Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201733763 nr. 115

33 763 Toekomst van de krijgsmacht

30 139 Veteranenzorg

Nr. 115 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 oktober 2016

Tijdens het algemeen overleg Personeel van 21 april jl. (Kamerstuk 34 300 X, nr. 116) heb ik toegezegd u te informeren over de stand van zaken van de positionering van de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID) in de bestuursstaf. Voorts heb ik tijdens het notaoverleg Veteranen van 20 juni jl. (Kamerstuk 30 139, nr. 164) toegezegd u bij het eerstvolgende wetgevingsoverleg Personeel nader te informeren over de aanbeveling van de Veteranenombudsman ten aanzien van de Bosnië-veteraan. In mijn brief van 15 oktober 2015 (Kamerstuk 33 763 nr. 86) heb ik tevens toegezegd u te informeren over de maatregelen uit de beleidsbrief 2011, in het bijzonder over de onderwerpen personeelslogistiek en gezondheidszorg. Hierbij doe ik deze toezeggingen gestand.

Positionering COID in de bestuursstaf

Integriteit is voor Defensie van het grootste belang. De directeur van de COID is nu direct onder de secretaris-generaal geplaatst en de overgang van de gehele COID, ongeveer 30 vte’n, is in voorbereiding. Deze herpositionering vergroot de zichtbaarheid van de COID en onderstreept haar mandaat. Hiermee wordt voldaan aan een van de aanbevelingen van de commissie-Van der Steenhoven waarover ik u in mijn brief van 1 februari jl. (Kamerstuk 31 125, nr. 65) heb geïnformeerd. In deze brief heb ik voorts gemeld dat de COID de inspanningen om moral fit te blijven – de hoofdaanbeveling van de commissie – coördineert en ondersteunt. De COID zal ook een centrale rol krijgen bij de afhandeling van meldingen en het digitale systeem voor het melden van voorvallen zal worden verbeterd of zo nodig vervangen. Ook worden uitvoerende taken op integriteitsgebied zoveel mogelijk bij de COID samengebracht. Inmiddels is een projectleider aangesteld om dit alles in goede banen te leiden.

Veteranenombudsman en Bosnië-veteraan

In zijn rapport van 16 juni jl. concludeerde de Veteranenombudsman dat Defensie een Bosnië-veteraan onvoldoende heeft begeleid na zijn ziekmelding, waardoor het vertrouwen in Defensie is geschaad. De Veteranenombudsman adviseerde in overleg met de desbetreffende veteraan te bezien hoe het vertrouwen kon worden hersteld. Er is inmiddels een constructief gesprek met hem gevoerd waarin Defensie heeft onderstreept hem waar mogelijk te willen ondersteunen. Op verzoek van de veteraan houdt een casecoördinator van Defensie contact met zijn belangenbehartigers.

Stand van zaken reorganisatie Divisie Personeel en Organisatie Defensie

De verdere concentratie van uitvoerende P&O-taken in de Divisie Personeel & Organisatie Defensie (DPOD) bij het CDC wordt in twee fasen uitgevoerd. In de eerste fase die in 2013 is voltooid, zijn de P&O-capaciteiten gebundeld in de DPOD. De tweede fase betreft de doorontwikkeling van de DPOD om de opgelegde reducties te kunnen behalen. In overleg met de bonden is besloten de bevindingen uit het rapport-De Veer (Kamerstuk 33 400 X, nr. 74, 8 april 2013) te betrekken bij de vormgeving van deze fase. De aanbevelingen uit het rapport-Van Ede (Kamerstuk 34 300 X, nr. 87, 29 februari 2016) zijn, voor zover van toepassing op de DPOD, verwerkt in het reorganisatieplan. Zo wordt een DPOD-cel bij de Hoofddirectie Personeel (HDP) ondergebracht. Vooruitlopend op het reorganisatiebesluit is deze DPOD-cel al operationeel. Ook voeren de Hoofddirecteur Personeel en de Commandant DPOD wekelijks overleg over de (gezamenlijke) werkzaamheden. De DPOD is op dit moment in afwachting van de accordering van het reorganisatieplan door de bonden, waarna het personeelsvullingsplan kan worden uitgevoerd. Het reorganisatietraject kan in het tweede kwartaal van 2017 wordt voltooid, mits het opgeschorte overleg tussen Defensie en de vakcentrales bijtijds wordt hervat.

Stand van zaken reorganisatie Defensie Gezondheidsorganisatie

De reorganisaties in de militaire gezondheidszorg die zijn aangekondigd in de Beleidsbrief 2011 zijn grotendeels voltooid. Vanwege de ingrijpende veranderingen in de eerstelijnsgezondheidszorg is de meeste aandacht in eerste instantie daarop gericht geweest. In het tweede kwartaal van 2016 is de eerstelijnsgezondheidszorg gereorganiseerd en zijn het Eerstelijns Gezondheidszorg Bedrijf (EGB) en de Defensie Tandheelkundige Dienst (DTD) opgericht. Eind 2017 zullen met de voltooiing van de reorganisatie «Optimalisatie Tweedelijns Gezondheidszorg» (OTG) alle DGO-reorganisaties van de Beleidsbrief 2011 gereed zijn. Hiermee is dan de beoogde fundamentele herstructurering van de Militaire Gezondheidszorg «Centraal versterkt, decentraal verankerd» gereed. Naast de beoogde personele reductie en de noodzakelijke kwaliteitsverbetering zal dan ook een einde zijn gekomen aan de versnippering in de militaire gezondheidszorg. De reorganisatie garandeert de toereikende geneeskundige ondersteuning van de ambities van Defensie door de DGO en de geneeskundige elementen bij de operationele commando’s.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert