Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2019-2020 | 35476 nr. B |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2019-2020 | 35476 nr. B |
Vastgesteld 3 juli 2020
Inleiding
De leden van de fractie van GroenLinks hebben met verwondering en zorg kennisgenomen van het voorstel voor Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en hebben daarbij een aantal bedenkingen en vragen.
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel voor de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen. Zij hebben nog een aantal vragen over de aanleiding voor deze wet, de tijdelijkheid van de wet, de maatregelen die worden genomen om de achterstanden weg te nemen en de rechten van asielzoekers op een snel en zorgvuldige behandeling van hun asielaanvraag, hun mogelijkheden beroep aan te tekenen tegen beslissingen bij de bestuursrechter en de oplossingen binnen de IND om achterstanden weg te werken en te voorkomen.
De leden van de fractie van de Partij van de Arbeid staan kritisch ten opzichte van het voorstel voor Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND. De regering beoogt met het voorliggende wetsvoorstel twee wegen die de burger ten dienste staan om op te treden tegen een te traag handelende overheid af te sluiten, en zo ruimte te creëren voor de betrokken diensten om de financiën, personele capaciteit en procedures op orde te brengen. Deze leden hebben vragen over de noodzaak, subsidiariteit, proportionaliteit en de tijdelijke aard van de voorgestelde maatregelen.
De leden van de fractie van de SP hebben kennisgenomen van het voorstel voor de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen en hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben kennisgenomen van het voorstel voor de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen en hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen en opmerkingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks
Met dit wetsvoorstel beoogt de regering een uitzondering op de Wet dwangsom en beroep te realiseren voor de besluiten van IND die betrekking hebben op aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De vragen van de leden van de fractie van GroenLinks hebben betrekking op de motivering, geldigheidsduur, (on)verenigbaarheid van het beoogde doel van het wetsvoorstel met het discriminatieverbod.
De rapporten van KPMG en Bureau Significant2 geven naar de mening van deze leden een onthutsend beeld van IND als een organisatie die op talrijke gebieden tekort schiet. Er is bijvoorbeeld sprake van een gebrekkige informatievoorziening, gestructureerde dataverzameling en analyse ontbreekt en daarbij vindt er geen adequate planning en sturing plaats. Er is sprake van een tekortschietende operationele sturing op diverse gebieden, zoals op uitvoeringskracht en projectmanagement op zowel competenties als capaciteit. De Staatssecretaris heeft als opdrachtgever van het rapport Significant de analyse onderkend en een aantal operationele maatregelen getroffen om de achterstanden bij behandeling van asielverzoeken tot eind van dit jaar weg te werken. Kan de regering aangeven waarom zij van mening is dat deze ernstige tekortkomingen van IND, waar de Staatssecretaris en haar voorgangers politieke verantwoordelijkheid voor dragen, moeten leiden tot minder rechtsbescherming voor asielzoekers, een van de meest kwetsbare groepen wereldwijd? Kan de regering aangeven hoe een wetsvoorstel dat de positie van asielzoekers tegenover een machtige overheid van wiens besluiten zij geheel afhankelijk zijn voor hun toekomst in Nederland, afzwakt en het enige drukmiddel uit hun handen slaat dat kan bijdragen aan het verbeteren van al die interne problemen van IND die de vertragingen veroorzaken?
De leden van de fractie van GroenLinks vragen de regering aan te geven waarom zij de adviezen van de Raad van State en de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) naast zich neerlegt. Beide adviezen bepleiten een duidelijke einddatum voor dit wetsvoorstel. Daarnaast pleiten zij voor het handhaven van de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen niet tijdig beslissen bij de bestuursrechter. Deze leden vragen de leden om een onderbouwde reactie op de overwegingen en aanbevelingen van ACVZ3.
Kan de regering aangeven of hier sprake is van een novum als het gaat om de manier waarop de tijdelijkheid wordt geregeld in een wetsvoorstel? Zijn er eerder wetten aanvaard waarbij de beëindiging van de werking van een wet afhankelijk is van de indiening van een nieuw wetsvoorstel voor het eind van een bepaalde datum en vervolgens weer afhankelijk van intrekken dan wel aanvaarden of verwerpen van de wet door de regering c.q. door de Staten-Generaal? Zo ja, om welke wetten gaat het en hoe lang zijn de mogelijke tijdelijke wetten uiteindelijk van kracht gebleven? Is de regering het met de leden van de fractie van GroenLinks eens dat met dit wetsvoorstel de volgende situatie zich kan voordoen: een nieuw wetsvoorstel (zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid van dit onderhavige wetsvoorstel) wordt ingediend binnen een jaar na de inwerkingtreding. Vervolgens kan de behandeling van het nieuwe wetsvoorstel in de Staten-Generaal jaren voortduren en in die periode blijft deze zogenaamde «tijdelijke» wet van kracht. Is de regering het met de leden van GroenLinks eens dat een dergelijke situatie onwenselijk is? Zo niet, kan de regering aangeven welke rechtsstatelijke principes en uitgangspunten van een deugdelijke wetgeving een dergelijke situatie zouden rechtvaardigen?
Is de regering het met deze leden eens dat wat door haar met artikel 4, tweede lid van dit wetsvoorstel bedoelde wetsvoorstel beoogt, namelijk «aanpassing van de regels omtrent het verbeuren van dwangsommen voor niet-tijdige beslissingen op grond van de Vreemdelingenwet 2000», materieel overeenkomt met het amendement4 om de Vreemdelingenwet uit te zonderen van de werking van de dwangsomregeling dat tijdens de behandeling en goedkeuring van het wetsvoorstel dwangsom en beroep in 2006 in de Tweede Kamer aan de orde is geweest en is verworpen? De bezwaren die toen door Minister Donner en Minister Pechtold tegen dat amendement naar voren werden gebracht -namelijk dat het niet verenigbaar is met artikel 1 van de Grondwet en de bepalingen van EVRM- zijn nog steeds geldig. Wil de regering met reden omkleed en onderbouwd met relevante artikelen en jurisprudentie aangeven waarom die toen geldende bezwaren nu niet meer zouden gelden? Aan welke aanpassingen denkt zij die wel verenigbaar zouden zijn met het artikel 1 van de Grondwet en het EVRM?
Verder hebben deze leden een aantal vragen in verband met de mogelijke gang naar de civiele rechter. De gang naar de bestuursrechter om een besluit af te dwingen wordt met het wetsvoorstel niet meer mogelijk gemaakt. Het staat de civiele rechter echter open om schadevergoeding te vorderen volgens de regering. Is het ook mogelijk om via de civiele rechter een besluit af te dwingen? Heeft de asielzoeker ook recht op rechtsbijstand om dit te bewerkstelligen? Zo nee, in hoeverre is dit in strijd met het recht op een effectief rechtsmiddel op grond van artikel 47 van het EU-Handvest?
Kan er worden toegelicht in hoeverre een gang naar de civiele rechter door asielzoekers minder tijd en kosten met zich mee zal brengen voor de rechterlijke macht en de IND dan de gang naar de bestuursrechter?
Indien asielzoekers de mogelijkheid wordt ontnomen in beroep te gaan tegen niet tijdig beslissen ontstaat de mogelijkheid om op grond van artikel 72, derde lid Vw 2000 (het niet verlenen van een verblijfsvergunning) bezwaar te maken tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Indien het niet tijdig nemen van een besluit voorgelegd kan worden aan de bestuursrechter op grond van artikel 72, derde lid Vw 2000, is het dan zinvol om asielaanvragen uit te sluiten van de Wet dwangsom, zo vragen de fractieleden van GroenLinks.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66
De leden van de fractie van D66 vinden het belangrijk dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) tijdig beslist op aanvragen van een asielzoeker. Op deze wijze is er snel duidelijkheid of iemand geen recht heeft op bescherming op basis van het Vluchtelingenverdrag en zo snel mogelijk moet terugkeren naar het land van herkomst of dat er perspectief is om in Nederland te blijven en zo snel mogelijk in te kunnen burgeren.
Deze leden betreuren het dat door het sterk oplopen van de doorlooptijden van de asielprocedure de IND in toenemende mate wordt geconfronteerd met ingebrekestellingen en beroepen bij niet tijdig beslissen. Dit heeft grote invloed op de levens van mensen die om bescherming vragen op basis van het vluchtelingenverdrag. Hoe langer zij moeten wachten hoe langer het duurt voor zij weten of ze in Nederland mogen blijven en hun nieuwe leven kunnen beginnen, of toch terug moeten naar het land van herkomst.
De leden van de D66-fractie zien ook dat deze situatie aanzienlijke financiële gevolgen heeft omdat volgens de huidige Nederlandse Algemene wet bestuursrecht ook asielzoekers het recht hebben om bij een niet tijdige beslissing op de asielaanvraag een dwangsom te vorderen. Vanwege de grote achterstanden bij de IND lopen de bedragen voor deze dwangsommen momenteel volgens de memorie van toelichting op tot 1 miljoen per week.5 De leden van de fractie van D66 vernemen graag van de regering waar dit bedrag op is gebaseerd.
Aanleiding
De leden van de fractie van D66 vragen de regering wat precies de onderliggende oorzaak is van de opgelopen achterstanden bij de IND in de tijdige afhandeling van asielaanvragen. Uit de memorie van toelichting lijkt het alsof de procedures tegen niet tijdig beslissen en de toenemende hoeveelheid dwangsommen voor de IND de belangrijkste obstakels zijn om binnen de geldende termijnen te kunnen beslissen. Is het niet zo dat de bezuinigingen op medewerkers bij de IND en een verhoogde toename van asielaanvragen de belangrijkste oorzaak van deze grote achterstanden zijn? Wanneer begon volgens de regering het recht op het inroepen van een dwangsom te knellen?
Graag ontvangen de leden van de D66-fractie een overzicht van hoe vaak de afgelopen jaren de ingebrekestelling aan de orde was en in hoeveel gevallen er bij de rechtbank beroep is ingesteld tegen niet tijdig beslissen. Is hier ook een uitsplitsing te geven op nationaliteit, leeftijd en geslacht? Hoeveel van deze zaken zijn uiteindelijk gegrond verklaard?
Tijdelijkheid van de wet
In het advies van de Raad van State wordt in gegaan op de tijdelijkheid van de wet. De Raad van State zei hierover het volgende: «Tegen deze achtergrond is, bij wijze van uitzondering, een tijdelijke opschorting van de dwangsomregeling verdedigbaar, totdat de IND weer in staat zal zijn tijdig op verzoeken om asiel te beslissen. Essentieel daarbij is dat de opschorting niet langer duurt dan nodig. Met het oog hierop voorziet het wetsvoorstel er terecht in dat de Minister de Kamer elke drie maanden verslag doet over de hoeveelheid zaken die binnen de wettelijke beslistermijn wordt afgedaan.»6
In deze inschatting vindt de Raad van State dat een tijdelijke opschorting van de dwangsomregeling verdedigbaar is. Echter, uit het debat in de Tweede Kamer over deze wet blijkt dat er nog steeds onduidelijkheid is over deze tijdigheid. Daarom willen de leden van de D66-fractie graag van de regering horen hoe tijdelijk deze wetgeving is.
En hoe moeten deze leden artikelen 4 en 5 van de voorliggende wet lezen als het gaat om de tijdelijkheid van deze wet: kan de wet alsnog permanent worden na een jaar door een verlenging? En hoe zit dat dan wetstechnisch? Worden beide Kamers hierin betrokken?
Zou de regering willen reageren op het kritische wetsadvies dat de Adviescommissie van Vreemdelingenzaken uitbracht op 16 juni jl. Kan de regering ook reageren op de aanbevelingen in dit advies:
«Neem in het wetsvoorstel een eenduidige vervaldatum op voor de tijdelijke wet;
Wijzig het wetsvoorstel zodat de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen niet tijdig beslissen bij de bestuursrechter gehandhaafd blijft;
Betrek de verlenging van de beslistermijn in asielzaken met zes maanden bij de beoordeling van het voorliggende wetsvoorstel;
Consulteer de ACVZ ook (op enige wijze) in gevallen waarin met spoed regelgeving tot stand dient te komen».7
Rechtspositie asielzoekers
De regering stelt: ««Een uitzondering voor een jaar is volgens de regering, vanwege de bijzonder situatie, dus te rechtvaardigen en de regering acht het denkbaar dat de civiele rechter in die periode om de gegeven redenen terughoudend zal zijn in het ontvangen van vorderingen die zien op niet tijdig beslissen door de IND.»»8 De leden van de D66-fractie constateren dat hiermee de rechtspositie voor asielzoekers voor het komende jaar onder druk komt te staan. Deze leden begrijpen dat met ingang van deze wet een jaar niet mogelijk is voor asielzoekers om bezwaar aan te tekenen en beroepsprocedure te starten. Is hier niet sprake van rechtsongelijkheid? Immers, in andere zaken buiten de asielprocedure blijft deze mogelijkheid wel bestaan. Welke mogelijkheden heeft de asielzoeker dan om bezwaar aan te tekenen tegen uitblijven van beslissingen van de Nederlandse staat?
Verlenging beslistermijn
De leden van de fractie van D66 hebben kennisgenomen van de beslissing van de staatsecretaris van 15 mei jl. om de beslistermijn in asielzaken te verlengen van zes naar twaalf maanden.9 Deze leden begrijpen dat de regering dit doet op basis van de richtsnoeren van de Europese Commissie waarin wordt overwogen om de noodbepaling van de Procedurerichtlijn – die een verlenging van de beslistermijn mogelijk maakt als er veel asielzoekers tegelijkertijd asielaanvragen – ook in de situatie toe te passen die door de Covid-19-crisis is ontstaan. De leden van de D66-fractie zijn net als de ACVZ verbaasd over deze maatregel omdat door de coronacrisis het aantal asielaanvragen juist is afgenomen. Kan de regering uitleggen waarom zij toch heeft gemeend de beslistermijn te verlengen?
Welk alternatief komt er in plaats van dwangsommen
Zou de regering nog eens kort willen uiteenzetten waarom in 2012 is besloten de mogelijkheden die de Algemene wet bestuursrecht biedt om een dwangsom te eisen bij niet tijdig beslissen ook van toepassing te laten zijn op asielzoekers die nog geen status hebben in Nederland?
Deze bestaande dwangsomregeling was volgens de inschatting van de ACVZ tot 2017 geen echte belemmering voor de afhandeling van asielverzoeken. Pas in dat jaar kwamen er grote achterstanden. Sindsdien zorgt deze dwangsomregeling volgens de Staatssecretaris van het vergroten van de problemen bij de IND waardoor de achterstanden oplopen en de financiële druk op de begroting groter wordt. De D66-fractie onderkent dat dit voor veel mensen lastig te begrijpen is dat er nu zulke hoge kosten gemaakt moeten worden voor dwangsommen in plaats dat dit geld gebruikt wordt voor een goed functionerende IND.
Tegelijkertijd raakt deze situatie ook de mensen die recht hebben op een tijdige en zorgvuldige afhandeling van hun asielverzoek. Daarom verneemt de D66 fractie graag van de Staatssecretaris welke andere prikkels zij voor ogen heeft om in de toekomst de tijdige afhandeling van asielverzoek wel zorgvuldig en binnen de termijnen te laten verlopen.
IND Organisatie
De leden van de D66-fractie lezen uit het onderzoek van Significant Public10 dat de operationele sturing op de uitvoering van de asielprocedure binnen de IND op diverse niveaus tekortschiet.
Kan de regering aangeven wat voor haar de belangrijkste verbeterpunten zijn voor de IND en op welke termijn deze gehaald moeten worden? Tevens willen deze leden graag weten op welke wijze deze voorstellen voor verbeteringen kunnen bijdragen aan het wegwerken van huidige achterstanden en het voorkomen van soortgelijke situaties vooral als er weer sprake is van toename van aanvragen.
Hoe staat het op dit moment met de voortgang bij het opzetten van een taskforce? Hoeveel mensen zijn er al geworven, hoe staat het met het wegwerken van de achterstanden? Kan de regering ook aangeven op welke wijze de coronacrisis de planning heeft beïnvloed en hoe zij nu de planning voor de komende jaren ziet? Kan de regering hier ook een kostenoverzicht bijvoegen van de implementatie van deze aanbevelingen voor de komende twee jaar?
Communicatie
Graag vernemen de leden van de D66-fractie hoe de communicatie richting de asielzoeker en gemachtigde zal verlopen, mocht dit wetsvoorstel worden aangenomen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van PvdA
De Staatssecretaris van J&V heeft meerdere malen uitgesproken dat het om verschillende redenen van groot belang is dat de IND tijdig op aanvragen beslist. Om diezelfde tijdigheid te bevorderen is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in 2009 in werking gesteld en van toepassing verklaard, na een debat waarin specifiek aandacht was voor asielprocedures.
Het onderhavige wetsvoorstel voorziet in een tijdelijke opschorting van de genoemde rechten in deze asielprocedures. Inmiddels is bekend dat de regering heeft besloten definitief afscheid te willen nemen van de dwangsomprocedure in asielzaken. De leden van de Partij van de Arbeid-fractie vragen de regering waarom besluiten in asielprocedures moeten worden uitgezonderd van de standaardregeling in de Awb en op welke punten besluiten in asielprocedures afwijken van andere besluiten waarop deze regeling van toepassing is. En waarom is de dwangsom bij besluitvorming in asielprocedures minder wenselijk, dan wel effectief, dan in andersoortige procedures waarop de regeling van toepassing is? Ook vragen deze leden de regering hoe ver zij is in het denken over alternatieve prikkels, nu de regering reeds heeft besloten de bestaande prikkel, de dwangsom, definitief te willen schrappen voor asielprocedures. Deze leden horen ook graag of ook voor andere gebieden die nu onder het standaard Awb-regime vallen een alternatieve prikkel overwogen wordt.
In zijn advies heeft de Raad van State zich kritisch getoond tegenover het afsluiten van de beroepsmogelijkheid bij de bestuursrechter. Met de afsluiting van de beroepsmogelijkheid voorkomt men procedures bij de bestuursrechter, maar opent zich de weg naar de civiele rechter. Daarmee blijft er dus, ondanks afsluiting van de beroepsmogelijkheid bij de bestuursrechter, een gerede kans op juridische procedures, en dus werklast en financiële vergoedingen, bestaan. De leden van de PvdA-fractie vragen zich af wat de meerwaarde is van het, voor de duur van de tijdelijke wet, afsluiten van de eerder bewust door de wetgever gekozen bestuursrechtelijke weg, nu de weg naar de civiele rechter zich dan opent? Ook vragen deze leden de regering waarom niet voor de volledige periode gekozen is voor de werkwijze die, bij verlenging van de duur van de wet, na een jaar gaat gelden, waarbij de bestuursrechtelijke weg open staat zonder de mogelijkheid van het opleggen van een dwangsom door de rechter.
Welke prikkel heeft de IND na ingang van deze tijdelijke wet om tijdig te beslissen? Voorts vernemen deze leden graag wat de passende prikkel in het nieuwe wetsvoorstel zal zijn. De leden van de PvdA-fractie vernemen ook graag de gedragswetenschappelijke theorie achter deze prikkel. Zij zijn benieuwd naar de argumentatie van de regering om de financiële prikkel te vervangen door een andere, gezien het feit dat in andere domeinen financiële prikkels standaard zijn.
De Raad van State toont zich eveneens kritisch over het ontbreken van een vaste vervaldatum in de wet. Bij tijdige indiening van een definitief wetsvoorstel kan de Tijdelijke wet een looptijd krijgen die veel langer is dan één jaar. Daarmee kan deze wet ertoe leiden dat rechten die burgers hebben om tijdige besluitvorming door de overheid af te dwingen voor een lange periode afgenomen worden, zonder dat zeker is dat er een goed en passend alternatief komt. De leden van de PvdA-fractie ontvangen graag nadere motivering van de regering waarom het ook na één jaar, waarin de betrokken organisaties ruimte en tijd hebben gekregen om problemen aan te pakken en achterstanden weg te werken, nog ongewenst is om de prikkel van dwangsom (tijdelijk) terug te laten keren, tot er een alternatief aanvaard is.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van SP
De leden van de SP-fractie constateren dat er sinds vele jaren een structureel probleem is voor de IND bij het tijdig beslissen op asielvergunningsverzoeken. Het wetsvoorstel lijkt op geen enkele manier de structurele oorzaken te adresseren. Klopt dat?
Tot de structurele oorzaken kunnen in ieder geval worden gerekend: een asielinstroom die groter is dan de IND binnen redelijke termijn kan afhandelen, een structureel tekort aan middelen voor het leveren van deugdelijk werk binnen gestelde termijnen door de IND en een korte-termijn-financieringssystematiek. Onderkent de regering die oorzaken en op welke wijze denkt zij ieder van de genoemde punten aan te pakken, op welke termijn en met welke meetbare doelen?
De Raad van State is uiterst kritisch op het wetsvoorstel en stelt in ieder geval drie aanpassingen voor: de IND moet zo snel mogelijk weer tijdige beslissingen nemen, het beroep tegen het afwijzen van een dwangsom moet instaand blijven en er moet een horizonbepaling in het wetsvoorstel worden opgenomen. Alle drie de voorstellen van de Raad van State legt de regering naast zich neer. Hoe zinvol is een advies van de Raad van State dan nog?
De regering benadrukt dat de financiële last van de dwangsommen te zwaar weegt op de begroting van de IND en daardoor ook een goede uitvoering van het werk van de IND belemmert.11 Zet de regering met die redenering de wereld niet op zijn kop? Door structurele tekorten kan de IND immers niet voldoen aan wettelijke termijnen, waardoor dwangsommen uitbetaald moeten worden. Waarom kiest de regering niet voor het oplossen van het structurele tekort?
De regering kiest ervoor om de Tijdelijke wet in stand te houden totdat ze een permanente wet goedgekeurd heeft gekregen door het parlement, waarbij de regering nu al stelt dat in die permanente wet de dwangsomregeling zeker niet zal voorkomen, er zullen andere prikkels in dat wetsvoorstel staan. Kan de regering aangeven aan welke prikkels zij denkt? Denkt de regering aan het verlenen van vergunningen indien de beslistermijn niet wordt gehaald? Zo nee, waaraan dan wel?
De regering verwacht dat de burgerlijke rechter terughoudend zal zijn bij het ontvankelijk verklaren van dwangsomvorderingen, hoewel de Raad van State erop wijst dat hij het afsnijden van een beroep op de bestuursrechter de grondwettelijke weg naar de burgerlijke rechter open zal zijn. Hoe kan in ons rechtsstelsel de regering al op voorhand zeggen wat de houding van de rechter zal zijn, zo vragen de leden van de SP-fractie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de ChristenUnie
In de inleiding van de memorie van toelichting lezen de leden van de fractie van de ChristenUnie dat «de procedures tegen niet tijdig beslissen en het tot grote hoogte oplopen van de dwangsomverplichtingen, voor de IND belangrijke obstakels zijn op de weg naar een toekomst waarin weer zo spoedig mogelijk binnen de geldende termijnen wordt beslist.»12 Deze zin verbaast deze leden om twee redenen:
– De dreiging van een dwangsom zou de IND juist tot grotere activiteit aan moeten aanzetten. Kan de regering uitleggen hoe dit een obstakel kan zijn?
– Hoe kan het zijn dat een procedure die wordt aangespannen tegen niet-beslissen van de IND de oorzaak zou zijn van dat niet-beslissen? Ook hier graag een uitleg van de regering.
De regering schrijft vervolgens in deze inleiding: «Het onderhavige tijdelijke wetsvoorstel blijft van toepassing totdat het wetsvoorstel dat definitief moet voorzien in de afschaffing van de dwangsommen in werking is getreden.» Wat is de reden dat de regering het onmogelijk wil maken dat in de toekomst, wanneer de IND weer op orde is, een dwangsom kan worden gesteld op het niet tijdig beslissen op een asielverzoek? Een dwangsom is een wettelijk middel om de nakoming van wettelijk voorgeschreven beslistermijnen. Tijdens de totstandkoming van de Wet Dwangsom is uitgebreid besproken dat deze wet ook van toepassing zou zijn voor de IND als prikkel om tijdig te beslissen. Waarom zou deze mogelijkheid nu bij wet uitgesloten moeten worden in het geval dat asielzoekers hun recht op een tijdige beslissing willen afdwingen?
In de reactie van de regering op het advies van de Raad van State schrijft de regering: «waar het asielaanvragen betreft, (is het) niet in balans dat enerzijds tijdens de procedure in de kosten van de eerste levensbehoeften van aanvragers en gratis rechtsbijstand wordt voorzien, terwijl anderzijds deze aanvragers bij een te late beslissing op de aanvraag grote bedragen kunnen ontvangen.»13 Deze zin brengt de leden van fractie van de ChristenUnie tot de volgende vragen en opmerkingen.
Is de regering het met de leden van de ChristenUnie eens dat het doel bij een dwangsom niet is om de gedupeerde schadeloos te stellen of een tegemoetkoming te geven, maar om het geven van een prikkel aan de organisatie die het recht van de gedupeerde op een tijdige beslissing schendt?
De leden van de ChristenUnie-fractie vinden de opmerking van de regering in het licht van bovenstaande niet begrijpelijk. Zij leiden uit dit citaat af dat de regering van mening is dat aan asielzoekers het middel moet worden ontzegd dat zij hebben om een beroep te kunnen doen op hun recht op een tijdige beslissing, vanwege het feit dat hen onderdak en levensonderhoud wordt geboden bij aankomst in Nederland. Kan de regering deze redenering verduidelijken?
De regering zoekt naar een meer passende prikkel om tijdig beslissen door de IND te bevorderen. Kan de regering de leden van de ChristenUnie antwoord geven op de vraag wat een meer passende prikkel zou kunnen zijn? Aan welke voorwaarden zou een wel passende prikkel moeten voldoen?
Wanneer het wetsvoorstel wordt aangenomen, zal dat betekenen dat een grote som geld niet meer als dwangsom hoeft te worden uitgekeerd. Hoe stelt de regering zich voor om dat, uitgespaarde, geld te gebruiken?
De leden van de fractie van de ChristenUnie lezen dat de regering er rekening mee houdt dat asielzoekers tegen niet tijdig beslissen zullen gaan procederen bij de civiele rechter, nu de weg bij de bestuursrechter wordt afgesloten. De regering acht het «denkbaar» dat de civiele rechter vanwege de bijzondere situatie en omdat de uitzondering is begrensd tot een jaar «terughoudend zal zijn in het ontvangen van vorderingen die die zien op het niet tijdig beslissen door de IND.»14 Deze leden vragen hoe de regering deze overwegingen zal betrekken bij het definitieve wetsvoorstel. Kan de regering bij de beantwoording ook ingaan op de waarborgen die art. 112 Grondwet en art. 47 Handvest van de grondrechten van de EU bieden voor de toegang tot de rechter?
De leden van de vaste commissie voor Immigratie & Asiel/JBZ-Raad zien de antwoorden van de regering met belangstelling tegemoet. Onder voorbehoud van ontvangst van de nota naar aanleiding van het verslag, uiterlijk maandag 6 juli 2020, 10:00 uur, acht de commissie het wetsvoorstel gereed voor plenaire behandeling. Het plenaire debat is voorzien op 6 juli 2020.
De voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie & Asiel/JBZ-Raad, Faber-van de Klashorst
De griffier van de commissies, Van Dooren
Samenstelling: Kox (SP), Faber-van de Klashorst (PVV), (voorzitter), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Jorritsma-Lebbink (VVD), Nooren (PvdA), Oomen-Ruijten (CDA), Rombouts (CDA), Stienen (D66), Teunissen (PvdD), Van Rooijen (50PLUS), Adriaansens (VVD), De Blécourt-Wouterse (VVD), Van der Burg (VVD), Cliteur (FVD), Doornhof (CDA), Gerbrandy (OSF), Huizinga-Heringa (CU), Karimi (GL), Nanninga (FVD), (ondervoorzitter), Van Pareren (FVD), Veldhoen (GL), Vos (PvdA) en De Vries (Fractie-Otten).
Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken, «Advies over voorstel Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND», 16 juni 2020.
Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken, «Advies over voorstel Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND», juni 2020, blz. 3.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35476-B.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.