Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201933529 nr. 527

33 529 Gaswinning

Nr. 527 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 oktober 2018

Op 2 juli 2018 hebben de Groningse bestuurders, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en ik op basis van het advies van de Mijnraad afspraken op hoofdlijnen gemaakt over de versterkingsoperatie (Kamerstuk 33 529, nr. 502). Wij hebben kennis genomen van het vele werk dat door de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) tijdens de zomer is verzet volgend op deze afspraken. Op verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat informeer ik u met deze brief over nadere afspraken door de betrokken bestuurders over de uitvoering van de versterking. Als bijlage bij deze brief gaat een overzicht van de op 20 september jl. door de betrokken bestuurders geformuleerde uitgangspunten1. Deze uitgangspunten worden op dit moment door de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) in het plan van aanpak voor de versterking verwerkt in opdracht van de bestuurders van Rijk en regio.

Het advies van de Mijnraad en onderliggende adviesrapporten (Kamerstuk 33 529, nr. 498) hebben een doorkijk gegeven naar een nieuwe toekomst voor Groningen. Door de volledige afbouw van de gaswinning uit het Groningenveld op zo kort mogelijke termijn wordt het snel veiliger in het gebied. Zolang er nog woningen zijn die niet aan de veiligheidsnorm voldoen, gaat de versterking door. Daarbij past een andere benadering dan voorheen, die per saldo leidt tot meer veiligheid: de noodzakelijke versterking is minder omvangrijk en de realisatie hiervan wordt vereenvoudigd en versneld. De verantwoordelijkheid van NAM wordt beperkt tot bekostiging.

Hieronder licht ik de in de bijlage beschreven uitgangspunten van de aanpak en het veiligheidsbeleid toe en ga ik in op afspraken over specifieke programma’s, de transitie naar een publieke versterkingsoperatie, communicatie en het vervolg.

Snelle start van belang, veiligheid voorop

De regiobestuurders en ik vinden het van groot belang dat er snel wordt gestart met de versterking van de meest risicovolle woningen. Tegelijkertijd geven wij in de uitwerking van de totale aanpak en communicatie met bewoners voorrang aan zorgvuldigheid boven snelheid. Wij hebben de NCG daarom gevraagd om het plan van aanpak verder te concretiseren. De NCG heeft aangegeven het plan van aanpak op korte termijn gereed te hebben – vanaf dan zullen alle betrokken bewoners gefaseerd en in afstemming met de eigen gemeente worden geïnformeerd over hun eigen situatie.

De versterking van woningen die niet aan de veiligheidsnorm voldoen, moet zo snel mogelijk worden uitgevoerd. Er is afgesproken dat de versterking van de woningen die risicovol zijn en al deel uitmaken van de groepen 1.467 en 1.588 met prioriteit wordt uitgevoerd op basis van de bestaande versterkingsadviezen. Met de versterking van woningen in deze groepen kan al gestart worden voordat de bredere versterkingsaanpak is uitgewerkt. De NCG laat weten dat deelprojecten in de bestaande werkvoorraad nu ter hand kunnen worden genomen en gaat hierover verder in gesprek met bewoners.

Zoals aangegeven in bijgevoegde uitgangspunten, staat de veiligheidsnorm van 10-5 niet ter discussie. In lijn met de adviezen van de Mijnraad en het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) zal de nieuwe aanpak zich richten op de gebouwen die bij het hanteren van een onzekerheidsmarge mogelijk niet aan deze veiligheidsnorm voldoen. Daarbinnen heeft versterking van woningen met de grootste afstand tot de veiligheidsnorm de grootste prioriteit. De risicoprioritering wordt – in lijn met het advies van de Mijnraad – bepaald met behulp van het Hazard & Risk-model (HRA). Met het model kan periodiek worden bepaald welke gebouwen zich naar verwachting het verst van de norm bevinden. De NCG onderzoekt of het mogelijk is om een toets op veiligheid te doen, ook voor huizen die niet tot de meest risicovolle groepen behoren. Dit mag echter geen afbreuk doen aan een voortvarende versterking van de meest risicovolle woningen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de moties van het lid Dik-Faber c.s. over het onverkort vasthouden aan de Meijdamnorm van 10-5(Kamerstuk 33 529, nr. 484) en van het lid Dik-Faber c.s. over bewoners in de P90-groep (Kamerstuk 33 529, nr. 514).

Door de NCG zal zodanig worden geprioriteerd dat woningen het verst van de norm altijd eerst aan de beurt komen. De ca. 1.500 gebouwen die volgens de Mijnraad op basis van de laatste inzichten mogelijk niet aan de veiligheidsnorm voldoen zijn gedurende de zomer in beeld gebracht. De uitkomsten van de HRA zijn daartoe gecontroleerd en zo nodig gecorrigeerd. Opmerkelijke uitkomsten zijn onderzocht en zullen aan de hand van gerichte criteria in de aanpak worden ondervangen. Tegelijkertijd worden het model en de onderliggende database verder doorontwikkeld.

Uitgangspunt is dat opnames jaarlijks en risicogericht geprogrammeerd worden, zodat rekening kan worden gehouden met nieuwe inzichten en een actueel dreigingsniveau. Het aantal gebouwen dat wordt opgenomen in de jaarplanning zal worden gebaseerd op de beschikbare capaciteit voor het uitvoeren van de noodzakelijke maatregelen. Alles wat voor de veiligheid nodig is, wordt uitgevoerd.

Zoals eerder afgesproken wordt de versterking van alle woningen in de groepen van 1.467 en 1.588 voortgezet op basis van de voorbereide versterkingsadviezen. Dat geldt in zijn algemeenheid voor alle woningen waarvan bewoners voor 24 april 2018 al een versterkingsadvies hadden ontvangen (Kamerstuk 33 529, nrs. 468 en 502). Hiermee wordt voldaan aan de motie van het lid Jetten c.s. (Kamerstuk 33 529, nr. 508).

Eigen Initiatief, Zorg en 1.581

Voor een deel van de eigenaren van woningen in het programma Eigen Initiatief is de zomer een onzekere periode geweest. Dit programma kenmerkt zich door intensieve betrokkenheid van eigenaren vanaf de start van het versterkingsproces en kent daarmee een ander stramien dan de algemene versterkingsaanpak. Met de transitie naar een nieuwe aanpak dreigde in eerste instantie een splitsing in deze groep. Dit vinden wij niet aanvaardbaar. Alle deelnemers in het huidige programma Eigen Initiatief krijgen de mogelijkheid om de versterking voort te zetten op basis van het bestaande versterkingsadvies. In lijn met het advies van de Mijnraad kunnen zij ook kiezen voor een risicoanalyse op basis van de laatste inzichten. Hoe het vervolgproces er voor deze bewoners uitziet, wordt door NCG betrokken bij het plan van aanpak. De eigenaren die het betreft zullen vooruitlopend op het plan van aanpak door de NCG over dit besluit worden geïnformeerd.

Het Zorgprogramma, waarin de toekomstige zorgbehoefte in de regio en de versterking van zorggebouwen in samenhang worden benaderd, wordt aan de hand van de door de stuurgroep Zorg opgeleverde zorgvisie verder ontwikkeld. Het maatschappelijk belang van dit programma is groot. Als bestuurders zullen wij in gezamenlijkheid bezien op welke wijze de zorgvisie tot uitvoering kan worden gebracht. Daarbij wordt ook de motie van het lid Dik-Faber c.s. over versterking van zorginstellingen betrokken (Kamerstuk 33 529, nr. 515). Het Scholenprogramma is al vergevorderd in uitvoering. De voortzetting hiervan heeft dan ook niet ter discussie gestaan.

De woningen die deel uitmaken van de groep van 1.581, waarvoor op basis van de NPR 2015 inmiddels versterkingsadviezen zijn ontwikkeld, bevinden zich in een overgangsfase. De versterking van woningen in deze groep die op basis van de HRA niet aan de veiligheidsnorm voldoen, wordt uitgevoerd op basis van de voorbereide versterkingsadviezen. Met de eigenaren van de woningen die op basis van de HRA aan de veiligheidsnorm voldoen, wordt een gesprek gevoerd. Daarbij wordt aan hen de mogelijkheid geboden om het versterkingsadvies te laten actualiseren aan de hand van de meest actuele NPR, of af te zien van versterkingsmaatregelen.

Transitie naar een publieke versterkingsoperatie

De versterkingsoperatie wordt publiek ingericht, waarbij NAM alleen nog verantwoordelijkheid draagt voor de kosten (Kamerstuk 33 529, nr. 466). Het wetsvoorstel betreffende het minimaliseren van de gaswinning uit het Groningenveld dat op dit moment voorligt in de Eerste Kamer legt hiervoor een wettelijke basis (Kamerstukken 33 529 en 34 957, nr. 500). Rijk en regio geven de komende periode samen invulling aan de wijze van aansturing en uitvoering van de versterkingsoperatie aan de hand van de bijgevoegde uitgangspunten, met betrokkenheid van de maatschappelijke organisaties. Voor de tussenliggende periode wordt gestreefd naar een overgangsregime, waarbinnen de nieuwe versterkingsaanpak voortvarend kan worden uitgevoerd zonder tussenkomst van NAM.

De transitie naar een publieke versterkingsoperatie zoals hierboven beschreven, betekent een systeemverandering. De uitvoering van de versterkingsoperatie en alle processen die daar bij horen verplaatsen zich van een privaat naar een publiek stelsel, waarbij randvoorwaarden voor de uitvoering gaandeweg op orde gebracht. Daarbij maakt een gebiedsgerichte aanpak plaats voor een risicogerichte benadering van de versterking.

Dit is een grote omslag voor de overheidsdienst NCG en haar medewerkers. De NCG heeft onder hoge druk en in een complexe omgeving belangrijke stappen gezet. Ik ben mij bewust van de zorgvuldigheid die nodig is en zie dat dit op gespannen voet staat met het van deze organisatie gevraagde tempo. Duidelijk is dat de uitvoering nog niet is waar die moet zijn. Dat is verklaarbaar en begrijpelijk, maar ook problematisch voor die bewoners die moeten wachten op uitsluitsel over hun situatie. Rijk en regio zullen de NCG hierbij ondersteunen en zich inspannen om belemmeringen weg te nemen als deze er zijn. De komende weken heeft dit voor alle betrokken partijen de hoogste prioriteit.

Communicatie en vervolg

Gemeenten, de provincie en het Rijk benadrukken dat zorgvuldigheid en handelingsperspectief in de communicatie over het versterkingsproces nog zwaarwegender zijn dan snelheid. Mensen moeten niet worden opgezadeld met incomplete informatie en er worden geen verwachtingen gewekt waarvan niet aannemelijk is gemaakt dat die kunnen worden nagekomen. Onzekerheid moet plaatsmaken voor voorspelbaarheid. Ook hier dragen wij als bestuurders een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

De transitie naar een nieuwe versterkingsaanpak naar aanleiding van de beëindiging van de gaswinning ging de afgelopen periode gepaard met verwarring over de voortzetting van de versterkingsactiviteiten in het gebied. Het belang van navolgbaarheid en uitlegbaarheid richting bewoners is dan ook groot. In lijn met de hierboven beschreven uitgangspunten inventariseert de NCG in nauwe samenwerking met de gemeenten welke vervolgstappen per dorp, buurt en huis noodzakelijk zijn om in een zorgvuldige informatievoorziening te voorzien. Vervolgens kan er contact met de betreffende bewoners worden gezocht en de gesprekken of bijeenkomsten worden gestart. De bestuurders in de regio, de NCG en ik willen bewoners, voor zover de zorgvuldigheid het toelaat, niet laten wachten. De NCG spant zich dan ook maximaal in om het plan van aanpak op te leveren, terwijl de aanpak van de eerste deelprojecten waarover genoeg informatie beschikbaar is wordt gestart.

Tot slot

In de zomer is intensief gewerkt aan het vertalen van het Mijnraadadvies en de bestuurlijke afspraken die op basis hiervan zijn gemaakt naar een aanpak voor de uitvoering. Zoals bekend is deze opgave verre van eenvoudig gebleken. Er wordt echter veel voortgang gemaakt in goede samenwerking. Aan de hand van de bijgevoegde uitgangspunten en daarop volgend het plan van aanpak, kan de versterking van de meest onveilige woningen door de NCG op korte termijn ter hand worden genomen en wordt de transitie naar een nieuwe aanpak in gang gezet. Vanzelfsprekend informeer ik uw Kamer over de voortgang.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl