27 858 Gewasbeschermingsbeleid

33 576 Natuurbeleid

Nr. 743 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 februari 2026

Op 2 april 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan over het gebruik van bestrijdingsmiddelen nabij het Natura 2000-gebied Holtingerveld. De Afdeling constateerde dat op basis van het beschikbare onderzoek niet kan worden uitgesloten dat stoffen uit deze middelen significante effecten hebben op beschermde habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden, en dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is.

Naar aanleiding hiervan heb ik Wageningen Research (WR) opdracht gegeven een verkennend onderzoek uit te voeren. Hierbij bied ik u het rapport «Pesticiden in terrestrische Natura 2000-gebieden» aan.

WR concludeert dat het aantal beschikbare meetgegevens zeer beperkt is en dat de kwaliteit en vergelijkbaarheid van de data niet volledig is geborgd, onder meer ten aanzien van monstername en tijdstip. Het is belangrijk te benadrukken dat de monsters zijn verzameld in het kader van onderzoeken uitgevoerd door NGO’s. Dit betekent dat de resultaten weliswaar bepaalde inzichten kunnen bieden, maar in de context van de gebruikte onderzoeksmethoden en doelstellingen niet volledig representatief zijn voor alle Natura 2000-gebieden. Voor het formuleren van beleid is het dan ook van belang om aanvullend, breder onderzoek te laten verrichten door onafhankelijke onderzoekers. Bij dit vervolgonderzoek is het bovendien van belang om in brede zin te kijken naar mogelijke verspreidingsroutes, zoals via lucht, oppervlaktewater, grondwater en fauna.

Het rapport wijst er op dat atmosferische depositie een belangrijke route is waarlangs bestrijdingsmiddelen Natura 2000-gebieden kunnen bereiken, ook over grotere afstanden. Hierdoor is de aanwezigheid van stoffen in natuurgebieden niet eenduidig te herleiden tot individuele bedrijven en zijn beïnvloedingsmogelijkheden op uitsluitend bedrijfsniveau beperkt. Het aantreffen van bestrijdingsmiddelen in natuurgebieden is bovendien niet uniek voor Nederland; vergelijkbare bevindingen zijn ook bekend uit andere Europese landen en de Verenigde Staten.

WR adviseert aanvullend onderzoek, onder meer gericht op de ontwikkeling van een monitoringsprotocol en op een methodiek voor ecologische effectbeoordeling waarmee gemeten concentraties beter kunnen worden geïnterpreteerd in termen van potentiële ecologische effecten. Ik onderschrijf deze aanbevelingen en heb reeds opdracht gegeven voor dit vervolgonderzoek. Over de voortgang van het vervolgonderzoek zal de Kamer worden geïnformeerd.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma

Naar boven