Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
van het Koninkrijk d.d. 14 december 2011 en het nader rapport d.d. 16 maart 2012,
aangeboden aan de Koningin door de minister van Buitenlandse Zaken. Het advies van
de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 7 november 2011, no.11.002668, heeft Uwe Majesteit, op voordracht
van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Veiligheid en
Justitie en de Minister van Infrastructuur en Milieu, bij de Afdeling advisering van
de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel
van rijkswet houdende goedkeuring van het op 1 november 2002 te Londen tot stand gekomen
Protocol van 2002 bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en
hun bagage over zee, 1974 (Trb. 2011, 110), met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de strekking
van het voorstel van rijkswet, maar maakt daarbij de volgende kanttekening.
De memorie van toelichting bij het voorstel van rijkswet vermeldt dat de goedkeuring
van het Protocol van 2002 bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers
en hun bagage over zee voor het gehele Koninkrijk wordt gevraagd en dat de regeringen
van Curaçao, Sint Maarten en Aruba, zich nog beraden over de wenselijkheid van medegelding
van het Protocol. Belangrijke onderdelen van het Protocol zijn de verzekeringsplicht
en de verhoging van de aansprakelijkheidslimieten van vervoerders. De op deze punten
bewerkstelligde internationale uniformiteit is van belang voor het Koninkrijk als
maritieme en vlaggenstaat. Nu dit belang zich niet beperkt tot Nederland, is het naar
het oordeel van de Afdeling aangewezen dat het Protocol ook op Curaçao, Sint Maarten
en Aruba zal gelden. De Afdeling adviseert daarom medegelding en totstandkoming van
een uitvoeringsregeling in alle landen van het Koninkrijk te bevorderen.2
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 7 november 2011, no. 11.002668,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk
haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van rijkswet rechtstreeks aan mij te
doen toekomen. Dit advies, gedateerd 14 december 2011, no. W03.11.0465/II/K, bied
ik U hierbij aan.
Ten aanzien van het advies van de Raad van State van het Koninkrijk hebben de regeringen
van Aruba en Sint Maarten nog geen antwoord gegeven op de vraag of zij medegelding
voor hun land wenselijk achten.
De regering van Curaçao heeft onlangs medegedeeld vooralsnog geen medegelding voor
haar land te wensen. Gelet op de internationale aard van vervoer van reizigers over
zee en de rol van Curaçao hierin, is het echter niet uitgesloten dat in de toekomst
dit standpunt wordt herzien en dat het Protocol mede voor het land zal gelden.
Om het mogelijk te maken dat wanneer de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten
aangeven medegelding wenselijk te achten, die medegelding direct tot stand te kunnen
brengen, wordt de goedkeuring van het onderhavige Protocol 2002 gevraagd voor het
gehele Koninkrijk.
Het besluit van Curaçao is verwerkt in de memorie van toelichting. Voorts is conform
het advies van de Raad van State van het Koninkrijk paragraaf A.4. inzake de Koninkrijkspositie
aangevuld met een passage over de uitvoeringswetgeving.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de memorie van toelichting te actualiseren
voor wat betreft het aantal staten dat tot het Protocol is toegetreden.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging
het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en aan
de Staten van Curaçao, aan die van Sint Maarten en aan die van Aruba, nadat aan het
vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk,
H. D. Tjeenk Willink
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van rijkswet en de gewijzigde memorie
van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en de Staten van Aruba, de
Staten van Curaçao en de Staten van Sint Maarten te zenden.
De minister van Buitenlandse Zaken,
U. Rosenthal