Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201633997 nr. 58

33 997 Vliegramp MH17

Nr. 58 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 januari 2016

In de procedurevergadering van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 17 december 2015 is gesproken over mijn eerdere brief van 15 december jl. inzake de toezeggingen over de verslagen van de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb) en over de onderzoeks- en informatieprotocollen (Kamerstuk 33 997, nr. 54).

Naar aanleiding van deze brief verzoekt u om de Kamer middels een nadere brief te informeren over een aantal punten. Met deze brief voldoe ik aan uw verzoeken.

Verzoek 1:

De reden dat de onderzoeks- en informatieprotocollen niet al ruim voor de publicatie van het evaluatieonderzoek van het WODC aan de Kamer zijn toegezonden, zoals eerder besproken.

Antwoord 1:

De reden dat de onderzoeks- en informatieprotocollen niet eerder zijn verzonden aan uw Kamer is omdat deze vraag en de daarop volgende toezegging abusievelijk niet als een «verzoek» dan wel «toezegging» zijn genoteerd uit het debat van 23 april 2015 (Handelingen II 2014/15, nr. 80, item 14). Nadat het lid Omtzigt (CDA) zijn verzoek herhaalde tijdens de begrotingsbehandeling Veiligheid en Justitie op 26 november 2015 (Handelingen II 2015/16, nr. 30, items 5 en 16) heb ik de gevraagde protocollen aan uw Kamer gezonden.

Verzoek 2:

De afspraken die in het kader van de protocollen zijn gemaakt over de status van de gespreksverslagen en hoe lang deze worden bewaard, zodat de Kamer, indien gewenst, hier inzage in kan krijgen op een toekomstig moment.

Verzoek 3:

De afspraken die zijn gemaakt met de personen, die gehoord zijn gedurende het onderzoek, over de status van de gespreksverslagen.

Antwoord op verzoek 2 en 3:

Het onderzoeksteam van de Universiteit Twente heeft 46 «sleutelinformanten» gesproken. Voor de interviews die zijn afgenomen is een specifiek informatieprotocol gevolgd in de vorm van werkafspraken.

Wat betreft de vertrouwelijkheid zijn afspraken gemaakt over de verwerking van de interviews: Voorafgaand aan de interviews hebben de geïnterviewden de toezegging gekregen dat het gesprek strikt vertrouwelijk zou zijn en blijven. Dit is een afspraak tussen de onderzoekers van de Universiteit Twente en elke afzonderlijke geïnterviewde. De interviews zijn niet opgenomen. Van de interviews zijn schriftelijke verslagen gemaakt door de onderzoekers. De schriftelijke aantekeningen op basis waarvan het verslag is opgesteld, doen verslag van een strikt vertrouwelijk gesprek en zijn daarom door de Universiteit Twente gerubriceerd (zij hebben het predicaat «vertrouwelijk» gekregen). Het verslag is vervolgens naar de geïnterviewde sleutelinformant gestuurd ter correctie van feitelijke onjuistheden en voor mogelijke aanvullingen. In het uiteindelijke gespreksverslag wordt meestal gerapporteerd over vertrouwelijke, persoonlijke beleidsopvattingen van geïnterviewde functionarissen. Gezien het strikt vertrouwelijke karakter van het interview zijn de verslagen zelf eveneens gerubriceerd door de Universiteit Twente.

De schriftelijke aantekeningen van de onderzoekers en het verslag worden uitsluitend bewaard, ook na afronding van het onderzoek, met het oog op de wetenschappelijke controleerbaarheid van het onderzoek. Daartoe zijn de schriftelijke aantekeningen en het verslag alleen onder strikte voorwaarden van geheimhouding toegankelijk en uitsluitend vanuit het oogmerk om de wetenschappelijke validiteit / kwaliteit te controleren. De verslagen worden dus niet voor de Kamer openbaar gemaakt of vertrouwelijk ter inzage gelegd, omdat dit strijdig is met de afspraak tussen de Universiteit Twente en de geïnterviewden dat hun verslag enkel voor wetenschappelijke controleerbaarheid zou kunnen worden ingezien. Dat is de afspraak die is gemaakt tussen de onderzoekers van de Universiteit Twente en de geïnterviewden en daar kan ik niet in treden.

In bijlage D van het Rapport Evaluatie nationale crisisbeheersingsorganisatie vlucht MH17 (bijlage bij Kamerstuk 33 997, nr. 55) is het informatieprotocol met de werkafspraken en bepalingen over inzage in de verslagen en bewaartermijn opgenomen. De bewaartermijn is tien jaar. De werkwijze die het onderzoeksteam heeft gehanteerd en zoals die is verantwoord in het rapport, betreft de standaardwerkwijze bij onderzoek dat in opdracht van het WODC wordt uitgevoerd. Die WODC-werkwijze is gebaseerd op wat gebruikelijk is binnen wetenschappelijk onderzoek.

De sleutelinformanten is beloofd dat er niet geciteerd zal worden uit de interviews en dat uitspraken in de interviews niet op naar sleutelinformanten herleidbare wijze in het rapport werden opgenomen.1

Alle onderzoekers die betrokken waren bij het evaluatieonderzoek hebben een geheimhoudingsverklaring ondertekend.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur


X Noot
1

Rapport Evaluatie nationale crisisbeheersingsorganisatie vlucht MH17, R. Torenvlied e.a., Universiteit Twente 2015, pagina 60 (bijlage bij Kamerstuk 33 997, nr. 55)