (Kamerstukken I, 2014/15, CVIII, G) wordt de regering verzocht waarborgen te creëren inzake de afweging van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten om geconstateerde kwetsbaarheden op internet al dan niet bekend te stellen en de Kamer over de aard van deze waarborgen in te lichten. Dat doe ik hierbij mede namens de Minister van Defensie, verantwoordelijk voor de MIVD.

De diensten kunnen bij de inzet van bijzondere bevoegdheden kwetsbaarheden in de digitale beveiliging van een target onderkennen en gebruiken. Indien de AIVD of de MIVD in het kader van hun wettelijke taakuitvoering stuiten op een kwetsbaarheid die de belangen van gebruikers van het internet kan schaden, zullen deze diensten belangendragers informeren. Bovendien informeert de AIVD in het kader van de veiligheidsbevorderende taak belangendragers voortdurend over digitale dreigingen. Met deze informatie zijn zij daarmee beter in staat hun beveiliging in te richten. De dienst draagt zo bij aan het bevorderen van maatregelen die de (digitale) veiligheid en weerbaarheid structureel verbeteren.

Toeleveranciers van Defensie krijgen van de MIVD advies over digitale dreigingen. Daarnaast worden aan defensieorderbedrijven eisen gesteld ten aanzien van informatiebeveiliging en worden cursussen voor beveiligingsfunctionarissen van deze bedrijven gegeven.

De Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) houdt toezicht op de inzet van deze bijzondere bevoegdheden en informeert de beide Kamers der Staten-Generaal over haar bevindingen.

Een afschrift van deze brief werd verstuurd naar de voorzitter van de Tweede Kamer.

Mede namens de Minister van Defensie,

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk