36 800 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026

Nr. 66 MOTIE VAN HET LID VAN DER PLAS C.S.

Voorgesteld 19 maart 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) bedoeld is als een bovenwettelijke vergoeding voor vrijwillige inspanningen van boeren voor natuur, landschap en biodiversiteit;

overwegende dat weidevogels, waaronder de grutto, in Nederland afhankelijk zijn van sterke en goed onderhouden boerennatuur, en de Europese Commissie Nederland heeft opgedragen meer zorg te besteden aan de instandhouding van de gruttopopulatie;

constaterende dat in het voormalige hoofdlijnenakkoord was afgesproken om structureel 500 miljoen per jaar extra te investeren in agrarisch natuurbeheer door boeren, onder andere via het ANLb om boeren langjarig en marktconform te vergoeden voor hun geleverde diensten;

constaterende dat agrarische collectieven en provincies reeds werken met het ANLb-stelsel en dat er in veel gebieden wachtlijsten bestaan van boeren die willen deelnemen;

constaterende dat in de financiële bijlage van het nieuwe coalitieakkoord jaarlijks slechts 165 miljoen euro structureel naar agrarisch natuurbeheer lijkt te gaan;

verzoekt de regering:

  • te borgen dat structureel 500 miljoen per jaar beschikbaar blijft voor agrarisch natuurbeheer, ook na 2030, via het ANLb, conform de afspraken uit het voormalige hoofdlijnenakkoord;

  • deze middelen in te zetten via agrarische collectieven en provincies zodat ze direct ten goede komen aan boeren die natuur- en landschapsbeheer uitvoeren;

  • en de dekking hiervoor te vinden binnen de LVVN-begroting door herprioritering van de 20 miljard aan middelen uit het voorgenomen stikstofpakket, zodat de structurele investering van 500 miljoen per jaar gewaarborgd blijft,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van der Plas

Bromet

Grinwis

Naar boven