Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734679 nr. 6

34 679 Wijziging van de Wet milieubeheer en van de Woningwet in verband met het invoeren van het landelijk asbestvolgsysteem en enige andere wijzigingen van de Wet milieubeheer

Nr. 6 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Ontvangen 1 juni 2017

Met belangstelling heb ik kennis genomen van het verslag van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu over het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet milieubeheer en van de Woningwet in verband met de invoering van het landelijke asbestvolgsysteem (LAVS).

Voordat ik inga op de vragen die de leden van de fracties van VVD, PVV, CDA, D66, GroenLinks, SP en SGP hebben gesteld, hecht ik eraan in hoofdlijnen het wettelijke stelsel over asbestverwijdering te schetsen en aan te geven hoe het LAVS en het voorliggende wetsvoorstel zich hiertoe verhouden. Hiermee wil ik de beantwoording van de vragen in de juiste context plaatsen.

Wettelijk stelsel voor asbestsanering

Het asbest dat in een bouwwerk of object aanwezig kan zijn en als gevolg van renovatie-, sloop- of onderhoudswerkzaamheden een gevaar voor de gezondheid kan opleveren, wordt geïnventariseerd, verwijderd en afgevoerd. De asbestsaneringsketen, die begint bij de inventarisatie van het asbest en eindigt bij de stort ervan, strekt zich uit over het woon-, werk- en leefmilieu. Regelgeving over asbest is dan ook ondergebracht bij de Ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Infrastructuur en Milieu en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Verplichtingen voor bedrijven en personen die beroepsmatig asbestwerkzaamheden uitvoeren, volgen uit de arbeidsomstandighedenregelgeving1 en zijn gericht op de veiligheid en gezondheid van werknemers (door het voorkomen van blootstelling aan asbestvezels) en dragen daarmee ook bij aan een gezonde leefomgeving. Verplichtingen voor opdrachtgevers en particulieren en verplichtingen bij incidenten met asbest volgen uit het Asbestverwijderingsbesluit 2005 op grond van de Wet milieubeheer, zoals de plicht voor opdrachtgevers om voorafgaand aan werkzaamheden een inventarisatie te laten uitvoeren wanneer een risico op het aantreffen van asbest bestaat.

Alleen bedrijven die voor asbestinventarisatie of asbestverwijdering (de certificaathouders) zijn gecertificeerd overeenkomstig het certificatieschema voor asbestinventarisatie en asbestverwijdering mogen die asbestwerkzaamheden uitvoeren. Het certificatieschema is opgenomen in de Arbeidsomstandighedenregeling2, dat is vastgesteld op grond van de Arbeidsomstandighedenwet. Een uitzondering hierop is asbestverwijdering die plaatsvindt in de laagste risicoklasse (risicoklasse 1). Deze valt niet onder de certificatieplicht. Bij de beantwoording van de vragen zal dit worden toegelicht.

Voorts staan in het Bouwbesluit 2012 op grond van de Woningwet regels over de verwijdering van asbest in bouwwerken bij sloop- en renovatiewerkzaamheden, zoals de verplichting om bij asbestverwijdering bij het bevoegd gezag een sloopmelding in te dienen.

Het LAVS is een webapplicatie waarmee asbestgegevens van elke fase in de asbestsaneringsketen (zoals inventarisatie, sanering, eindbeoordeling en stort van het asbestafval) worden bijgehouden en uitgewisseld tussen ketenpartijen.

Vanaf 1 maart 2017 zijn alle certificaathouders (asbestinventarisatie- en asbestverwijderingsbedrijven) op grond van het certificatieschema verplicht om ter voldoening aan hun informatieplichten voor alle asbestinventarisaties en voor asbestverwijderingen in de zwaarste risicoklassen (2 en 2A) gebruik te maken van het LAVS.3

Het wetsvoorstel voorziet in de eerste plaats in een wettelijke regeling van het LAVS, die nodig is om de instandhouding en het beheer van het LAVS te waarborgen. Met deze taken wordt de Minister van Infrastructuur en Milieu belast. Het wetsvoorstel borgt hiermee de situatie, die al sinds 2013 bestaat, namelijk dat het Ministerie van Infrastructuur en Milieu het LAVS in beheer heeft en ervoor zorg draagt dat het systeem functioneert. De beheertaken zijn feitelijk opgedragen aan Rijkswaterstaat.

Het wetsvoorstel voorziet in de tweede plaats in de nodige grondslag voor het voorschrijven van elektronische verstrekking voor bestaande informatieverplichtingen op grond van de Wet milieubeheer en de Woningwet.

Hieronder ga ik in op uw vragen. Bij de beantwoording van de vragen houd ik de indeling van het verslag aan.

Algemeen

De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre de invoering van het LAVS bijdraagt aan het goedkoper, sneller en eenvoudiger worden van asbestsanering. Het LAVS is bedoeld om de status van een asbestproject te kunnen volgen en bedrijven administratief te ondersteunen bij het voldoen aan de informatieplichten voor asbestsanering. Met het LAVS worden de verschillende meldingen door één handeling in gang gezet waardoor de administratieve handelingen worden vereenvoudigd. Het LAVS beoogt echter niet om bij te dragen aan het goedkoper, sneller en eenvoudiger worden van de asbestsanering.

In antwoord op de vragen van de leden van de VVD-fractie over de planning en procedure voor de vaststelling van de uitvoeringsregelgeving op grond van de Wet milieubeheer en de Woningwet wordt het volgende opgemerkt. De procedure voor de vaststelling van de uitvoeringsregelgeving kan pas worden gestart nadat is komen vast te staan dat er voldoende steun voor het wetsvoorstel bij de Tweede en Eerste Kamer bestaat. Ik verwacht dat de hiervoor benodigde algemene maatregel van bestuur (AMvB) één jaar na het van kracht worden van de wet zal kunnen worden vastgesteld.

Een ontwerp van de AMvB zal overeenkomstig artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer worden voorgehangen bij de Tweede en Eerste Kamer en tevens voor inspraak worden gepubliceerd in de Staatscourant, nadat hierover eerst advies aan de Autoriteit persoonsgegevens is gevraagd. Vanwege de voorpublicatie zal niet tevens een internetconsultatie plaatsvinden.

De leden van de PVV-fractie zijn benieuwd in hoeverre het LAVS door de sector al op vrijwillige basis wordt gebruikt. Gebruikmaking van het LAVS is sinds 1 maart 2017 verplicht voor alle certificaathouders. In de aanloop naar de verplichtstelling was een duidelijke groei van het aantal aansluitingen waarneembaar. In oktober 2016 gebruikte ongeveer 50% van de inventarisatiebedrijven, 36% van de verwijderingsbedrijven en bijna alle eindbeoordelingsinstellingen het LAVS op vrijwillige basis. In februari 2017, één maand voor de verplichtstelling van het gebruik, was nog maar 3% van de inventarisatiebedrijven niet aangesloten en was het gebruik bij saneringsbedrijven gestegen tot 75%. Er werden toen ongeveer 800 projecten per week ingevoerd. Inmiddels zijn alle certificaathouders en alle eindbeoordelingsinstellingen aangesloten. Er worden op basis van huidige monitoringscijfers gemiddeld 2.200 asbestprojecten per week ingevoerd.

De leden van de PVV-fractie vragen naar de argumenten van bedrijven die tot dusverre niet vrijwillig van het LAVS gebruik hebben gemaakt. Redenen om het LAVS eerder niet vrijwillig te willen gebruiken, zijn onder meer de onbekendheid met het systeem en de noodzakelijke tijd om het systeem te leren gebruiken. Daarom ondersteunt het Ministerie van Infrastructuur en Milieu alle bedrijven met gratis trainingen, gebruikersoverleggen, een website (met onder meer gebruikershandleidingen voor de opdrachtgever, het inventarisatiebedrijf, het verwijderingsbedrijf en de eindbeoordelingsinstelling) en een helpdesk.

In antwoord op de vragen van de leden van de PVV-fractie of er bezwaar is gemaakt tegen de wettelijke verplichtstelling van het LAVS wil ik allereerst benadrukken dat het LAVS op verzoek van en in samenwerking met de asbestsector stapsgewijs is ontwikkeld. Medio 2016 kon worden vastgesteld dat het LAVS met ingang van 1 maart 2017 verplicht kon worden gesteld. In aanloop tot de verplichtstelling hebben opdrachtgevers uit de industrie bezwaar gemaakt tegen het verplichte gebruik van LAVS voor asbestsanering bij industriële installaties. Volgens hen zou het LAVS geen toegevoegde waarde hebben voor asbestsanering bij de industrie. Dit bezwaar is besproken en er heeft een demonstratie van het LAVS plaatsgevonden. Er is nadien niet meer op het bezwaar teruggekomen.

Voor de beantwoording van de vraag van de leden van de CDA-fractie over de planning van de AMvB ter uitvoering van het wetsvoorstel verwijs ik terug naar mijn antwoord op de vragen die de leden van de VVD-fractie hierover hebben gesteld. De AMvB is niet gelijktijdig met het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer aangeboden omdat het ontwerp pas in procedure kan worden gebracht nadat voldoende zekerheid is verkregen dat de Tweede en de Eerste Kamer met het wetsvoorstel kunnen instemmen. Voor de vaststelling van een AMvB geldt een procedure die voorziet in de voorhang van het ontwerp-besluit bij de Tweede en de Eerste Kamer. In de nota van toelichting bij het ontwerp-besluit zal ook worden ingegaan op de reikwijdte en regeldruk. Omdat wordt uitgegaan van de bestaande informatieverplichtingen komt er geen verandering in de reikwijdte van die verplichtingen. Omdat gebruikmaking van het LAVS sinds 1 maart 2017 verplicht is en het alleen gaat om de wijze van indiening van de informatie die nu al op grond van de Wet milieubeheer en de Woningwet moet worden verstrekt, zal evenmin een toename van de regeldruk plaatsvinden.

In antwoord op de vraag van de leden van de GroenLinks-fractie, hoe bedrijven elkaar kunnen aanspreken op onjuiste of onvolledige informatie ter verbetering van de naleving van informatieverplichtingen, merk ik op dat betrokkenen bij een asbestsaneringsproject via raadpleging van het LAVS de status van een asbestsaneringsproject zien. Dat bevordert de transparantie in de asbestsaneringsketen. Het LAVS is zo ingericht dat bedrijven automatisch de verplichte wettelijke procedure volgen wanneer zij tijdens de verschillende fasen van een asbestsaneringsproject informatie verstrekken. Wanneer in het LAVS informatie over een asbestsaneringsproject ontbreekt of onjuist of onvolledig is, loopt een bedrijf dat in het kader van dat project werkzaamheden wil verrichten daar tegenaan. Dat bedrijf heeft de informatie nodig om te voldoen aan zijn eigen wettelijke informatieverplichtingen en andere verplichtingen die uit de asbestregelgeving voortvloeien. Mijn verwachting is dat ketenpartijen elkaar scherp houden en dat dit eraan zal bijdragen dat het LAVS de naleving van informatieverplichtingen zal helpen verbeteren.

Achtergrond en aanleiding

De leden van de VVD-fractie vragen hoe het LAVS leidt tot het eerder ontdekken van illegale asbestsaneringen en vragen daar een toelichting op. Er bestaat geen systeem dat illegale asbestsaneringen kan uitsluiten. Bij illegale asbestsaneringen wordt veelal bewust de wet- en regelgeving overtreden om financieel gewin te behalen en uiteraard wordt daarbij getracht de overtredingen aan het zicht te onttrekken. Het LAVS kan dat weliswaar niet voorkomen, maar maakt het malafide bedrijven wel lastiger om de regelgeving te overtreden. Elk asbestsaneringsproject start met een asbestinventarisatie, die moet worden opgenomen in het LAVS. Wanneer een asbestsaneringsproject niet is opgenomen in het LAVS, is meteen duidelijk dat er sprake is van een illegale sanering. De toezichthouder kan zich, ook ter plaatse, via het LAVS snel op de hoogte stellen van de status van een asbestsaneringsproject. Dit draagt bij aan de effectiviteit van het toezicht op asbestsaneringen. Voorts bemoeilijkt het LAVS fraude met documenten, zoals asbestinventarisatierapporten. Na de invoering van de geïnventariseerde asbestbronnen in het LAVS en de bevestiging ervan kunnen deze gegevens namelijk niet meer worden aangepast zonder dat daaraan een nieuw asbestinventarisatierapport ten grondslag ligt.

De vraag van de leden van de VVD-fractie over sanctionering van het niet invoeren van verplichte informatie in het LAVS, kan ik als volgt beantwoorden.

Het gebruik van het LAVS is voorgeschreven in het certificatieschema en daarmee onderdeel van de certificatievoorwaarden. Wanneer een gecertificeerd bedrijf bepaalde werkzaamheden niet in het LAVS invoert, kan dit gevolgen hebben voor het certificaat. De certificerende instelling kan dan een sanctie treffen en in het uiterste geval het certificaat schorsen of intrekken. Daarnaast kunnen de betrokken overheidsinstanties via raadpleging van het LAVS toezicht houden op het voldoen aan informatieplichten. Bij overtredingen van informatieplichten, bijvoorbeeld het niet melden van de aanvang van een asbestverwijdering, kan een bedrijf worden aangesproken op het alsnog daaraan voldoen. Zo nodig kan een sanctie worden opgelegd op grond van de Wet op de economische delicten.

De leden van de PVV-fractie merken op dat zij onaangenaam verrast zijn door de stelling van de regering dat jaarlijks honderden mensen overlijden als gevolg van asbest. Er is sinds de jaren ’30 veel onderzoek verricht naar de effecten van blootstelling aan asbestvezels. De carcinogeniteit van asbestvezels bij inademing is wetenschappelijk bewezen. Asbestvezels kunnen onder meer long-, longvlies- en buikvlieskanker veroorzaken. Bij één bepaalde vorm van longkanker, mesothelioom, is in meer dan 80% van de gevallen een relatie met asbestblootstelling aangetoond. Tussen de 500–600 mensen komen jaarlijks in aanmerking voor een vergoeding op grond van de zogenaamde TNS-4 of TAS-regeling5.

De TAS-regeling (begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) is bedoeld voor slachtoffers die de ziekte mesothelioom beroepsmatig hebben opgelopen. De TNS-regeling (begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu) is bedoeld voor iedereen die mesothelioom heeft gekregen als gevolg van contact met asbest buiten de werksituatie. Over de evaluatie van deze regeling is de Kamer bij brief van 10 maart 2015 geïnformeerd6.

Op de vraag van de leden van de PVV-fractie hoe het risico van roken zich verhoudt tot het risico van asbest, merk ik het volgende op. Het zelf roken van sigaretten is onvergelijkbaar met blootstelling aan asbestvezels. Zelf roken is een keuze, blootstelling aan asbestvezels niet. Asbestvezels zijn niet waarneembaar met het oog en blootstelling kan dus niet altijd door eigen gedrag worden voorkomen. Blootgesteld worden aan andermans sigarettenrook is ook geen keuze, vandaar dat roken in openbare ruimten en de horeca verboden is.

De leden van de PVV-fractie hebben vragen gesteld over de risicoklasseindeling van asbest. De indeling in risicoklassen is gebaseerd op de concentratie in de lucht van asbestvezels die vrijkomen tijdens het verwijderen van asbest. Als de concentratie in de lucht kleiner is dan de grenswaarde, is er sprake van risicoklasse 1; is de concentratie gelijk of hoger, dan is er sprake van risicoklasse 2 of 2A7. Deze concentratie van vezels in de lucht kan gemeten worden tijdens het verwijderen. Indien het vaker voorkomende handelingen met bekende materialen betreft, kan, op grond van eerdere metingen die onder dezelfde omstandigheden zijn verricht, bepaald worden wat de te verwachten concentratie vezels in de lucht is. Dit laatste is het uitgangspunt van het digitale instrument SMART dat door asbestinventarisatiebedrijven gebruikt wordt om de risicoklasseindeling te bepalen. De risicoklasseindeling wordt opgenomen in het asbestinventarisatierapport.

In risicoklasse 1 gelden minder strenge eisen dan in risicoklasse 2/2A. Hiertoe is besloten omdat het maatschappelijk wenselijk is de maatregelen af te stemmen op het risico. Daardoor worden de strengste (en daarmee vaak duurdere) maatregelen om het risico te beheersen alleen voorgeschreven als dat nodig is. Voor verwijdering van asbest in risicoklasse 1 is geen certificaat vereist. Wel moet een risicoklasse 1-sanering worden gemeld aan de toezichthouder8. Er zijn eisen aan het onderricht van de werknemers die asbest in risicoklasse 1 verwijderen9. Zo is kennis over risico’s van asbest, materialen met asbest, noodzaak voor preventie, veilige werkwijzen en het veilig afvoeren van afvalstoffen vereist. In antwoord op de vraag van de PVV-fractie hoe de deskundigheid van bedrijven wordt vastgesteld, merk ik op dat de plicht tot het aantonen van deskundigheid (bij asbest in risicoklasse 1) niet anders is dan die van het (algemene) deskundigheidsvereiste in de arbeidsomstandighedenregelgeving. De werkgever moet zijn deskundigheid kunnen aantonen. De benodigde deskundigheid (inclusief het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen) kan per situatie verschillen en is daarom in de regelgeving niet verder ingevuld.

Op de vraag van de leden van de PVV-fractie over het door burgers inleveren van asbest bij een milieustraat merk ik op dat burgers alleen onder voorwaarden zelf asbest mogen verwijderen en afvoeren naar een milieustaat. Slechts in een aantal uitzonderingsgevallen waarin het risico voor mens en milieu verwaarloosbaar is, mogen particulieren maximaal 35 m2 verwijderen en onder voorwaarden afvoeren naar een milieustraat. Het gaat dan om bijvoorbeeld hechtgebonden plaatmateriaal dat niet (door zagen of boren) is aangetast, omdat dan asbestvezels los kunnen komen.

Voor het antwoord op de vraag van de leden van de CDA-fractie hoe het LAVS bijdraagt aan het vergemakkelijken van het doorlopen van wettelijke procedures verwijs ik naar mijn brief van 8 mei 2017 over het opleiden van asbestsaneerders en het plan van aanpak asbestsanering waarin ik deze vraag al heb beantwoord.10

De leden van de SP-fractie vragen of de regering bereid is na één jaar te evalueren of het verplichte gebruik van het LAVS heeft geleid tot een verbetering van de informatie-uitwisseling tussen bedrijven en opdrachtgevers en tot een verbetering van toezicht en handhaving. De mate van naleving van de asbestregelgeving wordt door veel meer factoren dan alleen het LAVS bepaald. Daardoor is de effectiviteit van het LAVS op dit punt niet zelfstandig vast te stellen.

Het LAVS is een ketenvolgsysteem en zodanig ingericht dat de verplichte informatie-uitwisseling tussen professionele ketenpartijen automatisch plaatsvindt. Die verbetering van de informatie-uitwisseling zal dus in elk geval kunnen worden verwezenlijkt. Daarnaast zal ook de informatie-uitwisseling tussen de betrokken instanties automatisch verbeteren doordat alle informatie over asbestsaneringsprojecten in het LAVS kan worden geraadpleegd, zoals ik al heb toegelicht bij de beantwoording van de vraag van de leden van de GroenLinks-fractie over een betere naleving van informatieverplichtingen door het LAVS.

De komende periode blijf ik het gebruik van het LAVS monitoren. Verder blijf ik in overleg met de asbestsector en betrokken instanties over het functioneren van het LAVS en het zo nodig verbeteren van het LAVS. Ik zie derhalve op dit moment geen toegevoegde waarde van het uitvoeren van een evaluatie van het LAVS.

In antwoord op de vraag van de leden van de SP-fractie over de mogelijkheid om op vrijwillige basis informatie over asbestsaneringsprojecten in het LAVS in te voeren in het geval reeds in een eerder stadium is voldaan aan de informatieverplichtingen, kan ik opmerken dat dit geen doelstelling is van het LAVS, maar dat het LAVS wel deze mogelijkheid biedt. Het LAVS is bedoeld om bedrijven te helpen om beter aan hun informatieplichten te voldoen en om het toezicht op lopende asbestsaneringsprojecten te ondersteunen.

Inhoud van het wetsvoorstel

De leden van de VVD-fractie vragen of de sloopmelding die via het OLO is ingediend automatisch wordt opgeslagen in het LAVS en of het gebruik van deze twee loketten wenselijk is vanuit de één-loketgedachte van de Omgevingswet. Inmiddels is een ICT-technische koppeling tussen het OLO en LAVS gerealiseerd. Dat betekent dat bedrijven de sloopmelding via het OLO kunnen indienen zonder dat al eerder in het LAVS ingevoerde gegevens nogmaals moeten worden ingevoerd. Het OLO roept de benodigde gegevens, zoals de projectgegevens en het asbestinventarisatierapport, bij het invullen van het OLO-sloopformulier automatisch uit het LAVS op. Het via het OLO ingediende sloopformulier wordt vervolgens automatisch opgeslagen in het LAVS.

De OLO-LAVS koppeling voldoet hiermee aan de één-loketgedachte vanuit de Omgevingswet omdat ten eerste de informatie die (via het LAVS) al is ingediend, niet nogmaals hoeft te worden verstrekt bij het indienen van de sloopmelding voor een asbestsaneringsproject via het OLO. Door de koppeling van de loketten worden de administratieve lasten voor de gebruiker beperkt. Ten tweede wordt voldaan aan de uitgangspunten van de Omgevingswet dat alle meldingen in het omgevingsrecht (waaronder de sloopmelding voor een asbestsaneringsproject) via het OLO moeten worden ingediend. Daarmee wordt voor de gebruiker een duidelijke situatie geschapen, want alle sloopmeldingen lopen via het OLO.

De leden van de VVD-fractie hebben een aantal vragen gesteld over de toegankelijkheid van het LAVS voor particulieren. Particuliere (d.w.z. niet-professionele) opdrachtgevers hebben geen toegang tot het LAVS. Het LAVS is bedoeld voor de professional die bedrijfsmatig met asbestwerkzaamheden te maken heeft en daarbij onder meer aan wettelijke informatieverplichtingen moet voldoen. Het LAVS is niet bedoeld voor een particulier, voor wie geen informatieverplichtingen gelden waaraan hij via het LAVS moet voldoen. Het LAVS beoogt ook niet om de burger te informeren over de aanwezigheid van asbest in de omgeving.

De informatie die in het LAVS terechtkomt over het asbestproject waarbij een particulier is betrokken, is hem al bekend, omdat hij die informatie als opdrachtgever voor de asbestwerkzaamheden in de regel al rechtstreeks ontvangt van de bedrijven die hij daarvoor heeft ingeschakeld en hen daarop kan aanspreken indien dit niet gebeurt. Het heeft voor particulieren weinig zin om deze informatie op te vragen bij de beheerder van het LAVS, omdat hij dan informatie ontvangt die hij al in huis heeft.

In antwoord op de vraag van de leden van de VVD-fractie over het vaststellen van draagvlak onder particulieren om hen toegang te verlenen tot het LAVS, merk ik het volgende op. Indien de beheerder van het LAVS, via de helpdesk LAVS, veelvuldig vragen van particulieren zou ontvangen om informatie over hun asbestsaneringsprojecten te verstrekken, kan dat een indicatie zijn om te onderzoeken in hoeverre het technisch mogelijk is om het LAVS ook toegankelijk te maken voor particulieren (alleen voor hun eigen asbestprojecten) en welke kosten daaraan zijn verbonden. Omdat particulieren alle informatie die in het LAVS is opgenomen over werkzaamheden in het kader van hun project ook al ontvangen van de bedrijven aan wie ze daartoe opdracht hebben verleend, moet wel blijken welke meerwaarde dit zou hebben en welke risico’s dit meebrengt voor het goede functioneren van het LAVS en mogelijke overbelasting van de beheerder. Zolang de beheerder van het LAVS niet aangeeft veel informatieverzoeken te ontvangen, is een draagvlakonderzoek naar mijn mening niet nodig.

De leden van de PVV-fractie hebben verschillende vragen gesteld over de vrijwillige registratie van de verwijdering van asbest in risicoklasse 1. Dat het in het LAVS invoeren van informatie over een asbestsanering in risicoklasse 1 vrijwillig is, volgt uit de vigerende regelgeving, zoals ik al heb toegelicht in de inleiding en in het antwoord op de vraag van de leden van de PVV-fractie over de risicoklasseindeling van asbest. Alle asbestinventarisaties moeten in het LAVS worden ingevoerd, dus ook inventarisaties die betrekking hebben op risicoklasse 1. Voor asbestsaneringen in risicoklasse 2 en 2A moet ook alle andere wettelijk vereiste informatie in het LAVS worden ingevoerd.

Aangezien asbestsaneringen vaak bestaan uit verschillende asbestbronnen van verschillende risicoklassen en asbestverwijderingsbedrijven meestal de opdracht krijgen tot verwijdering van alle asbestbronnen, ook die van risicoklasse 1, kiezen deze bedrijven er uit oogpunt van efficiëntie vaak voor om het hele project in te voeren en daarbij niet de informatie af te splitsen die alleen op asbest van risicoklasse 1 betrekking heeft. Daarom is het niet verstandig om de mogelijkheid uit te sluiten om in het LAVS informatie over asbestsaneringen in te voeren die betrekking heeft op risicoklasse 1. Dat zou bedrijven onnodig op kosten jagen.

Voorts vragen de leden van de PVV-fractie waarom particulieren en niet-gecertificeerde bedrijven geen informatie in het LAVS mogen opzoeken. Ik verwijs allereerst naar mijn antwoord op overeenkomstige vragen van de leden van de VVD-fractie. Zoals daar al is toegelicht, rusten op particulieren en niet-gecertificeerde bedrijven geen verplichtingen om informatie te verstrekken via het LAVS en is het LAVS ook niet bedoeld om particulieren of bedrijven te informeren over de aanwezigheid van asbest in de omgeving. Het LAVS is bedoeld voor de professional die moet voldoen aan informatieverplichtingen over de werkzaamheden die hij in het kader van een asbestsanering verricht, zodat alle informatie over asbestsaneringsprojecten op één punt voorhanden is voor bedrijven en instanties die bij die projecten betrokken zijn. Particuliere opdrachtgevers krijgen, zoals eerder aangegeven, alle informatie die over hun asbestprojecten in het LAVS is opgenomen rechtstreeks van de bedrijven aan wie zij opdracht hebben gegeven om werkzaamheden te verrichten.

Voor de beantwoording van de vraag van de leden van de CDA-fractie over mogelijke gevolgen en/of sancties in geval van overtreding van informatieverplichtingen verwijs ik terug naar het antwoord dat ik heb gegeven op de vraag die de leden van de VVD-fractie hierover hebben gesteld.

Voor de beantwoording van de vraag van de leden van de D66-fractie over de koppeling tussen het OLO en het LAVS verwijs ik terug naar mijn antwoord op de vraag die de leden van de VVD-fractie hierover hebben gesteld.

Voorts vragen de leden van de D66-fractie over de stand van zaken van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), waarin het OLO zal opgaan, en de koppeling daarvan aan het LAVS. Het DSO wordt ontwikkeld als deelprogramma binnen het Implementatieprogramma «Aan de slag met de Omgevingswet». Het deelprogramma is bij vaststelling van het programmaplan begin 2017 overgegaan van de kwartiermakerfase naar de ontwikkelfase. De Minister van Infrastructuur en Milieu stuurt namens het kabinet samen met de interbestuurlijke partners op de voortgang van de ontwikkeling, de kosten en de kwaliteit van het DSO. In de komende periode worden periodiek werkende deelproducten opgeleverd. Daardoor kan gestuurd worden aan de hand van verschillende mijlpalen11. Zo is er een eerste mijlpaal halverwege dit jaar wanneer de benodigde functionaliteiten gereed moeten zijn waarmee kan worden gestart met het digitaal toepasbaar maken van de rijksregelgeving. Toepasbaar maken wil zeggen dat de regelgeving door middel van vragenbomen, formulieren en dergelijke digitaal vertaald wordt om in het digitaal stelsel gebruiksvriendelijk ontsloten te worden. Het kabinet stuurt op tijdige beschikbaarheid van het DSO voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Zowel in de ontwikkeling van het DSO als in de doorontwikkeling van het LAVS wordt rekening gehouden met het kunnen koppelen van LAVS aan het DSO, zodat de koppeling aan het huidige OLO ook onder het DSO wordt voortgezet.

In antwoord op de vraag van de leden van de GroenLinks-fractie over het actief informeren van burgers dat informatie over hun asbestprojecten opvraagbaar is, verwijs ik allereerst terug naar de antwoord op de vraag die de leden van de fracties van VVD en PVV hebben gesteld over de toegang tot het LAVS voor particulieren. Daaruit blijkt dat particulieren in het LAVS geen andere informatie over hun asbestsaneringsprojecten aantreffen dan ze al rechtstreeks ontvangen van de bedrijven die zij als opdrachtgever daarvoor hebben ingeschakeld.

Aanvullend merk ik op dat ik zal zorgen dat burgers op de website van het LAVS12 en op www.rijksoverheid.nl worden geïnformeerd over het LAVS, de informatie die daarin wordt opgenomen en het adres waar ze terecht kunnen voor vragen.

Op de vraag van de leden van de GroenLinks-fractie over informatie opvragen over asbestsanering in publieke voorzieningen merk ik op dat het LAVS niet is bedoeld en ingericht om burgers te informeren over asbestsaneringen die in hun omgeving plaatsvinden. Allereerst is de eigenaar van de publieke voorziening verantwoordelijk om bezoekers en medewerkers actief over dergelijke werkzaamheden te informeren en passende maatregelen te nemen teneinde de veiligheid en gezondheid te waarborgen. Daarnaast publiceert de gemeente de voorgenomen sloopmelding in de huis-aan-huiskrant of op de gemeentewebsite. Het Rijk heeft ook een app, genaamd Asbestwerkzaamheden, beschikbaar gesteld die een actueel overzicht van asbestsaneringswerkzaamheden geeft. Voorts staat op de Atlas leefomgeving welke scholen en ziekenhuizen een asbestinventarisatie hebben uitgevoerd13.

De leden van de SP-fractie vragen of de regering bereid is om bedrijven en opdrachtgevers die te maken hebben met de verwijdering van asbest in risicoklasse 1, actief te wijzen op de mogelijkheid om hun informatie op vrijwillige basis in het LAVS te plaatsen. Zoals ik heb toegelicht in mijn antwoord op de vraag van de leden van de PVV-fractie over vrijwillige registratie van verwijderde asbestbronnen van risicoklasse 1, zullen naar verwachting alle verwijderde asbestbronnen in risicoklasse 1 in de regel vrijwillig in het LAVS worden opgenomen. Ik zie daarom geen aanleiding om bedrijven en opdrachtgevers actief te wijzen op de mogelijkheid om vrijwillige risicoklasse 1 saneringen in het LAVS in te voeren, omdat risicoklasse 1 saneringen niet onder de certificatieplicht vallen. Dit is al toegelicht in het antwoord op de vraag van de leden van de PVV-fractie over de risicoklasseindeling.

In antwoord op de vraag van de leden van de SP-fractie over het bestaan van bedrijven die nog via de schriftelijke weg aan hun informatieplichten voldoen, merk ik op dat mij geen opdrachtgevers en bedrijven bekend zijn die via de schriftelijke weg informatie verstrekken. Voor alle informatieplichten stond de digitale weg ook al lang vóór de verplichtstelling van het LAVS open. Digitale informatie hoefde toen echter nog niet via het LAVS te worden verstrekt. Van het LAVS werd alleen op vrijwillige basis gebruik gemaakt.

Voorts vragen de leden van de SP-fractie naar de inzet om bedrijven voldoende vertrouwd te raken met het LAVS. In voorbereiding op de verplichtstelling heeft een intensief voorlichtingsprogramma plaatsgevonden. De gecertificeerde bedrijven zijn met gerichte mailing, via de brancheorganisaties en via de LAVS-website, veelvuldig geïnformeerd over de verplichtstelling van het gebruik van het LAVS. Tevens wordt de mogelijkheid geboden trainingen te volgen om met het LAVS bekend te raken. Hiervan is al door de meerderheid van de bedrijven gebruik gemaakt. Om structurele gebruikersondersteuning te bieden, is een helpdesk beschikbaar waar zowel telefonisch als per email vragen gesteld kunnen worden. Met toezichthouders is er intensief overleg hoe het LAVS kan bijdragen aan toezicht en handhaving.

Voor het antwoord op de vraag van de leden van de SP-fractie over het toegankelijk maken van het LAVS voor particulieren, verwijs ik terug naar mijn antwoord op de vraag die de leden van de fracties van VVD en PVV hierover hebben gesteld.

Voor het antwoord op de vraag van de leden van de SP-fractie of de regering bereid is professionele opdrachtgevers zoals woningcorporaties te wijzen op de mogelijkheid om gegevens over hun projecten (op vrijwillige basis) in het LAVS in te voeren, verwijs ik terug naar mijn antwoord op eenzelfde vraag van de leden van SP-fractie. Aanvullend wil ik opmerken dat ik professionele opdrachtgevers steun die het LAVS op vrijwillige basis willen gebruiken voor de gewenste regievoering. Een aantal woningbouwcorporaties gebruikt het LAVS al op vrijwillige basis. AEDES stimuleert en ondersteunt de invoering. Via het LAVS kunnen woningbouwcorporaties gedurende de asbestverwijdering de status van het asbestproject volgen en regie voeren. De mogelijkheid van een koppeling van het LAVS met het eigen vastgoedbezit zal naar verwachting nog meer corporaties stimuleren om het LAVS te gebruiken. Dan kan het LAVS ook als beheersysteem worden gebruikt. Daarmee kan het onderhoud planmatig worden uitgevoerd, wat grote voordelen biedt. De beheerder van het LAVS kan woningbouwcorporaties bij een koppeling met het LAVS ondersteunen.

Enkele juridische aspecten

De leden van de VVD-fractie vragen waarom woningcorporaties niet verplicht zijn om gegevens over hun projecten in het LAVS in te voeren. Het LAVS is bedoeld voor de professional die bedrijfsmatig asbestwerkzaamheden uitvoert en op grond van vigerende regelgeving verplicht is hierover via het LAVS informatie te verstrekken. Deze informatieplichten zijn opgenomen in het certificatieschema in de Arbeidsomstandighedenregeling. Dat betekent dat gegevens over projecten van woningbouwcorporaties in het LAVS worden opgenomen door inventarisatiebedrijven en verwijderingsbedrijven. De naam van de opdrachtgever en het adres van de projectlocatie behoren tot de verplicht te verstrekken informatie.

Toezicht en handhaving

De leden van de SP-fractie vragen naar mogelijke capaciteitsproblemen bij toezicht en handhaving als gevolg van een mogelijke toename van het aantal geregistreerde overtredingen. Het is niet mijn verwachting dat de verplichting op grond van het certificatieschema in de Arbeidsomstandighedenregeling om via het LAVS informatie te verstrekken, zal leiden tot capaciteitsproblemen bij toezicht en handhaving.

Allereerst worden geen nieuwe informatieplichten in het leven geroepen. Indien de wettelijk vereiste informatie niet op de juiste, wettelijk voorgeschreven, wijze via het LAVS is verstrekt, is niet aan de desbetreffende informatieverplichting voldaan, zoals ook het geval is wanneer de informatie die is verstrekt onjuist of onvolledig is. Dat is niet anders dan nu ook al het geval is.

Voorts is het mijn verwachting dat de verplichtstelling van het LAVS zal leiden tot een betere nakoming van informatieverplichtingen over asbestsaneringen door de betrokken bedrijven, zodat er minder overtredingen van de informatieverplichtingen zullen plaatsvinden en er voor handhaving dus ook minder snel aanleiding bestaat.

Voor het antwoord op de vraag van de leden van de SP-fractie over de sanctiemaatregelen die kunnen worden opgelegd aan partijen die niet (tijdig) voldoen aan de wettelijke informatieverplichting, verwijs ik terug naar mijn antwoord op eenzelfde vraag van de leden van de fracties van VVD en PVV.

Gevolgen voor de Rijksbegroting

De leden van de CDA-fractie vragen naar de precieze opbouw van de kosten van het LAVS. De kosten voor instandhouding en beheer van het LAVS bedragen jaarlijks circa € 800.000 en zijn opgebouwd uit een aantal vaste elementen, naar de stand van 2017: operationeel beheer en hosting à € 320.000, technisch beheer à € 160.000, applicatiebeheer à € 90.000, correctief en adaptief onderhoud à € 100.000, licenties à € 40.000 en support à € 55.000. Daarnaast is in verband met de verplichtstelling LAVS extra geïnvesteerd in gebruikersondersteuning à € 30.000 (website, voorlichtingsmateriaal, trainingen).

Totstandkoming van het wetsvoorstel

Naar aanleiding van de vraag van de leden van de D66-fractie over de Privacy Impact Assessment (PIA) wordt opgemerkt dat de PIA ter beschikking is gesteld aan de betrokken functionaris gegevensbescherming van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Tevens is in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel omschreven hoe met de resultaten van de uitgevoerde PIA is omgegaan. Vervolgens hebben de Autoriteit Persoonsgegevens en de Afdeling advisering van de Raad van State hierover advies uitgebracht. Op deze wijze zijn de resultaten van de uitgevoerde PIA verwerkt overeenkomstig de afspraken die hierover met de Tweede Kamer zijn gemaakt.14

Voorts hebben de leden van de D66-fractie vragen op welke manier wordt gewaarborgd dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zo klein mogelijk wordt gehouden. In het LAVS worden persoonsgegevens opgenomen, namelijk het adres waar de asbestsanering plaatsvindt en de naam van de particulier die de asbestsanering laat uitvoeren. Eerder was ook een gevoelig persoonsgegeven in het LAVS opgenomen, namelijk het burgerservicenummer (BSN). Sinds de koppeling tussen OLO en LAVS, waarop is ingegaan in antwoord op de vraag van de leden van de VVD-fractie over de sloopmelding, wordt het BSN echter niet meer opgenomen. De verwerking van deze beschermde persoonsgegevens is nodig, zodat de uitvoerende partijen en (ook particuliere) opdrachtgevers door toezichthouders kunnen worden gecontroleerd en zo nodig aangesproken. Beschermde persoonsgegevens mogen alleen worden verwerkt voor nadrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doelen. Het voorliggende wetsvoorstel voorziet daarin, zoals in de memorie van toelichting is toegelicht. Om niet-geautoriseerde of onrechtmatige verwerking van (persoons)gegevens in het LAVS te voorkomen, zijn de bij het Rijk gebruikelijke technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen getroffen. Daarmee wordt geborgd dat er geen inbreuk op persoonlijke gegevens wordt gemaakt. Tijdens recente werkzaamheden is echter door een externe ICT-leverancier geconstateerd dat persoonsgegevens onvoldoende afgeschermd bleken te zijn. Er zijn geen aanwijzingen van misbruik. Het LAVS is vervolgens daarop aangepast. Conform de vigerende procedures is dit ook gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu beziet samen met de Autoriteit Persoonsgegevens of nog andere vervolgstappen wenselijk zijn.

De leden van de D66-fractie vragen om meer inzicht in de wijze waarop de toegankelijkheid van het LAVS zal worden uitgewerkt. De toegang tot het LAVS wordt voornamelijk geregeld via een wijziging van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 op grond van hoofdstuk 9 van de Wet milieubeheer. Op dit moment wordt gewerkt aan de opstelling hiervan. In het uitvoeringsbesluit moeten in ieder geval de gegevens en bescheiden worden aangewezen die in het LAVS worden opgenomen, alsmede de personen en instanties die toegang tot het LAVS krijgen. Daarnaast moeten voor de in het LAVS opgenomen gegevens en bescheiden ook de bewaartermijnen worden bepaald. De bij een asbestproject betrokken partijen krijgen toegang tot het LAVS. Dit zijn professionele opdrachtgevers, certificaathouders (inventarisatiebedrijven en verwijderingsbedrijven), eindbeoordelingsinstellingen en instanties die zijn belast met toezicht en handhaving.

Voorts vragen de leden van de D66-fractie of er een voorziening wordt getroffen waarmee gecontroleerd kan worden of er geen ongeautoriseerde toegang plaatsvindt. Het LAVS kent thans geen voorziening waarmee systeemgebeurtenissen en acties van gebruikers kunnen worden vastgelegd («logging»). Ik zal laten onderzoeken of logging in een volgende release van het LAVS kan worden gerealiseerd. Verder voldoet het LAVS aan de voor het Rijk gangbare beveiligingsrichtlijnen15. Het LAVS werkt met elektronische herkenning (eHerkenning). Gebruikers van het LAVS moeten beschikken over een eHerkenning-account en moeten door hun organisatie gemachtigd zijn om van het LAVS gebruik te mogen maken. Daarnaast moeten de organisaties door de beheerder van het LAVS zijn geautoriseerd. Hiermee wordt ongeautoriseerde toegang tot het LAVS voorkomen.

Op de vraag van de leden van de D66-fractie waarom geen internetconsultatie over het wetsvoorstel heeft plaatsgevonden, luidt het antwoord dat het wetsvoorstel alleen een wettelijke grondslag bevat voor zaken die in de uitvoeringsregelgeving worden geoperationaliseerd. Het wetvoorstel beoogt geen verandering van verplichtingen en rechten, administratieve lasten of uitvoeringslasten.

Voor de vragen van de leden van de D66-fractie over inspraak tijdens de totstandkoming van de AMvB wordt verwezen naar het antwoord op de vergelijkbare vragen van de leden van de fracties van VVD en PVV.

Overig

De leden van de VVD-fractie hebben een aantal vragen gesteld over het informeren van burgers over het hebben van een asbestdak. Gemeenten en provincies beslissen zelf of het hebben van een totaalbeeld van de panden waarin asbest is verwerkt wenselijk is. Voor het in kaart brengen van asbestdaken zijn verschillende methoden beschikbaar waarvan decentrale overheden gebruik kunnen maken. Om de redenen die ik al eerder heb aangegeven, is het LAVS een webapplicatie die beoogt het volledige proces van asbestsanering (van inventarisatie, verplichte meldingen tot vrijgave en afvalstort) in beeld te brengen voor degenen die tot het LAVS toegang hebben. Het LAVS is niet bedoeld als registratiesysteem van locaties waar vermoedelijk asbest aanwezig is. Met risicogestuurd toezicht wordt bedoeld dat extra toezicht wordt gehouden als blijkt dat een project niet in het LAVS voorkomt dan wel gegevens over een asbestsaneringsproject ontbreken of ingevoerde gegevens inconsistent zijn. Dit kan aanleiding zijn om tevens te controleren of de werkzaamheden conform de wettelijke eisen zijn uitgevoerd.

De leden van de CDA-fractie hebben enkele vragen over de kwaliteit van het LAVS. De beheerder van het LAVS monitoort het gebruik van het LAVS en houdt het functioneren van het LAVS continu in de gaten. Direct na de verplichtstelling zijn er storingen geweest als gevolg van de enorme toename in gebruik. Het LAVS kende tijdelijke, kortstondige uitval en werkte traag. De beheerder van het LAVS was hiervan direct op de hoogte en heeft actie ondernomen om de problemen op te lossen. Er is extra servercapaciteit bijgeplaatst, wat geleid heeft tot het oplossen van de problemen met betrekking tot de stabiliteit en toegankelijkheid van het LAVS. Ook de snelheid waarmee met de applicatie kan worden gewerkt is verbeterd, en er wordt aan nog verdere verbetering gewerkt. De beheerder van het LAVS is samen met de leverancier van het LAVS een onderzoek gestart hoe de snelheid van de applicatie verbeterd kan worden. Maatregelen hiervoor worden met de volgende release na de zomer in productie genomen.

Voorts vragen de leden van de CDA-fractie of het mogelijk is voor saneerders om niet voor elke nieuwe invoer te moeten inloggen. Voor een nieuwe invoer moet opnieuw worden ingelogd als de gebruiker het LAVS heeft afgesloten of als het LAVS door inactiviteit (half uur) niet is gebruikt. Het is gebruikelijk dat in dat geval opnieuw gebruikersnaam en wachtwoord moeten worden ingevoerd. Met het oog op veilig gebruik van het LAVS worden de gebruikersnaam en het wachtwoord van de gebruiker door het LAVS niet opgeslagen op de computer van de gebruiker.

Ook vragen de leden van de CDA-fractie naar de toegankelijkheid, kennis en kunde van de helpdesk LAVS. In aanloop tot de verplichtstelling is de helpdesk LAVS zowel kwalitatief als kwantitatief uitgebreid om gedegen gebruikersondersteuning te kunnen bieden. Binnen de helpdesk is zowel juridische, toezichthoudende, communicatieve als ICT-expertise aanwezig. Gevoegd bij de ervaringen met onder meer de helpdesk van het OLO ga ik ervan uit dat er voldoende kennis en kunde aanwezig is om toereikende gebruikersondersteuning te kunnen bieden.

De leden van de CDA-fractie vragen het LAVS pas verplicht te stellen nadat met de asbestsector is overlegd om de kwaliteit van het LAVS te verbeteren. Het LAVS is inmiddels verplicht voor certificaathouders, zoals ik in de inleiding heb toegelicht. Het overleg met de asbestsector wordt voortgezet in gebruikersoverleggen om gezamenlijk de vinger aan de pols te houden over de werking van het LAVS in de praktijk en te kijken hoe de kwaliteit nog verder verbeterd kan worden.

De leden van de CDA-fractie vragen een toelichting over het verzekeren van asbestdaken. Het is mogelijk dat verzekeraars asbestdaken niet meer verzekeren met het oog op het beoogde verbod van asbestdaken met ingang van 1 januari 2024. Dat is aan de individuele maatschappijen om te besluiten. Het is niet onlogisch dat bij een wettelijk verbod op het hebben van asbestdaken er ook geen verzekeringsdekking voor die daken meer wordt geboden. Vanuit mededingingsoogpunt mogen verzekeraars hierover geen onderlinge afspraken maken. Ik wijs er op dat dit vraagstuk los staat van het LAVS.

De leden van de SGP-fractie hebben uit het werkveld signalen ontvangen dat het huidige LAVS niet naar behoren zou functioneren. Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar mijn antwoord op de vraag van de leden van de CDA-fractie over de kwaliteit van het LAVS. In aanvulling hierop merk ik op dat het LAVS zo is ingericht dat eenmaal ingevoerde gegevens niet gewijzigd kunnen worden. Dit bemoeilijkt fraude met gegevens en is juist de bedoeling, zoals ik heb uitgelegd onder de vraag van de leden van de VVD-fractie over illegale asbestsaneringen.

De leden van de SGP-fractie vragen of de regering bereid is het LAVS pas te verplichten wanneer bedrijfseigen informatiesystemen aan het LAVS gekoppeld kunnen worden om onnodig dubbel werk te voorkomen. Ik kan de leden van de SGP-fractie mededelen dat bedrijven desgewenst al lang hun zaaksystemen aan het LAVS kunnen koppelen. De beheerder van het LAVS stelt hiervoor een koppelvlak ter beschikking en kan bedrijven hierover adviseren. De keuze van bedrijven voor een koppeling met het LAVS en de voordelen die dit met zich meebrengt dan wel een handmatige invoer van gegevens in het LAVS betreft een kosten-batenafweging die zij zelf verrichten.

Inmiddels blijkt dat vooral de grotere asbestinventarisatiebureaus zelf gebruik maken van de koppeling en dat de kleinere dit doen via een dienst die door derden wordt aangeboden.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Dit betreft het Arbeidsomstandighedenbesluit en de Arbeidsomstandighedenregeling, zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0008498/2017-01-01 en http://wetten.overheid.nl/BWBR0008587/2017-05-01.

X Noot
4

Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom.

X Noot
5

Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014.

X Noot
6

Kamerstuk 28 663, nr. 62.

X Noot
8

Artikel 4.47c Arbeidsomstandighedenbesluit en artikel 1.26 Bouwbesluit 2012.

X Noot
9

Artikel 4.45b Arbeidsomstandighedenbesluit.

X Noot
10

Kamerstukken II 2016/17, 1777.

X Noot
12

www.lavsinfo.nl.

X Noot
13

Zie Kamerstuk 25 834, nr. 112 en www.atlasleefomgeving.nl.

X Noot
14

Kamerstukken II 2012/13, 31 051, F.

X Noot
15

Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst.