33 000 IV Vaststelling van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2012

Nr. 42 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 december 2011

Met deze brief reageer ik, mede namens de minister-president, op de motie-Van Raak c.s. (TK 33 000 IV, nr. 23) die is ingediend tijdens de begrotingsbehandeling van Koninkrijksrelaties. Met deze motie wordt de regering verzocht een onderzoek in te stellen naar het lekken van informatie over de rijksministerraad van 4 oktober 2011.

Graag maak ik u erop attent dat er geen informatie uit de Raad van Ministers van het Koninkrijk is gelekt. Er is een verslag van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao over het overleg in de Rijksministerraad in de openbaarheid geraakt. Voor zover valt na te gaan is dit op Curaçao geschied. Uiteraard betreur ik het dat hiermee indirect geheime informatie in de openbaarheid geraakt en dit raakt Nederland. Blijft dat het daarbij niet om Nederlandse informatie gaat en de feiten voor zover bekend buiten Nederland hebben plaatsgevonden.

Zoals de minister-president u ook per brief van 11 oktober 2011 (TK 33 000 IV, nr. 15) heeft gemeld, is het aan de bevoegde autoriteiten van Curaçao om een onderzoek naar het in acht nemen van de vertrouwelijkheid van de correspondentie van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao met zijn regering in te stellen. De oorzaak is gelegen in een inbreuk op de geheimhoudingsbepalingen van het land Curaçao op Curaçao zelf. Het betreft derhalve feiten die buiten de rechtsmacht liggen van Nederland.

Dit punt is in de Raad voor Minister voor het Koninkrijk aan de orde geweest en Curaçao is hier op aangesproken. Ik vertrouw er op dat met deze brief de motie-Van Raak c.s. (TK 33 000 IV, nr. 23) is afgedaan.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner

Naar boven