Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201432813 nr. 89

32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid op weg naar 2020

Nr. 89 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 maart 2014

Bij deze reageer ik op de brief van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu over de uitvoering van de motie-Dik-Faber (Kamerstuk 32 813, nr. 65) over het rapporteren over bio-energie die energiebedrijven op de markt brengen» van 5 maart jl.

In deze motie wordt de regering verzocht om, met ingang van 2014, jaarlijks op bedrijfsniveau te rapporteren over de aard, herkomst en duurzaamheid van de bio-energie die energiebedrijven op de markt brengen.

Zoals ik heb aangegeven bij het VAO op 3 oktober 2013 (Handelingen II 2013/14, nr. 9, item 6), zie ik deze motie als ondersteuning van mijn beleid en zal ik deze uitvoeren via de Green Deal Duurzaamheid Vaste Biomassa. In deze Green Deal rapporteren zowel grote als kleine energieproducenten over de duurzaamheid van de houtachtige biomassa die zij gebruiken bij de productie van elektriciteit en warmte, met als doel hierover meer transparantie te bieden. De eerste rapportage, over het jaar 2012, heb ik uw Kamer op 2 september 2013 toegestuurd, waarna deze is besproken in het AO Biobrandstoffen van 11 september.

Tijdens het VAO Biobrandstoffen van 3 oktober 2013 heb ik naar aanleiding van bovengenoemde motie aangegeven dat ik de wens van uw Kamer tot meer transparantie deel. Het bleek echter niet meer mogelijk om de wens tot meer transparantie mee te nemen in de rapportage over 2013, omdat het voor de bedrijven niet mogelijk was tijdig te anticiperen op de gewenste vergroting van de transparantie. Momenteel ben ik met de deelnemers van de Green Deal in overleg over de rapportage op bedrijfsniveau over het jaar 2014. Ik zet mij hierbij maximaal in om de gewenste transparantie over aard, herkomst en duurzaamheid van de gebruikte houtachtige biomassa te realiseren. Discussiepunt daarbij is onder meer nog welke mate van detail haalbaar is, immers hoe specifieker en gedetailleerder de informatie, hoe bedrijfsgevoeliger.

Het resultaat van dit overleg wordt opgenomen in de rapportage over 2014, die medio 2015 verschijnt. Ik zal de rapportage spoedig na verschijnen naar uw Kamer versturen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld