Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132827 nr. 24

32 827 Toekomst mediabeleid

Nr. 24 VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG

Vastgesteld 29 juni 2011

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1 heeft op 27 juni 2011 overleg gevoerd met minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de media.

Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Van Bochove

De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

De Kler

Stenografisch verslag van een notaoverleg van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Maandag 27 juni 2011

10.00 uur

Voorzitter: Van Bochove

Aanwezig zijn 9 leden der Kamer, te weten:

Van Bochove, Bosma, Van Dam, Jasper van Dijk, Van der Ham, Haverkamp, Van Miltenburg, Peters en Voordewind,

en mevrouw Van Bijsterveldt-Vliegenthart, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Aan de orde is de behandeling van:

  • de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 17 juni 2011 inzake de uitwerking van het regeerakkoord onderdeel media (2011Z13129);

  • de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d. 12 mei 2011 met een lijst van vragen en antwoorden inzake het rapport «Publieke omroep in beeld: Terugblik» (31 557, nr. 9);

  • de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 26 april 2011 met antwoorden op vragen van de commissies inzake het rapport van de Algemene Rekenkamer «Publieke omroep in beeld: Terugblik» (31 557, nr. 8);

  • de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 8 april 2011 inzake aanbieding rapport «Inventarisatie van problemen bij de regionale omroepen van de vier kleine provincies» (32 500-VIII, nr. 159);

  • de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d. 7 maart 2011 inzake de aanbieding van het rapport «Publieke omroep in beeld: Terugblik» (31 557, nr. 6).

De voorzitter: Hartelijk welkom. Het is vandaag voor sommigen van ons een dag vol tegenstrijdigheden. Terwijl wij hier met elkaar debatteren, zijn velen van ons met onze gedachten bij een collega van ons. Wij leven mee met hem en zijn gezin.

Dit debat staat gepland tot 14.30 uur, maar voordat ik daarover met de leden afspraken maak, geef ik de heer Van Dam het woord.

De heer Van Dam (PvdA): Voorzitter. Ik heb een punt van orde. Via de media hebben wij kunnen vernemen dat de coalitiepartijen de afgelopen tijd afspraken met elkaar hebben gemaakt over de uitwerking van de mediaparagraaf in het regeerakkoord. Dat is kennelijk zo ver gegaan dat gedetailleerd is vastgelegd wat wel en niet gebeurt. Ik wil weten waar dit debat over gaat, welke ruimte er nog is en wat er allemaal vastligt. Zitten wij hier – om in de woorden van de voorman van de PVV in een soortgelijk debat te spreken – «voor Piet Snot» en is alles allang geregeld? Of valt er daadwerkelijk nog een debat te voeren? Ik hoor dat graag van de minister en de coalitiepartijen.

De voorzitter: Het lijkt mij het verstandigst om dat eerst te vragen aan de coalitiepartijen, want wij zijn ook onderling met elkaar in debat.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Misschien moet de heer Van Dam aan het einde van het debat zijn conclusies trekken. Ik ben gekomen om een debat te voeren met al mijn collega's. Als de heer Van Dam het geduld kan opbrengen om het debat uit te zitten, zoals alle mensen op de publieke tribune de moeite hebben genomen om naar dit debat toe te komen, kan hij aan het eind zijn eigen conclusies trekken.

De heer Haverkamp (CDA): Het is correct dat wij met elkaar gediscussieerd hebben over de brief. Het is aan de heer Van Dam om ons kritisch te bevragen over de inhoud van de brief. Ik denk dat het debat voor hem in die zin ook een duidelijke functie kan hebben. Als hij met goede plannen komt, ben ik bereid om daarnaar te luisteren.

De voorzitter: Mijnheer Van Dam, wilt u hier nog op reageren?

De heer Van Dam (PvdA): Ik hoor ook graag van de minister of zij politieke ruimte heeft om op essentiële onderdelen van deze brief af te wijken. Is die ruimte er of kunnen wij praten als Brugman en vooral onze kritiek uiten, maar maakt het eigenlijk niet zoveel meer uit omdat het allemaal al vastligt? Dat beeld krijg ik namelijk niet alleen uit de media maar ook door alle geluiden die ons hier in Den Haag altijd wel bereiken.

De voorzitter: De vraag is helder. Ik geef de minister kort de gelegenheid om te reageren.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Voorzitter. Het is niet vreemd dat er afstemming is over een brief met een coalitiepartner en, in de huidige constructie, een gedoogpartner. De heer Van Dam is dat ook gewend geweest in het verleden. Er ligt een brief van mij. Als een Kamermeerderheid andere lijnen trekt, zal ik die afwegen. Doorgaans ben ik geneigd die te volgen. Niet altijd, moet ik eerlijk zeggen, want soms heb ik ook een eigen afweging. In beginsel is het debat nu aan de Kamer. Mijn brief ligt er. Daar sta ik achter. Ik ben buitengewoon nieuwsgierig naar de reactie van de leden.

De voorzitter: Dank u, minister.

Ik maak de volgende afspraken met de leden. Wij hebben tot vanmiddag 14.30 uur voor dit overleg. De spreektijd bedraagt zes minuten per fractie. Aangezien wij wel met elkaar in debat moeten kunnen, maar ook een beetje op de tijd moeten letten, stel ik voor dat de leden elkaar in eerste termijn maximaal drie keer interrumperen. Dan gaat het om (vervolg)vragen en dergelijke. Met de spreektijd die de leden hebben, probeer ik ook in hun belang op een goede manier om te gaan. Ik laat even aan hun verbeelding over hoe ik dat bedoel. Dat betekent dat ik geen negen minuten spreektijd toesta; ik zal na zes minuten vragen of de woordvoerders willen afronden.

De heer Bosma (PVV): Voorzitter, ik heb een opmerking van orde, maar nu een echte. De echte diehards, de bofkonten van vandaag, mogen zich aansluitend op dit debat ook nog eens wijden aan een mooi debat over cultuur. Dat staat ingeboekt tot vanavond 22.00 uur. Ik ben hier dus gaan zitten en met een beetje geluk kom ik over twaalf uur van deze stoel af. Ik zou het waarderen als u ergens een kleine lunchpauze wilt inlassen, want anders haal ik die 22.00 uur vanavond echt niet.

De heer Van der Ham (D66): Dat zou een reden zijn om het misschien niet te doen.

De heer Bosma (PVV): Ik wilde net zeggen dat hetzelfde geldt voor de heer Van der Ham en de heer Van Dijk, maar die collegialiteit wordt bij voorbaat weer onmogelijk gemaakt.

De heer Van der Ham (D66): Dat geldt ook voor mij, mijnheer Bosma.

De heer Bosma (PVV): Kijk, kijk!

De voorzitter: Voor meer mensen, onder wie uw voorzitter en de griffier, geldt dat zij gedurende deze hele marathonzitting hier aanwezig zullen zijn. Wij zullen ervoor zorgen dat de inwendige mens op enig moment wordt versterkt, al is het alleen maar om ervoor te zorgen dat de bloedsuikers niet zodanig dalen dat wij de EHBO nog moeten inschakelen.

Ik ga nu beginnen met de eerste termijn. Het woord is aan mevrouw Van Miltenburg namens de fractie van de VVD.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Voorzitter. Wij bespreken vandaag de uitwerking van het onderdeel media van het regeerakkoord. Wij hebben zes minuten de tijd om 39 pagina's te bespreken. Veel zaken komen in latere wetstrajecten aan de orde. Deze zal ik vandaag onbesproken laten, wat niet inhoudt dat ik er geen mening over heb, zo zeg ik tegen de heer Van Dam.

Vrijwilligheid voor de fusies is een mooie zaak, maar inmiddels hebben de omroepen een brief geschreven met voor de VVD onacceptabele voorwaarden. Wat betekent dat voor de plannen van de minister? De omroepen lijken in te zetten op de terugvaloptie, die de minister in haar brief heeft beschreven. De VVD leest die optie als zou de minister het bestel in dat geval terugbrengen tot maximaal vijf organisaties: drie gefuseerde ledenomroepen en twee taakomroepen. Kan de minister dit bevestigen? Kan zij tevens aangeven wat de consequentie van de beslissing van de omroep is om niet verder te gaan op het vrijwillige fusietraject, zowel voor de bezuinigingstaakstelling van het ministerie, als voor de besteedbare budgetten van de omroepen zelf de komende jaren?

De kritiek van de omroepen lijkt zich ook te richten op het in stand houden van de NPO. Wij delen de kritiek dat de afspraken uit het regeerakkoord over de NPO niet volledig zijn nagekomen. Waarom geen taakstellende bezuiniging zoals afgesproken met de focus op het verminderen van bureaucratie bij de omroepen? Kan in het vervolgonderzoek van BCG (Boston Consulting Group) – ik begrijp namelijk dat wij pas een half onderzoek hebben – de vraag worden meegenomen of een kleinere organisatie in het Hilversumse tot een nadere bezuiniging op de NPO kan leiden? Immers, NPO is de regisseur van Hilversum, maar na fusies en het opheffen van de 2.42-omroepen, valt er objectief gezien een stuk minder te regisseren en dus ook een stuk minder te doen voor de NPO.

Wij maken ons ook zorgen over de keuze die de NPO maakt bij de huidige bezuinigingen. Het is namelijk niet onmogelijk dat keuzes van de NPO bij zijn organisatie tot bezuinigen uitwerken als kostenverhoging voor de ledenomroepen. Ik noem het voorbeeld van Stichting De Ombudsman, waar alle omroepen gratis gebruik van kunnen maken voor hun consumentenprogramma's. Door het voorgenomen schrappen van de bijdrage door de NPO worden populaire programma's van ledenomroepen, zoals Radar, Kassa en andere, plotsklaps een stuk duurder om te maken voor de omroepen. Is de minister het met de VVD-fractie eens dat de focus van de NPO bij het bezuinigen moet liggen op het snijden in bureaucratie en niet op het verplaatsen van kosten van de NPO naar de ledenorganisaties? De NPO is er immers voor de omroepen en niet voor zichzelf.

De leden van omroepen vormen de basis van de pluriformiteit van het bestel, zo staat in het regeerakkoord. De omroepen moeten duidelijker aantonen dat hun leden kiezen voor de omroep en zijn aanpak, en niet alleen voor het cadeau dat aan die keuze verbonden is. Cadeaus worden dus verboden en de minimumbijdrage aan de omroepen wordt verhoogd naar € 15. Hiermee wordt het betaalde lidmaatschap in verhouding gebracht met de waarde die het lid vertegenwoordigt in de vereniging. De VVD maakt zich op dit punt wel zorgen over jongeren, die lang hebben moeten wachten op een volwaardige plek in het bestel. Wij hechten eraan dat jongeren ook in de toekomst mee kunnen blijven doen in het bestel en vragen de minister dan ook of het mogelijk is om voor jongeren een jeugdlidmaatschap in te voeren.

De heer Van der Ham (D66): Een jongerenlidmaatschap is een goed idee. Ik heb echter een vraag over de koppeling tussen het lidmaatschap en de representativiteit bij de publieke omroep. De VVD heeft in het verleden gezegd dat er eigenlijk omroepverkiezingen zouden moeten zijn. Dat was een creatief idee, waarmee je ondervangt dat sommige groepen zich anders organiseren dan de klassieke groepen. Wat is nu de analyse van de VVD-fractie op dat punt? Heeft zij dat helemaal laten varen? Vindt zij het lidmaatschap van de publieke omroep zo doorslaggevend dat daar de hele verdeling van de gelden op moet worden gebaseerd?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Dit is een pragmatische keuze. Er zijn in Nederland een paar miljoen mensen lid van een omroep. Je kunt dus concluderen dat heel veel mensen in Nederland waarde hechten aan een lidmaatschap van een omroep. De discussie of leden de basis zouden moeten zijn van een omroep, bestaat al 40 jaar. Wij zien de beweging van de minister als de ultieme test: kiezen mensen daadwerkelijk voor het omroeplidmaatschap of niet? Hoe kun je dat anders concluderen? In het verlengde daarvan wil ik de minister nog het volgende vragen. Er mogen geen cadeaus meer worden gegeven. Als mensen nu lid worden van een omroepblad, moeten ze aangeven of ze ook lid willen zijn van de omroep. Ik neem aan dat ze in de toekomst ook voor dat omroeplidmaatschap moeten betalen, boven op het lidmaatschap voor het blad. Nu adverteren sommige omroepen zelfs met een gratis lidmaatschap bij een omroepblad. Het is dus voor mij een ultieme test. We zullen het over een paar jaar zien.

De voorzitter: Ik had drie interventies met u afgesproken, maar ik verzoek u de vragen en antwoorden ook kort te houden.

De heer Van der Ham (D66): Mevrouw Van Miltenburg en ik vinden elkaar op het punt van de programmagegevens in de omroepbladen. Dat mag wel eens wat zakelijker worden afgesproken met de publieke omroep. Ik beluister bij mevrouw Van Miltenburg ook dat zij vraagtekens zet bij de echte representativiteit van het aantal leden wat betreft de verdeling van het geld voor de publieke omroep. Ik ken de VVD als een partij die daar altijd veel kritiek op heeft. Die fundamentele kritiek op het huidige omroepbestel laat zij niet los, even los van het feit dat dit een beweging in de juiste richting is. Begrijp ik dat goed?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik zeg: laat het bestel het maar bewijzen. Laat de leden zelf maar bewijzen of zij inderdaad kiezen voor het bestel en of de grote steun die er nu is, er ook in de toekomst nog is. Wie ben ik om daaraan te twijfelen? Eigenlijk is het precies het voorstel dat wij in het verleden hebben gedaan voor een omroepverkiezing. Mensen moeten kiezen voor de omroep.

De heer Jasper van Dijk (SP): De VVD heeft in de afgelopen tijd niet haar best gedaan om zich voorstander van het publieke bestel te tonen. Nu ligt het voorstel voor om de contributie van leden te verhogen van € 5 naar € 15. Dat is volstrekt niet financieel noodzakelijk. Erkent de VVD dat? Erkent zij dat dit eigenlijk louter een voorstel is om de omroepen te treiteren?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): De VVD is warm voorstander van een klein publiek bestel. De heer Van Dijk heeft nog nooit uit mijn mond kunnen optekenen dat wij er een tegenstander van zijn. Ik verzet me dus tegen het eerste deel van zijn vraag. Bij dezen heb ik van de voorzitter de kans gekregen om dit recht te zetten. Op het tweede deel van zijn vraag heb ik zojuist antwoord gegeven toen de heer Van der Ham ernaar vroeg. Voor ons is het de ultieme test om te bekijken of leden de basis zijn voor het ledenbestel.

De heer Jasper van Dijk (SP): De ultieme test. Dat is het antwoord van de VVD-fractie. Dat is volstrekt geen inhoudelijk antwoord. Zij ziet dat er nu bezwaren tegen dat voorstel zijn vanuit Hilversum. Erkent de VVD-fractie dat de verhoging van de contributie financieel absoluut niet noodzakelijk is? Als we het houden bij het oude voorstel, is er geen enkel financieel probleem. Ik vraag mevrouw Van Miltenburg dan ook om het voorstel in te trekken.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Het is jammer dat de heer Van Dijk een inhoudelijk argument niet ziet als het voor hem wordt neergelegd. Ik heb dat argument wel degelijk gegeven. Het is de ultieme test; dat is het meest inhoudelijke antwoord dat ik kan geven. Ten aanzien van het betaalde lidmaatschap zeg ik het volgende. Het lidmaatschap is heel veel waard voor de omroepverenigingen. Het bepaalt namelijk hoeveel geld ze krijgen om programma's te maken en hoeveel uren zendtijd ze krijgen. Het is dus enorm veel waard. Ik vind het dan ook logisch dat het lidmaatschap in verhouding wordt gebracht met de waarde die het vertegenwoordigt voor de vereniging.

De heer Van Dam (PvdA): De heer Van Dijk vindt «het is de ultieme test» geen inhoudelijk antwoord, maar volgens mij was dit het meest inhoudelijke antwoord dat hij kon krijgen. Het verklaart voor mij namelijk eindelijk waarom de VVD, nadat zij zo veel jaren heeft gezegd dat het lidmaatschapscriterium zijn langste tijd heeft gehad, dat we een eind moeten maken aan het restant van de verzuiling en dat we het bestand moeten moderniseren, in deze periode ineens heeft bedacht om het lidmaatschapscriterium het allerbelangrijkste criterium te maken binnen de publieke omroep. En nu zegt mevrouw Van Miltenburg dat de VVD-fractie dit als een ultieme test ziet. Vindt de VVD-fractie eigenlijk niet allang dat het niet werkt? Wil ze het bestel nu op zo'n manier inrichten dat het niet anders kan dan dat het niet gaat werken? Hierdoor zal het bestel zichzelf opblazen.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Wij zijn hier al heel lang mee bezig. Wij hebben bijvoorbeeld ook al heel lang een wetsvoorstel liggen. Ook op andere punten hebben wij ons er hard voor gemaakt dat het lidmaatschap een individuele positie krijgt binnen het bestel. Omroepen en voorstanders van ledenomroepen en het ledenbestel zeggen namelijk voortdurend dat leden de basis zijn. Wij hebben daarom gezegd dat zij dat dan ook moeten laten zien. De heer Van Dam moet het voorstel van de minister, dat wij van harte ondersteunen, volgens mij in het verlengde daarvan zien. Wij hebben geen nieuwe weg ingeslagen, maar gaan gewoon door op dezelfde oude weg.

De heer Van Dam (PvdA): Je zou als politieke partij ook kunnen zeggen dat je jarenlang vond dat het bestel op deze manier niet werkte en dat je daarom nu je uiterste best gaat doen om een bestel te maken dat wel werkt. Dat zou misschien de netste en meest integere weg zijn voor een politieke partij.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Wij hebben blijkbaar een andere visie op wat net en integer is. Als een lidmaatschap zo veel waard is voor een vereniging, dan mag je van de leden verwachten dat zij een bijdrage betalen die daarmee in verhouding is. Dat is volgens mij het op een logische en eerlijke manier verdelen van je belastinggeld. Dat vind ik net en integer.

De heer Voordewind (ChristenUnie): In tegenstelling tot de andere collega's van de oppositie prijs ik mevrouw Van Miltenburg met het gekozen systeem, want daarmee spreekt de VVD-fractie grote waardering uit voor de ledenomroepen en dus ook voor de pluriformiteit in het bestel. Dat is hartstikke goed. Dit is een mooi geluid van de VVD-fractie. Ik vraag mevrouw Van Miltenburg wel of zij bereid is om de prijs van de programmagegevens iets op te waarderen, nu zij de ledenomroepen zo centraal stelt. We zien nu namelijk dat deze voor een dumpprijs worden vrijgegeven. Dit zou de positie van de ledenomroepen ondermijnen.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Don't push your luck zou ik in dit kader zeggen. Ik kom hierop terug in mijn tekst over de programmagegevens.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Dat is iets te makkelijk. Ook voor de commerciële omroepen is het belangrijk om de auteursrechten van de programmagegevens te beschermen. Het zou alleszins redelijk zijn om het advies van het Commissariaat van de Media hierin te volgen.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Het Commissariaat van de Media geeft een aantal scenario's. Eén van de scenario's staat in de brief. Daar ben ik het niet mee eens. Mijn doel is dat de programmagegevens vrijgegeven worden. Ik zie dit als een afbouwregime. Ik ga ervan uit dat dit naargeestige, idiote systeem over een paar jaar totaal wordt opgeheven en dat de programmagegevens onder het auteursrecht worden weggehaald. Dat is het belangrijkste advies dat het Commissariaat van de Media in zijn stuk geeft. Ik hou daar stevig aan vast.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Als ik mevrouw Van Miltenburg «don't push your luck» hoor zeggen tegen de heer Voordewind, bevestigt dat mijn vermoeden dat de VVD meer bezig is met het verwezenlijken van de verkiezingsprogramma's van andere partijen dan van zichzelf. Stel nu dat het wel binnen het VVD-programma past om het ledencriterium tot absoluut criterium te verheffen en dat dit de ultieme test moet worden: wanneer is die test dan geslaagd? Wat zijn criteria voor mislukken en wat zijn criteria voor slagen?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Die criteria heb ik helemaal niet. Mevrouw Peters kan alles wel op de spits drijven, maar ik kom terug op het allereerste antwoord dat ik de heer Van der Ham heb gegeven. Dit is een methode om te bekijken of mensen massaal bereid blijven om lid te zijn van verenigingen zonder dat zij daar cadeautjes voor krijgen die in waarde hun lidmaatschap ver overstijgen of zonder dat zij een programmablad krijgen. We praten hier al jaren over en al tijden draaien we om de hete brij heen. Als we het lidmaatschap van al die humbug hebben ontdaan en mensen blijven lid worden van een vereniging omdat zij die omroep waarderen en willen steunen, dan is dat de manier waarop we het moeten beoordelen. En zo niet, dan zullen we wel weer verder zien. Het is de derde Mediawet die tot stand komt in de periode dat ik Kamerlid ben. Als ik de volgende periode nog Kamerlid ben, zou het zo maar zo kunnen zijn dat er weer een nieuwe Mediawet tot stand komt. Dan zullen we er weer op een nieuwe manier tegenaan kijken.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Dat belooft wat voor de rechtszekerheid bij het kostbare medium televisie. Als ik het goed begrijp, is de test dus geslaagd als er veel leden tegen het hogere contributiebedrag lid worden. Nu zijn er 3,6 miljoen Nederlanders lid. Dat is maar een heel klein deel van Nederland. Als dat er miljoenen meer worden, is de test voor de VVD geslaagd. Als het er minder worden, moeten we een nieuw stelsel inrichten. Heb ik de VVD zo goed begrepen?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Nee. Mevrouw Peters legt mij woorden in de mond. Behoorlijk veel mensen zijn lid van een omroep en het maakt mij niet uit of het er ietsje meer of ietsje minder zijn. Het gaat om een substantieel deel van de bevolking. Ik denk dat er in Nederland weinig verenigingen zijn die met elkaar zo veel leden hebben als de omroepen, zeker niet de politieke partijen. In die zin kunnen we daar nog een robbertje over vechten. Ik denk dat het belangrijker is dat de nieuwe Mediawet de volgende periode wordt ingevoerd, omdat de media zo snel veranderen dat wij die in de zin van een stelsel gewoon niet bij kunnen houden. Alle partijen nemen in hun verkiezingsprogramma elke keer voorstellen op die een wijziging van de Mediawet telkens opnieuw noodzakelijk maken. Dat is geen hobby, maar ik denk dat de veranderingen in de media daartoe nopen. Als je niet voor een revolutiemodel bent – de VVD is dat niet zo – is dit een model waarmee je trapsgewijs toewerkt naar een nieuw systeem. Daar blijven we met elkaar fijn over babbelen.

De voorzitter: Ik streefde naar korte antwoorden.

Mevrouw Van Miltenburg zet haar betoog voort.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ten aanzien van de regionale omroepen worden in de brief mooie en betekenisvolle stappen gezet. De NPO en de koepelorganisatie ROOS bespreken de komende maanden met elkaar op welke wijze de integratie van de landelijke en regionale zenders wordt vormgegeven. De VVD gaat ervan uit dat de indeling van de regionale radiozenders ongewijzigd blijft en wil graag een toezegging van de minister op dit punt. De grootste wijziging zal zichtbaar worden voor de televisiekijker. Eén landelijke zender zal een gedeelde regionale en landelijke zender worden. Ons doel is dat op die zender een volwaardig regionaal aanbod komt van programma's zoals de regionale omroepen die nu ook hebben. Ik snap de betrokkenheid van de NPO en ROOS bij de wijze waarop de samenwerking op die landelijke zender wordt vormgegeven, maar de zeggenschap van regionale zenders op wat ze brengen is niet overdraagbaar en de rol van de NPO na het maken van plannen zal wat ons betreft minimaal zijn. De regionale zenders behouden de mogelijkheid om grote regionale evenementen op televisie uit te zenden en ze mogen bij calamiteiten hun regionale deel van de zender opeisen.

Ik ben al duidelijk geweest over het vrijgeven van de programmagegevens. De regering stelt tot mijn grote tevredenheid in haar brief voor om de leidende rol van de publieke omroep op internet in te perken. Internet krijgt weer de rol die het behoort te vervullen: dienend aan het aanbod van radio en televisie. Ik wacht in dat kader ook op een nadere uitwerking van het voorstel dat de opbrengst van de themakanalen neer mogen dalen bij de verenigingen. Op geen enkele wijze zal de VVD in de toekomst meewerken aan de totstandkoming van een nieuwe publiekrechtelijke rechtspersoon waarin de commerciële belangen van de omroepen collectief worden ondergebracht.

Bij de behandeling van de mediabegroting heeft de VVD de motie-Van der Ham gesteund, waarin de regering wordt opgeroepen om onderzoek te doen naar de taak en functies van de Wereldomroep. Dankzij deze motie is inzichtelijk geworden dat de Wereldomroep, los van de kwaliteit van de programma's die hij levert, een rol heeft die grotendeels achterhaald is in de moderne tijd. De VVD steunt de beslissing van de regering om het huidige brede takenpakket van de Wereldomroep drastisch te verkleinen en is blij dat de functie van het brengen van het vrije woord overeind blijft en geborgd zal worden op de begroting van Buitenlandse Zaken.

Een compliment heeft de minister verdiend voor haar inzet tot behoud van het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor. Het MCO wordt gehalveerd, maar de wettelijke taak van de omroepen om levende muziek aan te bieden op Radio 4 blijft volgens ons geheel overeind. Dat zou ook zo moeten zijn. Is de minister het met mij eens dat omroepen daar voortaan in een budget geld voor moeten reserveren, waarmee ze bij derden levende muziek kunnen inkopen? Is de minister tevens bereid, te onderzoeken of het MCO in de toekomst op een of andere manier zijn eigen inkomsten kan gaan genereren, zodat bijvoorbeeld het Metropole Orkest als commerciële poot onder de vlag van het MCO verder kan? Ik zou het op prijs stellen als de minister de Kamer daarover na de zomer kan berichten.

Tot slot ga ik in op de lokale omroepen. Zij willen op de kabel en uit de antwoorden van de minister begrijpen wij dat zij ook op de kabel mogen. Het probleem is dat het de lokale omroepen vaak aan de technische mogelijkheden ontbreekt om op de kabel te kunnen. Is de minister bereid, te onderzoeken of zij de lokale omroepen hierbij op enigerlei wijze kan ondersteunen?

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik heb een vraag over de omroeporkesten. Het budget van het MCO wordt gehalveerd. Daardoor worden de Radio Kamer Filharmonie en het Metropole Orkest in principe opgeheven. In de woorden van mevrouw Van Miltenburg beluister ik dat zij toch wil nagaan wat hieraan te doen valt. Het lijkt mij een goed idee, want het zijn gerenommeerde orkesten en wij moeten er alles aan doen om deze te behouden. De collega's van mevrouw Van Miltenburg zullen vanmiddag bij het debat over de uitgangspunten van het cultuurbeleid iets doen voor andere orkesten, zo heb ik vannacht gelezen op het ANP-net. Is zij bereid om te kijken naar een voortzetting van het MCO in de huidige vorm?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik ben ervan overtuigd – die geluiden komen ook uit het MCO – dat het Metropole Orkest in staat is om zelf voldoende financiën te genereren om overeind te blijven. Het lijkt mij verstandig om dat na te streven. De minister schrijft in haar brief dat zij bereid is om mee te werken aan een constructie om het Metropole Orkest overeind te houden. Het zou mijn voorkeur hebben dat dit onder de vlag van het MCO gebeurt. Daarom vraag ik de minister ook of zij wil uitzoeken of het MCO naast zijn publiekrechtelijke taak, het leveren van muziek aan Radio 4, ook een commerciële taak kan krijgen, zodat het het Metropole Orkest onder die vlag kan exploiteren.

De heer Jasper van Dijk (SP): U hebt ongetwijfeld ook de talloze mails en berichten gezien waarin een noodkreet wordt gedaan om het Metropole Orkest overeind te houden in zijn huidige vorm. Nu wilt u het eigenlijk zoeken in een privatisering. Het minste wat u zou kunnen zeggen, is: als wij die kant opgaan, zouden wij het Metropole Orkest daarvoor de tijd moeten geven en zouden wij het niet per direct moeten opheffen. Bent u het met mij eens dat wij vandaag moeten kijken of wij meer tijd voor het MCO moeten vrijmaken?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Het idee van privatiseren is dat de overheid zich terugtrekt, niet dat de overheid haar positie versterkt. Ik vind wel dat de overheid moet onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de privatisering te ondersteunen. Ik lees dat de minister een handreiking doet. Ik doe daar een tweede handreiking bij. Helaas kan ik u de derde handreiking, waar u om vraagt, namelijk geld, niet doen, want het past niet bij het idee van privatiseren dat de overheid er extra geld in steekt.

De voorzitter: Tegen de heer Van Dijk zeg ik dat hij al twee interventies heeft gedaan. Het woord is aan de heer Van Dam.

De heer Van Dam (PvdA): Voorzitter. Dit is een beetje een raar debat. Het gaat voor een groot deel over de publieke omroep na 2015. Daar gaan wij allemaal niet over, want dan heeft de kiezer gesproken en deze bepaalt welke Tweede Kamer er dan zit en die bepaalt op haar beurt weer welke regering er dan zit. Bij een onderwerp waarover altijd zo veel gediscussieerd wordt en waarover de meningen altijd zo verschillen, is de kans levensgroot dat de nieuwe regering een heel nieuw plan en een nieuwe wet maakt. Dan spreekt de Kamer over een totaal ander plan.

Wij spreken nu over de vraag: wat gebeurt er tot 2015? Daar gaat het grootste deel van deze Kamerleden ook niet over, want dat is door drie partijen al bepaald. Laten wij echter toch het debat voeren om na te gaan of er nog ergens wat ruimte zit.

Vanmorgen schreef Arnon Grunberg in de Volkskrant: je moet niet de suggestie wekken dat beschaving 200 mln. kost. Eigenlijk had hij wel gelijk: beschaving kost namelijk maar 100 mln. Dit kabinet heeft er immers voor gekozen om op zowel de cultuurbegroting als de mediabegroting 200 mln. te bezuinigen, terwijl 100 mln. ongeveer evenredig zou zijn geweest ten opzichte van de andere bezuinigingen op de rijksbegroting. Dat zegt wat over de manier waarop je naar de samenleving kijkt. Dat laat zien hoe het land op dit moment door bankiers en boekhouders wordt geregeerd die geldelijke waarde belangrijker vinden dan maatschappelijke waarde. Zij hebben ervoor gekozen om een grotere bezuiniging af te kondigen op de cultuur en de publieke omroep. Kennelijk zeggen zij: wat geld kost, maar wel waarde oplevert voor de samenleving, vinden wij deze periode wat minder belangrijk. Dat zegt veel over de agenda die het kabinet nastreeft. Wat je vanuit een intrinsieke motivatie doet, door mensen te laten lachen, te informeren, te confronteren, te inspireren, is kennelijk van minder waarde dan 100 mln. op de begroting van OCW.

Vanmiddag wordt de cultuurbegroting besproken. Die bespreking is veel lastiger. Wij hebben immers geluk, omdat wij minister Marja van Bijsterveldt hebben. Die kan een beetje toveren. Zij bezuinigt 200 mln. en zegt daarbij dat niemand er iets van gaat merken. Wij krijgen minder programma's, maar niemand gaat dat merken. Wij krijgen minder korte series, maar niemand gaat dat merken. Wij krijgen minder Nederlandse programma's, maar niemand gaat dat merken. Wij krijgen minder programma's die hier geproduceerd zijn, minder nieuwe programma's, minder innovatieve programma's, maar niemand gaat dat merken. Ik zou willen dat dit kabinet uit twaalf Marja van Bijsterveldts bestond. Dat zou fantastisch nieuws zijn. Er zijn namelijk gigantische bezuinigingen op de zorg, op de kinderopvang, op het gehandicaptenbeleid, maar niemand gaat die merken. Dat is toch geweldig!

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik ga een beetje opzij zitten, want in zijn enthousiasme begint mijnheer Van Dam zo luid te spreken dat hij bijna geen microfoon meer nodig heeft. Ik snap wel dat de heer Van Dam cynisch is, want hij denkt dat dit allemaal niet kan. Een paar jaar geleden verkeerde RTL 4 in grote financiële problemen. De aandeelhouders waren het toen helemaal zat en zeiden tegen de baas van RTL 4: je krijgt 20% minder en moet bovendien beter presteren. Gelukkig heeft RTL 4 geen heel lang wetgevingstraject zoals wij, maar kon dat vrij snel gebeuren. Het is doorgevoerd en het resultaat was dat RTL 4 met 20% minder beter dan ooit scoorde. Het publiek is meer tevreden dan ooit. Bovendien is bewezen dat kan, wat minister Van Bijsterveldt op dit dossier belooft. Wij moeten wel scherp erop toezien dat het ook gebeurt. Deelt de heer Van Dam met mij de mening dat het per definitie niet zo is dat het altijd slechter is, als er minder geld is?

De heer Van Dam (PvdA): Sterker nog, ik vind het terecht dat er bezuinigd wordt op de publieke omroep, maar ik vind wel dat je dit op een evenredige manier hoort te doen. De omroepen moet je net zo veel laten bezuinigen als andere sectoren in de Nederlandse samenleving. Ik vind het een kwestie van beschaving dat je ook in slechte tijden ervoor zorgt dat je de sectoren die maatschappelijk van waarde zijn, niet extra hard treft ten opzichte van andere sectoren.

Ik denk dat wij ons allemaal realiseren dat je dit wel degelijk merkt. Natuurlijk ga je dit merken in de programmering. Het punt is dat de minister het niet wil zeggen; al die eer komt mevrouw Van Miltenburg toe. Zelfs in Hilversum kreeg men de instructie om maar niet te zeggen dat de enorme bezuinigingen leiden tot een verschraling van de programmering. O wee, als men in Hilversum zou zeggen dat het verschraling is, dan zou mevrouw Van Miltenburg vooraan zitten om te zeggen dat het derde net eraf moet, want dat staat in het regeerakkoord. Wat zegt het eigenlijk over de politieke moed van de minister dat zij zo bang is voor iemand uit de coalitiefracties dat zij niet eens eerlijk durft te zeggen dat de kijkers en luisteraars dit natuurlijk gaan merken? Natuurlijk gaan zij merken dat er zo veel bezuinigd wordt. Als de minister die eerlijkheid zou kunnen opbrengen, zal ik de eerlijkheid opbrengen om te zeggen dat een bezuiniging van zo'n enorm bedrag op slechtere manieren dan deze had gekund.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Mijnheer Van Dam staat al klaar met zijn oordeel. Het wordt slechter. Ik ben een kritische volger. Dat heeft de heer Van Dam ook duidelijk aangegeven. Laten wij samen de komende jaren bezien wat de bezuiniging betekent en of die inderdaad een verschraling betekent. Misschien kan de heer Van Dam ook aangeven waarop gecontroleerd moet worden, zodat wij gezamenlijk kunnen concluderen dat ofwel de minister gelijk heeft – daarvoor moet zij dan een enorme pluim krijgen – ofwel wij gelijk hebben. Dan heeft dit inderdaad consequenties, want dan zal voor de wijziging van wet daarin opgenomen worden dat er een net minder is. Zo staat dit namelijk in de afspraak in het regeerakkoord.

De heer Van Dam (PvdA): Als je 's avonds tv kijkt en je fantastische Engelse en Amerikaanse series voorgeschoteld krijgt, kun je een heerlijke tv-avond hebben, maar dan is er wel een verandering in de programmering ten opzichte van nu. Nu krijg je meer Nederlands product voorgeschoteld. Nu krijg je meer wat hier gemaakt wordt. Je krijgt bovendien meer vernieuwende programma's. Je krijgt meer korte series. Straks krijg je veel meer series die worden uitgerekt. De kijker gaat dit allemaal merken. Dit betekent niet dat je geen leuke tv-avond hebt. Natuurlijk kan dat wel, maar je gaat het wel merken. Doe nu niet alsof je het niet merkt. Doe nu niet alsof het geen verschraling van de programmering is. Natuurlijk is het een verschraling van de programmering. Minister, zeg dat oprecht en ben niet zo bang voor mevrouw Van Miltenburg.

Ze gaan het zeker merken bij de Wereldomroep en het MCO, en al voor 2015.

Ik kom zo nog even op de landelijke publieke omroep terug, maar volgens mij hoort de Wereldomroep eerst. Wat daar gebeurt, is namelijk werkelijk onbehoorlijk en onfatsoenlijk. Het begon al bij de coalitiebesprekingen. Volgens mij weet iedereen inmiddels dat Joop Atsma daarbij op het laatste moment snel heeft ingebracht: als wij de Wereldomroep naar de begroting van Buitenlandse Zaken overhevelen, hebben wij al mooi een stuk van de bezuiniging van 200 mln. op de mediabegroting gerealiseerd. Er is echter niks voor geregeld binnen de begroting van Buitenlandse Zaken.

Ik heb mij daar een tijdje mee beziggehouden. Je weet dat het echt niet betaald kan worden uit het budget voor Ontwikkelingssamenwerking bij Buitenlandse Zaken. Verder heb je wat projectgeld, maar dat is echt niet voldoende voor wat de Wereldomroep kost. Het laatste wat je overhebt is het eigen apparaat; het schrappen van ambassades. Je zegt dus tegen Buitenlandse Zaken: hier krijgt u de Wereldomroep, maar u moet een paar van uw ambassades sluiten als u die overeind wilt houden.

Dan weet je wat er gebeurt; dan weet je dat het een strijd tussen ministeries wordt en dat de Wereldomroep daarvan de dupe wordt. Op die manier ga je niet fatsoenlijk met zo'n organisatie om. Natuurlijk is er alle reden voor debat en om te bekijken of je Nederlanders in het buitenland nog op die manier bereikt; zijn er geen nieuwe wegen? Natuurlijk is er ruimte om te discussiëren en is de taak die de Wereldomroep uitvoert gericht op het verspreiden van het vrije woord en het laten zien van een beeld van Nederland in andere landen en andere talen.

Moeten wij die taak ook vanuit het buitenlands beleid overeind houden? Het debat over die vraag is gerechtvaardigd, maar het is echt niet fatsoenlijk en behoorlijk om op een zomermiddag tegen de Wereldomroep te zeggen: u raakt twee derde van uw budget kwijt en u hebt drie maanden de tijd om een sociaal plan te maken; volgend jaar moet u iedereen eruit gooien. Daar komt het namelijk op neer.

Zelfs als je politieke doelen legitiem zijn, moet je zo niet met een organisatie en met mensen omgaan. Het gaat namelijk om mensen met een baan, met een huis, met kinderen, die op deze manier de wacht aangezegd krijgen. Het zou fatsoenlijk zijn als deze minister: het is misschien wat te veel van het goede; wij nemen iets meer de tijd. Ik stel voor om na de zomer een gedegen debat te houden over de toekomst van de Wereldomroep. Daarbij kan deze Kamer besluiten hoe de Wereldomroep eruit moet komen te zien en kan zij discussiëren over de vraag hoeveel geld dit moet kosten. Geef de Wereldomroep even de tijd, als is het maar een jaar extra. Dat levert namelijk in ieder geval al een iets fatsoenlijker behandeling van deze organisatie op en vooral van de mensen om wie het draait.

De tweede organisatie die er zeker iets van zal merken, is het MCO. Het MCO raakt namelijk een fors deel van zijn budget kwijt, ongeveer de helft. Het kabinet zegt nu: ja maar, wij helpen het Metropole Orkest om op eigen benen te staan. Ik wil graag weten wat dit concreet betekent. Waar bestaat die hulp uit; hoe ziet die eruit; hoe groot is die; zorgt die er echt voor dat het Metropole Orkest daadwerkelijk op eigen benen kan komen te staan? Dat hoor ik graag van de minister.

Voorzitter. Ik kom terug op de landelijke publieke omroep.

De voorzitter: Mijnheer Van Dam, u hebt uw zes minuten gehad.

De heer Van Dam (PvdA): Volgens mij is het grootste deel van de tijd aan interrupties opgegaan.

Voorzitter. De minister was dicht bij een historische verandering in het publieke bestel, maar naar mijn idee heeft zij het uit haar handen laten glippen. Zij heeft namelijk het voorstel van de omroepen zelf, vanuit Hilversum – het is revolutionair dat men zelf de bereidheid heeft om het bestel zo op de schop te nemen – hier en daar net een beetje verdraaid. Daardoor rolt er een bestel uit dat er heel anders zal uitzien. Als je namelijk zegt: wij gaan niet werken met A- en B-statussen, zoals Hilversum had voorgesteld, maar wij maken alle budgetten rechtstreeks afhankelijk van ledenaantallen, dan groeit het bestel scheef. Als je het lidmaatschapsgeld op € 15 stelt en je geen tegenprestatie mag vragen – ik neem aan dat je je lidmaatschap ook niet meer gratis bij de gids krijgt – dan groeit het bestel scheef. Ik hoorde dat de coalitie met een voorstel voor een jongerenlidmaatschap zal komen. Dat is hartstikke goed, want dat verzacht het iets.

De voorzitter: Mijnheer Van Dam, u moet nu afronden.

De heer Van Dam (PvdA): Als de omroepen waarvoor mensen bereid en in staat zijn om € 15 te betalen, het meeste budget krijgen, dan groeit het bestel scheef. Dan zal het draagvlak voor het bestel wegvallen, ook bij mijn partij. Dat zeg ik heel helder.

Als het mag, heb ik nog drie heel korte vragen over de regionale omroep enz.

De voorzitter: U mag alleen de drie vragen stellen, want u bent ver over uw tijd.

De heer Van Dam (PvdA): Ik heb de volgende vraag over het internet. Begrijp ik goed uit de brief van de minister dat de publieke omroep tot 2020, als het aan haar ligt, geen specifieke content voor internet mag maken? Daarmee zou de publieke omroep enorm op achterstand gezet worden. Mijn tweede vraag gaat over de regionale omroepen. Kan de minister duidelijk maken of het plan inhoudt dat de regionale omroepen die er nu zijn, zoals Omrop Fryslân en Omroep Brabant, blijven bestaan? Of wordt het één grote NOS? Mijn laatste vraag gaat over de lokale omroepen. Die ontbrak in de brief. Kan de minister aangeven wat haar plannen met de lokale omroepen zijn?

De heer Bosma (PVV): Voorzitter. Wat een feest vandaag! We mogen twee grote dossiers bespreken, twee grote bezuinigingen. Het zijn allebei behoorlijk populaire bezuinigingen, maar deze wint het, want 76% van de Nederlanders is het eens met de bezuiniging op de omroepen. Daar feliciteer ik de minister mee. De bezuiniging op cultuur komt met 60% op de derde plaats.

De meest wijze woorden in de brief van de minister zijn te vinden waar zij schrijft dat er een eind komt aan de klassieke manier van televisie kijken. Het is eigenlijk nog erger. Het hele fenomeen broadcasting, het idee dat we op een bepaalde tijd voor de televisie gaan zitten om iets te kijken, loopt op zijn laatste benen. We komen in een landschap terecht waarin de iPad fuseert met de afstandsbediening en de computer met de televisie. Kinderen die nu op de achterbank van de auto via een iPad een stukje bewegend beeld binnenhalen, valt straks niet meer te leren dat ze op een bepaalde tijd voor de televisie moeten gaan zitten. Er zal vast iets overblijven, maar met het afsterven van broadcasting zal ook het belang van de staatsomroep afnemen. We zijn vandaag eigenlijk met een achterhoedegevecht bezig; «rearranging the deck chairs on the Titanic», als ik het zo mag zeggen.

Mijn partij heeft altijd een heldere positie ingenomen in de omroepdiscussie. Wij zien graag een kleine staatsomroep en zijn geen fan van de omroepverenigingen. Ik zie niet in wat de KRO bijdraagt aan de pluriformiteit. Zelf zeggen ze bij de KRO dat deze omroep katholiek is, maar ze maken niet één katholiek radio- of televisieprogramma. Ze profileren zich met detectives. Ze profileren zich ook met een stemadvies; dat hebben we blijkbaar allemaal nodig. Mijn partij is voor één nationale omroep. Dat was de PvdA ook in 1946. Er was indertijd zelfs een comité voor een nationale omroep; daar zou mijn partij zich graag bij aansluiten. We vinden ook dat de publieke omroep aanvullend moet zijn op commercie en dat er een duidelijke scheiding tussen hoofd- en neventaken moet zijn.

Desondanks kunnen we ons vinden in de brief van de minister, want op allerlei terreinen komt die in onze richting. Daarom ondersteunen we de brief van harte.

De heer Van der Ham (D66): De heer Bosma vindt dat het anders moet in omroepland. Op een paar punten kunnen we het daar wel over eens worden, maar bijvoorbeeld het feit dat er geen plafonds in de ledenaantallen zitten, waardoor een heel klassieke trek naar ledenwinst ontstaat, is toch deels een herbevestiging van het oude bestel? Kan de heer Bosma daarover wat kritischer zijn? Volgens mij komt dit namelijk juist niet in de buurt van zijn voorstel om tot meer eenvormigheid te komen.

De heer Bosma (PVV): Het komt inderdaad niet in de buurt van ons voorstel. Wij zijn geen fan van de ledenstructuur. Als gesteld wordt dat leden het draagvlak zijn van de publieke omroep, moet je hen centraal stellen en is het logisch om omroepen af te rekenen op de leden en om de leden groter belang toe te kennen. Wij vinden het dus bijvoorbeeld prima dat het lidmaatschapsgeld naar € 15 gaat.

De heer Van der Ham (D66): Over die € 15 ben ik het met de heer Bosma eens, behalve voor jongeren. Als je zo denkt, moet je het zo organiseren, dat ben ik met de heer Bosma eens. Is de heer Bosma het echter met mij eens dat door deze manier van organiseren, zonder ledenplafonds en dus anders dan de omroepen hebben voorgesteld, de kans toeneemt dat het toch weer ontaardt in een klassiek verzuild systeem, wat hij en ik beiden niet willen? Is de heer Bosma bereid om de minister een wijziging aan te bieden om in dezen de zaken aan te passen?

De heer Bosma (PVV): Ik zal komen met een motie om alle omroepverenigingen buitenspel te zetten en naar één nationale omroep over te gaan. Dat wil ik het liefst. Dat wilt u ook het liefst, maar er bestaat helaas geen meerderheid voor. Zo is het helaas. Het liefst zou ik die kant op gaan, maar for the time being zitten we met dit rare en archaïsche systeem en moeten we het daarmee doen.

De heer Van der Ham (D66): Ik wil toch even een antwoord op mijn vraag. Het voorstel van de omroepen was om A- en B-omroepen te houden en dus met ledenplafonds te werken. Dat minister heeft het voorstel op dat punt niet gevolgd. Het voorstel van de omroepen ligt volgens mij dichter bij uw ambitie dan het voorstel van de minister. Volgt u de omroepen op dat punt?

De heer Bosma (PVV): Ik wil op geen enkel punt de omroepen volgen. Ik zou zeggen: als de leden centraal staan, zet de leden dan centraal. Ik heb het systeem niet uitgevonden.

Dan kom ik bij de fusies. Ons werd verteld dat de heer Korvinus wegging bij de VARA omdat er iemand moest komen om de fusie met BNN te regelen. Nu zeggen die omroepen: die drie fusies gaan niet door. Ik vraag mij af wat de minister nu gaat doen. Is een een plan-B? Uit de brief blijkt immers dat er een aantal huwelijken zouden plaatsvinden, maar voordat het stadhuis is bereikt is de scheiding al aangebroken. Wat nu?

Ik hoop heel erg dat er een eind komt aan de cadeautjes rondom de lidmaatschappen. In Volkskrant Magazine van dit weekend stond weer te lezen dat je bij een halfjaarabonnement VARAgids een grote tas krijgt. Zo moeten de omroepen zichzelf kunstmatig in stand houden. Aan dat soort rare dingen moet een einde komen. Wie lid wordt van Omroep MAX betaalt € 5 en krijgt drie cd's. Dat moet echt ophouden. Het voorstel voor € 15 is prima. Wat mij betreft had het € 50 moeten zijn; in 1952 kon je lid worden van de AVRO voor 10 gulden. Als je dat omrekent naar nu kom je op € 35 uit en samen met wat prijsstijgingen zou je op € 50 uitkomen. € 15 is dus nog steeds de onderkant van de markt.

De bonuscultuur woekert maar voort; collega Tony van Dijck heeft al mooi werk verricht op dat terrein. In Elsevier lees ik dat er inmiddels dertien veelverdieners bij de publieke omroep zijn. Dat moet echt niet. Is de minister bereid om daaraan iets te doen? Ik zou dat zwaar willen inperken.

De omgang met het Hollandse lied is een doorn in het oog van mijn fractie. Dat geniet weinig populariteit in Hilversum maar is bij uitstek een publieke taak; ook al omdat het, zoals wij in het verleden hebben gezien, moeilijk exploiteerbaar is. Kan de minister daar iets voor doen?

De heer Van der Ham (D66): Voorzitter ...

De voorzitter: Een laatste interruptie voor de heer Van der Ham.

De heer Van der Ham (D66): Die besteed ik graag aan de heer Bosma, zoals hij van mij weet. Hoe meer Hollandse liederen, hoe beter. Maar het Nederlandse drama is zeer populair en kost geld. Van Gooische Vrouwen tot Van God Los: alles wordt heel goed bekeken. Door de bezuinigingen van het kabinet zal het waarschijnlijk zo zijn dat er steeds meer buitenlandse series op televisie komen, zoals de detectives uit Engeland. Prachtig, maar als de heer Bosma echt wil dat er meer Nederlands wordt gesproken en gezongen op de televisie, zullen we ook voldoende budget moeten houden voor Nederlands drama. Wil de heer Bosma zich daar ook hard voor maken?

De heer Bosma (PVV): Het lijkt mij een mooie taak voor de omroepen zelf om daarvoor zorg te dragen. Volgens mij doen ze dat al in redelijke mate. Als de heer Van der Ham met een voorstel komt, zal ik daar met veel belangstelling en plezier naar kijken. Ik dank hem overigens voor het feit dat hij zijn laatste interruptie aan mij besteedde; ik beschouw dat als een eer.

De heer Van der Ham (D66): Ik zal zeker met een voorstel komen. Een van de dingen waarbij het begint te schuren, is het drama. Juist op dat dure dramabudget moet fors worden bezuinigd. Op de Nederlandse films over het Koningshuis tot maakt niet uit wat wordt als eerste bezuinigd omdat dit de grote bezuinigingen betreft. Ik hoop dat de consequentie van zo'n motie, namelijk dat er een hek om dat soort dure producties komt te staan, wordt gedeeld door de heer Bosma.

De heer Bosma (PVV): Wij zijn in principe gek op hekken. Ik zal het voorstel met belangstelling bekijken. Ik weet niet wat het zal inhouden. Wil de heer Van der Ham geld alloceren, wil hij zendtijd alloceren of wil hij een zender met alleen Nederlands drama? Ik ben erg benieuwd naar zijn voorstel.

Dan kom ik bij de 2.42-omroepen. Het was mijn partij al langer een doorn in het oog dat een omroep als de IKON zowel op radio als op televisie allerlei gekke programma's heeft gemaakt die gericht zijn tegen mijn partij. In Lux werd mijn partij vergeleken met de Nationaalsocialistische Beweging. Er werden beelden van een partijbijeenkomst van de PVV verknipt met beelden van een bijeenkomst van de NSB. Op de radio was er een speciale rubriek, gericht tegen kiezers van mijn partij. Huub Oosterhuis hield de avond voor Kerstmis een soort kerstmis die speciaal tegen mijn partij gericht was. Dat is toch heel vreemd, want die 2.42-omroepen zijn toch vooral bedoeld als geestelijke stromingen. Het is heel goed dat de minister nu eindelijk eens zegt: concentreer je op die geestelijke stroming en laat de andere zaken aan anderen over.

De heer Van Dam (PvdA): Volgens de kranten was het niet de minister die daarmee kwam, maar was het de heer Bosma die daarmee kwam. Hij is zo eerlijk is om dat nu even zelf te agenderen, en ook zelf de motivatie daarbij te agenderen. Hij denkt kennelijk dat hij langs deze weg, door de IKON te verplichten om levensbeschouwelijke programma's te maken, erin zou kunnen slagen om de IKON te censureren. Daar gaat dit dus kennelijk om.

De heer Bosma (PVV): Dat heeft niets met censuur te maken. Dat heeft ermee te maken dat organisaties die ons belastinggeld ontvangen, moeten doen waarvoor ze zeggen te zijn opgericht. Als de Boeddhistische Omroep er is voor het boeddhisme, dan moet die omroep boeddhistische programma's maken en allerlei andere zaken overlaten aan andere omroepen. Het heeft mijn partij zeer lang geïrriteerd dat er allerlei politieke programma's worden gemaakt. Daar gaat de IKON volgend jaar ook weer mee door. Dan gaat de IKON een serie maken die wordt gepresenteerd door Paul Rosenmöller, de voormalig leider van de GML, over – wat zij dan noemen – het populisme in Europa. Dat zijn politieke programma's. Dat moet de IKON niet doen.

Ik waardeer het wel dat de heer Van Dam nu afgaat op berichtgeving in De Telegraaf, want de banden tussen De PvdA en De Telegraaf waren in het verleden wat minder. Blijkbaar is dat nu een te vertrouwen bron voor de PvdA. Dat is winst.

De heer Van Dam (PvdA): Dat is een mooi voorbeeld. Hoezeer De Telegraaf soms ook de neiging zou kunnen hebben om niet in positieve zin over mijn partij te berichten, ik zal altijd opkomen voor hun vrijheid om dat te doen. Ik zal nooit de neiging hebben om ze te censureren.

De heer Bosma motiveert zojuist zijn steun – laat ik het dan zomaar noemen, alsof hij het niet zelf verzonnen zou hebben – aan dit plan van de minister om deze omroepen te beperken tot levensbeschouwelijke taken. Hij motiveert dat enkel en alleen door te wijzen op het feit dat de IKON een aantal programma's heeft gemaakt die kritisch waren over de PVV. Als de heer Bosma dat geen censuur vindt en dat niet vindt ruiken naar censuur, ik zou zeggen: het loopt als een eend en het kwaakt als een eend!

De heer Bosma (PVV): En toch is het geen eend. De vergelijking met De Telegraaf is natuurlijk een rare. Het is kenmerkend voor het feit dat de PvdA links niet meer van rechts kan onderscheiden, en boven niet meer van beneden. De Telegraaf is gewoon een commercieel medium. De Telegraaf moet gewoon lekker schrijven wat hij wil. En als De Telegraaf elke dag dingen tegen mijn partij, tegen de PvdA of tegen welke partij dan ook doet, moet hij dat zelf weten. De Telegraaf doet het voor eigen rekening en risico. Maar de IKON teert op ons belastinggeld. Die vaart onder een bepaalde vlag, namelijk «wij zijn christelijk». Nou, wees christelijk en houd op met het maken van politieke programma's!

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Voorzitter. Ik wil graag een opmerking over de orde maken. Er wordt nu gesuggereerd dat de VVD steun heeft verleend aan het censureren van de publieke omroep door de 2.42-omroepen een andere positie in het bestel te geven. Ik maak daar ernstig bezwaar tegen. Wij hebben in het mediadebat in december aangegeven dat er, wat ons betreft, gewoon geen plek meer is in het bestel voor de 2.42-omroepen. omdat leden de basis zijn van de publieke omroepen, en niet geestelijke stromingen.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Voorzitter. Er is bijna geen partij in Nederland die zo veel van de vrijheid van meningsuiting gebruikmaakt als de partij van de heer Bosma. Dat is een groot goed. Ook mijn partij zal die vrijheid tot de laatste snik verdedigen. De VVD wil eigenlijk liever die levensbeschouwelijke omroepen afschaffen. Maar als je ze dan toch behoudt en ze vervolgens een inhoudelijk criterium meegeeft dat ze alleen maar bepaalde programma's mogen maken, dan ben je met inhoudelijk censureren bezig en geef je in ieder een pad daar naartoe. Hoe zou de heer Bosma dat willen controleren? Hoe zou hij willen controleren wat wel puur levensbeschouwelijk is en wat niet?

De heer Bosma (PVV): Dat heeft niets te maken met censureren. Dat heb ik zojuist al tegen de heer Van Dam gezegd. Het heeft ermee te maken dat het een organisatie is die belastinggeld krijgt. Die organisatie moet gewoon doen waarvoor zij zegt dat zij is opgericht. Hoe zal dat worden gecontroleerd? Daar hebben wij het commissariaat voor.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Hoe moet het commissariaat beoordelen of aan de opdracht van het kabinet, van de heer Bosma, wordt voldaan, dus of een programma levensbeschouwelijk is of niet? Moet het dan doen door alle programma's inhoudelijk van tevoren te bekijken en dan eventueel van de zender af te halen? Moet het dan doen door het instellen van een soort van relipolitie? Welke criteria hanteer je daarvoor?

De heer Bosma (PVV): Ik wil niet uitsluiten dat ze bij het commissariaat een televisie hebben. Die zetten ze aan en dan kijken ze ernaar.

Voorzitter. Ik vervolg mijn betoog. Mevrouw Van Miltenburg heeft al gesproken over de websites. Het bestaansrecht van de publieke omroep is gelegen in marktfalen. Op internet bestaat geen marktfalen. Je hebt 1,5 triljoen websites. Er is niets meer te verzinnen wat de staatsomroep daar moet doen. Mijn partij heeft altijd gezegd dat de staatsomroep zich bezig moet houden met het hergebruiken van bestaande content op internet. That's it. Ik ben dus erg blij dat daar het mes in gaat.

In het verleden hebben we gezien dat er toch een soort cumulatie optreedt van bijvoorbeeld VARA-programma's op het gebied van informatieve programma's. Dat leidde ertoe dat de VARA aan de ene kant de snelst krimpende omroep van Nederland was en aan de andere kant de zwaarst gesponsorde omroep. Dat komt door de overdaad aan informatieve programma's. Toen NOVA nog een gedeeltelijk VARA-programma was, was er ook al De wereld draait door. Dankzij een zendercoördinator kwam daar ook Pauw & Witteman nog bij.

De voorzitter: U hebt er zes minuten op zitten.

De heer Bosma (PVV): Ik vraag de minister of er een mogelijkheid is te verzinnen om een dergelijke cumulatie van programma's op dat zeer cruciale onderwerp, namelijk informatie, te voorkomen om te verhinderen dat we in de toekomst weer opgezadeld worden met een overdaad aan VARA-programma's op informatief gebied.

De heer Haverkamp (CDA): Voorzitter. Hilversum staat bekend vanwege zijn eenrichtingsverkeer. Het was daarom een bijzonder moment om een brief te krijgen waarin de omroepen een gezamenlijk ontwikkeld plan presenteerden. Deze brief vormt het hart van de Mediabrief van het kabinet.

Dat niet iedereen 100% tevreden is, is logisch. Ook als er 127 mln. te verdelen was geweest, was er discussie geweest: waarom krijgt die omroep meer dan mijn omroep? Wij hebben echter te maken met bezuinigingen. Dat bezuinigingen pijn gaan doen, is duidelijk. Het zal u niet zijn ontgaan: door de verkiezingsuitslag is mijn partij gehalveerd. Ook wij hebben afscheid moeten nemen van collega's en ik weet dat dit je niet in de koude kleren gaat zitten.

Laten we echter kijken naar de toekomst. Op het punt van de publieke omroep is niet behouden, maar bouwen aan een gezonde toekomst voor de publieke omroep van groot belang. Ik zeg het met de woorden van de minister, die ook werden geciteerd door de heer Bosma: de hoogtijdagen van het klassieke broadcasten zijn voorbij; we moeten oppassen dat we niet bezig zijn met het vechten van de vorige oorlog.

Vanwege de beperkte spreektijd zal ik staccato langs een aantal elementen van de brief gaan. Over hoe de bezuinigingen plaatsvinden, zal ongetwijfeld veel zijn gesproken in het Hilversumse. Wij vinden het verstandig dat het rapport van de Boston Consulting Group het uitgangspunt is. Dat gaan wij als fracties niet op de achterkant van een bierviltje overdoen.

Met betrekking tot de 2.42-omroepen wijkt de minister wel af van het BSG-rapport. Zij bezuinigt op de algemene taken van de 2.42-omroepen. Dat gaat naar algemene omroepen; de financiering van de levensbeschouwelijke taken blijft. Het CDA hecht zeer aan die levensbeschouwelijke opdracht. Wij vragen de minister of het nu voor levensbeschouwelijke taken opgenomen bedrag een-op-een overgaat en hoe dit bedrag in de brief tot stand is gekomen.

De heer Voordewind (ChristenUnie): De heer Haverkamp heeft gelijk: er is onevenredig bezuinigd op de 2.42-omroepen. Dat zegt ook de Boston Consulting Group: het gaat om 13 mln. in plaats van de geadviseerde 6 mln. Een deel daarvan komt terecht bij omroepen die eigenlijk helemaal geen 2.42-programma's kunnen uitzenden, bijvoorbeeld BNN, TROS, Wakker Nederland, PowNed et cetera. Wat vindt u van de verdeling van de vrijkomende gelden over deze omroepen, die dit soort programma's helemaal niet kwijt kunnen? Dit geld gaat dus in de algemene pot.

De heer Haverkamp (CDA): Ik weet niet of die omroepen geen levensbeschouwelijke programma's met een diepere betekenis kunnen uitzenden. Er is hier bijvoorbeeld heel veel discussie geweest over een ethisch programma zoals de Donorshow. Dat zijn allemaal programma's die ook raken aan dingen die in onze achterbannen leven. Misschien zet een omroep als BNN op een andere manier aan tot het denken over religieuze vraagstukken dan andere omroepen, maar het gebeurt wel. In een eerder interruptiedebat is echter al gezegd dat de 2.42-omroepen een bredere taakopvatting hebben genomen. Zij zijn opgericht voor levensbeschouwelijke taken. Daarom gelden voor hen andere spelregels dan bijvoorbeeld voor de ledenomroepen. Wij vinden het dan ook logisch dat zij terug moeten naar de levensbeschouwelijke taken waarmee zij een specifieke plek in het bestel innemen. Dat algemene kun je ook heel goed doen via een andere kant. Als het RKK straks bijvoorbeeld nauwer gaat samenwerken met de KRO en als zij samen Kruispunt gaan produceren, is dat een praktisch voorbeeld. Er is dus een modus operandi te vinden.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Dan komen we terug op de discussie van net in een interruptiedebatje: wat is algemeen en wat is levensbeschouwelijk? Dit is lastig, want het antwoord is ongetwijfeld afhankelijk van de politieke kleur. Deze bezuiniging, 13 mln., is dubbel zo groot als voorgesteld door de Boston Consulting Group. Kan het CDA ermee leven dat zo'n groot bedrag wordt weggesneden bij de levensbeschouwelijke omroepen?

De heer Haverkamp (CDA): Zoals ik al eerder zei: levensbeschouwelijke omroepen zijn er voor levensbeschouwelijke taken. Wij aan ervan uit dat het budget dat er nu voor staat, ook zo overgaat. Daarover hebben wij een duidelijke vraag aan de minister gesteld. De volgende vraag is dan: wat is levensbeschouwelijk? De minister geeft daarvoor een aantal waarborgen. Dat moeten wij hier niet met een Kamermotie gaan regelen. Organisaties maken een redactiestatuut en gaan meedoen met «geld op schema». Ik heb het gevoel dat men er in Hilversum wel uitkomt.

De CDA-fractie vindt het goed dat het ledenaantal een belangrijk maar niet doorslaggevend criterium is geworden. Hoe staat de minister tegenover de introductie van een jongerenlidmaatschap? Op welke wijze zal zij toetsen of omroepen leden meer betrekken bij het wel en wee van de verenigingen? Zelf denk ik met veel plezier terug aan bijvoorbeeld het Los Vast Kuipspektakel van de jongerenafdeling van de NCRV; het spijt mij dat die er niet meer is. Andere voorbeelden in dit verband zijn de weekendbustochten van MAX richting Soestdijk en de EO-Jongerendagen.

De heer Jasper van Dijk (SP): Over de verhoging van de contributie zei ik al: dat komt neer op omroepje pesten. De VVD vindt dat misschien prima, maar hoe staat het CDA daarin? De heer Haverkamp vraagt naar het jongerenlidmaatschap. Kan hij dat toelichten? Hoe zit het dan met het hogere contributiegeld voor oudere mensen met lagere inkomens, die soms ook niet zo veel geld hebben? Heeft de verhoging geen gevolgen voor de laagdrempeligheid?

De heer Haverkamp (CDA): Als CDA hechten wij buitengewoon aan ledenverenigingen. Als je lid wordt van een vereniging, moet dat een bewuste stap zijn. BNN heeft veel in gang moeten zetten om de benodigde 60 000 leden te krijgen. De laatst toegetreden omroepen maakten gebruik van internet en krantenabonnementen. Het is goed om daar wat kritischer naar te kijken. € 5,72 vinden wij in dat licht te laag. Als je ziet wat je daarvoor terugkrijgt van een omroepvereniging, is het gewoon een te laag bedrag. € 15 lijkt mij realistisch, maar ik ben geschrokken van het onderzoek van één omroep onder de eigen leden. Daaruit blijkt dat 36% van de jongeren afhaakt. Als dit zo duidelijk naar voren komt, moet je onderzoeken of een jongerenlidmaatschap mogelijk is. Een jongerenlidmaatschap vind ik dus een goed idee, en € 15 is verdedigbaar.

De heer Jasper van Dijk (SP): Als andere omroepen kunnen laten zien dat 36% van hun leden opstapt bij een verhoging van het lidmaatschapsgeld, zou de heer Haverkamp daarvoor dus ook gevoelig zijn. Het is hartstikke goed dat hij een lager contributiegeld voor jongeren wil regelen; uiteraard zal ik dit steunen. Erkent hij dat hetzelfde argument kan gelden voor oudere leden met een laag inkomen? Waarom gaat het CDA mee in deze onnodige verhoging van het contributiegeld? Voor omroepen wordt het zo alleen maar moeilijker om te overleven.

De heer Haverkamp (CDA): Ik deel de analyse niet dat het moeilijker wordt voor omroepen om te overleven. Er zijn omroepen die al zelf het lidmaatschapsgeld hebben verhoogd. Die hebben maar 80 opzeggingen gekregen en er zijn duizenden leden bij gekomen. € 15 is een relatief laag bedrag voor de mooie dingen die sommige omroepverenigingen organiseren. Ik noemde al Omroep MAX met een groot aantal activiteiten voor de leden. Wij zijn tegen een inkomensafhankelijke bijdrage. We willen niet via de inkomstenbelasting gaan berekenen hoe hoog je lidmaatschapsbijdrage is. Jongeren vormen een afgebakende groep. Wat ons betreft, gaan mensen onder de 25 een bedrag van € 7,50 betalen.

De heer Van Dam (PvdA): Ik wil weten of de heer Haverkamp het net zo interpreteert als mevrouw Van Miltenburg. Krijg je het lidmaatschap er gratis bij als je een abonnement hebt op de omroepgids – zoals het nu is geregeld – of moet je als lid van de KRO, de NCRV of de TROS € 15 extra neertellen, enkel en alleen om lid te zijn van de omroepvereniging?

De heer Haverkamp (CDA): De heer Van Dam overvraagt mij even als het gaat om de hoogte van het abonnement op de KRO-gids. Laten we voor het gemak stellen dat dit € 50 is. Nu krijg je voor die € 50 de KRO-gids met het lidmaatschap. Als men straks zegt een gids te kunnen maken voor € 35 en € 15 vraagt voor het lidmaatschap, dan kan dat. Het maakt mij niet uit welke constructie men kiest. Het gaat erom dat je € 15 voor een zuiver lidmaatschap betaalt. Dat is wat ons betreft het uitgangspunt.

De heer Van Dam (PvdA): Wat het prijsbeleid van de KRO is voor de Mikro Gids en het KRO Magazine, moet de KRO zelf weten. De echte vraag is deze: als je een abonnement op de gids hebt, moet je dan daar bovenop apart € 15 betalen als je het vakje «ja, ik wil lid zijn» aanvinkt? Moet je daarvoor apart afrekenen? Daar gaat het om.

De heer Haverkamp (CDA): Het gaat om een apart lidmaatschap. Wij tellen lidmaatschappen van omroepen, niet lidmaatschappen van omroepgidsen.

De voorzitter: U vervolgt uw betoog.

De heer Van Dam (PvdA): Ik vraag toch nog even door voor alle helderheid. Dit betekent dus dat je bij je abonnement op de gids niet meer het lidmaatschap krijgt? Dit betekent dus ook dat voor al die andere omroepen, KRO, NCRV, TROS enz., hetzelfde effect zal plaatsvinden als waarover de heer Haverkamp het zonet had?

De heer Haverkamp (CDA): Ik proef hierin geen vraag. De heer Van Dam volgde meer zijn eigen gedachten, die ik hem van harte gun.

De voorzitter: U gaat over uw eigen woorden. U gaat nu verder met uw betoog.

De heer Haverkamp (CDA): De omroepen zelf zijn ook met elkaar in discussie over een modernere invulling van het begrip «leden». Is de minister bereid om hierover het gesprek met de omroepen aan te gaan?

Bij de regionale omroep gaat het voor het CDA behalve om nieuws, informatie en achtergronden ook om de brede culturele taak. De regionale cultuur verschilt per omroep. Ik hoef niet uit te leggen dat die in Friesland of in Limburg heel anders wordt beleefd dan in de Randstad. Kan de minister bevestigen dat deze brede culturele taak de regionale omroep toebehoort?

De lijn dat de NPO en ROOS een halfjaar de tijd krijgen, steunt de CDA-fractie. Wij hebben het gevoel dat de deskundigheid meer daar ligt dan op het ministerie, met alle respect voor de hardwerkende ambtenaren van de minister. Wel wil ik de minister twee randvoorwaarden meegeven. Ten eerste moet de autonome, herkenbare regionale programmering blijven, als het aan het CDA ligt. Ten tweede zijn een culturele evenementenfunctie en een calamiteitenfunctie van de regionale omroep van belang.

De lokale omroep is ook al bij een aantal collega's voorbijgekomen. Het doet tekort aan de lokale omroep om dit onderwerp nu in een paar seconden met elkaar uit te discussiëren. Mogen wij van de minister, wanneer wij van haar de brief ontvangen over de regionale omroepen, tevens een visie krijgen op de lokale omroepen? Kan zij daarin onder andere de adequate bekostiging meenemen? Ook de vraag hoe wij bijvoorbeeld moeten omgaan met de vrijgevallen FunX-frequenties is een onderwerp dat leeft, evenals de kwestie van de toegang tot de kabel. Graag krijg ik een toezegging hierover.

Nederland kan trots zijn op het feit dat onze Wereldomroep wekelijks een bereik heeft dat vele malen groter is dan de Nederlandse bevolking. Met het regeerakkoord hebben wij de lijn ingezet dat het, mede vanwege het belangrijke werk van de Wereldomroep buiten Nederland, voor de hand ligt dat hij wordt ondergebracht bij Buitenlandse Zaken. Via de media hebben wij ondertussen mogen vernemen dat het kabinet van mening is dat de kerntaak, het vrije woord, voor 14 mln. kan worden geborgd bij Buitenlandse Zaken. Graag zien wij hiervan een onderbouwing. Het kabinet geeft ook aan dat de voorziening in het Nederlands voor mensen in het buitenland goed is geborgd. Ik zou daaraan het Caraïbisch gebied en Suriname willen toevoegen; daar voelt men zich nog af en toe meer binnenland dan buitenland. Graag krijg ik een nadere onderbouwing van deze stelling van het kabinet.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Wij hebben gisteravond een brief gekregen waarin Buitenlandse Zaken de 14 mln. heeft onderbouwd. Daarin schrijft Buitenlandse Zaken dat men 6 mln. uit de pot van Ontwikkelingssamenwerking zou willen halen. Wat vindt de CDA-fractie daarvan?

De heer Haverkamp (CDA): Ik heb nog niet helemaal helder hoe de 14 mln. zelf tot stand is gekomen. Ik heb wel de financieringsuitgangspunten gezien. Als het aan de ODA-criteria voldoet – dat is de maatstaf der dingen, zoals men weet – vinden wij het niet onlogisch dat dit daaruit wordt gefinancierd.

De voorzitter: Uw laatste interruptie, mijnheer Voordewind.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Wij hebben daar ook een mensenrechtenfonds voor. Dat zit natuurlijk ook al vol. Mensenrechten horen toch echt exclusief bij Buitenlandse Zaken en vallen niet onder Ontwikkelingssamenwerking. Deze is bedoeld om de allerarmsten in de wereld te steunen met onderwijs, zorg et cetera. Het is toch een heel rare constructie om dit nu al uit ODA te halen, terwijl de ODA-criteria hierdoor weer worden opgerekt.

De voorzitter: Dit was een stelling. De heer Haverkamp vervolgt zijn betoog.

De heer Haverkamp (CDA): Ik wil hier toch even op reageren. De heer Voordewind suggereerde dat de ODA-criteria hierdoor zouden worden opgerekt. Zoals hij ongetwijfeld weet, wordt de Duitse wereldomroep, om die voor het gemak maar even zo te noemen, voor 35 mln. wordt gefinancierd via ODA. De ODA-criteria zijn heel strikt. In het verleden hebben wij al gezegd dat wij een betere democratie ook als fundamenteel zien. Ook dat wordt via Ontwikkelingssamenwerking gefinancierd. Daarvoor lopen er allerlei projecten. Nederland gaat verder dan het bouwen van een brug of het slaan van een waterput. Mensen hebben ook behoefte aan vrije meningsvorming, vinden wij. Wat dat betreft past het keurig binnen ODA.

De passages in de brief over publiek-private samenwerking lijken zich erg te concentreren op de printsector. Ziet de minister ook andere publiek-private samenwerkingsvormen?

We hebben ook goed nieuws. Van Viziris kregen wij het bericht dat ze er met het ministerie uitkomen op het punt van de beschikbaarheid van programmagegevens voor blinden en slechtzienden. Graag krijg ik een bevestiging van de minister of een terugkoppeling als het anders blijkt te zijn. Sommige mensen zijn optimistisch, maar we moet het wel borgen.

In een vorig debat heeft mijn voorganger, mevrouw Bijleveld, een discussie gevoerd over het MCO. Wij zijn blij dat op zorgvuldige wijze wordt omgegaan met de ontmanteling van het muziekcentrum en dat belangrijke taken die niet door andere instellingen vervuld kunnen worden, zoals het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor, intact worden gelaten. De minister schrijft dat het Metropole eventueel zelfstandig door kan gaan. Collega's hebben daar al naar gevraagd. Hoe gaat dat traject lopen?

Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik heb bewust even het betoog van de heer Haverkamp afgewacht, omdat ik graag beter wil begrijpen hoe hij zich voelt. Hij wordt omringd door een coalitie- en gedoogpartner die veel minder om de omroepen en het ledencriterium geven dan de CDA-fractie. Zij zeggen: laat maar zien dat het ledencriterium zo belangrijk is voor het CDA. Zij leggen een bommetje onder het omroepstelsel. Dan zien we over drie, vier jaar wel wat de schade is en dan beginnen we opnieuw te componeren.

De voorzitter: Wat is uw vraag?

Mevrouw Peters (GroenLinks): Hoe wil de CDA-fractie dit project van het ledencriterium als enig doorslaggevend criterium tot een succes maken? Welke criteria geeft de heer Haverkamp mee aan de PVV en de VVD om te laten zien dat hij het bij het rechte eind heeft?

De heer Haverkamp (CDA): Het is niet aan mij om VVD en PVV criteria mee te geven. Het is aan mij om ervoor te zorgen dat mijn verkiezingsprogramma zo goed mogelijk terechtkomt in het regeringsbeleid. Als ik het verkiezingsprogramma naast de brief leg, ben ik blij met de brief, zelfs verheugd.

Mevrouw Peters (GroenLinks): De enige legitimering voor het ledental als criterium is decennialang geweest dat daarmee de pluriformiteit van de publieke omroep zou zijn gegarandeerd. Iedereen weet dat inmiddels nog maar een klein deel van Nederland lid is van een publieke omroep. Hoe wil de CDA-fractie, terwijl maar een klein deel van Nederland lid is van een publieke omroep, die pluriformiteit op de televisie waarborgen, zodat ook de doelstellingen van de PVV maar eigenlijk die van het hele parlement gehaald worden en we televisie krijgen die echt pluriform is?

De heer Haverkamp (CDA): Allereerst hechten wij buitengewoon aan omroepverenigingen met een jarenlange traditie. Daarom zijn wij blij dat die in de nieuwe brief ook een plek krijgen. Die omroepverenigingen moeten wel bewijzen dat zij een achterban hebben. Dat doen zij middels ledenaantallen, waar menig politieke partij jaloers op zou zijn. Bij de manier waarop de programmering tot stand komt, heb je een stukje garantiebudget; je hebt een aantal leden en daardoor krijg je zendtijd. Maar je zult ook een stuk moeten bewijzen en laten zien dat je programma's een en ander bijdragen aan de pluriformiteit. Er ligt een bewijslast, die ook extern wordt getoetst via het «geld op schema». Ik zal dat niet helemaal uitleggen. Het is dus via twee kanten geborgd. Ten eerste heb je verenigingen die geworteld zijn in de samenleving. Wat ons betreft, kan die worteling sterker. Daarom heb ik ook aan de minister gevraagd hoe die in de praktijk gaat. Ten tweede is het geborgd via het daadwerkelijke uitzenden.

De heer Jasper van Dijk (SP): Voorzitter. Wij spreken vandaag over de bezuinigingen op de publieke omroep. Wij mogen trots zijn op de publieke omroep. Denk eens aan al die mooie programma's, zoals De Wereld Draait Door, Andere Tijden, Boer zoekt vrouw, Buitenhof, Ter land, ter zee en in de lucht, Van God Los, Studio Sport en niet te vergeten Lingo, waarover ik met mevrouw Van Miltenburg nog eens een strijd heb geleverd; ik zal het niet over de uitslag hebben. Dat zijn stuk voor stuk programma's die heel anders worden als ze via een commerciële zender worden uitgezonden. Kortom, de publieke omroep is een mooie voorziening met voor elk wat wils.

De regering wil nu 200 mln. bezuinigen, een kwart van het budget. 127 mln. komt direct op het bordje van de omroepen terecht. Het is onvermijdelijk dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Natuurlijk kun je besparen op overhead door samenwerking, maar dat gaat echt geen 200 mln. opleveren. Volgens het rapport van BCG, zal dat hoogstens 16 mln. zijn. Het komt dus neer op een verschraling van het aanbod en minder kwaliteit van de programma's, waar het nu juist allemaal om te doen is.

De heer Bosma (PVV): Ik hoorde collega Van Dijk zeggen dat de programma's er heel anders uit zouden zien als ze door de commercie werden gemaakt. Die stelling kunnen wij proefondervindelijk onderzoeken. Je moet een stelling immers altijd onderzoeken. Dit Was Het Nieuws was eens een TROS-programma, een publiek programma, dat is overgegaan naar RTL4. Nu is het ineens een commercieel programma. Kan de heer Van Dijk eens uitleggen wat de verschillen zijn?

De heer Jasper van Dijk (SP): In ieder geval al die programmaonderbrekende reclameblokken, waar ik gek van word. Daarnaast zijn er veel meer voorbeelden. Ik denk aan Jack Spijkerman, die een poging heeft gedaan om commercieel te gaan, en aan Studio Sport. Het is voor mij evident dat de publieke omroep vanwege zijn karakter, vanwege zijn opdracht, er anders uitziet dan de commerciële omroepen. Wat mij betreft, moet je daar zuinig op zijn in plaats van die af te breken, zoals de PVV-fractie wil.

De heer Bosma (PVV): De heer Van Dijk heeft een wetenschappelijke achtergrond. Laten wij daar gebruik van maken op deze vroege maandagochtend. Boer zoekt vrouw wordt gemaakt door een dochterbedrijf van RTL: Blue Circle. RTL heeft spijt als haren op zijn hoofd dat het dat programma niet zelf heeft uitgezonden, maar als RTL het zelf zou gaan uitzenden, verandert het programma dan? Wordt het dan van een publiek programma een commercieel programma? Kan de heer Van Dijk het verschil eens uitleggen?

De heer Jasper van Dijk (SP): Ja, ik vind dat een heel goed voorbeeld. Ik denk dat Boer zoekt vrouw wezenlijk anders zou worden als je dat aan de commerciëlen zou geven. Dat geldt natuurlijk voor talloze zaken. De vraag is waar het denken begint. Misschien begint het bij de heer Bosma bij de markt en de commercie. Ik weet eigenlijk nooit hoe de PVV daarin staat: is zij neoliberaal of niet? Misschien moet zij nog wat nadenken over haar visie.

De heer Bosma (PVV): En nu het antwoord op mijn vraag.

De heer Jasper van Dijk (SP): Bij de SP begint het denken over veel zaken bij de publieke taak. Ik koester in die zin de publieke omroep, net zo goed als dat ik het onderwijs en de gezondheidszorg als een publieke voorziening zie. Iedereen met een beetje gezond verstand – daar hoef je helemaal geen wetenschappelijke opleiding voor gehad te hebben – kan zien dat er kilometers verschil zit tussen de publieke en de commerciële omroepen.

De voorzitter: U mag alleen nog een vraag stellen als u geen antwoord hebt gehad, mijnheer Bosma, maar u hebt al twee interventies gehad.

De heer Bosma (PVV): Ik stel vast dat ik geen antwoord heb gehad, maar daar neem ik maar genoegen mee.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik stel vast dat de heer Bosma niet kan luisteren.

Met deze bezuinigingen zal er minder Nederlands drama gemaakt worden en komen er meer buitenlandse series en meer herhalingen. Ook de journalistieke kwaliteit zal minder worden, terwijl de minister glashard zegt dat dit alles behouden zal blijven. Dat lijkt me op zijn minst naïef.

Mijn volgende punt is de samenwerking tussen de omroepen. Het is knap dat de minister de omroepen aanvankelijk bereid kreeg om te fuseren tot acht omroepen. Daarmee worden besparingen bereikt en wordt het bestel overzichtelijker. De fusies staan echter onder druk sinds de plannen bekend zijn. De omroepen zijn ontevreden over de voorwaarden. De vraag is wat de minister gaat doen als de omroepen blijven weigeren om zich te voegen naar haar eisen. Kan zij hen dan dwingen tot fusie? Hoe kijkt de minister aan tegen het bezwaar van de fusieomroepen, dat zij in hun brief hebben toegelicht? Zij willen graag meer geld uit het programmaversterkingsbudget van de NPO, namelijk 60 mln. in plaats van 30 mln. Dat gaat niet ten koste van de standalone-omroepen.

We hebben al gesproken over de contributie. Een contributie van € 15 is voor veel mensen te veel van het goede. Vooral jongeren en mensen met lagere inkomens zullen mogelijk afzien van lidmaatschap. Wat is er mis met een lage contributie? Meer mensen doen dan mee, en dat bevordert de pluriformiteit. Ik vind het een vreemd voorstel en ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het neerkomt op omroepje pesten.

Dan het ledenvoorstel. De minister wil de bovengrens van 400 000 leden loslaten. Hoe voorkomt zij dan een ledenjacht? Is het niet beter om de ondergrens van 150 000 leden te handhaven als vaste voet, en vervolgens een zwaarder gewicht toe te kennen aan kwaliteit en bereik? Daarmee voorkomt de minister een ledenjacht.

Het Muziekcentrum van de Omroep wordt gehalveerd. Er blijft 14 mln. over voor het Groot Omroepkoor en het Radio Filharmonisch Orkest. De Radio Kamer Filharmonie wordt afgebouwd en het Metropole Orkest wordt «eventueel» geholpen om zelfstandig te worden. Ik vind dit verbijsterend. Waar haalt de minister het lef vandaan? Neem het Metropole Orkest. Dat is ongelooflijk succesvol met zijn mix van moderne en klassieke muziek. Dat moet je niet zomaar wegsnijden; dat is barbarij. Waarom kiest de minister niet op zijn minst voor het voorstel van het MCO zelf om het muziekgezelschap in stand te houden? Dat kan met een paar miljoen extra erbij. Dat is een schijntje als je bedenkt wat je ervoor terugkrijgt. De minister heeft het regeerakkoord al opengebroken op dit punt. Zij kan dus ook opnieuw naar dit voorstel kijken. Ik heb ook al een motie klaarliggen.

De Wereldomroep krijgt een enorme klap van de regering. We hebben vele mails ontvangen van bezorgde luisteraars van over de hele wereld, en zojuist ook een petitie.

De heer Haverkamp (CDA): Het is goed dat de heer Van Dijk een motie over het MCO heeft klaarliggen, maar kan hij ook aangeven waar hij de dekking voor de motie vandaan haalt?

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik ben bereid om te kijken naar een dekking. Ik vind het heel goed dat de heer Haverkamp mij die vraag stelt, want ik neem aan dat het CDA niet meegaat in deze kaalslag op gerenommeerde orkesten. Als de heer Haverkamp dat wil, zoeken wij samen een dekking. Ik doe in ieder geval het voorstel om niet botweg te gaan snijden in het Muziekcentrum van de Omroep en ik neem aan dat de heer Haverkamp daarin meegaat.

De heer Haverkamp (CDA): Ik constateer dat er op dit moment nog geen dekking is. Dat maakt het natuurlijk heel lastig, want dan gaat het ten koste van iets anders. We hebben hier geen geldmachine staan.

De heer Jasper van Dijk (SP): Dat is goed nieuws. Als ik met de dekking kom, krijg ik dus de steun van de CDA-fractie. Daar zullen we het straks nog even over hebben.

De heer Haverkamp (CDA): Het is afhankelijk van de dekking. De heer Van Dijk kent de spelregels.

De heer Jasper van Dijk (SP): Kijk aan. Ik stel in ieder geval vast dat de regering, waar het CDA deel van uitmaakt, genadeloos snijdt in deze orkesten. Ik vind dat onbegrijpelijk. Het zou de heer Haverkamp sieren als hij met mij zou zoeken naar een oplossing, in plaats van de orkesten zomaar te vernietigen.

De heer Haverkamp (CDA): Ik neem afstand van deze woorden. We hebben een regeerakkoord gesloten. Bij het vorige notaoverleg heeft mijn fractie aan de regering gevraagd om te bekijken of op een meer ordentelijke manier met het MCO kan worden omgegaan. Dat is gerealiseerd in de brief. Er is ook een pad afgesproken, waarover we de minister hebben bevraagd. Ik neem dus afstand van deze woorden. Ik vind dit niet kunnen in een debat.

De voorzitter: De heer Van Dijk gaat verder met zijn betoog.

De heer Jasper van Dijk (SP): Het MCO wordt gehalveerd! Dat is gewoon de waarheid. Ik snap dat de heer Haverkamp het er moeilijk mee heeft. De regering heft twee orkesten op; daar is de partij van de heer Haverkamp verantwoordelijk voor. Ik vind het een buitengewoon slecht voorstel en ik roep de heer Haverkamp op om er een oplossing voor te zoeken.

Voor de Wereldomroep geldt min of meer hetzelfde. Die krijgt een genadeloze klap. Als nieuwszender en als calamiteitenzender heeft de Wereldomroep een belangrijke taak. Niet iedereen heeft toegang tot internet; dat hebben we zojuist ook gehoord. Deze taken zou de regering uiterst serieus moeten nemen. Zij zou het hele zaakje dus niet over de schutting moeten kieperen naar het ministerie van Buitenlandse Zaken, zoals nu gebeurt. Een onderzoek zou goed zijn.

Wat gaat de minister doen aan de honderden banen die gaan verdwijnen door de bezuinigingen? Heeft zij daarvoor een sociaal plan? Ik neem aan dat het met deze harde bezuinigingen in ieder geval afgelopen is met de topsalarissen voor de presentatoren. Graag een reactie.

De lokale omroepen hebben het moeilijk. Geld van de gemeenten komt niet bij de lokale omroep terecht. De minister verwijst naar de gemeenten, maar de gemeenten wijzen op de bezuinigingen. Hoe gaat de minister de lokale omroepen serieuzer nemen?

De vergoeding voor het vrijgeven van de programmagegevens is wat de SP-fractie betreft te laag. Ik kom daar straks op terug.

Ik kom op de doorgifte van zenders. Dit gaat over de inspraak van de kijker op het zenderaanbod. Soms worden belangrijke zenders door kabelbedrijven uit het pakket gehaald. Hierin hebben kijkers geen goede inspraak. Hoe gaat de minister dit verbeteren? Graag een reactie.

Het is prima om het omroepbestel overzichtelijker te maken, maar het zou mooi zijn als dit gedragen wordt door Hilversum zelf in plaats van dat het botweg wordt opgelegd. Het behoud van kwaliteit en verscheidenheid moet geen loze kreet zijn. Een brede publieke omroep is een mooie verworvenheid. Laten we hier zorgvuldig mee omgaan.

De voorzitter: Dan is het woord aan de heer Voordewind.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik vind het prima, voorzitter. We zouden echter in begrotingsvolgorde spreken.

De voorzitter: Dat had ik niet genoteerd, maar in dat geval geef ik het woord aan de heer Van der Ham.

De heer Van der Ham (D66): Voorzitter. Het is altijd heel goed om over de publieke omroep te spreken, want er is daar veel aan de hand. Ik merk het zelf in mijn eigen huiskamer. Door omstandigheden bezit ik de afgelopen anderhalve maand geen televisie. Voor de eerste keer in mijn leven mis ik haar niet, want ik kijk alles via internet, Uitzending Gemist et cetera. Ik merk in mijn eigen leven al hoe anders het medialandschap er uitziet dan ongeveer tien jaar geleden en zelfs dan vijf jaar geleden. Het is altijd goed om te bekijken hoe we de publieke omroep bij de tijd kunnen houden.

We gaan hier niet het hele medialandschap overzien. We hebben het vandaag niet over de kranten. We hebben het met name over de publieke omroep. Laat ik allereerst schetsen wat D66 ziet als ideale omroep. Dat is een andere publieke omroep waar dingen gebeuren die commerciële partijen niet goed kunnen.

Ik heb het rapport van de Boston Consulting Group gelezen. Daarin staat dat je inderdaad zoveel kunt bezuinigen op de publieke omroep, omdat je ook wel wat buitenlandse programma's kunt uitzenden. Zo blijft de publieke omroep van goede kwaliteit. Dat is een rare redenering. We zouden er juist voor moeten zorgen dat de Nederlandse publieke omroep nieuwe eigen programma's creëert en daar juist de meerwaarde uithaalt. Zo'n publieke omroep zien wij graag en niet een waarop zoveel bezuinigd wordt als het kabinet van plan is te doen.

Tegelijkertijd is sport wel heilig bij de publieke omroep. Dat mag miljoenen kosten; daarvoor vindt men de bezuinigingen te hoog. Wij willen ook voor niet-commercieel aantrekkelijke groepen graag een breed aanbod. Dit betekent hoogstaand drama en hoogstaande documentaires, een brede nieuwsvoorziening, niet alleen de krenten uit de pap, maar ook sport en amusement. Dit moet dan echter wel worden gemaakt met het oogmerk om vernieuwend en aanvullend te zijn. Van dat ideaal staan de plannen van het kabinet nog ver af.

Toch zijn we over een aantal zaken lichtelijk positief. Ik doel bijvoorbeeld op het voorstel om tot zes omroepen te komen. Het is goed dat er minder omroepen komen, maar er is toch iets vreemds mee aan de hand. Als je bekijkt hoe de minister het wil organiseren, hebben we straks een kerkelijke, een liberaalconservatieve en een progressieve zuil. Dat soort verzuilde verdelingen in het medialandschap zijn toch niet meer van deze tijd? Wat is precies haar argumentatie om het zo te organiseren? Laten we echter onze zegeningen tellen: er komen minder omroepen. Dit moet nu ook eens een keer lukken. De minister heeft echter niet het hele voorstel van de omroepen overgenomen. Daarom dreigt nu een patstelling. De fusiegesprekken zijn gestaakt. Ik hoop dat de minister zo snel mogelijk met de omroepen om tafel gaat zitten om die patstelling te doorbreken. Het kan helpen als zij een aantal dingen doet. Zij kan bijvoorbeeld een tweedeling maken tussen de fusieomroepen en de rest van de omroepen. Ook kan zij een plafond creëren tussen de A-omroepen en B-omroepen. Graag krijg ik hierop een reactie.

Dan kom ik op het lidmaatschapsgeld. Wij zijn er voorstander van dat dit omhoog gaat. Het bedrag dat mensen dan moeten betalen, lijkt ons heel redelijk. Er kan daardoor wel scheefgroei ontstaan. Andere fracties wezen er al op dat bijvoorbeeld jongeren daarvan de dupe kunnen worden. Dat zou voor de representativiteit van de omroepen een probleem kunnen opleveren. Wij zijn dus voorstander van een jongerenlidmaatschap. We steunen de minister er voluit in dat er geen cadeaus meer mogen worden verstrekt die niets met het lidmaatschap te maken hebben, maar we willen dan ook geen packagedeal meer met de omroepbladen. De minister noemde in haar nota ook al het initiatiefwetsvoorstel van mevrouw Van Miltenburg en mijzelf over het vrijgeven van de programmagegevens. Ik neem aan dat de minister dit wetsvoorstel voluit omarmt.

Ik maak mij wel zorgen over de geslotenheid van het bestel die kan optreden. Het blijft natuurlijk mogelijk om een omroep op te richten. Het is heel goed dat dit de eerste paar jaar bij de NTR wordt ingestoken. Maar waarom zou een omroep nog worden opgericht als die, nadat die succesvol blijkt te zijn, toch met een bestaande omroep moet fuseren? Dat is een beetje raar. Wij stellen voor om het recht op het oprichten van een publieke omroep te handhaven, maar ook om een meer laagdrempelige methode te ontwikkelen waarmee burgers zich op een andere manier kunnen organiseren om bijvoorbeeld een programma-idee aan te dragen. De Tweede Kamer kent het burgerinitiatief, waarmee burgers een idee kunnen plaatsen op de agenda van de Kamer. Zoiets is misschien interessant voor de publieke omroep: minder klassiek langs verenigingslijnen, maar op een andere manier. Ik vraag de minister deze alternatieve vormen van betrokkenheid van burgers met de omroepen verder uit te werken.

Het inperken van de internetactiviteiten klinkt logisch, maar waar ligt die grens dan precies? Kan de minister een aantal voorbeelden geven van sites die in de toekomst volgens haar niet meer kunnen bestaan?

Het is goed dat er drastisch wordt gekeken naar het reorganiseren van de kleinere omroepen, de 2.42-omroepen. Zijn de bezuinigingen niet te hoog voor wat er mogelijk is? Kijk in dat kader naar het onderzoek van de Boston Consulting Group. Er wordt ook gezegd dat deze omroepen alleen levensbeschouwelijk mogen zijn. Hoe definieer je dat precies bij de Humanistische Omroep? Is Go Go Kosher, een kookprogramma bij de Joodse Omroep, levensbeschouwelijk of niet? Waar legt de minister precies de grens? Hoe gaat zij dat objectiveren? Wat zijn de mogelijkheden om ook aandacht te blijven besteden aan de islamitische levensbeschouwing, waar op dit moment geen plek voor is?

Ik kom op de lokale omroepen. Wij vinden het interessant dat regionale omroepen worden gebundeld met de nationale omroepen. Zijn ook lokale omroepen daar partij in, bijvoorbeeld AT5 in Amsterdam? Door een amendement van mij is een aantal jaren geleden een vast bedrag opgenomen in de Mediawet dat gemeenten dienen te hanteren voor het financieren van de lokale omroepen, maar gemeenten houden zich daar niet aan. Afgelopen vrijdag heeft de minister een herinneringsbrief gestuurd aan de VNG. Wat is haar volgende stap als de gemeenten zich hier weer niet aan houden? Dat doen ze namelijk al jaren niet.

Hoogstaand drama bij de omroepen vinden we een belangrijk onderwerp. Door de enorme bezuinigingen, de kaalslag, zal dit genre onder druk komen te staan, terwijl het een groeiende populariteit kent. Hoe garandeert de minister dat het Nederlandse drama de komende jaren niet achteruitgaat?

Door een motie die ik heb ingediend, is er stevig gekeken naar de Wereldomroep. Ik vind de richting van de bezuinigingen op de Wereldomroep goed. Door internet en andere technologische ontwikkelingen is een aantal taken van de Wereldomroep achterhaald, bijvoorbeeld de informatievoorziening aan expats. Ook het aparte bestaan van de Wereldomroep is niet meer nodig. We vinden het echter wel van groot belang dat de merknaam Wereldomroep, die internationaal wordt gekend, kan blijven bestaan. Ook het verspreiden van het vrije woord is belangrijk. Zijn de middelen die daarvoor zijn uitgetrokken wel voldoende? Er is ook veel expertise bij de Wereldomroep over een aantal landen waar de Nederlandse publieke omroep weinig aandacht aan besteedt. Die expertise mag niet verloren gaan bij de publieke omroep. De NPO zou die mensen kunnen overnemen voor het verbreden en verdiepen van zijn aanbod.

Tot slot heb ik nog één opmerking over de MCO. We vinden de suggestie over het Metropole Orkest interessant, maar we willen wel weten hoever dat precies gaat en hoe die onderhandelingen gaan. Kunnen de twee orkesten die nu buiten de MCO vallen nog wel meedingen naar de plek voor de orkesten binnen de cultuurbegroting?

Mevrouw Peters (GroenLinks): Voorzitter. Het zijn roerige tijden. Nu er geen verkiezingen meer zijn – ik denk tenminste dat de minister dat innig hoopt – is het kabinet rücksichtslos aan het bezuinigen geslagen op het pgb, op kinderopvang, op natuur, op openbaar vervoer en op cultuur. De media, die vandaag onderwerp van gesprek zijn, staan er bol van. Ook zij zijn de klos. Net als van cultuur en natuur wordt van de publieke omroep een onevenredig zware bijdrage gevraagd aan het opvangen van de crisis. Wij hebben grote moeite met die bezuinigen, niet omdat er niet bezuinigd zou moeten worden – integendeel, wij hebben dat ook zelf voorgesteld – maar wel omdat dit kabinet kortzichtige keuzes maakt. Bezuinigen kan ook door dure vieze auto's geen miljard aan subsidie cadeau te doen, door niet miljoenen te verspillen in de Hedwigepolder, door te stoppen met het JSF-project, dat almaar duurder wordt, door te stoppen met het betonsocialisme, door te stoppen met de 6 mld. subsidie die aan fossiele-energieverbruikers wordt gegeven. Wat is er nu belangrijker? Uit de keuzes van het kabinet wordt de politiek die erachter ligt, duidelijker. Blijkbaar hechten wij er nu minder waarde aan dat wij een sterke publieke omroep houden die vernieuwende, kwalitatief hoogwaardige en relatief goedkope – laten wij dat niet vergeten – programma's kan blijven maken.

In het hedendaagse veranderde medialandschap is televisie ook belangrijk. Hoogwaardige journalistiek, kwaliteitsaanbod en kennismaking met vernieuwende programma's is misschien juist nu nodig om een weg te vinden in de grote hoeveelheid bits, bytes en beelden die op het internet via allerlei wegen op ons afkomen. Moet dit echter publiek gefinancierd zijn? Dit is geen vanzelfsprekendheid, maar wij vinden het wel een verworvenheid dat Nederland dit al decennialang wil. De publieke omroep is een vrijhaven voor kwaliteitsjournalistiek: democratisch toegankelijke programma's juist nu, dus. De legitimatie is echter wel gelegen in de toegevoegde waarde, in de scherpe kerntaken ten opzichte van de commerciëlen en in de democratische pluriformiteit. Wat mijn fractie betreft, kan het niet anders dan dat die lijdt aan de plannen van de minister.

De minister had eigenlijk twee opdrachten: bezuinigen en hervormen. Voor het eerste was veel reden. In Hilversum kon er spek af. Er was veel versnippering. Hilversum werd onbestuurbaar en taken vervaagden. Het tweede, de hervorming, heeft de minister echter volkomen laten liggen. Een gemiste kans! De grens met de commerciëlen vervaagt. De pluriformiteit is tot uniformiteit verworden. Het kwaliteitscriterium wordt nu verwaarloosd. Wat de minister daarvoor in de plaats aanbiedt, is ondemocratischer. Het mummificeert een vermolmd omroepstelsel. Het is eigenlijk een vreselijke combinatie van PVV-nijd tegen de staatsomroep, de CDA-verheerlijking van de verzuiling en de VVD-capitulatie aan het ledencriterium. Ze plaatsen een bommetje onder het omroepstelsel.

De omroepverenigingen in Hilversum verdienen compliment omdat zij proactief hun eigen plan hebben getrokken bij de naderende bezuinigingen en hun bereidheid hebben getoond om te gaan fuseren. Dat toont moed. Ik begrijp dat zij zich nu door de minister gelogenstraft voelen, omdat de minister niet alleen het ledental als enig criterium voor zendgemachtigdheid hanteert, maar tegelijkertijd de jacht op leden opent. De cadeautjes die daar traditioneel bij hoorden, pakt zij echter af. De aantrekkelijkheid die daar traditioneel bij hoorde, de programmagegevens en de programmagids, ontdoet zij bovendien min of meer van hun marktwaarde.

Die laatste twee maatregelen hebben wij al vaak en lang bepleit. Wij zouden ons normaal gesproken dan ook in een substantiëlere, hogere contributie kunnen vinden, maar de combinatie der dingen heeft een perverse uitwerking. Op die manier houden wij een omroepbestel in stand voor de Biblebelt en de grachtengordel. Omroepverenigingen zijn niet langer representatief voor de Nederlandse samenleving, want slechts 3,6 miljoen mensen zijn lid. Al die andere Nederlanders zetten echter de buis aan zonder lid te zijn. De publieke televisie is ook van hen allemaal. Die is er namelijk voor ons allemaal. Graag ontvang ik een reactie van de minister hierop. Bovendien krijg ik graag een reactie op het al eerder geopperde jongerenlidmaatschap. Juist jongeren tonen immers veranderd mediagedrag en geven geen uitdrukking aan hun televisievoorkeuren via lidmaatschap.

Wij vinden het niet democratisch dat het bestel zelfs op slot gaat. De ingang gaat op slot. Een omroep mag alleen nog gedwongen huwelijken aangaan met bestaande omroepen. De uitgang gaat ook op slot. Die wordt niet geregeld. De komende jaren wordt er niet meer op kwaliteit gecontroleerd. Bovendien is het gekozen aantal omroepen willekeurig. Op deze manier krijg je een soort verabsolutering van het huidige aantal omroepen waarvoor de minister kiest en wordt vernieuwing buiten de deur gehouden.

Daar zit niemand op te wachten, ook niet in Hilversum. Daar wordt hard gewerkt aan andere manieren om op een objectieve wijze de betrokkenheid, de kwaliteit, de taakuitvoering en de waardering van de omroepen te meten. Dit alles moeten wij leidend maken bij de financiering van publieke omroepen en niet het aantal leden. Ik overweeg om op dit punt een motie in te dienen.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Mevrouw Peters mag haar democratische centimeter natuurlijk langs deze brief leggen, maar zij mag geen onwaarheden verkondigen. In de brief staat duidelijk dat het bestel open kan blijven. De VVD heeft daar hard voor gestreden. Afgelopen december bij het notaoverleg heeft de VVD dit ook als voorwaarde gesteld. Allerlei nieuwe initiatieven moeten ook in een nieuw bestel de ruimte kunnen krijgen om zich te manifesteren en een plekje binnen het bestel te verwerven. Als mevrouw Peters stelt dat dit niet zo is, stel ik vast dat zij over dat deel van de brief heen gelezen heeft.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Waar leest mevrouw Van Miltenburg dat dan in de brief? Ik lees namelijk in de brief dat het ledental een doorslaggevend criterium voor het verkrijgen van zendtijd wordt. Als je een nieuwkomer bent, kun je alleen maar meedoen als je je gedwongen bij een bestaande omroep aansluit. Hoe zorg je dan voor vernieuwing in het stelsel? Niet vernieuwing is het criterium, maar ledental en fusie zijn het criterium!

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik stel vast dat mevrouw Peters mij deze vragen niet gesteld heeft toen ik daar antwoord op kon geven. Nu is het mijn beurt om vragen te stellen. Ik stel vast dat mevrouw Peters ontkent dat er ruimte gecreëerd wordt voor nieuwe toetreders om onder hun eigen merk, hun eigen geur, smaak en kleur, iets aan het nieuwe bestel toe te voegen.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik constateer dat mevrouw Van Miltenburg zich te rijk rekent. Zij heeft de minister zelf ook vragen gesteld over de uitlatingen van PowNed. PowNed heeft er helemaal geen zin in om eerst leden te moeten werven om te mogen toetreden, een gedwongen criterium. PowNed houdt er dan lekker mee op. Zo is het met de vernieuwing gesteld in het stelsel dat mevrouw Van Miltenburg steunt.

Voorzitter. Ik kom op de 2.42-omroepen, waarover in interrupties al van gedachten is gewisseld. Zij mogen nu alleen nog maar specifiek levensbeschouwelijke programma's maken, maar wat moeten wij ons daarbij voorstellen? Is het programma met de Joodse kooklessen specifiek levensbeschouwelijk? Wie controleert dat en langs welke criteria? Hoe weer je programma's die niet aan de criteria voldoen van de buis; is dat de bedoeling? Welke politie zet de minister daarop?

Dat brengt mij op mijn laatste punten. De bezuiniging op het Muziekcentrum van de Omroep is het meest pijnlijke en ingrijpende staaltje van tekentafelpolitiek. In het regeerakkoord was het MCO met een pennenstreek verdwenen. Toen men erachter kwam wat men eigenlijk had opgeschreven, hebben de coalitiepartijen dit deels ongedaan willen maken. Het Radio Philharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor mogen alsnog blijven bestaan. Het Metropole Orkest, een toporkest, en de Radio Kamer Filharmonie moeten echter verdwijnen; zij worden bij het oud vuil gezet. Houdt dit in dat deze orkesten ook niet meer mogen meedingen voor de fondsen die er nog voor andere orkesten in Nederland zijn? Waarom is er niet voor gekozen om deze orkesten te laten meedingen met de rest van het orkestenbestel in Nederland? Kan de minister mij daarop geruststellen?

Helemaal ten slotte kom ik op de Wereldomroep.

De voorzitter: Mevrouw Peters, u bent ver over uw tijd.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Voorzitter. Ik houd het heel kort. De taak van de Wereldomroep vinden wij inderdaad bij Buitenlandse Zaken, maar het geeft geen pas dat er 80% bezuinigd wordt en dat er geen taakinvulling wordt gegeven waaruit blijkt dat het bij Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking past. De rekening moet echter wel door Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking worden betaald. Er moet eerst een plan zijn voordat zo'n overgang bewerkstelligd wordt.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Als je als laatste aan de beurt komt, heeft dat als voordeel dat je het veld een beetje kunt overzien.

Het omroepbudget gaat van een woonkamerbreedbeeldformaat naar een keukenplasmaschermpje. Het blijft gelukkig wel een kleurentelevisie, oftewel: de pluriformiteit blijft behouden. De omroepen moeten echter voor 127 mln. minder dezelfde kwaliteit en dezelfde kleur blijven leveren. Dit heet in de termen van dit kabinet: snoeien om te bloeien. Dat hebben wij ook gezien bij andere begrotingen. Ontwikkelingssamenwerking zou ook beter af zijn als er een 1 mld. vanaf zou gaan.

Ook wij vinden dat er best bezuinigd kan worden, maar dit is een onevenredige bezuiniging en die kan de ChristenUnie absoluut niet steunen. De ChristenUnie vindt de publieke omroep van grote waarde voor de maatschappelijke binding en om mensen en groepen een stem te kunnen geven. Daarom is het goed dat de binding in stand blijft met de koppeling aan het aantal leden, de koppeling aan het budget en de koppeling aan de zendtijd.

Ik spreek echter meteen mijn zorgen uit. Ook in het vorige debat heb ik aandacht gevraagd voor de gedwongen fusies die toen al ter sprake kwamen. Ik voorspelde al dat het alleen mogelijk zou zijn als er een bonus-malusregeling voor komt, omdat anders juist de pluriformiteit wordt aangetast. Niets anders dan dat blijkt nu het geval: de gefuseerde omroepen krijgen 10 mln. erbij. Volgens de BCG komt er door fusiewinst, efficiencywinst, mogelijk nog eens 16 mln. vrij. Dat is dus een dikke bonus in deze tijd van heftige bezuinigingen. In deze tijd waarin wij kritisch zijn over bonussen bij banken etc. zien wij dat gefuseerde omroepen er een dikke bonus bij krijgen. Juist de standalones, de omroepen die zelfstandig willen blijven en een uitgesproken kleur hebben, gaan er echter op achteruit. Dat betekent verschraling van het aanbod en dat betreurt de ChristenUnie. De minister waarschuwt dat uiteindelijk alle omroepen zullen moeten fuseren als de omroepen er niet uit komen. Ik moet er niet aan denken, want dan zouden we vijf nog grijzere omroepen krijgen. Dat is echt een brug te ver.

Wij hebben niet alleen zorgen; er zijn ook goede dingen. Ik lees in de brief dat programma's als Mediawijzer intact blijven. De ChristenUnie heeft onder het vorige kabinet nadrukkelijk aandacht gevraagd voor dit programma om bewustwording over het kijkgedrag onder jongeren en kinderen te stimuleren. Ook de plug-inmotie van de ChristenUnie zien wij vertaald in de brief. De opbrengsten van de verspreiding van programma's van omroepen, zoals de themakanalen, moeten worden teruggesluisd naar de omroepen. Dat betekent een versterking van 9,1 mln. Ik vraag de minister wel om deze gelden, wellicht middels oormerken, daadwerkelijk bij de omroepen te krijgen.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik vraag me af waar de heer Voordewind precies leest dat de opbrengsten van de themakanalen echt rechtstreeks teruggaan naar de omroepen. Dat was weliswaar de strekking van zijn aangenomen motie, maar waar leest hij dat dit gebeurt, behalve dat de minister de intentie heeft om te onderzoeken of dat kan?

De heer Voordewind (ChristenUnie): Dat is een goede vraag. De minister geeft in de brief aan dat zij die intentie heeft. In het rijtje van onze zorgen geef ik de minister daarom ook het volgende mee: het is mooi dat zij intenties uitspreekt, maar ik zou het terecht vinden als de opbrengsten van de themakanalen daadwerkelijk teruggaan naar de omroepen, opdat de omroepen die geen geld meer krijgen voor de themakanalen, wel deze gelden ter beschikking krijgen, wellicht om door te gaan met de themaomroepen. Ik wacht het antwoord van de minister af en als dat niet naar tevredenheid is, zal ik hierover in tweede termijn een motie indienen.

Dan de beprijzing van de programmagegevens. Aan de ene kant wil de minister de ledenomroepen versterken, maar aan de andere kant worden de programmagegevens zo goed als vrijgegeven. Er blijft slechts 1,95 cent over. Dat is echt een dumpprijs. Zelfs als we het advies van het Commissariaat voor de Media zouden volgen, zouden we op 3,40 cent moeten uitkomen. Dat is nog een schijntje. Ik vraag de minister om nadrukkelijk de mogelijkheid te overwegen om op het maximumscenario van het Commissariaat voor de Media te gaan zitten. Er rusten tenslotte nog steeds auteursrechten van de omroepen op deze gegevens.

De collega's hebben al aandacht gevraagd voor de heel grote bezuiniging op de Wereldomroep. Zijn er binnen het behoud van het restant van de Wereldomroep wel mogelijkheden om trainingsfaciliteiten voor journalisten in stand te houden? Ik vraag de minister dus eigenlijk om het mandaat iets groter te maken dan slechts het stimuleren van het vrije woord, van vrije omroepen.

De heer Haverkamp (CDA): De heer Voordewind is ook woordvoerder Buitenlandse Zaken. Ik kan mij voorstellen dat hij bij de begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken gaat bekijken wat de Wereldomroep daadwerkelijk gaat doen. Kunnen wij een voorstel van de ChristenUnie-fractie tegemoet zien om een dekking te vinden voor deze trainingsfaciliteiten?

De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik begrijp dat de minister hier nog naar kijkt; dat moet zij doen in samenspraak met de minister van Buitenlandse Zaken. In zijn brief die we gisteren hebben gehad, zie ik dat hij een bedrag van 6 mln. uit het Ontwikkelingssamenwerkingsbudget gaat halen. Dat betreur ik zeer, want bij voorgaande financieringen is Radio Free Iran bijvoorbeeld wel uit het mensenrechtenfonds van Buitenlandse Zaken gefinancierd. Het kabinet maakt nu echter een beetje een panieksprong door ook ontwikkelingssamenwerking hiervoor aan te slaan; die gelden zijn daar niet voor bedoeld. Ik hoop dus een draagvlak te vinden voor mijn standpunt. Als dat niet in de eerste termijn van de minister lukt, zal ik in tweede termijn met een motie komen. Ontwikkelingssamenwerking wordt namelijk al voor 1 mld. aangeslagen.

Boston Consulting Group heeft geadviseerd om 6 mln. te bezuinigen op de 2.42-omroepen, maar uiteindelijk is het 13 mln. geworden. Dat betekent een halvering van het budget voor de levensbeschouwelijke taakomroepen. Dat is buitensporig veel. Het surplus wordt bovendien verdeeld over de omroepen die dergelijke programma's niet automatisch zullen kunnen onderbrengen. Hoe kan de minister deze disproportionele bezuiniging op de 2.42-omroepen uitleggen?

Ik heb nog een aantal losse punten, te beginnen het Beloningskader Presentatoren Publieke Omroep. Conform een motie van de heer Atsma en ondergetekende zouden wij de salarissen boven de balkenendenorm uit de verenigingsgelden gaan betalen. Nog steeds zitten echter elf presentatoren boven die norm, terwijl de afspraak vijf was. Misschien moeten we in het kader van de Voorjaarsnota eens nadenken over een amendement om de salarisoverschrijdingen in te houden op de bijdragen aan de desbetreffende omroepen. Wij pleiten hier immers al jaren voor en het gebeurt nog steeds niet; dan moet het dus maar op een andere manier. Dat hebben wij ook bij de organisaties voor ontwikkelingssamenwerking gedaan; toen hebben wij gesnoeid op de salarissen van directeuren die te veel kregen, en dat werkte heel goed.

De bijdrage aan het MCO wordt gehalveerd. Dat vindt ook mijn fractie een te rigoureuze bezuiniging. Ik ondersteun wel het voorstel en het pleidooi van het MCO, om het via de Mediawet met name de klassieke ensembles mogelijk te maken om geldstromen van derden te faciliteren.

Nu er een sterke ledenbinding nagestreefd wordt door het kabinet, vinden wij ook dat de bewijslast voor commerciële nevenactiviteiten van ledenomroepen bij het Commissariaat voor de Media zou moeten liggen. Nu ligt die bewijslast bij de omroepen zelf. Graag een reactie van de minister op het verzoek om de bewijslast vooral bij het Commissariaat voor de Media te leggen; dat is ook normaal in het bestuursrecht.

Samen met collega Jasper van Dijk stel ik vast dat het advies van programmaraden steeds vaker genegeerd wordt door kabelaars als Ziggo en UPC. Bepaalde programma's waarvan de programmaraden vinden dat die in het pakket moeten zitten, komen niet meer terug in het pakket; daarmee bedoel ik onder andere zenders als Family7 en TBN Europe. Dat is een slechte zaak, want de programmaraden hebben de wettelijke taak om adviezen te geven en de kabelaars moeten die overnemen.

Wij verlenen geen steun aan de te grote bezuinigingen, maar wel aan een financieringssystematiek die gekoppeld is aan de leden, ter versterking van het draagvlak in de samenleving en de pluriformiteit van het publieke bestel. Kortom, wij zijn voor het behoud van de kleurentelevisie maar maken ons zorgen over de beprijzing van de programmagegevens, over de Wereldomroep, over de 2.42-omroepen en de nog steeds buitensporige salarissen van de presentatoren.

De voorzitter: Daarmee zijn wij aan het eind gekomen van de eerste termijn van de Kamer. Ik wijs de leden erop dat in hun tweede termijn na het antwoord van de regering ruimte is om moties in te dienen.

De vergadering wordt van 11.55 uur tot 12.30 uur geschorst.

De voorzitter: De minister zal in eerste termijn antwoorden. Wij hebben wat tijd voor de lunch genomen, mede op verzoek van de leden. Ik spreek met hen af dat zij twee interrupties mogen plegen in het betoog van de minister, zodat wij hen in tweede termijn bij het indienen van moties tegemoet kunnen komen. Met deze afspraak stel ik voor dat de minister nu haar aftrap verricht.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Voorzitter. Ik dank de geachte afgevaardigden voor hun reactie in eerste termijn. Daaruit blijkt een grote bevlogenheid en betrokkenheid bij ons publiek omroepbestel. Ik denk dat dit terecht is, want het is een bestel waar we trots op kunnen zijn en waar we in de toekomst ook trots op willen blijven.

In het regeerakkoord wordt gekozen voor een gevarieerd en kwalitatief hoogstaand programma-aanbod voor een breed publiek. Wij willen dat, ondanks de maatregelen, graag overeind houden. Wat we inderdaad ook overeind willen houden, is dat leden het hart vormen van het omroepbestel. Daaruit klinkt nog altijd de betrokkenheid bij de maatschappelijke bewegingen die deze leden representeren. Het bestel blijft open, bestuurbaar en doelmatig. Op dat gebied gaan echt versterkingen en verbeteringen optreden.

Ik wil hier niet geheimzinnig doen over het feit dat 200 mln. een heel forse bezuiniging is voor ons omroepbestel. Die zal er bij een aantal organisaties zeker heel scherp insnijden. Dat wordt hier terecht opgemerkt. Ik noem het MCO en de Wereldomroep en zal er later tijdens mijn betoog dieper op ingaan. Natuurlijk is het voor die organisaties en de mensen erachter een heel moeilijke tijd. Ik realiseer me dat goed. Anderzijds heb ik ook gemeend, vanuit de doelstelling van het regeerakkoord, met deze ombuiging zo evenwichtig mogelijk de beslissingen te nemen.

Er staan veel maatregelen in de brief. Mevrouw Van Miltenburg zei het al: zes minuten voor 39 bladzijden; dat valt niet mee. Ik moet zeggen dat er toch veel thema's aan de orde zijn geweest. Compliment daarvoor! Ik zal proberen om daar geheel in de lijn van de voorzitter, dus kort en krachtig, op in te gaan.

De bezuiniging is pittig. Dat geldt ook voor de reorganisatie. Maar datgene wat dit kabinet graag wil, wordt mijns inziens met deze brief bereikt: een sterke vereenvoudiging en modernisering van ons omroepbestel, zodat het klaar is voor de nieuwe tijd, waarin weer nieuwe eisen op het bestel zullen afkomen en waar met minder geld, naar ik hoop, toch kwalitatief goede programmering zal blijven plaatsvinden.

Voorzitter. Ik heb vijf thema's. Mijn eerste thema is de publieke omroep. Dat is vrij algemeen. Daar zitten aspecten in als fusies, leden, 2.42-omroepen, overige themakanalen en NPO. Het tweede thema is het MCO. Het derde thema is RNWO, de Wereldomroep. Het vierde thema is de regio en het vijfde thema bestaat uit de overige onderwerpen.

Ik begin met het eerste stapeltje hier: de vragen die zijn gesteld in het kader van de publieke omroep. Ik begin bij het eerste punt: de fusies. Daar is vanaf den beginne veel over gesproken. Mijn inzet is vanaf december steeds helder geweest. Ik wil gewoon dat het aantal organisaties aan tafel in Hilversum teruggedrongen wordt. Kortgeleden zaten wij nog met z'n eenentwintigen aan tafel. Dat is buitengewoon inefficiënt en legt een buitengewoon grote druk op de drie zenders die we hebben. Daarmee wordt de kwaliteit absoluut niet bevorderd.

Ik ben daarom van begin af aan helder geweest. Ik had en heb nog steeds grote waardering voor het feit dat Hilversum zelf met een voorstel is gekomen om het aantal omroeporganisaties terug te dringen. Het aantal verenigingen hoeft wat mij betreft niet teruggedrongen te worden. Ik hecht aan de pluriformiteit en het is ook nadrukkelijk mijn bedoeling dat merknamen gewoon zichtbaar blijven, zodat leden, verenigingen en datgene wat te zien is op tv, nog steeds volledig met elkaar verbonden zijn.

Het aantal omroeporganisaties moet echter wel worden teruggebracht. Inderdaad, met een NOS en een NTR bleven er nog zes plekken over. Hilversum heeft een voorstel gedaan dat ik voor een heel groot deel heb overgenomen, maar inderdaad niet op alle vlakken. Ik heb nu inderdaad het signaal gekregen dat de fusieomroepen zeggen: wij willen toch meer. Ik moet eerlijk zeggen: de fusieomroepen vroegen en vragen op dit moment te veel. We leven gewoon in een tijd van stevige bezuinigingen. Daar heeft iedereen mee te maken, niet alleen de media, maar ook Defensie, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de cultuursector, noem maar op. We moeten financieel gezien echt een stap terug met elkaar. Ik moet dus heel zorgvuldig kijken waar ik uiteindelijk elke euro laat landen. Elke euro die ik bij de fusieomroepen laat landen, kan ik niet op andere terreinen in Hilversum laten landen. De fusieomroepen worden desondanks – de heer Voordewind gaf dit heel goed aan – echt beloond met een bonus voor de stap die zij zetten.

Ten eerste: de vaste voet gaat uit de bekostiging. Dit is echt gunstig voor grotere organisaties. Ten tweede: het plafond verdwijnt. Dit betekent dat je ook boven de 400 000 leden volledig meetelt wat betreft je leden. Ten derde: vanuit het programmaversterkingsbudget haal ik 30 mln. dat ik ten gunste breng aan de fusieomroepen in het Hilversumse model. Elke fusieorganisatie heeft dus voor 10 mln. extra mogelijkheden om prachtige tv te maken.

Overigens betekent dit dat men aan het eind van de rit er niet tot nauwelijks op achteruit gaat ten opzichte van de huidige situatie. Dat is eigenlijk een heel mooie bevoorrechte situatie ten opzichte van de omroepen die kiezen voor de standalonepositie. Zij betalen inderdaad bij wijze van spreken voor hun keuze. Dat weten ze ook en dat doen ze met de volle overtuiging en dat is op zich ook te respecteren.

Om geen enkele verwachting te wekken, wil ik op dit punt heel helder zijn. Ik heb niet voor niets een terugvaloptie in mijn brief opgenomen. Dat doe ik omdat ik aan het eind van de rit wel ergens wil landen en omdat ik, hoezeer ik Hilversum ook waardeer, er ook niet helemaal aan overgeleverd wil zijn. Mijn eerste inzet is dus het Hilversumse model, met de door mij aangegeven voordelen, inclusief die 10 mln. per fusieorganisatie. Het tweede model is inderdaad een fusie voor alle organisaties. De heer Van Dijk vroeg of ik dit kan afdwingen. Dat is eigenlijk vrij eenvoudig: in het nieuwe bestel treed je toe als je recent gefuseerd bent. Mevrouw Van Miltenburg vroeg of dit dan eindigt op vijf omroepen. Ja, dan eindigt het maximaal op vijf omroepen, want fusies betekenen met het huidige aantal omroepen dat je er uiteindelijk vijf overhoudt. Dat heeft niet mijn voorkeur. Mijn voorkeur ligt nadrukkelijk bij het Hilversumse model. Daarom heb ik daar een bonus aan meegegeven, maar die bonus vervalt als wij terugvallen op het andere model; daar wil ik ook helder over zijn.

Hoe ga ik nu verder als dit niet lukt? Ik zal in het najaar hom of kuit vragen. De voorwaarden voor het ene model en de voorwaarden voor het andere model zijn mijns inziens klip-en-klaar. Langs die lijn zal ik verder opereren.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Mijn vraag was inderdaad of het eindigt op vijf omroepen, maar inclusief de taakorganisaties. Dat zijn dus drie ledenorganisaties en twee taakorganisaties. Zo heb ik de brief gelezen en zo interpreteer ik de brief ook echt.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Nee, wat mij betreft is dat niet de juiste interpretatie. In de brief staat dat het gaat om het Hilversumse model of om de terugvaloptie. Die terugvaloptie houdt in dat de omroep in deze periode gefuseerd moet zijn om toe te kunnen treden tot het nieuwe bestel. Met de huidige elf omroepen betekent dit, als er steeds twee fuseren – zij moeten sowieso met elkaar fuseren om dit met elkaar te doen – dat ook de laatste, de elfde omroep, moet fuseren. Dat leidt tot maximaal vijf omroeporganisaties. Je moet dus gefuseerd zijn als je in het nieuwe bestel wilt kunnen. Met elf omroepen betekent dit een uitkomst van maximaal vijf. Als bepaalde omroepen met z'n drieën of met z'n vieren fuseren, worden het er minder, maar in het in de brief geschetste model is vijf het maximum geworden.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik wens hier een opmerking over te maken. U hebt eerder gezien dat de VVD ook een eigen voorstel heeft gedaan. Daarin kwamen wij ook uit op vijf omroepen, namelijk de vijf grootste ledenomroepen, plus twee taakomroepen en een open plek voor een eventuele nieuwe toetreder. Ik begrijp nu dat u dat model van de hand wijst. U gaat voor gedwongen fusies. Daar hebben wij zeer veel moeite mee. En dat gebeurt ook nog op basis van onheldere criteria. Ik vind dit echt niet acceptabel, want wie moet dan met wie en op basis waarvan gaat u de omroepen dwingen? U gaat de omroepen immers dwingen, want zelfstandig doen zij dit niet. Dus u gaat voorschrijven wie met wie moet. Ik wil een duidelijkere uitwerking van de minister horen. Als zij die niet kan geven, wil ik de minister daarvoor enige ruimte geven. Ik wil in dit debat duidelijk hebben gemaakt dat wij niet op voorhand met elk voorstel van de minister akkoord gaan.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Het staat heel helder beschreven in de brief. Daarin staat dat op het moment dat het voorstel van Hilversum niet doorgaat, de terugvaloptie is dat een omroep in de recente periode gefuseerd moet zijn om te kunnen toetreden. Dat staat er klip-en-klaar. Dat leidt uiteindelijk tot een maximum van vijf omroeporganisaties, plus NTR en NOS. Dat zijn er dus zeven in totaal, dus nog één minder dan ten opzichte van het huidige model. Met wie men fuseert, dat is niet aan mij. Dat is aan de organisaties. Men moet in dat geval dus toch nog een fusiepartner zoeken. Dat staat klip-en-klaar in de brief. Dat is de terugvaloptie.

De heer Van Dam (PvdA): Ik heb een vraag voor mevrouw Van Miltenburg, die zojuist zei de tweede optie uit de brief, die van gedwongen fusies, niet acceptabel te vinden. Mevrouw Van Miltenburg loopt al lang mee in de Kamer. Zij is vicefractievoorzitter van de VVD en weet dus precies wat de implicatie van die woorden zijn. Moet ik die ook echt zo interpreteren dat de tweede optie van de minister, namelijk gedwongen fusies, voor de VVD onaanvaardbaar is?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Voor de VVD is het onaanvaardbaar dat de minister fusies wil afdwingen op basis van niet-heldere criteria. Dat heb ik willen zeggen. Het moet duidelijk zijn, als er straks een voorstel van de minister komt voor gedwongen fusies, dat de criteria daarbij helder zijn verwoord.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik kan mevrouw Van Miltenburg behulpzaam zijn. In de brief staat het volgende, wat echt een helder criterium is. Als het voorstel van Hilversum uitblijft of onverhoopt niet wordt uitgevoerd, treedt de volgende maatregel in werking: alleen die omroepen komen per 2016 in aanmerking voor een plaats in het bestel die in de huidige erkenningsperiode ook al onderdeel waren van het bestel, behalve natuurlijk de aspirant-omroepen waarvoor een heldere lijn is ingezet, en die tijdens deze periode zijn opgegaan in een fusieorganisatie. Dat is een helder criterium. Dat maakt dat, als het niet lukt, de omroepen de slag naar fusie moeten maken. Erkenning gaat dus alleen op voor fusieorganisaties, wat leidt tot maximaal vijf omroeporganisaties in 2016. Dat is de tekst van de brief, die mij niet voor meerderlei uitleg vatbaar lijkt.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Zeker wel. Het probleem is dat ruimte wordt gecreëerd voor omroepen die wel willen fuseren. Het creëert ook ruimte voor omroepen die misschien wel een fusie willen aangaan, maar andere buiten de deur willen houden. Omroepen die niet willen fuseren met PowNed, Wakker Nederland of wie dan ook, hebben de mogelijkheid om een omroep buiten de deur te houden. Ik wil dat de minister duidelijk maakt dat dit zeker geen optie.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Daar kan ik heel duidelijk over zijn. Dit is geen optie. Ik vind dat zelf heel belangrijk, want het bepaalt uiteindelijk de openheid van het bestel. Omroepen zijn niet meer voor de eeuwigheid standalone. Het moet gaan om efficiënte omroeporganisaties waaraan twee of drie verenigingen verbonden kunnen zijn. Voor nieuwe omroepen geldt dat als men erdoor komt, en dus aan de criteria voldoet qua toegevoegde waarde en aantallen leden, zij vrijwillig naar een fusiepartner kunnen zoeken. Lukt dat niet, dan heb ik «in the end» een bevoegdheid om uiteindelijk de organisatie aan te wijzen waarmee gefuseerd moet worden of waarmee een toetredende omroep kan fuseren. Dat staat ook in de brief. Dat is de achtervang. Maak je dus maar geen zorgen, dat moet goed komen.

De heer Jasper van Dijk (SP): Deze minister hecht altijd heel veel waarde aan draagvlak. Daarom vraag ik haar wat zij mis vindt aan de brief die de omroepen hebben geschreven. Die zijn ontzettend ver meegegaan met de voorwaarden van de minister, namelijk terug naar acht. Op 24 juni hebben zij geschreven twee extra voorwaarden te stellen. Ten eerste: geef ons wat extra geld uit het budget van de NPO. Dit gaat dus niet ten koste van de kleine omroepen. Ten tweede: stop met die contributieverhoging. Dat zijn toch niet twee heel zware eisen?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Je moet afwegen hoe je tegen die eisen aankijkt. Voor mij gaan ze te ver. De bonus van 30 mln., 10 mln. per organisatie, vind ik in een tijd van bezuinigingen heel mooi. Ook de ledenfinanciering is gunstig voor deze grote omroepen. Verder hecht ik aan een stevige regie vanuit de NPO. Commissies hebben meerdere malen betoogd – dit geldt ook voor BCG – dat deze regie wezenlijk is voor het op een goede manier bereiken van de doelen: met minder geld goede kwaliteit realiseren. Ik wil die regie dus niet verder ondermijnen. Alles bij elkaar vind ik dat de fusieomroepen die deze brief hebben geschreven, daarin te ver gaan. Ik wijs ze toch nog eens op de voordelen van het voorstel uit mijn brief.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik snap weinig van dit antwoord. Daarin hoor ik heel weinig terug van de CDA-achtergrond van de minister. Het lijkt erop dat zij door de VVD is gemangeld. De contributieverhoging is volstrekt niet nodig voor het financiële plaatje, dus dat is «omroepje pesten». De 30 mln. uit het budget van de NPO gaat ook niet ten koste van iets anders. Het is een vraag van de omroepen, die passen bij het CDA: geef ons iets meer geld uit dat budget, en dan gaan we helemaal akkoord met uw plan. Wat is daar nou mis mee?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Voor het standpunt van het CDA moet de heer Van Dijk vooral bij zijn buurman zijn, maar het lijkt me buitengewoon verdedigbaar voor het CDA. Je creëert zo een betekenisvoller lidmaatschap dan nu, gezien de wijze waarop leden nu vaak worden geworven. Daarover is ook in de Kamer vaak in negatieve zin gesproken. «Word lid voor € 5,75 en dan krijgt u er een cd voor terug van € 15», vind ik geen betekenisvol lidmaatschap. Ik ben voor betekenisvol lidmaatschap van maatschappelijke organisaties. Met die € 15 wordt dat buitengewoon goed ondersteund. Waarom ik die 60 mln. niet ga doteren, heb ik net ruim beargumenteerd; dat ga ik niet herhalen.

De heer Haverkamp (CDA): Voorzitter, ik wil even een punt van orde maken in uw richting. Als mensen een debat willen met het CDA, dan ben ik daarvoor in principe ingehuurd. Ik zou het fijn vinden als u de rollen wilt scheiden.

De voorzitter: Ik hoef de rollen niet te scheiden. Daar ga ik niet over. U kunt zelf reageren als daarvoor aanleiding bestaat.

De heer Van Dam (PvdA): Op het antwoord dat de minister aan mevrouw Van Miltenburg gaf, heb ik een vervolgvraag. Zij zei: er zijn elf omroepen, ze moeten fuseren, en als bijvoorbeeld twee dat weigeren te doen, dan ga ik ze dwingen. Terwijl wij vrijheid van vereniging hebben, gaat de minister dus zeggen: die twee moeten bij elkaar. Hoever kan dat gaan? Is het denkbaar dat twee omroepen die nu duidelijk hebben uitgesproken heel erg tegen gedwongen fusies te zijn, de EO en PowNed, door de minister worden gedwongen om met elkaar te fuseren?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik ga verenigingen niet dwingen. Ik treed niet in de rechten van verenigingen. Het gaat erom dat je ondergebracht moet worden bij een omroeporganisatie op het moment dat je wordt toegelaten. De eis voor een bestaande omroep is dat men in the end een andere vereniging moet toelaten om samen de omroeporganisatie vorm en inhoud te geven. Het gaat daarbij echter om aparte verenigingen. Degene die toetreedt, weet dat dit de voorwaarde is. Ik wil niet dat wij binnen no time weer met tien, twaalf, vijftien omroeporganisaties aan tafel zitten, dus het maximum blijft zes. Het is niet aan mij om te zeggen dat verenigingen met elkaar moeten fuseren. Sterker nog, ik voel daar heel weinig voor. Ik vraag omroepen wel om hun taak efficiënt te organiseren. Dit betekent dat er een plicht tot fusie is als je toetreedt. Verder moet je als omroep een fusiepartner aanvaarden als men er onderling niet uitkomt. Dan wordt er gewoon een profieladvies gegeven.

De heer Van Dam (PvdA): Het gaat nu juist om het laatste, het aanvaarden van die fusiepartner. Ik acht het wel belangrijk om te weten hoe dat werkt, ook voor de omroepen, die nu moeten gaan bedenken hoe ze zich de komende tijd gaan opstellen in dezen. De minister zei net: ik kan een aanwijzing geven. Meent zij nu werkelijk dat zij dus gaat zeggen: beste EO, beste PowNed, u wilt allebei niet, ik geef u een aanwijzing, u zult met elkaar een soort gedwongen huwelijk sluiten?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Daarvoor is het natuurlijk heel erg belangrijk om te bepalen over wat voor type nieuwe omroep we het hebben. Er komt altijd een advies vanuit het Commissariaat voor de Media over de vraag bij welk profiel of bij welk type omroeporganisatie zo'n nieuwe omroep past. Liever heb ik natuurlijk dat men daarin gewoon vrijwillig met elkaar uitkomt. Ik vind dat ik aan een nieuwkomer moet garanderen dat men kan aanhaken bij een omroeporganisatie om te doen waarvoor men in het leven is geroepen, namelijk programma's maken met de eigen identiteit.

De heer Van Dam (PvdA): Voorzitter. Van de orde. Dit lijkt mij vrij onduidelijk, terwijl het een belangrijk punt betreft in het debat. Ik zou de minister willen vragen om dit nu eens precies en heel nauwkeurig op papier voor ons uit te werken, zodat wij hierover direct na de zomer het debat kunnen vervolgen. Het is voor de omroepen ontzettend belangrijk om te weten over wat voor procedure de minister het nu precies heeft. Dan weten ze ook, welke keuze ze maken als ze er nu voor kiezen om niet te fuseren. Ik zou dat graag op papier hebben.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Voorzitter. Volgens mij hoef ik daar geen brief aan te wijden. Het verhaal is heel eenvoudig. Een nieuwe omroep komt binnen, eerst als aspirant. Hij klikt aan bij de NTR, dat schrijf ik heel helder in mijn brief. Al die organisaties met onafhankelijke redacties maken netjes hun eigen programma's, zoals dat straks ook bij de andere organisaties gebeurt. Vervolgens treedt een omroepvereniging definitief toe. Wat ik niet wil, is dat daarmee weer een aparte omroeporganisatie ontstaat. Ik wil dat men zich aansluit bij een van de zes bestaande omroeporganisaties. Men gaat zoeken naar een partner. Ik ga ervan uit dat men die in principe vrijwillig vindt. Vindt men die niet, dan wordt er een profiel gemaakt van de nieuwkomer ten opzichte van de bestaande organisaties en wordt er een advies gegeven aan mij, waarop ik een aanwijzing doe. Voor de nieuwkomer is het take it or leave it en voor de oude omroepvereniging is het eveneens take it or leave it. Dit zijn de randvoorwaarden die ik ga creëren in de wet, omdat ik geloof dat we anders binnen no time weer met 21 omroepen aan tafel zitten en daar pas ik voor.

De heer Van Dam (PvdA): Nu is het risico dat we langs elkaar heen praten, want mijn vraag ging helemaal niet over nieuwkomers. De vraag ging over het plan B. Plan A is drie plus drie, drie omroepen die vrijwillig fuseren en drie die zelfstandig blijven. In de brief staat dat als ze dat niet doen, er plan B is, namelijk gedwongen fusie, en dat dit dan moet leiden tot vijf gefuseerde omroepen. Mijn vraag ging erover om heel strak en duidelijk op papier te zetten hoe die procedure verloopt.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Dat is heel simpel. Als het niet lukt om het Hilversumse model verder uit te werken, dan zal elke omroep naar een fusiepartner moeten zoeken en dan zal elke omroep er uiteindelijk voor moeten zorgen dat die fusiepartner ook daadwerkelijk gevonden wordt en dat men daarmee in het bestel kan blijven. Dat is de opdracht. Gelet op het feit dat men allemaal een partner moet vinden, ben ik ervan overtuigd dat dit ook zal lukken.

De voorzitter: De minister gaat nu verder met haar betoog.

De heer Van Dam (PvdA): Voorzitter. Mijn punt was een punt van de orde. Ik wil de minister om een brief vragen. Zij geeft nu aan dat zij die niet vrijwillig zal sturen, dus zou ik dat voorstel eigenlijk wel aan de commissie willen voorleggen.

De voorzitter: Daar hebt u straks ook in uw tweede termijn nog de kans toe. U kunt zelfs nog een motie indienen op dat punt, maar de minister gaat nu verder met haar termijn.

De heer Van Dam (PvdA): Voorzitter. Ik kan er toch ook via een ordevraag om verzoeken?

De voorzitter: Ja, dat kan wel, maar ik constateer dat er niemand op uw opmerking reageert, dus dan ga ik verder met de beantwoording van de minister.

De heer Van Dam (PvdA): Ja, maar ik kan u toch vragen om het verzoek aan de commissie voor te leggen om de minister te vragen, dit op papier te zetten?

De voorzitter: U hebt dat nu toch voorgelegd? U hebt de vraag voorgelegd en daar reageert niemand op, dus ga ik nu de minister vragen om haar termijn te vervolgen.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Voorzitter. Ik ga naar de volgende vraag. Hanteer ik geen A- en B-omroepen? Dat was een vraag van de heren Van Dijk, Van der Ham en Van Dam. Ik vind een A- en een B-omroep geen eenvoudig bestel. Ik wil echt naar een eenvoudiger bestel. We hebben net de A- en B-systematiek afgeschaft, omdat die niet werkte, te onnatuurlijke grenzen gaf en omdat men onverwachts in het een of onverwachts in het ander viel. Dat is niet wat ik wil en daarom heb ik ook niet voorgesteld om het zo te doen. Ik vind dat het anders te complex wordt. Nu hebben we de helderheid dat elk lid telt, en dat past bij een omroep waarvan leden het hart vormen.

Hiermee ben ik aanbeland bij de leden en de eisen daarvoor. De vraag werd gesteld of ik niet te veel van een omroeporganisatie vraag. Ik vind van niet. Zoals ik zonet al heb aangegeven, vind ik € 15 echt niet te veel gevraagd. Dat is € 1,25 per maand; daar koop je nog geen kopje koffie voor in een restaurant. Als je dat niet voor een lidmaatschap wilt betalen, vraag ik me af wat het lidmaatschap waard is. Ik vind € 15 dus heel reëel. Gevraagd werd of dit voor jongeren niet te veel is. Als de Kamer in meerderheid vindt dat daaraan iets moet worden gedaan, ben ik bereid om ernaar te kijken. Ik wacht het initiatief van de Kamer daartoe af. Ik kan me er iets bij voorstellen, hoewel het gaat om een bedrag van nog geen biertje per maand, om zo maar even te variëren. Als moeder weet ik dat dit vrij gemakkelijk wordt uitgegeven. Ik sta echter niet onwelwillend tegenover zo'n voorstel.

Ik kom op de ledenbinding door middel van cadeaus. Zoals ik al aangaf, mogen omroepen geen leden meer kopen met cadeaus. Dat vind ik erg belangrijk. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk dat er sprake is van actief lidmaatschap. De heer Haverkamp vroeg mij om met de verenigingen te spreken over betekenisvol lidmaatschap. Dat vind ik echt een taak van de verenigingen zelf. Ik moet er niet aan denken dat ik me daarmee moet bemoeien. Ik begrijp echter wel de drive van de heer Haverkamp hierachter. Hij wil dat men het lidmaatschap echt weer betekenisvol laat zijn en dat men zaken organiseert om mensen aan zich te binden. Als dat gebeurt – de heer Haverkamp noemde twee goede voorbeelden – ben ik ervan overtuigd dat het voor mensen heel gunstig is om lid te worden. Als een vereniging iemand lid maakt, mag zij dat natuurlijk breed uitmeten: kijk wat wij u te bieden hebben en hoe u meegenomen wordt in onze verenigingsactiviteiten. Ik hoop juist dat dit weer tot actievere verenigingen leidt. Dat vind ik een heel goede zaak. Dat is voor mij heel herkenbaar, zeg ik in het bijzonder tegen de heer Van Dijk.

Vervolgens kom ik op de scheiding tussen het lidmaatschap en het abonnement op de gids. Lidmaatschap en abonnement op de gids zijn op dit moment al wettelijk gescheiden. Als je lid wordt, krijg je dus niet meer automatisch een abonnement. Je moet voor allebei apart kiezen. Omroepverenigingen moeten dus apart vragen of je lid wordt en of je een gids wilt. Omroepen doen dat alle op hun eigen manier. De ene laat het aanvinken en de andere bericht apart dat men lid kan worden.

Overigens mag een omroep volgens de richtlijnen van het commissariaat op dit moment aan nieuwe leden eenmalig een korting geven op de gids tot maximaal het bedrag van de contributie. Dat cadeautje gaat wat mij betreft verdwijnen. Soms wordt nog wel de indruk gewekt, bijvoorbeeld op de site van de AVRO, dat lidmaatschap en abonnement aan elkaar vastzitten en dat je gratis lid kunt zijn. Dat schept verwarring, want formeel zijn de twee echt van elkaar gescheiden. Ik zal het commissariaat vragen om daar goed naar te kijken. Ik heb al even aangegeven hoe de omroepverenigingen hiermee kunnen omgaan. Als iemand eenmaal lid is van een organisatie, kan het wel zijn dat die organisatie zegt: u krijgt een reductie op het ledenblad. Dat vind ik niet zo gek. Dat is bij heel veel organisaties het geval. Het kan echter niet een cadeau zijn bij een lidmaatschap.

De heer Van Dijk maakt zich zorgen over een ledenjacht. Ik denk dat ik er voldoende aan doe om die tegen te gaan. De ledenjacht met cadeautjes vond ik wel moeizaam. Ik verhoog nu de contributie en verbied de uitruil tussen een lidmaatschap en een cadeautje. Een lidmaatschap moet weer echt wat gaan voorstellen. Het is niet alleen een kwestie van even een lid werven, maar je moet het ook zien te behouden, terwijl de contributie hoger is. Neem van mij aan dat het lastiger wordt, maar tegelijkertijd wordt het een uitdaging voor de organisaties om daadwerkelijk vereniging te zijn en mensen aan zich te binden.

Dit was wat ik binnen dit blokje had te zeggen.

De voorzitter: Ik geef het woord aan de heer Van Dijk voor zijn tweede interventie.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik kan voor de verandering in een hoop opzichten meegaan met de minister wat betreft haar plannen rond de publieke omroep. De verhoging van de contributie is echter iets waar ik echt niet bij kan. Die komt totaal uit de lucht vallen. De minister zou geloofwaardig zijn als zij zou zeggen: wij gaan het contributiegeld voor omroepen drie keer zo hoog maken en dat doen wij tegelijkertijd voor het lidmaatschap van het CDA, omdat dat een ultieme test is voor het lidmaatschap van verenigingen. Hiermee wil ik aangeven: dat van die ultieme test is toch een fabeltje?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: «Ultieme test» zijn ook niet mijn woorden. Die werden door een ander uitgesproken. Ik denk juist dat je een veel levendiger verenigingsbestaan van de omroeporganisaties krijgt. Het is winst als je mensen echt iets moet bieden voor je verenigingslidmaatschap.

De heer Jasper van Dijk (SP): De minister gaat niet in op het punt van het CDA. Dat zou het geloofwaardiger maken. Voor mij staat echter buiten kijf dat dit volledig uit de lucht is gegrepen. Nou wil de coalitie het voor de jeugd alsnog wat lager maken: € 7,50 tot 25 jaar. Akkoord. Dat vind ik prima, maar dan kan de minister toch niet volhouden dat ouderen of mensen met een lager inkomen niet moeten worden uitgezonderd? Met andere woorden, doe dat hele voorstel van tafel, dan is zij veel beter af.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik heb mijn voorstel gedaan zoals het er nu ligt. Op de vraag van een aantal Kamerleden of ik bereid ben om na te denken over het jeugdlidmaatschap, heb ik geantwoord dat ik het initiatief van de Kamer afwacht. Het moet ook voor de jeugd heel goed mogelijk zijn om € 15 op te brengen. En over lidmaatschappen van politieke partijen ga ik niet. Dat is aan anderen.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Het is de minister erom te doen het verenigingsleven levendiger te maken, maar het is mij erom te doen de publieke televisie van hoge kwaliteit te laten zijn en de pluriformiteit ervan te waarborgen. Wanneer is het systeem dat de minister voorstelt, nou een succes? Zij sluit alleen aan bij aantallen leden voor een zendmachtiging en alleen bij aantallen omroepen voor de bestuurbaarheid, maar hoe controleert zij dan de kwaliteit en representativiteit?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Het wijkt niet veel af van wat wij nu hebben, alleen geven wij nog iets meer dominantie aan de leden door de vaste voet en het plafond weg te halen. Verder is het aan de verenigingen zelf om de leden voor een bepaalde contributie binnen te halen. Dat leden het hart vormen van de publieke omroep, is nu het geval en dat is in de toekomst het geval.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik heb er in mijn inbreng op gewezen dat het gros van Nederland niet lid is van een omroep. Ook voor hen moet de publieke televisie toegankelijk en van hoge kwaliteit zijn. De minister moet niet toetsen op het aantal leden, maar toetsen dat de omroep van hoge kwaliteit is en interessant voor iedereen in Nederland.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Daar zijn de toezichthouders, het Commissariaat voor de Media, de Raad voor Cultuur en de visitatiecommissie belangrijk voor. Daarnaast worden regelmatig peilingen gehouden over de tevredenheid over de publieke omroep. Die is doorgaans hoog. Dat wil ik graag zo houden.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Dan moet ik concluderen dat ...

De voorzitter: Nee, nee, nee.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Maar voorzitter, er wordt toch elke keer in drie rondjes een conclusie getrokken?

De visitatiecommissie stelt de minister uit. Wat aantallen omroepen betreft, laat zij alleen maar gedwongen fusies toe, maar er gaan geen mensen uit. Hoe krijg je dan de kwaliteit en de pluriformiteit nog geborgd?

De voorzitter: Ik geef geen gelegenheid voor een derde vraag. U zei dat u een conclusie wilde trekken, mevrouw Peters. Wij gaan niet via een omweg weer een vraag stellen. Dat doen wij op een ander moment, niet vandaag.

De heer Van der Ham (D66): Over het gegeven dat ledenaantallen iets zeggen, zijn wij het eens, maar ze zeggen niet alles. Het probleem is dat veel mensen in de flanken van de samenleving – dan heb ik het bijvoorbeeld over de Evangelische Omroep en de VPRO – heel gemotiveerd zijn om lid te worden, terwijl die omroepen maar een beperkt aantal mensen vertegenwoordigen. Je zult zien dat bij hen het ledenaantal kan en zal groeien en dat de middengroepen, andere soorten groepen, zich veel minder langs lidmaatschappen organiseren. Is er door de manier waarop de minister het organiseert, zonder een soort plafond aan te brengen tussen die twee soorten omroepen, namelijk de fusieomroepen en de overige, niet een risico dat een en ander scheefgroeit? Ledenaantallen zeggen iets, maar niet alles. Als de minister het zo organiseert, gaat de zaak scheefgroeien. Dan krijg je een raar soort verzuiling, die niet meer correspondeert met wat er in de samenleving speelt.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Kijk nou eens naar een TROS en een AVRO. Dat zijn prachtige omroepen. Die staan ergens voor. Die zitten echt op de middengroep in Nederland. Die zijn nog steeds volop aanwezig en weten de mensen op allerlei manieren erbij te betrekken. Kijk naar de AVRO met zijn cultuurkant, die de leden bepaalde mogelijkheden biedt. Ik maak mij daar helemaal geen zorgen over. Ik heb veel meer vertrouwen in de omroepverenigingen dan een aantal leden hier als ik ze zo hoor. Ik geloof er echt in dat ze dat kunnen. Het bestel is op dit moment zeer pluriform, maar dat wil ik wel graag zo houden. Daarom wil ik geen fusies van verenigingen, maar wel van omroeporganisaties, om het organiseerbaar te maken.

De heer Van der Ham (D66): Juist de bestaande omroepen kunnen dat allemaal. Dat doen ze eigenlijk vooral met hun cadeautjes, met hun historische verankering en met hun ledenbladen. De minister gaat straks waarschijnlijk nog iets zeggen over het loskoppelen van het lidmaatschap en de ledenbladen. Als zij dat doet – ik ben daar een groot voorstander van – zal het echter nog veel moeilijker worden voor de omroepen. Dat hoeft niet erg te zijn, maar als de minister het zo organiseert als zij het nu doet, kan wel degelijk scheefgroei ontstaan. Wil de minister ingaan op het voorstel van de omroepen, die vragen om een schifting tussen de twee soorten omroepen?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik heb zowel op de vraag over het ledenblad als op de vraag over de A- en B-omroepen al antwoord gegeven. Ik denk dat het, gelet op de tijd, niet goed is als ik mezelf ga herhalen.

De voorzitter: Dat lijkt me heel verstandig. De minister gaat verder met haar betoog.

De heer Van der Ham (D66): Voorzitter, het argument erachter was dat de bestaande omroepen in staat zijn om die grote hoeveelheden leden nog aan zich te binden door allerlei klassieke methoden. Als de minister het niet inricht zoals wordt voorgesteld door de omroepen, ontstaat er scheefgroei. Waarom denkt de minister dat lidmaatschap het meest representatieve middel is om de Nederlanders zich goed te laten vertegenwoordigen in omroepland?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Omdat vele Nederlanders zich daar telkens opnieuw toe verklaren. De woordvoerders in dit debat vertegenwoordigen allemaal een politieke partij. Zij mogen jaloers zijn op waar de omroeporganisaties toe in staat zijn wat betreft het aan zich binden van mensen. Dat geeft mij het vertrouwen dat er met een behoorlijke basis wordt gewerkt. Wij willen dat ook voor nieuwe omroepen mogelijk maken. Daarom vind ik € 15 een heel redelijk bedrag. Door de heer Bosma werd zojuist becijferd dat we, als je het vergelijkt met vroeger, al op € 50 hadden kunnen zitten. Dan was er helemaal veel protest geweest. Zover ben ik niet gegaan, maar ik vind € 15 lidmaatschap niet te veel. Het is € 1,25 per maand. Ook jonge, nieuwe organisaties moeten absoluut in staat zijn om aan ledenbinding te doen en iets moois te kunnen aanbieden aan hun leden, naast mooie programma's.

Zo veel bezuinigen zonder aantasting van kwaliteit, dat kan toch niet? Die vraag is mij gesteld. Ik heb een onderzoek laten uitvoeren naar de besparingsmogelijkheden, juist omdat ik wilde weten of ik het verantwoord kon doen. De Kamer heeft dat onderzoek gezien. Het uitgangspunt in dat onderzoek was dat de besparing moest worden uitgevoerd met behoud van de huidige genremix en het huidige bereik en binnen de eisen van de Mediawet en de prestatieovereenkomst en de concessiebeleidsplannen die er nu liggen. Vanuit die uitgangspunten is er getoetst. De conclusie is dat het mogelijk is. Zowel de kwaliteit als de pluriformiteit kunnen behouden blijven. De Kamer heeft dat kunnen lezen. Daarom zet ik in mijn voorstellen hard in op de fusies. Die vormen een belangrijke randvoorwaarde; dat vindt ook het onderzoeksbureau.

Nu is het programmaschema erg versnipperd, omdat veel verschillende partijen vaste rechten hebben op het schema. Dat is buitengewoon inefficiënt. Het zorgt ook voor veel kortlopende programma's, wat volgens onderzoeken helemaal niet aantrekkelijker wordt gevonden door kijkers. Integendeel, men houdt juist van langer lopende programma's. Uit het onderzoek blijkt ook dat daarvoor hogere kijkcijfers gelden. Men weet de programmering beter te vinden. Kijkers vinden het prettiger.

Er kunnen inderdaad wat meer producties worden aangekocht. In Europa ligt het aantal aangekochte producties gemiddeld op 23%. Nederland zit op 12%. In het model wordt uitgegaan van een ophoging van 12% naar 17%. Dat is nog altijd 5% onder het Europese gemiddelde. Mij dunkt dat dit moet kunnen, met behoud van voldoende ruimte om het Nederlandse product in ere te kunnen houden maar toch een kleine reductie van de kosten te behalen. Er kunnen veel documentaires en reportages uit het buitenland gehaald worden. Nederland maakt daar nu buitengewoon weinig gebruik van in verhouding tot andere publieke omroepen in Europa.

Nu ik het toch over onderzoeksbureau BCG heb, ga ik meteen in op een vraag van mevrouw Van Miltenburg. Wordt het onderzoek nog uitgebreid naar andere aspecten? Nee, het onderzoek is eigenlijk bijna aan een afronding toe. Er worden alleen nog wat punten op de i gezet. Er is nog een nadere uitwerking van bepaalde specifieke taken, maar daarmee hebben we het gehad. De NPO is inderdaad pittig aangepakt. Vergeleken met andere organisaties heeft men behoorlijk wat moeten bijdragen, maar het was klip-en-klaar. Het onderzoek gaf het objectief aan en dan dient de ombuiging ook te worden geïncasseerd. Die vindt dan ook plaats.

Mevrouw Van Miltenburg bracht het punt van De Ombudsman naar voren. Dat is op dit moment inderdaad geen wettelijke taak van de NPO. De NPO kijkt nu kritisch naar wat hij kan blijven doen binnen de middelen. Ik kan natuurlijk niet zeggen: gij zult dat blijven doen. Het is immers geen wettelijke taak, maar een taak die men er ooit bij genomen heeft als een service naar de omroepen toe. Als de omroepen die in stand willen houden, zouden ze daar een bijdrage aan kunnen leveren. De Ombudsman is een veel bredere organisatie die ook allerlei andere taken doet dan alleen omroepwerk. We hebben in Nederland de Nationale ombudsman, die ook de ruimte heeft om dit soort taken op te pakken. In dat opzicht kan ik de NPO niet dwingen om De Ombudsman overeind te houden. Dan zou ik het een wettelijke taak moeten laten zijn en dien ik deze ook netjes te financieren.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Het gaat mij niet erom dat ik hier de pleitbezorger van De Ombudsman ben, hoewel de Stichting De Ombudsman tot een kleine tien jaar geleden rechtstreeks gefinancierd werd vanuit het ministerie van OCW en er voor het gemak gezegd is: laten we dat niet via die omweg doen, maar daar onderbrengen waar het geld verdeeld wordt. Het gaat mij om het principiële punt dat de NPO gaat bezuinigen. Volgens het regeerakkoord zou er moeten worden bezuinigd op bureaucratie, op dingen waar omroepen last van hebben. Dit is een zichtbaar voorbeeld – wellicht zijn er ook andere voorbeelden – waarbij er bezuinigd wordt op dingen waar de NPO weinig last van heeft, omdat hij verdeler is, maar waardoor de ledenorganisaties op kosten worden gejaagd. Programma's als Kassa en Radar, maar ook de consumentenprogramma's van Omroep MAX kunnen nu gratis gebruikmaken van de diensten van De Ombudsman, maar zullen die straks moeten inkopen. De NPO is daardoor van een kostenpost af, terwijl de omroepen op kosten worden gejaagd. De NPO is er volgens mij voor de omroepen en niet om zichzelf in stand te houden.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik wil de NPO wel graag in stand houden, want ik vind die heel belangrijk. Op zich lijkt mij dat ook een belangrijke doelstelling van de NPO te zijn. Hij vervult een heel belangrijke functie in het Hilversumse. Er zal echter niet alleen op dit type taken bezuinigd kunnen worden. Hij zal ook op zijn eigen bureaucratie en procedures moeten bezuinigen. Dat is ook scherp in beeld gebracht. BCG heeft al gezegd dat dit geen kerntaak is. Men moet goed kijken waar de bezuinigingen gevonden zijn. Daar moet dan ook zo veel mogelijk bezuinigd worden. Ik zal daar ook zeker scherp op blijven. Ik vind het alleen allereerst de taak van de NPO zelf. We moeten er ook eerlijk over zijn dat we nooit helemaal ontkomen aan een uitstralingseffect. Dat is inherent aan bezuinigingsoperaties. Er zitten daar niet voor 25 mln. mensen met hun duimen te draaien. Die mensen zijn elke dag opnieuw bezig voor de omroep en voor de omroepen om te zorgen dat zij niet merken dat de NPO voor een deel zijn bijdrage moet leveren.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Het gaat mij om de principiële uitspraak dat de NPO in eerste instantie en vooral moet bezuinigen op de bureaucratie en pas als het niet anders kan op zaken die niet als kerntaak benoemd zijn, maar waar wel alle omroepen van kunnen profiteren. Zij worden op kosten gejaagd als de NPO dat niet meer doet.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik ben het zeer eens met mevrouw Van Miltenburg als zij zegt dat daar de eerste prioriteit moet liggen. Zo is ook gekeken naar de processen en de wijze waarop de zaken zijn georganiseerd. Het is alleen niet helemaal te voorkomen dat de omroepen iets merken van bezuinigingen bij een organisatie die zo'n spil vormt in het Hilversumse en die dienstbaar is aan alle omroepen.

Voorzitter. Ik kom bij de 2.42-omroepen. Op deze omroepen wordt zwaarder bezuinigd dan sec het BCG-verhaal. Naast een bezuiniging in dat licht hebben we ook specifiek gekeken naar de programmering en naar de vraag of we die zo willen houden. Op dit moment geven de 2.42-omroepen vorm aan media-aanbod voor kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag. De specifieke doelstelling daarvan is godsverering of religieuze of geestelijke bezinning. Voor een genootschap geldt eveneens dat de centrale doelstelling moet zijn gelegen in het belijden van de gemeenschappelijke religieuze overtuiging. Dat is de voorwaarde. Het is aan de 2.42-omroepen om daar namens het genootschap dat zij vertegenwoordigen vorm en inhoud aan te geven. Zo gaat dat tot nu toe. Het is vervolgens aan het commissariaat om te beoordelen of de besteding van de 2.42-omroepen daarmee in overeenstemming is. Het kabinet meent dat het media-aanbod van de 2.42-omroepen efficiënter moet kunnen worden georganiseerd. Daarom moeten deze omroepen zich aansluiten bij verwante omroeporganisaties. Men kan zich ook bij de NTR aansluiten; dat is een keuze. Deze omroeporganisaties, van NCRV tot VPRO, maken ook programma's die uitdrukking geven aan een levensbeschouwelijke identiteit – dat kan niemand ontkennen – zij het meer vanuit een algemene invalshoek.

In 2010 was een kwart van het aanbod van de 2.42-omroepen te classificeren als algemeen aanbod. Er werden hierover vragen gesteld: hoe doen wij dat? Wij doen dat op dit moment al. In Hilversum wordt er samen met het Commissariaat voor de Media al een onderscheid gemaakt tussen puur levensbeschouwelijke programma's en programma's die een meer algemeen karakter hebben. Een kwart van de 27 mln. wordt nu besteed aan levensbeschouwelijke programma's. Daarop heb ik mijn bezuiniging gestoeld. Het kabinet is van mening dat de levensbeschouwelijke programma-instituten, de 2.42-omroepen die niet gelegitimeerd zijn door leden, zich echt moeten houden bij datgene wat hun legitimatie in het bestel is, namelijk de levensbeschouwelijke achtergrond. De algemene programmeringsideeën – er zijn voorbeelden gegeven – horen bij de gewone omroepen. Vandaar dat het geen bezuiniging is, maar een verschuiving van gelden naar de algemene omroepen om de 2.42-omroepen te houden bij datgene waarvoor zij in het leven zijn geroepen, namelijk levensbeschouwelijke programmering. Op dit moment wordt daartussen al onderscheid gemaakt.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voor een deel begrijp ik het, want de Kamer heeft hierover eerder gesproken om na te gaan of een herverdeling mogelijk zou zijn. Wij waren niet zo voor het halveren van het budget voor de 2.42-omroepen, zoals de minister doet, maar goed, er moet bezuinigd worden. De minister gebruikt het argument dat een en ander gelijkelijk over alle omroepen verdeeld zou moeten worden. Waarom doet de minister dit? Je zou voor het budget toch een duidelijke binding aan de omroepen waarmee verwantschap bestaat, kunnen toepassen?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik heb het nog niet zo specifiek uitgewerkt. Je zou daar inderdaad aan kunnen denken. Ik wacht het initiatief van de Kamer af. Ik wilde heel nadrukkelijk aangeven dat het geld niet verdwijnt, maar dat het gewoon bij de omroepen hoort. Een mogelijke variant is om het te doen bij die omroepen die gaan fuseren. Ik heb dat niet scherp uitgekristalliseerd voor de geest op dit moment; ik heb het in algemene zin beschreven in de brief.

Ik kom op de mogelijke aanvraag door het Islamitisch Genootschap Nederland. Er is nu een budget. In deze periode was er een licentiehouder, maar die heeft het uiteindelijk niet overeind weten te houden om allerlei redenen. Als het weer zover is, dan kan dat. Er is ook budget voor. Op dit moment voert de NTR deze taken uit.

Mevrouw Van Miltenburg en de heer Voordewind hebben gevraagd naar de kabelgelden. Mijn intentie is om de kabelgelden terug te geven aan de omroepen. Ik doe dat heel simpel: het geld ligt nu bij de NPO; ik geef gewoon opdracht om het door te sluizen naar de omroepen waar het vandaan komt. Daarmee is het een feit.

Mijn tweede thema is het MCO. Het MCO heeft in het Haagse al een langere geschiedenis. Van het begin af aan, zelfs nog voor de regeringsverklaring, is gevraagd: is het mogelijk dat we delen van het MCO overeind houden? Ik heb oprecht naar mogelijkheden gezocht. In het regeerakkoord stond het MCO op nul. Ik heb naar mogelijkheden gezocht omdat ik belangrijke delen zo veel mogelijk overeind wil houden. De kwaliteit van het MCO is groot. Uiteindelijk heb ik er 14 mln. voor uitgetrokken. In overleg met de omroepen heb ik laten uitzoeken wat de beste keuze zou zijn. Daar zijn deze twee ensembles uitgekomen: het koor en het orkest. Ik weet dat er ook frictiekosten aankomen; die zijn voor een ordentelijk sociaal plan noodzakelijk. Ik ben nagegaan of ik, als het Metropole Orkest mogelijk private potentie heeft, zoals uit het onderzoek naar voren kwam, dat kan ondersteunen. Ik wil heel graag bekijken wat ik met die middelen kan doen om het Metropole Orkest op de private weg te steunen. Vanuit Almere heeft men al gebeld. Daar vindt men dat het Metropole Orkest heel goed past bij de stad. Ik kan mij daar echt iets bij voorstellen. Dus ben ik in gesprek met Almere om te bezien of er mogelijkheden zijn om combinaties te maken. Al met al weet ik niet of dit lukt. Ik zoek dat uit. In het najaar zal ik erop terugkomen welke mogelijkheden ik in financiële en organisatorische zin heb om dit op te pakken.

De andere twee ensembles kunnen gewoon doorgaan. Ik zal wel proberen om de organisatorische kant iets simpeler te maken. Vandaar dat ik in de brief de suggestie NTR heb aangegeven. Dat wil ik natuurlijk ook ordentelijk uitwerken samen met het MCO, de mensen die nu verantwoordelijk zijn voor het koor en het orkest.

De heer Van Dijk vroeg of ik het extra geld kan inzetten. Dit betekent 10 mln. erbij, maar ik heb dat geld niet. Als ik het geld inzet, moet ik het ergens anders vandaan halen, want ik heb helaas geen gratis geld. Uiteindelijk heb ik gekozen voor 14 mln. Daar moet ik het bij houden, omdat het anders ten laste van andere zaken zou gaan.

Er werd ook gevraagd of dit niet kan ondergebracht worden in de BIS. Daar is niet voor gekozen, omdat het voor orkesten in de BIS al dringen is op dit moment. De orkesten en het koor waar het hier om gaat, zijn heel direct verbonden aan de omroepen. Dat willen wij graag zo houden. Dit zal dus inderdaad niet gaan, want ook bij de BIS komt geen extra geld beschikbaar indien dit overgedragen zou worden. Men moet daar al binnen het budget de problematiek oplossen. Die problematiek kunnen wij niet groter maken door nog twee andere ensembles toe te voegen.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Twee gezelschappen kunnen bij de omroepen blijven. Die worden door de omroepen gefinancierd en hebben daar ook een taak. De andere twee moeten ofwel verzelfstandigen ofwel verdwijnen. Waarom kunnen die niet met de rest van de orkesten meedingen naar de subsidie voor orkesten? Het klopt dat het daar dringen is. Het klopt echter ook dat er een algemene consensus bestaat over het feit dat er wel veel orkesten zijn. De wens van het kabinet zou dan toch moeten zijn dat het alleen de beste musici en alleen de beste gezelschappen wil overhouden. Hoe weet deze minister nu dat de Radio Kamer Filharmonie en het Metropole Orkest niet de betere orkesten zijn die dus betere kaarten hebben om mee te dingen naar de BIS dan de andere orkesten die daar nu wel naar mee mogen dingen? Ik weet dit niet.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Het is echt praktischer om de orkesten die doorgaan, aan de omroep te verbinden. Daar ligt namelijk hun primaire taak. Voor het Metropole Orkest gaan wij bekijken of het privaat kan. Het Metropole Orkest zou op dit moment ook niet passen binnen de criteria van de BIS. Daar zitten criteria aan vast waarin het Metropole Orkest niet past. De Radio Kamer Filharmonie zou dit kunnen proberen, maar wij weten dat het in dit kader heel erg dringen is.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik concludeer dus dat het wel mag. Welke taken een orkest zichzelf oplegt en of het Metropole Orkest zichzelf wil heruitvinden als Almeerder huisorkest of als een algemeen orkest, zou toch aan de orkesten zelf moeten zijn als zij besluiten om wel of niet mee te dingen?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Voor zover ik het begreep, zou dit alleen bij de fondsen gelden. Het lijkt mij goed om deze vraag vanmiddag te stellen aan de staatssecretaris die zich met cultuur bezighoudt. Wellicht zit mevrouw Peters vanmiddag weer aan dezelfde tafel. De staatssecretaris kent namelijk precies alle randvoorwaarden in dit verband. Het is beter dat hij deze vraag beantwoordt dan dat ik uitspraken doe die niet voldoende door feiten gestaafd zijn.

De heer Haverkamp (CDA): Wij hebben gevraagd hoe het zit met het budget dat meegaat. De minister wijst erop dat er vanmiddag een cultuuroverleg is. Is het mogelijk dat wij nog verder kijken? Volgens Berenschot kost de organisatie die de minister nu in stand wil houden, ongeveer 16 mln. bij elkaar. Het pand waar de mensen inzitten, kost een bepaald bedrag. Als wij daar nog eens kritisch naar kijken, ziet de minister dan ruimte om samen met haar collega van cultuur nog eens te bezien of er wat meer gedaan kan worden voor het Metropole Orkest, wellicht ook in de overgang naar Almere?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Daar wil ik echt geen enkele verwachting over wekken. Natuurlijk hebben wij gekeken naar de mogelijkheden, maar zowel in de cultuur- als in de mediaportefeuille moet op dit moment elke euro worden omgedraaid. Er is dus geen ruimte; ik heb alleen de ruimte om te kijken of ik de frictiekosten die ik nu aan het reserveren ben voor het MCO, voor een deel kan inzetten ten behoeve van het Metropole Orkest, als een rugzakje de private wereld in. Verder heb ik nog de ruimte om overleg te voeren met Almere over de mogelijkheden aldaar voor het Metropole Orkest. Maar dat is het dan ook.

De Wereldomroep is een verhaal apart. In het regeerakkoord is er inderdaad voor gekozen om de begroting van Onderwijs op nul te zetten voor de Wereldomroep en het budget daarvan vervolgens over te doen aan Buitenlandse Zaken. Zo staat het ook in de brief: de Wereldomroep gaat gefinancierd worden uit de begroting van Buitenlandse Zaken. Dat heeft ertoe geleid dat de minister van Buitenlandse Zaken en ik in de afgelopen tijd, mede daartoe aangespoord door de motie-Van der Ham, bekeken hebben wat er naar de toekomst toe overeind zou moeten blijven, in het licht van de taken van Buitenlandse Zaken. Dat is ook heel nadrukkelijk de opdracht geweest vanuit het regeerakkoord, waarin het vrije woord als een van de mogelijke taken wordt genoemd.

De heer Rosenthal en ik hebben dit ter hand genomen. In december heeft de ministerraad al aangegeven dat de Wereldomroep halverwege de kabinetsperiode, per 1 januari 2013, overgaat naar Buitenlandse Zaken; dat is dus netjes in het midden van de kabinetsperiode. Buitenlandse Zaken heeft uiteindelijk de afweging gemaakt en gezegd: dit is de taak die wij vinden passen bij onze missie. De taak van het informeren van Nederlanders in het buitenland vervalt, evenals het representeren van Nederland in het buitenland en het werken aan het imago van Nederland in het buitenland. Het vrije woord blijft overeind en daar heeft de heer Rosenthal uiteindelijk een budget bij gevonden binnen zijn ministerie. Richting de heer Voordewind zeg ik overigens dat het altijd breed bedoeld is geweest. Op de achtergrond heeft ODA daarbij altijd gespeeld. Toevallig weet ik dat Deutsche Welle in Duitsland voor zo'n 25 mln. tot 45 mln. gefinancierd wordt uit ODA-gelden. Dat kan dus gewoon en de beide bewindslieden van Buitenlandse Zaken hebben er dan ook voor gekozen om het budget daar te zoeken.

Nu de situatie helder is, is het voor de Wereldomroep zelf natuurlijk heel zuur dat het zo'n stevige afbouw betreft; dat begrijp ik heel goed en dat begrijpt de heer Rosenthal ook heel goed. Alleen, wij maken een omslag mee van een periode waarin veel zaken via een radio-omroep of de Wereldomroep liepen naar de huidige tijd met internet. Buitenlandse Zaken kijkt nu anders naar de taken met betrekking tot het representeren van Nederland in het buitenland. Dat heeft geleid tot een smallere taakopdracht en daar hoort een smaller budget bij. Overigens is het goed om aan te geven dat ik de taken van de zender BVN, waarop het beste van Vlaanderen en Nederland te zien is, en de taken voor het Caraïbische gebied van Nederland zal verwerken in de omroepactiviteiten binnen de mediabegroting. Daarvoor worden op mijn ministerie de financiën gezocht. Die taak blijft netjes overeind en gaat niet over naar Buitenlandse Zaken.

Willen we de taak per 1 januari 2013 daadwerkelijk teruggebracht hebben tot de door het kabinet beoogde taak, dan zullen we de komende tijd stevig aan de slag moeten met het sociale plan. Het zou goed zijn als dat binnen korte tijd kan; ik zal het op een zorgvuldige wijze samen met de omroep en mijn collega regelen. Het kan zijn dat het iets meer dan de beoogde tijd in beslag neemt, maar we gaan in ieder geval wel op heel korte termijn om tafel. Ik ben overigens blij dat de minister van Buitenlandse Zaken nu ook zijn budget bekend heeft gemaakt, zodat we aan de slag kunnen en de omroep op 1 januari 2013, zo veel mogelijk passend bij de overgebleven taak, kan overgaan naar Buitenlandse Zaken.

Over de regionale omroepen is het nodige gezegd. Er is veel steun op dit punt, waarvoor dank. Ik zal dit vooral doorgeven richting ROOS en NPO die er de afgelopen tijd aan gewerkt hebben en het komend half jaar heel direct de opdracht krijgen om met een uitgewerkt voorstel te komen. Helder moet zijn dat het regionale culturele aspect heel nadrukkelijk overeind blijft. Er blijft sprake van autonome redacties. Daarbij moeten vooral synergievoordelen uit die samenwerking gehaald worden maar daarmee mag niet de eigenheid van de omroepen ter ziele gaan, want dat is het laatste wat wij willen; wij willen die eigenheid juist versterken en wij willen deze omroepen juist de ruimte geven om meer uit te zenden en mogelijkheden te hebben op de nationale zenders. Of het er één is of dat het er meerdere zullen zijn, is iets waarbij je moet nagaan welke publiek men voor ogen heeft. Maar dat men daar regionaal over de bühne kan gaan komen, is klip-en-klaar. Dat willen we graag ook uitgewerkt zien in de plannen zoals ze naar voren komen, naast de integratievoordelen die daarbij mogelijkerwijs in beeld komen. Dus de regionale omroepen verdwijnen niet. Bovendien moeten de culturele functie maar bijvoorbeeld ook de calamiteitenfunctie, die heel wezenlijk is, overeind blijven.

De heer Haverkamp heeft gevraagd of ik een visie wil geven op de lokale omroepen. Dat gaat mij eerlijk gezegd ietsjes te ver, want de lokale omroepen zijn gewoon de lokale omroepen. Ik ga ze ook niet meefuseren, want anders moet ik 400 omroeporganisaties meenemen en dan zijn we voorlopig nog niet klaar. Ik heb wel inmiddels beloofd dat ik de Kamer na de zomervakantie een brief zal schrijven over de lokale omroepen, de kabel et cetera. Aan de hand van die brief kan hier natuurlijk altijd een debat worden georganiseerd.

Gevraagd is hoe ik ervoor zorg dat alle lokale omroepen in het digitale kabelpakket terechtkunnen. Ik wijs op de regel dat wanneer meer dan 50% van de abonnees digitaal kijkt, de kabelbedrijven lokale omroepen daadwerkelijk digitaal doorgeven. De kabelbedrijven vragen de lokale publieke omroepen geen vergoeding voor die doorgifte. Wel zijn deze omroepen zelf verantwoordelijk voor het transport van signalen vanuit de studio naar het kabelnetwerk. Die aanlevering van signalen moet voldoen aan technische standaarden en dat kost wel geld. Heel veel omroepen kunnen dat gewoon en doen dat ook. Ruim 60 lokale publieke omroepen gebruiken op dit moment die mogelijkheid al. Voor die omroepen vormen de kosten daarbij blijkbaar geen belemmering. Voor sommige andere lokale omroepen lijkt het wel een probleem te zijn. Dat heb ik ook met OLON besproken. Ik heb twee maanden geleden met de kabelaars apart gesproken. Ik heb aan hen gevraagd om samen met OLON te kijken of er goedkopere werkbare alternatieven zijn. Daar hoop ik zo spoedig mogelijk iets over te horen. Dus ik ben ermee bezig maar het is niet een-twee-drie oplosbaar en je kunt aan commerciële kabelaars natuurlijk ook niet makkelijk vragen om onder de kostprijs te gaan zitten. Dus het moet een beetje met elkaar in evenwicht gebracht worden.

Verder is gevraagd wat ik van plan ben te gaan doen met de frequentie van FunX. Daarover ga ik in overleg met de minister van EL&I die verantwoordelijk is voor het frequentiebeleid. Er is straks inderdaad weer wat ruimte.

De heren Van der Ham en Haverkamp hebben gezegd dat de gemeenten het nog niet zo nauw blijken te nemen. Ik deel hun zorg. Ik heb er afgelopen week nog een brief over doen uitgaan, nadat we er ook ambtelijk overleg over hadden gehad, waarin we vragen om de wettelijke bekostigingsrichtlijn te hanteren. De VNG zou dat dan weer oppakken richting de gemeenten. Ik zal het nauwlettend in de gaten houden. Misschien kan ik er in de najaarsbrief al iets meer over schrijven.

De heer Haverkamp (CDA): Op zichzelf is dat een heel aardige zin, maar ik zou het woordje «misschien» er dan uit willen halen. Dus als de minister in die najaarsbrief op deze elementen in wil gaan, heel graag.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Datgene wat ik hier zeg, zal ik daarin nog eens dunnetjes overdoen.

De heer Van Dijk heeft gevraagd naar de inspraak ten aanzien van het kabelpakket en de positie van de programmaraden. De afgelopen jaren is er van verschillende kanten kritiek geweest op de programmaraden. Het vorige kabinet heeft alternatieven ontwikkeld. Ik denk dat het huidige systeem in ieder geval zijn langste tijd heeft gehad. Ik ben ook wel van plan om de Mediawet aan te passen. Ik wil nadrukkelijk waarborgen dat er sprake is van een breed en gevarieerd basispakket op de kabel dat toegankelijk is voor de kijkers. Het helpt ook dat commerciële televisiezenders voor hun bereik en reclame-inkomsten afhankelijk zijn van opname in een breed pakket. Na de zomer zal ik een brief sturen waarin ik aangeef hoe ik de Mediawet wil aanpassen. Ik ben op dit moment aan het bekijken hoe ik het op een andere manier wil organiseren.

De voorzitter: De minister is klaar met haar antwoord in eerste termijn. We gaan meteen door met de tweede termijn van de Kamer. Daarin zullen eventueel moties worden ingediend. De leden hebben daarvoor een spreektijd van exact drie minuten.

Het woord is aan mevrouw Van Miltenburg.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Voorzitter. De minister heeft op de vraag van de Partij van de Arbeid of zij een brief wil sturen over de wijze waarop een eventuele gedwongen fusie – die terugvaloptie – precies zou worden vormgegeven, gezegd dat zij daar eigenlijk geen zin in had, omdat het volgens haar duidelijk genoeg was. Ik heb er in eerste termijn ook vragen over gesteld. Ik vind de brief dus niet helder genoeg. Ik zou het echt zeer waarderen als de minister die ene kleine passage toch nog even in een aparte brief nader wil uitwerken, zodat we een ietwat transparanter systeem tegemoet kunnen zien. Dan kan iedereen, ook de Kamerleden die het moeten beoordelen, zien of het op een goede manier gegaan is.

De minister stelt in haar brief dat de merknamen van de omroepen behouden mogen blijven. Dat heeft zij vandaag herhaald. Ik vroeg me eigenlijk af of er ook ruimte komt om nieuwe merknamen zomaar toe te voegen. Kan een nieuwe of een gefuseerde omroep voor zichzelf een nieuwe merknaam in de markt zetten of maakt de minister dat eigenlijk niet uit?

Ten aanzien van de kortingen die gecombineerd worden met het lidmaatschap van een gids zegt de minister dat er geen korting mag worden gegeven op het lidmaatschap als iemand voor het eerst lid wordt. Ik neem aan dat zij bedoelt dat men het eerste jaar die € 15 wel moet betalen, naast het lidmaatschap en de gids. Zij vindt het toelaatbaar dat er in de jaren daarna wel een korting op de gids mag worden gegeven. Ik vind dat een beetje een rare constructie. Kan de minister daar nog nader op ingaan?

De minister heeft geen antwoord gegeven op mijn vraag over het MCO. Ik had gevraagd of zij nader kan onderzoeken of het mogelijk is dat het MCO ook een commerciële poot krijgt, zodat het Metropole daaronder geborgd zou kunnen worden. De minister heeft gezegd: nee, ik geef frictiekosten mee, maar ik laat het verder helemaal los. Dat antwoord is smaller dan de vraag die ik heb gesteld. Ik wil echt dat de minister voor mij onderzoekt of het mogelijk is dat het MCO een private en een publieke poot ontwikkelt en dat zij daarop terugkomt in de brief die na de zomer zal komen.

Ik dank de minister voor de vele antwoorden die zij wel gegeven heeft. Daar ben ik heel blij mee. Ik wil graag eindigen met een motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de landelijke en de regionale publieke omroep worden geïntegreerd;

van mening dat de regionale omroepen een belangrijke functie hebben in de regio;

verzoekt de regering, de regionale radiozenders ongemoeid te laten;

verzoekt de regering tevens, te borgen dat de regionale zenders en de landelijke omroepen gezamenlijk zorg gaan dragen voor een volwaardige invulling van een landelijk televisienet en dat besparingen van deze integratie ten goede komen aan de regionale omroepen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van Miltenburg, Haverkamp en Bosma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2 (32 827).

De heer Van Dam (PvdA): Voorzitter. Het was misschien handiger geweest als mevrouw Van Miltenburg alle coalitiemoties had ingediend. Dan had ik daarop kunnen reageren. Wij zien hier allemaal de motie over het jongerenlidmaatschap zweven. Dat is een verzachting van wat er ligt. Die zal dus ook heus wel de steun van mijn fractie krijgen. Ik vind echter wel dat wij daar iets principiëler over verder zouden moeten spreken, omdat het bestel zoals het kabinet dat nu voor ogen heeft, met alle voorwaarden die aan het lidmaatschap gesteld worden, in mijn ogen niet zal leiden tot een bestel dat nog langer representatief is voor de hele Nederlandse bevolking. Daarmee dreigt ook de publieke omroep zijn representativiteit te gaan verliezen. Dat zou zonde zijn. De heer Van Dijk zal een motie op dat punt indienen die mede door mij ondertekend is.

Ik vraag de minister om bij de komende begroting in elk geval haar ideeën over de lokale omroep op papier te zetten, zodat wij daarover verder kunnen spreken. Dan gaat het ook over de vraag, hoe wij die toekomst zien en hoe we kunnen waarborgen dat lokale omroepen onafhankelijk van het lokale bestuur kunnen functioneren. Over de regionale omroepen vraag ik de minister om heel secuur uit te werken wat zij precies voor ogen heeft. Ik hoorde zojuist de motie van de coalitie. Tussen de regels door hoorde ik dat de televisieafdelingen van die regionale omroepen wél helemaal integreren tot één nationale omroep. Ik dacht niet dat dit de bedoeling van de minister was, maar in de motie van mevrouw Van Miltenburg staat dat alleen de radio van de regionale omroepen zelfstandig zou moeten blijven. Dat plan lijkt mij een beetje vreemd. Daar zou ik dus graag meer over zien.

Ook over de Wereldomroep heb ik een motie, net als over de fusies tussen de publieke omroepen. Ik zal mijn moties voorlezen; u krijgt de motie straks op papier, maar volgens mij spreken zij voor zich.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in de brief van het kabinet over de uitwerking van het onderdeel media uit het regeerakkoord wordt ingezet op vrijwillige fusie van omroepverenigingen;

overwegende dat het kabinet fusies tussen omroepverenigingen dwingend wil opleggen als er geen vrijwillige fusies komen;

overwegende dat het kabinet niet uitwerkt hoe in dat geval de minister de door haar genoemde «aanwijzingsbevoegdheid» gaat invullen, op basis van welke procedure en welke criteria fusies tussen omroeporganisaties dan worden afgedwongen;

verzoekt de regering, de procedure en criteria op basis waarvan de minister denkt te kunnen komen tot gedwongen fusies tussen omroeporganisaties, gedetailleerd uit te werken en deze uitwerking voor Prinsjesdag van dit jaar aan de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van Dam. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 3 (32 827).

De heer Van Dam (PvdA): De tweede motie gaat over de Wereldomroep.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Wereldomroep enkele dagen geleden van het kabinet heeft vernomen 14 mln. budget over te houden vanaf 1 januari 2013;

overwegende dat de Wereldomroep drie maanden de tijd krijgt om op basis hiervan een plan te maken, alsmede een sociaal plan op basis waarvan in 2012 een groot aantal medewerkers zijn baan zou kunnen verliezen;

spreekt uit dat ongeacht politieke opvattingen over deze plannen de Wereldomroep en de medewerkers recht hebben op een zorgvuldig proces;

verzoekt de regering, tot een door de Kamer te voeren debat over de toekomstplannen van het kabinet voor de Wereldomroep geen onomkeerbare stappen te zetten of te vragen van de Wereldomroep;

verzoekt de regering tevens, de termijn die de Wereldomroep krijgt om zich aan te passen aan de nieuwe situatie waar de politiek in dat debat voor kiest, te verlengen met een jaar en de overbruggingskosten eenmalig te financieren uit de algemene middelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van Dam. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 4 (32 827).

Net als de vorige keer bent u al uitermate ver over uw spreektijd heen.

De heer Van Dam (PvdA): Ja, maar ik moet toch mijn moties indienen. Ik hoop in ieder geval met de vorige motie enige zorgvuldigheid in te brengen.

De laatste motie gaat over de lidmaatschapscriteria.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet de omroeporganisaties in de toekomst volledig op basis van aantal leden wil financieren;

overwegende dat omroepen ook op andere manieren maatschappelijke verbinding en draagvlak kunnen organiseren;

verzoekt de regering, onderzoek te doen naar aanvullende criteria waarmee omroepen hun maatschappelijk draagvlak en maatschappelijke verbinding kunnen aantonen in plaats van het lidmaatschap,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van Dam. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 5 (32 827).

Ik verzoek de heer Van Dam om de teksten van de moties aan te reiken, want die hebben wij nodig.

De heer Van Dam (PvdA): Ik zei toch al dat ik dat zou doen?

De voorzitter: Ja, maar wij hebben die teksten nog niet. Vandaar de vraag.

De heer Van Dam (PvdA): Ze komen eraan.

De heer Bosma (PVV): Voorzitter. Ik dank de minister voor de antwoorden en het vele werk dat zij de afgelopen maanden op dit dossier heeft mogen verrichten. Welkom in de mediawereld! Ik stel vast dat zij het hele reces heeft om uit te rusten.

Ik kom met twee moties en kom meteen ter zake. De eerste motie gaat over de bonuscultuur bij de publieke omroep. Die bonuscultuur blijft velen een doorn in het oog; ik hoorde ook andere woordvoerders daarover spreken. Ik kom daarom met de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat belastinggeld ook door de publieke omroep prudent dient te worden aangewend;

constaterende dat er bij de publieke omroep sprake is van een aantal mensen dat zeer hoge salarissen verdient;

constaterende dat dit aantal dient te worden teruggebracht;

verzoekt de regering, het aantal presentatoren, verslaggevers en bestuurders van de publieke omroep dat meer verdient dan het «bezoldigingsmaximum» volgens het wetsvoorstel «Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector» bij de gehele publieke omroep te beperken tot ten hoogste drie;

verzoekt de regering, cumulatie van inkomen met ander inkomen te voorkomen door dit «bezoldigingsmaximum» als maximum te nemen en verzoekt daarom ervoor zorg te dragen dat meerinkomsten boven deze code van alle medewerkers (behoudens de drie) worden afgeroomd exclusief de eerste € 10 000 bruto per jaar;

verzoekt de regering, jaarlijks verslag uit te brengen over alle medewerkers van de publieke omroep die meer verdienen dan het bezoldigingsmaximum, inclusief de oude gevallen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Bosma, Van Miltenburg en Haverkamp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 6 (32 827).

De heer Jasper van Dijk (SP): Mijnheer Bosma, ik had gedacht dat u die motie aan mij zou overlaten. Ik word nu verrast door een coalitiemotie. Op zich is dat prima, maar ik wil de motie wel goed begrijpen. Wilt u met deze motie af van het beleid dat de omroepen maximaal vijf presentatoren op televisie en drie op de radio mogen hebben boven de norm? Het totaal gaat met deze motie volgens mij naar drie. Is dat juist? En nog een vervolgvraag: moet het uit het verenigingsgeld worden betaald?

De heer Bosma (PVV): Het antwoord op de eerste vraag: inderdaad. Het antwoord op de tweede vraag: ze worden gewoon betaald door de publieke omroep. Dat bedrag mag niet worden bijgeplust door derden, ook niet door de verenigingen.

Voorzitter. Het Nederlandstalige lied is bij uitstek iets wat een publieke taak is. In het verleden had Radio Nationaal redelijk wat luisteraars. De zender trok echter een segment aan dat voor adverteerders niet zo interessant bleek te zijn. Het gaat om het meer volkse Nederlandse lied. Met mijn motie wil ik ook mijn collega's van GroenLinks en D66 een dienst bewijzen. GroenLinks zei net dat de publieke omroep niet alleen bedoeld is voor de Biblebelt en de grachtengordel. Daar sluit ik me van harte bij aan. De golf van nationalisme binnen D66 wil ik ook niet tot staan brengen. Zie de dramamotie die we straks krijgen. Ik denk echter ook aan de liefde van de heer Pechtold voor de Zangeres Zonder Naam. En toen ik afgelopen maandag bij de vergadering van de Taalunie in Brussel was, heb ik nog eens gerefereerd aan het voorstel van de heer Dittrich om de inzending voor het Eurovisiesongfestival in het Nederlands te laten zingen.

De voorzitter: U gaat over uw tijd heen.

De heer Bosma (PVV): Op het patriottische gevoel van deze twee partijen wil ik dus graag inspelen met mijn motie. Mij gaat het om het wat volksere segment, maar mijn motie spreekt zich alleen uit over de Nederlandse taal.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat radio een populair medium blijft;

constaterende dat het bieden van Nederlandstalig repertoire bij uitstek een publieke taak is daar het bijdraagt aan het stimuleren van onze taal en van het Nederlands repertoire;

verzoekt de regering, in de prestatieovereenkomsten met de NPO ervoor zorg te dragen dat Radio 2 tussen 7.00 uur en 19.00 uur een percentage Nederlandstalig muziekrepertoire van ten minste 35 biedt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Bosma, Van Miltenburg en Haverkamp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 7 (32 827).

De heer Haverkamp (CDA): Voorzitter. Allereerst ook namens mijn fractie dank aan de minister voor de beantwoording, en ook aan al de mensen die achter de schermen daaraan hebben bijgedragen.

De voorzitter: Ik vraag eenieder om toch nog even de moeite te nemen om naar de heer Haverkamp te luisteren.

De heer Haverkamp (CDA): Voorzitter, ik begrijp de commotie rond het Nederlandstalige lied. Ik noteer eerst even de toezegging over de brief die wij in september mogen ontvangen over de lokale omroepen.

Het is duidelijk dat er bij Hilversum zelf een opdracht komt te liggen. Er ligt een brief die, zoals ik het proef, zal worden geaccordeerd door een Kamermeerderheid. Er staat een aantal punten in die straks concreet moeten worden ingevuld door de dames en heren in Hilversum. Bij de eerste brief hebben ze laten zien dat dit mogelijk is. Ik roep ze ertoe op om het op te pakken.

Wij hebben er heel veel vertrouwen in dat het gaat lukken. Omroepverenigingen bestaan al een groot aantal jaren. Wat ons betreft, blijft dat zo in de toekomst. In eerste termijn heb ik de minister gevraagd of de publiek-private samenwerking beperkt moest worden tot print: wat is haar visie daarop?

Over de Wereldomroep zei de minister dat haar collega van Buitenlandse Zaken budget heeft gevonden. Heeft hij de taak gekregen en daarbij het budget gezocht, of was er het budget met daarbij de taak? In de gisteren ontvangen brief staat het bedrag van 14 mln. met daarbij de financiering. Wij weten echter nog niet helemaal hoe dat bedrag tot stand is gekomen. Graag krijg ik daarvan een nadere onderbouwing, eventueel via de minister van haar collega van Buitenlandse Zaken.

Wat het MCO betreft, sluit ik mij aan bij de opmerkingen van collega Van Miltenburg.

Namens mijn fractie dien ik twee moties in, allereerst een motie over de regionale omroep.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de minister van OCW aan de NPO en ROOS heeft verzocht om binnen een halfjaar te komen met een model tot samenwerking van de regionale en landelijke publieke omroep;

overwegende dat het hiervoor van belang is dat voor iedere regionale omroep altijd sprake blijft van de autonome herkenbare regionale programmering en identiteit;

overwegende dat naast de nieuws- en informatieprogramma's van de regionale omroep ook (live-)uitzendingen van calamiteiten, evenementen en actualiteiten van groot belang zijn;

verzoekt de regering, er bij NPO en ROOS op aan te dringen dat ook met de functies van zowel regionale calamiteitenzender als cultuurdrager nadrukkelijk rekening wordt gehouden bij de uitwerking,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Haverkamp, Van Miltenburg en Bosma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 8 (32 827).

De heer Haverkamp (CDA): Dan nog een motie met betrekking tot het jeugdlidmaatschap.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering de minimumbijdrage voor het lidmaatschap van een omroepvereniging verhoogt naar € 15;

overwegende dat deze verhoging er mogelijk toe zal leiden dat het voor jongeren tot 25 jaar een financiële drempel oplegt om lid te worden van een omroepvereniging;

overwegende dat de omroepen de kans moeten krijgen, jonge leden aan zich te binden;

overwegende dat daarmee de belangen van jongeren binnen de publieke omroep beter worden vertegenwoordigd;

verzoekt de regering, toe te staan dat omroepverenigingen een jeugdlidmaatschap van € 7,50 aanbieden aan jongeren tot 25 jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Haverkamp en Van Miltenburg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 9 (32 827).

De heer Jasper van Dijk (SP): Voorzitter. Ik heb toch een beetje een déjà vu als ik al die moties van de coalitiepartijen zie komen. Ten tijde van Paars en ten tijde van de vorige kabinetten werd dat ook allemaal van tevoren afgekaart. Maar goed, we zullen de moties op hun merites beoordelen.

Ik begrijp niet waarom de minister niet voldoet aan de bescheiden eisen van de publieke omroepen als het gaat om haar fusievoorstel. Ze was heel dichtbij. Ze moest nog maar een klein eindje verder, maar wil de omroepen nu ineens niet meer tegemoetkomen. Dat is jammer, want nu moet er waarschijnlijk toch een onvrijwillig, een gedwongen traject ingegaan worden.

Rond de contributie wil ik een motie indienen, de motie «stop met omroep pesten».

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, af te zien van het voorstel om de minimumcontributie van een omroepvereniging te verhogen naar € 15,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Jasper van Dijk en Van Dam. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 10 (32 827).

De heer Jasper van Dijk (SP): Dan dien ik een motie in over het Muziekcentrum van de Omroep. De heer Haverkamp klonk welwillend toen hij mij vroeg of ik ook een dekking had voor de redding van de orkesten die nu opgeheven gaan worden. Uiteraard heb ik een dekking. De SP heeft een solide financieel verkiezingsprogramma, waarin allerlei voorstellen worden gedaan. Wij zoeken bijvoorbeeld bezuinigingen bij Defensie en binnen de hypotheekrenteaftrek. De heer Haverkamp kent het rijtje wel, al ben ik bang dat hij daarin niet meegaat. Hij kan niet zeggen tegen mij dat ik geen dekking heb, want die heb ik wel.

Ik heb een motie gemaakt die heel vriendelijk is. Het zou de heer Haverkamp sieren als hij die wilde steunen. Als hij iets geeft om het Metropole Orkest, dan zou hij deze motie moeten steunen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering het Metropole Orkest en de Radio Kamer Filharmonie niet langer wil financieren;

van mening dat dit een groot verlies betekent voor het Muziekcentrum van de Omroep (MCO) en voor talloze muziekliefhebbers;

overwegende dat het MCO een redelijk alternatief aan de minister heeft voorgelegd;

verzoekt de regering, het voorstel rond het MCO te heroverwegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 11 (32 827).

De heer Jasper van Dijk (SP): Dan een motie over de wereldomroep. Waar de dekking vandaan komt, is bekend.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, in overleg te komen tot een minder omvangrijke bezuiniging op de Wereldomroep,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 12 (32 827).

De heer Jasper van Dijk (SP): Voorzitter. Tot slot begreep ik dat we over de lokale omroepen een brief gaan krijgen. Dat vind ik heel goed, want het is van groot belang. Ook over de consumenteninvloed, althans de inspraak van kijkers op het tv-aanbod, ontvangen wij na de zomer een brief, als ik het goed heb begrepen. Zo ja, dank daarvoor.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Een laatste opmerking over de fusieomroepen. De minister refereerde aan mij, omdat ik positief was. Ik heb daar echter ook de woorden «te veel» bij gebruikt. Ik vind dan ook dat de fusieomroepen al flink worden beloond met de 10 mln. Er is bovendien berekend dat er een efficiencywinst van 16 mln. zou kunnen worden gemaakt met de fusie. Deze omroepen worden dus rijkelijk bedeeld.

Ik heb een opmerking gemaakt over beprijzing. Daarover gaat de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de bezuiniging van 200 mln. op de mediabegroting betekent dat andere maatregelen ter invulling van het regeerakkoord, zoals de vrijgave van de programmagegevens, niet tot verkapte additionele kortingen mogen leiden op het totale voor de programmering beschikbare budget van de landelijke omroepen;

constaterende dat het Commissariaat voor de Media in zijn rapport van 17 mei 2011 «Is er vanavond nog iets op tv» een maximale schadepost van 18 mln. taxeert indien de programmagegevens vrij worden gegeven;

constaterende dat de Europese Commissie Nederland in de brief van maart 2005 opdraagt, voorschriften vast te stellen die garanderen dat elke vorm van commerciële exploitatie marktconform plaatsvindt, zodat deze volledig mee berekend kunnen worden bij de overheidssteun omdat anders sprake is van overcompensatie door de overheid;

van mening dat ook dit met zich meebrengt dat verkoop van programmagegevens marktconform moet geschieden en het in strijd met Europese staatssteunregels is als dit tegen een gemiddelde waarde geschiedt in plaats van een maximale waarde;

constaterende dat de regering streeft naar een betekenisvol ledenbestel en in het algemeen voorstander is van het profijtbeginsel en dat omroepprogrammabladen bij de invulling hiervan een essentiële rol zullen vervullen;

van mening dat omroepen in staat moeten zijn, een optimale ledenbinding te bereiken en additionele inkomsten moeten kunnen verwerven die ten goede komen aan de programma's;

verzoekt de regering, bij de vrijgave van de programmagegevens een systeem van nadeelcompensatie in te bouwen dat de omroepen de gelegenheid geeft, de volledige schade als gevolg van de vrijgave in de marktvergoeding te verwerken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 13 (32 827).

De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik ben dankbaar voor en blij met de extra bevestiging van de minister dat de themakanaalgelden inderdaad worden doorgesluisd naar de omroepen. Daarover hoef ik dus verder geen duidelijkheid te hebben. Ik had hierover een motie voorbereid, maar die laat ik zitten, want ik ben overtuigd door niet alleen de intentie maar ook de inzet van de minister.

Met betrekking tot de 2.42-omroepen heeft de minister gezegd dat zij ernaar wil kijken. Dit heb ik vastgelegd in een motie om zeker te weten dat de gelden die vrijkomen door de bezuinigingen, gekoppeld worden aan de fusiepartners van de 2.42-omroepen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet een bezuiniging doorvoert op 2.42-omroepen;

van mening dat het onwenselijk is dat het bezuinigde geld ten goede komt aan alle omroepverenigingen;

verzoekt de regering om het geld van de bezuiniging op 2.42-omroepen te koppelen aan 2.42-fusieomroepen en niet over alle omroepen te verdelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 14 (32 827).

De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik heb ook een opmerking geplaatst over de nevenactiviteiten. Daarop moet ik toch via een motie terugkomen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat nu de regering kiest voor een sterke ledenbinding, het van belang is dat omroepen zich door commerciële nevenactiviteiten met hun eigen middelen (niet met de overheidsbijdrage) optimaal op de markt kunnen profileren;

van mening dat het zogenoemde dienstbaarheidsverbod gemoderniseerd moet worden zonder dat dit ten koste mag gaan van het bijzondere publieke karakter van het publieke omroepbestel;

verzoekt de regering, bij de komende aanpassing van de Mediawet 2008 het dienstbaarheidsartikel 2 141, tweede lid, zodanig te wijzigen dat (1) hierin expliciet staat dat omroepen bij nevenactiviteiten zich uitsluitend marktconform moeten gedragen en dat (2) deze bepaling in overeenstemming wordt gebracht met het onvervreemdbare rechtsbeginsel van de onschuldpresumptie in artikel 6 van het EVRM, zodat het aan de toezichthouder, het Commissariaat voor de Media, is om eventuele overtredingen aan te tonen in plaats van dat een omroep zelf zijn eigen onschuld bij een vermeende overtreding moet aantonen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 15 (32 827).

De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik heb nog een vraag gesteld over de overschrijdingen van UPC en Ziggo ten aanzien van het advies van de programmaraden voor het opnemen van programma's in de pakketten. Op die vraag heb ik nog geen antwoord gehoord.

De heer Van der Ham (D66): Voorzitter. Ik dank de minister voor haar antwoorden. Een aantal antwoorden stelde mij gerust, onder meer het feit dat de minister zei dat zij de lokale omroepen nog steviger haar aandacht krijgen. Wij komen daar in het najaar op terug.

Op een aantal punten verschillen wij van mening. Ik hoop dat wij elkaar wat betreft deze onderwerpen toch nog kunnen vinden tijdens dit debat. Daarom dien ik de volgende moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering van plan is om omroepen te prikkelen tot fusering;

overwegende dat door het ontbreken van ledenplafonds gekoppeld aan financiering opnieuw een ledenrace kan ontstaan die afbreuk kan doen aan het evenwicht in het omroepbestel;

verzoekt de regering, met de omroepen in overleg te treden over het instellen van ledenplafonds,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Ham en Peters. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 16 (32 827).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Nederlandse Publieke Omroep een belangrijke meerwaarde ontleent aan de grote diversiteit aan programma's en invalshoeken;

overwegende dat thans de enige vorm om een plaats in het omroepsysteem te veroveren het oprichten van een omroepvereniging is;

overwegende dat de vorm van omroepvereniging niet altijd de passende wijze is voor het op de kaart zetten van een onderwerp of het vormgeven van betrokkenheid bij de programmering van de NPO;

verzoekt de regering, aanvullende vormen te onderzoeken die de betrokkenheid van kijkers bij de programmering van de NPO kunnen versterken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Ham en Peters. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 17 (32 827).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er wordt bezuinigd op de activiteiten van de Wereldomroep;

overwegende dat er veel journalistieke expertise is bij de Wereldomroep voor regio's waar die binnen de publieke omroep ontbreekt;

overwegende dat de publieke omroep als taak heeft om hoogwaardige nieuwsvoorziening te verzorgen;

verzoekt de regering om zich in te spannen, de bestaande journalistieke landenexpertise zo veel mogelijk onder te brengen bij de Nederlandse publieke omroep,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Ham. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 18 (32 827).

De heer Van der Ham (D66): Ten slotte wil ik een motie indienen die de heer Bosma zeer zal waarderen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Nederlands tv-drama, evenals de Nederlandse film, grote populariteit heeft gekregen en een sterk marktaandeel heeft;

constaterende dat de bezuiniging op de omroepen deels zal worden opgevangen door de aankoop van buitenlandse programma's;

overwegende dat dit ten koste kan gaan van oorspronkelijk Nederlands product;

verzoekt de regering, zorg te dragen dat het huidige peil aan voorzieningen voor het maken van oorspronkelijk Nederlands drama minimaal gehandhaafd wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Ham, Peters en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 19 (32 827).

Mevrouw Peters (GroenLinks): Voorzitter. Ook wij van de fractie van GroenLinks en de minister verschillen van mening over de vraag of dit nou de oplossing is voor het vastgelopen omroepbestel in Hilversum. Wij denken dat het hiermee nog meer vastloopt en dat het ledencriterium tot in perversiteit wordt toegepast. Het bestel wordt zelfs gemummificeerd door de aantallen vast te leggen. Dat kan ten koste gaan van de kwaliteit en representativiteit. Daarmee wordt de legitimiteit van publieke financiering van onze televisie aan de orde gesteld. Het gros van Nederland is niet lid van een omroep. De publieke televisie is van en voor ons allemaal. Criteria als lidmaatschap zijn niet langer doorslaggevend voor de vraag of iedereen in Nederland wel goed wordt bediend. Daarom dien ik daar twee moties over in en daarnaast nog twee andere.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het medialandschap in rap tempo verandert;

overwegende dat het kabinet ervoor kiest om vanwege de bestuurbaarheid het aantal omroepen te beperken en het ledencriterium leidend te maken;

van mening dat het bestel op die manier dreigt vast te lopen in conservatieve behoudzucht;

van mening dat er nog deze kabinetsperiode stappen gezet moeten worden om het publieke omroepbestel toekomstgericht te maken;

verzoekt de regering, te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om van de omroepverenigingen onafhankelijke productiehuizen te maken waar programma's bij ingekocht kunnen worden door onafhankelijke netredacties,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Peters en Van der Ham. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 20 (32 827).

Mevrouw Peters (GroenLinks): In het verlengde hiervan dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet ervoor kiest om vanwege de bestuurbaarheid het aantal omroepen te beperken en het ledencriterium leidend te maken;

van mening dat het bestel op die manier dreigt vast te lopen in conservatieve behoudzucht;

verzoekt de regering, samen met de omroepen te onderzoeken welke andere criteria, waarin kwaliteit en pluriformiteit tot uitdrukking komen, er mogelijk zijn ter vervanging van het ledencriterium en de Kamer daarover te informeren voor 1 oktober 2011,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Peters en Van der Ham. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 21 (32 827).

Mevrouw Peters (GroenLinks): Toen ik de minister vroeg wat er verder moest gebeuren met het Metropole Orkest en de Radio Kamer Filharmonie verwees zij naar het cultuurdebat dat wij later zouden voeren. Ik dien er toch een motie over in die gericht is aan de hele regering. Dan kunnen de minister en de staatssecretaris er hopelijk samen uit komen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is, het Metropole Orkest en de Radio Kamer Filharmonie niet meer te subsidiëren;

van mening dat daarmee twee orkesten van grote waarde voor Nederland verloren dreigen te gaan;

verzoekt de regering, dan minimaal toe te staan dat beide orkesten kunnen meedingen naar subsidies in het kader van de Basisinfrastructuur,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Peters en Van der Ham. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 22 (32 827).

Mevrouw Peters (GroenLinks): Een voorstel in de plannen van de minister dat wij echt toejuichen, is het vrijgeven van de programmagegevens. De publieke omroep is van en voor ons allemaal, dus ook de programmagegevens. Ik vraag de minister diezelfde redenering toe te passen op de producten van de publieke omroep. Ik dank haar voor de beantwoording van de schriftelijke vragen die ik daarover heb gesteld. Ik dien in dat verband de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat programmagegevens door de NPO aan de andere omroepverenigingen en andere partijen, bijvoorbeeld dagbladuitgevers, beschikbaar worden gesteld;

verzoekt de regering, in de Mediawet een vergelijkbare bepaling ten behoeve van het digitaal beschikbaar stellen van de programma's door Beeld en Geluid op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Peters en Van der Ham. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 23 (32 827).

Daarmee zijn wij gekomen aan het eind van de tweede termijn van de Kamer. Ik schors de vergadering enkele ogenblikken zodat de minister de moties even kan ordenen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter: Een aantal leden heeft mij laten weten dat zij, in voorbereiding op het debat over cultuur dat om 15.30 uur begint, nog even naar de cultuurmanifestatie willen gaan. Zij hebben mij verzocht om ervoor te zorgen dat we om 14.30 uur klaar zijn. Aan mij zal het niet liggen. De minister zal beginnen met het geven van haar reactie op de moties. Ik daag de woordvoerders uit om het aantal interrupties tot nul te beperken.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Voorzitter. Ik dank de leden hartelijk voor hun reacties in tweede termijn. Ik loop de moties langs en zal hier en daar ook nog een vraag beantwoorden.

In de motie-Van Miltenburg c.s. op stuk nr. 2 wordt de regering verzocht, te borgen dat de regionale zenders en de landelijke omroepen gezamenlijk zorg gaan dragen voor een volwaardige vulling van een landelijk televisienet en dat besparingen van deze integratie ten goede komen aan de regionale omroepen. Als ik deze motie zo mag interpreteren dat het gaat om een volwaardige en evenwichtige invulling, ook wat betreft STER en pluriformiteit, en er meerdere netten betrokken zijn, voer ik haar van harte uit.

In de motie-Van Dam op stuk nr. 3 wordt de regering verzocht, de procedure en criteria op basis waarvan zij denkt te kunnen komen tot gedwongen fusies tussen omroeporganisaties gedetailleerd uit te werken en deze uitwerking voor Prinsjesdag van dit jaar aan de Kamer te sturen. Ook mevrouw Van Miltenburg heeft daar een vraag over gesteld. Ik zal helder zijn. Of het is het Hilversumse model, of men moet gefuseerd zijn om toe te kunnen treden. Wil je zelf niet fuseren en sta je vrijwillig aan de kant, dan kom je er niet in. Sta je onvrijwillig aan de kant, dan zal ik aan de hand van het profiel van het Commissariaat voor de Media een aanwijzing doen. Het zijn er dan inderdaad nog maximaal vijf. Dat betekent dat er een zesde plek over is. Als PowNed en WNL uiteindelijk allebei worden toegelaten, zou die plek kunnen worden benut voor deze twee omroepen. Ik heb gezegd dat het er maximaal acht worden. Dit is het verhaal en ik ga daar geen brieven meer over schrijven. Ik heb het helder geformuleerd en ik hoop met deze verduidelijking voldoende duidelijk te zijn geweest. Ik ontraad aanneming van de motie.

In de motie van de heer Van Dam op stuk nr. 4 wordt de regering verzocht, tot een door de Kamer te voeren debat over de toekomstplannen van het kabinet voor de Wereldomroep geen onomkeerbare stappen te zetten of te vragen van de Wereldomroep. De regering wordt tevens verzocht, de termijn die de Wereldomroep krijgt om zich aan te passen aan de nieuwe situatie waar de politiek in dat debat voor kiest te verlengen met een jaar en de overbruggingskosten eenmalig te financieren uit de algemene middelen. Bij zo'n motie moet ik altijd denken aan een uitspraak van de minister van Financiën: kom even kijken op het ministerie; ik heb geen kast Algemene Middelen. Er bestaat dus geen kast met algemene middelen. De algemene middelen komen altijd uit een begroting. Daarom moet ik aanneming van deze motie ontraden. Er ligt een financiële planning voor dit verhaal. Zoals ik in mijn eerste termijn heb gezegd, zal ik wel met zorg en aandacht kijken naar een sociaal plan ten behoeve van de Wereldomroep. Als dat iets langer duurt dan drie maanden heb ik daar begrip voor. Ik wil echter wel per 1 januari 2013 zo veel mogelijk de kerntaken hebben georganiseerd voor mijn collega van Buitenlandse Zaken. Dat is het evenwicht waarop ik balanceer. Ik ontraad dus aanneming van deze motie.

In zijn motie op stuk nr. 5 verzoekt de heer Van Dam de regering, onderzoek te doen naar aanvullende criteria, in plaats van het lidmaatschap, waarmee omroepen hun maatschappelijk draagvlak en maatschappelijke verbinding kunnen aantonen. Ik heb die behoefte niet. Ik ontraad aanneming van deze motie dan ook. Ik vind dat omroepen zelf moeten werken aan het draagvlak in de samenleving. Dat is meer een taak voor de omroepen dan voor het kabinet, dat duidelijk kiest voor leden als het hart van de publieke omroep en dit met deze brief doorzet.

Ik ga verder met de motie-Bosma c.s. op stuk nr. 6. Daarin wordt de regering verzocht het aantal presentatoren, verslaggevers en bestuurders van de publieke omroep dat meer verdient dan het bezoldigingsmaximum volgens het wetsvoorstel wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector, bij de gehele publieke omroep te beperken tot ten hoogste drie. De regering wordt in deze motie ook verzocht, cumulatie van inkomen met ander inkomen te voorkomen door dit bezoldigingsmaximum als maximum te nemen en er dus zorg voor te dragen dat meerinkomsten boven deze code van alle medewerkers, behoudens de drie, wordt afgeroomd exclusief de eerste € 10 000 bruto per jaar. Ook wordt de minister verzocht, jaarlijks verslag uit te brengen over alle medewerkers van de publieke omroep die meer verdienen dan het bezoldigingsmaximum, inclusief de oude gevallen. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer. Op dit moment evalueert de NPO overigens zijn huidige beloningscode. Ik zou die evaluatie even willen afwachten.

In de motie-Bosma c.s. op stuk nr. 7 wordt de regering verzocht, in de prestatieovereenkomsten met de NPO ervoor zorg te dragen dat het muziekaanbod op Radio 2 tussen 07.00 uur en 19.00 uur voor ten minste 35% uit Nederlandse muziek bestaat. In de motie vraagt de heer Bosma mij feitelijk om op de stoel van de raad van bestuur te gaan zitten. Dat wil ik niet doen, want daarmee treed ik in de vrijheid van de omroepen. Het is aan de omroep om elke vijf jaar met een voorstel te komen voor de uitvoering van de publieke taken. Dat wordt in het concessiebeleidsplan gedaan. Ik zeg toe dat ik deze wens doorgeef aan de omroepen. Nogmaals, het is hun eigen afweging om hier in het komende concessiebeleidsplan vorm en inhoud aan te geven. Ik kan mij voorstellen dat ook commerciële omroepen hier kritisch over zijn. Ik zie best commerciële omroepen die daar heel mooie programma's voor maken. Ik wil dit onder de aandacht brengen, maar ik kan het niet als minister zelf regelen. Het lijkt mij beter als ik de motie ontraad. Als de Kamer de motie toch overneemt, dan doe ik het zoals ik zojuist heb aangegeven.

In de motie-Haverkamp c.s. op stuk nr. 8 wordt de regering verzocht, er bij NPO en ROOS op aan te dringen dat ook met de functies van zowel regionale calamiteitenzender als cultuurdrager nadrukkelijk rekening wordt gehouden bij de uitwerking van een en ander. Deze motie is ondersteuning van het beleid.

In de motie-Haverkamp/Van Miltenburg op stuk nr. 9 wordt de regering verzocht, toe te staan dat omroepverenigingen een jeugdlidmaatschap van € 7,50 aanbieden aan jongeren tot 25 jaar. Dit voorstel wordt breed gedragen in de Kamer. Het oordeel over deze motie laat ik aan de Kamer.

In de motie-Jasper van Dijk op stuk nr. 10 wordt de regering verzocht, af te zien van het voorstel om de minimumcontributie van een omroepvereniging te verhogen naar € 15. Daar kan ik helaas niet mee instemmen. Daarom ontraad ik de motie.

In de motie-Jasper van Dijk op stuk nr. 11 is een van de overwegingen dat het MCO een redelijk alternatief aan de minister heeft voorgelegd. Daarnaast wordt de regering in de motie verzocht, het voorstel rond het MCO te heroverwegen. Deze motie moet ik helaas ontraden. Ik heb daar de middelen niet voor, zoals ik zojuist al gezegd heb.

In de motie-Jasper van Dijk op stuk nr. 12 wordt de regering verzocht, in overleg te komen tot een minder omvangrijke bezuiniging op de Wereldomroep. Deze motie moet ik ontraden. De minister van Buitenlandse Zaken is helder geweest over de omvang van zijn budget. Dat wordt verder uitgewerkt. Het is ook goed om daar met de minister van Buitenlandse Zaken over door te praten. Daar ga ik samen met hem mee aan de slag.

Ik kom bij de motie-Voordewind op stuk nr. 13 over het beprijzen van de programmagegevens. De heer Voordewind gaat daarmee naar de oude NPO-prijs van € 0,14. Deze motie ontraad ik.

De heer Voordewind (ChristenUnie): € 0,03.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: O, € 0,03. Toch houd ik het op het commissariaatsmodel. Dat is immers het objectieve orgaan dat dit toetst. Daar vinden we allemaal wel iets van, net als ikzelf, maar dit is een heldere uitkomst. Die wil ik ordentelijk volgen, want anders weet ik heel zeker dat wij weer veel discussie gaan krijgen. Dit wordt dus de lijn.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Ter verduidelijking, het was juist het model van het Commissariaat voor de Media, namelijk het maximale percentage, die 3,4 cent.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ja, maar het commissariaat gaat uiteindelijk ook uit van een gemiddelde. Het onderste was ook een deel van de bandbreedte; het liep van nul tot. Dit is dan een heel keurige middenweg. We evalueren het eens in de zoveel tijd om te kijken hoe het met de marktontwikkeling gaat. Laten we eerlijk zijn, de markt moet het eerst nog eens even gaan oppakken. Men stond daar nog niet een-twee-drie over te juichen. Dat kan echter zomaar veranderen als de commerciële omroepen een ander lijntje gaan kiezen.

Voorzitter. In de motie-Voordewind op stuk nr. 14 wordt de regering verzocht, het geld van de bezuiniging op 2.42-omroepen te koppelen aan 2.42-fusieomroepen en niet over alle omroepen te verdelen. Ik heb al gezegd dat ik daartoe bereid ben. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer. Als de motie wordt aangenomen, zal ik dat verder uitwerken met de NPO.

Op de motie-Voordewind op stuk nr. 15 ga ik zo in. De kopie van die motie kwam namelijk wat laat bij ons terecht.

In de motie-Van der Ham/Peters op stuk nr. 16 wordt de regering verzocht, met de omroepen in overleg te treden over het instellen van ledenplafonds. Deze motie moet ik ontraden, want dit was juist niet de bedoeling van het huidige model.

In de motie op stuk nr. 17 wordt de regering verzocht, aanvullende vormen te onderzoeken die de betrokkenheid van kijkers bij de programmering van de NPO kunnen versterken. Ik vind dat dit echt aan de omroepen is. Zij moeten actief zijn voor hun publiek. Daar wil ik het echt bij laten, anders komt er wel heel veel organisatie omheen.

In de motie op stuk nr. 18 wordt de regering verzocht, zich in te spannen de bestaande journalistieke landenkennis zo veel mogelijk onder te brengen bij de NPO. De Wereldomroep blijft gewoon bestaan. De minister van Buitenlandse Zaken heeft afgelopen vrijdag nadrukkelijk gemeld dat dit het geval is. Vanaf 2013 valt de Wereldomroep onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Aansluiting bij een omroep ligt dan niet voor de hand, maar samenwerking tussen de Wereldomroep en een omroep als de NOS en de NTR is natuurlijk wel mogelijk. Het blijven organisaties die met elkaar te maken hebben. De NOS maakt haar eigen journalistieke afweging; zij is onafhankelijk. Het geven van opdrachten is daar tegenstrijdig mee. Dat moet de Wereldomroep echt zelf bekijken.

De heer Van der Ham (D66): Deze motie gaat verder. Juist de landenspecifieke kennis en expertise van de Wereldomroep ontbreekt voor een deel bij de NPO. Ik zeg: integreer dat nu, dan heb je meerwaarde. Met mijn motie wil ik verdergaan dan de regering. Wellicht kan de minister daar nog eens over nadenken.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Nadenken is altijd goed. Zo expliciet als de motie is geformuleerd, ontraad ik haar. De opmerking van de heer Van der Ham blijft natuurlijk wel bij mij hangen. Over veel facetten van de Wereldomroep wordt het gesprek gevoerd; het BVN-deel en het Caraïbische deel moeten er ook uit, dus ik zal wel even nadenken over het punt dat hij in zijn motie aangeeft. Nogmaals: de Wereldomroep gaat niet de wereld uit.

De heer Van der Ham (D66): Dan wil ik mijn motie graag aanhouden.

De voorzitter: Op verzoek van de heer Van der Ham stel ik voor, zijn motie (32 827, nr. 18) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: In de motie op stuk nr. 19 wordt de regering verzocht, ervoor zorg te dragen dat het peil van de voorzieningen voor het maken van oorspronkelijk Nederlands drama minimaal gehandhaafd blijft. Dat zal ik hier zeker niet vastleggen. Ik ontraad de aanneming van de motie. Er gebeurt veel op het vlak van cultuur. Het lijkt mij een buitengewoon verkeerde waarborg vooraf. Er zal ongetwijfeld het nodige gebeuren.

In de motie op stuk nr. 20 wordt de regering verzocht, te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om van de omroepverenigingen onafhankelijke productiehuizen te maken waar programma's bij ingekocht kunnen worden door onafhankelijke netredacties. Ik ontraad aanneming van deze motie. Het kabinet kiest voor een ander publiek bestel.

In de motie op stuk nr. 21 wordt de regering verzocht, samen met de omroepen te onderzoeken welke andere criteria, waarin kwaliteit en pluriformiteit tot uitdrukking komen, mogelijk zijn ter vervanging van het ledencriterium. Dat is doorpreluderen op eenzelfde thema. Aanneming van deze motie ontraad ik ook.

In de motie op stuk nr. 22 wordt de regering verzocht, minimaal toe te staan dat zowel het Metropole Orkest als de Radio Kamer Filharmonie kunnen meedingen naar subsidies in het kader van de basisinfrastructuur. Aanneming van deze motie ontraad ik. Ik heb het net al gezegd: gaat u vooral het debat aan met mijn collega. Ik heb in ieder geval al gezegd dat het Metropole Orkest er qua criteria niet inpaste. De staatssecretaris van Cultuur zal hier verder zijn eigen afweging in moeten maken.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik wil deze motie graag aanhouden.

De voorzitter: Op verzoek van mevrouw Peters stel ik voor, haar motie (32 827, nr. 22) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: In de motie op stuk nr. 23 wordt de regering verzocht, in de Mediawet een bepaling op te nemen ten behoeve van het digitaal beschikbaar stellen van de programma's door Beeld en Geluid. Ik ontraad aanneming van deze motie. Beeld en Geluid vervult een archief- en opslagfunctie voor de omroepen, maar maakt geen eigen programmagidsen.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Het gaat erom, het archief van Beeld en Geluid ter beschikking te stellen van een breed publiek, zoals de programmagegevens nu ook breed ter beschikking worden gesteld.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Dat ga ik hier niet zomaar doen. Ik vind het goed om daar bijvoorbeeld bij de behandeling van de mediabegroting op terug te komen. Dan kan ik nagaan wat het inhoudt. Ik ga nu echter niet zeggen: dat doen wij.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Dan houd ik mijn motie graag aan, als de minister bereid is, hierop schriftelijk in te gaan bij de behandeling van de mediabegroting.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ja, dat is prima.

De voorzitter: De minister zal schriftelijk op dit punt terugkomen bij de behandeling van de mediabegroting. Op verzoek van mevrouw Peters stel ik voor, haar motie (32 827, nr. 23) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Dan kom ik op de motie van de heer Voordewind op stuk nr. 15. Daarin wordt de regering verzocht, bij de komende aanpassing van de Mediawet 2008 het dienstbaarheidsartikel 2 141, tweede lid zodanig te wijzigen dat hierin expliciet staat dat omroepen bij nevenactiviteiten zich uitsluitend marktconform moeten gedragen en dat deze bepaling in overeenstemming wordt gebracht met het onvervreemdbare rechtsbeginsel van de onschuldpresumptie in artikel 6 van het EVRM, zodat het aan de toezichthouder, het Commissariaat voor de Media, is om eventuele overtredingen aan te tonen, in plaats van dat een omroep zelf zijn eigen onschuld bij een vermeende overtreding moet aantonen. Ten eerste ontraad ik deze motie. Ten tweede geef ik aan waarom. De publieke omroepen zijn er om een publieke taak uit te voeren en niet voor allerlei nevenactiviteiten. Voor die nevenactiviteiten gelden er dus strenge regels. Eén daarvan is dat de omroepen zelf verantwoorden op welke wijze zij de activiteiten uitvoeren en dat zij daarbij geen derde onevenredig bevoordelen. Dat stelt het Commissariaat voor de Media beter in staat tot goed inzicht en dat wil ik graag zo houden. Het gaat niet om een bewijs van onschuld, maar om het nadrukkelijk afleggen van verantwoording. Het Commissariaat voor de Media neemt mede op basis van die verantwoording een gemotiveerd besluit over de vraag of de omroep de wet heeft overtreden. Nevenactiviteiten moeten zowel marktconform als kostendekkend zijn. Dat staat in de wet. Ik vind het inderdaad een heel goede zaak dat men zelf aangeeft wat men doet en dat men het op een dusdanige manier doet dat dit anderen niet bevoor- of benadeelt.

Wij moeten tot een afronding komen, maar ik heb nog de antwoorden op de twee overblijvende vragen. Mevrouw Van Miltenburg vroeg of het Metropole Orkest binnen het MCO kan blijven. Een Metropole Orkest dat binnen het MCO valt en tevens op de markt actief is, klinkt sympathiek. Dit zal echter niet eenvoudig zijn vanwege de Mediawet en het Europese toezicht daarop. Dan onderneemt het orkest namelijk andere activiteiten en zit je met het punt van de staatssteun. Laat ik dit onderzoeken en erop terugkomen als ik met mijn voorstel voor het Metropole Orkest kom.

Er was ook een vraag naar de versoepeling van de publiek-private samenwerking tussen de publieke omroepen en andere partijen. Kan die met meer partijen plaatsvinden dan alleen met de printmedia? De extra ruimte is in eerste instantie bedoeld voor de samenwerking tussen omroepen, kranten en culturele organisaties. Dat is in ieder geval een verbreding. Ik heb geen samenwerking beoogd met allerlei mogelijke private partijen. Meestal gaat het dan om nevenactiviteiten die zichzelf moeten bedruipen, zoals de samenwerking van de publieke omroep en Ximon, waarover ik laatst nog Kamervragen heb beantwoord. Ik weet niet of het nodig en mogelijk is om hiervoor meer ruimte te creëren in de wet, zoals het experimenteerartikel. Ik ben echter zeker bereid om daarnaar te kijken. Wij moeten in dit verband echter heel zorgvuldig handelen, omdat Europa ook op dit punt buitengewoon scherp controleert. Europa is namelijk heel snel bezorgd dat wij private belangen ondersteunen met publiek geld.

De voorzitter: Wij zijn gekomen aan het eind van het notaoverleg. Ik wijs de leden erop dat wij morgen zullen stemmen over de moties. Ik dank de minister, haar medewerkers en de belangstellenden op de publieke tribune.

Sluiting 14.36 uur.


X Noot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Ham (D66), Van Bochove (CDA), voorzitter, Haverkamp (CDA), Van Miltenburg (VVD), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Bosma (PVV), Jasper van Dijk (SP), Ouwehand (PvdD), Dibi (GroenLinks), Wolbert (PvdA), ondervoorzitter, Biskop (CDA), Smits (SP), Elias (VVD), Beertema (PVV), Dijkstra (D66), Jadnanansing (PvdA), Van Dekken (PvdA), Dijkgraaf (SGP), Çelik (PvdA), Lucas (VVD), Van Klaveren (PVV), Klaver (GroenLinks) en De Liefde (VVD).

Plv. leden: Koşer Kaya (D66), Ferrier (CDA), Van der Werf (CDA), Van der Burg (VVD), Schouten (ChristenUnie), Dille (PVV), Kooiman (SP), Thieme (PvdD), Peters (GroenLinks), Van Dam (PvdA), Van Toorenburg (CDA), De Wit (SP), Hennis-Plasschaert (VVD), De Mos (PVV), Pechtold (D66), Dijsselbloem (PvdA), Klijnsma (PvdA), Van der Staaij (SGP), Hamer (PvdA), Harbers (VVD), Gerbrands (PVV), Sap (GroenLinks) en Lodders (VVD).