Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201625834 nr. 112

25 834 Problematiek rondom asbest

Nr. 112 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juni 2016

Met deze brief informeer ik u achtereenvolgens over de voortgang van de werkzaamheden van de Aanpak Asbestdaken, over de stand van zaken van de subsidieregeling verwijdering asbestdaken, over de resultaten van het onderzoek van de GGD naar asbestinventarisaties op scholen, en over de stand van zaken van het plan van aanpak asbestbrand.

Aanpak Asbestdaken

In het VSO Externe Veiligheid van 16 maart 2016 (Handelingen II 2015/16, nr. 65, item 11) heb ik met uw Kamer van gedachten gewisseld over hoe het asbestdakenverbod in 2024 gerealiseerd kan zijn. Tijdens het VSO heb ik toegezegd in mei de eerste voortgang van de werkzaamheden rondom de Aanpak Asbestdaken te geven. Ook zijn de moties Smaling, Geurts, en Cegerek1 aangenomen waarin de regering verzocht wordt om de regie te nemen in de sanering van asbestdaken en om voor het einde van het jaar te komen met een landelijk plan van aanpak. Met deze brief informeer ik u hoe ik aan deze moties uitvoering geef.

Er is in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden van het vormen van een breed samenwerkingsverband. De afgelopen maanden is door een groot aantal partijen2 enthousiast gereageerd op deelname aan het samenwerkingsverband en is er vertrouwen ontstaan in het gezamenlijk aanpakken van de grootschalige sanering van asbestdaken. Ook zijn een aantal ambassadeurs aangezocht die de Aanpak Asbestdaken vanuit hun eigen expertise verder zullen brengen. Daarnaast is in kaart gebracht welke vervolgacties nodig zijn om de versnelling van de asbestdakensanering te realiseren.

Het is nu zaak om met het samenwerkingsverband voortvarend aan de slag te gaan. Als eerste stap wordt in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een programmabureau opgericht. Dit programmabureau bestaat uit een klein en slagvaardig team en begint voor de zomer. Het programmabureau zorgt ervoor dat er voor het einde van het jaar een uitgewerkt jaarplan ligt, waarover ik u dan zal informeren. Bij de landelijke aanpak ligt de focus op het identificeren van acties per doelgroep om zowel het aanbod van asbestdakenverwijdering als de vraag naar de verwijdering te vergroten en te faciliteren. Hierbij wordt onder meer gedacht aan het organiseren van schaalgrootte, het faciliteren en stimuleren van aantrekkelijke financieringsopties en het begeleiden en ontzorgen van niet-deskundige eigenaren.

Er worden nu verschillende regionale initiatieven ontplooid die als voorbeeld kunnen dienen. Het programmabureau zal een platform ontwikkelen waar deze projecten gedeeld kunnen worden. Ook zal het programmabureau nieuwe initiatieven initiëren en ondersteunen.

Daarnaast ondersteunt het programmabureau de ambassadeurs die de Aanpak Asbestdaken actief uitdragen. Onder meer de provincies Limburg en Overijssel zijn bereid gevonden om ambassadeur te zijn. Beide provincies zijn actief aan het werk met het saneren van asbestdaken, en de kennis en ervaring die zij opdoen kunnen als voorbeeld dienen voor andere overheden. Hiermee geef ik uitvoering aan de motie Smaling/Van Veldhoven3 over het betrekken van de provincies Limburg en Overijssel bij het overleg over de asbestsanering.

Subsidieregeling

Naast de hierboven beschreven Aanpak Asbestdaken stimuleer ik de verwijdering van asbestdaken ook met een subsidieregeling. Deze subsidieregeling staat open voor alle eigenaren van een asbestdak. Eind mei waren er ruim 1.700 aanvragen ingediend voor in totaal € 4,7 mln. Particulieren maken tot nu toe goed gebruik van de subsidieregeling, evenals agrariërs. Subsidieaanvragen vanuit de non-profit sector blijven vooralsnog achter. Vandaar dat ik aan het programmabureau i.o. heb gevraagd om specifiek voor deze doelgroep te bezien welke mogelijkheden er zijn om de subsidie beter te benutten.

Scholen

In het verleden is er met uw Kamer vaak van gedachten gewisseld over een verplichte asbestinventarisatie voor scholen. In 2011 en 2012 zijn er enquêtes uitgezet bij scholen. Daaruit bleek dat 68% van scholen voor 1994 een asbestinventarisatie heeft laten uitvoeren. Ook nadat deze enquêtes waren uitgevoerd, heb ik het van belang gevonden om scholen te blijven attenderen op hun verantwoordelijkheden. Vandaar dat ik in 2015 aan GGD GHOR Nederland heb gevraagd te onderzoeken hoe de contacten tussen scholen en de GGD benut kunnen worden om de resterende scholen een asbestinventarisatie te laten uitvoeren en zo nodig een asbestbeheersplan te laten opstellen. De GGD heeft voor zijn onderzoek4 gemeenten rechtstreeks benaderd. Gemeenten bleken over het algemeen een goed overzicht te hebben over welke scholen wel en niet geïnventariseerd zijn. Niet alle scholen met een asbestinventarisatie bleken een beheersplan te hebben.

Uit het onderzoek van GGD GHOR Nederland in vier gemeenten bleek dat meer scholen (tussen 95% en 100%) een asbestinventarisatie hadden uitgevoerd dan vermeld staat in de Atlas Leefomgeving. In 2016 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu daarom aan de GGD gevraagd om een vervolgonderzoek uit te voeren. Vervolgens heeft de GGD tien gemeenten benaderd met de vraag hoeveel scholen een asbestinventarisatie hebben uitgevoerd. Ook uit dit onderzoek4 bleek dat een grote meerderheid van de scholen inmiddels een asbestinventarisatie heeft laten uitvoeren. Ook de resultaten van dit onderzoek zijn heel positief en geven aan dat het aantal asbestinventarisaties bij scholen hoger ligt dan nu in de Atlas Leefomgeving staat.

In totaal zijn er 398 scholen betrokken bij het onderzoek van de GGD. Dit is een representatieve steekproef. Ik vind het echter niet wenselijk om de resultaten direct landelijk te extrapoleren. De gekozen onderzoeksmethode is te arbeidsintensief om landelijk toe te passen. Ik vind het echter wel van belang om een vervolg te geven aan dit onderzoek om te achterhalen of inderdaad meer scholen dan tot nu toe bekend een asbestinventarisatie hebben laten uitvoeren. Vandaar dat ik na de zomer alle gemeentebesturen zal benaderen met het verzoek om aan te geven welke scholen in hun gemeenten al een asbestinventarisatie hebben laten uitvoeren. Hierbij zal ik ook het belang van het hebben van een asbestbeheersplan onderstrepen. Ik verwacht voor het einde van het jaar de eerste resultaten te kunnen presenteren, en zal uw Kamer hierover informeren.

De afgelopen jaren is er veel aandacht besteed vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Milieu aan het belang voor scholen om een asbestinventarisatie te laten uitvoeren. Gezien de resultaten van het GGD-onderzoek heeft deze aanpak gewerkt. Een wettelijke verplichting tot het uitvoeren van een asbestinventarisatie voor scholen acht ik dan ook niet wenselijk. Gemeenten en schoolbesturen nemen verantwoordelijkheid en zijn op de goede weg. Een wettelijke verplichting voegt hier weinig aan toe.

Herziening plan van aanpak asbestbrand

In antwoorden op vragen van het lid Smaling5 heb ik aangegeven dat ik aan het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) zal vragen of de oplevering van de herziening van het plan van aanpak asbestbrand versneld kan worden. In overleg met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu versnelt en intensiveert het IFV de herziening waar mogelijk.

Zowel het IFV als het Ministerie van Infrastructuur en Milieu hechten aan een herziening van het plan van aanpak die aansluit bij de operationele en bestuurlijke praktijk. Daarom is besloten om bij de herziening van het plan van aanpak bestuurlijke casus (bijv. de asbestbrand in Westland) te betrekken en om bestuurders en publieke organisaties de herziening van het plan van aanpak te laten toetsen. Deze breed gewenste toevoegingen maken dat het herziene plan van aanpak dit najaar wordt afgerond.

Conclusie

De Aanpak Asbestdaken krijgt vorm, en er is vertrouwen dat de partijen gezamenlijk deze sanering kunnen doen slagen. Het stimuleringsbeleid van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, om scholen een asbestinventarisatie te laten uitvoeren, heeft succes. Veel scholen hebben een asbestinventarisatie. Het is nu van belang om deze gegevens op de Atlas Leefomgeving te plaatsen. Vandaar dat het Ministerie van Infrastructuur en Milieu na de zomer de gemeentes hiervoor zal benaderen. Tot slot dragen het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en het IFV er zorg voor dat er dit najaar een gedragen plan van aanpak asbestbrand gepresenteerd wordt.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Kamerstuk 25 834, nrs. 107, 108 en 110

X Noot
2

Provincies Overijssel en Limburg, Gemeentes Rijssen-Holten, Koggenland en Lelystad, LTO, Contactgroep Eigenaren Asbestwoningen, Stichting Stimulerings fonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten, Fenelab, Vereniging voor Aannemers in de Sloop, VOAM-VKBA, VVTB, VAVB, Verbond van Verzekeraars, Bouwend Nederland, TNO, SGS Search, D-Nature, PMC, het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en de Inspectie SZW

X Noot
3

Kamerstuk 34 300 XII, nr. 55

X Noot
5

Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nr. 1448