Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 35714 nr. O |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 35714 nr. O |
Vastgesteld 18 maart 2026
De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Financiën over de aanbeveling van het Benelux Parlement inzake grensoverschrijdend telewerk. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 17 februari 2026.
• De antwoordbrief van 16 maart 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van der Bijl
Aan de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane
Den Haag, 17 februari 2026
De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben met belangstelling kennisgenomen van uw beantwoording op de nadere vragen over de aanbeveling van het Benelux Parlement inzake grensoverschrijdend telewerk2 en van de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken over het Nederlands Voorzitterschap van de Benelux Unie 2026.3 Naar aanleiding van deze brieven hebben de leden van de fracties van OPNL, CDA, GroenLinks-PvdA, BBB, VVD, D66, SP, ChristenUnie, PvdD, JA21, Volt, SGP, 50PLUS, Fractie-Walenkamp, Fractie-Van de Sanden, Fractie-Beukering en Fractie-Visseren-Hamakers gezamenlijk een aantal vervolgvragen. Deze vragen en opmerkingen hebben zowel betrekking op de follow-up inzake de aanbeveling van het Benelux Parlement over grensoverschrijdend telewerk4, als op de inzet van de regering met betrekking tot de thuiswerkproblematiek van grenswerkers in onze grensregio’s met België en Duitsland.
Aanbeveling Benelux Parlement over grensoverschrijdend telewerk en de inzet van het Nederlands Voorzitterschap van de Benelux Unie 2026 rond dit thema
De leden van de fracties van OPNL, CDA, GroenLinks-PvdA, BBB, VVD, D66, SP, ChristenUnie, PvdD, JA21, Volt, SGP, 50PLUS, Fractie-Walenkamp, Fractie-Van de Sanden, Fractie-Beukering en Fractie-Visseren-Hamakers waarderen de bijzondere aandacht van het Nederlands Voorzitterschap van de Benelux Unie 2026 voor grensoverschrijdend telewerk. Deze leden verwelkomen dan ook uw inzet om de belemmeringen die grenswerkers en werkgevers ervaren waar mogelijk te verminderen.
De aan het woord zijnde leden delen ook de opvatting van de Minister van Buitenlandse Zaken dat door deze belemmeringen het (hybride) werken over de grens zowel binnen de Benelux als ook met Noordrijn-Westfalen minder aantrekkelijk kan worden5, terwijl hier juist mogelijkheden liggen om de kracht van onze mensen en bedrijven te bundelen. Denk bijvoorbeeld aan de plannen van Nederland rond zijn kandidatuur, samen met Noordrijn-Westfalen en België, om de Einstein Telescoop naar de Euregio Maas-Rijn (hierna: EMR) te halen, een voorbeeld dat in de brief over het voorzitterschap van de Benelux Unie wordt genoemd.6
1. Deelt u de opvatting van deze leden dat, mede met het oog op deze belangrijke en actuele ontwikkelingen in de EMR, een versnelde opvolging van de aanbeveling van het Benelux Parlement inzake grensoverschrijdend telewerk wenselijk is?
2. Onderkent u daarbij ook dat een voortvarende aanpak van deze aanbeveling de proeftuin- of laboratoriumfunctie van de Benelux Unie overeenkomstig artikel 350 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) zichtbaar kan maken richting burgers, bedrijven en de EU?
In uw brief van 13 oktober 2025 geeft u aan dat het traject richting een gezamenlijke reactie op de aanbeveling door de drie Benelux-landen in de zomer van 2025 in gang is gezet, maar dat in oktober 2025 nog niet kon worden aangegeven op welke termijn de beantwoording zou zijn afgerond.7 De aan het woord zijnde leden nemen er kennis van dat een finale afronding van de gevraagde gezamenlijke reactie in 2025 nog niet tot stand is gekomen. Deze leden dringen opnieuw aan op een spoedige reactie, die zo nodig in verschillende stappen kan plaatsvinden, gelet op de complexiteit van de problematiek.
3. Worden er in het Jaarplan 2026 van de Benelux Unie stappen aangekondigd met betrekking tot grensoverschrijdend telewerk die dit jaar in gang worden gezet? Zo ja, welke stappen betreft dit en wat is de beoogde planning? Immers, deze leden menen dat de materie niet zonder belang is voor het optimaal functioneren van de interne (arbeids)markt van de Benelux Unie.
Inzet regering met betrekking tot de thuiswerkproblematiek van grenswerkers
Uw ambtsvoorganger merkte in zijn brief van 3 juni 2025 op dat de afspraken met Duitsland over het opnemen van drempelregeling in het belastingverdrag, waardoor grenswerkers jaarlijks maximaal 34 dagen kunnen thuiswerken, een eerste stap is om de mogelijkheden voor grenswerkers om thuis te werken te verbeteren.8 Impliciet refereerde uw ambtsvoorganger hierbij aan een gezamenlijke intentieverklaring van de Ministers van Financiën van Nederland en Duitsland, waarin wordt gesteld dat extra inspanningen nodig zijn om meer omvattende oplossingen voor mobiel werkende grensarbeiders te creëren.9 Deze intentieverklaring kwam tot stand in de marge van de ondertekening van het protocol tot wijziging van het belastingverdrag op 14 april 202510 en is erop gericht om – «bij de volgende gunstige gelegenheid» – de bilaterale gesprekken tussen beide ministeries voort te zetten om in het kader van het Duits-Nederlandse belastingverdrag een meer omvattende oplossing te vinden voor telewerkende grensarbeiders en daarnaast richtsnoeren uit te vaardigen over een zogeheten vaste inrichting in geval van het thuiswerken van grenswerkers.
4. Bent u bereid de Eerste Kamer te informeren over de voortgang van deze bilaterale gesprekken en wanneer deze «volgende gunstige gelegenheid» zich naar verwachting zal voordoen?
Met betrekking tot grensoverschrijdend telewerk tussen Nederland en België lopen beide landen enigszins uit de pas wanneer deze leden kijken naar afspraken die al enkele jaren geleden tussen België en Luxemburg zijn gemaakt. Immers, tussen België en Luxemburg geldt reeds een drempelregeling van 34 dagen per jaar, net als inmiddels tussen Nederland en Duitsland. Tussen Nederland en België is daaromtrent nog niets geregeld. Mede in het licht van de ontwikkelingen in de EMR, zoals de Einstein Telescoop, en elders in het Belgisch-Nederlandse grensgebied, zoals rond North Sea Port en Eindhoven, zouden deze leden verdere concrete en constructieve stappen ten zeerste toejuichen, om de redenen hierboven genoemd. Dat is volgens deze leden niet alleen een Nederlands belang, maar evenzeer een Belgisch belang.
In een passage in haar regeerakkoord heeft de Belgische regering vorig jaar aangekondigd dat zij maatregelen neemt om de fiscale administratieve lasten voor grensarbeiders te verminderen. Ook zet de Belgische regering zich er actief voor in om, in overleg met de buurlanden, na te gaan of maatregelen genomen kunnen worden om de fiscale situatie van grensarbeiders te vereenvoudigen.11 In uw brief van 13 oktober 2025 liet u weten dat er met regelmaat gesprekken plaatsvinden met België, in een constructieve sfeer, veelal op ambtelijk niveau. In verband met de vertrouwelijkheid van de besprekingen was het echter niet mogelijk nader in detail te treden, zo merkte u op.12 Kortom, er is nog enige tijd nodig voordat het licht voor beide landen op groen staat.
5. Bent u bereid de Eerste Kamer in de loop van 2026 nader te informeren over de voortgang van deze gesprekken met België?
De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken.
Een afschrift van deze brief wordt toegezonden aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, R. van Gurp
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 maart 2026
Hierbij ontvangt u de antwoorden op nadere Eerste Kamervragen zoals gesteld door de leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar aanleiding van de beantwoording van de nadere vragen over de aanbeveling van het Benelux Parlement inzake grensoverschrijdend telewerk13 en van de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken over het Nederlands Voorzitterschap van de Benelux Unie 202614.
De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg
Ingezonden op 17 februari 2026, kenmerk 179765
Vragen van de leden van de fracties van OPNL, CDA, GroenLinks-PvdA, BBB, VVD, D66, SP, ChristenUnie, PvdD, JA21, Volt, SGP, 50PLUS, Fractie-Walenkamp, Fractie-Van de Sanden, Fractie-Beukering en Fractie-Visseren-Hamakers
Vraag 1
Deelt u de opvatting dat, mede met het oog op deze belangrijke en actuele ontwikkelingen in de Euregio Maas-Rijn, een versnelde opvolging van de aanbeveling van het Benelux Parlement inzake grensoverschrijdend telewerk wenselijk is?
Vraag 2
Onderkent u daarbij ook dat een voortvarende aanpak van deze aanbeveling de proeftuin- of laboratoriumfunctie van de Benelux Unie overeenkomstig artikel 350 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) zichtbaar kan maken richting burgers, bedrijven en de EU?
Antwoord 1 en 2
Er is de afgelopen jaren regelmatig aandacht geweest voor de grenswerkersproblematiek en het kabinet zet zich maximaal in om de positie van grenswerkers, waar mogelijk, te verbeteren.15 Een concreet resultaat is de opname van de thuiswerkregeling in het belastingverdrag met Duitsland. Deze regeling is per 1 januari 2026 van toepassing. Het is een eerste stap om de mogelijkheden voor grenswerkers om thuis te werken te verbeteren.16 Het is de wens van het kabinet om voor grenswerkers tot ruimere afspraken te komen met de buurlanden. Daarom heeft Nederland voor dit jaar de problematiek opnieuw geagendeerd in Benelux-verband om te bezien welke kansen daar liggen. Ik deel de opvatting van de leden dat een voortvarende aanpak van de aanbeveling over grensoverschrijdend telewerk wenselijk is en mogelijk kan bijdragen aan een verdere verbetering van de positie van grenswerkers. Wel merk ik daarbij op dat de positie van de drie Benelux-landen op dit dossier uiteenloopt. Ik onderken eveneens de bijzondere positie van de Benelux-unie, waarbinnen de Benelux-lidstaten een samenwerking kunnen initiëren die verder gaat dan wat de EU doet.
Vraag 3
Worden er in het Jaarplan 2026 van de Benelux Unie stappen aangekondigd met betrekking tot grensoverschrijdend telewerk die dit jaar in gang worden gezet? Zo ja, welke stappen betreft dit en wat is de beoogde planning? Immers, deze leden menen dat de materie niet zonder belang is voor het optimaal functioneren van de interne (arbeids)markt van de Benelux Unie.
Antwoord 3
Het Jaarplan 2026 van de Benelux Unie is inmiddels gepubliceerd.17 Hierin wordt benoemd dat het Nederlands Voorzitterschap bijzondere aandacht heeft voor grenswerk en in het bijzonder voor de belemmeringen bij grensoverschrijdend telewerk. In dat kader is het voornemen om dit jaar een fiscale werkgroep in te stellen en een rondetafelgesprek te organiseren om te onderzoeken welke arrangementen de situatie voor grenswerkers kunnen verbeteren. Over de concrete invulling en timing van deze voornemens wordt binnenkort gesproken met het Secretariaat-Generaal van de Benelux en de overige Benelux-lidstaten. Vanuit Nederland bestaat de wens om o.a. aan de slag te gaan met de aanbeveling van het Benelux Parlement over grensoverschrijdend telewerk.
Vraag 4
Nederland en Duitsland zijn een intentieverklaring overeengekomen om – «bij de volgende gunstige gelegenheid» – de bilaterale gesprekken tussen beide ministeries voort te zetten om meer omvattende oplossing te vinden voor telewerkende grensarbeiders en daarnaast richtsnoeren uit te vaardigen over een zogeheten vaste inrichting in geval van het thuiswerken van grenswerker.
Bent u bereid de Eerste Kamer te informeren over de voortgang van deze bilaterale gesprekken en wanneer deze « volgende gunstige gelegenheid» zich naar verwachting zal voordoen?
Vraag 5
Tussen Nederland en België is omtrent grensoverschrijdend telewerken nog niets geregeld. Bent u bereid de Eerste Kamer in de loop van 2026 nader te informeren over de voortgang van de gesprekken met België?
Antwoord 4 en 5
Ja. Net als voorgaande jaren en in lijn met een eerdere toezegging zal ik de Eerste Kamer informeren wanneer er relevante ontwikkelingen zijn in bilateraal en/of multilateraal verband18. Dat geldt ook voor de ontwikkelingen met België en Duitsland.
Samenstelling:
Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Bovens (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (BBB), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Karaaslan-Kilic (D66), Koffeman (PvdD), Van der Linden (VVD), Moonen (D66) (ondervoorzitter), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)
Samenstelling:
Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Bovens (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (BBB), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Karaaslan-Kilic (D66), Koffeman (PvdD), Van der Linden (VVD), Moonen (D66) (ondervoorzitter), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35714-O.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.