Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 mei 2017
Hierbij treft u een reactie aan op de brief van de Vaste Kamercommissie voor Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap d.d. 30 maart met het verzoek om de commissie te informeren
over de stand van zaken betreffende de onderstaande drie wetsvoorstellen.
1. Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra onder
meer in verband met aanpassing van de methode van jaarlijkse prijsbijstelling ten
aanzien van de materiële voorzieningen (Kamerstuk 30 246).
In het primair onderwijs bestaat een onderscheid tussen materiële en personele bekostiging.
De materiële bekostiging wordt jaarlijks automatisch geïndexeerd. Het hierboven genoemde
wetsvoorstel beoogt de automatische indexering af te schaffen. De mogelijkheid om
te indexeren kan dan worden afgewogen tegen andere onderwijsprioriteiten.
De inhoud van het wetsvoorstel wordt betrokken bij de modernisering van de bekostiging.
In dit traject wordt namelijk gekeken naar de mogelijkheden om het onderscheid in
materiële en personele kosten te laten vervallen. In een brief aan uw Kamer van 5 juli
2016 (Kamerstuk 31 289, nr. 335) staat dat de modernisering van de bekostiging zich in een verkennende fase bevindt.
Momenteel zijn er nog gesprekken gaande met de PO-Raad over de uitwerking van de modernisering.
Een volgend kabinet zal u informeren over de voortgang.
2. Wijziging van de Wet van 7 juli 2010 tot wijziging van de Wet kinderopvang, de
Wet op het onderwijstoezicht, de Wet op het primair onderwijs en enkele andere wetten
in verband met wijzigingen in het onderwijsachterstandenbeleid in verband met wijziging
van de regeling van de ouderbijdrage aan de peuterspeelzaal bij deelname van een kind
aan voorschoolse educatie en van de Wet op het primair onderwijs in verband met wijziging
van de schriftelijke instemming van ouders van leerlingen met een grote achterstand
in de Nederlandse taal (Kamerstuk 33 141).
Bovengenoemd wetsvoorstel inzake onderwijsachterstandenbeleid regelt de maximering
van de ouderbijdrage voorschoolse educatie. Het gaat om ouders van doelgroepkinderen
in een peuterspeelzaal. Daarnaast hoeven ouders van leerlingen met een grote achterstand
in de Nederlandse taal in minder gevallen schriftelijk in te stemmen met deelname
aan onderwijstijdverlenging (bijv. zomerscholen en schakelklassen). Dit is alleen
nog nodig wanneer de activiteiten ter bevordering van de Nederlandse taal volledig
buiten de reguliere onderwijstijd plaatsvinden.
Het wetsvoorstel is in 2012 aangehouden in afwachting van het wetsvoorstel Harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzalen (Kamerstuk 34 596). Dit laatste wetsvoorstel herziet het huidige voorschoolse stelsel door gelijkschakeling
van de financiële eisen en kwaliteitseisen van kinderopvang en peuterspeelzalen. Dit
wetsvoorstel is op 15 februari 2017 behandeld in de Tweede Kamer (Handelingen II 2016/17,
nr. 53, item 3) en ligt nu ter behandeling in de Eerste Kamer. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari
2018. Na behandeling van het wetsvoorstel Harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzalen
in de Eerste Kamer, wordt bekeken of het aangehouden wetsvoorstel inzake onderwijsachterstandenbeleid
doorgang moet vinden en welke aanpassingen in dat geval nodig zijn. Hierover wordt
uw Kamer te zijner tijd geïnformeerd.
3. Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de
Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet op het
hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet medezeggenschap op scholen
in verband met de versterking van de positie van personeel dat is belast met het geven
van onderwijs (Kamerstuk 32 396).
Het wetsvoorstel Versterking positie leraren beoogt de professionele ruimte van de
leraar in de school wettelijk te verankeren. Het wetsvoorstel verplicht het bevoegd
gezag om met leraren afspraken te maken over interne zeggenschap en deze afspraken
vast te leggen in een professioneel statuut.
In 2011 is het wetsvoorstel aangehouden op verzoek van de toenmalige Staatssecretaris.
Inmiddels is de verankering van de professionele ruimte, in combinatie met de omschrijving
van het beroep van leraar, de professionele standaard en het lerarenregister, opgenomen in de Wet tot invoering van het
lerarenregister en registervoorportaal (Kamerstuk 34 458). Deze wet zal op 1 augustus 2017 in werking treden. Het wetsvoorstel Versterking
positie leraren wordt niet ingetrokken, maar met een nota van wijziging aangepast.
Zo kan op korte termijn uitvoering worden gegeven aan de toezegging aan de Eerste
Kamer om het parlement te betrekken bij lagere regelgeving in het kader van het lerarenregister.
Het streven is om de nota van wijziging nog voor het zomerreces aan uw Kamer te sturen.
Wij vertrouwen erop u middels deze brief afdoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. Bussemaker
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
S. Dekker