Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201833561 nr. 41

33 561 Structuurvisie Windenergie op Zee (SV WoZ)

Nr. 41 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 maart 2018

Afgelopen maanden heeft de tender voor windenergie op zee plaatsgevonden voor de kavels I en II van het windenergiegebied Hollandse Kust (zuid). Anders dan bij de twee voorgaande tenders voor windenergiegebied Borssele gaat het hier om een aanvraagprocedure voor het verkrijgen van vergunningen voor de bouw en exploitatie van deze windparken, zonder een daaraan gekoppelde SDE+ subsidie.

Uit een vergelijkende toets van de aanvragen is gebleken dat Chinook C.V. deze tender heeft gewonnen en daarmee de vergunningen zal verkrijgen om deze windparken zonder subsidie te realiseren. Beherende vennoot van Chinook C.V. is N.V Nuon Energy, onderdeel van het internationale energieconcern Vattenfall.

Met deze tender is – ook in internationaal perspectief – een nieuwe mijlpaal bereikt in de verlaging van de kosten van windparken: dit zijn de eerste windparken ter wereld die zonder subsidie zullen worden gerealiseerd en geëxploiteerd1.

Derde tender windenergie op zee

De huidige routekaart windenergie op zee is erop gericht om uiterlijk in 2023 een extra capaciteit aan windenergie ter grootte van 3450 megawatt (MW) te realiseren, zoals afgesproken in het Energieakkoord. De bijlage bij deze brief bevat een kaartje met informatie over deze parken2.

Deze derde van in totaal vijf tenders in het kader van deze routekaart heeft betrekking op de kavels I en II van het windenergiebied Hollandse Kust (zuid). Deze kavels bieden plaats voor in totaal ruim 700 MW aan windturbines.

De windparken zullen, afhankelijk van hun definitieve ontwerp, ongeveer 1 miljoen huishoudens van elektriciteit kunnen voorzien en 0,5 tot 0,6 procentpunt bijdragen aan de doelstelling om in 2023 16 procent van onze energievoorziening te betrekken uit hernieuwbare bronnen.

Er zijn aanvragen voor vergunning ontvangen en beoordeeld van de volgende consortia (in alfabetische volgorde):

  • Chinook C.V.: Beherend vennoot van Chinook is N.V Nuon Energy, onderdeel van het internationale energieconcern Vattenfall.

  • Innogy: dochteronderneming van het Duitse energieconcern RWE.

  • Statoil: Noors olie- en gasbedrijf.

  • Witwind: Consortium bestaande uit van Oord, Eneco en Diamond Generating Europe (dochter van Mitsubishi Corporation).

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) die de regeling uitvoert, heeft de vergunningaanvragen getoetst aan de gestelde criteria in de regeling. RVO heeft geconcludeerd dat alle aanvragen voldoen aan de strenge eisen die gesteld zijn aan de financiële sterkte van de aanvrager, de technische en economische haalbaarheid, de planning en het voldoen aan de Kavelbesluiten.

De winnende aanvraag

Ik constateer met veel genoegen dat er sprake is van uitstekende aanvragen voor deze eerste subsidieloze vergunningaanvraag.

Om uit deze aanvragen een winnaar te selecteren zijn de aanvragen door een commissie van onafhankelijke deskundigen onder voorzitterschap van dhr. Diederik Samsom beoordeeld en gerangschikt aan de hand van de in de Wet windenergie op zee genoemde rangschikkingscriteria3. Deze zijn nader uitgewerkt in de Regeling vergunningverlening windenergie op zee kavels I en II Hollandse Kust (zuid).

Uit deze beoordeling is gebleken dat de aanvragen van Chinook C.V. het beste scoorden op deze vergelijkende toets. Aan dit bedrijf zullen daarom de vergunningen worden toegekend.

Toelichting op Chinook C.V.:

Chinook is een commanditaire vennootschap (C.V.) waarvan NUON Energy de beherende vennoot is. NUON Energy is 100% dochter van het Zweedse energieconcern Vattenfall.

NUON en Shell bouwden het eerste windpark op zee in Nederland: Offshore Windpark Egmond aan Zee (geopend in 2007).

Vattenfall – NUON hebben in totaal 1,6 GW aan windparken gebouwd (deels in aanbouw) en een pijplijn van 5,8 GW aan projecten, met Hollandse Kust (zuid) I&II erbij komt het totaal van de Vattenfall pijplijn op 6,5 GW.

Daarmee is Vattenfall qua marktaandeel de vierde eigenaar van offshore windparken in Europa, na (in volgorde van marktaandeel) Ørsted, E.ON en Innogy.

Vattenfall wist de laatste drie achtereenvolgende tenders in Denemarken te winnen. De windparken van Vattenfall zijn gelegen in Zweden, Denemarken, Duitsland, Verenigd Koninkrijk en nu dus ook in Nederland.

Daling van kosten en subsidies windenergie op zee

In mijn brief dd. 12 december 2016 (Kamerstuk 33 561, nr. 38) heb ik gemeld dat met de tweede tender voor windenergiegebied Borssele een kostenreductie van 55% bereikt is ten opzichte van de 12,4 cent/kWh waarvan ten tijde van het Energieakkoord (2013) werd uitgegaan. Anders dan bij de voorgaande tenders is bij de huidige tender voor vergunningverlening door de aanvragers niet geboden op een bepaalde basisprijs voor elektriciteit.

Om een actueel beeld te schetsen van de vooruitgang die is gemaakt ten opzichte van de voorgaande tenders zijn in onderstaande tabel de maximaal mogelijke subsidiebedragen per kWh4 weergegeven voor de windparken bij Borssele en Hollandse Kust (zuid), kavel I en II, alsmede het startpunt ten tijde van het sluiten van het Energieakkoord.

 

Maximaal mogelijke

SDE-Subsidie in ct./kWh

Startpunt bij Energieakkoord

9,2

Borssele I en II

4,4

Borssele III en IV

2,5

Hollandse Kust (zuid) I en II

0

Betekenis voor toekomstige tenders

De gunstige uitkomst van deze eerste subsidieloze tender geeft vertrouwen voor toekomstige tenders. Er is echter nooit een garantie dat ook de volgende tenders zonder subsidie kunnen worden gerealiseerd. Kostenfactoren en marktomstandigheden die nu gunstig zijn kunnen immers wijzigen.

Daarom heb ik – zoals aangekondigd in mijn brief van 28 juni 2017 (Kamerstuk 33 561, nr. 39) – een traject ingezet om de Wet windenergie op zee aan te passen, zodat nog beter kan worden ingespeeld op de ontwikkeling van de kosten van windenergie op zee en marktomstandigheden. De internetconsultatie voor dit wetsvoorstel is recent gestart. Ik verwacht het wetsvoorstel zo mogelijk nog voor het zomerreces bij Uw Kamer te kunnen indienen.

Met het oog op de voorbereiding van de vierde tender (Hollandse Kust (zuid) kavels III en IV) zal ik de ervaringen met de huidige derde tender laten evalueren. Aan de hand van de uitkomsten van de evaluatie zal ik kort na de zomer besluiten op welke wijze deze vierde tender zal worden vormgegeven. Naar verwachting kan de tender vervolgens eind dit jaar plaatsvinden.

Tot slot

Inclusief deze tender is ruim 60% van de in totaal 3.450 MW uit het Energieakkoord toegewezen aan marktpartijen, goed voor de duurzame elektriciteitsvoorziening van ca. 3 miljoen huishoudens. De eerste twee projecten in windenergiegebied Borssele zijn in een vergevorderd stadium van voorbereiding. De platforms voor het net op zee voor deze gebieden zijn in aanbouw. De laatste twee tenders uit de huidige routekaart (Hollandse Kust (zuid), kavels III en IV en Hollandse Kust (noord), worden volgens plan voorbereid voor 2018 en 2019.

Ik concludeer dat we goed op schema liggen met de uitvoering van de huidige routekaart tot 2023. Ook is het kabinet voortvarend bezig om de verdere realisatie van windenergie op zee voor de periode daarna voor te bereiden. Ik zal binnenkort Uw Kamer informeren over de routekaart windenergie op zee 2030 die de uitwerking bevat van de afspraken uit het Regeerakkoord.

De geslaagde vergunningverlening, zonder subsidie, voor de kavels I en II van het windenergiegebied Hollandse Kust (zuid) geeft vertrouwen dat het mogelijk is de energietransitie richting 2030 betaalbaar te houden.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes


X Noot
1

De oplevering van deze windparken vindt plaats in 2022, twee jaar eerder dan de vorig jaar getenderde Duitse windparken zonder subsidie.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

De kennis en ervaring van betrokken partijen, de kwaliteit van het ontwerp van het windpark, de capaciteit van het windpark, de maatschappelijke kosten, de inventarisatie van de risico’s en de mitigatie van de risico’s.

X Noot
4

Berekend als het verschil tussen het basisbedrag en de geldende basiselektriciteitsprijs bij subsidieverlening. De feitelijk te betalen subsidiebedragen zijn afhankelijk van de werkelijke elektriciteitsprijs gedurende de komende 15 jaar, en zullen naar verwachting lager liggen.