Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2015-2016 | 33529 nr. 209 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2015-2016 | 33529 nr. 209 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 december 2015
Naar aanleiding van een interview in het dagblad Trouw van 10 september 2015 hebben diverse fracties vragen gesteld1 over de uitlatingen van de heer Wallage over de rol van de overheden in de Dialoogtafel (regeling van werkzaamheden 10 september 2015 (Handelingen II 2014/15, nr. 111, item 6) en commissieverzoek 14 september 2015. Alvorens in te gaan op de gestelde vragen schets ik eerst kort de actuele stand van zaken omtrent de Dialoogtafel.
In januari 2014 hebben Rijk, provincie en gemeenten in het bestuursakkoord «Vertrouwen op Herstel en Herstel van Vertrouwen» afgesproken dat de Dialoogtafel wordt opgericht, om met behoud van ieders verantwoordelijkheden te komen tot een nieuwe inrichting van besluitvorming. Vanaf de start heb ik aan de Dialoogtafel benadrukt dat het van belang is dat overheden en maatschappelijke partijen met elkaar in gesprek zijn en zoveel mogelijk op een lijn komen over de aanpak en maatregelen die nodig zijn in het gebied. De vorm en werkwijze van de Dialoogtafel zijn geëvalueerd door de Rijksuniversiteit Groningen. Ik heb uw Kamer hierover geïnformeerd met mijn brief van 3 november jl. De belangrijkste conclusie uit de evaluatie is dat er een brede behoefte is aan maatschappelijke dialoog. De evaluatie is onlangs door de Dialoogtafel besproken en daar is deze conclusie door de deelnemers nogmaals bevestigd.
De benoeming van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) betekent de start van een nieuwe fase voor de aanpak en versterking van het aardbevingsgebied in Groningen. De NCG heeft als taak om door middel van het voeren van publieke regie te komen tot een integrale en gedragen aanpak voor het aardbevingsgebied. De dialoog met zowel bestuurders als maatschappelijke organisaties is hiervoor van groot belang. Naast een bestuurlijke stuurgroep zal ook een maatschappelijke stuurgroep onderdeel gaan uitmaken van de governancestructuur van de NCG.
De evaluatie en de komst van de Nationaal Coördinator Groningen zijn voor de Dialoogtafel aanleiding om zich anders te gaan organiseren. De meeste maatschappelijke organisaties die deelnemen aan de Dialoogtafel hebben zich verenigd in het zogeheten Gasberaad. Tijdens de laatste vergadering van de Dialoogtafel is voorgesteld dat deze organisaties de dialoog aangaan met de NCG. Dit voorstel werd door de Dialoogtafel breed gedragen en is in samenspraak met de Nationaal Coördinator Groningen verder uitgewerkt in het concept meerjarenprogramma Aardbevingsbestendig en Kansrijk Groningen, dat op 4 november jl. door de NCG is gepresenteerd.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdA-fractie
Deelt u de mening van de heer Wallage op het punt dat de rijksoverheid de Dialoogtafel te weinig serieus heeft genomen en dat de Dialoogtafel door toedoen van de Minister, provincie en gemeenten uiteen is gevallen?
Wat is uw reactie dat de gemeenten, provincie en uzelf volgens de heer Wallage niet de dwingende noodzaak voelen om op een lijn te komen met de maatschappelijke organisaties?
Zoals ik eerder aan uw Kamer heb gemeld, vind ik het belangrijk dat overheden en maatschappelijke partijen met elkaar in gesprek zijn en zoveel mogelijk op een lijn komen over de aanpak en maatregelen die nodig zijn in het gebied. Daarom zijn in het bestuursakkoord van januari 2014 afspraken gemaakt over de instelling van een Dialoogtafel. Het beeld dat in de vraag wordt geschetst, herken ik niet. Alle betrokken overheden hebben zich ingespannen – en doen dat nog steeds – om concrete resultaten te boeken ter verbetering van de situatie in Groningen. Zoals ook uit de evaluatie van de Dialoogtafel door de Rijksuniversiteit Groningen blijkt, heeft de Dialoogtafel daaraan concrete bijdragen geleverd, onder meer op het terrein van de schadeafhandeling (bijvoorbeeld het schadeprotocol en de komst van het Centrum Veilig Wonen), de verduurzaming van woningen door middel van de waardevermeerderingsregeling en het verbeteren van de leefbaarheid. Het beeld dat de Dialoogtafel uiteengevallen zou zijn, herken ik eveneens niet. Zoals ik in de inleiding van deze brief heb aangegeven, is met de komst van de NCG een nieuwe fase aangebroken die vraagt om een nieuwe opzet van de Dialoogtafel.
Welke invloed hebben de maatschappelijke partijen aan de Dialoogtafel daadwerkelijk gehad?
De evaluatie door de Rijksuniversiteit Groningen laat zien dat de Dialoogtafel vooral een bijdrage heeft geleverd op het terrein van de schadeafhandeling (bijvoorbeeld het schadeprotocol en de komst van het Centrum Veilig Wonen), de verduurzaming van woningen door middel van de waardevermeerderingsregeling en het verbeteren van de leefbaarheid.
Welke houding heeft u bij de NAM ervaren met betrekking tot de Dialoogtafel? Heeft u bij de NAM het belang van de Dialoogtafel benadrukt?
NAM heeft de instelling van de Dialoogtafel onderschreven en is vanaf het begin betrokken geweest. Ik heb de opstelling van NAM aan de Dialoogtafel over het algemeen ervaren als open, meedenkend en oplossingsgericht. NAM heeft zich bijvoorbeeld bij discussies over verbetering van de schadeafhandeling en verbetering van de wijze waarop bewoners worden geïnformeerd constructief opgesteld. Ik heb het belang van de Dialoogtafel meerdere keren met NAM besproken.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
Deelt u de visie van de heer Wallage zoals verwoord in het interview in Trouw van 10 september 2015?
Ik verwijs hiervoor naar mijn antwoord op de eerste vragen van de PvdA-fractie.
Bent u van mening dat de wijze waarop de Nationaal Coördinator Groningen de Dialoogtafel doorstart in een Gasberaad effectiever is?
Is er een snelle evaluatie gedaan die de sterke kanten van de Dialoogtafel bloot legt?
Is het zinvol om dat alsnog te doen zodat de betrokkenheid van bewoners niet nog verder onder druk komt te staan?
De vorm en werkwijze van de Dialoogtafel zijn geëvalueerd door de Rijksuniversiteit Groningen. Ik heb uw Kamer hierover geïnformeerd met mijn brief van 3 november jl. De belangrijkste conclusie uit de evaluatie is dat er een brede behoefte is aan maatschappelijke dialoog. De evaluatie is 3 september jl. door de Dialoogtafel besproken en daar is deze conclusie door de deelnemers nogmaals bevestigd. De evaluatie en de komst van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) zijn voor de Dialoogtafel aanleiding om zich anders te gaan organiseren. De benoeming van de NCG betekent de start van een nieuwe fase voor de aanpak en versterking van het aardbevingsgebied in Groningen. De NCG heeft als taak om door middel van het voeren van publieke regie te komen tot een integrale en gedragen aanpak voor het aardbevingsgebied. De dialoog met zowel bestuurders als maatschappelijke organisaties is hiervoor van groot belang. De meeste maatschappelijke organisaties die deelnemen aan de Dialoogtafel hebben zich verenigd in het Gasberaad. Tijdens de laatste vergadering van de Dialoogtafel is voorgesteld dat deze organisaties de dialoog aangaan met de NCG. Dit voorstel werd door de Dialoogtafel breed gedragen. In het concept meerjarenprogramma Aardbevingsbestendig en Kansrijk Groningen is het voorstel opgenomen dat een maatschappelijke stuurgroep onderdeel gaat uitmaken van de governancestructuur van de NCG.
Heeft de Dialoogtafel voldoende inspraak gehad bij de oprichting van het Centrum Veilig Wonen? Zo ja, waaruit blijkt dat?
De oprichting van het Centrum Veilig Wonen is regelmatig aan de orde geweest aan de Dialoogtafel. Tijdens de bijeenkomst van 26 juni 2014 is bijvoorbeeld gesproken over de hoofdlijnen voor de inrichting van de uitvoeringsorganisatie en zijn enkele condities besproken. Bij de verdere inrichting van de werkprocessen van het CVW en mogelijke verbeteringen van de werkwijze stond het CVW open voor adviezen van de Dialoogtafel. Zo is inmiddels een klankbordgroep opgezet voor het CVW waarin maatschappelijke partijen zijn vertegenwoordigd.
Is de Dialoogtafel gekend in het gasbesluit van januari jl.? Zo ja op welk moment en op welke wijze?
Op 12 januari 2015 heb ik in het provinciehuis in Groningen aan de Dialoogtafel een toelichting gegeven op het kabinetsstandpunt met betrekking tot het gewijzigde winningsplan. Het definitieve besluit tot instemming met het gewijzigde winningsplan is op 30 januari 2015 genomen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Deelt u de mening van de heer Wallage dat overheden hun eigen spel zijn blijven spelen waardoor maatschappelijke partijen geen stem kregen?
Nee, het geschetste beeld herken ik niet. De maatschappelijke organisaties hebben via de Dialoogtafel een duidelijke stem gehad. Alle betrokken overheden hebben zich ingespannen – en doen dat nog steeds – om concrete resultaten te boeken ter verbetering van de situatie in Groningen. De formele bevoegdheden van bestuurlijke partijen zijn daarbij niet gewijzigd. Zij dienen immers ook rekening te houden met en verantwoording af te leggen aan de gekozen volksvertegenwoordigers.
Is het waar dat de afspraak om de onderzoeken te bespreken met de Dialoogtafel door u werd nagekomen door de maandag na het besluit in de ministerraad de onderzoeken en het besluit in Groningen toe te lichten?
Op 22 juni jl. heb ik met de Dialoogtafel gesproken over de onderzoeken die ten grondslag lagen aan de besluitvorming van het kabinet over de gaswinning in juni jl. De formele besluitvorming heeft op 23 juni jl. plaatsgevonden. Uw Kamer is op diezelfde dag geïnformeerd.
In uw brief van 17 januari 2014 stelt u dat om invulling te geven aan het pakket voor de leefbaarheid en economisch perspectief een permanente dialoogtafel nodig is, waarom is dit niet gelukt?
De bijdrage van de Dialoogtafel aan de aanpak in Groningen is in de evaluatie van de Rijksuniversiteit Groningen als positief beoordeeld. De evaluatie en de komst van de NCG zijn voor de Dialoogtafel aanleiding om zich anders te gaan organiseren. In overleg met de Nationaal Coördinator Groningen wordt de dialoog met maatschappelijke organisaties opnieuw vormgegeven.
Gaat de rol van de Nationaal Coördinator Groningen verschillen van die van de Dialoogtafel? In hoeverre heeft de Nationaal Coördinator Groningen meer bevoegdheden?
In de notitie «Opzet governance programma Aardbevingsbestendig en Kansrijk Groningen» (bijlage bij Kamerstuk 33 529, nr. 171) zijn de taken van de Nationaal Coördinator Groningen beschreven. In de notitie is aangegeven dat de besluitvormingsstructuur voor het meerjarenprogramma is gebaseerd op de bestaande verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheden. De taak van de NCG is om, gehoord de maatschappelijke organisaties, te komen tot een gedragen integrale aanpak voor het aardbevingsgebied. De Nationaal Coördinator Groningen is daarmee geen vervanging van de maatschappelijke dialoog, maar een structuur om door middel van publieke regie te komen tot een integrale en gedragen aanpak voor het aardbevingsgebied.
Krijgen maatschappelijke partijen de mogelijkheid om niet alleen voorstellen te doen bij de Nationaal Coördinator Groningen en daarmee bij de rijksoverheid, of ook de mogelijkheid om mee te beslissen ten behoeve van een gedragen besluitvorming?
Het proces om te komen tot een integraal en gedragen meerjarenprogramma Aardbevingsbestendig en Kansrijk Groningen kent verschillende fases tot het einde van het jaar. De maanden augustus en september zijn gebruikt om vanuit allerlei kanalen, zowel functioneel, maatschappelijk als bestuurlijk, inbreng te verzamelen voor het programma. De maand november staat in het teken van maatschappelijke en bestuurlijke consultatie van het concept meerjarenprogramma. Met zowel de maatschappelijke stuurgroep als de bestuurlijke stuurgroep vindt in de maand november twee maal overleg plaats. Deze consultatie wordt eind november afgerond. In december vindt besluitvorming plaats in de colleges van burgemeester en Wethouders en van gedeputeerde staten en uiteindelijk in de ministerraad.
De Nationaal Coördinator Groningen heeft een opdracht gekregen van vijf jaar, waarom vijf jaar terwijl de dialoogtafel een permanente opdracht kreeg?
Het bestuursakkoord «Vertrouwen op Herstel en Herstel van Vertrouwen», waarin afspraken zijn gemaakt over het opzetten van de Dialoogtafel, heeft betrekking op de periode 2014–2018. Het instellingsbesluit en de benoemingstermijn van de NCG staan los van de Dialoogtafel. Na vijf jaar zal op basis van onder andere de resultaten over de eerste vijf jaar, de stand van zaken en te verwachten ontwikkelingen op dat moment worden bezien of en op welke wijze voortzetting van de NCG nodig is.
Wat gaat er gedaan worden met de zienswijzen en bijdragen van bestuurlijke en maatschappelijke partijen voor het programma, hoe worden deze partijen betrokken bij de verdere besluitvorming?
Hiervoor verwijs ik naar het antwoord op voorgaande vragen, waarin ik ben ingegaan op het proces van besluitvorming en de betrokkenheid van bestuurlijke en maatschappelijke partijen.
Waarom heeft u de Commissie Meijdam zonder medeweten van de Kamer ingesteld? Waarom stelt u een commissie in die niet onafhankelijk is ingesteld, wiens onafhankelijkheid niet is gewaarborgd, om advies te geven over risico’s en veiligheid, terreinen waarop al toezicht wordt gehouden door Staatstoezicht op de Mijnen?
De instelling van de Commissie Meijdam vloeit voort uit het aanvullend bestuursakkoord waarover ik uw Kamer met mijn brief van 9 februari 2015 heb geïnformeerd (Kamerstuk 33 529, nr. 96). In deze brief heb ik reeds aangegeven dat ik deze commissie zou gaan instellen en welke taak de commissie zou krijgen. De instellingsregeling van de commissie is gepubliceerd in de Staatscourant nr. 15848 van 9 juni 2015. Ik heb bij de instelling van de Commissie Meijdam de Kaderwet adviescolleges gevolgd. Het betreft een tijdelijk adviescollege in de zin van artikel 6 van deze wet. Voor de eenmalige advisering over een bepaald vraagstuk kan een adviescollege worden ingesteld, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, voor de duur van de advisering (eerste lid). De voorzitter en de leden van de commissie brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep. Helaas is de regeling niet onverwijld aan de Kamer meegedeeld zoals dat is bepaald in het tweede lid van artikel 6. Wel heb ik het eerste advies van deze commissie aan de Kamer gestuurd als bijlage bij mijn brief van 23 juni 2015 over de gaswinning (Kamerstuk 33 529, nr. 174) en heeft hierover op 29 juni een technische briefing aan uw Kamer plaatsgevonden. Conform artikel 24 van de Kaderwet zal ik de Kamer binnen drie maanden na ontvangst van het eindadvies in kennis stellen van mijn standpunt over het advies.
Rijksinspecties functioneren onafhankelijk binnen de kaders van de ministeriële verantwoordelijkheid en de (wettelijke) kaders, zoals geformuleerd door politiek en beleid. Tegelijk is het kabinet voorstander van meer dialoog en samenspel tussen beleid en toezicht over knelpunten, ervaringen, signaleringen en onderlinge samenwerking (kabinetsreactie 17-09-2014 op WRR-rapporten «Toezien op publieke belangen» en «Van tweeluiken naar driehoeken»). Zodoende heeft het Staatstoezicht op de Mijnen een gewaardeerde stem in de verdere beleidsvorming rond het omgaan met risico’s van geïnduceerde aardbevingen, maar de precieze inhoud daarvan is een beleidsvraag. Voor die beleidsvraag word ik primair geadviseerd door de Commissie Meijdam.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vindt u het niet hypocriet dat de heer Wallage de schuld legt bij de overheden voor het mislukken van de dialoogtafel, terwijl dit bij aanvang duidelijk was en hij daar zelf 1,5 jaar voor spek en bonen bij gezeten heeft voor een riante vergoeding?
Vindt u dat, als de heer Wallage zelf tot de conclusie komt dat de dialoogtafel geen enkele inspraak had, hij als voorzitter gefaald heeft?
Heeft u er spijt van dat u 1,5 jaar lang de bevolking voor de gek heeft gehouden met zogenaamde inspraak aan de dialoogtafel?
Uit de evaluatie die is uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat de Dialoogtafel een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan verschillende dossiers met betrekking tot de aardbevingen in Groningen. Ik onderschrijf deze conclusie en de noodzaak tot continuering van maatschappelijke dialoog.
Bent u van mening dat de dialoogtafel heeft bijgedragen aan het herstel van vertrouwen van de lokale bevolking in de politiek, en zo ja op welke wijze?
Het herstellen van het vertrouwen van de bevolking in de overheden vergt meer tijd en concrete resultaten. Het meerjarenprogramma van de NCG is daarvoor van groot belang. Betrokkenheid van de maatschappelijke organisaties bij de totstandkoming en uitvoering van het programma levert een belangrijke bijdrage aan dat herstel van vertrouwen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie
Wat is uw reactie op de kritiek van de voorzitter van de Dialoogtafel en de eerdere kritiek van zes organisaties die uit het overleg zijn gestapt?
Wat vindt u van de kritiek dat overheden en de NAM de Dialoogtafel nooit serieus hebben genomen, dat van een serieuze coproductie nooit sprake is geweest en dat de belangrijkste beslissingen achter de rug om van de Dialoogtafel werden genomen, en dus ook van de maatschappelijke organisaties?
Ik verwijs hiervoor naar mijn antwoord op de eerste vragen van de PvdA-fractie.
Waarom zijn belangrijke besluiten, zoals het gasbesluit in januari 2015 en de plannen voor de versterkingsoperatie, buiten de Dialoogtafel om genomen, en is de «tafel» niet betrokken in de gesprekken en de advisering?
Zoals aangegeven in mijn antwoord op een vergelijkbare vraag van de SP-fractie is de gaswinning op 12 januari 2015 met de Dialoogtafel besproken. Plannen voor de versterking en verduurzaming van woningen en het verbeteren van de leefbaarheid zijn mede in overleg met de Dialoogtafel ontwikkeld. Dit gebeurde onder andere in twee stuurgroepen waar leden van de Dialoogtafel zitting in hadden: de stuurgroep Drieslag (schadeherstel, versterking en verduurzaming) en de stuurgroep Leefbaarheid. De planning en voortgang van het CVW zijn eveneens regelmatig besproken aan de Dialoogtafel.
Vindt u dat «herstel van vertrouwen» is opgetreden sinds de aanbevelingen van de commissie Meijer in 2013 en de oprichting van de Dialoogtafel?
Ik verwijs hiervoor naar het antwoord op een vergelijkbare vraag van de PVV-fractie.
Wat is uw reactie op de evaluatie van de Dialoogtafel (juni 2015), waar onder meer uit blijkt dat onduidelijkheid bestond over doel en functie van de Dialoogtafel?
Ik deel de conclusie dat deze vorm van maatschappelijke dialoog nieuw was en ambitieus, gelet op de omstandigheden en de fase waarin de beleidsvorming zich bevond. Dat blijkt ook uit de evaluatie. De evaluatie laat ook zien dat er nog steeds een breed gedeelde behoefte is aan continuering van de Dialoogtafel in een nieuwe vorm. Tijdens de Dialoogtafel van 3 september jl. is afgesproken dat de maatschappelijke organisaties, die zich verenigd hebben in het Gasberaad, de dialoog aangaan met de NCG. In het concept meerjarenprogramma Aardbevingsbestendig en Kansrijk Groningen is het voorstel opgenomen dat een maatschappelijke stuurgroep onderdeel gaat uitmaken van de governancestructuur van de NCG.
Op welke manier wilt u in het vervolg opvolging geven aan de aanbeveling van de Onderzoeksraad voor Veiligheid om de communicatie met inwoners te verbeteren, waarin de omgang met onzekerheid en transparantie over afwegingen en besluitvorming een plek moeten krijgen?
De communicatie met bewoners en maatschappelijke organisaties zal op verschillende wijzen worden vormgegeven. Naast de nieuwe vorm van maatschappelijke dialoog en de lokale adviesgroepen voor de totstandkoming van het programma Aardbevingsbestendig en Kansrijk Groningen, zal informatievoorziening over bijvoorbeeld onzekerheden en afwegingen met betrekking tot prioriteitstelling in de versterkingsaanpak vanuit de NCG plaatsvinden. De communicatie en informatievoorziening is een wezenlijk onderdeel van aanpak die in het concept meerjarenprogramma van de NCG is beschreven. Eén van de voornemens van de NCG is om een steunpunt voor burgers op te zetten.
Hoe beoordeelt u het ontbreken van de Groninger Bodem Beweging bij het Gasberaad? Wat betekent dit voor het vertrouwen van bewoners in het Gasberaad? Op welke manier wordt de Groninger Bodem Beweging betrokken?
Het Gasberaad wordt gevormd door maatschappelijke organisaties die deelnamen aan de Dialoogtafel, met uitzondering van de Groninger Bodem Beweging. Een verdere verbreding met andere maatschappelijke organisaties wordt door het Gasberaad wenselijk geacht. De NCG steunt dit. Het Gasberaad en de Groninger Bodem Beweging zijn door de NCG inmiddels uitgenodigd deel te nemen aan de maatschappelijke stuurgroep.
Op welke manier wordt in het vervolg de stem van bewoners vertegenwoordigd bij besluiten over gaswinning en de verstevigingsoperatie?
Het besluit dat het kabinet eind dit jaar zal nemen over de gaswinning zal gebaseerd zijn op onderzoeken en adviezen die naar verwachting begin december beschikbaar zijn. Ik heb met bestuurders in Groningen overleg over de krappe planning en hoe we alle relevante partijen zo goed mogelijk kunnen betrekken, conform de kabinetsreactie op het rapport van de Onderzoekraad voor Veiligheid. Daarnaast zal ik er alles aan doen om het proces zo transparant mogelijk te maken. Zo zijn de onderzoeksopdrachten van de twee onderzoekssporen openbaar gemaakt en zijn de voorlopige uitkomsten van de zogenaamde omkering van het systeem van gaslevering breed geconsulteerd. In mijn brief van 7 oktober jl. (Kamerstuk 33 529, nr. 200) heb ik het besluitvormingsproces voor de gaswinning uit Groningen richting het einde van het jaar geschetst. Op de betrokkenheid van de bewoners bij de versterkingsaanpak ben ik in een voorgaand antwoord reeds ingegaan.
De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33529-209.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.