Inleiding
Allereerst wil ik, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, de leden van de
fracties van GroenLinks en de SP dank zeggen voor hun inbreng op het voorliggende
wetsvoorstel tot goedkeuring van het op 31 mei 2013 te Beijing tot stand gekomen Verdrag
tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek
China tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van
belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen (Trb. 2013, 104) (hierna «het Verdrag»). Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen en
opmerkingen van de leden van deze fracties. Bij de beantwoording daarvan volg ik de
volgorde van het voorlopig verslag1.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP
De leden van de SP-fractie geven aan dat de G20 op 19 april 2013 een standaard is
overeengekomen over automatische gegevensuitwisseling en zij vragen in hoeverre de
bepaling die met China is overeengekomen afwijkt of overeenkomt met deze – mede door
China – overeengekomen standaard.
Op 19 april 2013 hebben de Ministers van Financiën en de Centrale banken van de G20-landen
aangegeven dat automatische gegevensuitwisseling de nieuwe standaard is. De OESO heeft
het voortouw genomen in de ontwikkeling van deze nieuwe standaard, resulterend in
de Common Reporting Standard (de CRS), gepresenteerd op 13 februari 2014. Zowel China
(lid van de G20) als Nederland zijn aangesloten bij de zogenaamde «early adopters»
groep, die fungeert als kopgroep bij de invoering van de CRS.
De juridische basis voor deze gestandaardiseerde automatische gegevensuitwisseling
is gelegen in het WABB-verdrag2 én in artikel 26 van het Verdrag. De bepalingen van artikel 26 van het Verdrag bieden
Nederland en China de mogelijkheid om op verzoek, spontaan of automatisch informatie
uit te wisselen en komen overeen met artikel 26 van het OESO-modelverdrag, met dien
verstande dat de in juli 2012 doorgevoerde aanpassing van artikel 26, tweede lid,
van het OESO-modelverdrag niet is opgenomen in het Verdrag. Deze laatste aanpassing
kwam namelijk tot stand nadat overeenstemming was bereikt tussen Nederland en China
over de verdragstekst. De met China overeengekomen bepaling over informatie-uitwisseling
voldoet evenwel aan de huidige normen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks
De leden van de GroenLinks-fractie vragen of er ook inbreng van NGO’s is ontvangen.
Ook wordt gevraagd welke inspanningen zijn geleverd om NGO’s te benaderen en wat de
vakbonden en mensenrechtenorganisaties vinden van het belastingverdrag met China.
Jaarlijks wordt een overzicht gepubliceerd van de landen waarmee onderhandelingen
lopen over nieuwe belastingverdragen of over herziening van bestaande belastingverdragen.
Een ieder, dus ook NGO’s, heeft de gelegenheid hierop te reageren. Daarnaast vinden
op het Ministerie van Financiën overleggen plaats met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven
en NGO’s en ook bij die gelegenheden is er de mogelijkheid om wensen en aandachtspunten
ten aanzien van verdragsonderhandelingen kenbaar te maken. Van de zijde van vakbonden
en mensenrechtenorganisaties zijn er geen reacties ontvangen op het belastingverdrag
met China.
De leden van de GroenLinks-fractie vragen of het aspect van de mensenrechten is meegewogen
bij de onderhandelingen over het belastingverdrag China en of hierover overleg is
gevoerd met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook vragen zij in te gaan op de
aanbevelingen van SOMO ten aanzien van het bieden van belastingfaciliteiten in het
kader van het belastingverdrag met China.
Nederland bevordert de eerbiediging van mensenrechten; ook wat betreft de activiteiten
van het bedrijfsleven. Doel is mensenrechtenschendingen door bedrijven, rechtstreeks
of in productieketens, te voorkomen. Het Nederlandse kabinet heeft daarom in januari
2014 een National Actieplan Bedrijfsleven en Mensenrechten gelanceerd. Hierin staat
wat het bestaand beleid is, op welke manier invulling wordt gegeven aan de VN Guiding
Principles on Business and Human Rights en welke aanvullende stappen worden gezet.
Voorop staat dat bedrijven een eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben
om in het buitenland dezelfde mensenrechtennormen te hanteren als in Nederland. De
Nederlandse regering stelt zich bovendien actief op binnen het initiatief van de Voluntary
Principles on Security and Human Rights, dat zich specifiek richt op de winnings-
en energiesector. Een bilateraal belastingverdrag staat uitvoering van dit beleid
geenszins in de weg.
De Staatssecretaris van Financiën,
E.D. Wiebes