Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202033576 nr. 193

33 576 Natuurbeleid

Nr. 193 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juni 2020

In deze brief informeer ik uw Kamer over de uitkomsten van een onafhankelijk onderzoek door Motivaction naar het maatschappelijk draagvlak voor de hervestiging van de wolf in Nederland. Verder informeer ik uw Kamer in deze brief over de gesprekken die ik voer met de provincies naar aanleiding van de snelle opmars van de wolf die de afgelopen vijf jaar heeft plaatsgevonden.

Onderzoek Motivaction

In samenwerking met de provincies, die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het natuurbeleid (ook in relatie tot eventuele schade aan landbouwhuisdieren en uitkeringen aan houders daarvan), is besloten het maatschappelijk draagvlak voor de hervestiging van de wolf in Nederland te onderzoeken door middel van een communicatieonderzoek. Recent is dit onderzoek afgerond. Dit onderzoek heb ik laten doen naar aanleiding van de motie van de leden Geurts en Weverling (CDA/VVD) inzake het starten van een breed maatschappelijk debat over het samen leven met natuur en de hervestiging van de wolf in Nederland (Kamerstuk 33 576, nr. 152) en de motie van de leden Futselaar en Bromet (SP/GL) waarin uw Kamersteun uitspreekt voor de provinciale wolvenplannen en voor mijn gevolgde lijn met betrekking tot de beschermde status van de wolf (Kamerstuk 33 576, nr. 146).

De uitkomsten van dit onafhankelijke onderzoek, uitgevoerd door bureau Motivaction, kunnen desgewenst als input dienen voor een toekomstige evaluatie van het Interprovinciaal Wolvenplan uit 2019. Daarnaast kunnen de uitkomsten de provincies en belangenorganisaties ondersteunen bij het vinden van maatregelen het samenleven met de wolf in Nederland daadwerkelijk vorm te geven. Het rapport vindt uw Kamer bijgaand1.

Resultaten

Uit het onderzoek blijkt dat het maatschappelijk draagvlak voor de hervestiging van de wolf relatief groot is: 57% van de Nederlanders heeft een positieve houding ten aanzien van de hervestiging van de wolf en 65% ziet de wolf als ongevaarlijk. De meeste Nederlanders zullen natuurgebieden met wolven dan ook niet mijden, een ontmoeting met een wilde wolf zouden de meeste Nederlanders (77%) een bijzondere ervaring vinden en bijna de helft van de Nederlands zou graag een wolf in het wild willen tegenkomen. Ook blijkt uit het onderzoek dat Nederlanders relatief veel weten over het gedrag van wolven. Minder bekend is echter hoe het naast elkaar leven met wolven werkt, daar wil men meer over weten. Tenslotte blijkt dat Nederlanders een ondersteunende rol zien voor overheden bij de hervestiging van de wolf, met name bij het schadeloosstellen van boeren bij schade en bij het treffen van preventieve maatregelen.

Tegenstanders, 18%, vinden dat de wolf niet welkom is in Nederland vanwege ruimtegebrek, de predatie op vee en de mogelijke overlast en ontstaan van gevaarlijke situaties. Om aan deze bezwaren tegemoet te komen voorziet het Interprovinciaal Wolvenplan in een ruime schadevergoeding bij predatie op vee en ook hebben enkele provincies regelingen getroffen voor het vergoeden van preventieve maatregelen.

De aanbevelingen uit het onderzoek hebben dan ook voor een deel betrekking op de communicatie met Nederlanders over hoe nu samen te leven met de wolf en welke instanties verantwoordelijk zijn voor het wolvenbeleid. In samenwerking met de provincies zal ik dan ook inzetten op goede invulling van de aanbevelingen uit het rapport. Een en ander zal onder andere verder vorm krijgen via de provinciale uitvoeringsdienst BIJ12 die, als coördinerend wolvenmeldpunt, onder andere verantwoordelijk is voor communicatie en voorlichting met betrekking tot wolven en schade aan landbouwhuisdieren. Daarnaast monitort deze dienst de ontwikkeling van de wolven in Nederland en verwerkt zij de meldingen van vermoedelijke wolvenwaarnemingen, wolvensporen, door wolven gedode landbouwhuisdieren en/of wilde dieren.

Huidige situatie

Op dit moment is er veel media-aandacht voor de wolf in Noord-Brabant. Ik vind het belangrijk om te onderzoeken of de recente incidenten van invloed zijn op het draagvlak. Ik ben daarom van plan om dit najaar al een aanvullend onderzoek te laten uitvoeren om ontwikkelingen en trends in het oog te kunnen houden.

Gesprekken provincies

De afgelopen vijf jaar heeft zoals gezegd een snelle opmars plaatsgevonden van de wolf in Nederland. Sinds 2015 zijn verschillende zwervende wolven gesignaleerd in Nederland, die aantoonbaar afkomstig waren van roedels uit Duitsland. In 2019 is het eerste gevestigde, dus territoriale, wolvenpaar op de Noord-Veluwe een feit. Op dit moment is een zwervende (jonge) wolf actief in Brabant die veel slachtoffers maakt onder schapen. Dit lijkt een specifiek geval, maar de verwachting is dat dit vaker gaat voorkomen omdat er meer en regelmatiger zwervende jonge wolven in Nederland zullen voorkomen.

Naar mate er meer jonge dieren voorkomen is het niet onwaarschijnlijk dat zij zich ook blijvend vestigen in gebieden die vanuit de voedselsituatie minder gunstig zijn of die om andere redenen ongewenst zijn. Dat roept de vraag op of de huidige instrumenten nog wel toegesneden zijn op deze situatie, of dat er een aanvullende strategie nodig is om beter voorbereid te zijn. Dan kan bijvoorbeeld de overlast nog verder worden beperkt dan tot nu gedaan wordt, met inachtneming van de beschermde status van de wolf.

Ik wil hierover de komende tijd in gesprek gaan met de provincies.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl