35 420 Noodpakket banen en economie

CA VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 25 mei 2022

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 hebben kennisgenomen van de volgende drie brieven:

  • Het verslag van een schriftelijk overleg met de Minister van SZW over aanvullingen op het steunpakket in het vierde kwartaal 2021 en de NOW-5;2

  • De brief van de Minister van SZW over NOW-6 en de stand van zaken van het vaststellings- en terugvorderingsproces;3 en,

  • Het verslag van een schriftelijk overleg met de Minister van EZK over het coronasteunpakket in het eerste kwartaal van 2022.4

Naar aanleiding van deze onderling samenhangende brieven zijn op 21 maart 2022 een aantal nadere vragen gesteld aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De Minister heeft op 24 mei 2022 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van der Bijl

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Den Haag, 21 maart 2022

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben met belangstelling kennisgenomen van de volgende drie brieven:

  • Het verslag van een schriftelijk overleg met de Minister van SZW over aanvullingen op het steunpakket in het vierde kwartaal 2021 en de NOW-5;5

  • De brief van de Minister van SZW over NOW-6 en de stand van zaken van het vaststellings- en terugvorderingsproces;6 en,

  • Het verslag van een schriftelijk overleg met de Minister van EZK over het coronasteunpakket in het eerste kwartaal van 2022.7

De leden van de VVD-fractie en van de CDA-fractie hebben naar aanleiding van deze onderling samenhangende brieven nog de volgende vragen.

De leden van de VVD-fractie constateren dat in eerdere brieven is ingegaan op de aanpak van misbruik en oneigenlijk gebruik omtrent de NOW. Nu het aanvraagloket voor de NOW-6 is opengesteld vragen deze leden u om de Kamer te informeren over de stand van zaken ten aanzien van de aanpak misbruik en oneigenlijk gebruik van de NOW-regelingen tot nu toe, inclusief de NOW-6. Hoeveel signalen en meldingen heeft u ontvangen van mogelijke overtreding van de NOW-regels? Welke opsporingsacties zijn er ondernomen? Welke overtredingen heeft u geconstateerd? Hebben de geconstateerde overtredingen geleid tot aanpassing van de NOW-6, of eerdere NOW-regelingen?

De leden van de CDA-fractie lezen in de beantwoording van hun eerdere vragen het volgende:

«Gelukkig was het in de recente lockdown voor de horeca veelal mogelijk om snel over te schakelen op afhaal. Voor de niet-essentiële detailhandel gold dat per direct click & collect mogelijk werd gemaakt. Hiermee werden er meer mogelijkheden gecreëerd om de voorraden te verkopen dan in de voorgaande lockdown.».8

Het moet deze leden van het hart dat de antwoorden op de voorraadproblematiek in de mode en de horeca niet opgelost zijn met «afhaal in de horeca» en «click en collect». De waarde van de voorraad verliezen is significant en wordt daarmee geenszins goed gemaakt. De leden van de CDA-fractie zouden de regering dan ook willen uitnodigen om met de organisaties van detailhandel en horeca te overleggen over een oplossing van deze problematiek voor de toekomst.

Deze leden verzoeken de regering voorts om een overzicht te geven van de wijze waarop bij terugbetalingsverplichtingen in dit kader wordt omgegaan met het al dan niet in rekening brengen van rentepercentages en hoe de hoogte van deze percentages wordt bepaald.

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid zien uw beantwoording met veel belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken.

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M.L. Vos

BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 mei 2022

Hierbij zend ik u, mede namens de Minister van EZK, de antwoorden op de nadere vragen over de uitvoering van de NOW naar aanleiding van het verzoek van de vaste commissie SZW.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, C.E.G. van Gennip

De leden van de VVD-fractie constateren dat in eerdere brieven is ingegaan op de aanpak van misbruik en oneigenlijk gebruik omtrent de NOW. Nu het aanvraagloket voor de NOW-6 is opengesteld vragen deze leden u om de Kamer te informeren over de stand van zaken ten aanzien van de aanpak misbruik en oneigenlijk gebruik van de NOW-regelingen tot nu toe, inclusief de NOW-6. Hoeveel signalen en meldingen heeft u ontvangen van mogelijke overtreding van de NOW-regels? Welke opsporingsacties zijn er ondernomen? Welke overtredingen heeft u geconstateerd? Hebben de geconstateerde overtredingen geleid tot aanpassing van de NOW-6, of eerdere NOW-regelingen?

In de recent verstuurde negende editie van de monitoringsbrief van 14 maart jl9. is uw Kamer onder andere geïnformeerd over de stand van zaken rondom signalen en meldingen van misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) binnen de NOW. In deze brief was opgenomen dat sinds de opening van de vaststellingsloketten van de NOW-1 tot en met de NOW-3.3 er in totaal ruim 165.000 vaststellingsaanvragen10 zijn ingediend. UVB heeft door middel van risicoanalyse ruim 3.400 gevallen in behandeling genomen voor nader onderzoek. In deze gevallen wordt de werkgever gevraagd extra gegevens aan te leveren. Deze worden onderzocht en afhankelijk van de uitkomst kunnen er correcties op de subsidie worden doorgevoerd.

UVB heeft inmiddels ruim 2.100 onderzoeken afgerond, waarbij op grond van de risicoanalyses in ruim 60% van de onderzochte dossiers sprake is van een aanpassing van het omzetverliespercentage dan wel een intrekking van het vaststellingsverzoek door de werkgever. Er hoeft hier niet direct sprake te zijn van misbruik of oneigenlijk gebruik. Het is ook mogelijk dat een werkgever per ongeluk een fout heeft gemaakt.

UWV heeft tot 31 december 2021 2.384 signalen ten aanzien van 1.890 werkgevers ontvangen van mogelijke overtreding van de NOW-regels. Naast deze signalen zijn sinds januari 2021 191 gevalideerde signalen11 uit verschillende door UWV uitgevoerde data-analyses nader onderzocht. Van al deze signalen samen is een deel gedeeld met o.a. de Nederlandse Arbeidsinspectie en met de Belastingdienst. Het andere deel kon door UWV worden afgehandeld of was niet onderzoekwaardig.

Tot 31 december 2021 zijn er op grond van nadere controle bij UWV Handhaving 59 aanvragen tijdens de voorschotfase afgewezen12 en is de subsidie in 21 gevallen (tijdelijk) stopgezet. Tijdens de vaststellingsfase zijn er naar aanleiding van nadere controles in de vaststellingen van de NOW-1, NOW-2 en NOW-3 tot 31 december 2021 14 subsidies op nihil gesteld, is de subsidie in 15 gevallen aangepast in verband met loonsomcorrecties en is UWV in 19 gevallen teruggekomen op de eerdere vaststelling, naar aanleiding van extra controles bij UWV Handhaving.

De Arbeidsinspectie heeft tot 31 december 2021 van verschillende partijen 1.286 signalen ontvangen van mogelijke strafbare feiten in relatie tot de steunmaatregelen, zoals NOW en Tozo. 642 Van deze signalen waren afkomstig van de Financial Intelligence Unit (FIU). Tot eind 2021 zijn in totaal 46 strafrechtelijke onderzoeken opgestart, en zijn ruim 32 zogenaamde Knock-and-talk13 gesprekken gevoerd. Van een deel van de opsporingsonderzoeken is het dossier ingeleverd bij het Openbaar Ministerie om hierop een vervolgingsbeslissing te nemen. In een ander deel van de onderzoeken is geconstateerd dat er geen sprake was van een strafbaar feit of dat er onvoldoende bewijs aangevoerd kon worden om tot vervolging over te gaan. In een aantal gevallen is waarschuwend opgetreden en is het UWV geïnformeerd.

In zijn algemeenheid wordt er tussen SZW, UWV, UVB, de Arbeidsinspectie en de Belastingdienst intensief samengewerkt op het gebied van M&O. Het beleid wordt constant gemonitord en waar nodig aangepast. Een voorbeeld daarvan is de toevoeging van de maximale omzetverliesgrens van 80% (in de NOW-4) en 90% (in de NOW-5 en NOW-6), om werkgevers te stimuleren zo veel mogelijk omzet te genereren en het risico op M&O te verkleinen.

Tot nu toe lijkt het beeld dat de M&O-signalen rondom de NOW beperkt zijn. Ik wil benadrukken dat de afhandeling van de NOW nog jaren zal duren en dat dit beeld nog kan veranderen. Het is daarom te vroeg om conclusies te trekken, maar het is goed om te zien dat de handhavingsstrategie effect lijkt te hebben.

De leden van de CDA-fractie lezen in de beantwoording van hun eerdere vragen het volgende [citaat]. Het moet deze leden van het hart dat de antwoorden op de voorraadproblematiek in de mode en de horeca niet opgelost zijn met «afhaal in de horeca» en «click en collect». De waarde van de voorraad verliezen is significant en wordt daarmee geenzins goed gemaakt. De leden van de CDA-fractie zouden de regering dan ook willen uitnodigen om met de organisaties van detailhandel en horeca te overleggen over een oplossing van deze problematiek voor de toekomst.

Het kabinet is de afgelopen twee jaar veelvuldig in contact geweest met brancheverenigingen en koepelorganisaties om te praten over de impact van de coronacrisis op ondernemingen en de mogelijke middelen waarmee ondernemers tegemoetgekomen kunnen worden. Dat naast afhalen in de horeca, nu ook click&collect voor niet-essentiële detailhandel direct mogelijk was aan het begin van de lockdown, is onder andere hier een gevolg van. Nu de coronacrisis in intensiteit is afgenomen, kijkt het kabinet, onder verwijzing naar de Kamerbrief Langetermijnvisie coronasteun van 1 april14, naar het lange termijnperspectief. Hierin streeft het kabinet naar het vormgeven van een toekomst waarin m.b.t. corona, sociaal-maatschappelijke en economische continuïteit kan bestaan naast de toegankelijkheid van de zorgketen voor iedereen. In het kader hiervan wordt op dit moment o.a. het gesprek gevoerd met de sectoren waarin mensen veel met elkaar in contact komen, waaronder de branches van detailhandel en horeca. De ervaringen en lessen uit de afgelopen twee jaar spelen hierin een belangrijke rol. Aan sectoren is gevraagd om aan te geven wat zij zelf op vrijwillige basis kunnen doen ter preventie van het coronavirus. Ook is gevraagd om in kaart te brengen welke maatregelen werkbaar zijn en verplicht kunnen worden opgelegd om het virus te beperken, mocht dit tijdens een opleving van het coronavirus nodig zijn. Hierbij is het doel om bij een eventuele nieuwe golf zoveel mogelijk rekening te kunnen houden met de voorkeuren van sectoren.

De leden verzoeken de regering voorts om een overzicht te geven van de wijze waarop bij terugbetalingsverplichtingen in dit kader wordt omgegaan met het al dan niet in rekening brengen van rentepercentages en hoe de hoogte van deze percentages wordt bepaald.

UWV stelt zich coulant op ten aanzien van de terugbetalingstermijnen voor de NOW. De werkgever kiest in goed overleg zelf welke terugbetalingstermijn het beste bij zijn omstandigheden past. Over de terugbetaling wordt geen rente gerekend. UWV heeft en neemt de ruimte voor maatwerk en biedt termijnen aan tot en met vijf jaar. Ook kan er in overleg een betaalpauze van een jaar worden ingelast. Een ondernemer kan uiteraard ook altijd in overleg met UWV zijn terugbetaling eerder aflossen dan afgesproken, als de omzet bijvoorbeeld weer aantrekt.


X Noot
1

Samenstelling:

Kox (SP), Essers (CDA), Ester (CU), Vos (PvdA) (voorzitter), Van Strien (PVV), Oomen-Ruijten (CDA), Schalk (SGP), Stienen (D66), De Bruijn-Wezeman (VVD) (ondervoorzitter), A.J.M. van Kesteren (PVV), Van Rooijen (50PLUS), Van Ballekom (VVD), Crone (PvdA), Frentrop (Fractie-Frentrop), Geerdink (VVD), Van Gurp (GL), Moonen (D66), Rosenmöller (GL), Vendrik (GL), De Vries (Fractie-Otten), De Blécourt-Wouterse (VVD), Van Pareren (Fractie-Nanninga), Berkhout (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Prast (PvdD) en N.J.J. van Kesteren (CDA).

X Noot
2

Kamerstukken I 2021/2022, 35 420, BR.

X Noot
3

Kamerstukken I 2021/2022, 35 420, BP.

X Noot
4

Kamerstukken I 2021/2022, 35 420, BT.

X Noot
5

Kamerstukken I 2021/2022, 35 420, BR.

X Noot
6

Kamerstukken I 2021/2022, 35 420, BP.

X Noot
7

Kamerstukken I 2021/2022, 35 420, BT.

X Noot
8

Kamerstukken I 2021/2022, 35 420, BT, p. 7.

X Noot
9

«Negende Monitoring Arbeidsmarkt en Beroep Noodpakket» (Kamerstuk 35 420, nr. 474).

X Noot
10

Peildatum UVB: 19 januari 2022.

X Noot
11

Met «gevalideerde signalen» worden signalen bedoeld die, na een eerste check, onderzoek-waardig blijken.

X Noot
12

Naast deze afgewezen aanvragen worden er nog veel meer aanvragen afgewezen wanneer de werkgever simpelweg niet voldoet aan de voorwaarden van de regeling. Deze 59 betreffen alleen aanvragen welke zijn afgewezen op basis van de nadere controle van directie Handhaving bij UWV.

X Noot
13

Dit handhavingsinstrument wordt ingezet bij serieuze signalen en meldingen die echter onvoldoende ernstige fraude-indicaties bevatten. De subsidie-aanvrager wordt met deze gesprekken in staat gesteld om zelfstandig zijn handelwijze aan te passen en de subsidievoorwaarden na te leven.

X Noot
14

Kamerbrief Langetermijnvisie coronasteun 2022Z06420.

Naar boven