Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201833529 nr. 502

33 529 Gaswinning

Nr. 502 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 juli 2018

Op maandag 2 juli heb ik het advies van de Mijnraad en de onderliggende adviesrapporten aan uw Kamer aangeboden (Kamerstuk 33 529, nr. 498). Direct na publicatie van het advies hebben de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en ik de inhoud hiervan besproken met de regionale bestuurders. In deze brief geef ik een appreciatie van de adviezen en informeer ik u over het vervolg, mede namens de Minister van BZK.

Hieronder ga ik eerst in op de veranderde veiligheidsinzichten en de versterking die nog nodig is om aan de veiligheidsnorm te voldoen – het wordt flink veiliger, er is minder versterking nodig en de huizen waarvoor dit nog wel nodig is worden nu met voorrang aangepakt. Daarna ga ik in op de gevolgen voor de inwoners van huizen die onderdeel zijn van de eerste batches van de lopende versterkingsoperatie (1.467, 1.588 en 1.581). Het advies van de Mijnraad onderstreept dat aan gewekte verwachtingen tegemoet moet worden gekomen, aan de hand van het principe «hoe concreter de gewekte verwachting of toezegging is, hoe meer het aan de bewoner is om de keuze te maken». Daar gaan we samen mee aan de slag.

Het wordt veiliger in Groningen

De adviezen leiden samen allereerst tot twee belangrijke conclusies:

  • 1. Het kabinetsbesluit om de gaswinning volledig af te bouwen heeft een grote positieve impact op de veiligheid – vanaf 2020 neemt het aardbevingsrisico gestaag af.

  • 2. Heroverweging van de huidige versterkingsoperatie is om meerdere redenen noodzakelijk. Op dit moment worden niet alle woningen die het meest onveilig zijn aangepakt, en worden woningen ingrijpender versterkt dan nodig omdat de gehanteerde beoordelingsmethodiek gebaseerd is op conservatieve aannames en een achterhaald winningsscenario.

Ik ben erg blij dat de adviezen ontegenzeggelijk laten zien dat de veiligheid snel verbetert met het in gang zetten van de afbouw – dat is wat het kabinet met het ingrijpende besluit om de gaswinning volledig naar nul te brengen heeft beoogd. De omvang van de noodzakelijke versterking wordt hierdoor kleiner en beter behapbaar, waarmee de veiligheid in het gebied ook echt geborgd kan worden.

De veiligheid voorop

De Mijnraad stelt in zijn advies nadrukkelijk de veiligheid voorop, daarbij verwijzend naar de veiligheidsnorm van 10-5, zoals deze is vastgesteld door het kabinet op advies van de Commissie Meijdam.1 Volgens de Mijnraad moeten ca. 1.600 adressen (1.500 gebouwen) versterkt worden om nu en in de toekomst aan deze norm te voldoen. De Mijnraad signaleert daarbij dat het merendeel van deze 1.600 adressen geen onderdeel is van de eerste batches van de huidige versterkingsoperatie, waarvan de versterking al in uitvoering is of waarvoor al een versterkingsadvies is voorbereid. Dit gaat om ca. 1.000 adressen. Deze woningen worden al in beeld gebracht en er komt een actieplan om deze woningen zo snel mogelijk te versterken volgens de meest actuele inzichten. De versterking van de overige ca. 600 onveilige adressen2 waarvoor in het kader van de huidige versterkingsoperatie versterkingsadviezen zijn voorbereid zal, voor zover nog niet in uitvoering, direct worden voortgezet aan de hand van deze adviezen.

Het advies van de Mijnraad geeft niet alleen helderheid over de veiligheidsvooruitzichten, maar biedt ook handvatten voor een aanpak die zo snel mogelijk tot een veilige situatie leidt. De huizen die het verst verwijderd zijn van de veiligheidsnorm – en als zodanig het meeste risico lopen – moeten het eerst worden aangepakt. Naast een volledig op risico gebaseerde prioritering, wordt geadviseerd om waar mogelijk gebruik te maken van standaardoplossingen op basis van het type woning. Hiertoe dient een generieke aanpak met snel uit te voeren maatregelen te worden bepaald. Waar dat kan zouden kansen om versterkingsmaatregelen te combineren met andere vormen van woningverbetering (zoals verduurzamingsmaatregelen) moeten worden benut, maar dat mag volgens de Mijnraad niet ten koste gaan van het tempo en daarmee het snel realiseren van de veiligheid.

De Mijnraad stelt ook voor om aan de veiligheidsnorm een tijdelijke onzekerheidsmarge toe te voegen. Zodoende onderscheidt de Mijnraad een groep die volgens de gangbare berekeningen aan de veiligheidsnorm voldoet, maar waarvoor dit niet het geval is als in verband met bestaande onzekerheden een extra veiligheidsmarge wordt gehanteerd (ca. 7.000 adressen). Van deze woningen kan dus niet worden uitgesloten dat versterking nodig is. De Mijnraad adviseert om met de eigenaren van deze woningen in gesprek te gaan. Deze woningen worden in beeld gebracht, waarna de bewoners/eigenaren kunnen kiezen voor lichte versterkingsmaatregelen. Voor alle overige woningen geldt dat zij aan de veiligheidsnorm voldoen en dat versterking dus niet nodig is.

Met bewoners in gesprek

De versterkingsoperatie heeft de afgelopen jaren veel losgemaakt in Groningen en logischerwijs geleid tot verwachtingen over de toekomst. Er werd rekening gehouden met de sloop en herbouw van vele woningen. Uit de adviezen blijkt echter dat voor de meerderheid van de woningen in de huidige versterkingsoperatie de veiligheid niet (meer) in het geding is. Hoewel in de eerste plaats goed nieuws, is dit voor de bewoners en gemeenschappen die het betreft ook een verwarrende boodschap.

Mede op verzoek van uw Kamer (motie van het lid Agnes Mulder c.s., Kamerstuk 33 529, nr. 491), heb ik de Mijnraad gevraagd om expliciet in te gaan op de betekenis van de adviezen voor de woningen in de werkvoorraad van de huidige versterkingsoperatie – in het bijzonder de batches 1.588 en 1.581. Voor de woningen in deze groepen zijn op grond van de NPR 9998:2015 versterkingsadviezen afgerond of vergevorderd, die veelal leiden tot ingrijpende versterking of sloop van woningen. Daarbij is voor de woningen in batch 1.588 eerder aan eigenaren en bewoners medegedeeld dat hun woning niet aan de veiligheidsnorm voldoet en dus versterkt moet worden.

Het advies van de Mijnraad laat zien dat voor een beperkt deel van de eerste drie batches van de huidige versterkingsoperatie (1.467, 1.588 en 1.581) versterking voor de veiligheid noodzakelijk blijft. Ten aanzien van de overige woningen in deze batches doet de Mijnraad een dringend beroep op alle betrokkenen om niet voorbij te gaan aan de verwachtingen die in het proces tot nu toe zijn ontstaan. Geadviseerd wordt om met de bewoners in deze groepen in gesprek te gaan over welke vorm van versterking nog nodig of wenselijk is. De Mijnraad doet daarbij een appel op het Rijk, de regio en woningcorporaties om gezamenlijk recht te doen aan ontstane verwachtingen, en zich daarbij te richten op de wensen van bewoners.

De Minister van BZK en ik hebben het advies van de Mijnraad met de regio besproken. Vooropgesteld, de versterking van alle woningen waarvan de bewoners vóór 23 april 2018 al een versterkingsadvies hadden ontvangen gaat door conform dat advies, zoals eerder toegezegd. Aan de hand van het advies van de Mijnraad zijn wij daarnaast tot de volgende afspraken voor verdere uitwerking gekomen:

  • 1. De versterking van alle woningen in de batch 1.467 blijft doorgaan zoals was voorzien. Als eigenaren hier zelf bezwaar tegen hebben, kan desgewenst de noodzaak tot versterking opnieuw worden getoetst.

  • 2. De versterking van de woningen in de batch 1.588 die niet voldoen aan de veiligheidsnorm gaat door op basis van de voorbereide versterkingsadviezen. Ook de versterking van de woningen die met het hanteren van een extra veiligheidsmarge niet aan de norm voldoen kan worden voortgezet op basis van de voorbereide versterkingsadviezen. Alle eigenaren in batch 1.588 worden binnen twee weken geïnformeerd over de betekenis van de adviezen voor de veiligheid van hun woning en het verdere verloop van de versterkingsoperatie.

  • 3. Met het oog op ontstane verwachtingen en het effect daarvan op de veiligheidsbeleving van de bewoners in deze batch, wordt ook de aanpak van de woningen die volgens de laatste inzichten veilig zijn mogelijk gemaakt. Eigenaren van deze woningen kunnen ervoor kiezen om de versterking door te laten gaan volgens het voorbereide versterkingsadvies, of voor een lichtere versterkingsmaatregelen of geen versterking. Het Rijk, de regio en de betrokken woningcorporaties zullen zich samen inspannen om dit mogelijk te maken. Hiermee wordt ook invulling gegeven aan de motie van het lid Jetten c.s. (Kamerstuk 33 529, nr. 479).

  • 4. De woningen in de batches hierna worden in de toekomstige aanpak meegenomen. De huizen die nog niet voldoen aan de veiligheidsnorm worden versterkt – dat staat buiten kijf. Naar de inschatting van de regio kunnen specifiek bij de bewoners van de woningen in de batch 1.581 wel zorgen over de veiligheid zijn ontstaan, ook als deze naar de laatste inzichten veilig blijken te zijn. Zij dienen de mogelijkheid te krijgen om de veiligheid van hun woning definitief te laten toetsen. De mate waarin in deze groep verwachtingen zijn gewekt is van een andere orde dan in het geval van de woningen in batch 1.588. Voor de eigenaren van deze woningen geldt, op enkele uitzonderingen na3, dat zij uiterlijk in september 2018 zouden worden geïnformeerd over het verdere verloop van het versterkingsproces. Aan deze toezegging zullen wij tegemoet komen.

Tot slot

De Mijnraad en het SodM, het KNMI, TNO, NEN en het panel van hoogleraren hebben het voor elkaar gekregen om onder grote tijdsdruk handzame adviezen op te leveren over de verschillende facetten van een heel ingewikkeld vraagstuk. Ik ben hen daar zeer erkentelijk voor.

Het advies van de Mijnraad en de onderliggende adviesrapporten beantwoorden veel vragen, maar leiden ook tot nieuwe. Zo zullen er altijd gevallen zijn die niet ondubbelzinnig aan één categorie zijn toe te schrijven, en vragen de precieze aantallen woningen om grondige verificatie.

In deze brief heb ik de hoofdlijnen geschetst voor de overgang naar een nieuwe versterkingsaanpak, en daarmee naar een veilig Groningen. Hier wil ik samen met de Minister van BZK en de regio en met ondersteuning van de waarnemend NCG in de zomer verder uitwerking aan geven. De vertaalslag van de beschreven uitgangspunten naar een aanpak voor de uitvoering daarvan zal ons daarbij ongetwijfeld nog voor de nodige dilemma’s plaatsen. Hierin zullen we een zorgvuldige en goed onderbouwde afweging moeten maken. De regio, de Minister van BZK en ik gaan deze uitdaging samen aan. Ook gaan we daarbij verder invulling geven aan een nieuw toekomstperspectief voor de regio, dat zich richt op de energietransitie, de demografische transitie en de economische transitie waar Groningen voor staat en blijven we koersen op een ambitieuze meerjarige aanpak van Rijk en regio met daarbij passende investeringen. Mijn streven is om uw Kamer kort na de zomer te informeren over de voortgang.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes


X Noot
1

Deze norm geeft een kans weer dat iemand komt te overlijden als gevolg van het bezwijken van (delen van) een gebouw ten gevolge van de bijzondere belasting door een aardbeving. De wiskundige notatie van 10-5 betekent een kans op overlijden van 1 op de 100.000 per jaar.

X Noot
2

De Mijnraad spreekt in het advies in termen van gebouwen. Een gebouw kan echter meerdere adressen bevatten, zoals een flatgebouw. In deze brief wordt het bijbehorende aantal adressen gehanteerd, tenzij anders vermeld.

X Noot
3

Daar waar bewoners al een versterkingsadvies hebben ontvangen, blijft de eerdere toezegging dat versterking door kan gaan conform dit advies gelden.