36 915 XIV Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 6 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 23 april 2026

De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 9 april 2026 voorgelegd aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Bij brief van 21 april 2026 zijn ze door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Steen

De griffier van de commissie, Jansma

1

Kunt u inzichtelijk maken aan de hand van een tabel hoeveel van het GLB wordt toegekend aan de akkerbouw en aan de veehouderij in Nederland in de jaren 2023 t/m 2027?

Antwoord

De Rechtstreekse Betalingen van het GLB (inkomenssteun en Eco-regeling) worden gedaan per hectare zonder onderscheid naar sector. Er wordt voor deze regelingen niet geregistreerd hoeveel wordt toegekend aan de akkerbouw, de veehouderij, andere sectoren of gemengde bedrijven. In 2023 en 2024 zijn respectievelijk 601 miljoen en 562 miljoen euro aan Rechtstreekse Betalingen uitbetaald aan ongeveer 42.000 landbouwbedrijven. Uit onderzoek van de WUR blijkt dat in 2023 ongeveer 61% hiervan terecht is gekomen bij veehouderijbedrijven, ongeveer 30% bij akkerbouwbedrijven en de resterende 9% bij gemengde landbouwbedrijven.

2

Welk deel van de GLB-subsidies dat naar de akkerbouw gaat wordt gebruikt voor voedselproductie voor de veehouderij (op basis van dezelfde tabel in de vorige vraag)?

Antwoord

In 2023 en 2024 zijn Rechtstreekse Betalingen uitbetaald over ongeveer 1,8 miljoen hectare landbouwgrond in Nederland. Uit cijfers van het CBS blijkt dat in 2024 1.166.000 hectare (65%) in gebruik was voor grasland en groenvoedergewassen, en 623.000 hectare (35%) voor akkerbouwgewassen en tuinbouw (open grond).

3

Hoeveel procent van de agrarische ondernemers/boeren bezit meer dan 100 hectares?

Antwoord

Mij zijn geen gegevens over grondeigendom van alle individuele agrarisch ondernemers bekend, enkel van aanvragers van GLB-subsidies. Het antwoord op de vraag hoeveel GLB-subsidies terecht komt bij aanvragers daarvan met meer dan 100 hectare in gebruik vindt u hierna bij vraag 4.

4

Hoeveel van de GLB-subsidies komt terecht bij deze groep boeren (met meer dan 100 hectare land)? Kunt u dit in een tabel weergeven voor de jaren 2023 t/m 2027?

Antwoord

Hier onder treft u de gegevens voor 2023 en 2024. De resultaten voor 2025 en verder zijn nog niet gerealiseerd en kunnen daarom nog niet weergegeven worden.

Aanvraagjaar 2023

Aantal landbouwbedrijven

Hectaren

Betaald bedrag

totaal

43.079

1.815.498

601.137.230

landbouwbedrijf =< 100ha

39.591

1.268.037

425.386.481

Landbouwbedrijf >100ha

3.488

547.460

175.750.749

Aanvraagjaar 2024

Aantal landbouwbedrijven

Hectaren

Betaald bedrag

totaal

42.071

1.799.578

561.966.877

landbouwbedrijf =< 100ha

38.501

1.239.279

389.035.446

Landbouwbedrijf >100ha

3.570

560.299

172.931.431

5

De Nationale Grondbank is beschikbaar voor het ondersteunen van de grondmobiliteit voor agrarische doelen en natuurdoelen, in de voorjaarsnota wordt een kasschuif van € 78 miljoen voorgesteld. Welke criteria liggen ten grondslag aan de besteding van dit bedrag?

Antwoord

De Nationale Grondbank (NGB) kan alleen ingezet worden voor aankoop van agrarische gronden of agrarische bedrijfslocaties die direct of indirect via ruil of herverkaveling een bijdrage leveren aan de opgaven voor o.a. landbouw, natuur en water. De criteria die ten grondslag liggen aan de besteding van middelen voor de Nationale Grondbank staan beschreven in het Financieel Kader «Beleidskeuzes Nationale Grondbank uitgelegd» (het zogenoemde CW 3.1 formulier)1: waarbij kan worden opgemerkt dat het Nationaal Programma Landelijk Gebied is opgevolgd door de beleidsbrief Ruimte voor Ruimte voor Landbouw en Natuur.2 De kasschuif is ingezet om de begroting beter te laten aansluiten bij de te verwachtte aantal aankopen door de Nationale Grondbank.

6

Hoeveel geld is er dit jaar niet uitgegeven aan op- en uitkoop omdat boeren zich terugtrekken en wat zijn de voornaamste beweegredenen hiervoor?

Antwoord

In deze 1e suppletoire begroting wordt het budget voor de Lbv-beëindigingsregeling per saldo verlaagd met € 250 mln. Deze ramingsbijstelling is gebaseerd op een nieuwe raming van de RVO. De oorzaak van deze daling is dat ondernemers besluiten niet langer deel te nemen aan deze regeling. In totaal is er over de jaren heen € 824 mln. minder benodigd dan begroot. Deze vrijval is berekend ten opzichte van het budget dat nodig was om alle geldige aanvragen van ondernemers te kunnen betalen. Uit signalen die afkomstig zijn van onder meer zaakbegeleiders en vanuit de sector valt op te maken dat de redenen waarom ondernemers hun subsidieaanvraag intrekken zeer divers kunnen zijn. Iedere ondernemer maakt hierin een eigen afweging, afhankelijk van de persoonlijke situatie, marktomstandigheden en -ontwikkelingen en het toekomstperspectief. Ook bij toekomstige (vrijwillige) subsidieregelingen zullen ondernemers een eigen, persoonlijke afweging maken

7

Kan de regering bevestigen dat de amendementen 36 800 XIV-21, 36 800 XIV-30 en 36 800 XIV-31 in de eerste suppletoire begroting zijn verwerkt? Zo ja, op welke onderdelen van artikel 21 is daar dekking voor gevonden?

Antwoord

De genoemde amendementen zijn recent aangenomen bij de behandeling van de Ontwerpbegroting 2026. Deze zijn daarmee verwerkt in de Ontwerpbegroting 2026. De 1e suppletoire begroting borduurt voort op de vastgestelde Ontwerpbegroting 2026, inclusief aangenomen amendementen. In deze amendementen wordt gevraagd om dekking uit (beleidsmatig gereserveerde) middelen van artikel 21 Land- en tuinbouw. Amendementen 36 800 XIV-21 en 36 800 XIV-31 zijn gedekt uit nog niet verplicht subsidiebudget voor gewasbescherming. Door het kabinet wordt in de 1e suppletoire begroting voor gewasbescherming € 13,6 mln. vrijgemaakt, waarvan € 8,6 mln. in 2026. Dit herstelt de dekking van deze amendementen en maakt daarbovenop extra budget beschikbaar, in lijn met de kabinetsambities op dit dossier. Amendement 36 800 XIV-30 is gedekt uit middelen voor de Lbv.

8

Hoe is het behoud van permanent grasland verankerd in de opkoopregeling en in pachtregels? Hoe doelmatig zijn die regels?

Antwoord

De Lbv, Lbv-plus en Lbv kleinere sectoren zijn regelingen waarmee subsidies worden verstrekt aan veehouders die de productie en productiecapaciteit op een veehouderijlocatie definitief en onherroepelijk beëindigen. De regelingen zien uitsluitend op de productielocatie (het erfperceel), niet op de landbouwgronden die bij de veehouder in gebruik zijn. Er worden om die reden geen voorwaarden of eisen gesteld aan (toekomstig) gebruik van deze landbouwgronden. Titel 7.5 van het Burgerlijk Wetboek bevat de regelgeving ten aanzien van de pacht van landbouwgrond. Een pachtovereenkomst is een privaatrechtelijke overeenkomst tussen pachter en verpachter. De regelgeving betreft om deze reden alleen procesmatige regelgeving met betrekking tot de vorm, looptijd, prijs, goedkeuring door de grondkamer en beëindiging van de pachtovereenkomst en de daaruit voortvloeiende verplichtingen van de verpachter en pachter. Een verplichting tot het behoud van permanent grasland valt daar niet onder.

9

Hoe lang duurt de gemiddelde besluitvorming bij subsidieaanvragen, met name bij de RVO? Welke verbeter processen lopen er om deze aanvragen te verkorten?

Antwoord

Dit is afhankelijk van het gekozen subsidie-instrument en eventuele benoemde termijnen in de betreffende regelingen. Over het algemeen geldt wettelijk een standaardtermijn van 8 weken na het ontvangen van een volledige aanvraag, met mogelijkheid tot een verlenging van dezelfde termijn. Voor landbouw- en natuursubsidies duurt de besluitvorming in de praktijk tussen de 8 en 13 weken.

Voor complexe aanvragen voor bijvoorbeeld innovatiesubsidies kan de doorlooptijd oplopen tot 26 weken. Voor de Europese GLB subsidies geldt een jaarcyclus met vaste periodes voor aanvraag, mogelijkheid tot wijzigen, controles, voorlopige vaststelling en definitieve vaststelling en betaling.

RVO werkt op verschillende manieren aan verkorting van de doorlooptijd: Zo worden procesoptimalisaties via o.a. Lean Six Sigma toegepast en wordt gebruik gemaakt van automatisering en Artificial Intelligence. RVO maakt daarbij altijd een afweging tussen snelheid voor de ondernemer en zorgvuldige besteding van belastinggeld.

10

Wat is de ondergrens voor bedrijfsgrootte bij de aanvraag van subsidies van het GLB/NSP? Hoeveel boeren vallen daardoor buiten subsidieregelingen?

Antwoord

Voor de Rechtstreekse Betalingen van het GLB (inkomenssteun en Eco-regeling) geldt een ondergrens van 500 euro. Aangezien de steun wordt uitbetaald per subsidiabele hectare, hangt de minimale bedrijfsgrootte af van het tarief. In 2025 is het tarief van de basispremie vastgesteld op 174 euro per hectare, plus 50,35 euro voor de eerste 40 hectares. De facto was de minimale bedrijfsgrootte om in aanmerking te komen voor Rechtstreekse Betalingen daarmee 2,23 hectare. Bedrijven die niet voldoen aan de ondergrens zullen over het algemeen ook geen aanvraag doen. Het is dan ook niet bekend hoe groot de groep is die zich wel zou melden zonder de ondergrens.

11

Hoeveel extra middelen zijn nodig voor natuurbeheer volgens de tbo’s?

Antwoord

Natuurbeheer is één «van de taken uit het gedecentraliseerde natuurbeleid, die worden gefinancierd vanuit het Provinciefonds. In 2025 zijn de zogeheten standaardkostprijzen in het kader van de provincies Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer (SNL) door een onafhankelijk bureau geëvalueerd. Conclusie daaruit was dat de kosten voor natuurbeheer aanzienlijk zijn gestegen.

Provincies en terreinbeherende organisaties zijn bezig de (financiële) gevolgen hiervan in kaart te brengen. In 2026 is naar verwachting € 32 mln. nodig om voor de dit jaar aflopende SNL-contracten de stijging van de standaardkostprijzen volledig te compenseren.

Het kabinet hecht veel waarde aan adequaat en effectief natuurbeheer, een van de noodzakelijke bouwstenen om onze natuurdoelen binnen bereik te brengen. Over de toedeling van de benodigde extra middelen vindt nog overleg plaats. Het kabinet heeft ervoor gekozen om in de eerste suppletoire begroting 2026 € 16 mln. beschikbaar te stellen voor natuurbeheer. Hiermee zet het kabinet een eerste stap om, via de provincies, bij te dragen aan de gestegen beheerkosten voor natuurbeheerders.

Provincies zijn op dit moment nog bezig met het in kaart brengen van de verwachte gevolgen voor de jaren 2027 en verder. Hierover vindt ook overleg plaats met mijn ministerie. De uitkomsten hiervan weeg ik mee in het totaal van de voorstellen die worden voorbereid in het kader van de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof.

Op 17 april jl. heb ik het Berenschot rapport «Onderzoek naar de balans tussen natuurtaken en middelen van provincies»3 aangeboden aan de Tweede Kamer.

In het Berenschot rapport wordt duidelijk weergegeven hoe de taken en middelen van het gehele natuurbeleid (niet alleen natuurbeheer) zich tot elkaar verhouden en hoe deze zich hebben ontwikkeld en zich gaan ontwikkelen.

Ook gaat het rapport in op welk handelingsperspectief Rijk en provincies hebben. En Berenschot signaleert knelpunten en doet aanbevelingen hoe het natuurbeleid verbeterd kan worden met oog op het kunnen nakomen van de internationale verplichtingen.

12

Gezien de inflatie en de noodzaak tot intensiever natuurbeheer, lost de extra € 16 miljoen die voor natuurbeheer wordt uitgetrokken de problemen op bij de tbo’s? Is de extra € 16 miljoen toereikend voor de opgave met betrekking tot natuurbeheer?

Antwoord

Natuurbeheer is zoals in het antwoord op vraag 11 beschreven een gedecentraliseerde taak. Dat betekent dat provincies verantwoordelijk zijn voor de bekostiging van de terreinbeherende organisaties. Het kabinet draagt nu € 16 mln. bij om een eerste stap te zetten om, via de provincies, bij te dragen aan de gestegen kosten. Over de toedeling van de totale kosten vindt nog overleg plaats. Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 11, is € 16 mln. ongeveer de helft van de gestegen beheerkosten in 2026.

Verder verwijs ik u naar het rapport van Berenschot.

13

Waar is de extra € 16 miljoen die voor natuurbeheer wordt uitgetrokken op gebaseerd?

Antwoord

Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 11 en 12. Het kabinet vindt het belangrijk om bij te dragen aan de oplossing van het probleem. Met de € 16 mln. draagt het kabinet bij aan ongeveer de helft van het knelpunt in 2026.

Verder verwijs ik u naar het rapport van Berenschot.

14

Kunt u toelichten welke stappen en deadlines zijn voorzien voor de (ondersteuning van de) invoering van het convenant dierwaardige veehouderij?

Antwoord

De ontwerp AMvB dierwaardige veehouderij gaat uit van een stapsgewijze invoering van maatregelen. De eenvoudig toe te passen maatregelen (maatregelen die geen grote investeringen vergen) zijn ingepland voor de korte termijn en maatregelen waarvoor stalaanpassingen nodig zijn, zijn ingepland voor latere momenten. Voor de ondersteuning van de invoering wordt voor de korte termijn (2026–2030) voornamelijk ingezet op onderzoek en pilots en ketendeals. Ondersteuning voor het doen van integrale stalaanpassingen is mede vanwege de vergunningsproblematiek dan ook niet voor de korte termijn voorzien.

15

Kan worden toegelicht welke middelen op de begroting zijn gereserveerd voor de financiële ondersteuning van ondernemers bij investeringen op het gebied van dierenwelzijn in het kader van het convenant dierwaardige veehouderij?

Antwoord

Op beleidsartikel 21 van de LVVN-begroting is voor de ondersteuning van de stappen naar dierwaardige veehouderij een financiële reeks opgenomen (€ 8,1 in 2026, € 7,6 in 2027, € 9,2 in 2028, € 12,7 in 2029 en 2030). Deze middelen worden, conform de afspraken in het convenant dierwaardige veehouderij en ter ondersteuning van de invoering van AMvB maatregelen, voornamelijk ingezet voor onderzoek, pilots en voor oprichting en inrichting van de Autoriteit Dierwaardige Veehouderij. Voor het ondersteunen van ondernemers om integraal duurzame stallen te bouwen (waaronder aanpassingen voor dierwaardigheid) vindt inzet plaats in het kader van de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof.

16

In hoeveel zaken heeft de NVWA handhavend opgetreden als het ging over gevaar voor mens of milieu bij gehouden vogels (buiten de veehouderij) uitgesplitst per jaar sinds 2010?

Antwoord

Er zijn sinds 2010 geen zaken geweest met gehouden vogels waar de NVWA handhavend heeft opgetreden vanwege gevaar voor mens of milieu. De NVWA treedt handhavend op bij illegaliteit, dierenwelzijn of diergezondheidsovertredingen

17

In hoeveel zaken heeft de NVWA handhavend opgetreden als het ging over gevaar voor mens of milieu bij gehouden reptielen, uitgesplitst per jaar sinds 2010?

Antwoord

Er zijn sinds 2010 geen zaken geweest met gehouden reptielen waar de NVWA handhavend heeft opgetreden vanwege gevaar voor mens of milieu. De NVWA treedt handhavend op bij illegaliteit, dierenwelzijn of diergezondheidsovertredingen

18

Kan de regering specificeren welk budget de komende jaren vanuit het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) beschikbaar wordt gesteld voor natuurherstel op Bonaire, Sint Eustatius en Saba en in hoeverre dit budget toereikend is om de doelen van het Natuur- en milieubeleidsplan 2020–2030 (NMBP) tijdig te halen?

Antwoord

Het kabinet heeft besloten om een eerste stap te zetten voor fase 2 met beschikbaarstelling van € 7,5 mln. Uw Kamer ontvangt in het najaar 2026 een brief waarin de invulling van het NMBP voor de komende vier jaar wordt geschetst.

19

Hoe wordt uitvoering gegeven aan de aangenomen motie van de leden Kostic en Bromet over verzetten tegen EU-plannen om meer aalscholvers te doden (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1756)?

Antwoord

Een reactie op deze aangenomen motie is in voorbereiding en ik verwacht uw Kamer hierover op korte termijn aan de Kamer te informeren.

20

Wat is de stand van zaken omtrent het Framework for a European Management Plan for the great cormorant, op welke manier neemt de Staatssecretaris de aangenomen motie van de leden Kostic en Bromet (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1756) hierin mee?

Antwoord

Het «Framework for a European Management Plan for the great cormorant» is afgelopen jaar gepubliceerd door EIFAAC, een sub commissie van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (Food and Agricultural Organisation, FAO). Dit is tevens 17 maart jl. in het Europees Parlement besproken in het PECH committee, waar EIFAAC een presentatie verzorgde. Het is de bedoeling dat voor de verdere vormgeving een adviescommissie, op initiatief van EIFAAC, wordt ingesteld waaraan Nederland zal deelnemen. De inbreng van Nederland zal conform de aangenomen motie van de leden Kostic en Bromet zijn (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1756), waarover ik uw Kamer op korte termijn verder zal informeren.

21

Wat is de stand van zaken omtrent de aangenomen motie van de leden Kostic en Graus (Kamerstuk 32 336, nr. 160) over vertaalbaarheid uit laten werken tot een instrument dat door de CCD en subsidiegevers gebruikt kan worden?

Antwoord

De Kamer is hierover in de brief van 29 september 2025 (Kamerstuk 28 286-1401) geïnformeerd. De CCD heeft de evaluatie van haar instrumentarium inmiddels afgerond en waar nodig aangepast. Ook zijn de betrokken partijen over deze wijzigingen geïnformeerd. De ontwikkeling van het proof-of-principle van een tool voor vertaalbaarheid is inmiddels gestart, hiervoor is een subsidie verstrek aan een gespecialiseerde methodologische onderzoeksgroep binnen het Radboudumc. De resultaten van deze studie worden eind 2027 verwacht.

22

Wat is de stand van zaken omtrent het weigeren of traineren van de openbaarmaking van gegevens door de Minister van LVVN en de kritische adviezen van het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI)? Worden de adviezen van ACOI inmiddels wel opgevolgd?

Antwoord

In 2025 heeft het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding twee adviezen uitgebracht over de openbaarmaking van emissiegegevens. Deze week heb ik uw Kamer een brief (2026D17970, dd 15 april 2026) gestuurd over de manier waarop ik invulling wil geven aan de balans tussen het snel en tijdig nemen van een openbaarmakingsbeslissing en het bieden van gelegenheid tot het geven van een zienswijze. In deze brief ben ik ook ingegaan op een onderzoek naar de sociale veiligheid van agrarisch ondernemers en gesprekken om de mogelijkheden te onderzoeken om emissiegegevens actief openbaar te maken op een manier die recht doet aan de verschillende belangen.

23

Hoe verhoudt deze verdeling van middelen die pas na 2035 beschikbaar komt zich tot het behalen van het wettelijke doel voor 2030, waartoe het kabinet is gehouden in het Greenpeace vonnis?

Antwoord

De middelen die beschikbaar komen na 2035 zijn gericht op blijvende ondersteuning van natuurbehoud en -verbetering, (agrarisch) natuurbeheer, jonge boeren en tuinders en overige flankerende maatregelen. Deze inzet is zowel ten behoeve van de stikstof- en natuuropgaven als het bieden van langetermijnperspectief voor de landbouwsector. Naast de middelen die na 2035 beschikbaar komen, is een aanzienlijk hoger budget beschikbaar gesteld voor de periode tot en met 2035.

24

Kan de regering onderbouwen op welke manier doelsturing al vóór 2030 zal zorgen voor voldoende stikstofreductie, die optelt tot het Greenpeace vonnis? Waarom worden de normen pas in 2035 afrekenbaar, en niet al in 2030? Wordt via aanvullend (normerend) beleid geborgd dat in 2030 aan het vonnis wordt voldaan

Antwoord

Het kabinet zet in op afrekenbare bedrijfsspecifieke emissienormen voor stikstof en klimaat. Met deze normen krijgen agrarisch ondernemers duidelijkheid over waar ze in 2035 aan zullen moeten voldoen en kunnen ze hun vakmanschap toepassen om de normen in te vullen.

Deze emissienormen worden in de komende jaren bekend gemaakt zodat agrarisch ondernemers al de komende jaren naar deze normen toe kunnen werken. Daarnaast zullen agrarisch ondernemers via informerende en stimulerende maatregelen worden ondersteund in het toewerken naar de emissienormen, zodat ook de komende jaren al significante emissiereductie wordt gerealiseerd. Hiervoor zijn ook middelen in het coalitieakkoord aangekondigd.

Om de normen in 2035 uiteindelijk afrekenbaar te maken moet er een juridisch houdbaar systeem worden ontwikkeld. Het gaat niet alleen om de ontwikkeling van het systeem en de wet zelf, maar ook een manier waarop ondernemers betrouwbaar kunnen aantonen dat zij aan de normen voldoen. Denk hierbij aan meetsystematiek, monitoring, beschikbaarheid van data van de juiste kwaliteit etc. Het tijdspad naar 2035 is nodig om dit te realiseren.

De bedrijfsspecifieke emissienormen zijn onderdeel van een bredere, ambitieuze, aanpak waarbij ingezet wordt op de noodzakelijke reductie van depositie in de meest urgente gebieden. Met alleen emissienormen kan niet de gehele opgave worden ingevuld, Aanvullend worden ook andere instrumenten zoals vrijwillige beëindiging en afroming uitgewerkt, onder andere als onderdeel van de aanpak voor prioritaire gebieden.

25

Wordt in de zoneringsaanpak rekening gehouden met het feit dat effectieve zones dusdanig in omvang moeten zijn dat het emissievolume binnen de betreffende zone voldoende is om de vracht op het gebied aanzienlijk te verminderen? Wordt de depositiepotentiemethode uit onder andere Naar een Ontspannen Nederland en Gispoint 2025 hierbij betrokken?

Antwoord

Stikstofemissies vormen maar een deel van de drukfactoren op Natura 2000-gebieden. Andere opgaven die integraal en in samenhang met elkaar via een zonering kunnen worden gemitigeerd zijn o.a. verdroging, nutriëntenproblematiek in het water, of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het kabinet komt daarom met een brede aanpak van alle drukfactoren die verbonden zijn aan de landbouw en agrarisch grondgebruik om te komen tot systeemherstel. Een dimensionering van de zone passend bij het Natura 2000-gebied en de opgaven die daar lokaal spelen (verdroging, vermesting via bodem en water) is daar onderdeel van. Dat betekent ook dat als er onvoldoende depositievracht vanuit de zone komt, omdat er bijvoorbeeld geen landbouw plaatsvindt, en er verder geen relevante drukfactoren spelen er waarschijnlijk ook geen zone nodig is.

De depositiepotentiemethode4 kan aanleiding geven om ook buiten zones rond Natura 2000-gebieden plekken te identificeren waar aanvullende inzet bovenop het generieke beleid nodig is. Deze verkenning wordt meegenomen in het vormgeven van de samenhangende aanpak binnen de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof.

26

Wat is het aandeel van de agrarische bedrijven in de 500 meter zone rond de Veluwe in de totale gemiddelde stikstofdepositie op de stikstofgevoelige natuur in Nederland in zowel % als in mol N/ha/jaar?

Antwoord

Het RIVM heeft vorig jaar een kennisnotitie gepubliceerd over emissies en deposities afkomstig uit zones rondom Natura 2000-gebieden5. Dat is momenteel de beste informatie die beschikbaar is over de activiteiten in de verschillende zones.

In de databestanden bij deze publicatie van het RIVM is te vinden dat het gaat om ca. 375 agrarische bedrijven in de zone tot 500 meter van de Veluwe. Die bedrijven emitteren in totaal ca. 629 ton ammoniak. Het gaat daarbij om stal- en veldemissies uit de zone, inclusief de bedrijven en emissies uit het gebied zelf.

De databestanden geven niet direct antwoord op de vraag hoeveel die zone rondom de Veluwe bijdraagt aan de totale stikstofdepositie op alle stikstofgevoelige natuur in Nederland. Wel is duidelijk dat de zone rondom de Veluwe van alle gebieden veruit de meeste depositie veroorzaakt (figuur 3 van de RIVM kennisnotitie).

27

Wat is het aandeel van de agrarische bedrijven in de 1.000 meter zone rond de Veluwe in de totale gemiddelde stikstofdepositie op de stikstofgevoelige natuur in Nederland in zowel % als in mol N/ha/jaar?

Antwoord

Ook hierbij geeft voornoemde kennisnotitie van het RIVM de beste informatie. Daaruit blijkt dat het in de zone tot 1.000 meter van de Veluwe gaat om ca. 670 agrarische bedrijven met in totaal een emissie van ca. 1 kiloton ammoniak (stal- en veldemissies).

Voor de bijdrage aan de totale stikstofdepositie op alle stikstofgevoelige natuur in Nederland geldt hetzelfde antwoord als bij vraag 26.

28

Wat is het aandeel van de agrarische bedrijven in de 2.000 meter zone rond de Veluwe in de totale gemiddelde stikstofdepositie op de stikstofgevoelige natuur in Nederland in zowel % als in mol N/ha/jaar?

Antwoord

Een zone van 2.000 meter rondom een natuurgebied is niet eerder als beleidsscenario onderzocht en daarom zijn er ook niet direct cijfers beschikbaar voor dat gebied.

29

Wat is het aandeel van de agrarische bedrijven in de Gelderse Vallei in de totale gemiddelde stikstofdepositie op de stikstofgevoelige natuur in Nederland in zowel % als in mol N/ha/jaar?

Antwoord

Op dit moment zijn die getallen niet te geven. Het opstellen van dergelijke cijfers vraagt zorgvuldigheid, bijvoorbeeld vanwege de afbakening van het gebied of keuzes over welke sectoren wel/niet meegenomen worden. De kennisinstellingen hebben niet eerder onderzoek gedaan naar de bijdrage van specifiek de Gelderse Vallei.

Wel heeft het RIVM een dataset opgesteld met de ruimtelijk verdeelde herkomst van de stikstofdepositie op de natuur. In de bijbehorende viewer6 is te zien dat een belangrijk deel van de stikstofdepositie op alle Nederlandse stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden afkomstig is van emissiebronnen uit de Gelderse Vallei.

30

Wat is de gemiddelde stikstofdepositie van de TOP 600 piekbelasters (met de grootste vracht op stikstofgevoelige natuur) in zowel % als in mol N/ha/jaar? Hoeveel agrarische bedrijven en hoeveel industriële bedrijven betreft deze selectie?

Antwoord

Bij het vormgeven van de aanpak piekbelasting in 2023 zijn een aantal onderzoeken gedaan naar de bijdrage van de top 3.000 bedrijven met de grootste depositie.7 Hieruit bleek dat die top 3.000 voornamelijk bestond uit agrarische bedrijven, met daarnaast ongeveer 25 industriële bedrijven. Mogelijk zijn deze drie jaar oude cijfers inmiddels achterhaald. Specificering naar een top 600 is destijds en sindsdien niet gemaakt.

31

Hoe wordt de keuze voor de omvang van de zone en de prioritaire gebieden wetenschappelijk onderbouwd? Vindt ook consultatie/toetsing plaats door de Ecologische Autoriteit?

Antwoord

Bij de vormgeving van de zoneringsaanpak is de inzet om de omvang van de zone rondom de desbetreffende Natura 2000-gebieden samen met provincies vorm te geven. Daarbij zet het kabinet in op een zonering die zich richt op meerdere drukfactoren. Elk Natura 2000-gebied, inclusief de zone daaromheen, kent andere opgaven, kenmerken en drukfactoren. Dat vraagt om enige mate van maatwerk per gebied om te komen tot een bij het Natura-2000 gebied passende zone. Het kabinet wil echter tegelijkertijd met een heldere aanpak komen die bij de meeste gebieden past. Daar hoort ook een zo eenduidig mogelijke afbakening van de zone bij. Een uitgebreide set aan wetenschappelijke rapporten, natuurdoelanalyses en andere rapporten van de Ecologische Autoriteit geven hier inzicht in. Het kabinet zal een consortium van kennisinstellingen daarnaast vragen om een reflectie op de aanpak die deze zomer wordt gepresenteerd.

Voor de (bredere) prioritaire gebieden geldt dat de afbakening is gebaseerd op een stapeling van opgaven en de potentie voor het versterken van wat daar al loopt. Het kabinet richt zich daardoor met prioriteit op de gebieden in en rondom de Veluwe, de Peel, het Groene Hart, het Hart van het Noorden en Noordwest Overijssel. Deze prioritering is interbestuurlijk tot stand gekomen, o.a. in lijn met «Naar een Ontspannen Nederland».

32

Hoe staat het met de voortgang van het RIVM inzake het inzichtelijk maken van de aanvullende impact van het Vlaamse PAS op de Nederlandse natuur, en de geraamde depositiedaling?

Antwoord

Het RIVM is momenteel in de afrondende fase van dit onderzoek. Hierbij wordt nauw samengewerkt met de Vlaamse collega’s, zodat we er zeker van zijn dat de juiste cijfers worden gehanteerd. Ook is de vraagstelling ambtelijk afgestemd met Nederlands provincies in de zuidelijke grensregio, zodat zij goed uit de voeten kunnen met het uiteindelijke resultaat. Zoals gebruikelijk zal het RIVM de onderzoeksresultaten na afronding publiceren.

33

Wat is de verwachte impact van het verhogen van het budget voor natuurbeheer, is dit ook volgens de terreinbeherende organisaties voldoende om aan de meest prangende opgaven te kunnen voldoen?

Antwoord

Graag verwijs ik u naar het antwoord op vraag 12.

34

Hoeveel van de gemeten en/of uitgekeerde gewasschade in 2024 en 25 in euro en % was schade aan gewassen die direct bestemd waren voor menselijke consumptie, en hoeveel van de schade was aan voor diervoeder bestemde gewassen?

Antwoord

De Rijksoverheid beschikt niet over registratiegegevens van gemeten en/of uitgekeerde gewasschades, ook niet van de verzekerde gewasschades vanuit de gesubsidieerde Brede weersverzekering die door marktpartijen wordt aangeboden.

35

Hoeveel % van het Nederlandse landbouw areaal wordt gebruikt voor veevoedergewassen?

Antwoord

Volgens het CBS bedroeg het totale areaal cultuurgrond in Nederland in 2025 1.793.760 hectare. Daarvan werd 1.147.690 hectare (64%) benut voor gras en groenvoeder. Dit areaal bestond uit 950.410 hectare grasland (53%) en circa 197.280 hectare groenvoedergewassen (11%), die doorgaans worden ingezet als vers veevoer. De resterende 36% van het areaal werd gebruikt voor akkerbouw- en tuinbouwgewassen. Binnen deze categorie is geen nadere uitsplitsing beschikbaar naar bestemming voor veevoer dan wel humane consumptie. Wel geldt dat een deel van de voor humane consumptie geteelde gewassen via reststromen wordt aangewend in veevoeders.8

36

Welk percentage van de varkens wordt gehouden in gangbare houderijsystemen, in een houderijsysteem met één ster van het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming, in een houderijsysteem met twee sterren, met drie sterren en biologisch, en om hoeveel varkens gaat dit?

Antwoord

Ik beantwoord deze vraag eerst in algemene zin voor diverse diercategorieën, om daarmee een totaalbeeld te geven van de gegevens die beschikbaar zijn. Vervolgens geef ik een dierspecifiek antwoord, dat wil zeggen bij deze vraag met betrekking tot varkens.

Algemeen

Voor de gegevens over het aantal dieren dat in Nederland gehouden wordt en het aantal dieren dat in een biologisch houderijsysteem gehouden wordt, biedt de website De Staat van Landbouw, Natuur en Voedsel inzicht.9 De gegevens zijn afkomstig uit de CBS-landbouwtelling. Onderstaande tabel geeft een overzicht voor de diercategorieën fokzeugen, leghennen, melkgeiten, melkkoeien, vleeskalveren, vleeskuikens en vleesvarkens. De tabel geeft de aantallen dieren per diercategorie weer dat in totaal in Nederland, en dat in een biologisch houderijsysteem wordt gehouden. In de vierde kolom geeft de tabel het daaruit resulterende percentage dieren weer dat in een biologisch houderijsysteem wordt gehouden.

Diercategorie

Aantal dieren in Nederland

Aantal dieren in een biologisch houderijsysteem

% gehouden in een biologisch houderijsysteem

Fokzeugen

682.931

8.453

1,24

Leghennen

31.457.362

2.429.372

7,73

Melkgeiten

472.874

33.519

7,09

Melkkoeien

1.530.786

47.269

3,09

Vleeskalveren

965.700

37

0,004

Vleeskuikens

39.254.143

257.459

0,66

Vleesvarkens

4.500.348

55.231

1,23

Voor een antwoord op de vraag hoeveel dieren in een houderijsysteem met één, twee of drie sterren van het Beter Leven keurmerk (BLk) van de Dierenbescherming worden gehouden baseer ik mij op de rapportage van Stichting Beter Leven keurmerk (SBLk). Het betreft een privaat keurmerk, en de gegevens over aantallen dieren gehouden onder het keurmerk worden verzameld, beheerd en gepubliceerd door SBLk. Omdat het om een privaat keurmerk gaat, worden deze getallen niet door de overheid bijgehouden. SBLk heeft op haar website10 een presentatie van een in 2026 gehouden stakeholderbijeenkomst geplaatst met daarin informatie over het aantal dieren gehouden onder het BLk. SBLk presenteert cijfers over 2025, gebaseerd op schattingen van deelnemende slachterijen. Zij maakt daarin geen onderscheid tussen één, twee of drie sterren. Tevens is het relevant te vermelden dat de gerapporteerde aantallen niet enkel in Nederland gehouden dieren betreft; een (klein) deel van de Beter Leven keurmerkhouders is gevestigd in andere landen. Om die reden is het niet mogelijk om het percentage in Nederland gehouden dieren met keurmerk te bepalen.

Diercategorie

Aantal dieren gehouden in een houderijsysteem met een, twee of drie sterren van het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming

Kalkoenen

626 duizend

Kalveren

10 duizend

Konijnen

97 duizend

Leghennen

6 miljoen

Melkrunderen

3 duizend

Varkens

3,5 miljoen

Vleeskuikens

149 miljoen

Vleesrunderen

15 duizend

Varkens

Het aantal varkens dat in 2025 in een biologisch houderijsysteem gehouden werd is onder te verdelen in fokzeugen (8.453 dieren) en vleesvarkens (55.231 dieren). Het percentage varkens dat in 2025 in een biologisch houderijsysteem werd gehouden is voor beide diercategorieën circa 1,2%. Het aantal varkens dat in 2025 gehouden werd in een houderijsysteem met één, twee of drie sterren van het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming is 3,5 miljoen.

37

Gaat de Minister de biologische landbouwsector betrekken in de overlegtafels stikstof?

Antwoord

Ja, de biologische landbouwsector wordt betrokken in een breed overleg met deelnemers vanuit de landbouwsector, ketenorganisaties, sectorpartijen, natuur- en milieuorganisaties in het kader van de samenhangende aanpak Landbouw, Natuur en Stikstof. Recent informeerde ik de Tweede Kamer dat ik hiervoor Biohuis als vertegenwoordiger van biologische boeren en tuinders heb uitgenodigd (Kamerstukken 36 800 XIV, nr. 80).

38

Welke bijdrage van de biologische landbouw ziet de Minister voor Pijler 5: Een toekomstbestendige landbouwsector?

Antwoord

Biologische landbouw loopt mee in het proces van de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof. Zoals beschreven in het coalitie akkoord wil dit kabinet de consumptie van biologische en duurzame producten stimuleren door het actieplan Groei biologische productie en consumptie voort te zetten. Naar aanleiding van de motie Bromet (Kamerstukken 36 800 XIV, nr. 32) maak ik momenteel een versnellingsplan om conform de ambitie uit het actieplan de realisatie van een biologisch landbouwareaal van 15% in 2030 te stimuleren en actief in te zetten op de omschakeling naar biologische landbouw in de gebiedsgerichte en zoneringsaanpak. Dit versnellingsplan zal ik voor de zomer met de Tweede Kamer delen en daarbij zal ik nader ingaan op de bijdrage van de biologische landbouw aan pijler 5 van de taskforce.

39

Het kabinet streeft naar een ammoniakreductie door de landbouw van 23–25% in 2030 en 42–46% in 2035 ten opzichte van 2019. Wat bepaalt voor de Minister de ondergrens, en wat bepaalt de bovengrens, van deze bandbreedtes? En wanneer is volgens de Minister sprake van succesvol beleid, bij het behalen van de ondergrens of van de bovengrens?

Antwoord

Er is sprake van succesvol beleid wanneer de natuur in Nederland voldoende en structureel verbetert, vergunningverlening stapsgewijs weer mogelijk wordt en de landbouwsector toekomstbestendig wordt. In het coalitieakkoord zijn de genoemde doelen opgenomen als onderdeel van de aanpak van landbouw, natuur en stikstof. Daarbij is de 42–46% in 2035 overgenomen van het vorige kabinet en gebaseerd op de inschatting van wat er realistisch haalbaar is voor de agrarische sector om te realiseren. Er is gewerkt met een bandbreedte vanwege onzekerheden over reductiepotentiëlen van maatregelen. De doelstellingen voor de landbouwsector dragen er aan bij dat er duidelijkheid wordt gecreëerd voor de agrarische ondernemers en er ook beweging zal ontstaan om aan de benodigde emissiereductie te werken. Het kabinet werkt hiertoe momenteel in de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof aan een samenhangende aanpak rond deze doelen, waarvan emissiereductie binnen de landbouwsector een belangrijke pijler is. Het kabinet werkt ook aan een wetsvoorstel voor het vastleggen van de emissiedoelen.

40

Het kabinet wil uiterlijk in 2032 een norm voor grondgebondenheid invoeren. Op welke manier moet zo’n norm bijdragen aan het reduceren van het stikstofproblematiek?

Antwoord

Op dit moment wordt grondgebondenheid uitgewerkt in de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof. Het kabinet is voornemens de Kamer voor de zomer te informeren over de beleidsmatige inzet voor een grondgebondenheidsnorm in het kader van de taskforce. De wijze waarop deze norm wordt vormgegeven zal bepalen in welke mate het effect heeft op de emissies van ammoniak. De invoering van grondgebondenheid heeft naar verwachting met name effect op de veedichtheid in bepaalde gebieden en daarmee heeft het effect op de ammoniakemissie in deze gebieden.

41

De huidige stikstofdoelen worden zo snel mogelijk vervangen door reductiedoelen. Wat is de meetbare drempel om te bepalen wanneer het maatregelpakket hiervoor «voldoende geborgd» is?

Antwoord

Voor de zomer wordt een pakket van maatregelen gepresenteerd, waarmee een emissiereductie van 42–46% voor landbouw, 50% ammoniakreductie voor de industrie, en voor de mobiliteit een reductie van stikstofoxiden van 50%, in 2035 ten opzichte van 2019 wordt beoogd. Borging en monitoring zijn een essentieel onderdeel van dit pakket en worden als onderdeel van het pakket geconcretiseerd. Het betekent onder meer dat aanvullende maatregelen worden getroffen als de emissiedoelen voor de landbouw, industrie en mobiliteit voor 2035, of het tussenliggende streefdoel voor de landbouw voor 2030, niet binnen bereik liggen («bijsturing»).

42

Laat de Minister het herziene wetsvoorstel «vervangen omgevingswaarde stikstof» opnieuw door de Raad van State van advies voorzien?

Antwoord

Nee, daartoe bestaat geen noodzaak, gelet op het dictum. De Raad van State adviseert het voorstel niet bij de Tweede Kamer in te dienen, tenzij het is aangepast. Het is daarom mijn bedoeling om de in het licht van het advies van de Raad van State noodzakelijke aanpassingen in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting door te voeren. Vervolgens zal het wetsvoorstel opnieuw in de ministerraad worden behandeld, voordat het bij de Tweede Kamer wordt ingediend.

43

Hoort bij een sterke en toekomstbestendige agrarische sector volgens de Minister ook het sterk verminderen van het gebruik van stikstofhoudende kunstmest?

Antwoord

Het is mijn streven een meer circulair gebruik van nutriënten te bevorderen. Ik zie daarbij kansen in de aangekondigde evaluatie van de Nitraatrichtlijn, alsook het verder stimuleren van RENURE-meststoffen. Dit zou op termijn wellicht een alternatief kunnen bieden voor stikstofhoudende kunstmest. Stikstofhoudende kunstmeststoffen zijn en zullen in de nabije toekomst echter noodzakelijk blijven om wereldwijd voldoende en kwalitatief goed voedsel te kunnen produceren. Ook voor de Nederlandse agrarische sector zal stikstofhoudende kunstmest van belang blijven. Mijn beleid richt zich voornamelijk op het stimuleren van het efficiënt gebruik van meststoffen in den brede. Dit wordt onder andere gedaan door het gebruik van meststoffen, waaronder ook stikstofhoudende kunstmest, te normeren via een gebruiksnormenstelsel voor stikstof en fosfaat. en de teelt van vanggewassen, die nutriënten opnemen die overblijven in de grond na de teelt van een gewas, te stimuleren.

44

Op welke manier gaat de Minister de kunstmestgebruiksruimte van boeren meenemen in de beleidsvorming gericht op ammoniakreductie?

Antwoord

Er geldt reeds een maximale gebruiksnorm voor stikstof uit meststoffen (stikstofgebruiksnorm totaal). Hieronder valt ook stikstofhoudende kunstmest. Over de afgelopen jaren zijn deze normen langzaam aangescherpt om stikstofverliezen naar het water en het milieu, zoals gasvormige verliezen (ammoniak) te verminderen. Op dit moment tref ik de voorbereidingen voor het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn, in lijn met de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. In dat verband wordt opnieuw bezien welke maatregelen perspectiefvol zijn voor een verbetering van de waterkwaliteit, ook vanuit een breder milieuperspectief. Daarnaast werk ik momenteel in de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof aan het verlagen van de stikstofuitstoot. Ik informeer uw Kamer richting de zomer over mijn voornemens in dat kader.

45

Op welke manier wordt stikstofhoudende kunstmest meegenomen in het beleid gericht op het behalen van de Kaderrichtlijn Water en in de Samenhangende aanpak Landbouw, Natuur en Stikstof?

Antwoord

Er geldt reeds een maximale gebruiksnorm voor stikstof uit meststoffen (stikstofgebruiksnorm totaal). Hieronder valt ook stikstofhoudende kunstmest. Over de afgelopen jaren zijn deze normen langzaam aangescherpt om stikstofverliezen naar het water en het milieu te minimaliseren. Op dit moment tref ik de voorbereidingen voor het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn, langs de lijnen van de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Ook werk ik aan een aanpak kwetsbare watergebieden, via de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof. Ik informeer uw Kamer richting de zomer over mijn voornemens in dat kader.

Ik ben voornemens om per 1 januari 2027 het emissiearm aanwenden van ureumhoudende kunstmest (een vorm van stikstofkunstmest) en spuiwaters te verplichten. Hiermee bevorder ik het efficiënt nutriëntengebruik en worden ammoniakemissies voorkomen. Deze verplichting gaat gelden naast de verplichting tot het emissiearm aanwenden van dierlijke drijfmest om zo ammoniakuitstoot tegen te gaan.

46

Gaat de Minister producenten en distributeurs van kunstmest betrekken in de overlegtafels stikstof?

Antwoord

Ik voer gesprekken met allerlei partijen in het kader van de stikstof opgave. Specifiek voor de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof is het maatschappelijke overleg ingericht. Voor dit overleg zijn verschillende agrarische koepelpartijen uitgenodigd. Distributeurs en producenten van kunstmest zijn geen individuele deelnemers dan dit overleg, maar zij kunnen hun inbreng meegeven aan de organisaties die aan tafel zitten.

47

Kan de regering nader specificeren hoe het extra bedrag van € 7,5 miljoen voor «Natuur Caribisch Nederland» in 2026 wordt ingezet, inclusief een uitsplitsing naar Bonaire, int Eustatius en Saba, naar beleidsdoel en naar begrotingsinstrument, en toelichten in hoeverre deze middelen structureel dan wel incidenteel van aard zijn?

Antwoord

In de komende maanden zal de programmering van fase 2 met de openbare lichamen in gezamenlijkheid worden besproken. Het is belangrijk om draagvlak te hebben voor de invulling van fase 2 van het Natuur en Milieu Beleidsplan Caribisch Nederland. Het gereserveerde budget voor 2026 zal worden ingezet om de eerste projecten van deze fase te financiering. Nadruk zal liggen op het voortbouwen van de inzet van fase 1. Er is geen uitsplitsing naar eilanden en de middelen zijn incidenteel van aard.

48

Kan de regering aangeven of en op welke wijze het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in 2026 financieel bijdraagt aan de uitvoering van de tweede fase van het Natuur- en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland, en daarbij specifiek uitsplitsen welke middelen beschikbaar zijn voor afvalwaterzuivering en overige afvalwatermaatregelen op Bonaire, int Eustatius en Saba?

Antwoord

Het Ministerie van IenW draagt in 2026 met 1 miljoen euro bij aan de exploitatie van de rioolwaterzuiveringsinstallatie op Bonaire. Daarnaast wordt door IenW 287.000 euro besteed aan grondwateronderzoek op Saba om het beleid voor afvalwater beter te onderbouwen. Op Sint Eustatius ondersteunt IenW met capaciteit om mee te denken in de uitwerking van de plannen voor een afvalwaterverwerkingsinstallatie.

49

Kan de regering daarbij tevens aangeven welke onderdelen van fase 2 van het NMBP in 2026 nog niet financieel zijn gedekt, in afwachting van het integrale plan van aanpak?

Antwoord

De programmering voor fase 2 van het NMBP wordt de komende maanden in afstemming met de openbare lichamen opgesteld. Naar aanleiding van de rechterlijke uitspraak inzake de Bonaire klimaatrechtzaak zullen klimaatadaptatie maatregelen die invulling geven aan de doelstellingen van het NMBP worden opgenomen. In het najaar van 2026 zal het kabinet de Kamer informeren over de invulling van fase 2 als alle betrokken departementen en openbare lichamen hun betrokkenheid en inzet hebben aangegeven

50

Aan welke stimulansen voor alternatieven voor chemische bestrijdingsmiddelen denkt de Minister?

Antwoord

De extra middelen voor gewasbescherming worden onder meer ingezet voor een praktijkprogramma plantgezondheid gericht op een transitie naar gebruik van niet-chemische alternatieven. Daarnaast vraagt het aangenomen amendement van de leden Podt en Bromet (TK 36 800 XIV-21) om middelen in te zetten om de toelating van groene middelen te versnellen, waartoe aan het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb) opdracht zal worden verstrekt. Stimulansen voor alternatieven betrek ik verder ook in de besprekingen voor het sluiten van een convenant gewasbeschermingsmiddelen.

51

Wordt er, naast het stimuleren van alternatieven, van dit budget ook gewerkt aan ander beleid rondom bestrijdingsmiddelen? Wil de Minister gaan werken aan het structureel monitoren van de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in natuurgebieden? Wil de Minister gaan werken aan centrale digitale registratie van middelengebruik? (Beide mede in verband met de uitspraak van de Raad van State over de vergunningplicht voor lelieteelt?)

Antwoord

Er wordt ook ingezet op de doorontwikkeling van het benchmarksysteem door de sector (TK 27 858-734 en 27 858-711). Dit systeem stelt ondernemers in staat om hun eigen middelengebruik inzichtelijk te vergelijken tussen verschillende jaren en met dat van andere ondernemers. Er zijn op dit moment geen voornemens om te werken aan een centraal register. Op dit moment loopt er een beroep bij de Raad van State omtrent de eerder door de rechtbank Noord-Nederland aan de Minister van LVVN opgelegde verzamelplicht van gegevens uit spuitregisters die door agrarische ondernemers worden bijgehouden. De Raad van State heeft aangegeven dit beroep in het tweede kwartaal van 2026 te willen behandelen. Duidelijkheid in deze procedure over de interpretatie van de betrokken verplichting in de Verordening gewasbeschermingsmiddelen (EG) nr. 1107/2009 zal bepalen welke route ik in dit dossier zal volgen.

Uw Kamer is recent per brief geïnformeerd over vervolgonderzoek voor de ontwikkeling van een monitoringsprotocol voor de aanwezigheid van werkzame stoffen in bestrijdingsmiddelen in terrestrische Natura 2000-gebieden en een methodiek voor ecologische effectbeoordeling (TK 27 858-743). Dit protocol zal de basis vormen voor toekomstige monitoring. Hierover loopt overleg met de provincies en de Kamer zal vóór de zomer worden geïnformeerd over de voortgang.

52

Producenten van stikstofhoudende kunstmest zijn vanwege hun productieproces grote uitstoters van stikstofoxiden en ammoniak. Valt deze sector onder de industriedoelen, en zo ja, op welke manier?

Antwoord

De sector kunstmestproducten valt met betrekking tot de uitstoot van ammoniak ook onder het industriedoel aangezien dit doel toeziet op een reductie van 50% van de ammoniakuitstoot in de basisindustrie. Via maatwerk en de aanpak piekbelasting industrie wordt gekeken wat de beste manier is om de ammoniakuitstoot terug te dringen. Zo zijn er aan Yara Sluiskil en OCI-subsidies verstrekt voor bovenwettelijke maatregelen om door middel van nageschakelde technieken ammoniak te reduceren. De reductie van uitstoot van stikstofoxiden loopt mee met de klimaatopgave en de maatregelen die daarvoor in de industrie worden genomen. Te denken valt aan het EU ETS-systeem en de maatwerkafspraken verduurzaming industrie om bovenwettelijke maatregelen te nemen. Daarnaast gelden ook milieunormen die telkens worden aangescherpt waaronder de nieuwe Europese Richtlijn Industriële emissies.

53

Betekent de keuze voor grondgebondenheid en daarmee een gesloten kringloop op melkveebedrijven dat het gebruik van stikstofhoudende kunstmest in deze sector zo veel mogelijk wordt gereduceerd? Zo ja, met welke percentrage?

Antwoord

Op dit moment wordt grondgebondenheid uitgewerkt in de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof. Het kabinet is voornemens de Kamer voor de zomer te informeren over de beleidsmatige inzet voor grondgebondenheid. De wijze waarop de norm voor grondgebondenheid wordt vormgegeven zal mede bepalen in welke mate gesloten kringlopen op bedrijfsniveau zullen ontstaan. In hoeverre het gebruik van stikstofhoudende kunstmest wordt teruggedrongen valt op dit moment niet te zeggen en is ook afhankelijk van andere trajecten zoals de verdere uitwerking van RENURE.

54

Wat is in 2026 de toezichtsintensiteit dierenwelzijn bij primaire bedrijven (exclusief houders van gezelschapsdieren)? Wat was de toezichtsintensiteit in 2025?

Antwoord

De NVWA houdt grotendeels risicogericht toezicht. Dat wil zeggen dat de NVWA de beperkte capaciteit vooral inzet bij bedrijven waarvan de verwachting is dat de naleving niet in orde is en/of waar de grootste risico’s voor dierenwelzijn aanwezig zijn. Daarnaast bestaat een deel van de inspecties uit herinspecties op bedrijven die al eerder gecontroleerd zijn. Daarmee verschilt per jaar welk percentage bedrijven fysiek of administratief gecontroleerd worden door de NVWA. Alleen achteraf, na analyse van de inspectieresultaten van het voorgaande jaar, kan de toezichtsintensiteit worden bepaald.

De toezichtsintensiteit over 2025 voor primaire bedrijven (exclusief houders van gezelschapsdieren) is 4%.

55

Is er een kabinetsreactie gekomen op de RDA-zienswijze De Toekomst is er Zoo? Wat is er met deze zienswijze gedaan?

Antwoord

Op 26 mei 2025 heeft mijn ambtsvoorganger een brief naar uw Kamer gestuurd over de stand van zaken en ontwikkelingen op het beleid voor dierentuinen (Kamerstuk 36 600 XIV, nr. 81). In deze brief werd een appreciatie op de zienswijze gegeven. De aandachtspunten en adviezen uit de zienswijze worden meegenomen in het traject voor de herziening van de regelgeving voor dierentuinen.

56

Wat is de stand van zaken omtrent de herziening van de dierentuinwetgeving?

Antwoord

Er wordt momenteel gewerkt aan een plan van aanpak voor dit meerjarige traject. Ik verwacht uw Kamer hier vóór het debat dieren buiten de veehouderij van 3 september te informeren.

57

Wanneer kan de Kamer de voorhang van de AMvB over een verbod op reptielenbeurzen, conform aangenomen motie 36 800 XIV, nr. 45, verwachten?

Antwoord

Ik beraad mij over de precieze invulling van deze motie en zal de Kamer hierover met een brief voor de zomer informeren.

58

Hoe wordt uitvoering gegeven aan de aangenomen motie over het verbieden van het verhandelen van stroomstoot- en prikbanden voor honden (Kamerstuk 28 286, nr. 1418)?

Antwoord

In het verslag van een schriftelijk overleg over het ontwerpbesluit van het verbod op het gebruik van stroomstootapparatuur bij honden (Kamerstuk 28 286, nr. 1168) is toegezegd dat vier jaar na inwerkingtreding van het verbod een evaluatie zal plaatsvinden van de uitzonderingspositie van overheidsinstanties om te bekijken of deze gehandhaafd moet blijven. Ik heb Andersson Elffers Felix (AEF) gevraagd om niet alleen de uitzonderingen, maar het gehele verbod te evalueren. Deze resultaten heb ik nodig om te bepalen hoe ik uitvoering kan geven aan de aangenomen motie over het verbieden van het verhandelen van stroomstoot- en prikbanden voor honden. Ik verwacht de resultaten van de evaluatie in juni 2026 te ontvangen, het rapport van AEF zal ik met de Tweede Kamer delen. In de appreciatie zal ik aangeven hoe ik uitvoering zal geven aan de aangenomen motie.

59

Hoe wordt uitvoering gegeven aan de aangenomen motie over Marokko en FIFA oproepen om het doden van straathonden te stoppen (Kamerstuk 28 286, nr. 1417)?

Antwoord

Deze motie is overgenomen door mijn collega van collega van Buitenlandse Zaken, die hierover gaat. Zoals met de Tweede Kamer gedeeld in reactie op eerdere kamervragen (2025Z18841, ingezonden 09 oktober 2025) bestaat bij het kabinet de indruk dat de Marokkaanse autoriteiten reeds bekend zijn met diervriendelijke methoden om de zwerfhondenproblematiek aan te pakken en dat Marokko nationale wetgeving heeft aangenomen rondom de behandeling en opvang van zwerfhonden. De zorgen voor straathondenleed in Marokko van de Partij voor de Dieren zijn echter recent nogmaals onder de aandacht gebracht. In het verslag van de eerstvolgende Raad Buitenlandse Zaken zal de Tweede Kamer hierover eveneens worden geïnformeerd.

60

Wat is de stand van zaken omtrent de aangenomen motie Kamerstuk 33 835, nr. 242 over afzien van elke verhoging van de slachtsnelheid?

Antwoord

De Kamer is op 25 april 2025 door mijn ambtsvoorganger geïnformeerd dat deze motie niet kan worden uitgevoerd (Kamerstuk 33 835, nr. 250). Ik beraad me op de vervolgstappen en zal de Kamer hierover per brief voor de zomer informeren.

61

Wanneer wordt de AMvB met daarin een verbod op alle dieronvriendelijke hulp- en trainingsmiddelen, conform aangenomen motie Kamerstuk 36 163, nr. 13, naar de Kamer gestuurd?

Antwoord

Het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur (AMvB) waarin bepaalde vormen van gebruik van de meest risicovolle hulp- en trainingsmiddelen worden aangewezen als verboden vorm van dierenmishandeling is bijna klaar voor internetconsultatie. Ik verwacht de ontwerp-AMvB in het eerste kwartaal van 2027 aan de Kamer te kunnen zenden met het oog op de voorhangprocedure.

62

Wat is de stand van zaken omtrent het geplande verbod op het slachten van hoogdrachtige dieren?

Antwoord

Het betreft niet een verbod op het slachten van hoogdrachtige dieren, maar een verbod op de handel ten behoeve van de slacht van drachtige runderen en drachtige varkens waarvan de draagtijd voor tweederde of meer gevorderd is. De achtergrond hiervan is dat Europese wet- en regelgeving geen strengere eisen ten aanzien van de slacht van dieren toestaat en maar beperkt voor het transport van dieren. Strengere regels voor het transport van drachtige dieren kunnen alleen gelden voor transporten die geheel plaatsvinden binnen het Nederlands grondgebied.

Ik vind het onwenselijk dat hoogdrachtige dieren getransporteerd en geslacht worden. De huidige regels zijn duidelijk: het is verboden om drachtige dieren waarvan de draagtijd voor 90% of meer gevorderd is te vervoeren. Het slachten van deze dieren is echter niet verboden en zoals hierboven uitgelegd, kan Nederland dat niet zelfstandig regelen. 90% is ver gevorderd in de dracht, dus ik erken het belang van het bovengenoemde verbod, maar ik zie ook duidelijke praktische beperkingen. Een dergelijk verbod is zeer beperkt handhaafbaar en uitvoerbaar, omdat in de praktijk erg moeilijk exact is vast te stellen hoe lang een rund of varken al drachtig is. Daarnaast heeft de Europese Commissie de vorige Minister gevraagd geen strengere nationale regels voor diertransport in te stellen, zolang de onderhandelingen voor de herziening van de transportverordening nog lopen. Ik zet mij voor nu daarom ook in op strengere Europese regels bij de herziening van de transportverordening omtrent het transport van (hoog)drachtige dieren en daarbij behorende zaken zoals het vastleggen van inseminatie- of dekkingsdata.

63

Hoe verhoudt de geplande IBR-bestrijding zich tot (het beëindigen van) de import van kalfjes uit Ierland?

Antwoord

Ik heb recent de Kamer geïnformeerd over de verwachte inwerkingtreding van de Amvb IBR op 1 januari 2027. Dit betreft in eerste instantie nog een nationaal programma. Dat betekent dat er door Nederland nog geen aanvullende eisen ten aanzien van IBR mogen worden gesteld bij de aanvoer van runderen uit andere lidstaten die niet vrij zijn van IBR, waaronder Ierland. De sectoren hebben tijd nodig om de importstromen te verleggen en zich aan te passen aan zulke aanvullende voorwaarden. Afhankelijk van de voortgang wordt bezien wanneer het programma aan de Europese Commissie wordt voorgelegd ter goedkeuring. Vanaf dat moment zullen er voor IBR aanvullende voorwaarden gaan gelden. Import uit landen als Ierland is dan nog steeds mogelijk, maar niet zonder aanvullende test- en quarantaineverplichtingen.

64

Hoeveel kalfjes van 0 tot 14 dagen oud, 15 tot 28 dagen oud en van 0 tot 365 dagen oud zijn in 2024 en 2025 gestorven op verzamelplaatsen, uitgesplitst per leeftijdscategorie?

Antwoord

In de tabel staat het aantal kalveren dat in 2024 en 2025 is een doodmelding heeft gekregen op een verzamelcentrum.

Kalveren met een doodmelding op een verzamelcentrum

Leeftijd 0–14 dagen

Leeftijd 15–28 dagen

2024

254

1.413

2025

84

653

65

Op welke wijze wordt gecontroleerd of de sterfte van dieren bij verzamelplaatsen op de juiste manier wordt gemeld in het I&R-systeem?

Antwoord

Runderen staan in het centrale Identificatie en Registratie (I&R) register geregistreerd op een locatie. De houder van een locatie,dus ook van verzamelplaatsen, waar runderen worden gehouden of aangevoerd, zijn zelf verantwoordelijk voor het tijdig, juist en correct melden aan I&R. Bij sterfte kan er gekozen worden uit één type melding namelijk een doodmelding.

66

Op welke wijze wordt toezicht gehouden op wat er gebeurt met de dieren die tijdens exportcertificering geen toestemming krijgen voor export?

Antwoord

De NVWA houdt niet specifiek toezicht op dieren die geweigerd worden tijdens de exportcertificering. Het is de verantwoordelijkheid van het betrokken bedrijf om te bepalen wat er met de geweigerde dieren gebeurt.

De NVWA heeft sinds 3 april 2023 de certificering van licht zieke en gewonde dieren aangescherpt. De meeste dieren worden geweigerd omdat er twijfel bestaat over de geschiktheid voor het voorgenomen transport. Waar dat nodig is, neemt de NVWA passende maatregelen richting de exploitant die gericht zijn op het verkleinen van de risico’s. Een passende maatregel kan zijn verscherpt toezicht of het maken van afspraken met de exploitant. Waar een overtreding kan worden bewezen, wordt het interventiebeleid van de NVWA gevolgd.

67

Op welke wijze wordt toezicht gehouden op wat er gebeurt met dieren die tijdens exportcertificering worden afgekeurd voor verder transport?

Antwoord

Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 66.

68

Bij welk deel van de inspecties bij verzamelplaatsen is een tweede toezichthouder ingezet in 2021 t/m 2025, uitgesplitst per jaar?

Antwoord

Deze gegevens worden niet bijgehouden. In totaal hebben 22 van de 67 verzamelcentra in 2025 dieren geëxporteerd. Momenteel wordt op 19 verzamelcentra een tweede toezichthouder ingezet bij de controles voorafgaand aan export van melktypische runderen, zeugen en biggen die bestemd zijn voor de slacht. Sinds 2021 is deze inzet van een tweede toezichthouder vrijwel stabiel gebleven.

69

Hoeveel fte’s waren er voor de dierenwelzijnsteams van de NVWA vanaf 1 januari 2020 t/m 31 december 2025; uitgesplitst per jaar; uitgesplitst per maand; uitgesplitst per team (dierenwelzijn 1 t/m 5, dierenwelzijn vervoer, diergeneesmiddelen 1 en 2) en uitgesplitst per functie (inspecteur, inspecteur-specialist, inspecteur-coördinator, teamleider)?

Antwoord

Hierbij vind u het overzicht van beschikbare FTE’s per jaar en per dierenwelzijn teams en vervolgens de uitsplitsing per maand. Dit is per jaar hieronder opgenomen.

2025

Team

geplande uren

beschikbare uren

geplande fte’s

beschikbare fte’s

HH IJ Tm Dierenwelzijn 1

9613

10.233

7,1

7,5

1

741

862

0,5

0,6

2

682

962

0,5

0,7

3

741

1.103

0,5

0,8

4

699

972

0,5

0,7

5

690

874

0,5

0,6

6

806

973

0,6

0,7

7

910

889

0,7

0,7

8

825

670

0,6

0,5

9

943

809

0,7

0,6

10

947

798

0,7

0,6

11

844

665

0,6

0,5

12

785

658

0,6

0,5

HH IJ Tm Dierenwelzijn 2

15.386

14.788

11,3

10,9

1

1.219

1.296

0,9

1,0

2

1.123

1.137

0,8

0,8

3

1.207

1.616

0,9

1,2

4

1.165

1.333

0,9

1,0

5

1.165

939

0,9

0,7

6

1.280

1.257

0,9

0,9

7

1.420

1.182

1,0

0,9

8

1.280

992

0,9

0,7

9

1.473

863

1,1

0,6

10

1.503

1.715

1,1

1,3

11

1.324

1.443

1,0

1,1

12

1.227

1.016

0,9

0,7

HH IJ Tm Dierenwelzijn 3

12.297

12.702

9,1

9,4

1

939

1316

0,7

1,0

2

860

919

0,6

0,7

3

933

1.230

0,7

0,9

4

891

1.057

0,7

0,8

5

864

973

0,6

0,7

6

988

1040

0,7

0,8

7

1.175

1.242

0,9

0,9

8

1.060

980

0,8

0,7

9

1.219

911

0,9

0,7

10

1.236

1.124

0,9

0,8

11

1.106

987

0,8

0,7

12

1.027

922

0,8

0,7

Team

geplande uren

beschikbare uren

geplande fte’s

beschikbare fte’s

HH IJ Tm Dierenwelzijn 4

16.554

17.550

12,2

12,9

1

1.482

1.559

1,1

1,1

2

1.340

1.500

1,0

1,1

3

1.465

1.717

1,1

1,3

4

1.465

1.934

1,1

1,4

5

1.338

1.603

1,0

1,2

6

1.407

1.304

1,0

1,0

7

1.382

1.540

1,0

1,1

8

1.176

1.193

0,9

0,9

9

1.461

1.298

1,1

1,0

10

1.521

1.463

1,1

1,1

11

1.331

1.357

1,0

1,0

12

1.188

1.236

0,9

0,9

HH IJ Tm Dierenwelzijn 5

16.426

16.159

12,1

11,9

1

1.470

1.400

1,1

1,0

2

1.329

1.368

1,0

1,0

3

1.453

1.647

1,1

1,2

4

1.453

1.470

1,1

1,1

5

1.328

1.324

1,0

1,0

6

1.396

1.136

1,0

0,8

7

1.371

1.468

1,0

1,1

8

1.167

1.026

0,9

0,8

9

1.450

1.437

1,1

1,1

10

1.509

1.521

1,1

1,1

11

1.320

1.298

1,0

1,0

12

1.179

1.066

0,9

0,8

HH IJ Tm Dierenwelzijn 6

17.147

16.567

12,6

12,2

1

1.621

1.620

1,2

1,2

2

1.486

1.483

1,1

1,1

3

1.576

1.415

1,2

1,0

4

1.492

1.547

1,1

1,1

5

1.373

1.360

1,0

1,0

6

1.388

1.322

1,0

1,0

7

1.388

1.442

1,0

1,1

8

1.195

1.117

0,9

0,8

9

1.463

1.155

1,1

0,9

10

1.552

1.617

1,1

1,2

11

1.373

1.342

1,0

1,0

12

1.239

1.147

0,9

0,8

Team

geplande uren

beschikbare uren

geplande fte’s

beschikbare fte’s

HH IJ Tm Diergeneesmiddelen 1

0

399

0,0

0,3

1

0

37

0,0

0,0

2

0

53

0,0

0,0

3

0

46

0,0

0,0

4

0

44

0,0

0,0

5

0

11

0,0

0,0

6

0

70

0,0

0,1

7

0

45

0,0

0,0

8

0

3

0,0

0,0

9

0

13

0,0

0,0

10

0

44

0,0

0,0

11

0

28

0,0

0,0

12

0

6

0,0

0,0

HH IJ Tm Diergeneesmiddelen 2

0

52

0,0

0,0

3

0

2

0,0

0,0

5

0

5

0,0

0,0

7

0

40

0,0

0,0

10

0

5

0,0

0,0

HH IJ Tm Vervoer Dierenwelzijn

23.456

23.210

17,3

17,1

1

2.254

2.220

1,7

1,6

2

2.047

2.092

1,5

1,5

3

2.185

2.245

1,6

1,7

4

2.052

1.986

1,5

1,5

5

1.868

1.868

1,4

1,4

6

1.891

1.999

1,4

1,5

7

1.891

2.055

1,4

1,5

8

1.591

1.686

1,2

1,2

9

2.006

1.677

1,5

1,2

10

2.144

2.373

1,6

1,7

11

1.868

1.833

1,4

1,3

12

1.660

1.175

1,2

0,9

Eindtotaal

11.0879

111.662

81,6

82,2

2024

Team

geplande uren

beschikbare uren

geplande fte’s

beschikbare fte’s

HH IJ Tm Dierenwelzijn 1

9.811

11.106

7,2

8,2

1

1.014

1.018

0,7

0,7

2

1.011

952

0,7

0,7

3

1.053

881

0,8

0,6

4

735

968

0,5

0,7

5

680

693

0,5

0,5

6

687

1.211

0,5

0,9

7

712

855

0,5

0,6

8

622

351

0,5

0,3

9

811

799

0,6

0,6

10

928

1.155

0,7

0,9

11

810

1.299

0,6

1,0

12

748

924

0,6

0,7

HH IJ Tm Dierenwelzijn 2

15.161

13.142

11,2

9,7

1

1.454

1.009

1,1

0,7

2

1.430

851

1,1

0,6

3

1.485

1.140

1,1

0,8

4

1.109

1.030

0,8

0,8

5

1.035

928

0,8

0,7

6

1.045

1.038

0,8

0,8

7

1.084

977

0,8

0,7

8

964

835

0,7

0,6

9

1.366

1.255

1,0

0,9

10

1.524

1.470

1,1

1,1

11

1.374

1.470

1,0

1,1

12

1.290

1.139

1,0

0,8

HH IJ Tm Dierenwelzijn 3

11.734

12.596

8,6

9,3

1

1.108

1.365

0,8

1,0

2

1.104

1.361

0,8

1,0

3

1.146

1.269

0,8

0,9

4

853

1.044

0,6

0,8

5

779

1.207

0,6

0,9

6

786

1.203

0,6

0,9

7

807

917

0,6

0,7

8

717

780

0,5

0,6

9

1.042

765

0,8

0,6

10

1.223

878

0,9

0,6

11

1.115

975

0,8

0,7

12

1.053

831

0,8

0,6

Team

geplande uren

beschikbare uren

geplande fte’s

beschikbare fte’s

HH IJ Tm Dierenwelzijn 4

17.036

18.881

12,5

13,9

1

1.542

1.932

1,1

1,4

2

1.391

1.862

1,0

1,4

3

1.492

1.859

1,1

1,4

4

1.492

1.932

1,1

1,4

5

1.358

1.634

1,0

1,2

6

1.374

1.507

1,0

1,1

7

1.412

1.396

1,0

1,0

8

1.194

1.195

0,9

0,9

9

1.496

1.151

1,1

0,8

10

1.621

1.695

1,2

1,2

11

1.420

1.606

1,0

1,2

12

1.244

1.112

0,9

0,8

HH IJ Tm Dierenwelzijn 5

17.078

16.203

12,6

11,9

1

1.546

1.736

1,1

1,3

2

1.395

1.507

1,0

1,1

3

1.495

1.569

1,1

1,2

4

1.495

1.594

1,1

1,2

5

1.361

1.411

1,0

1,0

6

1.378

1.427

1,0

1,1

7

1.415

1.211

1,0

0,9

8

1.197

1.097

0,9

0,8

9

1.499

1.302

1,1

1,0

10

1.625

1.311

1,2

1,0

11

1.424

1.285

1,0

0,9

12

1.247

755

0,9

0,6

HH IJ Tm Dierenwelzijn 6

18.505

16.745

13,6

12,3

1

1.706

1.649

1,3

1,2

2

1.564

1.510

1,2

1,1

3

1.552

1.460

1,1

1,1

4

1.620

1.478

1,2

1,1

5

1.493

1.304

1,1

1,0

6

1.509

1.194

1,1

0,9

7

1.509

1.558

1,1

1,1

8

1.438

1.241

1,1

0,9

9

1.588

1.165

1,2

0,9

10

1.683

1.538

1,2

1,1

11

1.493

1.400

1,1

1,0

12

1.351

1.248

1,0

0,9

HH IJ Tm Diergeneesmiddelen 1

0

905

0,0

0,7

1

0

107

0,0

0,1

2

0

75

0,0

0,1

3

0

46

0,0

0,0

4

0

72

0,0

0,1

5

0

108

0,0

0,1

6

0

65

0,0

0,0

7

0

114

0,0

0,1

8

0

78

0,0

0,1

9

0

83

0,0

0,1

10

0

47

0,0

0,0

11

0

53

0,0

0,0

12

0

58

0,0

0,0

HH IJ Tm Vervoer Dierenwelzijn

23.514

21.774

17,3

16,0

1

2.108

2.326

1,6

1,7

2

2.129

2.007

1,6

1,5

3

1.959

1.777

1,4

1,3

4

2.082

1.644

1,5

1,2

5

1.736

1.572

1,3

1,2

6

2.039

1.623

1,5

1,2

7

2.052

1.558

1,5

1,1

8

1.801

1.590

1,3

1,2

9

2.148

1.673

1,6

1,2

10

1.978

2.175

1,5

1,6

11

1.747

2.167

1,3

1,6

12

1.736

1.662

1,3

1,2

Eindtotaal

112.838

111.921

83

82,4

2023

Team

geplande uren

beschikbare uren

geplande fte’s

beschikbare fte’s

HH IJ Tm Dierenwelzijn 1

9.811

11.438

7,2

8,4

1

660

1.405

0,5

1,0

2

612

1.534

0,5

1,1

3

644

1.682

0,5

1,2

4

794

1.065

0,6

0,8

5

824

1.211

0,6

0,9

6

828

1.350

0,6

1,0

7

940

986

0,7

0,7

8

884

592

0,7

0,4

9

1.061

286

0,8

0,2

10

973

277

0,7

0,2

11

894

601

0,7

0,4

12

698

448

0,5

0,3

HH IJ Tm Dierenwelzijn 2

15.161

10.172

11,2

7,5

1

1.216

1.166

0,9

0,9

2

1.125

893

0,8

0,7

3

1.185

1.359

0,9

1,0

4

1.185

876

0,9

0,6

5

1.305

895

1,0

0,7

6

1.314

1.327

1,0

1,0

7

1.406

934

1,0

0,7

8

1.183

755

0,9

0,6

9

1.465

469

1,1

0,3

10

1.476

460

1,1

0,3

11

1.413

722

1,0

0,5

12

890

316

0,7

0,2

Team

geplande uren

beschikbare uren

geplande fte’s

beschikbare fte’s

HH IJ Tm Dierenwelzijn 3

11.734

11.021

8,6

8,1

1

924

1.331

0,7

1,0

2

872

1.195

0,6

0,9

3

908

1.327

0,7

1,0

4

908

883

0,7

0,6

5

1.112

944

0,8

0,7

6

1.091

1.222

0,8

0,9

7

1.161

1.163

0,9

0,9

8

999

788

0,7

0,6

9

1.168

488

0,9

0,4

10

969

482

0,7

0,4

11

886

922

0,7

0,7

12

736

275

0,5

0,2

HH IJ Tm Dierenwelzijn 4

16.896

20.119

12,4

14,8

1

1.543

1.849

1,1

1,4

2

1.392

1.888

1,0

1,4

3

1.493

2.152

1,1

1,6

4

1.493

1.852

1,1

1,4

5

1.358

1.648

1,0

1,2

6

1.375

1.802

1,0

1,3

7

1.375

1.591

1,0

1,2

8

1.182

1.533

0,9

1,1

9

1.484

1.461

1,1

1,1

10

1.585

1.971

1,2

1,5

11

1.383

1.901

1,0

1,4

12

1.232

470

0,9

0,3

HH IJ Tm Dierenwelzijn 5

17.218

18.987

12,7

14,0

1

1.611

1.946

1,2

1,4

2

1.462

1.751

1,1

1,3

3

1.561

2.029

1,1

1,5

4

1.561

1.470

1,1

1,1

5

1.429

1.601

1,1

1,2

6

1.445

1.854

1,1

1,4

7

1.359

1.611

1,0

1,2

8

1.170

1.529

0,9

1,1

9

1.468

1.553

1,1

1,1

10

1.566

1.719

1,2

1,3

11

1.368

1.623

1,0

1,2

12

1.218

300

0,9

0,2

Team

geplande uren

beschikbare uren

geplande fte’s

beschikbare fte’s

HH IJ Tm Dierenwelzijn 6

17.147

15.580

12,6

11,5

1

1.675

1.605

1,2

1,2

2

1.537

1.671

1,1

1,2

3

1.630

1.692

1,2

1,2

4

1.630

969

1,2

0,7

5

1.431

1.394

1,1

1,0

6

1.445

1.285

1,1

0,9

7

1.445

1.141

1,1

0,8

8

1.248

1.233

0,9

0,9

9

1.335

1.252

1,0

0,9

10

1.425

1.444

1,0

1,1

11

1.242

1.395

0,9

1,0

12

1.104

499

0,8

0,4

HH IJ Tm Diergeneesmiddelen 1

0

1.212

0,0

0,9

1

0

125

0,0

0,1

2

0

116

0,0

0,1

3

0

88

0,0

0,1

4

0

123

0,0

0,1

5

0

167

0,0

0,1

6

0

217

0,0

0,2

7

0

135

0,0

0,1

8

0

119

0,0

0,1

9

0

77

0,0

0,1

10

0

6

0,0

0,0

11

0

37

0,0

0,0

12

0

4

0,0

0,0

HH IJ Tm Diergeneesmiddelen 2

0

274

0,0

0,2

1

0

12

0,0

0,0

4

0

4

0,0

0,0

6

0

27

0,0

0,0

7

0

20

0,0

0,0

8

0

19

0,0

0,0

9

0

84

0,0

0,1

10

0

102

0,0

0,1

11

0

8

0,0

0,0

HH IJ Tm Vervoer Dierenwelzijn

23.513

20.537

17,3

15,1

1

2.095

1.599

1,5

1,2

2

1.915

1.723

1,4

1,3

3

2.134

2.117

1,6

1,6

4

2.134

1.389

1,6

1,0

5

1.974

1.389

1,5

1,0

6

1.893

1.861

1,4

1,4

7

1.942

1.512

1,4

1,1

8

1.768

1.576

1,3

1,2

9

2.090

1.963

1,5

1,4

10

2.216

2.409

1,6

1,8

11

1.771

2.375

1,3

1,7

12

1.581

624

1,2

0,5

Eindtotaal

111.481

109.341

82,1

80,5

2022

Team

geplande uren

beschikbare uren

geplande fte’s

beschikbare fte’s

HH IJ Tm Dierenwelzijn 1

10.321

13.277

7,6

9,8

1

967

725

0,7

0,5

2

873

672

0,6

0,5

3

936

974

0,7

0,7

4

936

821

0,7

0,6

5

852

1.271

0,6

0,9

6

862

1.378

0,6

1,0

7

830

1.172

0,6

0,9

8

698

910

0,5

0,7

9

880

1.358

0,6

1,0

10

941

1.643

0,7

1,2

11

819

1.477

0,6

1,1

12

728

876

0,5

0,6

HH IJ Tm Dierenwelzijn 2

14.937

15.465

11,0

11,4

1

1.475

958

1,1

0,7

2

1.156

1007

0,9

0,7

3

1.240

869

0,9

0,6

4

1.240

1.081

0,9

0,8

5

1.128

1.630

0,8

1,2

6

1.142

1.547

0,8

1,1

7

1.280

1.490

0,9

1,1

8

1.077

1.636

0,8

1,2

9

1.358

1.543

1,0

1,1

10

1.452

1.506

1,1

1,1

11

1.265

1.375

0,9

1,0

12

1.124

823

0,8

0,6

HH IJ Tm Dierenwelzijn 3

11.425

14.945

8,4

11,0

1

1.028

982

342,5

0,7

2

927

835

0,7

0,6

3

1.020

771

0,8

0,6

4

1.020

1.057

0,8

0,8

5

928

1.360

0,7

1,0

6

939

1.532

0,7

1,1

7

943

1.308

0,7

1,0

8

793

1.241

0,6

0,9

9

1.000

1.362

0,7

1,0

10

1.069

1.848

0,8

1,4

11

931

1.762

0,7

1,3

12

828

888

0,6

0,7

Team

geplande uren

beschikbare uren

geplande fte’s

beschikbare fte’s

HH IJ Tm Dierenwelzijn 4

20.003

15.997

14,7

11,8

1

1.746

1.472

1,3

1,1

2

1.575

1.365

1,2

1,0

3

1.689

1.549

1,2

1,1

4

1.689

873

1,2

0,6

5

1.537

1.164

1,1

0,9

6

1.556

1.246

1,1

0,9

7

1.730

921

1,3

0,7

8

1.456

900

1,1

0,7

9

1.836

1.448

1,4

1,1

10

1.962

1.808

1,4

1,3

11

1.709

2.150

1,3

1,6

12

1.519

1.101

1,1

0,8

HH IJ Tm Dierenwelzijn 5

20.002

15.119

14,7

11,1

1

1.745

1.646

1,3

1,2

2

1.574

1.761

1,2

1,3

3

1.688

1.895

1,2

1,4

4

1.688

997

1,2

0,7

5

1.536

925

1,1

0,7

6

1.558

1.026

1,1

0,8

7

1.730

1.028

1,3

0,8

8

1.456

928

1,1

0,7

9

1.836

985

1,4

0,7

10

1.962

1.458

1,4

1,1

11

1.709

1.576

1,3

1,2

12

1.519

893

1,1

0,7

HH IJ Tm Dierenwelzijn 6

0

9.733

0,0

7,2

4

0

951

0,0

0,7

5

0

1.002

0,0

0,7

6

0

1.144

0,0

0,8

7

0

1.062

0,0

0,8

8

0

524

0,0

0,4

9

0

1.492

0,0

1,1

10

0

1.255

0,0

0,9

11

0

1.435

0,0

1,1

12

0

867

0,0

0,6

HH IJ Tm Diergeneesmiddelen 1

0

916

0,0

0,7

1

0

38

0,0

0,0

2

0

63

0,0

0,0

3

0

59

0,0

0,0

4

0

78

0,0

0,1

5

0

72

0,0

0,1

6

0

80

0,0

0,1

7

0

92

0,0

0,1

8

0

188

0,0

0,1

9

0

64

0,0

0,0

10

0

93

0,0

0,1

11

0

42

0,0

0,0

12

0

50

0,0

0,0

HH IJ Tm Diergeneesmiddelen 2

0

561

0,0

0,4

1

0

1

0,0

0,0

2

0

10

0,0

0,0

3

0

28

0,0

0,0

4

0

23

0,0

0,0

5

0

76

0,0

0,1

6

0

91

0,0

0,1

7

0

114

0,0

0,1

8

0

99

0,0

0,1

9

0

79

0,0

0,1

10

0

40

0,0

0,0

11

0

3

0,0

0,0

HH IJ Tm Vervoer Dierenwelzijn

22.710

18.305

16,7

13,5

1

2.233

1.661

1,6

1,2

2

2.043

1.751

1,5

1,3

3

2.169

2.226

1,6

1,6

4

2.021

1.610

1,5

1,2

5

1.852

1.336

1,4

1,0

6

1.874

1.550

1,4

1,1

7

1.780

1.634

1,3

1,2

8

1.520

1.379

1,1

1,0

9

1.879

1.434

1,4

1,1

10

1.999

1.518

1,5

1,1

11

1.760

1.389

1,3

1,0

12

1.580

816

1,2

0,6

Eindtotaal

99.398

104.317

73,2

76,8

2021

Team

geplande uren

beschikbare uren

geplande fte’s

beschikbare fte’s

HH IJ Tm Dierenwelzijn 1

8.701

4.661

6,4

3,4

1

0

0

0,0

0,0

5

905

717

0,7

0,5

6

774

692

0,6

0,5

7

1.138

496

0,8

0,4

8

1.084

482

0,8

0,4

9

1.179

576

0,9

0,4

10

1.343

719

1,0

0,5

11

1.313

601

1,0

0,4

12

966

377

0,7

0,3

HH IJ Tm Dierenwelzijn 2

8.704

8.046

6,4

5,9

1

0

0

0,0

0,0

5

905

989

0,7

0,7

6

775

1.295

0,6

1,0

7

1.138

1.091

0,8

0,8

8

1.084

926

0,8

0,7

9

1.179

915

0,9

0,7

10

1.343

1.037

1,0

0,8

11

1.313

1.072

1,0

0,8

12

966

723

0,7

0,5

HH IJ Tm Dierenwelzijn 3

8.702

5.803

6,4

4,3

1

0

0

0,0

0,0

5

905

681

0,7

0,5

6

775

937

0,6

0,7

7

1.138

860

0,8

0,6

8

1.084

806

0,8

0,6

9

1.179

625

0,9

0,5

10

1.343

724

1,0

0,5

11

1.313

647

1,0

0,5

12

966

523

0,7

0,4

HH IJ Tm Dierenwelzijn 4

12.682

10.141

9,3

7,5

1

0

0

0,0

0,0

5

1.427

1.315

1,1

1,0

6

1.294

1.303

1,0

1,0

7

1.614

1.169

1,2

0,9

8

1.537

1.121

1,1

0,8

9

1.672

1.420

1,2

1,0

10

1.905

1.264

1,4

0,9

11

1.862

1.557

1,4

1,1

12

1.370

993

1,0

0,7

HH IJ Tm Dierenwelzijn 5

13.568

10.100

10,0

7,4

1

0

0

0,0

0,0

5

1.544

1.203

1,1

0,9

6

1.403

1.613

1,0

1,2

7

1.722

1.343

1,3

1,0

8

1.639

.888

1,2

0,7

9

1.784

1.513

1,3

1,1

10

2.032

1.391

1,5

1,0

11

1.983

1.248

1,5

0,9

12

1.461

901

1,1

0,7

HH IJ Tm Diergeneesmiddelen 1

0

780

0,0

0,6

5

0

71

0,0

0,1

6

0

107

0,0

0,1

7

0

105

0,0

0,1

8

0

107

0,0

0,1

9

0

11

0,0

0,0

10

0

88

0,0

0,1

11

0

174

0,0

0,1

12

0

119

0,0

0,1

HH IJ Tm Diergeneesmiddelen 2

0

121

0,0

0,1

5

0

7

0,0

0,0

7

0

6

0,0

0,0

11

0

3

0,0

0,0

12

0

106

0,0

0,1

Team

geplande uren

beschikbare uren

geplande fte’s

beschikbare fte’s

HH IJ Tm Vervoer Dierenwelzijn

17.174

10.550

12,6

7,8

1

0

0

0,0

0,0

5

2.090

1.207

1,5

0,9

6

1.954

1.510

1,4

1,1

7

2.566

1.463

1,9

1,1

8

2.493

1.322

1,8

1,0

9

2.621

1.075

1,9

0,8

10

2.093

1.387

1,5

1,0

11

2.052

1.504

1,5

1,1

12

1.305

1.083

1,0

0,8

Eindtotaal

69.530

50.202

51,2

37,0

70

Wat was het aantal beschikbare (dus niet in verzuim of met verlof) fte’s voor de dierenwelzijnsteams van de NVWA vanaf 1 januari 2020 t/m 31 december 2025; uitgesplitst per jaar; uitgesplitst per maand, uitgesplitst per team (dierenwelzijn 1 t/m 5, dierenwelzijn vervoer, diergeneesmiddelen 1 en 2)?

Antwoord

Voor antwoord op vraag 70 verwijs ik naar de tabellen opgenomen bij vraag 69. De beschikbare uren en FTE’s worden hierin aangegeven.

71

Wat was de inzet van het aantal fte’s op hitte-inspecties van de NVWA vanaf 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025; uitgesplitst per jaar; uitgesplitst per maand; uitgesplitst per team (dierenwelzijn 1 t/m 5, dierenwelzijn vervoer, diergeneesmiddelen 1 en 2); en uitgesplitst per inzet in fysieke inspecties en telefonische inspecties?

Antwoord

Binnen de mogelijkheden van het NVWA-tijdschrijfsysteem zijn onderstaande uren aantallen achterhaald. Hierbij aangetekend dat een uitsplitsing van uren per maand en een splitsing tussen fysieke en telefonische afhandeling van inspecties binnen dit systeem niet mogelijk is. Daarnaast geeft het tijdschrijfsysteem niet de mogelijkheid om hitte gerelateerde werkzaamheden binnen het team Vervoer te destilleren.

TEAM

2022

2023

2024

2025

NVWA HH IJ Tm Dierenwelzijn 1

215,5

98,75

326,5

416,25

NVWA HH IJ Tm Dierenwelzijn 2

647,5

197,5

300

511,5

NVWA HH IJ Tm Dierenwelzijn 3

121

183,5

287

301,25

NVWA HH IJ Tm Dierenwelzijn 4

84

100,5

207,5

80,75

NVWA HH IJ Tm Dierenwelzijn 5

118,75

245

92,25

35,5

NVWA HH IJ Tm Dierenwelzijn 6

8

8

6,5

NVWA HH IJ Tm Diergeneesmiddelen 1

7,25

29

9,75

NVWA HH IJ Tm Diergeneesmiddelen 2

29,25

NVWA HH IK Tm GLB Zuid

2

Eindtotaal

1.202

891,5

1.213,25

1.363,5

In 2020 en een groot deel van 2021 werd binnen de afdeling Inspectie een andere teamindeling gehanteerd. Gedurende deze periode is in de gehele afdeling (exclusief team Vervoer) circa 1.000 uren besteed aan hitte gerelateerde inspecties.

72

Hoeveel hittemeldingen zijn er bij de NVWA binnengekomen vanaf 1 januari 2020 t/m 31 december 2025; uitgesplitst per jaar; uitgesplitst per maand; uitgesplitst per meldingen over dieren buiten in de weide, dieren in de stal en dieren tijdens transport; uitgesplitst per verdeling onder de teams (dierenwelzijn 1 t/m 5, dierenwelzijn vervoer, diergeneesmiddelen 1 en 2), inclusief een categorie «niet onderverdeeld»?

Antwoord

In de onderstaande tabel staat het aantal binnen gekomen hittemeldingen per jaar voor dieren in de weide. Deze meldingen komen niet binnen per team, maar centraal. Daardoor is er geen uitsplitsing per team te maken.

Jaar

Aantal

2020

401

2021

22

2022

472

2023

432

2024

228

2025

628

Hittemeldingen over dieren tijdens transport – team vervoer Dierenwelzijn

2020

5

2021

2

2022

10

2023

6

2024

2

2025

3

73

Hoeveel hittemeldingen zijn er vanaf 1 januari 2020 t/m 31 december 2025 opgepakt of afgehandeld; bij de NVWA uitgesplitst per jaar; uitgesplitst per maand; uitgesplitst per team (dierenwelzijn 1 t/m 5, dierenwelzijn vervoer, diergeneesmiddelen 1 en 2); uitgesplitst per manier van afhandelen (melding niet in behandeling genomen, melding telefonisch afgehandeld, melding afgehandeld met een fysieke inspectie, melding op een andere manier afgehandeld)?

Antwoord

In 2020 en 2021 waren de teamverdelingen anders, daarom is de verdeling naar de gevraagde teams niet te maken voor die jaren.

Onderstaande telefonisch afgehandelde meldingen gaan over de meldingen die inspecteurs hebben afgehandeld. Er kunnen ook meldingen telefonisch zijn afgehandeld door teams die meldingen ontvangen en screenen voordat deze worden uitgezet naar inspecteurs. Deze afdoeningen zijn niet herleidbaar uit de data.

Jaartal

Omgeving

Team

Fysieke inspectie

Telefonisch contact opgenomen door inspecteur

2020

weide

119

2021

weide

11

2022

weide

Dwz1

22

Dwz2

54

Dwz3

7

Dwz4

6

Dwz5

6

DGM1

2

2023

weide

Dwz1

8

Dwz2

36

Dwz3

19

Dwz4

10

Dwz5

14

DGM1

4

1

DGM2

1

2024

weide

Dwz1

12

Dwz2

14

Dwz3

11

Dwz4

4

Dwz5

4

2025

weide

Dwz1

22

4

Dwz2

33

1

Dwz3

22

2

Dwz4

7

Dwz5

6

DGM1

1

Hitte meldingen dieren tijdens transport

De hittemeldingen zijn in de periode 2020 t/m 2025 in twee systemen verwerkt, namelijk MOS en BVM. Voor de meldingen die zijn binnengekomen via MOS is het niet mogelijk om te achterhalen hoe ze zijn afgehandeld. Meldingen via het BVM systeem werden in alle gevallen afgehandeld met een fysieke inspectie. Echter, in geen van de gevallen werd er een overtreding vastgesteld.

Hittemeldingen over dieren tijdens transport – team vervoer Dierenwelzijn

Jaar

Hittemeldingen totaal

MOS meldingen

BVM meldingen

2020

5

5

2021

2

2

2022

10

9

1

2023

6

6

2024

2

2

2025

3

3

74

Hoe vaak en op welke manieren werden meldingen, die op een andere manier werden afgehandeld zoals benoemd in vraag 2, behandeld bij de NVWA?

Antwoord

Zie antwoord vraag 73 m.b.t. hittemeldingen over dieren in de weide.

Bij transport worden «andere manieren van afhandeling» niet geregistreerd.

75

Hoeveel hitte-inspecties van de NVWA vanaf 1 januari 2020 t/m 31 december 2025 werden er akkoord bevonden, en hoeveel werden er niet-akkoord bevonden; uitgesplitst per jaar; uitgesplitst per maand; uitgesplitst per team (dierenwelzijn 1 t/m 5, dierenwelzijn vervoer, diergeneesmiddelen 1 en 2)?

Antwoord

Bij het beantwoorden van deze vraag is ervan uitgegaan dat dit een vervolgvraag is op hitte meldingen. Ook hier geldt dat in 2020 en 2021 de teamverdeling anders was.

Jaartal

Omgeving

Team

Akkoord

Niet akkoord

2020

weide

106

13

2021

weide

8

3

2022

weide

Dwz1

22

Dwz2

51

3

Dwz3

3

4

Dwz4

5

1

Dwz5

3

3

DGM1

2

2023

weide

Dwz1

3

5

Dwz2

26

10

Dwz3

15

4

Dwz4

4

6

Dwz5

12

2

DGM1

5

DGM2

1

2024

weide

Dwz1

8

4

Dwz2

13

1

Dwz3

7

4

Dwz4

1

3

Dwz5

3

1

2025

weide

Dwz1

12

14

Dwz2

24

10

Dwz3

11

13

Dwz4

6

1

Dwz5

4

2

DGM1

1

Team vervoer Dierewelzijn

Jaar

Aantal inspecties

Aantal akkoord

Aantal niet-akkoord

Overige opmerkingen

2020

200

181

19

2021

110

109

1

20221

203

199

4

20232

203

193

10

20243

160

157

3

2025

138

130

8

Voorlopige aantallen

Vervoer krijgt over het algemeen weinig meldingen binnen en de inspecties worden actief en aselect uitgevoerd op transporten als het hitte protocol van kracht is. Deze inspecties worden tijdens het hitte protocol geprioriteerd. Daarom kan het zijn dat de meldingen op akkoord staan en de inspecties niet allemaal.

76

Hoeveel interventies zijn er voortgekomen bij de NVWA uit hitte-inspecties die vanaf 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025 zijn gedaan? Uitgesplitst per jaar; uitgesplitst per maand; uitgesplitst per team (dierenwelzijn 1 t/m 5, dierenwelzijn vervoer, diergeneesmiddelen 1 en 2); uitgesplitst per interventie: lichte interventie (mondelinge mededeling), middelzware interventie (schriftelijke/officiële waarschuwing), zware interventie (rapport van bevindingen of proces verbaal).

Antwoord

Bij het beantwoorden van deze vraag zijn we ervanuit gegaan dat dit een vervolgvraag is op hitte meldingen. Ook hier geldt dat in 2020 en 2021 de teamverdeling anders was. Binnen een inspectie kunnen meerder interventies worden gedaan.

De cijfers over 2025 moeten nog op inconsistenties gecontroleerd moeten worden.

Jaartal

Omgeving

Team

Lichte interventie

Middelzware interventie

Zware interventie

2020

weide

10

2

2021

weide

3

2022

weide

DWZ1

DWZ2

2

1

DWZ3

4

DWZ4

1

DWZ5

3

2023

weide

DWZ1

2

2

DWZ2

8

1

DWZ3

1

3

DWZ4

5

1

DWZ5

2

DGM2

1

2024

weide

DWZ1

2

2

DWZ2

1

DWZ3

3

1

DWZ4

2

1

DWZ5

1

2025

weide

DWZ1

7

6

DWZ2

9

1

DWZ3

9

3

1

DWZ4

1

DWZ5

2

DGM1

1

Team vervoer Dierenwelzijn

Jaar

Mondelinge of schriftelijke terugkoppeling

Officiële waarschuwing

Rapport van bevindingen

Proces Verbaal

2020

3

5

12

2021

1

20221

20232

20243

2025

3

1

2

1

77

Hoe vaak is er bij hitte-inspecties van de NVWA, in de periode vanaf 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025, een bestuurlijke last opgelegd als losse interventie, en hoe vaak is er een bestuurlijke last opgelegd naast een andere interventie; uitgesplitst per jaar; uitgesplitst per maand; uitgesplitst per team (dierenwelzijn 1 t/m 5, dierenwelzijn vervoer, diergeneesmiddelen 1 en 2)?

Antwoord

De NVWA registreert niet voor welke specifieke artikelen of onderdelen daarvan lasten worden opgelegd. Er is daarom niet aan te geven hoe vaak bestuurlijke lasten al dan niet in combinatie met andere interventies zijn opgelegd n.a.v. hitte inspecties.

78

Hoeveel interventies zijn voortgekomen uit hitte-inspecties bij de NVWA, uitgesplitst in; een fysiek uitgevoerde inspectie (eerste, initiële inspectie), een telefonische afhandeling, een fysieke hercontrole, een digitale/op-afstand hercontrole? Uitgesplitst per jaar; uitgesplitst per maand; uitgesplitst per team (dierenwelzijn 1 t/m 5, dierenwelzijn vervoer, diergeneesmiddelen 1 en 2)?

Antwoord

Bij het beantwoorden van deze vraag is ervanuit gegaan dat dit een vervolgvraag is op hitte meldingen. Ook hier geldt dat in 2020 en 2021 de teamverdeling anders was.

Zie antwoord vraag 76 voor de interventies bij de fysieke eerste inspecties n.a.v. een melding. Bij telefonische afhandeling heeft geen interventie plaatsgevonden.

Voor herinspecties op het primair bedrijf wordt niet bijgehouden wat de aanleiding van de herinspectie is.

Voor Team vervoer zijn alle hitte inspecties zijn in principe fysiek. Bij niet fysieke inspectie ging het om afhandeling van bevindingen vanuit Slachttoezicht.

Team vervoer Dierenwelzijn

Jaar

Uitgevoerde inspectie

Mondelinge of schriftelijke terugkoppeling

Officiële waarschuwing

Rapport van bevindingen

Proces Verbaal

2020

Fysiek

3

5

12

0

Niet fysiek

0

0

0

0

2021

Fysiek

0

1

0

0

Niet fysiek

0

0

0

0

2022

Fysiek

1

3

0

0

Niet fysiek

0

0

0

0

2023

Fysiek

8

2

0

0

Niet fysiek

0

0

0

0

2024

Fysiek

2

1

0

0

Niet fysiek

0

0

0

0

2025

Fysiek

3

1

2

1

Niet fysiek

1

0

0

0

79

Hoeveel hercontroles zijn er voortgekomen uit de hitte-inspecties bij de NVWA vanaf 1 januari 2020 t/m 31 december 2025? Uitgesplitst per jaar; uitgesplitst per maand; uitgesplitst in fysieke hercontrole en digitale/op-afstand hercontrole; uitgesplitst per team (dierenwelzijn 1 t/m 5, dierenwelzijn vervoer, diergeneesmiddelen 1 en 2).

Antwoord

Voor herinspecties op het primair bedrijf wordt niet bijgehouden wat de aanleiding van de herinspectie is.

Team vervoer dierenwelzijn voert geen hercontroles uit. Omdat een transport een gebeurtenis op zichzelf is. Een controle op een volgend transport valt altijd in de categorie eerste inspectie.

80

Hoeveel overtredingen zijn er sinds 1 januari 2025 geconstateerd met betrekking tot vangletsel bij eenden, met welke interventies (mededeling, waarschuwing of boete) zijn deze opgevolgd, en hoe vaak is hiertegen in bezwaar gegaan? Hoe vaak is op het vangen van eenden gecontroleerd?

Antwoord

De NVWA heeft geen maatregelen voor vangletsel kunnen opleggen. Dit door een uitspraak van het CBb over de controlemethode van de NVWA.

Vanuit team vervoer zijn er 12 inspecties uitgevoerd op het primaire bedrijf bij het vangen van eenden.

81

«Desondanks heb ik er onvoldoende vertrouwen in dat publieksinteracties tussen bezoekers en wilde dieren in dierentuinen in het algemeen mogelijk zijn, zonder een onnatuurlijk beeld van de dieren neer te zetten. Daarom zal ik de mogelijkheid onderzoeken om publieksinteracties met dierentuindieren te verbieden.»

Uit: Vragen van het lid Kostic» (PvdD) aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het onderzoek waaruit blijkt dat het Dolfinarium zich opnieuw niet aan de afspraken houdt (ingezonden 10 mei 2024).

Antwoord van Minister Adema (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) (ontvangen 28 juni 2024). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar2023–2024, nr. 1902.

Hoe staat het hiermee?

Antwoord

Dit is een uitspraak van één van mijn voorgangers. Ik bekijk momenteel hoe ik dit dossier ga oppakken. Ik zal uw Kamer hier voor het debat over dieren buiten de veehouderij van 3 september over informeren.

82

In de beslisnota van 11 september 2024 bij de brief aan Animal Rights zegt u over het gebruik van proefapen door Nederlandse instellingen:

«Enkel in uitzonderlijke situaties, wanneer er bijvoorbeeld snel onderzoek moet worden ingezet voor uitbraken van ernstige infectieziekten zoals SARS en Ebola en het BPRC niet aan deze vraag kan voldoen, zullen de onderzoeksinstellingen de dieren betrekken van andere gekwalificeerde leveranciers.» Is dit in 2025 voorgekomen? En in 2026 tot nu toe?

Antwoord

Uw vraag verwijst naar een brief van één van mijn voorgangers. Voor zowel 2025 als 2026 zijn de gegevens over het gebruik van proefdieren nog niet bekend, ik heb echter geen indicatie dat voor onderzoek met apen in Nederland dieren uit het buitenland zijn betrokken.

83

Hoeveel (proef)apen werden in 2025/26 in Nederland ingevoerd? Vanuit welke landen (aantallen per land)? Hoeveel in die zelfde jaren geëxporteerd? Naar welke landen (aantallen per land)?

Antwoord

Ingevoerd

In 2025 zijn er 10 apen ingevoerd, 2 dieren uit het Verenigd Koninkrijk en 8 dieren uit Zuid-Afrika. In 2026 zijn er tot maart geen apen ingevoerd.

Hoeveel zijn er uitgevoerd en met welke bestemming?

In 2025 zijn 338 apen naar het Verenigd Koninkrijk uitgevoerd en 1 naar China

In 2026 is 1 aap naar het Verenigd Koninkrijk uitgevoerd.

84

Wat is de stand van zaken met de uitkoop van nertsenfokkerijen en de afhandeling daarvan?

Antwoord

De wet verbod pelsdierhouderij is in januari 2013 in werking getreden en voorzag oorspronkelijk in een overgangstermijn van 11 jaar (2024). Als gevolg van SARS-CoV-2 besmettingen bij nertsen is het verbod bij wetwijziging vervroegd met drie jaar; sinds 8 januari 2021 is daarmee de pelsdierhouderij verboden in Nederland. Sindsdien zijn geen pelsdierhouderijen meer actief in Nederland. Hiervoor is nertsenhouders compensatie verleend. Voor de goede orde, het gaat hier niet om uitkopen, maar om het compenseren van het drie jaar niet in gebruik kunnen hebben van de beschikbare productiecapaciteit. Voor de voortgang van de afhandeling van het vervroegde verbod verwijs ik naar mijn brief van 1 december 2025 «Uitspraken College van Beroep voor het bedrijfsleven in de beroepszaken betreffende nadeelcompensatie pelsdierhouderijen – uitvoering uitspraken en financiële gevolgen» (Kamerstuk. 35 633, nr. 24). RVO heeft inmiddels voor alle appellanten nieuwe besluiten genomen op basis van de uitspraken.

85

Welke ruimingen hebben er in 2025 en 26 plaatsgevonden? Vanwege welke ziektes? Hoeveel dieren van welke soort/doel werden er geruimd?

Antwoord

Ruimingen per jaar en bedrijfstype

Aantal Bedrijven

Aantal Dieren geruimd

2025

49

1872935

Hoog Pathogene Aviaire Influenza Totaal

41

1752997

Fazantenbedrijf

1

6.500

Hobby Pluimvee

10

704

Legpluimveebedrijf

12

694.781

Opfokbedrijf leghennen

1

153.794

Siervogels

1

203

Vermeerderingsbedrijf ouderdieren

2

88.789

Vleeseendenbedrijf

4

37.394

Vleeskalkoenbedrijf

3

69.039

Vleeskuikenbedrijf

7

701.793

NewCastle Disease Totaal

1

115

Rock Pigeon (Rock Dove)

1

115

Salmonella Zoönotisch Pluimvee Totaal

7

119.823

opfokbedrijf ouderdieren

1

28.405

Vermeerderingsbedrijf ouderdieren

6

91.418

2026

26

555.372

Hoog Pathogene Aviaire Influenza Totaal

25

541.920

Hobby Pluimvee

9

1.366

Hobby Pluimvee (Ganzen)

1

12

Legpluimveebedrijf

9

260.200

Opfok ouderdieren

1

91.948

Vermeerderingsbedrijf ouderdieren

2

114.863

Vleeskalkoenbedrijf

2

60.126

Vleeskuikens

1

13.405

Salmonella Zoönotisch Pluimvee Totaal

1

13.452

opfokbedrijf ouderdieren

1

13.452

Eindtotaal

75

2.428.307

86

Hoeveel (verwilderde) katten werden in 2025 en 26 afgeschoten?

Antwoord

Alleen in de provincie Fryslân is via het faunabeheerplan aan de Faunabeheereenheid een vergunning afgegeven voor het doden van verwilderde katten. In 2023 en 2024 zijn in Friesland respectievelijk 328 en 225 verwilderde katten afgeschoten. Het aantal katten dat in 2025 en 2026 is afgeschoten, is nog niet door de Faunabeheereenheid bekend gemaakt.

87

Hoeveel honden zijn er in 2025 en 26 in beslag genomen vanwege bijt/agressie incidenten? Hoeveel honden zijn gedood vanwege dergelijke incidenten? Hoeveel zijn herplaatst? Hoeveel teruggeplaatst bij de oorspronkelijke eigenaar?

Antwoord

In totaal zijn 126 honden in beslag genomen vanwege bijtincidenten in 2025 en 2026 onderverdeeld in:

Dood (niet euthanasie): 1

Euthanasie: 50

Terug naar eigenaar: 41

Geplaatst: 4

Nog aanwezig: 30

Bij de dieren die zijn geëuthanaseerd kunnen ook dieren zitten die om medische redenen zijn ingeslapen, niet alleen vanwege het bijtincident. De dieren zijn alleen honden met een bijtincident. Agressie wordt niet geregistreerd.

88

Hoeveel bijt/agressie incidenten met honden hebben in 2025 en 26 plaatsgevonden?

Antwoord

Dat is op dit moment niet bekend. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de aard en omvang van de bijtproblematiek is ingezet op het landelijk meldpunt hondenbeten en aanvullend op structurele dataverzameling bij politie en gemeenten. Het landelijk meldpunt hondenbeten waar mensen een bijtincident kunnen melden is sinds 13 januari 2026 open, het is nog te vroeg om op basis daarvan uitspraken te doen hierover.

89

Hoeveel mannelijke kuikens zijn in 2025 en 26 direct naar uitkomen gedood?

Antwoord

Er vindt geen registratie plaats in I&R pluimvee met betrekking tot de doodmeldingen alleen opzet en verplaatsingen worden geregistreerd.

90

Wat is de verhouding in antibiotica gebruik bij veedieren, huisdieren, mensen teruggerekend naar vergelijkbare eenheden (bijv kg)?

Antwoord

De Autoriteit Diergeneemiddelen (SDa) monitort en rapporteert jaarlijks de gebruikte en verkochte hoeveelheid antibiotica bij dieren in Nederland. In 2024 werd 121.168 kg aan massa actieve stof antibiotica verkocht voor gebruik in dieren in Nederland (SDa rapportage 2025). De verdeling hiervan per gemonitorde diersector is in onderstaande figuur weergegeven. Van het totale gebruik werd 89% (108.141 kg) verkocht in de reeds gemonitorde diersectoren (vleeskuikens, kalkoenen, eenden, overig pluimvee, varkens, vleeskonijnen, vleeskalveren, melkvee en overig rundvee). De overige 11% (13.365 kg) werd voorgeschreven aan dieren in andere diersoorten, zoals paarden, schapen. honden en katten. Omdat er voor deze diersoorten nog geen monitoring is, is niet bekend hoeveel antibiotica per diersector werd gebruikt t.o.v. het totaal.

In de humane gezondheidszorg wordt het antibioticagebruik bijgehouden met behulp van de zogenaamde DDD (Defined Daily Dose – gemiddelde dagelijks dosis per 1.000 inwoners per dag). Hierover wordt jaarlijks gerapporteerd in de NethMap rapportage. In de humane gezondheidszorg wordt het jaarlijks antibioticumgebruik in kilo’s niet bijgehouden.

Er is een kanttekening te plaatsen bij het vergelijken van de verschillende sectoren op basis van totaal gebruik in kilo’s. Deze vergelijking is beperkt, omdat de absolute aantallen niet weergeven bij hoeveel mensen of dieren de antibiotica zijn gebruikt.

91

Hoeveel kangoeroevlees werd er in 2025 en 26 geïmporteerd? Hoeveel bleef daarvan in NL? Waar werd de rest heen geëxporteerd?

Antwoord

In 2025 zijn er 13 zendingen kangoeroevlees geïmporteerd, waarvan 12 zendingen (192 ton) bestemd voor Nederland en 1 zending (14 ton) bestemd voor Frankrijk. In 2026 tot maart zijn er 2 zendingen geïmporteerd (25 ton) bestemd voor Nederland.

92

Hoeveel foie Gras werd er in 2024 en 25 in NL geïmporteerd en van waar?

Antwoord

Van buiten de EU werd in 2024 en 2025 geen foie gras geïmporteerd. Verplaatsingen binnen de EU worden niet apart geregistreerd.

93

Hoeveel angora werd er in 2024 en 25 in NL geïmporteerd en van waar?

Antwoord

Angora wordt niet als zodanig geregistreerd in de importstatistieken. Hierover zijn geen gegevens bekend.

94

Hoeveel levend geplukt dons werd er in 2024 en 25 in NL geïmporteerd en van waar?

Antwoord

In 2024 werden er 3 zendingen (10 ton) dons geïmporteerd uit China. In 2025 werden er 8 zendingen (25 ton) dons geïmporteerd uit China. Hiervan is niet bekend of het levend geplukt dons betreft.

95

Hoeveel levende kreeften en krabben werd er in 2024 en 25 in NL geïmporteerd en van waar?

Antwoord

Er werden in 2024 en 2025 de volgende aantallen levende kreeften en krabben ingevoerd. Het betreft:

  • 1) sierwaterdieren voor aquaria, niet bestemd voor consumptie.

  • 2) levende kreeften en krabben die zijn ingevoerd voor menselijke consumptie.

Krabben, niet bestemd voor consumptie:

2024

2025

Land van oorsprong

Zendingen

Dieren

Zendingen

Dieren

Filipijnen

40

6.920

3

282

Indonesië

154

36.446

70

16.641

Kenia

1

46

Nigeria

1

150

Singapore

23

2.478

17

3.220

Sri Lanka

13

138

Taiwan

1

100

Thailand

3

750

1

250

United States of America

8

3.394

3

1.435

Eindtotaal

244

50.422

94

21.828

Kreeften, niet bestemd voor consumptie:

2024

2025

Land van oorsprong

Species

Zending

Dieren

Zending

Dieren

Filipijnen

CAMBARELLUS

17

171

Indonesië

CAMBARELLUS

86

31.343

51

28.819

 

HOMARIUS

4

5.752

Israël

CAMBARELLUS

2

400

2

340

CAMBARELLUS

(CAMBARELLUS)

Singapore

PATZCUARENSIS

2

58

 

HOMARUS

1

8

Taiwan

CAMBARELLUS

1

70

United States of America

CAMBARELLUS

1

100

Eindtotaal

114

37.902

53

29.159

Krabben voor consumptie:

Krabben consumptie

2024

GEWICHT

2025

GEWICHT

Zendingen

(kg)

Zendingen

(kg)

Bangladesh

SCYLLA SERRATA

12

80.760

14

112.600

Chili

LITHODES SANTOLLA

1

18

China

CHIONOECETES OPILIO

13

18.051

3

3.672

PARALITHODES CAMCHATICUS

25

16.148

5

17.966

PORTUNUS PELAGICUS

1

15.373

2

38.304

PORTUNUS TRITUBERCULATUS

10

53.216

6

28.571

Gambia

PORTUNUS VALIDUS

1

9.808

Indonesië

SCYLLA SERRATA

2

5.477

Madagascar

SCYLLA SERRATA

1

3.480

1

15.600

Myanmar

SCYLLA SERRATA

3

17.730

1

5.300

Nigeria

CALLINECTES PALLIDUS

16

330.898

51

994.144

Sri Lanka

PORTUNUS PELAGICUS

1

11.432

1

15.751

Suriname

CHACEON QUINQUEDENS

1

17.227

2

1.152

UCIDES OCCIDENTALIS

7

17.926

United States of America

METACARCINUS MAGISTER

1

6.350

Verenigd Koninkrijk

CANCER PAGURUS

1

3.840

Vietnam

PORTUNUS PELAGICU

1

1.075

2

6.492

SCYLLA SERRATA

1

7.500

SOMANNIATHELPHUSA

1

8.091

Eindtotaal

99

624.400

88

1.239.552

Kreeften voor consumptie:

Kreeften consumptie

2024

GEWICHT

2025

GEWICHT

Zendingen

(kg)

Zendingen

(kg)

Canada

HOMARUS

3

38.421

22

211.254

HOARUS AMERICANUS

89

432.144

45

327.843

Cuba

PANULIRUS ARGUS

8

52.912

Jamaica

PANULIRUS ARGUS

1

4772

Mauretanie

PALINURUS MAURITANICUS

1

100

St Helena

JASUS

4

47.860

4

50.395

United States of America

HOMARUS AMERICANUS

5

2.185

Venezuela

PANULIRUS ARGUS

1

101

Verenigd Koninkrijk

NEPHOROPS NORVEGICUS

1

1.386

9

68.492

Vietnam

THENUS ORIENTALIS

1

1.456

Eindtotaal

107

574.280

87

665.041

96

Hoeveel dieren werden in 2025 hoogzwanger aangevoerd voor de slacht uitgesplitst naar soort?

Antwoord

In de Transportverordening staat dat drachtige dieren niet vervoerd mogen worden als de draagtijd voor 90% of meer gevorderd is. Tijdens inspecties controleert de NVWA of er hoogdrachtige dieren worden vervoerd. Zodra de toezichthouder een vermoedelijk hoogdrachtig dier op een slachthuis aantreft, schrijft deze een rapport van bevindingen.

De NVWA heeft in 2025 in slachthuizen 196 bevindingen gedaan van dieren die vermoedelijk hoogdrachtig waren (>90% dracht). Dit betreft uitsluitend runderen.

97

Hoeveel pluimvee, uitgesplitst naar soort, zijn er in 2024/25 ante mortem en post mortem afgekeurd voor menselijke consumptie? Hoeveel is dat van het totaal? Wat waren de redenen?

Antwoord

De NVWA houdt geen gegevens bij van het pluimvee dat bij de ante mortem keuring is afgekeurd voor menselijke consumptie, met uitzondering van de dood aangevoerde dieren. In 2025 zijn in totaal 522,8 miljoen dieren op de pluimveeslachthuizen aangevoerd, waarvan ongeveer 465.500 dieren (0,09%) dood zijn aangevoerd en niet voor verdere verwerking in aanmerking kwamen. De NVWA houdt wel gegevens bij van de bij de post mortem keuring voor menselijke consumptie afgekeurde dieren. Van de 522,8 miljoen geslachte dieren werden 4,9 miljoen dieren (0,94%) afgekeurd voor menselijke consumptie tijdens de post-mortem keuring. De afkeuringen bij de post mortem keuring worden uitgesplitst naar diersoort bijgehouden. Voorbeelden van afkeuringsredenen zijn afwijkende geur, kleur of consistentie, poly-artritis/synovitis (gewrichtsontstekingen) en huidafwijkingen.

2024 (januari t/m december)

Gekweekte eenden

Kalkoenen

Legkippen

Vleeskippen

Vleeskuiken

Overig

DOA’s

8.331

0

18085

11991

0

Geslachte pluimvee

4.630.798

4.192

8.926.411

11.451.813

482.925.178

160

Post mortem

Zieke dieren

23.547

0

131.999

40.234

4.410.270

0

afgekeurd

Proces fouten

22.469

0

8.519

13.221

4.606.050

0

Percentage afgekeurd dieren wegens ziekelijke afwijkingen bij de PM keuring

0,51%

0,00%

1,48%

0,35%

0,91%

0,00%

2025

Total aangevoerd

Dood aangevoerd

Geslacht

PM Afgekeurd wegens ziekte

Afgekeurd wegens ziekte %

Gekweekte duiven

335

0

335

0

0

Gekweekte eenden

4.006.109

7.061

3.999.048

25.320

0.63

Kalkoenen

4.901

1

4.900

9

0.18

Legkippen

9.708.349

21.480

9.686.869

160.548

1.66

Vleeskippen

12.196.749

12.279

12.184.470

45.311

0.37

Vleeskuiken

496.903.360

424.656

496.478.7704

4.702.972

0.95

Eindtotaal

522.819.803

465.477

522.354.326

4.934.160

0.94

98

Hoeveel dieren kwamen in 2024/25 om het leven bij het begeven van stalvloeren? Hoeveel van dergelijke ongelukken waren er in die jaren in totaal?

Antwoord

Zoals aangegeven in de beantwoording van de feitelijke vragen bij de LVVN-begroting van 2026 (Kamerstuk 36 800 XIV-8) lopen er gesprekken met verschillende stakeholders om meer inzicht te krijgen in dergelijke incidenten. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijkheden voor registratie van deze incidenten. Daarop heeft LVVN opdracht gegeven tot twee onderzoeken: een media-analyse door RVO en een meldkamerdata-analyse door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). De media-analyse is gericht op het verkrijgen van kwalitatieve data middels nieuwsberichten van de afgelopen vijf jaar over dit type incidenten. De NIPV-studie verzamelt kwantitatieve data over incidenten die de afgelopen 5 jaren hebben plaatsgevonden. Op deze manier kan meer inzicht verkregen worden in het aantal incidenten per jaar. Dit onderzoek maakt gebruik van data van het Gemeenschappelijk Meldkamer Systeem (GMS). Beide onderzoeken zijn recent afgerond.

In de onderzochte periode (2020–2025) zijn in totaal 1145 incidenten geregistreerd in het Gemeenschappelijk Meldkamer Systeem (GMS), waarvan 230 in 2024 en 243 in 2025. Dit betreft incidenten waarbij de brandweer is uitgerukt naar een melding van een dier in een put, bassin of kelder. Het aantal gewonde of overleden dieren wordt echter niet structureel geregistreerd in GMS. Ook zijn de GMS-data onvoldoende gedetailleerd om uitspraken te doen over de specifieke oorzaken, het type stalvloer, de exacte diersoort, het aantal en de toestand van de betrokken dieren.

Momenteel worden de resultaten van beide onderzoeken nader geanalyseerd en wordt bezien wat de vervolgstappen zijn. Voor de zomer zal ik uw Kamer hierover informeren.

99

Hoeveel leghennen verblijven er nog in kooien? Hoeveel vleeskuikens? In welke systemen?

Antwoord

Op 1-4-2026 verbleven er 4,4 mln. hennen in kolonie huisvesting. Vleeskuiken 01-04-2026.

Vleeskuikens per houderijsysteem

Aantal x 1.000

Biologisch

211

Regulier

25.735

Scharrel

8.527

Scharrel binnen gehouden

693

Scharrel met uitloop

1.063

Uitkomst in de stal

1.029

Volwaard

1.016

100

Welk aantal en % leghennen bevindt zich in scharrelschuur zonder uitloop?

Antwoord

In 2024 waren er gemiddeld 20,7 miljoen (61%) leghennen met de houderijvorm scharrel aanwezig op legpluimveebedrijven. Een groot deel daarvan is Beter Leven 1 ster gecertificeerd en heeft een overdekte uitloop. Deze aanvullende gegevens voor marktconcepten zoals een uitloop worden niet geregistreerd. Op 1-4-2026 waren er 19,5 mln. hennen geregistreerd, 61% van het totaal aantal hennen.

101

Hoeveel kalkoen kuikens en eieren worden jaarlijks in Nederland geïmporteerd? Van waar?

Antwoord

In 2025 werden 92 zendingen met kuikens uit het Verenigd Koninkrijk geïmporteerd, met ongeveer 3 miljoen dieren. Er werden 2 zendingen met kuikens uit de Verenigde Staten geïmporteerd met ca. 44.000 dieren.

Aantal geïmporteerde broedeieren:

Broedeieren 2025

Waarden

I.11. Land van oorsprong

I.31 Soort(en

Zendingen

Aantal eieren

Brazilië

Gallus gallus

4

108.360

Canada

Gallus gallus

1

70.200

Meleagris gallopavo

8

686.600

Verenigd Koninkrijk

Gallus gallus

107

4.845.080

Verenigde Staten

Gallus gallus

12

631.080

Meleagris gallopavo

1

10.000

Eindtotaal

133

6.351.320

102

Hoeveel vissen uitgesplitst per soort bevinden zich in aquacultuur in NL? Hoeveel bedrijven zijn er?

Antwoord

Het is niet bekend hoeveel vissen per soort zich in aquacultuur in Nederland bevinden. Het gaat in Nederland om ca. 25 bedrijven die vissen kweken voor productie.

103

Hoeveel dieren kwamen om door uitvallen van de ventilatie in stallen in 2025/2026?

Antwoord

In stallen waarbij de gezondheid en het welzijn van het dier afhankelijk zijn van kunstmatige ventilatie gelden sinds 1 juli 2023 aangescherpte regels voor alarmsystemen. Daarnaast is vanaf 1 juli 2024 een noodstroomaggregaat verplicht. Er bestaat momenteel geen meldingsplicht voor incidenten waarbij ventilatiesystemen in stallen uitvallen. Wel worden er op vrijwillige basis meldingen bij de NVWA gedaan over dergelijke incidenten. In de periode 1 januari 2024 tot en met 1 oktober 2025 zijn in totaal 6 (vrijwillige) meldingen gedaan bij de NVWA over de uitval van ventilatiesystemen in stallen. In die meldingen zat geen informatie over aantallen dieren die bij deze uitval zijn omgekomen.

Er zijn sinds oktober 2025 geen meldingen bij de NVWA meer binnen gekomen over uitval van ventilatie in stallen en sterfte van dieren dientengevolge.

104

Hoeveel inspecties hebben er in 2025/26 plaatsgevonden bij viskwekerijen, uitgesplitst naar soort, en wat waren de uitkomsten van deze inspecties?

Antwoord

In 2025 zijn er 13 inspecties uitgevoerd: 11 bij viskwekerijen (4 forel, 3 paling, 1 zalm, 1 Steur, 1 Afrikaanse Meerval, 1 black cod)

1 bij schaaldieren kwekerij (Artemia) een 1 bij een oesterkwekerij.

Daarnaast zijn er twee herinspecties uitgevoerd bij 2 van de viskwekerijen omdat het biobeveiligingsplan nog niet in orde was.

In 2026 zijn er tot 1 april 6 inspecties uitgevoerd: 5 bij viskwekerijen (Steur, siervissen, Beekridder, Claresse, Afrikaanse Meerval) en 1 bij een oesterkweker.

Bij 3 was het biobeveilgingsplan nog niet helemaal in orde.

105

Hoeveel kikkers bedoeld voor consumptie werden er in 2025 in Nederland ingevoerd?

Antwoord

Er werden 12 zendingen (84 ton) kikkers bedoeld voor consumptie ingevoerd.

106

Hoeveel ander «exotisch vlees» (denk daarbij aan aap, huanaco, python, dolfijn, et cetera) werd er in 2025/26 in Nederland ingevoerd, uitgesplitst naar diersoort?

Antwoord

Er werd in 2025 vlees ingevoerd van de volgende diersoorten:

Fazant: 73 zendingen, in totaal 523 ton

Hert: 191 zendingen, in totaal 1.773 ton

Krokodil: 2 zendingen, in totaal 16 ton

Konijn/haas: 17 zendingen, in totaal 231 ton

Kikkerbillen: 3 zendingen, in totaal 16 ton

Er werd in 2026 (tot maart) vlees ingevoerd van de volgende diersoorten:

Fazant: 13 zendingen, in totaal 130 ton

Hert: 14 zendingen, in totaal 149 ton

Kikkerbillen: 1 zending, in totaal 10 ton

107

Hoeveel haaienvinnen en andere haaiproducten werden er in 2025/26 in Nederland ingevoerd?

Antwoord

In 2025 werden er 12 zendingen met in totaal 13 ton haaienvlees ingevoerd. In 2026 werden er 2 zendingen met in totaal 2 ton haaienvlees ingevoerd. Er zijn geen haaienvinnen ingevoerd.

108

Hoeveel Antarctische krill (Euphausia superba) en krillproducten werden er in 2026/26 in Nederland ingevoerd?

Antwoord

In 2025 werden er 13 zendingen (27 ton) Antarctische krill ingevoerd. In 2026 werden er tot maart 2 zendingen (5 ton) Antarctische krill ingevoerd.

109

Hoeveel aquariumvissen werden er in 2025/26 in Nederland geïmporteerd?

Antwoord

In 2025 werden er circa 8 miljoen aquariumvissen geïmporteerd.

In 2026 (tot maart) werden er circa 2 miljoen aquariumvissen geïmporteerd

110

Hoeveel buffelhouderijen zijn er op dit moment in Nederland en hoeveel buffels worden daar gehouden?

Antwoord

Elk jaar leggen ondernemers in het kader van de Gecombineerde Opgave (GO) diergegevens en locatiegegevens vast. Dit gebeurt elk jaar op 1 april. Op 1 april 2025 zijn door ondernemers in totaal 40 inrichtingen opgegeven waar in totaal 4.391 buffels werden gehouden.

111

Hoeveel grote pluimveeslachterijen gebruikten in 2025 nog het waterbad als bedwelmingsmethode?

Antwoord

In 2025 gebruikten drie grote pluimveeslachthuizen het waterbad als bedwelmingsmethode. Daarnaast zijn er nog twee slachterijen die met CAS-systemen (Controlled Atmosphere Stunning) bedwelmen, maar nog een waterbadsysteem als back-up hebben. In geval van storingen in het CAS-systeem kan naar het waterbadsysteem omgeschakeld worden.

112

Hoeveel middelgrote en kleine pluimveeslachterijen gebruikten in 2025 nog het waterbad als bedwelmingsmethode?

Antwoord

In 2025 gebruikten 2 middelgrote en kleine pluimveeslachterijen het waterbad als bedwelmingsmethode.

113

Hoeveel kippen, onderverdeeld naar vleeskuikens en leghennen, en hoeveel eenden zijn in 2025 geslacht met het elektrisch waterbad als bedwelmingsmethode?

Antwoord

In 2025 zijn 64,2 miljoen vleeskuikens en 4 miljoen eenden geslacht bij de slachthuizen die permanent gebruik maken van een elektrisch waterbad als bedwelmingsmethode. Er zijn geen leghennen geslacht bij slachthuizen die gebruik maken van een elektrisch waterbad als bedwelmingsmethode. De NVWA houdt geen cijfers bij van het aantal dieren dat in 2025 met het waterbadsysteem als bedwelmingsmethode is geslacht op slachthuizen die dit systeem alleen als back-up gebruiken.

114

Hoeveel slachthuizen gebruikten in 2025 CO2 als bedwelming?

Antwoord

In 2025 maakten 13 pluimveeslachthuizen met permanent toezicht gebruikt van CO2 als primaire bedwelmingsmethode.

In 2025 werd bij 5 grote varkensslachthuizen CO2-bedwelming gebruikt, bij overige hoefdieren is CO2-bedwelming wettelijk niet toegestaan.

115

Hoeveel dieren van welke soort zijn er in 2025/26 gedood in de Oostvaardersplassen en hoeveel hiervan zijn gebruikt/waren geschikt voor menselijke consumptie?

Antwoord

Staatsbosbeheer houdt de cijfers bij van de dieren die op hun terreinen worden gedood, gespecificeerd in diersoort, aantallen en geschiktheid voor consumptie. De cijfers voor Oostvaardersplassen zijn:

2025:

  • In 2025 zijn er 629 edelherten geschoten, waarvan 229 voor consumptie.

  • In 2025 zijn 138 heckrunderen geschoten, geen dieren voor consumptie.

  • In 2025 zijn 108 Konikpaarden gedood, waarvan 57 voor consumptie

2026 (cijfers tot 13 april 2026):

  • In 2026 zijn 53 herten geschoten, waarvan 21 voor consumptie.

  • In 2026 zijn 28 heckrunderen geschoten, geen dieren voor consumptie.

  • In 2026 zijn nog geen paarden verplaatst of afgevoerd.

116

Hoeveel NVWA-controles hebben er in 2025/26 plaatsgevonden in de kalkoenenhouderij? Konijnenhouderij? Eendenhouderij?

Antwoord

Er zijn in 2025/26 in totaal 28 inspecties uitgevoerd bij kalkoenhouderijen. Er zijn geen inspecties uitgevoerd bij konijnen- en eendenhouderijen in het kader van welzijn op het primaire bedrijf.

Er zijn in 2025/26 in totaal 12 inspecties uitgevoerd bij eendenhouderijen in het kader van vangen en laden van eenden.

117

Hoeveel macaca fascicularis zijn er in 2025 in nederland ingevoerd? Hoeveel tot nu toe in 2026?

Antwoord

In 2025 en 2026 werden er geen apen van de soort Macaca fascicularis ingevoerd.

118

Hoeveel dierproeven werden in 2025 uitgevoerd voor commerciële doeleinden, zoals geneesmiddelenontwikkeling, testen van huishoudelijke chemicaliën of voedseladditieven?

Antwoord

Voor zowel 2025 als 2026 zijn de gegevens over het gebruik van proefdieren nog niet bekend. De jaarregistratie dierproeven, conform artikel 15 Wet op de Dierproeven (Wod), voorziet niet in deze specifieke vraag. In de nationale rapportage is wel op hoofd- en subdoelen een indeling gemaakt van aantallen uitgevoerde dierproeven, waaronder verschillende toxiciteitstesten en wettelijke verplicht onderzoek. De meest recente gegevens staan in de «Zo Doende 2023», deze is nog te vinden op de website van de NVWA.11

119

Hoeveel instellingen voeren op dit moment dierproeven uit op honden en katten?

Antwoord

Momenteel zijn 7 instellingen in het bezit van een instellingsvergunning conform artikel 2 Wet op de dierproeven (Wod), waarin het toegestaan is dierproeven met honden en/of katten uit te voeren.

120

Hoeveel dierproeven werden in 2025 gefinancierd door de overheid? Om welk bedrag ging het?

Antwoord

Er bestaan geen subsidieprogramma’s waarmee puur dierproefonderzoek wordt gefinancierd. Het merendeel van zowel proefdieronderzoek als andere typen onderzoek dingen in competitie om subsidie vanuit dezelfde publieke middelen. Hoeveel proefdieronderzoek er gehonoreerd wordt varieert daardoor ieder jaar en wordt niet systematisch bijgehouden. Wel wordt ieder jaar het totale aantal dierproeven geregistreerd. Voor 2025 zijn de gegevens over het gebruik van proefdieren nog niet bekend, deze zullen naar verwachting Q4 2026 gepubliceerd gaan worden.

121

Vanuit welke landen werden in de periode 2025/6 honden geïmporteerd bedoeld voor dierproeven? Om hoe veel dieren ging het?

Antwoord

In 2025 en 2026 werden er geen honden voor dierproeven ingevoerd.

122

Vanuit welke landen werden er in de periode 2025/6 apen geïmporteerd voor dierproeven? Om hoe veel dieren ging het?

Antwoord

In 2025 en 2026 werden er geen apen voor dierproeven ingevoerd.

123

Hoeveel inspecties zijn er uitgevoerd door de NVWA op instellingen waar dierproeven plaatsvinden in 2025?

Antwoord

In 2025 heeft de NVWA 137 inspecties en 4 audits uitgevoerd in het kader van de Wet op de dierproeven (Wod). Meer informatie over de inspectieresultaten 2025 staan op de website van de NVWA.12

124

Hoeveel waarschuwingen werden er uitgedeeld, hoeveel sancties omwille van inbreuken op de dierenwelzijnswet of de WOD als gevolg van inspecties door de NVWA in 2025?

Antwoord

In 2025 heeft de NVWA 1 proces-verbaal (PV) opgemaakt en 4 officiële waarschuwingen (OW) gegeven in het kader van de Wet op de dierproeven (Wod). Ook werd er 45 keer een naleefadvies gegeven. Meer informatie over de inspectieresultaten 2025 staan op de website van de NVWA.13

Hoe vaak werd er in 2025/6 in Nederlandse instellingen nog de forced swim test gebruikt?

Antwoord

De forced swim test bestaat niet uit een eenduidig protocol, wat betekent dat deze test op verschillende manieren en voor verschillende onderzoeksdoeleinde kan worden ingezet. De CCD geeft aan dat binnen bepaalde wetenschappelijke context een dergelijke test vergund kan worden. Dit wordt dan per aanvraag binnen de wettelijke en ethische kaders wordt afgewogen.

Specifieke testen zijn geen onderdeel van de jaarregistratie, hoe vaak een test voorkomt kan daarmee niet uit de proefdiercijfers worden afgeleid. Daarnaast zijn voor zowel 2025 als 2026 de gegevens over het gebruik van proefdieren nog niet bekend.

126

Hoe veel dierproeven werden er in 2025 uitgevoerd ten behoeve van dierproeven voor het in stand houden van de veehouderij?

Antwoord

Voor zowel 2025 als 2026 zijn de gegevens over het gebruik van proefdieren nog niet bekend. De jaarregistratie dierproeven, conform artikel 15 Wet op de Dierproeven (Wod), voorziet niet in deze specifieke vraag. In de nationale rapportage is wel op hoofd- en subdoelen een indeling gemaakt van aantallen uitgevoerde dierproeven, waaronder diergeneesmiddelen en diervoeding. De meest recente gegevens staan in de «Zo Doende 2023», deze is nog te vinden op de website van de NVWA.14

127

Hoe veel bedrijven voeren er in Nederland de LAL-test uit? Een test die gebruik maakt van het bloed van degenkrabben, hoewel hiervoor op EU-niveau een alternatief is goedgekeurd (MAT-test).

Antwoord

De LAL test dan wel het winnen of gebruik van degenkrabben bloed valt niet binnen de kaders van de Wet op de dierproeven, omdat het een ongewervelde diersoort betreft. Ik heb daarom geen inzicht of, en indien ja, in welke mate de LAL test in Nederland wordt uitgevoerd.

128

Hoe veel dieren worden er gebruikt voor de productie van monoclonale antilichamen in Nederland, opgesplitst per diersoort?

Antwoord

Voor zowel 2025 als 2026 zijn de gegevens over het gebruik van proefdieren nog niet bekend.

129

Hoeveel inspecties werden er in 2025 uitgevoerd bij Hartelust door de NVWA?

Antwoord

De NVWA heeft in 2025 3 inspecties uitgevoerd bij Hartelust in het kader van de Wet op de dierproeven.

130

Hoeveel inspecties werden er in 2024 uitgevoerd bij Charles River door de NVWA?

Antwoord

De NVWA heeft in 2024 geen inspecties uitgevoerd bij Charles River in het kader van de Wet op de dierproeven.

131

Hoeveel inspecties werden er in 2024 uitgevoerd bij BPRC door de NVWA?

Antwoord

De NVWA heeft in 2024 2 inspecties uitgevoerd bij BPRC in het kader van de Wet op de dierproeven.

132

Hoe staat het met het onderzoek na de FIOD-NVWA inval bij eendenslachter Tomassen Duck-To september 2024? Wanneer verwacht u afsluiten van het onderzoek/vervolging? Zijn er aanwijzingen dat het bedrijf vaker dezelfde overtreding heeft begaan?

Antwoord

De NVWA-IOD doet geen mededelingen over lopende onderzoeken.

133

Hoeveel slachthuizen hebben 1 of meerdere strikes ontvangen binnen het three strikes out principe? Kan de regering hier een lijst van produceren? Wanneer wordt dit ook ingevoerd voor pluimveeslachthuizen?

Antwoord

In totaal zijn er 11 strikes gegeven aan 11 verschillende roodvleesslachterijen. Elk van deze 11 slachterijen heeft 1 x een strike ontvangen.

In 2024 waren dat 7 slachterijen in 2025 waren dat 4 slachterijen. In 2026 is nog geen strike gegeven.

De NVWA ontwikkelt in 2026 het three strikes out principe voor de pluimveeslachthuizen. De beoogde implementatie is in Q1 2027.

134

Bij eendenslachter Tomassen Duck-To te Ermelo is de natuurvergunning vernietigd door de rechtbank, is een nieuwe geweigerd door de provincie en heeft de gemeente Ermelo alle vergunningen vigerende vergunningen ingetrokken, waardoor het illegaal opereert. Kan u uitleggen waarom de NVWA inspecteurs naar het bedrijf blijft sturen?

Antwoord

De NVWA houdt toezicht op de eendenslachterij in kader van de Europese Hygienewetgeving, zoals Verordening (EG) nr. 853/2004, en de Wet dieren.

Volgens die wetgeving heeft het bedrijf nog steeds een erkenning om te mogen slachten. De inspecteurs van de NVWA voeren hun wettelijk vastgelegde inspectietaak uit volgens de hiervoor genoemde wet- en regelgeving.

De NVWA heeft geen bevoegdheden ten aanzien van de wetgeving waar de provincie en de gemeente op toe zien.

135

Hoe staat het met de inventarisatie van stalverstikkingen, stalvloerdoorzakkingen, veetransportongelukken?

Antwoord

Voor het antwoord op deze vraag, verwijs ik u naar het antwoord op vraag 103 voor wat betreft incidenten met betrekking tot uitval van kunstmatige ventilatie in stallen en naar het antwoord op vraag 98 voor wat betreft de voortgang van de inventarisatie van incidenten met een stalvloer waarbij dieren in de mestput belanden.

Zoals al aangegeven in antwoorden op feitelijke vragen over de LVVN-begroting van 2026 (Kamerstuk 36 800 XIV-8) vindt er geen inventarisatie plaats van verkeersongelukken waar veetransport bij betrokken is.

136

Hoe staat het met de landelijke registratie van alle door jagers/beheerders geschoten dieren?

Antwoord

Jagers zijn wettelijk verplicht hun afschot te registreren. Zij doen dat in de registratiesystemen van de faunabeheereenheden (FBE’s).

Mijn ministerie heeft aan bureau Biometris opdracht verleend voor het uitbrengen van een advies over hoe registratie zodanig georganiseerd kan worden dat het mogelijk is een onafhankelijke validatie uit te voeren. De uitkomsten van dat onderzoek zijn besproken met de provincies. De wijze waarop geïmplementeerd wordt, is aan de FBE’s, maar bij mijn ministerie en de provincies is er wel een sterke voorkeur om toe te werken naar één gezamenlijk registratiesysteem. De volgende fase is dat met alle betrokken partijen afspraken worden gemaakt over de implementatie van de adviezen.

137

Worden in de Nederlandse garnalen kweek de oogstelen van moederdieren afgeknipt?

Antwoord

In Nederland vindt geen kweek van garnalen plaats en wordt deze praktijk niet toegepast.

138

Hoe staat het met het verbod op levend koken kreeftachtigen?

Antwoord

Op dit moment is de wijziging van de regelgeving conform de aangenomen motie van de leden Kostic en Graus (Kamerstuk 28 286, nr. 1362) over een verbod op levend koken van krabben en kreeften in voorbereiding. De vormgeving van de regelgeving vergt meer tijd dan eerder was voorzien, de verwachting is dat een verbod op het levend koken van krabben en kreeften medio 2027 in werking zal kunnen treden. Daarnaast ben ik zowel met de horecasector als de wetenschappelijke experts in gesprek om de horecasector voldoende handelingsperspectief te kunnen bieden in de horecakeuken. De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd met de brief van 25 januari 2025 (Kamerstuk 28 286, nr. 1377).

139

Stallen die afhankelijk zijn van kunstmatige ventilatie moeten voortaan een noodaggregaat hebben. Hoe vaak is hier in 2025 op gecontroleerd? Wat waren de uitkomsten van die controles?

Antwoord

Voor pluimvee:

Pluimvee type

Totaal

Akkoord

Niet akkoord

Vleeskalkoenen

20

20

0

Legkippen

1

1

0

Vleeskuikens

7

7

0

Opfok legkippen

78

78

0

Opfok ouderdieren van legkippen

2

2

0

Voor varkens:

Inspecties

Totaal

Akkoord

Niet akkoord

Varkens

70

63

7

140

Hoe vaak is er gecontroleerd op de aanwezigheid van een noodventilatiesysteem?

Antwoord

De aantallen controles die zijn uitgevoerd zijn terug te vinden bij het antwoord van vraag 139. Tijdens deze controles wordt zowel de aanwezigheid van een noodaggregaat en noodventilatiesysteem gecontroleerd.

141

Hoeveel konijnen houdt Pharming Group N.V. op hoeveel locaties? Hoe oud worden deze konijnen gemiddeld?

Antwoord

Pharming Group N.V. heeft voor twee locaties een vergunning om dierproeven te verrichten en proefdieren te fokken en af te leveren. De NVWA houdt de door de vergunninghouder, conform Artikel 15 Wod en Bijlage 7 van de Dieproevenregeling 2014, aangeleverde registratiegegevens bij. De aantallen gehouden proefdieren en leeftijd van de proefdieren zijn daar geen onderdeel van.

142

Hoeveel varkens zijn er in 2025 vroegtijdig gestorven, onderverdeeld naar biggen, fokberen, slachtbiggen, slachtzeugen, vleesvarkens en zeugen/fokgelten?

Antwoord

In I&R wordt niet de reden geregistreerd alleen het aantal doodmeldingen. Ook wordt in de registratie gebruik gemaakt van andere diercategorieën. Op basis van de RVO-rapportage Dierregistraties over 2025 is in tabel 3 het aantal doodmeldingen per diercategorie geregistreerd in het I&R-systeem voor 2025 weergegeven.

Diercategorie

Aantal doodmeldingen 2025

Biggen

2.936.452

Fokberen

138

Slachtzeugen & Slachtbiggen

5.889

Vleesvarkens

310.554

Zeugen en fokgeiten

49.216

143

Hoeveel varkens zijn er in 2025 geslacht, onderverdeeld naar biggen, vleesvarkens en volwassen beren en zeugen?

Antwoord

In I&R Varken worden er voor de slachtmeldingen twee diercategorieën onderscheiden.

Diercategorie

Aantal slachtingen 2025

Vleesvarkens

13.837.653

Zeugen en slachtbiggen

281.029

144

Hoeveel opfokberen, zowel niet-dekrijp als dekrijp, leven er in Nederland?

Antwoord

In 2025 zijn er in de Gecombineerde Opgave 2025 met peildatum 1 april 1.119 niet dekrijpe beren en 4.926 dekrijpe beren opgegeven.

145

Wat was in 2025 het gemiddelde aantal biggen dat een zeug in de Nederlandse varkenshouderij per worp krijgt?

Antwoord

Het gemiddelde aantal biggen dat een zeug in de conventionele varkenshouderij in 2025 per worp heeft gekregen is (nog) niet bekend. In 2024 heeft een zeug in de conventionele Nederlandse varkenshouderij circa 15,9 biggen per worp gekregen.

146

Wat was in 2025 de gemiddelde verwachtte transporttijd van geëxporteerde Nederlandse varkens naar Duitsland, Kroatië en Spanje, inclusief eventuele rusttijd?

Antwoord

Volgens Verordening (EG) nr. 1/2005 moeten varkens na een transport van maximaal 24 uur transport worden uitgeladen op een erkende controlepost. Daar dienen zij minimaal 24 uur te verblijven om te rusten, te worden gevoerd en gedrenkt, voordat het transport wordt voortgezet

  • Duitsland: Gemiddeld 4,3 uur. Transporten duren niet langer dan 24 uur.

  • Kroatië: Gemiddeld 19,4 uur. Transporten duren niet langer dan 24 uur.

  • Spanje: Gemiddeld 25,5 uur. Dit betreft voor een klein deel transporten die langer dan 24 uur duren en voor het merendeel transporten die korter dan 24 uur duren.

147

Wat was in 2025 de maximale verwachtte transporttijd van geëxporteerde Nederlandse varkens naar Duitsland, Kroatië en Spanje, inclusief eventuele rusttijd?

Antwoord

Volgens Verordening (EG) nr. 1/2005 moeten varkens bij langeafstandstransporten na maximaal 24 uur transport worden uitgeladen op een erkende controlepost. Daar dienen zij minimaal 24 uur te verblijven om te rusten, te worden gevoerd en gedrenkt, voordat het transport wordt voortgezet.

  • Duitsland: De maximale verwachte transporttijd bedroeg 15,5 uur.

  • Kroatië: De maximale verwachte transporttijd bedroeg 24 uur.

  • Spanje: De maximale verwachte transporttijd bedroeg 90 uur. Tijdens dit transport hebben de varkens twee keer 24 uur gerust op een controlepost.

148

Hoeveel biggen worden nog gecastreerd?

Antwoord

Het vlees van niet-gecastreerde beren kan een onaangename geur hebben («berengeur»). Om dit te voorkomen kan worden besloten om beerbiggen te castreren. De partijen in de Nederlandse varkensketen inclusief de supermarkten zijn reeds 10 jaar geleden erin geslaagd om karkassen met berengeur te detecteren en apart te verwerken. Sindsdien worden beerbiggen in Nederland uit de conventionele varkenshouderij bestemd voor de Nederlandse markt niet meer gecastreerd. Volgens de laatste bekende gegevens wordt nog 35% van de beerbiggen gecastreerd. Omgerekend betreft dit naar schatting 4,2 miljoen beerbiggen.

149

Welke gemiddelde leeftijd behaalden zeugen in de Nederlandse varkenshouderij voordat zij werden afgevoerd naar de slacht in 2025?

Antwoord

Varkens worden niet individueel geregistreerd er is dus ook geen leeftijd bij slacht bekend.

150

Kan de regering een overzicht geven van het aantal geboortemeldingen van alle typen rundveebedrijven in 2025 en de kalversterfte, uitgesplitst naar het aantal doodgeboren kalveren, sterfte tot 14 dagen na geboorte, de sterfte tussen 14 en 56 dagen na geboorte, de sterfte tussen 56 en 180 dagen na geboorte en de sterfte tussen 180 en 365 dagen na geboorte?

Antwoord

In tabel 4 staan de aantallen geboorte en sterftecijfers per categorie van alle rundveehouders in Nederland voor 2025. Bij doodgeboren kalveren gaat het om de aantallen van ongemerkte kalveren. Bij de categorieën in dagen gaat het om (gemerkte) kalveren met een eigen oormerk.

Categorie

2025

Geboortemeldingen

1.489.025

Doodgeboren kalveren

96.848

Sterfte kalveren 0 tot 14 dagen

42.744

Sterfte kalveren 14 tot 56 dagen

38.605

Sterfte kalveren 56 tot 180 dagen

36.293

Sterfte kalveren tussen 180 tot 365 dagen

13.488

151

Hoeveel vleeskalveren zijn er in 2025 in Nederland opgezet?

Antwoord

In I&R wordt geen onderscheid gemaakt tussen melkvee en vleesvee. In I&R worden geen gegevens bijgehouden van opzetten van vleeskalveren of andere runder categorieën.

152

Hoeveel inspecties met betrekking tot snuitlengte zijn er in 2025 gedaan? En hoeveel fokkers hebben boetes gekregen hiervoor? Welke rassen waren er betrokken bij de betreffende inspecties?

Antwoord

Er zijn 15 inspecties uitgevoerd door de NVWA in 2025 met betrekking tot het fokken met honden met een te korte snuit. Bij 8 fokkers zijn boetes opgelegd omdat zij hadden gefokt op een wijze waarop het welzijn en de gezondheid van het ouderdier of de nakomelingen werd benadeeld. Het betrof het de volgende rassen: Franse Bulldog, Mopshond, Boomer, Shih-Tzu, Boxer en Bordeaux Dog. Het hondenras is voor de NVWA overigens niet relevant bij de beoordeling van de schadelijke kenmerken en erfelijke afwijkingen of ziekten.

153

Hoeveel inspecties zijn er in 2025 geweest op andere uiterlijke kenmerken dan snuitlengte, zoals overdreven plooien op de kop met entropion tot gevolg?

Antwoord

Er zijn 26 inspecties uitgevoerd door de NVWA in 2025 met betrekking tot het fokken met honden met andere schadelijke kenmerken of ernstige erfelijke afwijkingen en ziekten, dan een te korte snuit, of op een wijze waarop het welzijn en de gezondheid van het ouderdier wordt benadeeld.

154

Hoeveel fokkers hebben boetes gekregen en voor welke schadelijke uiterlijke kenmerken?

Antwoord

Zoals in het antwoord op vraag 152 aangegeven, zijn er door de NVWA in 2025 bij 8 fokkers boetes opgelegd omdat zij hadden gefokt op een wijze waarop het welzijn en de gezondheid van het ouderdier of de nakomelingen werd benadeeld. Deze hadden allen betrekking op het fokken met ouderdier met een te korte snuit.

155

Hoeveel kattenfokkers zijn er in 2025 geïnspecteerd met betrekking tot de fok op schadelijke uiterlijke kenmerken zoals een te korte snuit?

Antwoord

Deze gegevens worden niet bijgehouden.

156

Hoe wordt omgegaan met dierenartsen die betrokken waren bij de fokkerij van honden/katten met schadelijke uiterlijke kenmerken? Krijgen deze dierenartsen een waarschuwing als blijkt dat ze de fokkers niet hebben afgeraden om te fokken met de betreffende dieren?

Antwoord

Toezicht en handhaving op het fokken van honden/katten met schadelijke uiterlijke kenmerken vindt plaats bij de fokkers. Dit omdat de wetgeving gaat over de door de fokker geïnitieerde fokhandelingen en daarmee ligt de verantwoordelijkheid bij de fokker en niet bij de dierenarts.

De NVWA gaat wanneer nodig in gesprek met dierenartsen van fokkers die een overtreding hebben begaan. In ernstige gevallen kan de NVWA het handelen van de dierenarts voorleggen aan de gemachtigd klachtambtenaar, die een klacht kan indienen bij het Veterinair Tuchtcollege. Dit heeft in 2025 niet plaatsgevonden.

157

Hoeveel hennen van legrassen kwamen er in 2022, 2023 en 2024 uit in Nederlandse broederijen?

Antwoord

Deze gegevens staan niet in I&R pluimvee geregistreerd.

158

Hoeveel van deze hennen werden als eendagskuiken geëxporteerd in deze periode? Kan de regering dit uitsplitsen naar land van bestemming?

Antwoord

In 2025 zijn voor export naar landen buiten de EU voor circa 12.000.000 eendagskuikens veterinaire certificaten afgegeven. Het grootste aantal daarvan ging naar Ghana en Georgië. De NVWA houdt geen informatie bij of de eendagskuikens van hennen van legrassen zijn.

2022

Bestemming

Land

Aantal

België

20.000.000

Cyprus

160.000

Denemarken

250.000

Duitsland

115.000.000

Estland

50.000

Finland

20.000

Frankrijk

375.000

Griekenland

20.000

Hongarije

500.000

Italië

2.500.000

Letland

1.100.000

Litouwen

2.500

Malta

35.000

Noorwegen

1.500

Oostenrijk

500.000

Polen

15.000.000

Portugal

100.000

Roemenië

3.500.000

Slovenië

5.000

Slowakije

7.000.000

Spanje

1.500.000

Tsjechië

1.000.000

Zweden

100.000

Zwitserland

300.000

169.000.000

2023

Bestemming

Land

Aantal

Belgie

15.000.000

Denemarken

1.500.000

Duitsland

110.000.000

Finland

10.000

Frankrijk

50.000

Griekenland

30.000

Hongarije

700.000

Italie

3.000.000

Kroatie

150.000

Letland

1.000.000

Litouwen

400.000

Malta

10.000

Noorwegen

1.000

Oostenrijk

450.000

Polen

25.000.000

Roemenie

4.000.000

Slowakije

5.500.000

Spanje

1.000.000

Tsjechie

750.000

Zweden

70.000

Zwitserland

270.000

Totaal

169.000.000

2024

Land van bestemming

Aantal

België

13.000.000

Bulgarije

100.000

Denemarken

2.500.000

Duitsland

115.000.000

Finland

20.000

Frankrijk

170.000

Hongarije

450.000

Italië

2.000.000

Kroatië

130.000

Letland

1.800.000

Litouwen

350.000

Malta

35.000

Oostenrijk

400.000

Polen

18.000.000

Roemenië

2.600.000

Slowakije

3.200.000

Spanje

1.400.000

Tsjechië

1.200.000

Zweden

82.000

160.000.000

159

Hoeveel eendagshaantjes werden er in deze periode op de broederij gedood?

Antwoord

Deze gegevens staan niet in I&R pluimvee geregistreerd.

160

Hoeveel leghennen werden in 2023 en 2024 gehouden in koloniekooisystemen of verandasystemen? Om hoeveel bedrijven ging dit?

Antwoord

In I&R pluimvee is er geen categorie verandasysteem. In tabel 6 zijn alleen de aantallen dieren en bedrijven opgenomen die gebruik maken van het koloniekooisysteem.

Jaar

2023

2024

2025

Systeem

Kolonie

Kolonie

Kolonie

Aantal (mln)

4,3

4,3

4,0

bedrijven

42

39

35

161

Hoeveel vleeskuikenouderdieren werden in 2023 en 2024 gehouden in verandasystemen? Om hoeveel bedrijven ging dit?

Antwoord

In I&R pluimvee is er geen categorie verandasysteem bekend.

162

Hoeveel vleeskuikens werden in 2023 en 2024 gehouden in patiosystemen? Om hoeveel bedrijven ging dit?

I&R pluimvee is er geen categorie patiosysteem bekend.

163

Hoeveel broederijen zijn er in Nederland geregistreerd? Hoeveel hiervan hebben voorzieningen voor early feeding (voorzien van water en voer aan kuikens op de broederij)?

Antwoord

Er zijn 59 broederijen geregistreerd. In het I&R systeem pluimvee worden geen voorzieningen bijgehouden per broederij.

164

Wat is op dit moment het handhaafbeleid van de NVWA voor early feeding? Wordt hierin onderscheid gemaakt tussen kuikens van leg- en vleesrassen?

Antwoord

Er wordt onderscheid gemaakt in de handhaving tussen broederijen voor vleeskuikens en voor leghennen. Voor vleeskuikens is het handhavingsbeleid dat de kuikens binnen 6 uur na het openen van de kast op het vleeskuikenbedrijf moeten aankomen, waar zij voer en water verstrekt krijgen. Voor wat betreft leghenkuikens voert de WUR een onderzoek uit naar voer- en waterdeprivatie. De conclusies uit dit onderzoek betrekt de de NVWA in haar handhaafbeleid.

165

Hoeveel inspecties hebben er plaatsgevonden in 2023 en 2024, en hoeveel overtredingen zijn daarbij geconstateerd? Welke sancties zijn hiervoor opgelegd?

Antwoord

Voor het antwoord op de vraag hoeveel inspecties in 2023 en 2024 hebben plaatsgevonden bij pluimveebedrijven verwijs ik u graag naar de onderstaande internetpagina’s.15

166

Wat is de gemiddelde bezetting (aantal dieren/m2) op niet-biologische leghenbedrijven in Nederland?

Antwoord

In I&R pluimvee wordt enkel de aan en afvoer van pluimvee geregistreerd de vragen over gemiddelde bezettingsgraad kunnen daarom niet beantwoord worden.

167

Wat is de gemiddelde bezetting (aantal dieren/m2) op niet-biologische vleeskuikenouderdierbedrijven in Nederland?

Antwoord

In I&R pluimvee wordt enkel de aan en afvoer van pluimvee geregistreerd de vragen over gemiddelde bezettingsgraad kunnen daarom niet beantwoord worden.

168

Wat is de gemiddelde bezetting (aantal dieren/m2) op niet-biologische opfoklegbedrijven in Nederland?

Antwoord

In I&R pluimvee wordt enkel de aan en afvoer van pluimvee geregistreerd de vragen over gemiddelde bezettingsgraad kunnen daarom niet beantwoord worden.

169

Wat is de gemiddelde bezetting (aantal dieren/m2 en kg/m2) op niet-biologische vleeskuikenbedrijven in Nederland? Kan hierin onderscheid gemaakt worden tussen bedrijven met reguliere en trager groeiende vleeskuikens?

Antwoord

In I&R pluimvee wordt enkel de aan en afvoer van pluimvee geregistreerd de vragen over gemiddelde bezettingsgraad kunnen daarom niet beantwoord worden.

170

Uitgesplitst per land van herkomst, wat was in 2023 en 2024 het aantal kalveren dat een transport >8 uur heeft ondergaan voordat ze in Nederland aankwamen? Hoe lang duurde het langste transport?

Antwoord

In 2023 zijn er in totaal 798.011 kalveren in de leeftijd tot 1 jaar oud geïmporteerd. In 2024 gaat het om 749.549 geïmporteerde kalveren in de leeftijd tot 1 jaar. In onderstaande tabel staan aantallen weergegeven per land van herkomst. Er worden geen gegevens met betrekking tot transportduur geregistreerd.

Import kalveren in de leeftijd tot 1 jaar met LAND VAN HERKOMST

2023

2024

België

47.209

51.878

Denemarken

47.270

43.312

Duitsland

542.007

543.528

Estland

3.894

280

Frankrijk

16.695

9.017

Ierland

107.540

78.843

Italië

1

2

Letland

7.701

1.399

Litouwen

2.056

0

Luxemburg

21.966

20.545

Oostenrijk

3

1

Portugal

0

3

Roemenië

0

46

Polen

177

0

Slowakije

149

0

Spanje

45

0

Tsjechië

1.292

692

Zweden

1

2

Zwitserland

5

1

171

Uitgesplitst per land van bestemming, wat was in 2023 en 2024 het aantal kalveren dat een transport >8 uur heeft ondergaan voordat ze vanuit Nederland op de plaats van bestemming aankwamen? Hoe lang duurde het langste transport?

Antwoord

In 2023 zijn in totaal 227.143 kalveren in de leeftijd tot 1 jaar geëxporteerd. In 2024 gaat het om 237.590 geëxporteerde kalveren in de leeftijd tot 1 jaar. Er worden geen gegevens met betrekking tot transportduur, land van bestemming en met welk doel runderen worden geëxporteerd geregistreerd.

172

Hoeveel exporten over de weg zijn in 2023 en 2024 gecertificeerd? Kan de regering dit uitsplitsen per diercategorie? Hoeveel van deze transporten vonden plaats in de maanden april t/m september? Kan de regering dit uitsplitsen per diercategorie?

Antwoord

Voor exporten binnen de EU wordt gerapporteerd op basis van zendingen. Voor exporten naar landen buiten de EU wordt uitgegaan van afgegeven certificaten.

In onderstaande tabel is het aantal exportzendingen buiten de EU per diersoort per maand in 2024 en 2023 opgenomen.

2024

Januari

februari

Maart

April

Mei

Juni

Juli

Augustus

September

Oktober

November

December

Bestuivers

6

5

7

5

5

5

6

5

5

6

5

5

Biologische bestrijders

12

23

28

29

27

20

18

15

7

1

19

5

Dieren gevoelig voor rabies

1

1

Eendagskuikens

1

2

1

Fokgeiten

1

1

Fok- en gebruiksvarkens

Fok- en gebruiksrunderen

Fokpaarden

Fokrunderen

Fokrunderen (vrouwelijk)

Fokschapen

Fokschapen en -geiten

Fokvarkens

1

1

1

Gebruiksrunderen

Gebruiksvarkens

Honden

2

1

Honden, katten en fretten

1

Katten

1

Knaagdieren

1

Kweekvis levend

1

1

 

2

1

1

 

1

1

2

1

1

Overige dieren

2

1

Overige vogels

1

2

6

3

Paarden

1

1

1

1

Paarden, Permanent

8

9

16

13

5

3

8

4

5

10

3

4

Paarden, Permanent, niet geregistreerd

1

1

Paarden, Retour

2

1

4

6

3

2

3

1

2

4

2

3

Paarden, tijdelijk

1

1

3

2

2

1

3

2

1

1

2

Primaten

1

1

1

1

1

Schapen en Geiten

Siervis, (gesloten)

4

3

2

16

33

3

4

21

4

3

25

3

2023

Januari

Februari

Maart

April

Mei

Juni

Juli

Augustus

September

Oktober

November

December

Bestuivers

5

5

5

5

6

5

5

6

5

5

6

5

Biologische bestrijders

9

12

25

14

22

21

14

14

7

9

10

8

Dieren gevoelig voor rabies

1

1

Eendagskuikens

2

2

1

2

1

1

Fokgeiten

1

Fok- en gebruiksvarkens

1

1

1

Fok- en gebruiksrunderen

2

1

1

Fokpaarden

2

Fokrunderen

1

2

3

3

2

3

2

1

1

Fokrunderen (vrouwelijk)

2

3

3

5

5

Fokschapen

2

1

Fokschapen en -geiten

1

Fokvarkens

1

1

1

1

Gebruiksrunderen

2

2

2

2

4

2

Gebruiksvarkens

1

1

1

1

Honden

1

3

1

1

2

1

1

Honden, katten en fretten

1

1

Katten

1

1

Knaagdieren

1

Kweekvis levend

1

1

1

1

1

1

2

1

1

1

Overige dieren

1

1

2

1

Overige vogels

1

1

3

Paarden

1

1

1

1

2

1

Paarden, Permanent

8

14

12

10

8

13

9

11

5

15

18

13

Paarden, Permanent, niet geregistreerd

1

1

1

1

1

1

1

1

Paarden, Retour

2

1

1

2

2

2

3

4

10

3

2

1

Paarden, tijdelijk

3

1

1

6

1

6

6

3

5

6

Primaten

1

1

Schapen en Geiten

1

1

1

Siervis, (gesloten)

42

3

27

2

34

5

4

2

8

19

5

3

173

Hoeveel exporten zijn in 2023 en 2024 zijn niet gecertificeerd i.v.m. te hoge verwachte temperaturen onderweg (30 graden of meer)? Kan de regering dit uitsplitsen per diercategorie?

Antwoord

De registratie van de NVWA bevat in 2023 15 aanvragen voor exportcertificering van diertransporten langer dan 8 uur afgewezen in verband met te hoge verwachte temperaturen onderweg. Dit betrof enkel transporten van varkens. In 2024 waren dit 26 aanvragen voor exportcertificering van diertransporten langer dan 8 uur afgewezen in verband met te hoge verwachte temperaturen onderweg. Dit betrof 24 transporten van varkens en 2 transporten van runderen.

174

Bij hoeveel van de gecertificeerde exporten is achteraf data aangeleverd om het temperatuursverloop tijdens de reis te monitoren? Kan de regering dit uitsplitsen per diercategorie?

Antwoord

In 2023 werden er van 1.040 transporten die langer dan 8 uur duurden gegevens aangeleverd voor het monitoren van het temperatuursverloop tijdens de reis. 76% daarvan betrof transport van varkens. 23% betrof transport van runderen en 1% betrof transport van overige dieren (transporten van paarden, schapen en geiten).

In 2024 werden er van 828 transporten die langer dan 8 uur duurden gegevens aangeleverd voor het monitoren van het temperatuursverloop tijdens de reis. 72% betrof transport van varkens. 18% betrof transport van runderen en minder dan 1% betrof transport van overige dieren (transporten van schapen en geiten).

175

In hoeveel gevallen oversteeg de temperatuur tijdens de reis de toegestane 35 graden? Welke sancties zijn hierbij opgelegd? Kan de regering dit uitsplitsen per diercategorie?

Antwoord

In 2023 was bij 20 gecertificeerde exporttransporten van varkens en 5 van runderen de geregistreerde temperatuur in het vervoermiddel op enig moment tijdens de reis hoger dan 35 graden Celsius. Er werd drie keer een bestuurlijke boete opgelegd. Er werd zes keer een notificatie gestuurd naar de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de vervoersvergunning heeft afgegeven. In 16 gevallen is geen sanctie opgelegd, omdat sprake was van een overschrijding van zeer korte duur of omdat de temperatuuroverschrijding plaatsvond tijdens het laden/lossen. Op het moment van laden/lossen kon niet worden vastgesteld of dieren vervoerd werden, waardoor een overtreding niet kon worden bewezen.

In 2024 was bij 29 gecertificeerde exporttransporten van varkens de geregistreerde temperatuur in het vervoermiddel op enig moment tijdens de reis hoger dan 35 graden Celsius. Er werd 2 keer een bestuurlijke boete opgelegd. Er werd 2 keer een notificatie gestuurd naar de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de vervoersvergunning heeft afgegeven. In 24 gevallen is geen sanctie opgelegd, omdat sprake was van een overschrijding van zeer korte duur of omdat een sensor defect bleek.

176

Hoeveel overtredingen op de 35-graden beleidsregel voor transport op Nederlands grondgebied zijn in 2023 en 2024 geconstateerd? Welke sancties zijn hierbij opgelegd? Kan de regering dit uitsplitsen per diercategorie?

Antwoord

Zowel tijdens transport van dieren op Nederlands grondgebied en na aanvoer van dieren in slachthuizen zijn in 2023 en 2024 geen overtredingen geconstateerd op de 35-graden beleidsregel.

177

Kasschuif op ANB: hoe komt het dat het opstellen en publiceren van een aantal nieuwe maatregelen vertraging heeft opgelopen? Welke maatregelen betreft dit

Antwoord

In 2025 is een goede start gemaakt met het versterken van het Agrarisch Natuurbeheer. In afstemming met provincies is bijvoorbeeld het Agrarisch natuur- en landschapsbeheer vanaf 2026 uitgebreid en zijn tarieven aangepast. In 2026 wordt een start gemaakt met nieuwe pilots, uitvoerende organisaties worden versterkt en extra middelen voor investeringen worden beschikbaar gesteld. Het aanpassen van instrumenten vergt tijd. Grotere aanpassingen behoren ook te worden afgestemd met de Europese Commissie, voor aanpassingen in het Gemeenschappelijk landbouwbeleid en/of een staatsteungoedkeuring. Het is de verwachting dat 2026 nodig is om deze voorbereidingen af te ronden, waardoor een deel van de uitgaven vanaf 2027 plaatsvinden. Met de kasschuif zetten we de middelen in het juiste kasritme, waardoor ze ten goede komen aan de inzet van de agrarische ondernemer voor natuur en water.

178

Hoeveel erkende verzamelcentra waren er eind 2025 en hoeveel daarvan hebben een erkenning voor het verzamelen van runderen, hoeveel voor schapen en geiten en hoeveel voor varkens?

Antwoord

Eind 2025 waren er 67 verzamelcentra. Daarvan hebben er 55 een erkenning voor het verzamelen van runderen;

29 een erkenning voor het verzamelen van schapen/geiten;

15 een erkenning voor het verzamelen van varkens.

179

Hoeveel dieren zijn in 2021 t/m 2025 per jaar aangevoerd op verzamelplaatsen, uitgesplitst per diersoort?

Antwoord

In de tabel staan de aantallen aangevoerde diersoorten op een verzamelplaats in Nederland voor de jaren 2021 t/m 2025.

Diersoort

2021

2022

2023

2024

2025

Runderen

1.067.565

1.043.799

1.061.521

1.092.650

1.065.872

Schapen

586.892

589.913

613.145

525.690

475.058

Geiten

29.371

35.960

52.070

45.153

45.804

Varkens

1.104.164

968.993

902.388

1.091.709

1.011.360

180

Hoeveel dieren zijn in 2022, 2023 en 2025 per jaar gestorven op verzamelplaatsen, uitgesplitst per diersoort?

Antwoord

In de tabel staan de aantallen dieren die een doodmelding hebben gekregen op een verzamelplaats in Nederland voor de jaren 2022, 2023 en 2025.

Diersoort

2022

2023

2025

Runderen

1.865

1.996

1.161

Schapen

472

381

302

Geiten

287

332

273

Varkens

16.023

13.885

10.432

181

Welk deel van de dieren die zijn gestorven op verzamelplaatsen in 2021 t/m 2025 is daar gedood en welk deel is daar zelf gestorven, uitgesplitst per jaar?

Antwoord

Deze gegevens worden niet bijgehouden.

182

Hoe wordt geregistreerd of er sprake is van euthanasie of «spontane» sterfte bij verzamelplaatsen en hoe wordt dit gecontroleerd?

Antwoord

Deze gegevens worden niet bijgehouden.

183

Hoeveel kippen zijn in 2025 geëxporteerd voor de slacht en naar welke landen zijn deze dieren geëxporteerd?

Antwoord

In 2025 zijn er voor de slacht ruim 16 miljoen kippen geëxporteerd naar andere lidstaten, voornamelijk naar België, Duitsland en Polen. Voor de slacht mogen dieren niet worden geëxporteerd naar landen buiten de EU.

184

Hoeveel kippen zijn in 2025 naar Polen geëxporteerd voor de slacht?

Antwoord

In 2025 zijn voor de slacht ruim 2 miljoen kippen geëxporteerd naar Polen.

185

Worden er ook kippen vanuit Nederland naar andere landen dan België, Polen, Duitsland en Frankrijk geëxporteerd voor de slacht en zo ja, naar welke landen?

Antwoord

Nee. Niet naar andere landen binnen de EU. En voor de slacht mogen dieren niet geëxporteerd worden naar landen buiten de EU.

186

Hoeveel zeugen zijn in 2025 geëxporteerd voor de slacht en naar welke landen zijn deze dieren geëxporteerd?

Antwoord

In het registratiesysteem worden geen specifieke gegevens vastgelegd over zeugen. In 2025 zijn er ruim 880.000 varkens (zeugen en beren) geëxporteerd naar andere lidstaten voor de slacht. De bestemmingslanden waren voornamelijk Duitsland, Kroatië, Italië, België.

Dieren mogen voor de slacht niet geëxporteerd worden naar landen buiten de EU.

187

Hoeveel varkens zijn er in 2025 voor de slacht geëxporteerd naar Kroatië, Spanje, Italië, Frankrijk, Slovenië, Polen en Griekenland, uitgesplitst per land?

Antwoord

De volgende aantallen varkens zijn voor de slacht naar de betreffende landen geëxporteerd:

Kroatië

165.000

Spanje

40.000

Italië

55.000

Frankrijk

ruim 3.000

Slovenië

geen

Polen

geen

Griekenland

1.000

188

Hoeveel kippen zijn in 2025 geëxporteerd voor de slacht en naar welke landen zijn deze dieren geëxporteerd?

Antwoord

In 2025 zijn voor de slacht ruim 16 miljoen kippen geëxporteerd naar andere EU-lidstaten, voornamelijk naar België, Duitsland en Polen.

Dieren mogen voor de slacht niet geëxporteerd worden naar landen buiten de EU.

189

Hoeveel melkkoeien zijn in 2024 en 2025 geëxporteerd voor de slacht en naar welke landen zijn deze dieren geëxporteerd?

Antwoord

In 2024 zijn ruim 189.000 runderen voor de slacht geëxporteerd naar andere EU-lidstaten, voornamelijk naar België.

In 2025 zijn ruim 168.000 runderen voor de slacht geëxporteerd naar andere EU-lidstaten, voornamelijk naar België.

Dieren mogen voor de slacht niet geëxporteerd worden naar landen buiten de EU.

190

Hoeveel Nederlandse melkkoeien zijn er in 2024 en 2025 geslacht in Polen?

Antwoord

Er zijn in 2024 en 2025 geen melkkoeien voor de slacht geëxporteerd naar Polen.

191

Hoeveel Nederlandse melkkoeien zijn er in 2024 en 2025 geslacht in Kroatië?

Antwoord

Er zijn in 2024 ruim 4.000 runderen voor de slacht geëxporteerd naar Kroatië.

Er zijn in 2025 ruim 2.000 runderen voor de slacht geëxporteerd naar Kroatië.

192

Hoeveel melkkoeien zijn in 2024 en 2025 geïmporteerd voor de slacht en uit welke landen zijn deze dieren geïmporteerd?

Antwoord

In de tabel staat het aantal runderen die vanuit het buitenland rechtstreeks op een slachthuis in Nederland zijn aangevoerd. In I&R wordt geen onderscheid gemaakt tussen melkvee en vleesvee. Bij de getoonde aantallen gaat het om alle soorten runder categorieën.

LAND VAN HERKOMST

2024

2025

BELGIË

101.499

91.583

DENEMARKEN

1.195

1.766

DUITSLAND

38.033

43.407

FRANKRIJK

346

791

HONGARIJE

263

80

LUXEMBURG

289

214

SPANJE

0

34

193

Hoeveel levende eenden zijn er in 2025 uit het buitenland geïmporteerd (en uit welke landen) voor de slacht. Hoeveel in 2026?

Antwoord

In 2025 werden er voor de slacht ruim 1.000.000 levende eenden geïmporteerd vanuit de EU. Van de 253 zendingen kwam er 1 uit België en de rest uit Duitsland.

In 2025 en 2026 werden er voor de slacht geen levende eenden ingevoerd vanuit landen buiten de EU.

194

Hoeveel eenden, kippen, varkens en runderen zijn geregistreerd als «Dead On Arrival» in absolute aantallen in 2025 bij slachthuizen? Uitgesplitst per diersoort.

Antwoord

In 2025 zijn ongeveer 7.050 eenden, 458.500 kippen (inclusief vleeskuikens), 4700 varkens en 87 runderen (ouder dan 1 jaar) geregistreerd als «Dead On Arrival» bij slachthuizen.

195

Hoeveel kalveren zijn er in 2025 geïmporteerd, met welk doel, met welke verdeling in leeftijdscategorie, uitgesplitst naar land van herkomst?

Antwoord

In de tabel hieronder staat het aantal geïmporteerde kalveren in 2025.

Het gaat om het aantal kalveren onderverdeeld in de leeftijdscategorie 0–14, 14–56, 56–180 en 180–365 dagen en de landen van herkomst per categorie.

In het Identificatie en Registratie (I&R) systeem wordt niet vastgelegd met welk doel runderen worden geïmporteerd.

JAAR

LAND VAN HERKOMST

Import 0–14 dagen

Import 14–56 dagen

Import 56–180 dagen

Import 180–365 dagen

2025

BELGIË

0

635

7.149

28.910

2025

DENEMARKEN

0

432

5.121

27.048

2025

DUITSLAND

0

3.465

15.312

291.045

2025

ESTLAND

0

47

300

3.331

2025

FRANKRIJK

0

13

115

436

2025

IERLAND

0

504

5.068

79.124

2025

LETLAND

0

14

19

1.206

2025

LITOUWEN

0

9

352

195

2025

LUXEMBURG

0

224

1.442

11.749

2025

POLEN

0

7

335

115

2025

TSJECHIË

0

2

26

320

196

Hoeveel kalveren zijn er geslacht in 2025?

Antwoord

In 2025 zijn er volgens gegevens van de NVWA in Nederland 1,35 miljoen kalveren geslacht.

197

Hoeveel kalveren zijn er in 2025 geëxporteerd, met welk doel, met welke verdeling in leeftijdscategorie, uitgesplitst naar land van bestemming?

Antwoord

In onderstaande tabel staat het aantal geëxporteerde kalveren in 2025.

Het gaat om het aantal kalveren onderverdeeld in de leeftijdscategorie 0–14, 14–56, 56–180, 180–365 dagen. In het Identificatie en Registratie (I&R) systeem wordt niet vastgelegd met welk doel en naar welke landen runderen worden geëxporteerd.

Geëxporteerde kalveren

Leeftijd 0–14 dagen

Leeftijd 14–56 dagen

Leeftijd 56–180 dagen

Leeftijd 180–365 dagen

2024

3

20

43.577

160.343

198

Het investeringspakket is 20 miljard (2026), waar is dit geld voor geoormerkt? Hoe zijn deze doeleinden gekozen? Zijn dit de strategische prioriteiten, of is dit meer een overzicht van lopend beleid? Kan de Kamer een lijst ontvangen met de concrete activiteiten die uitgevoerd zullen worden?

Antwoord

Het investeringspakket van € 20 mld. is geoormerkt voor de samenhangende aanpak voor landbouw, natuur en stikstof. Het budget is verdeeld over verschillende posten: 1) € 2,75 mld. voor een vrijwillige beëindigingsregeling tot en met 2035; 2) € 9,0 mld. voor de gebiedsgerichte aanpak en zonering tot en met 2035; 3) € 2,0 mld. voor managementmaatregelen en innovatie tot en met 2035; 4) € 2,2 mld. voor natuurmaatregelen tot en met 2035 en jaarlijks € 200 mln. na 2035; 5) € 1,2 mld. voor agrarisch natuurbeheer tot en met 2035 en jaarlijks € 165 mln. na 2035; 6) € 1,25 mld. voor kwetsbare watergebieden tot en met 2035; 7) € 1,35 mld. voor flankerende maatregelen en overige uitvoeringskosten tot en met 2035 en jaarlijks € 70 mln. na 2035; en 8) € 250 mln. voor reducerende maatregelen in de industrie en mobiliteit tot en met 2031.

Deze doeleinden omvatten de verschillende onderdelen die nodig zijn om de stikstofcrisis op te lossen en ruimte te creëren voor ontspanning in de economie. Hierbij is voortgebouwd op beleid wat afgelopen jaren is ingezet en de voorstellen die verschillende partijen en overheden afgelopen jaren hebben gedaan. Het gaat daarmee om een combinatie van voortzetting van lopend beleid en nieuwe prioriteiten. Momenteel wordt in de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof toegewerkt naar de concrete maatregelen die worden genomen. Uw Kamer wordt voor de zomer hier nader over geïnformeerd.

199

Wat is de oorzaak van het niet uitvoeren van opdrachten waarvoor de NVWA wel een voorschot had ontvangen? Om welke opdrachten gaat dit?

Antwoord

De NVWA ontvangt budget voor wettelijke taken. Door verschillende omstandigheden is een klein deel van deze taken niet uitgevoerd. Dit betreft 2,7% van het totaal aantal afgesproken uren. In lijn met de agentschapsregeling vloeit het bijbehorende budget (€ 5,3 mln.) terug naar LVVN.

200

Wat is de oorzaak van het niet uitvoeren van opdrachten waarvoor de RVO wel een voorschot had ontvangen? Om welke opdrachten gaat dit?

Antwoord

Het totale opdrachtenpakket van LVVN aan RVO bedraagt iets meer dan € 350 miljoen aan uitvoeringskosten en is verdeeld over ongeveer 180 opdrachten. RVO neemt alle opdrachten in uitvoering waarna LVVN op het totaal van de opdracht per kwartaal een voorschot verstrekt. Uit de laatste raming van RVO eind 2025 blijkt dat de realisatie op een aantal opdrachtenwaarschijnlijk lager uitvalt. Hiervoor zijn onder meer de volgende oorzaken: de opdracht is efficiënter uitgevoerd door RVO; de opdracht bleek minder groot uit te vallen dan ingeschat (er werd bijvoorbeeld minder gebruik gemaakt van een subsidieregeling dan verwacht) of is – deels – teruggetrokken door LVVN; een deel van de uitvoering van een opdracht is doorgeschoven naar het volgende kalenderjaar doordat capaciteit niet tijdig aanwezig was of ten gevolge van beleidsontwikkelingen. Hieronder een overzicht van de opdrachten waarop RVO budget heeft teruggegeven aan LVVN in 2025:

Opdracht

Oorzaak

Bedrag (x € 1.000)

Wet dieren

Capaciteitsgebrek

– 400

Aanpak stalbranden

*Uitstel keuringen en inspecties: aanvullend onderzoek en ontwikkeling keuringsschema

– 393

Subsidie brongericht verduurzaming

Aanzienlijk minder aanvragen dan voorzien (36 ipv 250)

– 690

GLB-Marktordening

Verbeterde efficiency, aanpassing wet- en regelgeving, capaciteitsgebrek

– 1.177

Landbouw Attaché Netwerk

Correctie detachering LVVN-raden/attachés

– 5.526

Basisregistratie Grootschalige Topografie-Bronbeheer

Verbeterde efficiency, gedeeltelijke doorschuif werkzaamheden naar 2026

– 1.290

New Delivery Model

Capaciteitsgebrek

– 1.019

7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn

Vertraging in beleidsontwikkeling, verschuiving werkzaamheden naar 8e AP

– 1.777

CO2-sectorsysteem

Verbeterde efficiency, lagere IV/ICT-kosten

– 714

Aanpak piekbelasters

Aanzienlijk minder ondersteuning nodig dan voorzien

– 1.146

Agro Innovatiehub

Overheveling budget

– 33

Programma bedrijfsgerichte doelsturing

Aanpassing (omvang) opdracht

– 716

Kamer voor de Binnenvisserij

Afronding IV/ICT-werkzaamheden in 2026

– 140

De eindafrekening over 2025 van RVO voor alle opdrachten komt in mei 2026 beschikbaar. Vanaf dat moment is definitief aan te geven op welke opdrachten een lager bedrag is gerealiseerd dan vooraf geraamd.

201

Hoe komt het dat de Lbv-regeling onderbenut is gebleven? Waarom hebben deelnemers zich teruggetrokken? Wat zijn hiervan de implicaties voor de bijdrage die beëindigingsregelingen kunnen bieden voor emissiereductie? Welke lessen worden hieruit getrokken?

Antwoord

De Lbv-regelingen (Lbv, Lbv-plus, Lbv kleinere sectoren) zijn vrijwillige subsidieregelingen. Ondernemers die een positieve subsidiebeschikkingen hebben ontvangen kunnen, tot het moment waarop de subsidie is vastgesteld, op elk moment hun subsidieaanvraag intrekken. Als een ondernemer op het moment van intrekking al een of meerdere voorschotten heeft ontvangen, dienen deze terugbetaald te worden.

Ondernemers die hun subsidieaanvraag intrekken hoeven hiervoor geen reden op te geven. Uit signalen die afkomstig zijn van onder meer zaakbegeleiders en vanuit de sector valt op te maken dat de redenen waarom ondernemers hun subsidieaanvraag intrekken zeer divers kunnen zijn. Iedere ondernemer maakt hierin een eigen afweging, afhankelijk van de persoonlijke situatie, marktomstandigheden en -ontwikkelingen en het toekomstperspectief. Ook bij toekomstige (vrijwillige) subsidieregelingen zullen ondernemers een eigen, persoonlijke afweging maken.

Als ondernemers hun aanvraag intrekken heeft dit vanzelfsprekend effect op het resultaat van de regelingen. De emissiereductie valt hierdoor lager uit dan in potentie gerealiseerd had kunnen worden bij volledige benutting van het beschikbare subsidiebudget. De les die hieruit getrokken kan worden is dat het van belang is om bij prognoses over het mogelijke resultaat van een vrijwillige beëindigingsregelingen rekening te houden met het gegeven dat er ondernemers zullen zijn die hun aanvraag zullen intrekken. En daarnaast is het natuurlijk van belang dat financiële ondersteuning bij beëindiging geplaatst kan worden in de bredere context van de kabinetsplannen voor landbouw, natuur en stikstof.

202

In de tabel bij de wijziging van de begrotingsstaat valt op dat de uitgaven voor Land- en tuinbouw (Art. 21) met ruim € 280 miljoen dalen. Kunt u per subartikel specificeren welke concrete projecten of regelingen voor boeren hierdoor worden geraakt of vertraagd?

Antwoord

Het budget van artikel 21 wordt per saldo verlaagd met € 281 mln. in 2026. Dit saldo bestaat uit een verlaging van € 394 mln. en verhoging van € 113 mln. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste onderwerpen opgenomen.

Onderwerp (€ x miljoen)

Verhoging

Verlaging

Reserve apurement

50

Toevoegingen Coalitieakkoord

27

Verplaatsingsregeling

17

Nadeelcompensatie Pelsdierhouderij

16

Kasschuif Vrijwillige beëindigingsregeling (Vbr)

140

Kasschuif Grondbank

73

Bijdrage artikel 24 voor uitvoeringskosten RVO en NVWA

53

Verlaging budget Lbv-regelingen

50

Bijdrage art 23 RIVM en WR onderzoeken

27

Kasschuif bedrijfsgerichte doelsturing

25

Kasschuif glastuinbouw regelingen

14

Nationale financiering Brede Weersverzekering

12

Overig

3

Totaal

113

394

203

Welke externe marktomstandigheden leiden ertoe dat de Nationale Grondbank in 2026 minder grondaankopen kan doen dan beoogd? Verwacht de regering dat deze omstandigheden de komende jaren wijzigen, zodat deze aankopen in 2028 en 2029 wel kunnen plaatsvinden?

Antwoord

De Nationale Grondbank (NGB) van LVVN werkt marktconform en dient als een aanvulling op het provinciaal grondinstrumentarium. Ook is de NGB een ondersteunend instrument voor deelnemers aan de landelijke beëindigingsregelingen van LVVN. Op verzoek van de provincies kan de NGB agrarische gronden of -bedrijfslocaties aankopen, die door stoppende boeren vrijwillig worden aangeboden. Het aankooptraject door de NGB begint dus altijd bij de agrarisch ondernemer die voor zichzelf de keuze maakt óf hij de gronden wil verkopen en, zo ja, of de overheid de kopende partij mag zijn. De agrariër kan zich melden bij de provincie (regisseur van de gebiedsprocessen). De provincie bepaalt of zij zelf het aankooptraject, inclusief financiering, op zich neemt of dat zij de NGB inschakelt. De NGB heeft in 2026 minder aankoopverzoeken van provincies gehad dan beoogd, mede ingegeven door onzekerheden in het politiek klimaat wordt er door agrariërs minder grond aangeboden dan verwacht wat leidt tot minder aankooptrajecten, daarnaast heeft een aantal aankooptrajecten, waarvan verwacht werd dat die in 2026 zouden worden afgerond, niet geleid tot aankoop, bijvoorbeeld omdat verkocht werd aan derden. Op basis van de geschetste lijnen in het coalitieakkoord is de verwachting dat de omstandigheden gaan wijzigen en dat realisatie van de beoogde aankopen plaatsvindt.

204

Kan de regering toelichten waarvoor de beleidsmatig gereserveerde middelen op artikel 21 van de eerste suppletoire begroting zijn bestemd?

Antwoord

De beleidsmatig gereserveerde middelen op artikel 21 in 2026, 19,6% van de uitgaven op dit beleidsartikel, zijn voor diverse projecten en regelingen gereserveerd.

Van de middelen die onder deze noemer vallen is ca. 81% voor de 4 grote regelingen gereserveerd: de Subsidie Extensivering Melkveehouderij (SEM) (65%), de Subsidieregeling Brongerichte Verduurzaming (SBV) (7,3%), en middelen voor RENURE en de voortzetting van het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn (7e AP) (8,8%).

De rest van de middelen (ca. 19%) is bestemd voor diverse andere projecten en regelingen.

205

Wat zijn de belangrijkste redenen voor de vertraging die is ontstaan bij de

openstelling van de Vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Vbr)?

Antwoord

De ontwikkeling van een dergelijke regeling kost altijd tijd en kent de nodige stappen die doorlopen moeten worden. Specifiek bij de Vbr speelde dat na de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2024 over intern salderen door het vorige kabinet in de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel is ingesteld waarin gewerkt werd aan een pakket aan maatregelen om Nederland weer van het slot te krijgen. Dit heeft geresulteerd in het zogenoemde startpakket van 25 april 2025 (Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 362) en vervolgpakket van 16 september 2025 (Kamerstukken II, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 413). De Vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Vbr) maakte onderdeel uit van de besluitvorming over het start- en vervolgpakket en liep in de planning hierin mee. Per brief van 19 september 2025 (Kamerstukken II, vergaderjaar 2025–2026, 28 973, nr. 282) is uw Kamer vervolgens geïnformeerd over het doel en de reikwijdte, de systematiek en het beoogde tijdpad tot de openstelling van de voorgenomen regeling. In december 2025 heeft de ministerraad ingestemd met de start van de internetconsultatie, welke van 12 januari tot en met 9 februari 2026 heeft plaatsgevonden. In de tweede helft van januari is de Vbr, in het kader van de benodigde goedkeuring op grond van de staatssteunkaders, voor pre-notificatie aangeboden aan de Europese Commissie

206

In Tabel 2 wordt een aanzienlijke ombuiging op de «rode diesel» vermeld (oplopend tot € 146 miljoen per jaar vanaf 2027). Kunt u bevestigen dat deze middelen, die oorspronkelijk bedoeld waren voor de agrarische sector, nu volledig worden ingezet als dekking voor de reservering van € 20 miljard voor stikstof, landbouw en natuur?

Antwoord

Dit klopt. De middelen ter vervanging van rode diesel worden in het coalitieakkoord omgebogen en volledig ingezet ter dekking van de reservering van € 20 miljard. In de eerste suppletoire begroting wordt deze ombuiging verwerkt op de begroting van LVVN. De € 20 miljard is gereserveerd op de Aanvullende Post bij Financiën.

207

Hoeveel emissiereductie verwacht het kabinet te realiseren met behulp van de subsidies ten behoeve van stimulering van mestvergisting?

Antwoord

Het kabinet stimuleert mestvergisting onder andere met de SDE++ (Kamerstuk 31 239, nr. 444) en in de komende jaren zal mestvergisting ook gestimuleerd gaan worden via de bijmengverplichting groen gas (Kamerstuk 32 813, nr. 1524). De bijmengverplichting groen gas heeft het doel van 2,85 Mton CO2-equivalenten ketenemissiereductie in 2031, waaronder methaanemissiereductie in de veehouderij. Afhankelijk van de omstandigheden in combinatie met vergisting, zoals het scheiden en snel afvoeren van mest uit de stal en, of het verder verwerken van de vergiste mest onder andere tot Renure-meststoffen, is ook reductie van emissies van ammoniak uit de landbouw mogelijk. Met de voorjaarsnota heeft het kabinet in de Rijksbegroting voor 2026 additioneel € 6 miljoen beschikbaar gemaakt voor de stimulering van mestvergisting

208

Wat zijn de belangrijkste redenen voor de vertraging die is ontstaan bij het opstellen en publiceren van nieuwe maatregelen voor agrarisch natuurbeheer?

Welke maatregelen betreft dat?

Antwoord

Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 177.

209

Er wordt € 4 miljoen toegevoegd voor «Dierwaardigheid», waaronder voor een voorlichtingscampagne «verantwoord houderschap». Bent u van plan om de kamer te informeren waarom er in tijden van bezuinigingen wordt gekozen voor een voorlichtingscampagne in plaats van directe ondersteuning van de sector bij welzijnsmaatregelen?

Antwoord

Door in te zetten op voorlichting wordt beoogd dat mensen betere keuzes maken voor het aanschaffen van een gezelschapsdier en een gezelschapsdier dierwaardig houden. Daarmee wordt voorkomen dat de mensen veel geld kwijt zijn aan dierenartskosten, is het risico op inbewaringname of inbeslagname kleiner, waardoor er in de opslagkosten van gezelschapsdieren wordt bespaard.

210

Hoeveel vis, uitgesplitst naar soort, werd er in 2025 gevangen door Nederlandse vissersschepen? Aangeland in Nederland? Gevangen onder Nederlandse vlag?

Antwoord

VISSOORTCODE

WETENSCHAPPELIJKE_NAAM

NEDERLANDSE_NAAM

ENGELSE_NAAM

FAR_LVD

LAN_DOOD

LAN_LVD

ANE

Engraulis encrasicolus

Ansjovis

European anchovy

149625

144861,2

144861,2

ANF

Lophiidae

Zeeduivels

Anglerfishes nei

61

0

0

ARU

Argentina silus

Grote zilversmelt

Greater argentine

4411036

4437650

4437650

BHG

Benthosema glaciale

Glacier lantern fish

206,5

200,9

200,9

BIB

Trisopterus luscus

Steenbolk

Pouting(=Bib)

108914,2

99 847,7

110234,3

BLL

Scophthalmus rhombus

Griet

Brill

282858

265362

289022,9

BOC

Capros aper

Evervis

Boarfish

1423964

1428156

1428156

BON

Sarda sarda

Bonito

Atlantic bonito

2

2

2

BRB

Spondyliosoma cantharus

Zeekarper

Black seabream

8468,2

8241,2

8282,6

BRF

Helicolenus dactylopterus

Blauwkeeltje

Blackbelly rosefish

1353

1330,3

1330,3

BSH

Prionace glauca

Blauwe haai

Blue shark

164,7

164,7

164,7

BSS

Dicentrarchus labrax

Zeebaars

European seabass; sea perch

48 318,3

143240,6

144696,7

BYS

Beryx splendens

Rode slijmkopvis

Splendid alfonsino

51,5

51,5

51,5

CAA

Anarhichas lupus

Zeewolf

Atlantic catfish/wolffish

30 394,7

27915

30 706,4

CEO

Centrolophus niger

Zwarte vis

Rudderfish; blackfish

16,6

16,6

16,6

CLJ

Ruditapes philippinarum

Japanse tapijtschelp

Japanese carpet shell

84720

85180

85180

CLR

Ensis directus

Amerikaanse zwaardschede

Atl.jackknife(=Atl.razor clam)

1015910

1015910

1015910

COC

Cerastoderma edule

Kokkel

Common (edible) cockle

2406891

2342262

2342262

COD

Gadus morhua

Kabeljauw

Atlantic cod

495096,2

428783,9

503308,8

COE

Conger conger

Congeraal

European conger;conger eel

4760,8

6401

6532

CRB

Callinectes sapidus

Blauwe krab

Blue crab

0

1

1

CRE

Cancer pagurus

Noordzeekrab

Edible crab

356322

296981,7

376027,8

CRG

Carcinus maenas

Strandkrab

Green crab

55

68457

68457

CSH

Crangon crangon

Noordzeegarnaal

Common shrimp

8038218

7289527

8601495

CTC

Sepia officinalis

Gewone zeekat

Common cuttlefish

494968,9

505495,2

505495,2

DAB

Limanda limanda

Schar

Common dab

505971,4

466850,5

517437,7

DGS

Squalus acanthias

Doornhaai

Spurdog/piked dogfish

4736,3

4927,9

5064,9

DPE

Diaphus effulgens

120

121,7

121,7

ELE

Anguilla anguilla

Paling

European eel

198

1040

1040,1

EQE

Ensis ensis

Kleine zwaardschede

Pod razor shell

4572135

4563495

4563495

ERS

Eriocheir sinensis

Chinese wolhandkrab

Chinese river crab

1810

13651

13 658,1

ETX

Etmopterus spinax

Zwarte doornhaai

Velvet belly

9,4

9,4

9,4

FBM

Abramis brama

Brasem

Freshwater bream

0

190

190

FCP

Cyprinus carpio

Karper

Common carp; carp; koi carp

0

1

1

FLE

Platichthys flesus

Bot

European flounder

775782,8

793135,3

793226,6

FPE

Perca fluviatilis

Baars

European perch

0

12

12

FPI

Esox lucius

Snoek

Northern pike

5

147

147

FPP

Stizostedion lucioperca

Snoekbaars

Pike-perch

101

2235

2235

FRO

Rutilus rutilus

Blankvoorn

Roach

0

65

65

GAG

Galeorhinus galeus

Ruwe haai

Tope shark

2200

2232

2232

GAR

Belone belone

Geep

Garfish;garpike;sea needle

10

233

233

GDG

Gadiculus argenteus

Zilverwijting

Silvery pout

90

90,9

90,9

GFB

Phycis blennoides

Gaffelkabeljauw

Greater forkbeard

2489,7

2621,1

2621,1

GHL

Reinhardtius hippoglossoides

Groenlandse/Zwarte heilbot

Greenland/black halibut

39,8

44

44,8

GSD

Gonostoma denudatum

16,1

16,1

16,1

GSK

Somniosus microcephalus

Groenlandse haai

Greenland shark

15,5

15,5

15,5

GSL

Gonostoma elongatum

Elongated bristlemouth fish

0,3

0,3

0,3

GUX

Triglidae

Ponen

Gurnards, searobins nei

782242,7

797200,7

797226,7

HAD

Melanogrammus aeglefinus

Schelvis

Haddock

948177,2

890966,3

952817

HAL

Hippoglossus hippoglossus

Heilbot

Atlantic halibut

6477,2

6829

7535,3

HER

Clupea harengus

Haring

Atlantic herring; herring

68006607

66718619

66718619

HKE

Merluccius merluccius

Europese heek

European hake

166441,6

159631

166544,5

HMY

Caranx rhonchus

Gele horsmakreel

Yellow horse mackerel

0

18

18

HOM

Trachurus trachurus

Atlantische horsmakreel

Atlantic horse mackerel

18303292

18157771

18157771

JDP

Dasyatis pastinaca

Pijlstaartrog

Stingray

0

3

3,4

JDV

Maja brachydactyla

Common spider crab

23 420,3

22966

22966

JOD

Zeus faber

Zonnevis

John dory

335,4

418,9

423,3

LBE

Homarus gammarus

Kreeft

European lobster

12 233,6

14 195,4

14 195,4

LDU

Lampadena urophaos

0,5

0,5

0,5

LEM

Microstomus kitt

Tongschar

Lemon sole

39 354,3

41 149,9

43223

LHT

Trichiurus lepturus

Degenvis

Largehead hairtail

14,8

14,8

14,8

LIN

Molva molva

Leng

Ling

9836,5

9531

10 943,5

LIO

Necora puber

Fluwelen zwemkrab

Velvet swimcrab

643,4

625

625

LUM

Cyclopterus lumpus

Snotolf

Lumpfish;lumpsucker;henfish

1255,7

1165,4

1165,4

LYY

Callionymus lyra

Pitvis

Dragonet

101

676

676

MAC

Scomber scombrus

Makreel

Atlantic mackerel

12600077

12455745

12455776

MCD

Ceratoscopelus maderensis

Madeira lantern fish

17181

17 178,2

17 178,2

MEG

Lepidorhombus whiffiagonis

Scharretong

Megrim

1921,4

1618

1730,4

MON

Lophius piscatorius

Zeeduivel

Angler(=Monk)

42 540,5

36401

45 108,9

MUL

Mugilidae

Harders

Mullets nei

2772,2

93 443,7

94379

MUR

Mullus surmuletus

Mul

Red mullet

346476,3

350432,4

354035,1

MUS

Mytilus edulis

Mossel

Blue mussel

0

12

12

MUT

Mullus barbatus

Gestreepte zeebarbeel

Striped mullet

24

101

101

NEP

Nephrops norvegicus

Langoustine

Norway lobster

474957,4

415090,1

476305,8

NOP

Trisopterus esmarki

Kever

Norway pout

13 524,1

12 935,5

12 935,5

OCC

Octopus vulgaris

Octopus

Common octopus

11,5

30,5

30,5

OYG

Crassostrea gigas

Japanse oester

Pacific cupped oyster

31868

34868

34868

PIL

Sardina pilchardus

Europese sardine

European pilchard(=Sardine)

2836147

2744966

2744966

PLE

Pleuronectes platessa

Schol

European plaice

4236843

4074868

4278567

POA

Brama brama

Atlantische Braam

Atlantic pomfret; Ray’s bream

1782,6

1699,7

1699,7

POK

Pollachius virens

Koolvis

Saithe(=Pollock)

432311,6

406291,9

426157,9

POL

Pollachius pollachius

Witte koolvis

Pollack

6662,6

5541

6385,7

POR

Lamna nasus

Haringhaai

Porbeagle

114,7

114,7

114,7

PRA

Pandalus borealis

Noorse garnaal

Northern prawn

76,6

76,4

76,4

QSC

Aequipecten opercularis

Wijde mantel

Queen scallop

0

11

11

RED

Sebastes spp.

Roodbaarzen

Atlantic redfishes

0

13

13

REG

Sebastes marinus

Roodbaars

Golden redfish

0

31

33,9

RJX

Aetomylaeus spp

553394

544006,4

568279,5

SAL

Salmo salar

Zalm

Atlantic salmon

2,1

3,1

3,3

SBB

Stomias boa

Boa dragonfish

0,9

0,9

0,9

SBG

Sparus aurata

Goudbrasem

Gilthead seabream

0

2

2

SBR

Pagellus bogaraveo

Zeebrasem

Blackspot(=red) seabream

1

4

4

SCE

Pecten maximus

Sint-Jacobsschelp

Great Atlantic scallop

62 387,5

61449

61449

SCR

Maja squinado

Europese spinkrab

Spinous spider crab

266,7

37

38,9

SDS

Mustelus asterias

Gevlekte gladde haai

Starry smooth-hound

223,2

1415,6

1415,6

SEE

Argyropelecus aculeatus

69,3

69,3

69,3

SHZ

Alosa spp

Elften; finten

Shads nei

1,9

1,9

1,9

SMD

Mustelus mustelus

Gladde haai

Smooth-hound

34 696,9

34952

35 007,9

SME

Osmerus eperlanus

Spiering

European smelt

7716,5

9032

9032

SOL

Solea solea

Tong

Common sole

2695002

2635599

2738352

SOS

Solea lascaris

Franse tong

Sand sole

2461,1

2639

2744,5

SOX

Soleidae

Tongen

Soles nei

14,6

6

6,2

SPR

Sprattus sprattus

Sprot

European sprat

958535,6

945864,7

945864,7

SQM

Illex coindetii

Rode pijlinktvis

Broadtail shortfin squid

2024

1949,8

1949,8

SQS

Martialia hyadesi

Zevenster vliegende inktvis

Sevenstar flying squid

847204,5

854327,3

858982,2

SQU

Loliginidae, Ommastrephidae

Pijlinktvisachtigen

Various squids nei

18906

19 087,6

19 087,6

SRE

Scardinius erythrophthalmus

Rietvoorn

Rudd

5

372

372

SVE

Chamelea gallina

Venusschelp

Striped venus

507

556

556

SYC

Scyliorhinus canicula

Hondshaai

Small-spotted catshark

65 560,6

65 114,1

68 007,9

SYT

Scyliorhinus stellaris

Kathaai

Nursehound

292,7

288,7

288,7

TGV

Tetragonurus cuvieri

Smalleye squaretail

0,3

0,3

0,3

TSD

Alosa fallax

Fint

Twaite shad

0

2

2

TUR

Scophthalmus maximus

Tarbot

Turbot

786994,8

732996,6

798808,4

ULO

Spisula solida

Stevige strandschelp

Solid surf clam

5424000

5424000

5424000

ULT

Spisula subtruncata

Subtruncate surf clam

1205000

1205000

1205000

USI

Labrus bimaculatus

Koekoeklipvis

Cuckoo wrasse

0

1

1,2

USK

Brosme brosme

Lom

Tusk; torsk; cusk

4,9

10

11,4

WEG

Trachinus draco

Grote pieterman

Greater weever

128567,5

134771,2

135110,8

WEX

Trachinus spp

Pietermannen

Weevers nei

64

0

0

WHB

Micromesistius poutassou

Blauwe wijting

Blue whiting(=Poutassou)

88834372

88832765

88832765

WHE

Buccinum undatum

Wulk

Whelk; buckie

214569,1

217292,8

217292,8

WHG

Merlangius merlangus

Wijting

Whiting

1241337

1186005

1251745

WIT

Glyptocephalus cynoglossus

Witje

Witch (flounder)

10 774,1

10573

11 227,8

211

Hoeveel inspecties voerde de NVWA in 2025 uit naar de visserij (op zee en in havens)? Hoe vaak werden daarbij overtredingen geconstateerd?

Antwoord

INSPECTIETYPE

AANTAL INSPECTIES

WAARVAN MET OVERTREDING

Aanlanding

189

53

Zee

205

24

212

Hoeveel subsidie is er in 2025 naar de uitzettingen van glas- en pootalen gegaan?

Antwoord

In 2025 is € 375.000,– subsidie beschikbaar gesteld en benut voor de uitzet van glas- en pootaal.

213

Welke stappen zijn er precies genomen om aan het verplichte cameratoezicht op vissersschepen in 2028 te voldoen?

Antwoord

Met de herziening van de controleverordening (Verordening (EG) 1224/2009) is vastgelegd dat per 10 januari 2028 schepen met een lengte boven de 18 meter én die een hoog risico hebben op het niet-naleven van de aanlandplicht moeten worden uitgerust met Remote Electronic Monitoring systemen, inclusief cameratoezicht (REM/CCTV). Op basis van een risicoanalyse, welke naar verwachting dit jaar zal worden uitgevoerd door de lidstaten onder coördinatie van het Europees Bureau voor Visserijcontrole (EFCA), zal worden bepaald welke individuele vaartuigen met de verplichting te maken zullen krijgen. De komende maanden komt de Europese Commissie (CIE) met een voorstel om de verplichting nader uit te werken in een uitvoeringsverordening. Naar verwachting zal de inhoud van dit voorstel gestoeld zijn op de uitkomsten van de Europese werkgroep die onder coördinatie van EFCA de afgelopen periode heeft gewerkt aan de technische uitwerking van de verplichting. Nederland neemt deel aan deze werkgroep. Vanuit de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) is reeds een werkgroep gestart ter voorbereiding op de implementatie in Nederland. De inzet van Nederland is erop gericht om per 10 januari 2028 te voldoen aan de Europese verplichtingen. Als het Europese proces verder is gevorderd zal ik de Tweede Kamer nader informeren.

214

Welke en hoeveel pilots zijn er uitgevoerd met cameratoezicht op vissersschepen en wat zijn de resultaten?

Antwoord

In de afgelopen periode hebben gesprekken plaatsgevonden met de visserijsector over deelname aan een pilottraject met cameratoezicht op vissersvaartuigen. Het doel is onder andere om vanuit de resultaten goede inbreng te kunnen leveren op het voorstel van de CIE. Ook biedt deze gelegenheid om zowel de sector als de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ervaring op te laten doen met cameratoezicht aan boord. Tot op heden zijn er geen vrijwilligers gevonden voor een pilot, maar de inzet blijft erop gericht om alsnog een pilot mogelijk te maken. Voor het goed kunnen implementeren van cameratoezicht aan boord is een pilot voor de NVWA wel noodzakelijk.

Nederland neemt wel deel aan een Europees REM-pilotproject onder leiding van de European Fisheries Control Agency (EFCA), gericht op het uitwisselen van ervaringen tussen lidstaten met betrekking tot de inzet van REM/CCTV-systemen. Deze werkgroep heeft in 2025 aanbevelingen gedaan voor de praktische implementatie. Die aanbevelingen kan de CIE betrekken bij hun voorstel.

215

Welke organisaties zijn betrokken bij de uitwerking van het cameratoezicht op vissersschepen?

Antwoord

De verplichting tot cameratoezicht aan boord is vastgelegd in de controleverordening (Verordening (EG) 1224/2009). Hiermee ligt het initiatief voor het opstellen van aanvullende regelgeving bij de CIE. Naar verwachting zal de CIE op korte termijn met een voorstel komen om de verplichting nader uit te werken in een uitvoeringsverordening. De lidstaten en het European Fisheries Control Agency (EFCA) zullen hierbij betrokken worden.

Op nationaal niveau werken het Ministerie van LVVN, de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) en de NVWA op dit moment aan de voorbereidingen van de implementatie van het cameratoezicht op vissersschepen. Als de nadere uitwerking van de regelgeving verder gevorderd is zullen ook verschillende sectorpartijen en NGO’s betrokken worden.

216

Wanneer is er duidelijkheid over hoe het verplichte cameratoezicht op vissersschepen zal worden uitgewerkt en uitgevoerd, op welke schepen het zal plaatsvinden, wat er gefilmd gaat worden en wie er naar de beelden mag kijken en wanneer?

Antwoord

Naar verwachting komt de Europese Commissie op korte termijn met een voorstel voor een uitvoeringsverordening, die onder andere aanvullende eisen zal bevatten voor de plaatsing van camera’s en de toegang tot beeldmateriaal. Uiteindelijk zullen de camerabeelden worden beoordeeld door de NVWA, maar ook deze nadere details zullen worden uitgewerkt in de uitvoeringsverordening. Om duidelijkheid te kunnen bieden over de implementatie is uiteindelijk een gepubliceerde versie van deze Europese wetgeving nodig. Het kabinet realiseert zich dat het gaat om privacygevoelige informatie en dat hier op een zorgvuldige wijze mee moet worden omgegaan.

217

Wat zullen de consequenties zijn voor vissersschepen met ingang van 2028 die zich niet aan de nieuwe regels met betrekking tot cameratoezicht houden?

Antwoord

Met ingang van 2028 zullen vissersschepen die zich niet houden aan de nieuwe regels met betrekking tot cameratoezicht in overtreding zijn, hetgeen kan leiden tot handhavende maatregelen en mogelijke sancties door de NVWA.

218

Hoeveel inspecties voerde de NVWA in 2025 uit naar de visserij (op zee en in havens), uitgesplitst per locatie? Hoe vaak werden daarbij overtredingen geconstateerd, welke overtredingen waren dit en welke sancties zijn opgelegd?

Antwoord

INSPECTIETYPE

HAVEN/LOCATIE

AANTAL INSPECTIES

WAARVAN MET OVERTREDING

Aanlanding

Amsterdam

2

0

Den Helder

2

0

Eemshaven

15

6

Harlingen

45

16

IJmuiden/Velsen

74

14

Lauwersoog

5

2

Scheveningen

14

1

Stellendam

8

5

Vlissingen

22

7

Wieringen

1

1

Zoutkamp

1

1

Zee

Noordzee

193

24

Westelijke Wateren

12

0

SANCTIES

AANTAL

TOELICHTING

Aanlanding

1

3 punten toegekend aan een bedrijf en aan een kapitein

Zee

0

(Nog) geen sancties opgelegd n.a.v. zee-inspecties 2025

TYPE OVERTREDING ZEE

Verboden/Niet voldoen technische maatregelen vistuigen (illegaal, maaswijdte etc.)

Geen/onjuiste markering vistuig

Vissen zonder Licentie en/of autorisatie

Vangst aan boord houden die gediscard had moeten worden

Niet deugdelijke loodsladder

Geen of niet werkend AIS

Geen ingestuurde of foutieve Aangifte van discards

Foutief registreren in elektronisch logboek

Geen ingestuurde of foutieve Voorafgaande kennisgeving

Niet alle verplichte documenten aan boord

 

TYPE OVERTREDING AANLANDING

Overschrijding tolerantiemarge tussen vangstopgave en aangifte van aanlanding

Het ter verkoop aanbieden van ondermaatse vis niet bestemd voor menselijke consumptie

Geen ingestuurde of foutieve Voorafgaande kennisgeving

Vissen in een gesloten tijd

Het binnenvaren of lossen in de haven zonder toestemming

Het aanlanden in een niet aangewezen haven

Niet gescheiden lossen van vissoorten

Niet geregistreerd, foutief geregistreerd, niet of niet tijdig geregistreerd van maatse vis

Verboden Vistuigen (illegaal, maaswijdte etc.)

Aan boord houden/aanlanden van (een) verboden vissoort(en)

Verkoop voor vrijgave van goederen

Geen ingestuurde of foutieve aangifte van aankomst

Geen/onjuiste markering vistuig

Aan boord houden/Aanlanden van (een) verboden vissoort(en)

219

Hoeveel levende krabben en kreeften zijn er in 2025 in- en uitgevoerd in Nederland?

Antwoord

In 2025 zijn voor ruim 2.000 ton aan levende krabben en kreeften veterinaire certificaten afgegeven voor export naar landen buiten de EU.

220

Hoeveel transporten van levende kreeften en krabben heeft de NVWA geïnspecteerd? Wat was de mortaliteit tijdens deze transporten, uitgesplitst per diersoort?

Antwoord

Deze gegevens worden niet bijgehouden.

221

Hoeveel vismeel en visolie produceerde, importeerde en exporteerde Nederland in 2023, 2024 en 2025? Wat is de herkomst van deze stromen: welke diersoorten en waar zijn deze gevangen?

Antwoord

Geïmporteerde visolie

Visolie

Zendingen

Netto gewicht (kg)

2023

Canada

8

12.259

Chili

6

4.537.320

China

81

968.821

Faeröer

1

22.001

Filipijnen

1

65.430

Japan

17

356.896

Marokko

1

43.000

Mauritanië

1

171.260

Mauritius

2

34.334

Nieuw-Zeeland

1

420

Oman

4

994.628

Peru

15

3.231.341

Verenigd Koninkrijk

27

641.017

Verenigde Staten

50

1.327.055

2024

Canada

7

18.528

Chili

8

4.738.030

China

99

974.721

Faeröer

8

242.000

Japan

3

84.194

Marokko

2

43.840

Mauritius

1

17.407

Oman

10

3.273.820

Peru

20

6.483.514

Seychellen

1

22.200

Verenigd Koninkrijk

11

264.820

Verenigde Staten

11

1.262.017

2025

Canada

8

7.967

Chili

11

703.590

China

155

1.428.433

Faeröer

7

304.000

Japan

7

147.421

Mauritius

2

34.524

Mexico

8

13.460.850

Peru

17

1.606.739

Verenigd Koinkrijk

9

205.640

Verenigde Staten

5

31.051

Zuid-Korea

1

600

Eindtotaal

626

47.761.688

Geïmporteerd vismeel

2023

2024

2025

Land

Zendingen

Gewicht (kg)

Zendingen

Gewicht (kg)

Zendingen

Gewicht (kg)

Nieuw Zeeland

Mytilus

1

220

1

160

Perna perna

4

1.200

2

1.250

4

1.800

Perna spp

3

4.280

3

4.325

Sri Lanka

Charybdis natator

1

10

Suriname

Nernatopalaemon

schrnitti

2

725

1

718

Xiphoponaeus kroyeri

2

1.850

2

3.112

Thailand

Acetes spp

1

13.000

Eindtotaal

10

16.785

6

5.750

11

10.115

Export buiten EU

2023

2024

2025

Vismeel diervoeder zalmmeel (kg)

190 ton

708 ton

 

Visolie (kg)

55 ton

36 ton

286 ton

Visolie (liter)

 

60

13

Met betrekking tot de herkomst: vismeel en visolie zijn niet vangstcertificaatplichtig en vallen onder een uitzondering in de Europese regelgeving. Hierdoor is geen sluitende informatie beschikbaar over de herkomst van deze producten, zoals de gebruikte vissoorten en vangstgebieden.

Binnen de Europese vloot, met name bij diepvriestrawlers, wordt vismeel en visolie geproduceerd uit aangeland categorie III-vismateriaal. Dit betreft onder andere beschadigde vis en bijvangstsoorten die in het kader van de aanlandplicht moeten worden aangeland. Het gaat daarbij om een mix van verschillende vissoorten.

222

Hoeveel vismeel en visolie wordt gebruikt als voer in de aquacultuur en hoeveel in de veehouderij in Nederland? Kan de regering dit opsplitsen naar verschillende bedrijfstypes?

Antwoord

Vismeel en visolie wordt in Nederland als voer in de aquacultuur gebruikt, waarbij het gaat om viskweek op land in recirculatiesystemen. Dit is een relatief kleine sector, waarvoor de exacte hoeveelheid vismeel en visolie niet kan worden aangegeven. Verder wordt vismeel en visolie gebruikt in voer voor hoofdzakelijk pluimvee en varkens. Ook hier kan geen exacte hoeveelheid worden gegeven.

223

Hoeveel transporten met levende vissen hebben er in Nederland plaatsgevonden in 2025 en hoeveel van deze transporten heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) geïnspecteerd?

Antwoord

Aantal transporten met «levende» vissen (schaal- en schelpdieren)

Aantal geïnspecteerde transporten van alle visserijproducten

470

22

224

Hoeveel van de geïnspecteerde transporten met levende vissen waren in overtreding, om welke overtredingen ging het en bij welke vissoorten?

Antwoord

VERVOERSINSPECTIE ALLE VISSERIJPRODUCTEN

WAARVAN NIET AKKOORD

22

8

TYPE OVERTREDING TRANSPORT

AANTAL

Ontbrekende/onjuist registratie (tracering)

3

Ontbrekende/onjuiste registratie (vervoer)

2

Vissen in gedeclasseerd productiegebied

2

Lossen op een niet aangewezen losplaats

1

225

Welke ziektes zijn gemeld bij viskwekerijen in 2023, 2024 en 2025, betreffende welke vissoorten en bij hoeveel bedrijven? Hoeveel vissen waren ziek en hoeveel zijn door ziekte gestorven?

Antwoord

Er zijn in 2023,2024 en 2025 geen visziektes gemeld bij viskwekerijen.

226

De Vrijwillige beëindigingsregeling (Vbr) is later opengesteld dan voorzien, waardoor € 140 miljoen naar 2027 wordt doorgeschoven. Wat is uw standpunt voor deze vertraging in de uitvoering door RVO en welke gevolgen heeft dit voor ondernemers die al in 2026 wilden stoppen?

Antwoord

Er is geen sprake van een vertraging in de uitvoering door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). RVO kan pas uitvoering geven aan de Vbr op het moment dat de regeling is gepubliceerd in de Staatscourant en is opengesteld voor het indienen van subsidieaanvragen. Voordat hiertoe overgegaan kan worden is goedkeuring door de Europese Commissie vereist. De Vbr is voor (informele) pre-notificatie aangeboden aan de Europese Commissie. Ik verwacht dat de formele notificatie op korte termijn kan starten. Voor het proces en de stappen van de ontwikkeling van de Vbr verwijs ik ook naar het antwoord op vraag 205.

227

De begroting ontvangt respectievelijk € 31,1 miljoen en € 25 miljoen terug van de NVWA en RVO vanwege niet-uitgevoerde opdrachten en surplus eigen vermogen. Kunt u verklaren waarom deze uitvoeringsorganisaties hun taken blijkbaar niet volledig hebben kunnen uitvoeren terwijl de druk op de sector onverminderd hoog blijft?

Antwoord

Het bedrag van € 31,1 mln. dat terug wordt ontvangen van de NVWA bestaat uit 2 onderdelen. Dit betreft met € 5,3 mln. voor een beperkt deel een teruggave voor niet-uitgevoerde opdrachten. Van het totale opdrachtenpakket voor LVVN is 97,3% uitgevoerd in 2025. Het grootste deel betreft het surplus van het eigen vermogen van € 25,8 mln.

Ten aanzien van de opdrachten voor RVO heeft het bedrag van teruggave na de eindafrekening te maken met een verschil tussen de raming en de daadwerkelijke realisatie. Voor RVO gelden drie hoofdoorzaken voor de terugbetaling van € 25 miljoen over 2025: 1) de opdracht is efficiënter uitgevoerd door RVO; 2) de opdracht bleek minder groot uit te vallen dan ingeschat (er werd bijvoorbeeld minder gebruik gemaakt van een subsidieregeling dan verwacht) of is – deels – teruggetrokken door LVVN en 3) een deel van de uitvoering van een opdracht is doorgeschoven naar het volgende kalenderjaar. RVO en LVVN werken samen aan het verbeteren van de inschatting van de kosten van nieuwe opdrachten, maar er zal altijd een mate van onzekerheid blijven.

228

Wat is de oorzaak van het surplus aan eigen vermogen van de NVWA?

Antwoord

Het eigen vermogen van de NVWA heeft door de positieve resultaten van de 2024 en 2025 de maximale stand bereikte en het surplus vloeit dan in lijn met de agentschapsregeling terug naar LVVN. Dit positieve resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door een lagere bezetting die leidt tot zowel lagere personele als materiële kosten, door een hoog kostenbewustzijn en door succesvol sturen op kostenbesparingen.

229

Kan de regering toelichten op welke wijze zij invulling gaat geven aan de motie van het lid Van der Plas c.s. (36 800 XIV-66) waarin de regering wordt verzocht structureel € 500 miljoen per jaar beschikbaar te stellen voor agrarisch natuurbeheer?

Antwoord

Op korte termijn zal ik de Tweede Kamer een brief sturen waarin ik aangeef dat het Kabinet de invulling van het agrarisch natuurbeheer wil betrekken bij de verdere uitwerking van een samenhangende aanpak voor Landbouw, Natuur en Stikstof, zoals aangekondigd in mijn brief naar de Tweede Kamer van 27 maart (Kamerbrief 36 800, nr. 80). Voor het antwoord op deze vraag wil ik u graag doorverwijzen naar deze brief aan de Tweede Kamer.

230

Hoeveel ambtenaren vallen bij het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en daaronder vallende uitvoeringsorganisaties onder de nullijn?

Antwoord

Er werken 5082 medewerkers bij het Ministerie LVVN, inclusief NVWA (peildatum 31-12-2025).

231

Hoeveel medewerkers bevinden zich bij het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en daaronder vallende uitvoeringsorganisaties in de lagere loonschalen (schaal 1 t/m 6) en wat is het aandeel van deze groep?

Antwoord

Er zijn 62 medewerkers in schaal 1 t/m 6. Verhoudingsgewijs is dat 1,2% van het totaal aantal medewerkers bij LVVN.

232

Welke functies of beroepen vallen bij het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en daaronder vallende uitvoeringsorganisaties voornamelijk binnen de lagere loonschalen (schaal 1 t/m 6)? Wat is de huidige en verwachte personeelskrapte binnen deze functies?

Antwoord

Het zijn voornamelijk managementondersteuners, facilitair ondersteuners en ondersteunend medewerker toezicht. Het zijn dus voornamelijk ondersteunende functies. Op de vraag wat de verwachte personeelskrapte is op deze functies is geen antwoord formuleren in het huidige tijdsbestek. Indien gewenst kan ik u dit overzicht uw Kamer toe laten komen.

233

Zijn er interne analyses of risico-inschattingen gemaakt over de effecten van de nullijn bij het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en daaronder vallende uitvoeringsorganisaties, bijvoorbeeld op de instroom of uitstroom? Zo ja, kunnen deze worden gedeeld?

Antwoord

Deze analyses of risico-inschattingen zijn niet rijksbreed gemaakt.

234

Welk aandeel van het personeel betrokken bij het toezicht en de handhaving van de NVWA bevindt zich in lagere loonschalen (schaal 1 t/m 6)? In hoeverre beïnvloedt de nullijn de uitvoerbaarheid van deze taken?

Antwoord

Het aandeel van het personeel dat betrokken is bij het directe toezicht en de handhaving van de NVWA en zich in de loonschalen 1/m 6 bevindt, is afgerond 9 procent (circa 300 medewerkers). Dit betreft overigens een specifieke groep medewerkers waarvoor de nullijn momenteel niet geldt.

235

Bij het Mestbeleid (Art. 21.3) wordt het uitgavenbudget met € 24,6 miljoen verlaagd. Kunt u garanderen dat de verschuiving van middelen naar de NVWA en RVO (totaal € 21,3 miljoen) daadwerkelijk leidt tot een betere ondersteuning van de mestmarkt en niet enkel tot extra bureaucratische lasten?

Antwoord

U vraagt naar de effectiviteit van de inzet van financiële middelen voor een betere ondersteuning van de mestmarkt. De NVWA en RVO zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving op de mestregelgeving. Deze organisaties voeren administratief (RVO) en fysiek (NVWA) risicogericht controles uit, die afgelopen jaar in het kader van de taskforce mestmarkt zijn geïntensiveerd. In de Rapportage Nederlands Mestbeleid, die jaarlijks ook aan de Europese Commissie en Tweede Kamer wordt gestuurd, wordt gerapporteerd over de resultaten van de uitgevoerde controles op de mestregelgeving. De Rapportage Nederlands Mestbeleid over 2025, verschijnt medio 2026.

236

Voor de «versnelling van natuurherstelprojecten» wordt € 43,5 miljoen extra uitgetrokken. Kunt u aangeven of er per provincie een overzicht wordt gegeven van de projecten die hiermee worden gefinancierd, en in hoeverre deze projecten de landbouwproductie in de omliggende gebieden beperken?

Antwoord

Het versnellingspakket voor natuurherstel heeft als doel om in 2026 instapklare projecten te financieren en daarmee een extra impuls te geven aan natuurherstel, zodat een essentiële bijdrage wordt geleverd aan de aanpak van de stikstofproblematiek. Er wordt breed ingezet op natuurherstel, variërend van bosrevitalisering tot het herstel van grote wateren. Momenteel worden de projecten en maatregelen voorbereid. Dit gebeurt in samenwerking met de provincies en, afhankelijk van het onderwerp, met andere partijen zoals het Ministerie van IenW, Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat. De natuurherstelmaatregelen vinden voornamelijk plaats op natuurgronden, waardoor de impact op de landbouw zeer beperkt zal zijn.

237

Er wordt een reservering gemaakt van € 200 miljoen voor de vervanging van de High Containment Unit (HCU) voor de periode 2030–2034. Kunt u aangeven waarom dit bedrag nu al in de begroting van 2026 wordt verwerkt, terwijl het kabinet pas volgend jaar een definitief besluit neemt over de wijze van vervanging?

Antwoord

Antwoord: De HCU moet vervangen worden, omdat de HCU het einde nadert van de technische en economische levensduur. Berenschot heeft hiervoor een onderzoek gedaan en dit rapport «Verkenning en strategische advies HCU» is met u gedeeld op 26 februari 2024. Nederland is wettelijk verplicht om een HCU te hebben voor het uitvoeren van de wettelijke onderzoekstaak naar besmettelijke dierziekten (crisisparaatheid bij dierziekte uitbraken). Naar verwachting zal in 2027 het kabinet besluiten over de inzet van publieke middelen voor de vervanging van de HCU. Vanuit het oogpunt van realistisch begroten wordt nu alvast een reservering gedaan, omdat reeds wel bekend is dat deze kosten substantieel zullen zijn, ongeacht de wijze van vervanging.»

238

In het Diergezondheidsfonds wordt het budget voor schadevergoedingen bij dierziekten met € 11 miljoen verhoogd vanwege de vogelgriepuitbraken. Kunt u de Kamer erover informeren of dit bedrag volgens de huidige prognoses voldoende is om alle gedupeerde pluimveehouders volledig en tijdig te compenseren?

Antwoord

Pluimveehouders wier dieren geruimd worden vanwege vogelgriep hebben recht op een tegemoetkoming in de schade, conform hoofdstuk 9 van de Wet Dieren. Het Diergezondheidsfonds heeft nog voldoende liquide middelen om dat te doen. Dat de begroting van het Diergezondheidsfonds voor de bestrijding van vogelgriep met € 11 miljoen is verhoogd, is enkel gedaan om de Kamer daarmee een geactualiseerde inschatting te geven van de begrote uitgaven voor 2026. Er hoeven op dit moment geen financiële middelen op de LVVN begroting vrijgemaakt te worden ter dekking van deze uitgaven: de uitgaven zullen conform de Wet Dieren en het Convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten 2025–2029 in de komende jaren verwerkt worden in de heffingen die pluimveehouders betalen aan het Diergezondheidsfonds.

239

Kan de regering toelichten of er plannen zijn gemaakt om invulling te geven aan de structurele bezuiniging op de rijksdienst waartoe het kabinet-Schoof heeft besloten voor wat betreft het Ministerie van LVVN? Zo ja, hoe het staat met de realisatie daarvan? Op welke wijze gaat de regering invulling geven aan de twee additionele taakstellingen van het kabinet-Jetten? Welke mogelijkheden tot bezuinigen ziet de regering? Hoe verhouden deze taakstellingen zich tot de opgaven die er komende jaren op LVVN-terrein liggen?

Antwoord

Voor de twee taakstellingen is een onderverdeling gemaakt tussen uitvoeringsorganisaties en het kerndepartement. De taakstelling voor het kerndepartement LVVN is budgettair ingevuld door het apparaatsartikel (art. 50) te verlagen oplopend tot ca.6,3% in 2030. Via een aanstaande reorganisatie en opvolgend addendum wordt invulling gegeven aan het lagere personeelsbudget. Het deel van de uitvoeringsorganisaties is ingevuld door middel van een korting tot oplopend ca. 7,5% in 2030.


X Noot
4

De depositiepotentiemethode brengt in beeld waar relatief veel depositie plaatsvindt ten opzichte van de emissies die daar vandaan komen.


X Noot
4

De depositiepotentiemethode brengt in beeld waar relatief veel depositie plaatsvindt ten opzichte van de emissies die daar vandaan komen.

Naar boven