33 400 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2013

Nr. 20 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 november 2012

Voor u ligt de Mediabegroting 2013, met de concrete uitwerking van en aanvulling op artikel 15 (media) uit de Rijksbegroting 2013 van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW). De brief is nodig om het budget 2013 vast te stellen voor de media-instellingen en de taken die in de Mediawet 2008 zijn vastgelegd. In de brief is uitwerking gegeven aan de bezuinigingen van het kabinet-Rutte I.

Het regeerakkoord van kabinet-Rutte II1 bevat een aanvullende taakstelling op het mediabudget, van € 50 miljoen in 2016, oplopend tot € 100 miljoen structureel vanaf 2017. U ontvangt voorafgaand aan het Wetgevingsoverleg Media (hierna: WGO Media) van 10 december 2012 een brief over de wijze waarop ik het regeerakkoord kabinet-Rutte II zal uitwerken.

Het jaar 2013 is in veel opzichten een bijzonder jaar. Allereerst is 2013 het eerste jaar waarin de mediabegroting niet langer een bijdrage bevat voor de Stichting Radio Nederland Wereldomroep (hierna: Wereldomroep). De verantwoordelijkheid voor de financiering van de Wereldomroep wordt per 1 januari 2013 overgeheveld naar het ministerie van Buitenlandse Zaken (hierna: BZ). In de Mediawet 2008 (hierna: Mediawet) is de Wereldomroep dan ook niet langer vastgelegd. Dit is geregeld in de wet van 28 juni 2012 tot wijziging van onder meer de Mediawet 2008 in verband met aanpassing van de rijksmediabijdrage, beëindiging van de wettelijke taken van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep en aanpassingen van meer technische aard.2

Met de overheveling van de Wereldomroep naar de begroting van BZ, is ook de eerste fase gerealiseerd van de korting op de rijksmediabijdrage. Deze korting is inmiddels in de Mediawet vastgelegd en loopt op van € 50 miljoen in 2013 tot

€ 200 miljoen structureel vanaf 2015. De invulling ervan heeft het vorige kabinet uitgewerkt in de brief van 17 juni 2011.3

De landelijke publieke omroep is bezig met de noodzakelijke voorbereidingen om de korting van € 127 miljoen op zijn budget op een verantwoorde manier op te vangen. De omroepverenigingen liggen op schema met de invoering van de fusies van omroepverenigingen die nodig is om de bezuinigingen van het kabinet-Rutte I te realiseren. Ook de Nederlandse Publieke Omroep (hierna: NPO) is voortvarend aan de slag gegaan met de aanbevelingen uit het onderzoek naar besparings-mogelijkheden van september 2011.4 Als het wetsvoorstel betreffende de modernisering van de publieke omroep ook volgens planning behandeld wordt, kan in 2014 de eerste grote budgetkorting gerealiseerd worden, zonder dat deze ten koste gaat van de kwaliteit van de publieke programmering.

Deze brief is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 1 bevat het financiële kader voor de periode 2013–2017. Ook bevat dit hoofdstuk enkele onderwerpen met een direct gevolg voor de begroting van 2013. In hoofdstuk 2 vindt u een terugblik op de resultaten van de publieke omroep in 2011 en een doorkijk naar de verwachtingen en doelstellingen voor 2013. In hoofdstuk 3 geef ik tot slot een toelichting op enkele andere media-instellingen die rechtstreeks door mij worden gefinancierd en geef ik de stand van zaken rond enkele moties en toezeggingen aan uw Kamer.

Onderliggende stukken 1)

De NPO heeft op 27 april 2012 de Terugblik 2011 (incl. rapportage naleving Prestatieovereenkomst) toegezonden (bijlage 1). Op 31 mei 2012 heeft het Commissariaat voor de Media (hierna: CvdM) de jaarlijkse verificatie van de naleving van de Prestatieovereenkomst toegestuurd (bijlage 2). Op 17 september 2012 heeft de NPO de Meerjarenbegroting 2013–2017 toegezonden en op 4 oktober 2012 de Financiële terugblik 2011 (bijlage 3). Op 8 oktober 2012 heeft de NPO een herziene Meerjarenbegroting 2013–2017 ingediend (bijlage 4). Over deze Meerjarenbegroting 2013–2017 heeft het CvdM op 15 oktober 2012 zijn opmerkingen toegezonden (bijlage 5). In Bijlage 6 staat een toelichting op de post Bijdragen mediabeleid. De Raad voor Cultuur heeft op 1 november 2012 aangegeven in verband met de hervormingen en bezuinigingen op de landelijke publieke omroep geen advies uit te brengen over de Meerjarenbegroting

2013–2017 (bijlage 7).

1) De 7 bijlagen zijn ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

1 Financieel kader

1.1 Mediabudget

In het onderstaande overzicht (tabel 1) treft u de bedragen aan zoals die zijn opgenomen in de Rijksbegroting 2013 (inclusief de bezuinigingen),5 met daarnaast het beschikbare budget voor media op basis van de meest recente inzichten in de wettelijke indexering (€ 13,7 miljoen) en reclameontvangsten

(€ 3 miljoen hoger dan in de Rijksbegroting 2013). De bezuinigingen op de rijksbijdrage, zoals afgesproken en uitgewerkt in de vorige kabinetsperiode, zijn vanaf 2013 verwerkt. De mutaties ten opzichte van de ingediende Rijksbegroting 2013 en de bezuinigingen, zullen nader worden verwerkt in de eerste suppletoire wet 2013, die volgend voorjaar aan uw Kamer wordt aangeboden.

Tabel 1: Aansluiting tussen de Rijksbegroting 2013 en de Mediabegroting 2013 voor het beschikbare budget voor media

Bedragen in € 1 000

     
 

2013

 

2013

Ontvangsten

Rijksbegroting

Mutaties

Mediabudget

Rijksbijdragen media

684 447

13 689

698 136

Inkomsten van de Stichting Etherreclame (Ster)

190 000

3 000

193 000

Rente op de algemene mediareserve (AMR)

500

0

500

Beschikbaar budget media

874 947

16 689

891 636

Ter bepaling van het reële uitgavenkader 2013–2017 ziet het meerjarenbeeld van het beschikbare budget voor media er als volgt uit (tabel 2):

Tabel 2: Meerjarenbeeld van het beschikbare budget voor media op basis van het kabinet-Rutte I

Bedragen in € 1 000

           
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Rijksbijdrage

           

Rijksbegroting

730 403

734 817

738 005

739 530

743 109

752 205

Besparingen regeerakkoord

en ZBO-korting (Rutte I)

-104

-50 370

-100 814

-201 090

-201 143

-201 201

Rijksbegroting incl. besparingen

regeerakkoord en ZBO-korting (Rutte I)

730 299

684 447

637 191

538 440

541 966

551 004

Indexering

0

13 689

19 243

21 808

27 589

33 840

Rijksbijdrage media (geïndexeerd)

730 299

698 136

656 434

560 248

569 555

584 844

             

Inkomsten van de Stichting Etherreclame (Ster)

           

Rijksbegroting

215 000

190 000

197 000

190 000

197 000

190 000

Mutatie raming Ster

0

3 000

0

0

0

0

Inkomsten van de Stichting Etherreclame

215 000

193 000

197 000

190 000

197 000

190 000

             

Rente op de algemene mediareserve (AMR)

           

Rijksbegroting

500

500

500

500

500

500

Mutatie raming rente

0

0

0

0

0

0

Rente op de algemene mediareserve (AMR)

500

500

500

500

500

500

Totaal beschikbaar budget media

945 799

891 636

853 934

750 748

767 055

775 344

Het regeerakkoord kabinet-Rutte II heeft een extra bezuiniging op de publieke omroep opgelegd van € 50 miljoen in 2016, oplopend tot € 100 miljoen structureel vanaf 2017. In het regeerakkoord kabinet-Rutte II staat verder dat het budget van € 142 miljoen voor regionale omroepen wordt overgeheveld van het provinciefonds naar de mediabegroting. Door samenwerking en integratie van de taken met de landelijke publieke omroep is een besparing mogelijk. Op dit budget volgt een efficiencytaakstelling van € 25 miljoen bij het centraliseren van het budget voor de regionale omroepen. De budgettaire wijzigingen in de jaren 2016 – 2017 zijn nog niet opgenomen in het meerjarenbeeld in deze mediabegrotingsbrief 2013. Dat gebeurt op een later moment.

Toelichting

De rijksbijdrage

Het budget voor media wordt gevormd uit de rijksbijdrage, de reclameopbrengsten (Ster-opbrengsten) en de rente op de Algemene Mediareserve (hierna: AMR). In het verleden zijn voor enkele activiteiten budgetten voor een bedrag van totaal € 1,2 miljoen overgeboekt van andere beleidsartikelen naar artikel 15 (media) van de Rijksbegroting OCW. Het betreft activiteiten bij Beeld en Geluid, het budget voor Netherlands Information Services (hierna: NIS) van de landelijke publieke omroep en de toezichtkosten voor de BES-eilanden.6 Deze budgetten werden tot en met 2012 in de Rijksbegroting opgenomen onder de «overige uitgaven», hoewel de activiteiten plaatsvinden op grond van de Mediawet. Daarom zijn deze budgetten vanaf 2013 opgenomen onder de rijksbijdrage voor media.

De rijksbijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd volgens de systematiek van de Mediawet. Dit betekent dat voor deze begroting wordt gerekend met de huishoudensprognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek (hierna: CBS) en met de consumentenprijsindex (hierna: cpi) voor 2013 van het Centraal Planbureau (hierna: CPB). Alvorens de cpi toe te passen, wordt eerst een eventuele taakstelling verwerkt. De prijsstijgingen zijn geraamd op basis van de cpi van 2% in 2013. Ik volg daarmee de ramingen van het CPB zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning 2013 van 18 september 2012. Voor 2014 tot en met 2017 wordt voorzichtigheidshalve uitgegaan van een cpi van 1,0%.

Besparingen regeerakkoord en ZBO-korting (kabinet-Rutte I)

Uit het regeerakkoord kabinet-Rutte I is in de Rijksbegroting voor media de bezuinigingsreeks (tabel 3a) verwerkt:

Tabel 3a: Bezuinigingsreeks Media (kabinet-Rutte I)

Bedragen in € 1 000

           
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Besparingen mediabudget

0

50 000

100 000

200 000

200 000

200 000

ZBO-korting (totaal)1

104

370

814

1 090

1 143

1 201

Besparingen regeerakkoord

104

50 370

100 814

201 090

201 143

201 201

X Noot
1

De ZBO-korting voor het jaar 2017 is € 1 201 000. Het structurele bedrag – ingaande per 2018 – is € 1 258 000.

De korting op de zelfstandige bestuursorganen (hierna: ZBO) van het

kabinet-Rutte I is hieronder verder uitgesplitst (tabel 3b):

Tabel 3b: Toelichting op de ZBO-korting

Bedragen in € 1 000

           
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

ZBO-korting Commissariaat voor de Media (CvdM)

59

209

460

616

646

679

ZBO-korting landelijke omroep (NPO)

45

161

354

474

497

522

ZBO-korting (totaal)

104

370

814

1 090

1 143

1 201

Voor een toelichting op de besparingen op het mediabudget en de ZBO-korting van het kabinet-Rutte I verwijs ik naar de brief aan de Tweede Kamer van 17 juni 20117 en naar de Mediabegrotingsbrief 2012.8

Inkomsten van de Stichting Etherreclame (Ster)

De werkelijke ontvangsten van de Stichting Etherreclame (hierna: Ster) over 2011 bedragen € 208,7 miljoen.9 Daarmee vallen deze € 18,7 miljoen hoger uit dan de oorspronkelijke (voorzichtige) raming van € 190 miljoen die voor 2011 verwacht werd. Inmiddels is in de tweede helft van 2012 duidelijk geworden dat ook de televisiereclamemarkt niet gevrijwaard blijft van de huidige financieel-economische onzekerheden. Vandaar dat voor het begrotingsjaar 2013 geen prognose door de Ster is afgegeven op basis van het bedrag dat is verdiend in 2011 als vergelijkend niet-evenementen jaar. De Ster geeft een prognose af van maximaal € 193 miljoen. Ik volg de raming van de Ster en heb een bedrag van

€ 193 miljoen voor het jaar 2013 opgenomen in deze mediabegroting.

De verwachte rentebaten op de AMR

Voor het jaar 2013 worden de rentebaten op de AMR geraamd op € 0,5 miljoen. Zij worden ingezet als bijdragen mediabeleid ten behoeve van incidentele activiteiten en tijdelijke projecten. Omdat er nu nog geen duidelijkheid kan worden gegeven over de ontwikkeling van de AMR en de renteontwikkeling vanaf 2013, wordt voorlopig aangenomen dat de renteopbrengst de komende jaren circa € 0,5 miljoen zal zijn.

1.2 Uitgaven

De uitgaven uit het mediabudget 2013 dalen ten opzichte van 2012. Dit is onder meer het gevolg van de bezuinigingen en ZBO-kortingen uit het Regeerakkoord kabinet-Rutte I. De uitgaven zijn (tabel 4):

Tabel 4: Uitgaven media

Bedragen in € 1 000

   
 

2012

2013

Uitgaven

   

Landelijke publieke omroep

   

– Budget landelijke omroep

745 572

741 522

– Filmfonds van de omroep en Telefilm (CoBO)

7 416

7 416

– Stichting Beste van Vlaanderen en Nederland (BVN)

 

1 401

– Mediavoorziening Antillen (Caribische mediavoorziening)

– (index 2013 is n.v.t.)

 

300

– Index 2013

 

15 298

Stichting Radio Nederland Wereldomroep (Wereldomroep)

46 289

0

Minderhedenprogrammering

3 745

1 782

Muziekcentrum van de Omroep (MCO)

30 906

14 581

Uitzenden en uitzendgereed maken (oud NOB)

23 973

24 463

Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)

19 584

20 925

Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties (Mediafonds)

17 922

18 288

Stimuleringsfonds voor de Pers (SvdP)

2 300

2 300

Mediawijsheid-expertise centrum (Bewust mediagebruik)

2 000

2 000

Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland (OLON)

508

518

Stichting Landelijk Steunpunt Programmaraden (Kabelraden.nl)

389

397

Bijdragen mediabeleid

500

500

Commissariaat voor de Media (CvdM)

4 216

4 242

Subtotaal uitgaven

905 320

855 932

Mutatie algemene mediareserve (AMR)

40 479

35 704

Totaal

945 799

891 636

Toelichting

Landelijke publieke omroep

In paragraaf 1.4 wordt de landelijke publieke omroep behandeld.

Stichting Radio Nederland Wereldomroep (Wereldomroep)

In paragraaf 1.5 wordt de Wereldomroep behandeld.

Minderhedenprogrammering

De structurele financiering in specifieke zelfstandige minderhedenprogrammering wordt beëindigd, conform de brief van mijn voorganger van 17 juni 2011.10 De bestaande media-instellingen moeten in hun reguliere aanbod ook voorzien in programmering voor minderheden. De budgetten voor Multiculturele Televisie Nederland (hierna: MTNL) en FunX voor de jaren 2013 en 2014 worden gebruikt ten behoeve van afbouw- en frictiekosten.

– FunX

Eind 2012 loopt het convenant over FunX tussen de vier grote steden en de Rijksoverheid af. De bijdrage van OCW aan FunX van circa € 1,0 miljoen vervalt vanaf 2013. FunX zal vanaf 2013 zijn werkzaamheden voortzetten in een samenwerkingsconstructie met de NPO. In de Prestatieovereenkomst met de landelijke publieke omroep zijn specifieke afspraken gemaakt over de representativiteit van en het bereik onder allochtonen en jongeren in het programma-aanbod.

– MTNL

Eind 2012 loopt het convenant over MTNL tussen Amsterdam, Rotterdam en Utrecht af. De bijdrage van OCW aan MTNL van circa € 3,0 miljoen wordt vanaf 2013 stapsgewijs afgebouwd en komt vanaf 2015 in zijn geheel te vervallen. De afbouw betreft de afbouwactiviteiten van de Stichting Centrale Programma Organisatie (opdrachtgever van MTNL) met betrekking tot de verzorging van de minderhedenprogrammering. Dit betekent dat MTNL vanaf 2013 zal ophouden te bestaan.

Muziekcentrum van de Omroep (MCO)

Het budget voor het Muziekcentrum van de Omroep (hierna: MCO) wordt verlaagd van € 30,9 miljoen naar € 14,3 miljoen. Dit budget wordt voor 2013 verhoogd met het accres van 2,0%. Het budget voor 2013 bedraagt dan

€ 14,6 miljoen.

De korting op het budget van het MCO heeft grote gevolgen voor de taken en de organisatie van het MCO. Vanaf augustus 2013 zullen alleen het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor in een nieuwe stichting met als voorlopige naam Stichting Omroep Ensembles (hierna: SOE) worden ondergebracht bij de landelijke publieke omroep (zie paragraaf 3.2). De bijdrage aan het gehele MCO voor de periode tot augustus, dus gedurende zeven maanden, is € 8,5 miljoen. Voor de overgangsperiode tot augustus 2013 stel ik verder uit de beschikbare middelen voor frictiekosten extra budget ter beschikking om het seizoen uit te spelen. Het budget voor de SOE voor 2013 bedraagt € 6,1 miljoen, omdat SOE in 2013 maar vijf maanden onderdeel zal uitmaken van de landelijke publieke omroep.

Tot 2013 heeft het MCO de jaarlijkse loonindex van gesubsidieerde orkesten gevolgd. Daardoor ontstonden de afgelopen jaren positieve en negatieve afwijkingen ten opzichte van de bedragen in de mediabegroting. Met het oog op de transitie naar de publieke omroep per 1 augustus 2013, vind ik het passend om voortaan de indexeringsmethodiek van de landelijke publieke omroep aan te houden.

Uitzenden en uitzendgereedmaken (oud NOB)

Het budget van Uitzenden en uitzendgereedmaken stijgt in 2013 ten opzichte van 2012 met het accres van 2,0%.

Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)

De reguliere bijdrage aan het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

(hierna: NIBG) stijgt in 2013 ten opzichte van 2012 met het accres van 2,0% en met de bekostiging van een aantal activiteiten bij NIBG die tot en met 2012 uit het budget «overige uitgaven» zijn betaald (zie paragraaf rijksbijdrage).

Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties (Mediafonds)

De reguliere bijdrage aan het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties (hierna: Mediafonds) wordt verhoogd met het accres 2013 van 2,0%. Het kabinet-Rutte II neemt het eerder aangekondigde (gefuseerde) mediafonds in heroverweging. Voorafgaand aan het WGO Media van 10 december 2012 stuur ik u een brief over de wijze waarop ik het regeerakkoord

kabinet-Rutte II zal uitwerken. Daarin ga ik ook in op het Mediafonds.

Stimuleringsfonds voor de Pers (SvdP)

De reguliere bijdrage aan het Stimuleringsfonds voor de Pers (hierna: SvdP) wordt in 2013 gehandhaafd op het gebruikelijke niveau van € 2,3 miljoen. Het regeerakkoord stelt dat het SvdP blijft bestaan.

Mediawijsheid-expertise centrum (Bewust mediagebruik)

Het budget voor het Mediawijsheid-expertise centrum wordt in 2013 gehandhaafd op het niveau van € 2,0 miljoen.

Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland (OLON)

De uitgaven aan de Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland (hierna: OLON) stijgen in 2013 ten opzichte van 2012 met het accres 2013 van 2,0%.

Stichting Landelijk Steunpunt Programmaraden (Kabelraden.nl)

De uitgaven aan de Stichting Landelijk Steunpunt Programmaraden

(hierna: Kabelraden.nl) stijgen in 2013 ten opzichte van 2012 met het accres 2013 van 2,0%. Kabelraden.nl is enkele jaren geleden opgericht ter professionalisering en ondersteuning van de programmaraden. Het steunpunt wordt gefinancierd uit de mediabegroting. Op 5 oktober 2012 is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend over omroepdistributie11 (zie paragraaf 3.5). Als dit wetsvoorstel tot wet wordt verheven en in werking treedt, verdwijnen de programmaraden en is er geen rol meer voor Kabelraden.nl. Voor de bekostiging van Kabelraden.nl betekent dit dat er in ieder geval tot 1 juli 2013 nog niets verandert. De bekostiging na deze datum is afhankelijk van de voortgang van het wetsvoorstel. Daarom wordt voor Kabelraden.nl een bedrag gereserveerd voor de bekostiging van het gehele jaar 2013, maar zal de toekenning daarvan in termijnen plaatsvinden, waarbij wordt gestart met een toekenning tot 1 juli 2013.

Bijdragen mediabeleid

De renteopbrengst op de AMR is bestemd voor bijdragen aan tijdelijke projecten en incidentele activiteiten die ten goede komen aan de doelstellingen uit het mediabeleid. Deze projecten beoordeel ik jaarlijks per aanvraag (zie bijlage 6, onder Bijdragen mediabeleid). De beschikbare rentebaten zijn naar verwachting € 0,5 miljoen (zie paragraaf 1.1, onder De verwachte rentebaten op de AMR).

Commissariaat voor de Media (CvdM)

Het CvdM krijgt vanaf 2012 een ZBO-korting (kabinet-Rutte I) opgelegd, oplopend tot € 0,7 miljoen structureel vanaf 2018.

De uitgaven aan het CvdM blijven in 2013 vrijwel gelijk aan die in 2012. Dit is het effect van de optelsom van enerzijds de verlaging van het budget door de

ZBO-korting (zie tabel 3b) en anderzijds de verhoging van het budget met het accres 2013 van 2,0% en met de toezichtkosten voor de BES-eilanden die tot en met 2012 uit het budget «overige uitgaven» zijn betaald (zie paragraaf rijksbijdrage).

Mutatie algemene mediareserve (AMR)

Een positief saldo van de ontvangsten en uitgaven op de mediabegroting wordt toegevoegd aan de AMR. Een negatief saldo wordt ten laste gebracht van de AMR. Bijdragen uit de AMR worden jaarlijks beoordeeld bij de budgetvaststelling. Conform de reguliere jaarlijkse financiering van de publieke omroep, zullen de beschikbare middelen vanuit de AMR betrokken worden bij de toekenning van het jaarbudget 2013.

Voor de verwachte frictiekosten wordt de AMR opgehoogd, zoals is toegelicht in tabel 5 hieronder:

Tabel 5: Meerjarenbeeld mediabudget, uitgaven en mutatie AMR

Bedragen in € 1 000

           
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Totaal beschikbaar mediabudget

945 799

891 636

853 934

750 748

767 055

775 344

Totale uitgaven mediabudget

905 320

855 932

812 250

757 936

765 411

772 955

Exploitatiesaldo (mutatie AMR)*

40 479

35 704

41 684

-7 188

1 644

2 389

*Exclusief de uitgekeerde bedragen voor frictiekosten.

In 2012 zijn er meerdere mutaties ten laste of ten gunste van de AMR geweest (tabel 6):

Tabel 6: Mutaties AMR 2012 en 2013

Bedragen in € 1 000

   
 

2012

2013

Beginstand

70 550

101 082

Verwacht exploitatiesaldo lopende jaar

40 479

 

Correctie exploitatiesaldo 2011

-1 841

 

Meevaller Ster 2011

18 723

 

Bijdrage Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ)

aan frictiekosten Wereldomroep 2012

7 500

 

Frictiekosten* 2011

-3 508

 

Frictiekosten* 2012

-30 821

P.M.

Frictiekosten* 2013

 

P.M.

Toevoeging verwacht exploitatiesaldo

 

35 704

Eindstand (prognose)

101 082

P.M.

* Het gaat om uitgekeerde bedragen.

2012

Het verwachte exploitatiesaldo voor 2012 kan worden beïnvloed door hogere of lagere reclame-inkomsten (zie paragraaf 1.1 onder Inkomsten van de Stichting Etherreclame). Dit wordt duidelijk in het voorjaar van 2013. De meevaller van de Ster uit 2011 is verwerkt in de prognose van de eindstand van 2012. In 2011 en 2012 zijn door de media-instellingen frictiekosten gemaakt; dit wordt toegelicht in paragraaf 1.3. Ik verwacht dat de AMR ultimo 2012 eindigt op een bedrag van € 101,1 miljoen.

2013

Kijkend naar de totale uitgaven van de mediabegroting, vindt er in 2013 een toevoeging aan de AMR plaats van circa € 35,7 miljoen, vanwege de reguliere onttrekking AMR in 2013 (€ -1,9 miljoen), de bijgestelde raming van de Ster ten opzichte van de raming van de Rijksbegroting5 in 2013 (€ 3,0 miljoen), de ingehouden index in 2012 (€ 18,0 miljoen) en de dotatie AMR in verband met de korting op het budget van het MCO (€ 16,6 miljoen). De post uit te keren frictiekosten is nog niet ingevuld (P.M. post), omdat de aanvragen voor 2013 nog niet bekend zijn. De verwachting is dat in 2013 de efficiencymaatregelen op de omroeporganisaties hun beslag krijgen met bijbehorende frictiekosten. De stand van de AMR zal na uitkering van frictiekosten in 2013 naar verwachting beneden de € 100,0 miljoen uitkomen.

De AMR vervult meerdere functies: de financiering van de rekening-courant-verhouding met de Ster, de opvang van incidenteel sterk teruglopende reclame-inkomsten en de reservefunctie in geval van liquidatiekosten en reorganisatie bij omroepen. De reden dat er een rekening-courantverhouding met de Ster wordt aangehouden, is dat opbrengsten pas gedurende het jaar binnenkomen, terwijl uitgaven aan de media-instellingen en de landelijke publieke omroep al bij het begin van het jaar starten.

Voor de AMR ga ik uit van het gewenste minimumniveau van € 90,8 miljoen als ondergrens, zoals in 1992 is bepaald door de Commissie Van der Zwan.12

Gelet op de bezuinigingsopgave voor de landelijke publieke omroep en de overige media-instellingen de komende jaren en de frictiekosten die daar mee gemoeid zullen zijn, is een tijdelijke stijging van de AMR noodzakelijk. Vanaf 2012 tot en met 2014 zijn daarom middelen vrijgemaakt voor het ophogen van de AMR, zodat de frictiekosten gefinancierd kunnen worden en het gewenste minimumniveau van € 90,8 miljoen kan worden behouden; onder meer door de index voor 2012 toe te voegen aan de AMR. Dat betekent voor 2013 dat er evenals in 2012

€ 18,0 miljoen wordt toegevoegd aan de AMR. Jaarlijks kunnen de

media-instellingen een bijdrage voor frictiekosten aanvragen.

1.3 Frictiekosten

Het kabinet-Rutte I heeft in 2010 een bezuiniging van € 200 miljoen op het mediabudget opgelegd. Daarnaast is er een ZBO-korting (kabinet-Rutte I) opgelegd van ruim € 1,2 miljoen. In de navolgende tabel (tabel 7) staat de invulling van deze bezuiniging. Deze tabel is niet gewijzigd ten opzichte van de mediabegroting 2012.

Tabel 7: Invulling bezuinigingen en ZBO-korting media (kabinet-Rutte I)
 

Budget

Bezuinigingen (cumulatief)

 

Bedragen x € 1 000

2010

2012

2013

2014

2015

Struc.

Budget landelijke publieke omroep (incl. NOB en CoBO)

788 968

15 528

19 528

69 528

127 300

127 300

Muziekcentrum van de Omroep

31 057

612

17 239

17 239

17 239

17 239

Bijdrage Wereldomroep

45 867

926

47 215

47 215

47 215

47 215

Dotaties Stimuleringsfonds Ned. Culturele Mediapr.

17 657

358

358

358

1 964

1 964

Bijdrage minderhedenprogrammering

4 059

81

2 081

3 081

4 158

4 158

Mediawijsheid Expertisecentrum

2 000

     

100

100

Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

19 656

392

392

392

1 391

1 391

Dotaties Stimuleringsfonds voor de Pers

4 300

     

115

115

OLON

506

10

10

10

36

36

Kabelraden.nl

386

8

8

401

401

401

Commissariaat voor de Media

4 069

81

81

81

81

81

Besparingen mediabudget (Rutte I)

 

17 996

86 912

138 305

200 000

200 000

ZBO-korting

 

104

370

814

1 090

1 258

Besparingen regeerakkoord

 

18 100

87 282

139 119

201 090

201 258

Als gevolg van de bezuinigingen zullen de instellingen mogelijk te maken krijgen met frictiekosten. In de brief van 17 juni 201110 aan de Tweede Kamer heeft mijn voorganger laten weten een bijdrage te zullen leveren aan de financiering van de frictiekosten. Deze bijdrage zal worden verleend onder de voorwaarde dat de frictiekosten onvermijdelijk zijn, direct het gevolg zijn van het overheidsbesluit om te bezuinigen en niet opgevangen kunnen worden door de instelling zelf.

De instellingen verwachten ruim € 100 miljoen aan bijdragen voor frictiekosten te zullen aanvragen voor de periode 2012 – 2015. Door tijdig maatregelen te nemen, zoals inhouding van de index 2012 (totaal € 54 miljoen in de jaren 2012, 2013 en 2014), vervroeging van de bezuinigingen van het MCO (totaal

€ 33 miljoen in de jaren 2013 en 2014) en de inzet van een eerdere meevaller van de Ster (€ 18 miljoen in 2010), worden de komende jaren voldoende middelen toegevoegd aan de AMR om de verwachte frictiekosten te dekken. Bovendien heeft BZ een bijdrage geleverd van € 7,5 miljoen voor de frictiekosten 2012 van de Wereldomroep. OCW en BZ dragen beide verantwoordelijkheid voor de vergoeding van frictiekosten als gevolg van het besluit om de Wereldomroep niet langer uit de Mediabegroting te financieren.

In onderstaande tabel (tabel 8) staan de uitgekeerde bijdragen voor 2011 en 2012.

Tabel 8: Uitgekeerde bijdragen aan frictiekosten 2011 en 2012
 

Bijdrage frictiekosten

Bedragen x € 1 000

2011

2012

Totaal

Landelijke publieke omroep

3 450

1 277

4 727

Wereldomroep

0

25 206

25 206

Muziekcentrum van de Omroep (MCO)

57

4 200

4 257

Commissariaat voor de Media (CvdM)

0

139

139

Uitgekeerde bedragen

3 508

30 821

34 329

Bij de beoordeling van de aanvragen voor een bijdrage in de frictiekosten is rekening gehouden met de mogelijkheid van een instelling om een eigen bijdrage te leveren. De werkelijke frictiekosten zijn daarom hoger dan de uitgekeerde bedragen.

De totale bijdrage van € 34,3 miljoen is € 9,2 miljoen lager dan beschikbaar was uit de AMR. Dit overschot voeg ik toe aan het beschikbare bedrag voor 2013 van € 36,5 miljoen. Daarmee wordt het totale bedrag dat ik in 2013 beschikbaar stel voor frictiekosten € 45,7 miljoen. De verwachting is dat in 2013 dit gehele bedrag nodig is voor de frictiekosten van vooral de landelijke publieke omroep en het MCO.

1.4 Landelijke publieke omroep

De NPO vraagt voor 2013 voor de landelijke publieke omroep een budget aan van € 796,5 miljoen inclusief naburige rechten en het budget voor de Netherlands Information Services die tot en met 2012 uit het budget «overige uitgaven» is betaald (zie paragraaf rijksbijdrage). In de aanvraag is € 24,5 miljoen opgenomen voor de kosten van de beheertaak «uitzendgereed maken en uitzenden»,

€ 7,6 miljoen voor de dotatie aan het CoBO, € 6,1 miljoen ten behoeve van de SOE, € 1,4 miljoen voor de Stichting BVN en € 0,3 miljoen ten behoeve van Mediavoorziening Antillen (Caribische mediavoorziening).

In de budgetaanvraag wordt voor 2013 rekening gehouden met een accres van 2% (circa € 15,3 miljoen). Het CvdM adviseert het aangevraagde budget van

€ 796,5 miljoen toe te kennen, maar plaatst daarbij de kanttekening dat de indexering van het budget van de SOE met 2% niet onderbouwd is in de Meerjarenbegroting. Voor deze onderbouwing verwijs ik naar paragraaf 1.2 Uitgaven, onder Muziekcentrum van de Omroep (MCO). Verder wil ik opmerken dat het budget voor de SOE voor 2013 nog onderdeel is van het budget van het MCO. Zodra de SOE een aanwijzing heeft gekregen, zal het budget van MCO verminderd worden ten gunste van de SOE. Op grond van het bovenstaande stel ik het budget voor de landelijke publieke omroep vast op € 790,4 miljoen. Dit is inclusief uitzenden en uitzendgereedmaken, CoBO, BVN, Caribische Mediavoorziening en met uitzondering van de SOE.

Besparingen landelijke publieke omroep

Op basis van het onderzoek naar mogelijke besparingen bij de landelijke publieke omroep is een structurele taakstelling van € 127,3 miljoen met ingang van 2015 opgelegd. De verdeling van deze taakstelling over de verschillende onderdelen van de landelijke omroep is mede gebaseerd op het onderzoek van de Boston Consulting Group (hierna: BCG) van 16 september 2011.13 Voor de periode

2011 – 2015 zijn de frictiekosten naar verwachting € 75,6 miljoen. Een deel van deze frictiekosten wordt gefinancierd uit het eigen vermogen van de omroepen. Het totale bedrag dat uiteindelijk aangevraagd zal worden, is naar verwachting

€ 48,4 miljoen. Voor 2013 verwacht de landelijke publieke omroep een aanvraag in te dienen voor € 17,2 miljoen.

Korting NPO (kabinet-Rutte I)

De bezuinigingstaakstelling van de NPO loopt op tot € 25,9 miljoen structureel in 2015.10 Daarnaast krijgt de NPO als deeltijd-ZBO vanaf 2012 een ZBO-korting (kabinet-Rutte I) opgelegd, oplopend tot € 0,547 miljoen structureel vanaf 2018 (zie tabel 3b van de paragraaf Rijksbijdrage). In 2013 krijgt de NPO daarom in totaal te maken met een bezuiniging van € 4,2 miljoen. Deze bezuiniging wordt in eerste instantie gerealiseerd door de ruimte in het budget te gebruiken die ontstaan is door efficiencyslagen in voorgaande jaren. Het grootste deel van de bezuinigingen zal echter opgevangen moeten worden door toekomstige efficiencymaatregelen. De NPO is daarom gestart met de daarvoor benodigde reorganisatie.

Stichting Het Beste van Vlaanderen en Nederland (BVN)

Met de wet van 28 juni 2012 tot wijziging van onder meer de Mediawet 2008 in verband met aanpassing van de rijksmediabijdrage, beëindiging van de wettelijke taken van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep en aanpassingen van meer technische aard2 is geregeld dat de taak van de Wereldomroep beperkt wordt tot het verspreiden van het vrije woord. De taak om media-aanbod te verspreiden voor Nederlandstaligen in het buitenland, blijft echter relevant. Daarom is ervoor gekozen om de landelijke publieke omroep hiervoor verantwoordelijk te maken, onder meer door deelname in de Stichting Het beste van Vlaanderen en Nederland (hierna: BVN).

De Stichting BVN is overal ter wereld via de satelliet te ontvangen. Stichting BVN is een samenwerkingsverband tussen de Wereldomroep, de NPO en de Vlaamse publieke omroep, met elk een jaarlijkse bijdrage aan de begroting van Stichting BVN (de totale begroting is € 4,3 miljoen). Met het vervallen van de jaarlijkse bijdrage van € 1,4 miljoen van de Wereldomroep aan dit samenwerkingsverband, wordt per januari 2013 een gelijk budget toegevoegd aan de landelijke publieke omroep. De taken zullen dus met gelijkblijvende capaciteit, deskundigheid en budget worden uitgevoerd.

Mediavoorziening Antillen (Caribische mediavoorziening)

De Stichting BVN alleen is echter niet voldoende om op een adequate manier media-aanbod voor Nederlandstaligen te verspreiden in het buitenland. Met name in het Koninkrijk overzee is dit aanbod ontoereikend en doet het geen recht aan de onafhankelijke informatievoorziening. Aan de taken van de NPO is daarom een mediavoorziening van beperkte omvang toegevoegd voor de Caribische eilanden van het Koninkrijk. Het betreft een voorziening tegen een bedrag van

€ 0,3 miljoen. Net als bij de Stichting BVN zal de NPO hierbij gebruik maken van de reeds aanwezige expertise van het personeel van de Wereldomroep.

Financieel jaarverslag landelijke publieke omroep 2011

De NPO heeft het financieel jaarverslag van de landelijke publieke omroep samengesteld. Dit jaarverslag bestaat uit de samengevoegde baten en lasten uit de individuele jaarrekeningen van de omroepinstellingen. Het financieel jaarverslag is opgenomen in de Financiële Terugblik 2011 van de NPO.

Uit het exploitatieoverzicht blijkt dat de landelijke publieke omroep als geheel in 2011 een positief exploitatiesaldo behaalde van € 52,4 miljoen

(2010: € 8,9 miljoen). Dit resultaat bestaat uit het positieve resultaat van de NPO van € 29,1 miljoen en een positief resultaat bij de omroepen van € 23,3 miljoen. De resultaten zijn toegevoegd aan het eigen vermogen. Het positieve exploitatiesaldo in 2011 was aanzienlijk hoger dan in 2010 door het ontbreken van superevenementen,14 het realiseren van kostenbesparingen en een (niet begrote) incidentele bate.

Maximering reservevorming landelijke publieke omroep totaal

Uit de Financiële Terugblik 2011 van de NPO blijkt dat de publieke omroep aan het eind van 2011 een totaal aan programmareserves en stichtingsreserve heeft van 7,9% op een totaal batenniveau van € 857 miljoen. Dit blijft onder de toegestane norm van 10% zoals vastgesteld in de Mediawet. Er hoeft over 2011 daarom geen afroming van de programmareserve plaats te vinden ten gunste van de AMR.

Bij de uiteindelijke goedkeuring van de Europese Commissie van de bestaande steunmaatregelen voor de Nederlandse publieke omroep in 2009 is de 10%-norm verbreed tot het totaal van het jaarbudget en is dus van toepassing op alle programmareserves van de publieke omroep én de stichtingsreserve van de NPO. Deze verbreding is in de Mediawet verwerkt en treedt formeel in werking op

1 januari 2013.

De verenigingsreserves van de individuele omroepen zijn al sinds 1993 bevroren en kunnen niet meer groeien. Nieuwe omroepen kunnen onder de huidige Mediawet tot een maximum van € 750 000 aan verenigingsvermogen opbouwen. Dit verenigingsvermogen is nodig om enig werk- en weerstandsvermogen te hebben bij veranderingen in de organisatie of bij tegenvallers. Wanneer het bedrag van € 750 000 bereikt is, dienen de positieve exploitatieresultaten uit verenigingsactiviteiten volledig te worden ingezet voor de programmering.

Transparantie meerjarenbegroting

Het CvdM vindt dat in de Meerjarenbegroting 2013–2017, evenals in voorgaande jaren, de koppeling tussen de beleidsdoelstellingen en het financiële gedeelte verbeterd kan worden. De NPO heeft hierop in een bestuurlijk overleg met het CvdM laten weten dat hieraan wordt gewerkt en dat de NPO in 2013 de eerste stappen hiertoe zal zetten. Ook heeft de NPO laten weten de komende jaren de transparantie in de Meerjarenbegroting verder te zullen vergroten.

Naleving wetgeving

Met het indienen van het exploitatieoverzicht 2011–2017 wordt voldaan aan de wettelijke verplichting tot budgettair inzicht in de periode 2014–2017

(artikel 2 147, lid2, onder c). Het CvdM onthoudt zich van een advies over de budgetten 2014–2017, omdat een adequate toelichting en financiële vertaling van de ambities ontbreken en ook omdat voor de jaren 2016 en 2017 de basis voor de begroting (namelijk het nieuwe Concessiebeleidsplan) ontbreekt. Het CvdM merkt op dat de begroting op een aantal onderdelen niet voldoet aan de eisen die de Mediawet daaraan stelt. Het betreft een inschatting van de onafhankelijke producties, inclusief de omvang van Nederlands- en Friestalige producties en de specificatie van de benodigde financiële middelen voor het verspreiden van het media-aanbod. Evenals in voorgaande jaren is het voor de NPO niet mogelijk om aan de eisen voldoen, omdat het uitzendschema van individuele programma’s pas gedurende het kalenderjaar tot stand komt. Ik heb er daarom begrip voor dat de NPO alleen achteraf verantwoording aflegt over de genoemde eisen uit de Mediawet.

1.5 Wereldomroep

Met de wet van 28 juni 2012 tot wijziging van onder meer de Mediawet 2008 in verband met aanpassing van de rijksmediabijdrage, beëindiging van de wettelijke taken van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep en aanpassingen van meer technische aard2 is geregeld dat de Wereldomroep per 2013 uit de Mediawet verdwijnt als publiek gefinancierde media-instelling. Vanaf dat moment heeft de Wereldomroep dan ook geen mediawettelijke taken meer. Vanaf januari 2013 valt de verantwoordelijkheid voor de Wereldomroep toe aan BZ. De Wereldomroep ontvangt met ingang van 2013 voor een periode van vier jaar een subsidie van maximaal € 14 miljoen per jaar van BZ voor de kerntaak van het verspreiden van het «vrije woord», zijnde het voorzien in onafhankelijke informatie in landen met een informatieachterstand. De Wereldomroep heeft daartoe, binnen de beleidskaders van BZ, een meerjarenplan met bijbehorende begroting ingediend. BZ zal nog deze maand aan de Wereldomroep de subsidiebeschikking voor de jaren 2013 tot en met 2016 doen toekomen.

1.6 Overzicht financieringsstromen publieke omroep en aansluitingen jaarverslagen 2011

Enige jaren geleden heeft de Algemene Rekenkamer aanbevelingen gedaan op het gebied van financieringsstromen, kostentoerekening en reservevorming bij omroepverenigingen.15 Hierin wordt geadviseerd een overzicht op te stellen van de financieringsstromen om de verschillen tussen de jaarverslagen van OCW, het CvdM en het jaarverslag van de landelijke publieke omroep door de NPO (hierna: jaarverslag LPO) toe te lichten. Het gewenste overzicht volgt hieronder.

In de onderstaande tabel (tabel 9) staan de uitgaven volgens het Rijksjaarverslag 2011 van OCW,16 de Kerncijfers 2007–2011 van OCW,17 het Jaarverslag 2011 van het CvdM 18 en het Financieel jaarverslag 2011 LPO:19

Tabel 9: Aansluiting 2011 tussen de verschillende verantwoordingsregimes

Bedragen in € 1 miljoen

             

2011

Jaarverslag

OCW

 

Kerncijfers

OCW

 

Jaarverslag

CvdM

 

Jaarverslag

LPO

 

Landelijke omroepen

747,4

 

747,0

 

759,4

 

774,4

 

Wereldomroep

46,3

 

46,3

 

46,4

 

0,0

 

Overige uitgaven

119,2

 

119,1

 

82,4

 

0,0

 

via CvdM

 

88,4

     

82,4

 

0,0

direct OCW

 

30,8

     

0,0

 

0,0

 

912,9

 

912,4

 

888,2

 

774,4

 

Mutatie AMR

 -0,5

 

0

 

12,8 

 

0,0 

 

Uitgaven

912,4

 

912,4

 

901,0

 

774,4

 

Aansluiting Jaarverslag OCW en Kerncijfers OCW

De uitgaven aan de landelijke omroepen (€ 747,4 miljoen) zijn in het Jaarverslag van OCW € 0,4 miljoen hoger dan in de Kerncijfers OCW (€ 747,0 miljoen). Dit verschil betreft de naburige rechten, die in de Kerncijfers OCW niet meegenomen zijn. Bij de Wereldomroep (€ 46,3 miljoen) zijn er geen verschillen; bij beide is de uitgave voor de NIS meegenomen.

De overige uitgaven in de Kerncijfers OCW zijn niet verder uitgesplitst naar uitgaven via het Commissariaat van de Media en uitgaven direct door OCW. Verder is de mutatie AMR in de Kerncijfers OCW niet zichtbaar. Het totaalbedrag van de uitgaven (€ 912,4) is gelijk aan dat in het Jaarverslag van OCW.

Aansluiting Jaarverslag OCW en Jaarverslag CvdM

Het CvdM deed in 2011 namens OCW uitgaven aan de landelijke omroepen (€ 759,4 miljoen), de Wereldomroep (€ 46,4 miljoen) en de overige

media-instellingen (inclusief incidentele kosten): MCO, Uitzenden en uitzendgereedmaken, NIBG, MTNL, FunX, OLON (€ 82,4 miljoen). Naast de bovenstaande uitgaven die het CvdM namens OCW deed, verzorgde OCW ook direct een aantal betalingen. Deze uitgaven zijn daarom niet verantwoord in het Jaarverslag van het CvdM. Het gaat om de betalingen aan de bijdragen mediabeleid, de apparaatskosten van het CvdM, Kabelraden.nl, Mediawijzer.net, overige uitgaven media (niet Mediawet), zerobase en de dotaties aan de fondsen.20 In totaal is dit een bedrag van € 30,8 miljoen.

De uitgaven aan de landelijke omroepen (€ 759,4 miljoen) zijn volgens het jaarverslag van het CvdM € 12 miljoen hoger dan verantwoord in het Jaarverslag OCW (€ 747,4 miljoen). Dit betreft enerzijds de dotatie aan het CoBO

(€ 7,4 miljoen), die in het Jaarverslag OCW verantwoord is onder de overige uitgaven en anderzijds de meeropbrengsten van de verkoop van het Nederlands Omroep Bedrijf (hierna: NOB) voor een bedrag van € 6,5 miljoen. 8 Hiertegenover staat een toekenning van € 1,9 miljoen voor Innovatie en Nieuwe Media waarvoor de NPO al in 2007 middelen heeft ontvangen (maar toen heeft niet uitgegeven).

De uitgaven aan de Wereldomroep (€ 46,4 miljoen) zijn volgens het jaarverslag van het CvdM € 0,1 miljoen hoger dan in het jaarverslag van OCW

(€ 46,3 miljoen). Het verschil van € 0,1 miljoen heeft betrekking op de jaarafsluiting waar dit bedrag niet meer afzonderlijk is bevoorschot, maar verwerkt bij de onttrekking AMR.

De post overige uitgaven via het CvdM is volgens het Jaarverslag van het CvdM (€ 82,4 miljoen) per saldo € 6,0 miljoen lager dan verantwoord in het Jaarverslag OCW (€ 88,4 miljoen). Dit verschil bestaat uit de dotatie aan het CoBO

(€ 7,4 miljoen) die in het jaarverslag van het CvdM bij de landelijke publieke omroep is meegenomen en een voorschot op 2012 met betrekking op het MCO van € 1,0 miljoen. Hiertegenover staan de uitgaven van het CvdM van

€ 2,2 miljoen21 en een reservering voorgaande jaren van € 0,2 binnen de AMR met betrekking tot de afrekening van SchoonSchip 2005–2009 (een projectsubsidie aan NIBG).

De mutatie AMR is € 12,8 miljoen volgens het Jaarverslag van het CvdM en dat is per saldo € 13,3 miljoen hoger dan de verantwoorde mutatie van € -0,5 miljoen in het Jaarverslag OCW. De reden hiervoor is dat de werkelijke reclamegelden voor 2011 € 18,7 miljoen hoger zijn dan de geraamde reclamegelden volgens het Rijksjaarverslag. Verder zijn door het CvdM uitgaven van € 5,4 miljoen gedaan ten laste van de AMR; deze uitgaven maken geen deel uit van het Jaarverslag van OCW.

Aansluiting Jaarverslag CvdM en Jaarverslag LPO

De uitgaven aan de landelijke omroepen (€ 759,4 miljoen) zijn volgens het Jaarverslag van het CvdM € 15,0 miljoen lager dan verantwoord in het Jaarverslag LPO (€ 774,4 miljoen). Het verschil betreft de bijdrage van de overheid aan Uitzenden en uitzendgereedmaken (€ 24,0 miljoen) voor de beheertaken, die bij het Commissariaat onder de Overige uitgaven staan. Daartegenover staat dat in het Jaarverslag LPO de CoBO-uitgaven (€ 7,4 miljoen) niet zijn meegenomen. Tenslotte heeft de NPO in het jaarverslag LPO een aantal posten (€ 1,6 miljoen) opgenomen als overlopende passiva.

2 Landelijke publieke omroep

In het eerste hoofdstuk heb ik u het financiële kader geschetst van het mediabeleid voor het komende jaar. In het tweede en derde hoofdstuk vindt u de beleidsmatige toelichting bij deze cijfers. In het tweede hoofdstuk staat de landelijke publieke omroep centraal, met onder andere aandacht voor de naleving van de Prestatieovereenkomst 2010–2015 en de verdere uitwerking van het regeerakkoord kabinet-Rutte I op het onderdeel media. Hoofdstuk drie bevat de toelichting bij de andere media-instellingen die deel uitmaken van de mediabegroting en geeft de stand van zaken bij enkele moties van en toezeggingen aan de Tweede Kamer.

2.1 Terugblik 2011

Naleving Prestatieovereenkomst 2010–2015

De Nederlandse Publieke Omroep (hierna: NPO) heeft in 2011 achttien van de twintig verplichte prestatieafspraken nageleefd. De twee afspraken die – net als vorig jaar – nog niet zijn gerealiseerd, hebben beide betrekking op de uitbreiding van het bereik van de NPO. De eerste afspraak betreft het weekbereik van het audioaanbod. Dat bedraagt nu 48,1% terwijl het doel is om 50% procent bereik te halen. De tweede niet gerealiseerde ambitie is die om het aantal kijkers in de leeftijd van 20–34 jaar te verhogen. Er is daarentegen opnieuw sprake van een lichte afname van het aantal jonge kijkers, namelijk anderhalf procent minder dan in 2010. Deze twee prestatieafspraken hebben echter een looptijd van vijf jaar: de vergroting van het bereik dient gerealiseerd te zijn aan het einde van de gehele concessieperiode. De NPO heeft toegelicht welke acties en inspanningen hij in 2012 zal verrichten om de twee afspraken te realiseren. Het gaat daarbij onder andere om het verder aanscherpen van het profiel van Nederland 3.

Gezien het hoge aantal prestatieafspraken dat de NPO heeft gerealiseerd in een periode van grootschalige hervorming en bezuinigingen, ben ik tevreden over de naleving van de prestatieovereenkomst door de NPO in 2011. Wel wil ik de NPO oproepen te blijven werken aan het bereik van de doelgroep tussen 20–34 jaar.

Websites en themakanalen

De NPO is het afgelopen jaar ook aan de slag gegaan met een stroomlijning van zijn aanbod in het digitale domein. In de brief van 17 juni 201110 heeft mijn voorganger de publieke omroep onder andere gevraagd om het aantal websites met minimaal 35 procent te reduceren. Het aantal websites is inmiddels vrijwel gehalveerd. Ook is de NPO gestopt met twaalf themakanalen op de radio, is het aantal audio webkanalen gehalveerd en heeft de publieke omroep besloten het aantal digitale themakanalen op televisie terug te brengen van twaalf naar acht.

Ik wil mijn waardering uitspreken voor de voortvarende wijze waarop de publieke omroep deze afspraken is nagekomen.

Programmatische terugblik

De publieke omroep is van en voor alle inwoners van Nederland. Om te weten te komen in hoeverre het programma-aanbod van 2011 ook daadwerkelijk aansloot op de wensen van al deze kijkers en luisteraars, heeft de publieke omroep een imago-onderzoek uitgevoerd onder een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking van 13 jaar en ouder. De waardering van de publieke omroep was net als voorgaande jaren hoog met een gemiddelde van 7.1. Uit het onderzoek blijkt verder dat, net als in 2010, ruim driekwart van de bevolking het (heel) belangrijk vindt dat de landelijke publieke omroep er is en de omroep te zullen missen als deze er niet zou zijn.

In 2011 waren expressie/kunst, de representatie van groepen in de samenleving, journalistieke kwaliteit en pluriformiteit en het vergroten van het bereik onder jongeren, de vier belangrijkste speerpunten in het beleid.

De publieke omroep bracht in 2011 een breed en gevarieerd aanbod op het gebied van kunst en cultuur, met een programmering die zich uitstrekte van kunstinformatie tot concertregistraties. Ondanks de onrust in de kunstensector door vergaande bezuinigingen bleef de publieke omroep in gesprek met verschillende culturele instellingen om de mogelijkheden tot samenwerking tussen omroepen en culturele instellingen te stimuleren en vonden er diverse concrete samenwerkingsprojecten plaats zoals rondom het Festival Classique. Daarnaast is de NPO in 2011 begonnen met het onderbrengen van al het culturele programma-aanbod in een digitaal cultuurplatform. Sinds het najaar van 2011 is er ook een actuele uitgaans- en festivalagenda beschikbaar voor het publiek.

In het kader van kwaliteit en pluriformiteit hebben sterk geprofileerde programma’s als Stand.nl en De vijfde dag in 2011 hun profiel beter en scherper neergezet, waarbij zij de samenleving goed wisten te betrekken en weer te geven. Het onderzoeksjournalistiek programma Zembla won de Pfizer Persprijs en het populaire programma De Wereld Draait Door ontving de Nipkowschijf.

Nederland 1 was het voorkeursnet van meer dan 50% van de Nederlanders en daarmee opnieuw het meest gewaardeerde en het meest bekeken televisienet, met populaire titels als EenVandaag, het Journaal en Boer zoekt vrouw. De nieuwsprogramma’s besteedden in 2011, zoals afgesproken, meer aandacht aan internationaal en Europees nieuws en financieel-economische berichtgeving. De kindernetten Z@pp en Z@ppelin brachten ook in 2011 een gevarieerd aanbod met mooie publieke titels als Hoe overleef ik en Taarten van Abel.

Onder andere om meer jongeren aan te trekken, heeft de publieke omroep vorig jaar € 4,5 miljoen van de eigen middelen ingezet voor programmavernieuwing. Zo is Nederland 3 in 2011 gestart met 40 nieuwe titels, waaronder Ali B op volle toeren en Uit de kast. 3FM en FunX droegen in 2011 ruimschoots bij aan de doelstelling om meer jong publiek te trekken. 3FM was in de doelgroep jongeren zelfs de best beluisterde zender.

2.2 Vooruitblik 2013

In 2013 zullen de ambities uit het Concessiebeleidsplan 2010–2016 verder worden verwezenlijkt. Maar de ingrijpende bezuinigingen die in 2012 zijn gestart, maken het voor de NPO lastig om nieuwe ambities op te pakken rond de programmatische speerpunten. In 2013 ligt het accent daarom op het continueren van de ingezette acties uit het concessiebeleidsplan. Hieronder bespreek ik kort twee van deze voornemens: innovatie en journalistieke kwaliteit en pluriformiteit.

De publieke omroep vormt een verbindende schakel tussen bevolkingsgroepen in de samenleving. Om te blijven inspelen op het mediagebruik van het publiek en de behoeften van het publiek, moet de publieke omroep blijven innoveren. De NPO noemt daarvoor twee concrete plannen voor 2013: het verbeteren van de

on demand-dienstverlening en een groter aanbod van televisieprogramma’s beschikbaar stellen aan het publiek. Op dit moment heeft de NPO nog niet de benodigde rechten om alle programma’s aan te bieden via Uitzending Gemist. Er wordt nog onderzocht hoe dit kan worden verbeterd, zodat er meer programma’s voor het publiek beschikbaar kunnen worden gesteld.

Ook wordt in 2013 verder gewerkt aan de verbetering van de kwaliteit en de pluriformiteit van de journalistieke programmering. Voor dit doel wordt extra budget vrijgemaakt om te investeren in onderzoeksjournalistiek. Daarnaast is het de bedoeling dat Nederland 2 zich meer gaat profileren als zender voor onderzoeksjournalistiek, onder andere door programmavernieuwing en een gezamenlijke journalistieke portal. Deze portal zal een gemeenschappelijk knooppunt vormen waar het publiek al het journalistieke aanbod (nieuws en opiniërende programma’s) kan vinden. Ook in het audioaanbod zullen veranderingen plaatsvinden. Radio 1 zal bijvoorbeeld meer aandacht besteden aan relevante politieke en maatschappelijke thema’s, zoals economisch nieuws, Europa, diversiteit, criminaliteit en sportachtergronden. Jongeren zullen geïnformeerd worden via programma’s als PowNews en NOS op 3 en de speciale nieuwsvoorziening voor jongeren op 3FM en de landelijke editie van FunX.

2.3 Voortgang uitwerking regeerakkoord kabinet-Rutte I

Fusies omroepen

De fusie van zes omroepverenigingen tot drie nieuwe omroeporganisaties is een belangrijke voorwaarde om de geplande besparingen op het budget van de publieke omroep te realiseren. De NPO en de omroepverenigingen zijn hiermee het afgelopen jaar voortvarend aan de slag gegaan. Ook de 2.42 omroepen sluiten zich aan bij een omroeporganisatie. Dat brengt de komende jaren het aantal omroeporganisaties terug van 21 tot 8. Ik wil voor deze ingrijpende organisatieverandering mijn waardering uitspreken. De meeste fusiepartners hebben het voornemen om al in 2013 te werken aan de gezamenlijke organisatie, zodat per 1 januari 2014 de fusie geformaliseerd kan worden. Dat is ook het moment waarop de wijziging van de mediawet van kracht moet zijn en de tweede grote tranche uit de aangekondigde bezuinigingsoploop gerealiseerd wordt. De omroepen en de NPO maken nu al, daar waar mogelijk, de eerste efficiencyslagen die geen formele reorganisaties vereisen. Doel is kosten besparen zonder dat dit ten koste gaat van de huidige kwaliteit van de publieke programmering. Zo wordt er op dit moment gezocht naar structurele verlaging van de huisvestingskosten en gaat de NPO aan de slag om het programmaschema zo aan te passen dat de geplande programmatische efficiëntieslag ook echt gemaakt kan worden. Ik heb er echter vertrouwen in dat de publieke omroep ook deze uitdagingen in gezamenlijkheid het hoofd weet te bieden.

Het kabinet-Rutte II legt met ingang van 2016 nog een extra taakstelling op aan de publieke omroep. Ik vind het belangrijk dat de omroepen en andere betrokken media-instellingen snel duidelijkheid krijgen over de consequenties van het regeerakkoord en de wijze waarop dat verder wordt ingevuld. U ontvangt daarom voorafgaand aan het WGO Media van 10 december 2012 een brief over de wijze waarop ik het regeerakkoord kabinet-Rutte II zal uitwerken.

Wijziging Mediawet

Op 17 juli 2012 is de wet van 28 juni 2012 tot wijziging van de Mediawet in het Staatsblad verschenen.2 Deze wijziging heeft betrekking op de aanpassing van de rijksmediabijdrage, beëindiging van de wettelijke taken van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep en aanpassingen van meer technische aard. Onderdelen van deze wet treden al op 1 januari 2013 in werking. De wijziging van de Mediawet die de fusies van omroepen en daarmee de invulling van de bezuiniging daadwerkelijk regelt, is vóór de zomer van 2012 onder het vorige kabinet (kabinet-Rutte I) aan de Koningin aangeboden ten behoeve van voorlegging voor advies aan de Raad van State. Op 2 november 2012 heeft de Raad van State advies uitgebracht. Ik verwacht het wetsvoorstel met het nader rapport begin 2013 naar uw Kamer te zenden. Voor het WGO Media informeer ik u over de wijze waarop ik het regeerakkoord kabinet-Rutte II zal uitwerken.

3 Overige Media-instellingen

3.1 Wereldomroep

Per 1 januari 2013 zullen de Mediawettelijke taken van de Wereldomroep beëindigd worden. Dit is dan ook het laatste jaar dat de Wereldomroep deel uitmaakt van de Mediabegrotingsbrief. In verband met deze ontwikkelingen, en de aanmerkelijke vermindering van het budget van de Wereldomroep, zal deze paragraaf geen rapportage bevatten van de naleving van de prestatieovereenkomst die mijn voorgangster afsloot met de Wereldomroep. Gezien de gewijzigde situatie heeft zij gemeend de Wereldomroep daar niet meer aan te hoeven houden. Dat stelde de Wereldomroep in de gelegenheid om de aandacht optimaal te richten op de reorganisatie en de toekomstige inbedding binnen de beleidskaders van het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ).

Voortgang uitwerking regeerakkoord

De overheveling van de (financiële) verantwoordelijkheid voor de Wereldomroep naar BZ, conform de opdracht in het kabinet-Rutte I, verloopt volgens plan. Inmiddels kan ik u ook, mede namens mijn collega van BZ, nader informeren over het verloop van de reorganisatie bij de Wereldomroep, zoals mijn voorgangster uw Kamer heeft toegezegd tijdens het overleg over de Mediabegroting van vorig jaar en in antwoord op de vragen aan mijn collega van BZ over de journalistieke onafhankelijkheid van de Wereldomroep.

De reorganisatie verloopt naar wens. Per 1 januari 2013 opereert een afgeslankte Wereldomroep binnen de beleidskaders van BZ. De nieuwe organisatie start met een weerbare financiële positie. Daarbij is in ieder geval rekening gehouden met bestaande rechten van blijvend personeel en er is een buffer voor onverwachte tegenvallers. Voor de bepaling van de financiële positie van de Wereldomroep bij de overdracht is onderzoek gedaan en is overleg gevoerd met de Wereldomroep. Daarbij is onder meer is gekeken naar continuïteitsreserves bij vergelijkbare organisaties.

Het kader voor het functioneren van de Wereldomroep bij BZ is de subsidieaanvraag, in dit geval van de Wereldomroep, die met een beschikking wordt goedgekeurd. In de subsidierelatie met BZ kent de Wereldomroep onafhankelijkheid. Zoals bekend functioneren door BZ gesubsidieerde (maatschappelijke) organisaties «op afstand» en daarmee onafhankelijk van het ministerie. Dat is inherent aan het mechanisme van een subsidierelatie.

De afgeslankte Wereldomroep kan per januari 2013 voortvarend aan de slag binnen de beleidskaders van het ministerie van BZ.

3.2 MCO

Voortgang uitwerking Regeerakkoord

In het voorjaar van 2012 ontving mijn voorganger van de NPO een voorstel voor de transitie van twee ensembles (het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor) van het MCO naar de publieke omroep. Het voorstel behelst de oprichting van een Stichting Omroep Ensembles (SOE). Aan de NPO is vervolgens gevraagd de verdere uitwerking van dit voorstel ter hand ter hand te nemen. De uitwerking omvat de afsplitsing van de betrokken onderdelen, de oprichting van de stichting, de benoeming van een Raad van Toezicht en een Algemeen Directeur. Deze stappen moeten leiden tot een overdracht van de ensembles, die per 1 augustus 2013 moet zijn afgerond. De nieuwe stichting heeft een budgettair kader gekregen van € 14,3 miljoen per jaar (behoudens een eventuele index). Dit is exclusief de bijdrage van de NPO aan de SOE. De voorwaarde voor de bekostiging van de ensembles is wel dat de NPO jaarlijkse een begroting in dient die inzicht geeft in de activiteiten en organisatie van de SOE.

Het Metropole orkest is perspectief geboden op verzelfstandiging op voorwaarde dat er een realistisch ondernemingsplan zou zijn. Het eerste ondernemingsplan werd op 9 november 2011 ingediend. Er waren zorgen omtrent de haalbaarheid van dit plan. Deze zorgen werden onderschreven door een quick scan van het bureau Research voor Beleid. Daarop is het MCO op 18 januari 2012 verzocht om een nieuw ondernemingsplan. Het MCO heeft op 10 juli 2012 een aangepast ondernemingsplan ingediend dat een aanvulling is op het eerder ingediende plan. De aanvraag in dit aangepaste ondernemingsplan van in totaal € 15 miljoen, past niet bij het gegeven beschikbare budget van in totaal € 9 miljoen. Het aangepaste plan gaat uit van ontslag en doorstart en niet van aanwending van het frictiebudget voor een doorstart vanuit de huidige situatie. Verder biedt het aangepaste ondernemingsplan opnieuw onvoldoende vertrouwen in een realistische verzelfstandiging van het Metropole Orkest. In de aanbiedingsbrief van het aangepaste ondernemingsplan geeft het MCO aan financieel en artistiek gezien risico’s te zien in volledige zelfstandigheid van het Metropole Orkest. Op

28 september 2012 heeft mijn voorganger daarom laten weten voornemens te zijn om de gevraagde bijdrage niet toe te kennen. Het MCO is in de gelegenheid gesteld om binnen 6 weken een zienswijze te geven op dit voornemen. Op

11 november 2012 is de zienswijze ontvangen. Ik ben mij op dit moment aan het beraden.

3.3 Regionale en lokale omroep

Regionale omroep

Sinds 2006 zijn de provincies geheel verantwoordelijk voor de financiering van de regionale omroepen. Voordien bestond een duale financiering van de regionale omroep door zowel de provincies en vanuit de Mediabegroting. In het regeerakkoord heeft het kabinet-Rutte II laten weten de regionale omroepen niet langer te laten financieren door de provincies maar door het Rijk. Ik kom hierop terug in de brief die ik voorafgaand aan het WGO Media van 10 december 2012 zal sturen over de wijze waarop ik het regeerakkoord kabinet-Rutte II zal uitwerken. De moties en de toezegging die betrekking hebben op de regionale omroep, betrek ik bij de verdere uitwerking van het onderdeel regionale omroep uit het regeerakkoord.22

Lokale omroep

De lokale omroepen leveren een belangrijke bijdrage aan de lokale nieuws- en informatievoorziening binnen de gemeenten of streek waar zij zijn gevestigd en zijn van groot belang voor de lokale democratie. Maar veel lokale omroepen hebben het moeilijk om zelfstandig staande en zichtbaar te blijven met de hun beschikbare middelen en mogelijkheden. Op grond van de Mediawet zal in 2013 een evaluatie plaatsvinden van de financiering van de lokale omroep over de periode 2010–2012. Uw Kamer zal hierover te zijner tijd worden geïnformeerd.

Het Kamerlid Van Dam (PvdA) stelt in zijn motie over de lokale omroepen23 dat de lokale omroepen van plan zijn om door samenwerking en integratie te komen tot sterkere en professionelere organisaties, die niet noodzakelijk beperkt zijn tot de gemeentegrenzen. De heer Van Dam verzoekt de regering in de motie de lokale omroepen te ondersteunen in dit streven en in deze brief in te gaan op de betrokken wet- en regelgeving. De Mediawet kent geen belemmeringen voor een lokale omroep om voor meerdere gemeenten te werken. Artikel 2.64 van de Mediawet biedt de mogelijkheid dat een omroep voor meerdere gemeenten kan worden aangewezen, mits de betreffende gemeenten daar gezamenlijk voor kiezen. Verder bepaalt artikel 2.71 van de Mediawet dat een lokale publieke omroep ook met een regionale publieke omroep een samenwerkings-overeenkomst kan sluiten. Ook wijs ik op het onderzoek naar streekomroepen dat in 2009 in opdracht van OCW is uitgevoerd.24Streekomroepen zijn lokale publieke omroepen die voor meerdere gemeenten het lokale media aanbod verzorgen. Deze vorm van samenwerking kan verschillende voordelen opleveren voor lokale omroepen. Zo worden én het afzetgebied én de financiële armslag groter en kan de journalistieke kwaliteit versterkt worden. Evenals mijn voorganger, die dit heeft laten weten in haar brief over de lokale omroep van 5 december 2011,25 juich ik deze ontwikkeling toe. De lokale omroepen en hun gemeenten zijn nu aan zet om dit – indien gewenst – verder uit te werken. Ik vertrouw er op uw Kamer naar aanleiding van de voornoemde motie voldoende te hebben geïnformeerd.

3.4 Fondsen

Samenvoeging fondsen

Op 17 juni 2011 heeft het kabinet-Rutte I in zijn brief ter uitwerking van het regeerakkoord, 10 laten weten het Mediafonds en het Stimuleringsfonds voor de Pers (SvdP) te willen fuseren. De Raad voor Cultuur heeft in mei 2012 positief geadviseerd over de fusie.26 Vervolgens is beide fondsen gevraagd de fusie uit te gaan werken en een fusieplan op te stellen. Het kabinet-Rutte II gaat de fusie heroverwegen. In mijn brief over de wijze waarop ik het regeerakkoord

kabinet-Rutte II zal uitwerken, ga ik hier nader op in.

Regelingen SvdP

Twee stimuleringsregelingen van het Stimuleringsfonds worden geëvalueerd en uw Kamer wordt daarover geïnformeerd.27 Dit betreffen de tijdelijke regeling jonge journalisten en de tijdelijke subsidieregeling persinnovatie. De regeling jonge journalisten is pas aan het eind van dit jaar afgerond en wordt daarom begin 2013 geëvalueerd. De persinnovatieregeling omvat in totaal drie financieringsrondes, in de jaren 2010 en 2011. De gefinancierde projecten hebben veelal een looptijd van twee tot drie jaar. Hoewel deze innovatieregeling is afgerond, blijkt de uitvoering van veel projecten door te lopen tot half 2013. Voor een adequate inhoudelijke evaluatie van de persinnovatieregeling, is het beter om aan te sluiten bij de looptijd van de gefinancierde projecten. De evaluatie van deze regeling zal daarom pas halverwege 2013 plaatsvinden.

3.5 Distributie

Op 5 oktober 2012 is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van de Mediawet in verband met omroepdistributie.28 Het wetsvoorstel strekt ertoe de toegang van kijkers en omroepen tot een breed en gevarieerd standaardpakket op alle netwerken te beschermen.

De huidige Mediawet schrijft onder meer voor dat het analoge en/of digitale programmapakket dat via de kabel wordt verspreid, uit ten minste 15 televisiezenders bestaat. Voor zowel het analoge als het digitale kabelpakket geldt dat een aantal publieke zenders verplicht moet worden doorgegeven (de zogenoemde «must carry» zenders). Verder geldt uitsluitend voor het analoge kabelpakket dat programmaraden de kabelbedrijven adviseren over de keuze van de overige zenders in het pakket van 15 televisiezenders.

Het genoemde wetsvoorstel verhoogt de minimale omvang van het digitale standaardpakket van 15 naar 30 televisiezenders. Ook wordt het systeem van advisering via programmaraden beëindigd. Verder wordt de regeling zoveel mogelijk techniekneutraal gemaakt. Daartoe regelt het wetsvoorstel dat de verplichting niet langer uitsluitend geldt voor kabelbedrijven, maar voor alle pakketaanbieders die programmapakketten via kabel- en andere netwerken verspreiden. Het wetsvoorstel handhaaft daarbij de must carry zenders, maar voor het overige wil de regering pakketaanbieders zelf laten kiezen welke zenders zij in het digitale standaardpakket opnemen. Pakketaanbieders met minder dan 250 000 abonnees vallen niet onder de voorgestelde regeling. Daarnaast wordt voor pakketaanbieders in de ether of op de satelliet, voor zover technisch nodig, een afwijkende regeling getroffen. Voor de onderbouwing van de gemaakte keuzes verwijs ik u graag naar de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel.

3.6 Mediawijsheid

Het Mediawijsheid Expertisecentrum Mediawijzer.net bestaat sinds 2009 en bevordert een bewuste, kritische en actieve houding van burgers en instellingen in de gemedialiseerde samenleving. Het mediawijsheidprogramma loopt tot 2014 en wordt getrokken door vijf instellingen: Het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken, ECP, de publieke omroep (NTR), Kennisnet en het NIBG. Het beschikbare budget voor het expertisecentrum is € 2,0 miljoen in 2013. Dit budget wordt besteed aan het Mediawijsheid Expertisecentrum, de regeling innovatieve projecten en de centrale loketfunctie.

Bescherming van minderjarigen tegen mogelijk schadelijke media-inhoud vindt plaats op basis van co-regulering. Audiovisuele media werken hiervoor samen via het Nederlands Instituut voor Classificatie van Audiovisuele Media

(hierna: NICAM). De Kijkwijzer is het classificatiesysteem dat media-gebruikers adviseert over mogelijk schadelijke programma’s. Dit systeem wordt binnen de mediasector breed gedragen. Daarnaast bleek er behoefte aan een systeem dat ouders informeert over geschiktheid van audiovisuele producties. Mediasm@rties is een driejarig pilotproject dat de haalbaarheid van een dergelijk systeem wilde ontdekken. Een dergelijk geschiktheidssysteem blijkt haalbaar. De vraag is waar het nu definitief kan worden onder gebracht. Omdat het systeem beoogt te bepalen wat al dan niet geschikt is voor kinderen, ligt het niet voor de hand om het systeem onder (mede)verantwoordelijkheid van de overheid te plaatsen, zoals het geval is met de Kijkwijzer. Mediasm@rties heeft aangeven als onafhankelijke stichting (zonder winstoogmerk) door te willen gaan en is bezig om de relevante (maatschappelijke en commerciële) organisaties aan zich te binden.

3.7 Uitvoering overige moties en toezeggingen

Samenwerkingsconstructie FunX en NPO

In het Algemeen Overleg over het persbeleid op 13 juni van dit jaar,29 heeft uw Kamer vraagtekens geplaatst bij de voorgenomen samenwerkingsconstructie tussen de NPO en FunX, die start op 1 januari 2013. Concreet is de zorg uitgesproken dat de NPO door deze nieuwe constructie op oneigenlijke wijze etherfrequenties zou verwerven, die daardoor niet meer beschikbaar zouden zijn voor andere partijen die lokaal radioaanbod willen verzorgen. In reactie hierop heeft mijn voorganger uw Kamer laten weten dat van kaping van lokale etherfrequenties geen sprake kan zijn; dit is immers in strijd met de Mediawet. Wel is toegezegd de samenwerkingsconstructie door het CvdM te laten beoordelen.29 Het Commissariaat heeft dat inmiddels gedaan en de situatie is als volgt:

De frequenties van de G4 zijn door het Agentschap Telecom toegewezen voor het verspreiden van lokaal radioaanbod. Dat betekent dat de lokale media-instellingen bij het gebruik van deze frequenties gebonden zijn aan een wettelijk voorschrift. Dit houdt in dat het programma-aanbod per programmakanaal voor tenminste de helft van de duur moet bestaan uit onderdelen van informatieve, culturele en educatieve aard die in het bijzonder betrekking hebben op de desbetreffende gemeente: de zogeheten ICE-norm. Voor de resterende vijftig procent van de tijd is raamprogrammering toegestaan.

In zowel de huidige alsook de nieuwe samenwerkingscontructie verzorgt de NPO alleen de landelijke FunX-editie. De lokale FunX-edities worden verzorgd door de stichting G4 Radio. De lokale media-instellingen kunnen niet integraal de landelijke FunX-editie overnemen, omdat zij gebonden zijn aan de genoemde

ICE-norm. Er is dus een mediawettelijke restrictie die garandeert dat de landelijke FunX-editie, verzorgd door de NPO, niet in zijn geheel zal worden verspreid via de etherfrequenties van de lokale media-instellingen. De zeggenschap over het gebruik van de etherfrequenties berust volledig bij de lokale media-instellingen. De NPO kan in die zeggenschap niet treden. Volgens het Commissariaat voor de Media is de vrees dus niet gegrond dat etherfrequenties oneigenlijk worden toegevoegd aan het frequentiepakket van de landelijke publieke omroep.

Verder is het vermelden waard dat het Commissariaat al in een vroeg stadium aan de NPO en de Stichting G4 Radio heeft laten weten dat in de nieuwe structuur rekening moet worden gehouden met Mediawettelijke bepalingen rondom de financiële verantwoording en de eisen die aan publieke lokale radioprogrammering worden gesteld. Het Commissariaat heeft mij laten weten in het verdere proces de vinger aan de pols te houden om te verzekeren dat de nieuwe constructie op alle punten binnen de grenzen van de Mediawet blijft. Ik vertrouw erop dat ik hiermee de zorg van uw Kamer over dit punt heb kunnen wegnemen.

Wijze van opereren bij de Ster

Tijdens het Algemeen Overleg met de Tweede Kamer op 13 juni jongstleden over het persbeleid en de lokale omroep29 zijn vragen gesteld over het beleid van de Ster bij reclameboodschappen van commerciële omroepen. Mijn voorganger heeft de Kamer toegezegd uit te zoeken wat het beleid van de Ster is. Voorafgaand wil ik benadrukken dat de Ster een Mediawettelijke instelling is en als media-instelling zelf verantwoordelijk is voor de vorm en inhoud van zijn uitzendingen. Deze programmatische autonomie is niet alleen vastgelegd in onze Grondwet, maar wordt voor onder meer de Ster nog eens bekrachtigd door artikel 2.88, lid 1, van de Mediawet.

De situatie ten aanzien van reclameboodschappen van commerciële omroepen is als volgt. De missie van de Ster is om het bijzondere en kwalitatieve aanbod en bereik van de publieke omroep op radio, televisie en internet optimaal te verzilveren. Hierdoor levert de Ster een zo hoog mogelijke financiële bijdrage aan de mediabegroting van OCW. Deze missie past bij de wettelijke taakopdracht van de Ster (Mediawet art. 2.99).

Het media-aanbod van de Ster bestaat uit reclame- en telewinkelboodschappen die zijn aangeboden door derden, inclusief de omlijsting daarvan. De Ster hanteert in dit verband het beleid dat de uitzendtijd van de Ster primair bedoeld is voor promotie van producten en diensten van derden en niet voor promotie van programma’s van rechtstreeks concurrerende zenders. Commercials van kranten, tijdschriften en andere media die niet op het open net uitzenden, worden wel geplaatst. Het is gewoonte in de branche om niet de zender of programma’s bij de concurrent te promoten. RTL prijst geen programma’s aan op de zender van SBS of bij de publieke omroep. Andersom ook niet. Dit geldt ook voor radioreclame. Het gevoerde Ster beleid is hierin niet anders dan bij de commerciële omroepen.

Handhaafbaarheid van de Wet Auteursrecht in relatie tot internetactiviteiten

In het Algemeen Overleg over de toekomst van het mediabeleid op 13 juni 2012 heeft mijn voorganger naar aanleiding van vragen van de leden Haverkamp en Van Dam over de auteursrechtelijke bescherming van journalistieke producten op internet, toegezegd hierover contact op te nemen met de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, die verantwoordelijk is voor de Auteurswet. Dit heeft het volgende opgeleverd.

In artikel 15 Aw is kort gezegd geregeld dat het overnemen van artikelen door de pers of door een ander medium met dezelfde functie in de pers of een ander medium met dezelfde functie, niet als een inbreuk op het auteursrecht wordt gezien. Voor een geslaagd beroep op deze exceptie dient wel te zijn voldaan aan een aantal voorwaarden die in artikel 15 zijn opgesomd. Een ervan bepaalt dat de exceptie niet van toepassing is indien het auteursrecht op het artikel uitdrukkelijk is voorbehouden door de maker (of diens rechtverkrijgende). De maker heeft het dus zelf in de hand of de exceptie van toepassing is of niet. Is het voorbehoud gemaakt, dan kan geen beroep gedaan worden op de persexceptie. Een eventuele overneming zonder toestemming vormt dan een inbreuk op het auteursrecht (tenzij er een geslaagd beroep op een andere exceptie mogelijk is). Artikel 15, lid 4 bepaalt dat er ten aanzien van nieuwsberichten en gemengde berichten geen voorbehoud kan worden gemaakt. Dit zijn niet-oorspronkelijke werken die onder het lichtere regime van de geschriftenbescherming van artikel 10, lid 1, sub 1 vallen. Deze geschriftenbescherming is na het recente arrest van het Europees Hof in de Footbal Dataco-zaak niet langer onomstreden. Een uitbreiding van de geschriftenbescherming ligt daarom niet voor de hand.

Ter afsluiting

In 2013 worden de eerste kortingen doorgevoerd van de totale bezuiniging op het mediabudget die door het kabinet-Rutte I is afgesproken en inmiddels ook wettelijk is vastgelegd. Dit heeft voor veel media-instellingen binnen de mediabegroting en het personeel ervan grote gevolgen; vooral voor de Wereldomroep, het MCO en de landelijke publieke omroep zullen de gevolgen van de bezuinigingen het komende jaar dagelijks voelbaar zijn. Tegelijkertijd moet er de komende jaren nog veel werk worden verzet de totale bezuinigingen op het mediabudget gezamenlijk op een zo verantwoord mogelijke manier door te voeren. De voorbereidingen die de instellingen het afgelopen jaar al hebben getroffen en al het werk dat al verzet is, bieden mij echter het vertrouwen dat dit ook zal lukken.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker


X Noot
2

Stb. 2012, 319

X Noot
3

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 827, nr. 1

X Noot
4

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 033 nr. 8 (rapport in de bijlage)

X Noot
6

De Nederlandse eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

X Noot
7

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 827, nr.1

X Noot
8

Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000-VIII nr. 59

X Noot
9

Jaarverslag Ster, 2011.

X Noot
10

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 827, nr. 1

X Noot
11

Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 33 426, nr. 2

X Noot
12

«Onderzoek vermogenspositie omroepen», Commissie van der Zwan, 1992.

X Noot
13

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 033, nr. 8 (bijlage)

X Noot
14

Bijvoorbeeld Olympische Spelen en wereldkampioenschap (voetbal).

X Noot
15

Zie het rapport «Publieke Omroep in beeld. Financiering, bedrijfsvoering en toezicht». Tweede Kamer, vergaderjaar 2007- 2008, 31 557, nrs. 1–2

X Noot
16

Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 240 VIII, nr. 1

X Noot
17

Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, Bijlage bij Kamerstuk 33 240-VIII nr. 5

X Noot
18

Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, Bijlage bij Kamerstuk 33 000-VIII nr. 190

X Noot
19

NPO Financiële terugblik 2011 (http://www.publiekeomroep.nl/).

X Noot
20

Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele mediaproducties; Dotatie Stimuleringsfonds voor de Pers (structureel, incidenteel en Jonge Journalisten).

X Noot
21

NIBG Bijdrage Regionalen Digitaal Archief, Afvloeiingsregeling personeel Llink, Verzelfstandiging Nederlandse Omroep Stichting, Organisatieadviezen, Accountantskosten, Diversen, Onderzoek kostenbesparing publieke omroepen.

X Noot
22

Toezegging in het antwoord op de schriftelijke vragen over de Rijksbegroting per brief van 6 december 2011. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VIII, nr. 140

X Noot
23

Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 827, nr. 39

X Noot
24

«Streekomroepen in Nederland» Dialogic, IVIR en TNO, in opdracht van ministerie van

OCW, juli 2009.

X Noot
25

Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 827, nr. 29

X Noot
27

Mondelinge toezegging tijdens Wetgevingsoverleg Wereldomroep 2 april 2012. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 019, nr. 15

X Noot
28

Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 33 426, nrs. 1–4

X Noot
29

Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 827, nr. 41

Naar boven